Leren, professionaliseren en ruimte

september 7, 2014

vives-logo-2013Leren, professionaliseren en ruimte
Naast les geven is een taak van leerkrachten en docenten ook leren. Professionaliseren.
Traditioneel gebeurt dit door het inhuren van experts tijdens studiedagen en wordt het onderwerp bepaald door de schoolleiding. Deze vorm van scholing sluit echter niet altijd aan bij de wensen van docenten en gaat vaak voorbij aan bestaande verschillen tussen de kennis, ervaring, wensen en behoeften van docenten. Helaas worden met de beste intenties georganiseeerde studiedagen nogal eens ervaren als overbodig, nutteloos, niet passend en dus tijdverspilling. Tegelijkertijd heeft iedere leerkracht en docent de verplichting zichzelf te verbeteren door scholing.

In toenemende mate vindt professionalisering daarom ook plaats door gebruik te maken van de kennis, kunde en ervaring die al bestaat binnen de beroepsgroep zelf. Er zijn scholen en besturen die dit intern vorm geven, bijvoorbeeld in de vorm van een academie.
Een andere stap in deze ontwikkeling is de docent die zelf bepaalt wat hij wil leren en van wie hij dit wil leren. Er is recent veel aandacht voor de professionele ruimte die er is en de minister en staatsecretaris van onderwijs laten niet na op te roepen deze ook te gebruiken. In de nieuwe CAO voor het VO wordt dit ook concreet vorm gegeven: iedere docent heeft het recht € 600 en 83 uur zelf te besteden aan de scholing die hij wil ontvangen.

De toegevoegde waarde die wordt geleverd door leerkrachten en docenten die scholing en professionalisering verzorgen zijn hun ‘voeten in de klei’. Zij gebruiken dat waarover zij vertellen in hun dagelijkse praktijk en zijn hierdoor in staat vragen te beantwoorden vanuit hun eigen, directe ervaring. Leerkrachten en docenten weten hoe ‘het’ werkt en hoe ‘het’ niet werkt. Zij weten wat je wel moet doen en niet moet doen om te zorgen dat ‘het’ werkt. En zij zeggen het je ook gewoon als ze het niet weten.

The Crowd logoThe Crowd
The Crowd is een vereniging die vorm geeft aan de verdergaande personalisering van professionalisering door een platform te bieden aan iedereen binnen het onderwijs die zelf de regie over zijn eigen professionalisering in handen wil hebben. The Crowd bestaat uit zijn leden die voor elkaar activiteiten organiseren. Dit kan zijn op verzoek of als aanbod en activiteiten kunnen elke denkbare vorm hebben en over elk denkbaar onderwerp gaan.
The Crowd is ook een persoonlijk leernetwerk. De contacten die worden gelegd overstijgen de fysieke bijeenkomsten en gezamenlijk leren vindt op allerlei manieren plaats. Er is sprake van een grote mate van informeel leren door gebruik te maken van de in het netwerk aanwezige expertise. Leren door te weten wie wat weet of dit eenvoudigweg te vragen.
De kernwaarden van The Crowd zijn die waarover Daniël Pink schreef in zijn boek Drive, dat gaat over motivatie en de essenties blootlegt waarom mensen de dingen doen die zij doen: autonomie, meesterschap en zingeving. Wanneer mensen zelf kunnen bepalen wat zij doen en gewaardeerd worden voor de kwaliteiten die zij bezitten ontstaat er een existensieel gevoel dat wat zij doen er toe doet en dit vormt een interne, drijvende kracht.

Hoe The Crowd werkt
De kern van The Crowd wordt gevormd door de activiteiten die deelnemers voor elkaar en met elkaar organiseren. Activiteiten kunnen zowel aanbod- als vraaggestuurd zijn.
Deelnemers kunnen op de website een activiteit aanmelden, waarbij naast het onderwerp de locatie en de tijd worden aangegeven. Voor het organiseren van een activiteit is een checklist voor zaken om rekening mee te houden op de site beschikbaar.
Wanneer een activiteit is aangemeld kunnen deelnemers zich hiervooor inschrijven.
De ervaring leert dat activiteiten over het algemeen aan het eind van de dag worden georganiseerd, om het zo gemakkelijk mogelijk te maken voor leerkrachten en docenten om aanwezig te kunnen zijn. Activiteiten vinden meestal plaats op een school, om de kosten van de organisatie zo laag mogelijk te houden.
Deelnemers kunnen ook, wanneer zij een activiteit willen organiseren en hierbij hulp nodig hebben, een vraag plaatsen op het prikbord. De vraag kan variëren van het peilen naar de interesse voor een bepaald onderwerp, het zoeken naar een geschikte locatie tot het zoeken naar een expert binnen The Crowd om een activiteit te verzorgen. Wanneer er binnen The Crowd geen expert aanwezig is en er behoefte blijkt te zijn aan een activiteit over een specifiek onderwerp kan er altijd een expert van buiten worden aangezocht.
Deelnemers kunnen aan zoveel activiteiten deelnemen als zij willen. Deelname aan The Crowd is onbeperkt leren. Het is als onbeperkt spareribs eten, maar dan beter. Als je vol zit kun je even stoppen om alles te laten bezinken en gewoon later weer terugkomen.

Activiteiten
De kern van The Crowd wordt gevormd door de activiteiten, welke allerlei vormen kunnen hebben. Van traditionele workshops tot co-creatie, van inhoudelijk samenwerken tot uitwisselen van ervaringen, van de nieuwste ICT tools en hun toepassingen tot hoe het is om docent te zijn., van creativiteit in de klas tot het afnemen van digitale toetsen. Van leraar met tools tot leraar met hart en ziel.
Kenmerkend voor alle georganiseerde activiteiten is dat zij zeer positief worden gewaardeerd door de deelnemers en een ervaring geven van motiverende energie en stimulerende saamhorigheid. Autonomie, meesterschap en zingeving blijken meer dan holle frasen en blijken een rijke bron voor samenwerkend leren.

Flipping the Classroom was een van de eerste activiteiten die door The Crowd is verzorgd, is op verzoek van deelnemers inmiddels vier keer uitgevoerd en heeft onder andere geleid tot een website waar informatie over dit concept wordt gedeeld. In deze bijeenkomsten werden zowel de technische als didactisch aspecten besproken. Visual Notes is een voorbeeld van een activiteit waarvoor op verzoek een externe expert , Kim Ravers, is ingehuurd en deze activiteit zal vanwege de grote belangstelling in het komende schooljaar opnieuw op het programma staan. Hoe je met beelden veel meer soms veel eenvoudiger veel meer kunt zeggen dan met woorden. Leraar met hart en ziel was een prachtige inspirerende activiteit waar werd uitgewisseld wat het is om leraar te zijn en waarom voor het leraarschap was gekozen. Verrijkend delen.
Verslagen van alle uitgevoerde activiteiten zijn terug te vinden op de site.

faqVaak gestelde vragen

Wie is The Crowd?
The Crowd is zijn deelnemers. The Crowd is een vereniging met een bestuur dat momenteel bestaat uit: Michel van Ast, Karel Hermans, Rhea Flohr, Ella Kwakkenstein en Frans Droog.

Voor wie is The Crowd?
Voor iedereen die actief is in het onderwijs en zelf de regie over zijn eigen professionalisering wil hebben en durft te nemen om zo zichzelf en zijn of het onderwijs te verbeteren.

Hoeveel kost The Crowd?
Lidmaatschap van The Crowd kost € 250 per jaar en geeft recht tot toegang bij alle activiteiten die worden georganiseerd. Deelname kan eenvoudig worden gefinancieerd uit het scholingsbudget dat voor iedere leerkracht of docent beschikbaar is.

Denk jij dat The Crowd bij jou past en een manier is om te voorzien in jouw behoefte aan professionalisering? Wil jij dit schooljaar zelf bepalen hoe en wat je leert? Meld je dan aan via de site. The Crowd heeft je er graag bij!

Meer informatie
leraar24De website: http://www.thecrowd.nl
Een goed beeld van The Crowd is te krijgen via een video van Leraar24 die de eventdag op 1 februari 2014 registreerde: http://www.leraar24.nl/video/5585/the-crowd
Vragen? Stuur een mail naar info@thecrowd.nl of frans@thecrowd.nl

Agenda

  • Creativiteit in je klas, 11 september, Utrecht
  • Leermateriaal ontwerpen met iBooks Author, 17 september, Amersfoort
  • Eventdag ‘Sauerkraut’: creativeren & differentieren, 4 oktober, Helmond
  • Visual Notes, 1 november, Bilthoven
  • Van het prikbord:
    – Van werkdruk naar werkplezier
    – RTTI toetsen
    – Eduscrum

Waarom lid worden?

Deelnemers aan The Crowd wordt gevraagd om aan te geven waarom zij hiertoe hebben besloten. Een aantal van deze uitspraken is hieronder verzameld en vormt zo een mooi beeld van de deelnemers.

“Kernwoorden van The Crowd zijn voor mij: inspiratie, verbinding, energie en enthousiasme.” Michel van Ast

“Passie voor leren. Iedereen wil leren op eigen niveau en eigen manier. Dat is The Crowd, dat ben ik.” Wim Bos

“Om de energie en motivatie die ontstaan wanneer je besluit verder te leren met en van elkaar.” Marieke Simonis

 “Gewoon zonder veel gedoe samen leren en passie voor onderwijs delen…” Sharone Bakker

“Omdat leren van een collega het meeste oplevert: inhoud, diepgang, lol.” Paul Ket

“Geweldige collega’s en een geweldige databank aan kennis en ….enthousiasme.” Jacques Verschuren

“Ontmoeting, inspiratie, vakmanschap, leren van en met elkaar: dat is de Crowd voor mij!” Liesbeth Breek

“Groeien in je vak is iets anders dan diploma’s verzamelen. Ik wil van anderen leren en beter worden.” Bob Munniksma

 “Goed doceren door zelf te blijven leren”. Iljan Joosten

“Ik geloof in eigen regie over professionalisering, bundeling van krachten en boundary crossing.” Hanna de Koning

“Ik wil zelf keuzes maken in wat ik wil leren. Dit concept spreekt me aan!” Carola Lubberding

“De manier van werken interesseert me: van onderop initiatief nemen.” Henk van Doren

 

Deze blogpost is eerder als column verschenen in VIVES, september 2014.

Blogpost Leren, professionaliseren en ruimte 2014-09-07_1232


Hoe je leerlingen beter kunt laten luisteren

augustus 31, 2014

Bezig met het begin van het nieuwe schooljaar wordt mijn aandacht nog meer dan gemiddeld getrokken door berichtjes die ik tegenkom op verschillende sociale media over het begin van het nieuwe schooljaar. Zeker ook als zij gaan over algemene problemen. En zeker als zij kort en bondig goed geformuleerde praktische tips bevatten die ook nog eens aansluiten bij mijn visie. Hieronder mijn vertaling en interpretatie van een bericht dat mijn aandacht trok.

Het gaat over: luisteren.
Luisterend hondje

Luisteren is vrijwel altijd een probleem met een nieuwe groep leerlingen. Daar kun je bijna op rekenen.

Er veel over peinzen of klagen – zoals leraren nog wel eens geneigd zijn te doen – is een verspilling van tijd en energie.

In het algemeen kan worden gesteld dat een effectieve leraar zich alleen bezig houdt met dat wat hij zelf kan controleren en welke acties hij zelf kan ondernemen om het probleem op te lossen.
Zij ontmoeten hun leerlingen en zien waar zij zijn en laten dan zien hoe zij verder kunnen komen.

Wanneer het om luisteren gaat is de sleutel tot succes het spreken. Spreken op een manier die het voor de leerlingen natuurlijk maakt om te luisteren. Zo spreken dat luisteren voor leerlingen een gewoonte wordt.

Hieronder een vijftal suggesties hoe je die gewoonte aan het begin van het jaar kunt aanleren.

Blijf op één plek staan.
Op één plek blijven staan stimuleert leerlingen zich op je te richten. Het zorgt voor rust. Het verwijdert afleidingen die luisteren belemmeren en zorgt zo dat jouw stem de belangrijkste stimulus in de klas wordt.

Spreek zachter.
Veel leraren praten te hard, in de veronderstelling dat dit leerlingen helpt op te letten. Het omgekeerde is echter de waarheid. Hard praten maak leerlingen passief en ongeïnteresseerd. Het weerhoudt leerlingen ervan om in jouw richting te kijken en jou als bron te gebruiken.
Goed luisteren is een activiteit. Het vereist van leerlingen dat ze naar voren leunen en jouw lichaamstaal observeren. Het vereist van leerlingen dat zij op zoek gaan naar betekenis en begrip in wat jij zegt. Als je zachter gaat praten gebeurt dit als vanzelf.

herhalenHerhaal niet.
Jezelf herhalen is een effectieve manier om ervoor te zorgen dat leerlingen geen reden meer hebben om naar je te luisteren. Het helpt bij het inslijten van een houding van passiviteit en aangeleerde hulpeloosheid. Het verzwakt de kracht van de woorden die je spreekt.
Wanneer je iets maar één keer zegt en ook verwacht dat het begrepen wordt, dan stimuleer je actief luisteren, betrokkenheid en gerichte vragen.

Verwijder al het overbodige.
Hoe minder woorden je gebruikt, hoe beter je leerlingen zullen luisteren. Dit onderschrijft het belang dat je moet hechten aan het gericht vertellen, alleen dat wat je leerlingen nodig hebben om succesvol verder te kunnen.
Hou je gedachten en afdwalingen en vulwoorden voor jezelf. Ze maken de boodschap allen maar zwakker en minder invloedrijk.

stopStop vaak.
Een moment niet spreken geeft je leerlingen een moment de voorafgaande informatie te verwerken. Het maakt jou ook interessanter. Het zorgt ervoor dat er meer diepte, belang, autoriteit van je woorden uitgaat.
Een moment niet spreken geeft ook de mogelijkheid begrip te controleren. Het is verbazingwekkend hoe je door ervaring steeds meer en beter de mate van begrip kunt aflezen aan de gezichten en de houdingen van de leerlingen.

Het gaat over jou! :)

Veel leraren praten (nog) wel eens op beklagenswaardige toon over het slechte luisteren in hun klas, maar zoeken de oplossing voor het probleem vaak niet bij zichzelf. In hun hoofd zijn de leerlingen het probleem.
Dit bemoeilijkt het vinden van een oplossing.
Leraren tonen soms hun frustraties hiermee en ontwikkelen de neiging om het gebrek aan vertrouwen in het vermogen van leerlingen om te luisteren om te zetten in continu lopen door het lokaal, harder praten en hun eigen woorden blijven herhalen.

Maar goed luisteren gaat niet over de leerlingen. Het gaat over de leraar.
Het gaat over het op zo’n manier spreken dat leerlingen versterkt worden in hun natuurlijke vermogen en neiging om te luisteren. Op zo’n manier spreken dat het een leidende weg is waarlangs actief luisteren een hardnekkige gewoonte wordt.

Mogelijk heeft iemand iets aan deze bijdrage, zo aan het begin van het jaar.

Bedankt voor het luisteren

 

Bron: How To Develop Good Listening The First Month Of School


United4Education nodigt je uit

augustus 31, 2014

Uitnodiging 1 oktober

United4education presenteert zich!

En nodigt jou uit om mee te doen!

 

Op 1 oktober presenteren wij ons. Wij zijn United4education, een nieuw collectief dat de krachten verbindt van een brede groep scholen, leraren, docenten, onderzoekers en ouders die hun aanpak radicaal willen veranderen–of daar al mee bezig zijn. In duizend dagen willen wij een stevige basis leggen voor de transitie van het Nederlandse onderwijs. Echte transitie[1] duurt langer dan duizend dagen, maar we willen de beweging, die leidt tot een totale transitie, in die tijd onomkeerbaar in gang zetten. Want wij denken dat leerlingen in Nederland nu niet het onderwijs krijgen dat het beste past bij de huidige maatschappij. Wij weten dat dat wel mogelijk is en willen de spotlights zetten op de radicale initiatieven die we al genomen hebben. We willen de beweging die al bestaat, verbinden en versterken, en daarmee de transitie versnellen. Dat lukt beter wanneer we met veel individuele deelnemers en representanten van veel verschillende deelnemende organisaties zijn. We nodigen iedereen die zich aangesproken voelt door dit initiatief en om daadwerkelijk mee aan te pakken, uit om op 1 oktober aanwezig te zijn bij de presentatie van United4Education in Beeld en Geluid in Hilversum.

 

Het onderwijs moet anders, want de samenleving verandert

Elk kind heeft recht op het beste onderwijs. Ouders moeten voetstoots ervan kunnen uitgaan dat hun kind op een school zit waar het uitstekend wordt voorbereid op een plek in de samenleving. Dit vinden we in Nederland zo vanzelfsprekend dat de vraag of dat ook werkelijk het geval is nauwelijks gesteld wordt. Zoals onze kinderen op dit moment naar school gaan, zo zijn we tenslotte allemaal groot geworden, toch?

Maar gaat het ook écht goed? Worden onze kinderen wel uitstekend voorbereid op hun plek in de samenleving van de toekomst? In vergelijking met andere landen doet Nederland het niet slecht. En toch beginnen steeds meer leerlingen, ouders, scholen en wetenschappelijke instituten zich zorgen te maken en de roep om verandering van het onderwijs klinkt steeds luider. Er is teveel aandacht voor het systeem en te weinig voor de mens: de leerling, de leraar, de ouder. De mens moet weer centraal komen staan, in plaats van het systeem. Het onderwijs 3.0 moet mensgericht, motiverend en stimulerend zijn, met zo weinig mogelijk bureaucratie. De samenleving verandert in rap tempo. Het gesprek over wat kinderen nodig hebben om deel te nemen aan de rap veranderende samenleving moet breed en op goede gronden worden gevoerd.

Dat vinden WRR, OECD en de Onderwijsraad ook

Scholen die wel de noodzakelijke vernieuwing bij de kop pakken krijgen nauwelijks serieuze aandacht en, erger, lopen het risico op verdachtmakingen en negatieve publiciteit. En dat terwijl die scholen zich gesteund weten door onder andere de WRR[2], de OECD[3] en de Onderwijsraad[4], die oproepen om het onderwijs te vernieuwen. Het onderwijs heeft volgens de WRR te weinig aandacht voor individuele behoeften en mogelijkheden van leerlingen. En volgens de OECD is er te weinig visie op wat we in Nederland met het onderwijs willen bereiken. De Onderwijsraad waarschuwt dat onderwijskwaliteit te smal wordt gedefinieerd, in alleen de resultaten op enkele kernvakken.

United4education verbindt en versterkt verschillende initiatieven

United4education wil een stevige basis leggen voor een noodzakelijke transitie in het onderwijs. United4education doet dit niet op basis van een heilig geloof of dogma, maar op basis van wetenschappelijke inzichten en bewezen praktijken, en benut daarbij de transitiewetenschap als leidraad. United4education maakt zichtbaar wat er allemaal gebeurt en brengt zo een beweging op gang in de richting van ‘wat is goed onderwijs in een sterk veranderende samenleving?’ wetende dat voor een werkelijke transitie tijd en blijvende inzet nodig is.

United4education is een samenwerking van verschillende organisaties en personen, die ieder op hun eigen manier de verandering in het onderwijs vormgeven. Die verschillen zijn onze kracht, omdat het duidelijk maakt op welke manieren er aan beter onderwijs gewerkt kan worden.

Het doel van United4education is om een onomkeerbare beweging naar een echte transitie in het onderwijs te realiseren in duizend dagen te bereiken. Ieder jaar op 1 oktober laten we zien hoe ver we zijn. Als de transitie onomkeerbaar zal zijn ingezet, heffen we onszelf op.

Wie nodigen we uit voor de bijeenkomst op 1 oktober?

Wij zijn op zoek naar scholen, organisaties, en personen in het onderwijs die concreet werken aan een wezenlijke vernieuwing van het onderwijs voor alle kinderen, dat voorbereidt op de huidige samenleving, veelal net buiten het zicht van anderen. Wij nodigen hen uit in gesprek gaan om deze initiatieven te versterken.

We vragen daarbij van je, dat je bereid bent verder te kijken dan alleen je eigen thema of project. Een omslag in het denken is immers nodig. Door de initiatieven en experimenten met elkaar te verbinden ontstaan transitiepaden, die elk een ander aspect van de transitie tot doel hebben, terwijl we diverse uitkomsten open houden. Tijdens de bijeenkomst gaan deelnemers binnen hun transitiepad[5] met elkaar aan de slag. Denk daarbij bijvoorbeeld aan:

  • Moet het eindexamen blijven bestaan of moeten we kiezen voor een hele andere aanpak?
  • Leeromgevingen
  • De rol van ouders
  • Media
  • Ontwikkeling van leraren en leerlingen

En allerlei andere thema’s die uit de deelnemers zelf naar voren komen.

En we vragen van je om daadwerkelijk in actie te komen, om te komen tot een verandering van het hele systeem. Na 1 oktober volgen dan ook nog drie bijeenkomsten waar de stand van zaken van de transitiepaden met elkaar besproken wordt. Daarna wordt opnieuw een plan gemaakt voor het vervolg. Inzet is dus een groot palet aan deelnemers die zich concreet willen inzetten voor een fundamentele transitie. Iedereen blijft zijn eigen ding doen, maar we gaan meer verbinding maken en krachten bundelen.

Je kunt je opgeven op aanmeldingen@united4education.org. Deelname is kosteloos. Als je iets wilt eten, geef dat dan vooraf op, dan kun je voor weinig geld een daghap eten, vanaf 17.00 uur. De bijeenkomst begint om 18.00 uur en duurt tot uiterlijk 21.00 uur. Locatie: Beeld en Geluid in Hilversum. Als je je opgeeft voor de bijeenkomst betekent dat, dat je je committeert aan een vervolg.

Het precieze programma ontvang je binnen enkele weken. Er worden, kort, voorbeelden gegeven van geslaagde experimenten en ontwikkelingen en er is veel gelegenheid deel te nemen aan concrete transitiepaden.

Wel belangstelling, geen concrete plannen?

We houden je graag op de hoogte! Geef je e-mailadres door, en volg ons Twitter-account (@united4ed) voor het laatste nieuws. Voor de bijeenkomsten willen we ons nu vooral richten op mensen die een concreet initiatief hebben, dat we aan kunnen laten sluiten bij een van de transitiepaden.

Deelnemers aan United4Education zijn mensen van:

  • Nivoz/ Het Kind: Hartger Wassink
  • Operation Education: Claire Boonstra en Simone Haenen
  • Het Nieuwe Organiseren: Lenette Schuijt
  • The Crowd: Frans Droog
  • Mundium college: Jan Fasen
  • Agora: Sjef Drummen
  • De Balie: Rik Seveke
  • Universiteit Twente/ OU: Joseph Kessels
  • Beeld en Geluid: John Leek
  • Stad en Esch: Mark de Ruijter -Groenewold
  • ICT&E: Bob Hofman
  • The Learning Lab: Thieu Besselink
  • Hogeschool Arnhem Nijmegen: Esther van Popta en Guido Crolla
  • Knowmads: Guido Crolla
  • HAS Hogeschool: Evert Jan Ulrich
  • UniC Utrecht/ De Nederlandse School: Jelmer Evers
  • Liemers College: Harald Wiggers
  • Drift en Universiteit Rotterdam: Jan Rotmans (oprichter van deze groep)
  • Verbruggen Onderwijs Consultancy: Sandra Verbruggen (oprichter van deze groep)

 


[1] Met transitie bedoelen we: een nieuw gezichtspunt vanuit een nieuwe oriëntatie. Geen blauwdruk

[2] WRR: Naar een lerende economie. Investeren in het verdienvermogen van Nederland. Oktober 2013.

[3] OECD: Educational Evaluation and Assessment in the Netherlands. Strengths, Challenges and Policy Pointers. Mei 2014.

[4] Onderwijsraad: Een smalle kijk op onderwijskwaliteit. November 2013.

[5] Een transitiepad is een zoektocht, waarbij men de verschillende experimenten met elkaar verbindt en ook diverse uitkomsten open houdt. De richting waarin men zich beweegt, maar de definitieve uitkomst nog niet.


Luister naar hoe leerlingen luisteren

augustus 28, 2014

Er wordt veel gepraat over onderwijs.
Hoe het was, hoe het is, hoe het zou moeten blijven of worden.

Er wordt iets minder veel gepraat over de leerlingen.
Moet de leerling zich aanpassen aan het onderwijs? Of andersom? Of allebei een beetje?
De leerling van nu? Is die anders dan de leerling van een tijdje geleden?
De leerling van morgen? Is die anders dan de leerling van nu?

Ik weet het niet.

Ik weet het niet.

Ik heb wel ideeën.

Maar die uitleggen is lastig.
Wat niet wil zeggen dat ik het niet ga en blijf proberen.

Zeggen dat iets niet goed is is zinloos, voor ieder ander dan degene die het zegt.

Ik was deze vakantie in Frankrijk op vakantie.
In een huisje zonder WiFi en alleen als de zon en de wolken en de wind goed stonden 3g.
Er was geen TV, wel een radio.
Op die radio hoorde ik een liedje, best wel vaak, dat bij terugkomst in Nederland de nummer één van Frankrijk bleek te zijn. Ik vond het wel een leuk liedje, dus ik zocht het op zodra ik terug was.

Er bleken meerdere versies.
Een origineel en één bewerkt door een dj.

Ik bedacht me tijdens het luisteren dat dit een audiovisuele weergave was van de verschillende talen die leerlingen en docenten soms spreken. We horen elkaar helaas te vaak niet.

En bedenk. Bij het luisteren/bekijken van onderstaande video’s: de tekst /inhoud/content verandert NIET!
De boodschap dus ook niet.

Het origineel:

 

De bewerking:

Wat verandert er wel?

Het aantal keren dat er naar deze muziek is geluisterd!

De eerste versie, het origineel: 140 duizend
De tweede versie, die is bewerkt: 20 miljoen

Luister naar je leerlingen, speel hun muziek, dan luisteren zij naar jou. Omdat jij hen begrijpt, omdat jij hen serieus neemt. En zij jou dus ook.

Als je wilt dat ze luisteren spreek dan hun taal. Eis niet dat zij eerst de jouwe leren. Bewerk je originele versie. Het gaat niet om jouw smaak, het gaat om die van hen.


Leren door te testen, niet afleren door te toetsen

augustus 3, 2014

Start test 2014-08-03_1317

Toetsen staan recent meer dan gemiddeld ter discussie in het onderwijs. Er is een stroming die meer wil toetsen of meer gestandaardiseerd wil toetsen. Er is een stroming die minder wil toetsen of in ieder geval minder gestandaardiseerd. Er is een stroming die zich niet laat horen en het ofwel goed vindt zoals het is ofwel er zich niet druk over maakt.

Ik zou hier graag een onderscheid willen aanbrengen tussen testen en toetsen.

En dan pleit ik voor vaker testen en minder vaak toetsen.

Bezwaren die worden gemaakt tegen het afnemen van toetsen zijn dat zij tijd kosten, dat zij leerlingen onder druk zetten, dat zij iets meten zonder dat precies wordt geweten wat, dat zij cijfers genereren die een (absolute) waarde suggereren die er niet is of kan zijn, dat zij veel zaken die belangrijk zijn bij leren niet of nauwelijks (kunnen) bevragen. Toetsen worden ervaren als instrumenten om af te rekenen. Van het toetsen zelf wordt meestal niets geleerd. Toetsen, vooral gestandaardiseerd toetsen, leidt tot leren voor de toets.

Op zijn best worden toetsen gebruikt om leren te meten.

Dat zou veel meer kunnen zijn. Als er anders mee zou worden omgegaan. Als toetsen testen zouden worden.

Testen kunnen ook leiden tot leren.

Veel onderzoek laat zien dat veel van wat geleerd is snel weer wordt vergeten. Testen kunnen er voor zorgen dat dit minder het geval is en dat de retentie van kennis en informatie wordt verhoogd.

In een studie werd leerlingen een stuk  tekst aangeboden om te lezen. Vervolgens werd over een aantal passages uit de tekst een test afgenomen. De leerlingen werd gevraagd op te schrijven wat zij nog wisten van deze passages, dit bleek ongeveer 70%. De andere passages werden niet getest maar deze werden wel herlezen. Op deze manier werd de volledige tekst dus twee maal aangeboden. In een vervolgtest, 2 dagen of een week later, bleek dat de passages die waren getest veel beter waren onthouden dan de passages die waren herlezen.

De verklaring voor de resultaten is dat leerlingen die getest worden worden gedwongen informatie uit het geheugen op te halen en te gebruiken. Verschillende manieren van testen, indien correct uitgevoerd, zetten leerlingen aan om deze vaardigheid  te oefenen. Dit wijkt af van veel activiteiten die leerlingen in de klas moeten uitvoeren, luisteren, lezen, opdrachten maken met het boek erbij, welke vooral gericht zijn op het verkrijgen en opslaan van informatie. De toegenomen retentie na het afnemen van een test, het zogenaamde ‘testing effect’ of ‘retrieval practice effect’, versterkt het leren in de klas en zorgt voor een beter vastleggen in het geheugen.

Dit klinkt nogal vanzelfsprekend en dat is het tot op zekere hoogte ook. Toch wordt deze techniek nog weinig toegepast. Een uitdaging hierbij wordt gevormd door de vraag hoe dit soort testen structureel en effectief kunnen worden ingebouwd in een lesprogramma.

Onderzoek laat zien dat het belangrijk is dat de testen een vast onderdeel gaan vormen van de lessen en de manier waarop er wordt geleerd. De inzet hoeft niet altijd hoog moet zijn. Het hoeft niet onvoldoende/voldoende te zijn of zelfs voorzien te worden van een cijfer. Leerlingen in klassen die deze techniek gebruiken raken er aan gewend en maken het, zelfs na aanvankelijk sceptisch te zijn geweest, tot een onderdeel van hun routine. Zij leren steeds een beetje meer gedurende het jaar of het semester, een beetje zoals samengestelde rente, en aan het eind is een beetje studeren voldoende en er is niet langer een noodzaak tot blokken voor de toets.

Het systeem van het op deze manier leren door informatie uit het geheugen op te halen blijkt positief beïnvloed door een juiste spreiding van de testen, zodat een klein beetje vergeten kan optreden. De toegenomen inspanning nodig om de informatie terug te halen maakt het leren nog sterker. Ditzelfde geldt voor het variëren van de manieren waarop testen worden afgenomen.

Bij het toepassen van het onderzoek in de praktijk, op een middelbare school in Columbia, Illinois, bleek dat het leerlingen een gemiddelde van A- haalden voor stof die in de klas behandeld was en waar vervolgens drie keer een test over was afgenomen, vergeleken met een C+ voor stof die op dezelfde manier was behandeld en daarna drie keer opnieuw bekeken zonder te testen. Het voordeel van het afnemen van de testen was acht maanden later nog steeds aanwezig.

Onderzoek toont de waarde van minder toetsen en meer testen. Testen als een vast onderdeel van het leren. Meer, en meer gestandaardiseerd, toetsen leidt tot meer leren voor de toets. Meer en gevarieerd testen leidt tot meer leren en langer onthouden. Testen kunnen voor leerlingen een leidraad vormen om een heel jaar lang te leren en te leren leren, te ontdekken waar kennis en vaardigheden ontbreken en hier op bij te sturen. Het is waardevol voor docenten om leerlingen de voordelen van testen te laten ervaren, zodat zij de hiermee gewoontes kunnen ontwikkelen die tot succesvol leren leiden, een leven lang.

 

Eindtoets kleur 2014-08-03_1311

Bronnen:
How Tests Make Us Smarter, NY Times, Sunday Review, 18 July 2014, Henry L. Roedinger III


Ze zijn moe, en kunnen wel rekenen!

juli 1, 2014

De afgelopen twee weken zijn er bij ons op school, net als op vele andere, toetsweken geweest.

  • Docenten maken toetsen.
  • Leerlingen leren voor toetsen.
  • Leerlingen maken toetsen.
  • Docenten kijken na.
  • Docenten voeren cijfers in.
  • Er zijn mensen blij.

Gewoon, onderwijs dus. Zou je zeggen.

Voor de laatste toetsweek zijn er ook de laatste lessen. Dan kan al op woensdag het geval zijn, of zelfs op dinsdag.

‘Meneer, dit is de laatste les. Gaan we film kijken?’

‘Ziet dit er uit als een bioscoop?’

‘Maar bij de andere drie lessen vandaag mocht het wel.’

‘Dan hadden jullie daar alle stof al af, waarschijnlijk.’

‘Nee hoor, maar de docent zei dat we dat ook wel thuis konden doen.’ (hier ga ik nog eens op terugkomen…, dat vind ik namelijk ook…)

‘Dat zou heel wel kunnen. Maar doordat wij de laatste drie lessen tijd hebben verloren omdat een aantal van jullie de presentaties niet volgens afspraak hadden klaarstaan en we daar veel tijd aan verloren hebben geldt dat voor deze les helaas niet.’

‘Maar wij zijn zo moe!’

‘Dus jullie zijn moe geworden van 3 uur naar films kijken? Dan zullen we dat nu maar niet maar gaan doen.’

Gewoon, onderwijs dus. Zou je zeggen.

‘Nee, wij zijn moe van het hele jaar. De hele dag opletten. En iedere docent die denkt dat hij het belangrijkste vak heeft. En dat wij nog thuis nog wel een uurtje aan zijn vak kunnen besteden omdat hij/zij het zo nodig vindt het hele uur vol te kletsen.’

‘Dat snap ik helemaal! Maar hebben jullie voor mijn vak ooit veel huiswerk moeten maken?’

‘Nee. Maar dat maakt niet uit. Het gaat om het totaal. We zijn gewoon moe.’

‘Dat snap ik. Maar volgende week is de toetsweek en vandaag gaan we nog een aantal lastige zaken langslopen. Dat is namelijk mijn werk. Beslissen wanneer het nodig is en wanneer het kan. Wanneer wat. En nu is het nodig.’

De leerlingen vallen stil.

De les gaat natuurlijk gewoon door.

De leerlingen doen mee. Dat hun opzet is mislukt zijn ze snel vergeten. Op die ene na dan, die demonstratief met het hoofd op de bank blijft liggen. Dat is geen probleem. Die kan het zonder uitleg en extra voorbeelden. Maar de meesten in deze klas niet. Al zouden ze dat nog zo graag willen.

Aan het eind van de les stel ik een niet onbelangrijke vraag, die vaak, om welke reden dan ook, tijd dus meestal, niet gesteld wordt.

‘Wie heeft er van deze les iets geleerd?’

Meer dan de helft steekt hun hand op.

‘Wie denkt dat hij/zij door deze les een hoger cijfer voor de toets gaat halen?’

Meer dan de helft steekt hun hand op.

Leren loslaten tegeltje-kind-leren-fietsen

De toetsweek volgt. Ik moet surveilleren. Ik sta in de gang voor de klas en spreek met leerlingen voor de deur.

‘Ik was echt te moe om nog te leren, meneer. Waarom moeten we nu aan het eind van het jaar voor alle vakken nog een toets gaan maken?’

Een goede vraag en ik val even stil.

‘Het is echt te veel,’ voegt een andere leerling toe.

‘Weet U wel hoe het is om 8 uur lang elke dag naar leraren te moeten opletten en naar leraren te luisteren”, voegt leerling drie toe.

Ik probeer een antwoord te formuleren en het lukt me om de leerlingen te laten luisteren.

‘Ja, dat weet ik.’ En ik ets nogmaals in mijn geheugen dit nooit te vergeten.

‘Gaat de toets moeilijk worden?’. Leerling vier, linksachter stelt een schijnbaar concrete vraag.

‘Nee, niet als je geleerd hebt,’ is mijn standaard antwoord, en dat klopt in mijn geval ook wel.

De eerste leerling die mij aansprak doet een kleine stap naar voren.

‘Nou, ik heb het uitgerekend en voor alle vakken behalve wiskunde heb ik aan een 1,2 genoeg deze toetsweek.’

‘Grappig, dat je wel kunt rekenen maar dan voor wiskunde toch meer dan een 1,2 nodig heb,’ kom ik, toch weer docerend, terug.

‘Ik heb alleen voor Duits een 3,4 nodig, de rest maakt niet uit.’

‘Ik voor geschiedenis, een 4,2. En voor aardrijkskunde een 3,8.’

‘Ik voor Nederlands een 1.8, voor Frans een 4,7 en voor Duits een 5,2. Dus ik heb alleen voor Duits geleerd vandaag.’

Gewoon, onderwijs dus. Zou je kunnen zeggen.

Je zou het ook anders kunnen zeggen.

Niet gewoon. Onderwijs. Dus.

Ho. Ho. Ho.

Dat zou best een goed einde van deze bijdrage zijn geweest.

Hoe liep het nu echt af?

Voor mijn vak en deze klassen?

De leerlingen die ik sprak hadden allemaal een (ruime) voldoende.

Zij hadden echt wel geleerd. Ondanks hun woorden. Ondanks hun vermoeidheid. Zij waren betrokken. En zij gaven een signaal.

Wat zijn mensen toch wonderlijke wezens.

Laten wij zorgen dat zij dit blijven.

Daar is geen rekentoets voor nodig. Als het nodig is kunnen leerlingen prima rekenen.

Kunnen ze ook rekenen op jou?

rekenenen op jouw! animaatjes-rekenen-69059

 


Hoe het afliep

juli 1, 2014

Recent heb ik hier twee bijdragen geplaatst over het eindexamen, en dan vooral het bepalen van de kwaliteit van het geleverde werk middels een cijfer: Eindexamen, houden aan het foute antwoordmodel en N-term terreur.

Ik heb daar de nodige reacties op ontvangen en beloofd in ieder geval op de afloop terug te komen.

Kort wat voorafging:

- Ik had één leerling die het cijfer 5.45 kreeg toebedeeld als combinatiecijfer van schoolexamen en centraal examen. Dit omdat zij één punt te kort kwam op het centraal examen voor een cijfer van 5,50. De tweede corrector vond dat wij ons aan het, ook in zijn ogen, foute antwoordmodel moesten houden, omdat de N-term de onvolkomenheden hierin zou corrigeren. Mijn leerling moest hierdoor in het tweede tijdvak opnieuw examen doen. Zij zou anders niet slagen.

- Ik had overigens ook twee leerlingen die een 6,45, respectievelijk een 7,45 kregen toebedeeld, beide ook omdat zij één punt te kort kwamen op het centraal examen. Beide kozen er ook voor om te herkansen, om zo hun kansen op de gewenste vervolgstudie te vergroten.

Het resultaat:

Met de leerling die moest slagen heb ik drie dagen lang een aantal uur per dag besteed aan het herhalen van de stof en de zaken die deze leerling hierin moeilijk vond. Wij hebben hierbij het door deze leerling gemaakte examen ook nauwkeurig bekeken: wat was er fout en waarom én wat was er fout gerekend en waarom? We hebben heel veel tijd besteed aan het leren geven van het gewenste antwoord. Wij hebben geleerd om de toets goed te maken.

Wat hierbij lastig was dat ik niet wist en niet kon weten en nooit zal weten waarop de toegepaste N-term bij dit examen uiteindelijk was gebaseerd. Ik zou dat graag alsnog weten, zodat ik deze kennis kan gebruiken om mijn leerlingen in de toekomst beter voor te bereiden.

De N-term wordt bepaald nadat het eindexamen is gemaakt. Tenzij, het eindexamen in het tweede tijdvak wordt gemaakt. De N-term voor het tweede tijdvak wordt bekend gemaakt tegelijkertijd met die van het eerste tijdvak. In dit geval was de N-term voor het eerste tijdvak 0,7 en was de, nu wel vooraf bepaalde, N-terrm voor het tweede tijdvak op 0,6 gesteld.

De herkansingen werden gemaakt en ik heb ze dezelfde dag nagekeken, omdat zij de volgende dag moesten worden opgestuurd naar de tweede corrector. De tweede corrector heeft ze nagekeken en we hebben contact gehad over het volgens het antwoordmodel toekennen van punten aan de gegeven antwoorden. We verschilden van mening maar kwamen er uit.

De toets van het tweede tijdvak vond ik wat moeilijker. De N-term bleek ook te zijn aangepast. Naar 0,7.

Mijn leerling haalde een voldoende en is geslaagd.

Geslaagd Muuk_geslaagd

Een van mijn twee andere leerlingen scoorde ook hoger en behaalde het gestelde doel.

Twee mensen die ik ken hebben een fikse hoeveelheid tijd besteed aan het laten zien dat zij, naast het in bezit van de vereiste hoeveelheid kennis en vaardigheden, ook in staat zijn om de toets goed te maken. De derde is dit niet gelukt.

Het is mij onbekend hoeveel mensen in de  directe omgeving van mijn leerlingen zich zorgen hebben gemaakt over de uitkomsten en zich tijd. De ouders ongetwijfeld, de rest van de familie, de vrienden.

Ik heb de ondersteuning aan mijn leerling gedaan tussen alle andere standaard werkzaamheden door. Deze bestonden uit het maken van toetsen, het surveilleren tijdens de toetsweek, gesprekken met leerlingen over hun profielwerkstuk, gesprekken met mentor leerlingen over hun keuzes.

Ik klaag niet over het feit dat ik hieraan tijd heb besteed, ik deed het met liefde en ben blij met het resultaat.

Maar het had niet gehoeven.

Ik ben niet blij met hoe het is verlopen dit jaar. Ik kon niet genieten van de diploma uitreiking en had veel moeite dit te verbergen voor de leerlingen. Ik hoop dat dit gelukt is. Speciaal voor die ene leerling. Die speciale leerling.

Het had echt niet gehoeven.

geslaagd-2

 

 

 


Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 3.467 andere volgers

%d bloggers like this: