Ze zijn moe, en kunnen wel rekenen!

juli 1, 2014

De afgelopen twee weken zijn er bij ons op school, net als op vele andere, toetsweken geweest.

  • Docenten maken toetsen.
  • Leerlingen leren voor toetsen.
  • Leerlingen maken toetsen.
  • Docenten kijken na.
  • Docenten voeren cijfers in.
  • Er zijn mensen blij.

Gewoon, onderwijs dus. Zou je zeggen.

Voor de laatste toetsweek zijn er ook de laatste lessen. Dan kan al op woensdag het geval zijn, of zelfs op dinsdag.

‘Meneer, dit is de laatste les. Gaan we film kijken?’

‘Ziet dit er uit als een bioscoop?’

‘Maar bij de andere drie lessen vandaag mocht het wel.’

‘Dan hadden jullie daar alle stof al af, waarschijnlijk.’

‘Nee hoor, maar de docent zei dat we dat ook wel thuis konden doen.’ (hier ga ik nog eens op terugkomen…, dat vind ik namelijk ook…)

‘Dat zou heel wel kunnen. Maar doordat wij de laatste drie lessen tijd hebben verloren omdat een aantal van jullie de presentaties niet volgens afspraak hadden klaarstaan en we daar veel tijd aan verloren hebben geldt dat voor deze les helaas niet.’

‘Maar wij zijn zo moe!’

‘Dus jullie zijn moe geworden van 3 uur naar films kijken? Dan zullen we dat nu maar niet maar gaan doen.’

Gewoon, onderwijs dus. Zou je zeggen.

‘Nee, wij zijn moe van het hele jaar. De hele dag opletten. En iedere docent die denkt dat hij het belangrijkste vak heeft. En dat wij nog thuis nog wel een uurtje aan zijn vak kunnen besteden omdat hij/zij het zo nodig vindt het hele uur vol te kletsen.’

‘Dat snap ik helemaal! Maar hebben jullie voor mijn vak ooit veel huiswerk moeten maken?’

‘Nee. Maar dat maakt niet uit. Het gaat om het totaal. We zijn gewoon moe.’

‘Dat snap ik. Maar volgende week is de toetsweek en vandaag gaan we nog een aantal lastige zaken langslopen. Dat is namelijk mijn werk. Beslissen wanneer het nodig is en wanneer het kan. Wanneer wat. En nu is het nodig.’

De leerlingen vallen stil.

De les gaat natuurlijk gewoon door.

De leerlingen doen mee. Dat hun opzet is mislukt zijn ze snel vergeten. Op die ene na dan, die demonstratief met het hoofd op de bank blijft liggen. Dat is geen probleem. Die kan het zonder uitleg en extra voorbeelden. Maar de meesten in deze klas niet. Al zouden ze dat nog zo graag willen.

Aan het eind van de les stel ik een niet onbelangrijke vraag, die vaak, om welke reden dan ook, tijd dus meestal, niet gesteld wordt.

‘Wie heeft er van deze les iets geleerd?’

Meer dan de helft steekt hun hand op.

‘Wie denkt dat hij/zij door deze les een hoger cijfer voor de toets gaat halen?’

Meer dan de helft steekt hun hand op.

Leren loslaten tegeltje-kind-leren-fietsen

De toetsweek volgt. Ik moet surveilleren. Ik sta in de gang voor de klas en spreek met leerlingen voor de deur.

‘Ik was echt te moe om nog te leren, meneer. Waarom moeten we nu aan het eind van het jaar voor alle vakken nog een toets gaan maken?’

Een goede vraag en ik val even stil.

‘Het is echt te veel,’ voegt een andere leerling toe.

‘Weet U wel hoe het is om 8 uur lang elke dag naar leraren te moeten opletten en naar leraren te luisteren”, voegt leerling drie toe.

Ik probeer een antwoord te formuleren en het lukt me om de leerlingen te laten luisteren.

‘Ja, dat weet ik.’ En ik ets nogmaals in mijn geheugen dit nooit te vergeten.

‘Gaat de toets moeilijk worden?’. Leerling vier, linksachter stelt een schijnbaar concrete vraag.

‘Nee, niet als je geleerd hebt,’ is mijn standaard antwoord, en dat klopt in mijn geval ook wel.

De eerste leerling die mij aansprak doet een kleine stap naar voren.

‘Nou, ik heb het uitgerekend en voor alle vakken behalve wiskunde heb ik aan een 1,2 genoeg deze toetsweek.’

‘Grappig, dat je wel kunt rekenen maar dan voor wiskunde toch meer dan een 1,2 nodig heb,’ kom ik, toch weer docerend, terug.

‘Ik heb alleen voor Duits een 3,4 nodig, de rest maakt niet uit.’

‘Ik voor geschiedenis, een 4,2. En voor aardrijkskunde een 3,8.’

‘Ik voor Nederlands een 1.8, voor Frans een 4,7 en voor Duits een 5,2. Dus ik heb alleen voor Duits geleerd vandaag.’

Gewoon, onderwijs dus. Zou je kunnen zeggen.

Je zou het ook anders kunnen zeggen.

Niet gewoon. Onderwijs. Dus.

Ho. Ho. Ho.

Dat zou best een goed einde van deze bijdrage zijn geweest.

Hoe liep het nu echt af?

Voor mijn vak en deze klassen?

De leerlingen die ik sprak hadden allemaal een (ruime) voldoende.

Zij hadden echt wel geleerd. Ondanks hun woorden. Ondanks hun vermoeidheid. Zij waren betrokken. En zij gaven een signaal.

Wat zijn mensen toch wonderlijke wezens.

Laten wij zorgen dat zij dit blijven.

Daar is geen rekentoets voor nodig. Als het nodig is kunnen leerlingen prima rekenen.

Kunnen ze ook rekenen op jou?

rekenenen op jouw! animaatjes-rekenen-69059

 


Hoe het afliep

juli 1, 2014

Recent heb ik hier twee bijdragen geplaatst over het eindexamen, en dan vooral het bepalen van de kwaliteit van het geleverde werk middels een cijfer: Eindexamen, houden aan het foute antwoordmodel en N-term terreur.

Ik heb daar de nodige reacties op ontvangen en beloofd in ieder geval op de afloop terug te komen.

Kort wat voorafging:

- Ik had één leerling die het cijfer 5.45 kreeg toebedeeld als combinatiecijfer van schoolexamen en centraal examen. Dit omdat zij één punt te kort kwam op het centraal examen voor een cijfer van 5,50. De tweede corrector vond dat wij ons aan het, ook in zijn ogen, foute antwoordmodel moesten houden, omdat de N-term de onvolkomenheden hierin zou corrigeren. Mijn leerling moest hierdoor in het tweede tijdvak opnieuw examen doen. Zij zou anders niet slagen.

- Ik had overigens ook twee leerlingen die een 6,45, respectievelijk een 7,45 kregen toebedeeld, beide ook omdat zij één punt te kort kwamen op het centraal examen. Beide kozen er ook voor om te herkansen, om zo hun kansen op de gewenste vervolgstudie te vergroten.

Het resultaat:

Met de leerling die moest slagen heb ik drie dagen lang een aantal uur per dag besteed aan het herhalen van de stof en de zaken die deze leerling hierin moeilijk vond. Wij hebben hierbij het door deze leerling gemaakte examen ook nauwkeurig bekeken: wat was er fout en waarom én wat was er fout gerekend en waarom? We hebben heel veel tijd besteed aan het leren geven van het gewenste antwoord. Wij hebben geleerd om de toets goed te maken.

Wat hierbij lastig was dat ik niet wist en niet kon weten en nooit zal weten waarop de toegepaste N-term bij dit examen uiteindelijk was gebaseerd. Ik zou dat graag alsnog weten, zodat ik deze kennis kan gebruiken om mijn leerlingen in de toekomst beter voor te bereiden.

De N-term wordt bepaald nadat het eindexamen is gemaakt. Tenzij, het eindexamen in het tweede tijdvak wordt gemaakt. De N-term voor het tweede tijdvak wordt bekend gemaakt tegelijkertijd met die van het eerste tijdvak. In dit geval was de N-term voor het eerste tijdvak 0,7 en was de, nu wel vooraf bepaalde, N-terrm voor het tweede tijdvak op 0,6 gesteld.

De herkansingen werden gemaakt en ik heb ze dezelfde dag nagekeken, omdat zij de volgende dag moesten worden opgestuurd naar de tweede corrector. De tweede corrector heeft ze nagekeken en we hebben contact gehad over het volgens het antwoordmodel toekennen van punten aan de gegeven antwoorden. We verschilden van mening maar kwamen er uit.

De toets van het tweede tijdvak vond ik wat moeilijker. De N-term bleek ook te zijn aangepast. Naar 0,7.

Mijn leerling haalde een voldoende en is geslaagd.

Geslaagd Muuk_geslaagd

Een van mijn twee andere leerlingen scoorde ook hoger en behaalde het gestelde doel.

Twee mensen die ik ken hebben een fikse hoeveelheid tijd besteed aan het laten zien dat zij, naast het in bezit van de vereiste hoeveelheid kennis en vaardigheden, ook in staat zijn om de toets goed te maken. De derde is dit niet gelukt.

Het is mij onbekend hoeveel mensen in de  directe omgeving van mijn leerlingen zich zorgen hebben gemaakt over de uitkomsten en zich tijd. De ouders ongetwijfeld, de rest van de familie, de vrienden.

Ik heb de ondersteuning aan mijn leerling gedaan tussen alle andere standaard werkzaamheden door. Deze bestonden uit het maken van toetsen, het surveilleren tijdens de toetsweek, gesprekken met leerlingen over hun profielwerkstuk, gesprekken met mentor leerlingen over hun keuzes.

Ik klaag niet over het feit dat ik hieraan tijd heb besteed, ik deed het met liefde en ben blij met het resultaat.

Maar het had niet gehoeven.

Ik ben niet blij met hoe het is verlopen dit jaar. Ik kon niet genieten van de diploma uitreiking en had veel moeite dit te verbergen voor de leerlingen. Ik hoop dat dit gelukt is. Speciaal voor die ene leerling. Die speciale leerling.

Het had echt niet gehoeven.

geslaagd-2

 

 

 


Eindexamen, houden aan het foute antwoordmodel.

juni 9, 2014

Eindexamen_focusEr wordt net voor en tijdens de eindexamens veel gesproken, getweet, geblogd, in de krant geschreven over de kwaliteit van de examens. Daarna valt het in het algemeen stil. Tot het volgende jaar.

Bij het nakijken van het eindexamen is een tweede corrector betrokken. Dan krijg je een gemiddelde en dat is altijd beter. Of, dat denkt men toch om een of andere reden.

Zonder op specifieke voorbeelden in te gaan, want het gaat niet om het vak, het probleem is algemeen, een aantal quotes tijdens de bespreking van het werk van mijn leerlingen.

De eerste vraag:
– “Het klopt ook voor geen meter.”
– “We moeten ons houden aan het antwoordmodel.”
“Bent U het met mij eens dat de vraag algemeen gesteld is en het antwoordmodel van de specifieke inhoud van de inleidende tekst uitgaat en daarmee te beperkend?”
– “Ja. Deze vraag klopt natuurlijk niet. Het is volkomen logisch dat de leerlingen het op deze manier lezen en beantwoorden. Het antwoordmodel is dus fout, maar we moeten ons aan het antwoordmodel houden. Dit heeft de examenbespreking ook zo geformuleerd.”
Dus wat goed is moeten we fout rekenen?
– “We moeten er op vertrouwen dat door de aanpassing van de N-term de in het antwoordmodel gemaakte fouten worden rechtgetrokken.

De tweede vraag:
– “Het is irritant. Het is vreselijk.”
– “We moeten ons houden aan het antwoordmodel.”
“Bent U het met mij eens dat er, gezien de rest van het antwoord en de context, geen enkel ander iets bedoeld kan worden in de formuleringen van de antwoorden van deze leerlingen dan het in het antwoordmodel gevraagde?”
– “Ja. Maar het antwoordmodel eist nu eenmaal dat dit woord specifiek genoemd wordt. Het spijt me.”

Vraag twaalf:
“Denk U dat deze leerling wel begrijpt hoe dit werkt?”
– “Ja, natuurlijk.”
“Dus zonder antwoordmodel zou U dit goed rekenen?”
-“Uh, ja.”

Vraag vierentwintig:
– “Ja, ook hier moeten de leerlingen weer een open deur intrappen. De zoveelste in deze toets.”
“Zonder de open deur te benoemen geven zij in het wel gegeven antwoord toch aan dat zij er door zijn gegaan en dat zij daarmee beseffen dat deze er is?”
– “Dat ben ik met U eens. Het antwoordmodel vraagt hier iets dat de vraag zelf niet direct doet. Maar, nogmaals, hoe vervelend ook. We moeten ons toch houden aan het antwoordmodel.”
– “We moeten er op vertrouwen dat door de aanpassingen achteraf de leerlingen hierdoor niet benadeeld worden.

En zo gingen we een paar uur door……. vraag voor vraag…….. leerling voor leerling…… antwoord voor antwoord

Er vindt altijd een correctie plaats achteraf bij eindexamens. Maar het is, bij mijn weten, nergens in te zien waarop deze correcties specifiek zijn gebaseerd en hoe zij leiden tot de aanpassing van de N-factor. We kunnen er dus ook niet van leren. Aan het eind van een examenjaar oefenen veel docenten examens door het maken van oude examens. Het zou fijn zijn als dit ook zou kunnen, niet alleen aan de hand van de originele antwoorden, maar ook aan de hand van de reden dat hier soms later van is afgeweken. Dan kunnen leerlingen leren waar zij fouten maken in details of formuleringen. Van toetsen kun je leren. Van eindexamens zou dit ook moeten kunnen. Zodat discussies niet blijven eindigen met het dodelijke antwoord: “omdat iets of iemand vindt dat het zo moet”.

Mijn tweede corrector was een hele aardige man. Een wat oudere man. Bedachtzaam en ruim de tijd nemend. Maar geen ruimte gevend. Hij durfde niet. Want het moet zoals het moet. Maar hij had duidelijk moeite met zijn rol. Pas toen alles besproken was stelde hij een aantal vragen en gaf hij een toelichting.

- “Ik hoop niet dat U het vervelend vond dat ik bij een aantal leerlingen minder punten hebt gegeven dan U.”

- “Ik vind dit soort gesprekken altijd zo vervelend.”

En ik dacht. Ja, dat zeg je nu. Maar je houdt het in stand. Al jaren, door er aan mee te doen. Door er niets tegen te doen.

En ik dus ook.

fokke-sukke-leren

 


Even eenvoudig een twitter storm veroorzaken. Of niet.

juni 9, 2014

Little Pork Chop 2014-06-09_1013

Vanmorgen kwam ik in mijn krant, of op twitter zoals anderen dat zeggen, een serie tweets tegen van @PeterMcAllister. Het ging over een manier om een tweetstorm te maken, ofwel een aantal tweets achter elkaar over hetzelfde onderwerp. Dit wordt nu gemakkelijker gemaakt door een toepassing met de niet zo toepasselijke naam Little Pork Chop. Je kunt hier een stukje tekst intypen en zien hoe dit over een aantal tweets verdeeld zal gaan worden. Je kunt zelf ook aangeven of je andere indeling zou willen. Een leuke toevoeging is dat je ook de volgorde van de tweets kunt aanpassen, zodat ze in je tijdlijn van boven naar onder zijn te lezen. Meer informatie met een toelichting door de maker zelf is hier te vinden.

Vanmorgen was ik aan het bedenken of ik vandaag weer eens wat korte informatieve tweets zou versturen via het account dat ik vrijwel exclusief gebruik voor mijn leerlingen. Dit omdat er weer toetsen zitten aan te komen de komende weken en deze tweets als trigger kunnen werken voor gerichter en actiever leren. Little Pork Chop lijkt mij een handige toepassing hier.

Zoals moge blijken uit de via Little Pork Chop gemaakte serie tweets van Pierre is hij geen voorstander:

Tweetstorms 2014-06-09_0929

 

Pierre heeft er ook er ook een blogpost over geschreven: Tweetstorms (in een glas water?)

Ik zie wel mogelijkheden. Voor specifieke gevallen. Voor het bereiken van hen die wel twitter gebruiken maar geen blogs lezen. Voor wie het kort moet. Om te voorkomen dat een reactie door zijn beperktheid verkeerd wordt geïnterpreteerd, leidend tot een discussie die vaak eindigt met dat men het toch eens is. Voor uitwisselingen waarvoor je misschien een blog liever niet inzet. Voor het onderwijs dus bijvoorbeeld.

Ik zie dus wel mogelijkheden. Mits met mate gebruikt. :)

 


Mobieltjes moeten mogen!

mei 9, 2014

dmeu_sr0121_1_std.lang.allLeerlingen nemen vrijwillig iets mee naar de klas, waarmee ze kunnen leren. Het staat niet op de boekenlijst of de lijst van “verplicht-elke-dag-bij-je-te-hebben” items. En toch, ze vergeten het nooit! Hun mobieltje. Hun manier om te communiceren.

Prachtig toch!

Technologie in het onderwijs is onontkoombaar. Het is  de taak van de docent zich te bekwamen in het gebruiken van technologie, niet óm de technologie, maar om het te kunnen inzetten om te communiceren en informeren. Het is de taak van scholen om hiervoor tijd en ruimte beschikbaar te stellen, als een investering, niet als iets “ten koste van”.

Wat is er aan de kant van de docent voor technologische kennis nodig om het gebruik van mobieltjes in zijn klas toe te staan? Geen!

Toestaan van mobieltjes is dus een prima start voor het gebruiken van technologie in de klas.
En er kan zoveel moois met mobieltjes: informatie zoeken, aantekeningen maken, woordjes oefenen, (voor)kennis testen. Direct en snel, daardoor effectief en soms zelfs leuk.

Ik wil graag mijn ervaringen delen aan de hand van een aantal voorbeelden uit de praktijk.

Het gebruik van mobieltjes.
Het gebruik van mobieltjes in mijn lokaal is verboden!
Het gebruik van hele kleine draagbare computertjes in mijn lokaal is wel toegestaan :)
Het lijkt een klein verschil, een woordenspel, maar het is meer.
Die apparaatjes, waar van alles mee kan, mogen gebruikt worden om het leren te bevorderen: informatie zoeken, woordjes oefenen, aantekeningen maken, samenwerken.
Ze mogen niet gebruikt worden om te bellen of te chatten.
Ze mogen wel gebruikt worden om muziek te luisteren, mits vooraf gevraagd.
Voordelen: zaken gaan sneller en directer, daarmee effectiever en daarmee vaak leuker.

Nogmaals. Wat is er aan de kant van de docent voor technologische kennis nodig om het gebruik van mobieltjes in zijn klas toe te staan? Geen.

Wat zijn er voor vaardigheden vereist van de docent om het gebruik van mobieltjes effectief te laten zijn?

  • Vertrouwen in de leerlingen en een goed contact.
  • Een goed doordachte, duidelijk kenbaar gemaakte en consequent uitgevoerde set van regels en afspraken. Bijvoorbeeld:
    • bij binnenkomst zitten ze in de tas
    • bij gebruik liggen ze op tafel
    • bij ongeoorloofd gebruik worden ze ingenomen

Wat is de kern?
Zolang het voor de leerlingen duidelijk is hoe mobieltjes wel en niet gebruikt mogen worden vormen zij een grote toegevoegde waarde binnen de les.

Wat is de praktijk?
De regel op onze school is dat mobieltjes in het lokaal verboden zijn, tenzij de docent het toestaat. Een ingenomen mobieltje kan om 16:30 worden opgehaald  bij de conciërge.
Bij de klassen die ik les geef heeft ongeveer 80% van de leerlingen zijn mobiel altijd bij zich. Van de overige docenten die aan deze klassen lesgeven staat ongeveer 15% het gebruik van mobieltjes toe.
Houden leerlingen zich bij mij altijd aan de regels? Nee. Net als met elke regel/afspraak worden ook deze wel eens overtreden.
Neem ik wel eens mobieltjes in? Ja. Dit is hoofdzakelijk aan het begin van het jaar, als de leerlingen de regels en afspraken nog even aan het ontdekken en aftasten zijn.

Testen (niet toetsen!, hoewel dat ook kan).
Voor zowel docenten als leerlingen is het heel zinvol om te weten hoeveel kennis en begrip er al aanwezig is of hoeveel kennis of begrip er is opgedaan. Om dit snel te testen zijn mobieltjes  werkelijk ideaal. Er zijn verschillende manieren om dit te doen en een van de momenteel veel gebruikte is het platform-onafhankelijke Socrative. Het mobieltje wordt ingezet als stemkastje en een docent hoeft slechts eenmalig een account aan te maken en kan vervolgens vragen stellen aan leerlingen. De vragen kunnen overigens ook via een tablet, laptop of computer worden beantwoord. Er zijn verschillende typen vragen en manieren van aanbieden mogelijk.Socrative question types computer-magnification
Socrative kan op verschillende manieren worden ingezet.
– aan het begin van een les of lessenserie om de aanwezig voorkennis te testen
– aan het eind van een les of lessenserie om te testen hoeveel kennis er is opgedaan
Het grote voordeel van het gebruik van een mobiel als stemkastje is dat er zeer snel een overzicht beschikbaar is, voor zowel leerlingen als docent. De resultaten kunnen zichtbaar gemaakt worden via een scherm en kunnen ook worden opgeslagen voor latere analyse. Er kan direct worden gereageerd op de resultaten van een test aan het begin van de les door de lesstof aan te passen en op problemen in te gaan. Een heel groot voordeel hierbij is dat alle leerlingen worden “gehoord” en niet alleen degene die een vraag stellen of een antwoord geven. Testen van de aanwezig kennis aan het eind van de les geeft kostbare informatie over de effectiviteit van de les en deze kan gebruikt worden om een volgende les mede inhoud te geven. Een voorbeeld hoe ik dit zelf  regelmatig gebruik is hier te vinden.
Socrative biedt ook een optie om leerlingen in groepjes te laten samenwerken en zo van elkaar te laten leren. Bijvoorbeeld door experts  Deze zogenaamde “Space Race” optie is opgezet als een game, waarbij raketjes bewegen als een juist antwoord is gegeven en spreekt zo leerlingen ontzettend aan en werkt hierdoor bijzonder motiverend.Socrative space race 2013-05-25_1012
Het is ook mogelijk om met Socrative een volledige test (of toets) af te nemen die automatisch wordt nagekeken. Herhaaldelijk testen (zonder te toetsen) is een zeer krachtig middel om leren te bevorderen en kan met behulp van technologie op deze manier eenvoudig worden ingezet zonder dat dit de grote hoeveelheid tijd kost die nakijken anders met zich meebrengt.
Om als docent Socrative te kunnen gebruiken is enige technologische kennis vereist. Afhankelijk van de basisvaardigheden met computers en internet van de docent zal een investering van naar schatting 30 minuten tot 2 uur nodig zijn om te leren werken met Socrative.

Samenwerken
Naast de genoemde individuele activiteiten die een leerling met een mobieltje in de klas kan doen, zoals opzoeken en aantekeningen maken, kunnen mobieltjes ook gebruikt worden om samenwerken te bevorderen.
Ik maak veel gebruik van Google Drive documenten om leerlingen, onafhankelijk van tijd en plaats, aan een gezamenlijk document te laten werken. Dit document is in de meeste gevallen ook met mij gedeeld, zodat ik het werk ook van feedback kan voorzien. Feedback is een zeer krachtig middel voor leren en is op deze wijze eenvoudig op elk moment te geven en ontvangen.
Via de Google Drive en Google Documenten apps is het nu ook met mobieltjes mogelijk om deze documenten te bekijken en te bewerken. Dit betekent dat leerlingen tijdens de les ingevingen en aanwijzingen kunnen verwerken en hiervoor geen laptop nodig hebben of naar het computerlokaal moeten. Dit zijn beide opties die in mijn lessen ook zijn toegestaan overigens.
Leerlingen die aantekeningen maken tijdens de lessen gebruiken hiervoor ook regelmatig Google Drive documenten. Op die manier hebben ze automatisch alle aantekeningen bij elkaar.
Om als docent met leerlingen samen te werken via Google Drive is enige technologische kennis vereist. Afhankelijk van de basisvaardigheden met computers en internet van de docent zal een investering van naar schatting 1 tot 3 uur nodig zijn om te leren werken met Google Drive.

Technologie maakt het mogelijk informatie te vinden en te communiceren “over alles met iedereen”. Het doet grenzen vervagen, de muren van de school worden doordringbaaar, afstand speelt nauwelijks nog een rol. Daarom:

Mobieltjes moeten mogen!

Ze zijn er. Het is zonde ze niet te gebruiken.

En dan hoop ik dat met deze post onderstaande percentages een beetje gaan veranderen :)

Blogpost poll.mobieltjes.uitslag.425

Deze post is mede geschreven op verzoek van “Like to share” om in het tweede nummer te verschijnen en een voorbeeld te geven van de impact van technologie op het onderwijs. Ik wil Like to share dan ook bedanken voor het mij uitnodigen en het opnemen van deze post in het magazine.


Accepteer geen ja, maar. Punt!

mei 5, 2014

20060416rond-jamaar-bord1. Eerder heb ik hier geschreven over “Accepteer geen ja, maar. Punt!

2. Vandaag kwam ik op een van de Sociale Media een stoel tegen die je een stroomstoot geeft als je “Ja, maar” zegt. Cool!

De maker daarvan, Daan Rosegaarde, zette ook meteen een punt achter zijn idee :( Hij maakte er maar één…..

3. Vanavond nam ik op Twitter voor de 2e keer deel aan #blogpraat.

En ik gaf aan dat de discussie aldaar, die deze keer ging over het al dan niet plannen van blogposts, mij deed besluiten na afloop deze half klaarliggende post toch te publiceren.

Bij deze dus.

Een klein stukje gekopieerd uit een post over het MT500:

JA-MAAR-STOEL

Innovatie is niet makkelijk, weet Roosegaarde. ‘Er is een soort intrinsieke Nederlandse methode om op nieuwe ideeën te antwoorden met twee woorden: ja maar.’ Hij ontwierp daarvoor zelfs een speciale stoel, de ‘ja-maar-stoel’, die lichte stroomstootjes afgeeft op het moment dat degene die erop zit de twee fameuze woorden achter elkaar uitspreekt. ‘Elke opdrachtgever die bij ons in onze studio komt is er een beetje bang voor’, verklapte hij op het MT500-event. ‘En natuurlijk moet je ook kritisch en analytisch zijn, maar ik zou graag oproepen: durf wat meer, durf te innoveren, anders bljjf je vastzitten in dat oude.’ Vandaar ook dat hij maar één zo’n ‘ja-maar-stoel’ wil en het ding niet in productie wil nemen. ‘Dat zou te makkelijk zijn.’

En toch…..

In het onderwijs zouden we heel wat van die JA-MAAR-STOELEN kunnen gebruiken.

Maar ook…..

Is het misschien niet de goede oplossing?

Wat dan wel?

“Veel nee zeggen om een goede ja te krijgen?”

Wat dan wel?

“Mensen opnieuw leren kijken, leren ontdekken?”

Hoe dan?

Misschien toch….. “Accepteer geen ja, maar. Punt!

Met of zonder stoel?

Ik wil die ene wel hebben!

 

 


Lerarenmaatschappen? Een goed idee?

maart 23, 2014

Zaterdag 22 maart heb ik een bijeenkomst bijgewoond op het Vathorst College in Amersfoort waarbij een groep docenten en andere geïnteresseerden zich hebben bezig gehouden met de vraag of er een plaats is in het Nederlandse onderwijs voor een lerarenmaatschap.

Het initiatief tot de bijeenkomst was genomen door Frank Weijers, Dick van der Wateren en Renske Valk, naar aanleiding van een publicatie van Frank hierover in september 2013: “Echte ondernemersleraren worden geen ondernemerleraar“.

maatschappp

Deze publicatie heeft tot de nodige reacties geleid en op verschillende plaatsen is er aandacht aan besteed aan het idee, o.a. bij stichting beroepseer en bij hetkind, en in de februari editie van Van12Tot18 is een interview verschenen met Frank en Dick. Er is ook een LinkedIn groep aangemaakt en een website voor de deelnemers.

Deze eerste bijeenkomst was in de eerste plaats verkennend. Wie, wat, hoe verder?

Is een lerarenmaatschap een goede vorm om leraren meer zeggenschap te geven over niet alleen de inhoud maar ook de organisatie van onderwijs om zo de kwaliteit te verhogen?

Via een kennismakingsronde en een aantal vragen ontstond langzamerhand een beeld van de aanwezigen en hun ideeën. Dit beeld is deels vastgelegd in de vorm van tekst op een aantal whiteboards en dit zal worden verwerkt en gedeeld door Iris Franck, docent geschiedenis op het College Sint Paul in Den Haag.

De vragen die zijn langsgekomen tijdens de wisselende discussies en vragenrondes en die beantwoord dienen te worden als een van de volgende stappen zijn verzameld door Daniel Dessaur, docent geschiedenis op het Essener, RSG NO Veluwe. Hij zal ze organiseren, aanvullen met zijn eigen vragen en oproepen tot additionele vragen en antwoorden.

Wat mij het meeste is bijgebleven is de grote mate van betrokkenheid die door alle aanwezigen ten toon werd gespreid. Een gedeelde wens was duidelijk de kwaliteit van de docent meer te kunnen inzetten, waarbij de vorm in essentie secundair is. Zo werd een mooie invulling van een lerarenmaatschap geponeerd door Laurent Chambon, docent Frans op het Hyperion College in Amsterdam, een meester-gezel systeem in een verder platte organisatie.

Om het delen van al het verzamelde en een goede voortgang mogelijk te maken is door Dick van der Wateren inmiddels de blog Lerarenmaatschap opgezet en iedereen met interesse in dit onderwerp is van harte uitgenodigd om daar te reageren. Alle suggesties, vragen en antwoorden zijn welkom!

Een van de zaken die aan de orde kwam of een lerarenmaatschap sectiebreed of schoolbreed ingezet zou kunnen of moeten gaan worden Hoe groot of klein zij zou moeten beginnen met betrekking tot het aantal leerjaren? Zou zij binnen een bestaande school, of een bestaand schoolgebouw, moeten starten? Waaruit zou zij bestaan?

Ik heb daarom even een korte lijst van de aanwezige docenten gemaakt en hun bevoegdheden gemaakt en kom dan tot de volgende “lerarenmaatschap”.

Elly Loman Aardrijkskunde
Dick van der Wateren Aardrijkskunde
Jeroen Steenman Bewegingsonderwijs
Frans Droog Biologie
Elly Loman Biologie
Riks Ytsma Communicatie
Frank Weijers Economie
Liesbeth Breek Frans
Laurent Chambon Frans
Daniel Dessaur Geschiedenis
Iris Franck Geschiedenis
Daniel Dessaur Maatschappijwetenschappen
Laurent Chambon Maatschappijwetenschappen
Glenn Hille NaSk
Jeroen Clemens Nederlands
Jan Lepeltak Nederlands
Jos Reulen Zorg en Welzijn
Renske Valk

Er is dus nog een beperkt aantal vacatures…. :)


Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 3.438 andere volgers

%d bloggers like this: