Gericht zoeken met Gooru

juli 13, 2012

Zoeken kan lastig zijn. Gericht zoeken kan dus een uitkomst zijn. Met enige regelmaat ontstaan er nieuwe initiatieven om hierbij hulp te bieden. Een zeer recent initiatief is Gooru, momenteel nog in beta. Wat Gooru vooral interessant maakt is de mogelijkheden die het biedt om het in te zetten bij een ‘flip de klas’ model van lesgeven of het individualiseren van een lesprogramma.

Wat is het?
Gooru is een nieuwe onderwijs zoekmachine voor het onderwijs in biologie, natuurkunde, scheikunde en wiskunde. Gooru helpt docenten informatie te vinden die aansluit bij het lesprogramma. De informatie bestaat uit digitale teksten, animaties en instructie video’s. De informatie is geschikt voor klas 1 t/m 6 van het VO en groep 7 en 8 van het PO.
Gooru is niet alleen voor docenten maar ook voor leerlingen. Leerlingen kunnen de beschikbare testen gebruiken om hun eigen koers door de stof te bepalen. Afhankelijk van de bestudeerde onderwerpen en de resultaten behaald op de testen geeft Gooru suggesties voor leerlingen om een volgend niveau te bereiken. Voor docenten biedt Gooru de mogelijkheid om contacten te leggen via het delen van informatie en het stellen van vragen.

Hoe werkt het?
– Ga naar de startpagina van Gooru
- Selecteer in de ‘Library’ het gewenste niveau en onderwerp
– Type een onderwerp in en zoek naar ‘Resources’, ‘Collections’ of ‘Quizzes’
– Voeg geschikte onderdelen toe aan de box ‘My Resources’

Hoe kun je het in de klas gebruiken?
Door leerlingen zelf een account te laten aanmaken kan Gooru ingezet worden om binnen een klas te differentiëren en individuele leerlingen te voorzien van de hun eigen weg door de stof, waarbij bronnen en snelheid worden aangepast aan hun eigen behoefte. Terwijl leerlingen leren en testen maken past Gooru zich aan door speficieke inhoud aan te bevelen.
Gooru is zeer geschikt om in een 1:1 klas of in een computerlokaal te gebruiken. Het kan ook een zeer bruikbaar onderdeel vormen van een ‘flip de klas’ model van lesgeven. Hiernaast kan het natuurlijk ook direct in een lokaal worden ingezet met behulp van een digibord of een beamer.

Bronnen: iLearn Technology


Minstens 7 dingen die je NIET meer hoeft te doen om een gelukkigere leraar te worden

juli 10, 2012

Het is het einde van het schooljaar. Tijd voor afscheid. Tijd voor een nieuw begin. Tijd voor evaluatie. Tijd voor reflectie. Hoe ging het? Wat ging er goed? Wat kan er beter? Hoe zal het volgend schooljaar gaan? Hoe kan ik volgend jaar betere lessen geven? Hoe kan ik volgend jaar een betere docent worden?

Dit bracht mij op het volgende idee. Kun je een betere docent worden door een gelukkigere docent te worden? Ik denk het wel. Ik heb ooit een collega horen verzuchten: “ik doe van alles om het die leerlingen naar hun zin te maken en nog zeuren ze, vanaf nu ga ik gewoon doen wat zelf ik leuk vind!”  Vanaf dat moment gaf hij les met plezier en het werkte!

Hieronder volgen een aantal dingen die je NIET meer hoeft te doen om een gelukkigere leraar te worden.

1. Stop er mee om altijd gelijk te willen hebben!
Het geeft ontzettend veel ruimte als je hier bewust mee stopt. Natuurlijk is dit lastig. Het is een enorme drijvende kracht die er voor zorgt dat je altijd de juiste informatie hebt. Het voelt als docent ook niet fijn of zelfs vervelend als je niet direct het antwoord weet op een vraag van een leerling. Maar het opent meteen de mogelijkheid om de antwoorden door de leerlingen zelf te laten zoeken.

2. Stop er mee om alles onder controle te willen hebben 
Geef af-en-toe de controle uit handen. Geef leerlingen de volledige verantwoordelijkheid over een bepaald deel van de les, of de hele les, of een hele serie lessen. Grijp niet in en observeer alleen maar. Ontspan. Doe je dit al, doe het dan nog meer, langer, vaker.

3. Stop met het gehaast starten en eindigen van lessen
Maak er een gewoonte van om aan het begin en eind van een les heel kort op te schrijven wat je plan is of was, wat er gaat gebeuren of goed ging. Praat bewust elke les aan het begin of eind een paar minuten met leerlingen op een ontspannen manier, over van alles en nog wat. Markeer op welke wijze dan ook het begin van de les en het eind van de les. Laat lessen niet in elkaar overvloeien.

4. Stop met het leven op je docenten eiland
Verbind jezelf met andere docenten, fysiek of online. Lokaal of internationaal. Op je eigen school of daarbuiten. Bezoek bijeenkomsten en congressen. Deel je ervaringen, uitdagingen en successen. Ga op zoek naar gelijkgestemde professionals, leer gezamenlijk en van elkaar. Dit werkt echt.

5. Stop met de verwachting dat elke les perfect gaat zijn
Hoeveel je ook hebt voorbereid en hoeveel je ook aan ‘alles’ hebt gedacht, er kunnen altijd onverwachte zaken gebeuren die een les nadelig kunnen beïnvloeden of kunnen verpesten. Er is ineens een wijziging in het rooster, iemand komt binnen met een mededeling, de leerlingen hebben er echt helemaal geen zin in of hebben net iets meegemaakt.
Je kunt zoveel leren door experimenteren en leerlingen kunnen prima omgaan met docenten die dit doen, zolang ze zien dat deze docenten het doen om alle goede redenen en willen innoveren. Als je dit inziet wordt het een stuk gemakkelijker om te accepteren dat het soms ‘niet helemaal goed’ gaat. Niet altijd eenvoudig maar heel nuttig.

6. Stop met het zoeken naar goedkeuring
Het is belangrijk om een verbinding met leerlingen aan te gaan, maar het kunnen nemen van een professionele afstand is een noodzaak.  Een gezonde emotionele band met leerlingen mag nooit in de weg staan van de relatie docent-leerling. Je bent eerst docent, dan pas vriend.

7. Stop met klagen en de schuld geven aan anderen
Besteed geen tijd aan het klagen over dingen die anderen wel hebben en jij niet. Een digibord, een stagiaire, kleine klassen, een goed rooster, fijne collega’s. Leg geen schuld bij anderen voor verschillen. Neem verantwoordelijkheid en zet alles wat je wel hebt zo goed mogelijk in. Denk positief en laat je inspireren door de kracht die dit geeft.

En… is er iets wat er ontbreekt aan deze lijst? Zou het een top 10 kunnen worden? Suggesties welkom!

Bronnen: Blogpost van Brad, een docent Engels; Blogpost van de Purpose Fairy


Boek review “Flip Your Classroom : Reach Every Student in Every Class Every Day”

juli 1, 2012

Flip Your Classroom coverRuim een week geleden ontving ik drie exemplaren van het boek “Flip Your Classroom : Reach Every Student in Every Class Every Day” van Jonathan Bergman en Aaron Sams. Bergman en Sams zijn de grondleggers van de educatieve techniek die bekend staat onder de naam ‘Flipping The Classroom’, waarbij in essentie uitleg huiswerk wordt zodat het traditionele huiswerk in de klas gedaan kan worden.

Het boek is uitgegeven door de International Society for Technology in Education in de Verenigde Staten en is voor het eerst gepresenteerd tijdens de ISTE 2012 conferentie, gehouden van 24 tot 27 juni in San Diego. Ik had het boek via de voorinschrijving besteld en inmiddels kan het zowel via de store op de website van de ISTE besteld als bij Amazon worden besteld.

Ik heb het boek in één ruk uitgelezen en was, en ben, er zeer enthousiast over! En dat wil ik graag delen.

Maar misschien, dacht ik, ben ik bevooroordeeld omdat ik al vóór het boek te lezen een mening had over ‘Flipping The Classroom’ en zelf ook al eerder dit jaar aan de slag ben gegaan met ‘Flip de Klas’. Ik heb daarom gezocht naar iemand die dit boek kon lezen en meer objectief beoordelen op zijn waarde. Ik ben erg blij deze persoon gevonden te hebben in de vorm van Karin Havenith. Karin  is zelf niet actief in het onderwijs en wat hieronder volgt is volledig haar recensie.

Jonathan Bergman en Aaron Sams geven in het boek ‘Flip Your Classroom : Reach Every Student in Every class Every day’ een open en eerlijke beschrijving van hun ervaringen, opgedaan tijdens het in eerste instantie uitproberen en later gedetailleerd uitwerken van het door hen ontwikkelde ‘Flipping The Classroom’ model om meer voor leerlingen te kunnen betekenen in de klas.

Dit boek heeft als doel de leraar enthousiast te maken om ook de ‘klas te flippen’, met welke tool dan ook. De schrijvers zelf gebruiken hiervoor zelfgemaakte video’s. Het ‘flippen’ zorgt ervoor dat leerlingen thuis in hun eigen tempo de leerstof kunnen doornemen met zo weinig of zoveel herhaling als zij zelf willen (pauzeren, terugspelen of zelfs fast forward). Dit heeft tot gevolg dat, als de leerlingen dan
fysiek in de klas zitten de leraar meer tijd heeft om leerlingen specifiek te helpen met de vraagstukken waarmee ze worstelen. De leraar krijgt zo ook meer begrip voor waar de moeilijkheden zitten in de leerstof en kan hier met de leerling individueel of in groepjes dieper op ingaan.
De auteurs hebben het aangedurfd om gewoon te starten met ‘Flipping The Classroom’ en beschrijven hoe ze met vallen en opstaan een werkend systeem ontwikkeld hebben dat positieve effecten heeft op de resultaten van de leerlingen en diepgang heeft gebracht in het lerend vermogen.

Het model bleek verrassend veel meer mogelijkheden te bieden en deze worden in dit boek toegelicht. Het leert bijvoorbeeld de leraar onderkennen dat de leerlingen die ‘schooltje spelen’ en geleerd hebben wat ze moeten reproduceren, uiteindelijk niet de basisconcepten van de leerstof begrijpen en kan deze leerlingen aanmoedigen verder te kijken.
Het model biedt ook ruimte voor de stillere, introvertere leerling, die nu wel de aandacht krijgt omdat de leraar veel meer interacties ook individueel met de leerling aangaat. Voor die leerlingen die altijd actief zijn met sport en andere activiteiten, de leerlingen die heel veel aan kunnen maar in de traditionele opzet veel lessen en daarmee leerstof missen, biedt het de mogelijkheid zelf hun tijd meer in te delen en vóór te werken als ze dit willen.

Het boek geeft toegankelijke handvatten voor hoe je kunt beginnen met het maken van video’s die de leerlingen leuk zullen vinden en voor hoe je de tijd in de klas kunt indelen en gebruiken. De auteurs geven voorbeelden voor verschillende vakken binnen het  onderwijs, van talen tot science en lichamelijke opvoeding en moedigen aan tot het gebruik van je creativiteit. Er wordt ingegaan op welke invloeden het ‘flippen’ heeft op contacten met leerlingen, met ouders, en op je lesindeling en het geeft de mogelijkheden het positief te implementeren met ondersteuning van je management.
Een belangrijke boodschap is dat ‘flippen’ het voor de leraar niet altijd direct makkelijker maakt en een van de belangrijke dingen die de leraar zal moeten en willen leren is de verantwoording en controle over het leren meer af te staan aan leerlingen.

Dit boek is niet bedoeld als handleiding en is er voor ‘flippen’ ook niet één methodologie die de leraar kan toepassen. Het boek is een aanmoediging voor leraren hun eigen methodologie, passend bij hun leerstijl te ontwikkelen en hopelijk de positieve ervaringen te ondergaan. Verder zal niet elk onderwerp binnen een vak zich even goed lenen voor ‘flippen’. De auteurs adviseren om eenvoudig te beginnen, ‘flippen’  in te bouwen in je eigen systemen en uit te bouwen met je opgedane ervaringen. Ze moedigen aan tot het uitwisselen van ervaringen met andere vakleraren en zo van elkaar te leren.

“Flippen’ brengt natuurlijk ook een aantal problemen met zich mee waar ook de auteurs mee hebben geworsteld en ze zijn dan ook nog steeds bezig zijn met verbeteringen. Hoe zorg je ervoor dat leerlingen ook video’s bekijken? Hoe ga je om met de verschillende niveau’s en snelheden waarmee individuele leerlingen leerstof opnemen? Hoe pas je oefeningen aan? Hoe pas je praktijklessen in? Hoe kun je nog meer diepgang in het onderwijs brengen?

Deze ‘super leraren’ hebben het zelf al een niveau verder gebracht dan alleen het ‘Flipping  The Classroom’ model en hebben het ‘Fipped-Mastery’ model ontwikkeld waarin alle leerlingen in hun eigen tempo werken, individueel of in groepjes, de leraren tussendoor voortgang monitoren op formative manier en de leerlingen hun begrip van de leerstof moeten tonen door middel van summary assessments om hun begrip te controleren. Naast de basis van het “Flip The Classroom’ model wordt in een groot deel van dit boek een pleidooi gemaakt voor het ‘Flipped- Mastery’ model en wordt er uitgebreid ingegaan op de uitdagingen die dit model met zich meebrengt.

Samenvattend, dit boek is een beschrijving door enthousiaste ervaringsdeskundigen die hun positieve leerervaringen willen delen met collega’s en hopelijk deze net zo enthousiast kunnen krijgen om te ‘flippen’, met altijd de vraag in het achterhoofd ‘what is best for the kids?’

Tot zover de recensie.
Ik raad iedereen met een hart voor het onderwijs aan dit boek aan te schaffen en er uit te halen wat er wat voor zijn of haar leerlingen in zit.

Aaron Sams en Jong Bergman

Met veel dank aan Aaron Sams (links) en Jonathon Bergmann (rechts) en natuurlijk Karin Havenith!


Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 3.556 andere volgers

%d bloggers op de volgende wijze: