Regelmatige lezers van dit blog zullen weten dat ik actief gebruik maak van Flip de Klas / Flipping the Classroom bij mijn lesgeven. Voor een deel van de uitvoering hiervan maak ik gebruik van de iPad app Educreations. Deze app staat het toe om heel eenvoudig tekst te typen of te schrijven en te voorzien van je eigen stem. Ook kunnen er afbeeldingen vanaf je iPad of het internet worden toegevoegd. De app werkt zeer intuitief en maakt starten met Flip de Klas zeer laagdrempelig. De lessen kunnen naar de website van Educreations worden gestuurd en hier kunnen ze eenvoudig worden onderverdeeld naar klas of onderwerp. Via de website kunnen overigens ook presentaties gemaakt worden dus is een iPad niet noodzakelijk. Een uitgebreidere beschrijving is te vinden in de blogpost Flip de klas – eenvoudig beginnen.
In de laatste update van Educreations is er een een gummetje, ofwel eraser tool, toegevoegd en dit maakt het nog gemakkelijker om uitleg of instructies op te nemen. Met de eraser tool kunnen niet alleen foutjes in de tekst of tekeningen achteraf worden aangepast maar ook het geluid kan worden verwijderd en opnieuw worden opgenomen. Twee mooie nieuwe toevoegingen aan een al mooie tool voor Flip de Klas.
Afgelopen nacht om 03:59 kwam er een email bij mij binnen.
Schrik niet! Ik sliep toen nog
Wie gaat er nu tijdens zijn lesvrijeperiode ‘s morgens om vier uur opstaan? Ik niet
De email was om mij eraan te herinneren dat ik mij een tijd geleden een keer had aangemeld voor een website www.eduClipper.net en dat ze blij waren dat ik dat gedaan had. Maar ze wilden me nog meer vertellen, namelijk dat het er nodige gedaan was aan de site en dat het nu, in hun ogen, geworden is tot “de beste plaats op het web om educatieve inhoud te ontdekken, te delen en toe te voegen voor docenten en leerlingen“.
Mijn belangstelling was gewekt!
Ik las door.
En maakte wat tijd vrij om ‘even te kijken’.
Wat is het? EduClipper is een visueel aantrekkelijke website en een tool die door docenten en leerlingen gebruikt kan worden om materialen te verzamelen. Deze materialen kunnen digitale tekst, afbeeldingen, presentaties, video’s of embed codes van andere presentaties of websites zijn. Files kunnen ook uit Google Drive worden toegevoegd. Er zijn aparte accounts voor docenten en voor leerlingen.
Hoe werkt het?
Na het aanmaken van een account kunnen zogenaamde eduClips worden gemaakt en deze kunnen worden geplaatst op één of meer eduClipboards. Een eduClip kan verschillende vormen hebben, van afbeeldingen tot video’s en van url’s tot embed codes. Het toevoegen van een eduClip kan door het gewenste item te selecteren vanaf een computer, het web, of Google Drive. Het is ook mogelijk via ‘Drag and Drop’ van een item een eduClip te maken. Hiernaast is er een handige bookmarking tool, die het mogelijk maakt vanaf een website direct de url, een deel van de tekst of de hele pagina op te nemen in een eduClip.
Video’s worden afgespeeld binnen het eduClipboard.
Een handige toevoeging aan eduClipper is ook het gebruik van EasyBib om direct van elke eduClip een correcte bronnenvermelding te kunnen maken.
Hoe kan je het in de klas gebruiken?
Een docent kan klassen aanmaken en eduClipboards maken om zo materiaal specifiek met een klas of een groep leerlingen delen. De docent kan via een aantal instellingen kiezen wat de mogelijkheden voor gebruik door de leerlingen zijn met betrekking tot delen en commentaar leveren.
Docenten kunnen eduClipboards ook delen met elkaar en zo samenwerken aan een onderwerp en bijvoorbeeld hier een ultieme bronnenbank voor creëren.
Leerlingen kunnen samenwerken bij opdrachten of bij het zoeken van bronnen voor onderzoek.
Oordeel? EduClipper ziet er zeer veelbelovend uit, maar is nog niet perfect. De makers geven ook dat er nog het nodige klaarligt ter verbetering. EduClipper is visueel zeer aantrekkelijk, en lijkt hierin sterk op het zeer populaire Pinterest, maar biedt duidelijk meer mogelijkheden voor het onderwijs. De mogelijkheden tot samenwerken en het gemak waarmee allerlei soorten materiaal kunnen worden samengevoegd tot een overzichtelijk geheel maken het tot een hele mooie tool, die het in zich heeft om heel groot te worden. Sterke punten zijn ook dat citaties eenvoudig kunnen worden toegevoegd en dat je veel informatie over de verzamelde bronnen kunt zien zonder dat het eduClipboard hiervoor verlaten hoeft te worden.
Ik zou zeggen, neem een kijkje en besluit zelf, is EduClipper ”de beste plaats op het web om educatieve inhoud te ontdekken, te delen en toe te voegen voor docenten en leerlingen“? Het zou zo maar eens kunnen.
Wat is het? Numberphileiseen serie video’s over getallen. Maar niet zomaar video’s. De video’s laten op een hele grappige manier en boeiende manier van alles zien over de magie van getallen en het plezier dat je met getallen en wiskunde kunt hebben.
Hoe werkt het?
Alle video’s van Numberphilezijn verzameld op YouTube en de site van Numberphile is een selectie links hier naar toe. Je klikt dus op één van de getallen op de site en de bijbehorende video wordt afgespeeld. Deze bijvoorbeeld:
Hoe kun je het in de klas gebruiken?
De Numberphile video’s zijn zo leuk dat ze iedereen kunnen verleiden iets met getallen te willen doen of er maar over te weten willen kmen. Het zijn prima start video’s voor in een wiskunde of natuurkunde les maar passen ook als afsluiter of introductie van een nieuw onderwerp aan het eind van een les om leerlingen aan het denken te zetten.
Sommige video’s hebben een filosofische inslag en kunnen gebruikt worden om leerlingen aan het denken te zetten, bij welk vak dan ook. Een voorbeeld hiervan is de paradox van Achilles en de schildpad. Er is zelfs een video die direct in de les Engels of Frans gebruikt kan worden en die aantoont hoe een Babylonische spraakverwarring over getallen kan onstaan: soixante dix-neuf.
De video’s kunnen ook prima als startpunt worden gebruikt door leerlingen zelf. Laat leerlingen, of groepjes leerlingen, verschillende video’s bekijken en laat ze vervolgens het vertoonde probleem of concept uitleggen aan de rest van de klas. In een volgende stap zou leerlingen zelfs gevraagd kunnen worden vergelijkbare video’s zelf te maken!
Wat is het? This Link Will Self Destruct is een online dienst waar je een url kunt laten verkorten zodat deze gemakkelijker te onthouden of te kopiëren is. Het bijzondere aan deze dienst is echter dat je de link ook kunt voorzien van een houdbaarheidsdatum! Je kunt er ook nog optioneel een password aan toevoegen.
Hoe werkt het?
Eenvoudig. Je gaat naar de website van This Link Will Self Destruct, vult de gevraagde gegevens in en klikt op ‘create link’.
Je krijgt vervolgens je ‘zichzelf vernietigende link’, even als test hier bijvoorbeeld: https://tlwsd.in/u2egyvfdqhu
Hoe kun je het in de klas gebruiken?
Bij presentaties kan het handig zijn om links die je wilt delen als verkorte url te kunnen delen. Als het gaat om links die je om welke reden dan ook alleen dan of slechts een korte periode wilt beschikbaar stellen is This Link Will Self Destruct een goed alternatief voor andere url-verkorters. Dit kan bijvoorbeeld zijn bij het gedurende een bepaalde periode werken aan een gedeeld prikbord of bij het gebruiken van een backchannel bij een les, een serie activiteiten of een bijeenkomst.
Het is ook gewoon wel leuk natuurlijk om naar zo’n site te gaan en leerlingen op deze wijze een link te geven
Mural.ly gebruikt als slogan ‘Google Docs for visual people’ en die slogan trok niet alleen mijn aandacht, hij blijkt ook heel goed te kloppen. De wijze waarop Mural.ly is opgezet, en dan vooral de wijze waarop informatie is toe te voegen en de wijze waarop hieruit een presentatie is te maken, maakt het tot een zeer interessante prikbord tool en één die de moeite van het bekijken meer dan waard is.
Wat is het?
Mural.ly is een online prikbord, hier een ‘mural’ genoemd, waarop allerlei vormen van inhoud geplaatst kunnen worden. Dit kunnen plaatjes, video’s enzovoorts zijn en deze kunnen vanaf verschillende bronnen worden toegevoegd, bijvoorbeeld een website of een computer. Vanuit een gemaakte mural kunnen vervolgens presentaties worden gecreëerd, waarbij een pad kan worden aangemaakt langs alle of een deel van de inhoud. Een mural kan privé gehouden worden of eenvoudig publiek gedeeld worden om samen te werken of kan privé gezet worden.
Hoe werkt het?
Inhoud kan bij Mural.ly op verschillende manieren worden toegevoegd. Zoals bij andere online prikborden kan dit vanuit het programma zelf door naar de betreffende bron te gaan en via copy/paste het gewenste te selecteren en in te voegen. Er kan ook vanuit het programma direct in Google gezocht worden. Wat Mural.ly echter bijzonder maakt en wat één van de zeer aantrekkelijke kanten van Mural.ly vormt is de wijze waarop de inhoud ook kan worden toegevoegd. Namelijk ontzettend simpel: werkelijk alles kan via ‘Drag and Drop‘ worden gedaan! Dit geldt niet alleen voor plaatjes vanaf de eigen computer maar ook voor plaatjes vanaf een website of zelfs voor links via hun url.
Een andere zeer aantrekkelijke kant van Mural.ly is de eenvoudige wijze waarop de bestaande inhoud van een mural kan worden gebruikt om een presentatie samen te stellen. Door geselecteerde items samen te voegen in een vakje kan er een pad worden aangelegd van vakje naar vakje, waarbij tijdens de presentatie op de vakjes wordt ingezoomd, net zo als dit bij de populaire presentatie tool prezi gebeurd.
De wijze waarop het samenwerken in Mural.ly is georganiseerd is eveneens heel goed doordacht en erg handig. Er is een geschiedenis terug te zien van alle veranderingen en er kunnen eenvoudig berichten verstuurd worden aan iedereen die samenwerkt binnen een mural.
Een voorbeeld mural met de nodige toelichting is hier op de website te vinden.
Hoe kan je het in de klas gebruiken?
Leerlingen kunnen individueel of in een groep informatie verzamelen over een onderwerp. De informatie kan tekst zijn of afbeeldingen of video of andere inhoud. En deze informatie kan bij Mural.lybelachelijk eenvoudig worden toegevoegd door de ‘Drag and Drop‘ mogelijkheid! De mural kan gedeeld worden en na de fase van het verzamelen van informatie kan de informatie visueel worden geordend als een soort mindmap. Dit zal voor veel leerlingen een grote toegevoegde waarde hebben ten opzichte van hoofdzakelijk tekstuele informatie vooral rechtlijnig ordenen.
Een mural kan ook als mindmap worden gestart door bijvoorbeeld een onderwerp centraal te stellen en terwijl hier aan gewerkt wordt alle extra informatie die wordt gevonden of alle gedachten die langskomen op de mural te plaatsen waarbij deze als een soort groeidocument fungeert. Gedachten kunnen elke vorm hebben: een zinnetje of quote die een leerling te binnen schiet, een reclame of YouTube filmpje waar een leerling aan denkt, een stuk muziek, een persoonlijke herinnering, een opkomende vraag. Het centrale onderwerp zou van alles kunnen zijn: een nieuw onderwerp als geluid bij natuurkunde, of het weer bij aardrijkskunde, of een persoon of gebeurtenis bij geschiedenis of een boek dat gelezen moet worden bij Nederlands of een taal. Het kan ook de basis voor het verslag zijn van een onderzoek bij exacte vakken door alle gegevens die tijdens de uitvoering van een experiment worden verzameld, of dit nu bronnen of getallen of foto’s zijn te verzamelen. Het gemak waarmee door leerlingen in een groep aan dezelfde mural kan worden gewerkt vormt een prachtige stimulans tot samenwerken en samen leren.
Wanneer er in de klas een interactief digibord aanwezig is, of zelfs alleen een beamer, kan Mural.lygebruikt worden om met een gehele klas notities te maken, deze te delen en er later in de klas of daarbuiten individueel of in groepjes toevoegingen aan te doen. Een uitgebreidere invulling hiervan zou dan uiteindelijke kunnen leiden door een door de leerlingen zelf gemaakt ‘boek’ met alle relevantie informatie geordend op een door henzelf besloten wijze en op een manier die voor hen werkt.
Er bestaan inmiddels een aantal verschillende online prikborden waar je op verschillende wijzen informatie kan verzamelen en delen met anderen. Zo heb ik hier eerder geschreven over Wallwisher (nu Padlet genoemd), Linoit en Popplet, maar er zijn er nog wel wat meer. Ze zijn vergelijkbaar maar hebben ieder zo hun eigen specifieke mogelijkheden en uiterlijk. Mural.lyis een prachtige nieuwe toevoeging op het online prikbord gebied en op zijn minst een bezoekje aan de website en het bekijken van de ‘Drag and Drop‘ video waard.
Google Drive is een prachtige tool om leerlingen of docenten samen te laten werken aan één document, waarbij alle wijzigingen worden opgeslagen en zijn terug te zien. Samenwerken kan plaats- en tijdafhankelijk plaatsvinden en het document is voor iedereen beschikbaar in zijn meest recente vorm.
Google Drive is ook een prachtige tool om feedback aan leerlingen te geven door de mogelijkheden die aanwezig zijn om te delen en commentaren toevoegen. Op de feedback kan eenvoudig door leerlingen worden gereageerd of zij kan worden verwerkt om het document te verbeteren. De feedback kan zowel door leerlingen als door docenten worden gegeven natuurlijk.
Het zou natuurlijk mooi zijn als je ook gesproken commentaar zou kunnen toevoegen. Dat kan nu dus!
De mogelijkheden van Google Drive zijn uit te breiden door gebruik te maken van verschillende apps die door derde partijen zijn ontwikkeld en die eenvoudig aan Google Drive account zijn toe te voegen. Een recente hiervan is Voice Comments van Learn.ly die het mogelijk maakt om ook via je stem commentaar te geven binnen een document.
Deze toepassing maakt Google Drive zeer geschikt om ook in te zetten voor Flip de Klas (Flipping The Classroom). De docent geeft gesproken commentaar op individueel of groepswerk en dit wordt door de leerlingen voorafgaand aan de les bekeken zodat het in de les besproken kan worden.
Onderstaande video van Jennifer Roberts laat zien hoe Voice Comments werkt.
Ik kreeg het verzoek om het volgende onder de aandacht te brengen.
Van 14 tot 17 mei zal het tweede Nationaal Congres Onderwijs & Sociale Media (NCOSM) worden gehouden in EYE Amsterdam. Het NCOSM is hét toonaangevende onderwijscongres in Nederland op het gebied van sociale media en is uniek omdat het als enige congres in Nederland alle onderwerpen rondom sociale media belicht. Het congres biedt een aansprekend programma met sessies over sociale media en o.a. kansen/gevaren, didactiek, visie, protocollen, privacyvraagstukken, trends en ontwikkelingen, schoolprofilering en impact op lesgeven/leren.
In de organisatie zijn speciale dagen ingericht voor PO, VO-MBO en HO en om het geheel vorm te geven zijn er vier ‘tracks’ waarin de activiteiten zijn onderverdeeld.
- Onderwijspraktijk
- Organisatie & Communicatie
- Jongeren & Mediagebruik
- Professionalisering
De openingspresentatie wordt steeds gevolgd door een serie elevatorpitches over alle sessies die op een dag geboden worden. Dat betekent dat in gecomprimeerde vorm en in sneltreinvaart alle onderwerpen van die dag de revu passeren. Op de site zijn de onderwerpen en de abstracts te vinden. Tijdens het congres kan er, na de elevatorpitches, een keuze gemaakt worden. Er is de mogelijkheid om via Google Hangouts, verzorgd door het Europees Platform van gedachten wisselen met leerkrachten uit heel Europa.
Voor het primair onderwijs is de eigen congresdagwoensdag 15 mei. Er zijn Keynotes van Pedro De Bruyckere en Remco Bron. Speciaal voor bestuurders en schoolleiders is er op de dag vóór het congres (14 mei) een bijzondere preconference. Hiervoor geldt een maximum van 40 deelnemers. Deze dag wordt geleidt door Frans Schouwenburg en Erno Mijland.
Voor het voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs is de eigen congresdagdonderdag 16 mei. Er zijn keynotes van Marcel Wintels en Remco Bron. Speciaal voor managers en directeuren wordt op de dag vóór het congres (15 mei) een bijzondere preconference gehouden. Hiervoor geldt een maximum van 40 deelnemers. Deze dag wordt geleidt door Frans Schouwenburg en Paul Vermeulen.
Voor het hoger onderwijs is de een eigen congresdagvrijdag 17 mei. Er zijn keynotes van Google topman Ian Carrington en Anka Mulder. Op deze dag wordt ook speciaal aandacht besteedt aan marketing & communicatie en impact op onderzoek en wetenschapspopularisatie. Er is in het programma ook voldoende ruimte gecreëerd om te netwerken en in groepjes van gedachten te wisselen. Speciaal voor directeuren en managers wordt op de dag vóór het congres (16 mei) een bijzondere preconference gehouden. Hiervoor geldt een maximum van 40 deelnemers. Deze dag wordt begeleidt door Tracey Playle, Erik Duval en Alf Moens.
Ik heb aan het verzoek voldaan omdat ik denk dat Sociale Media heel belangrijk zijn binnen het onderwijs en omdat ik denk dat hier nog lang het potentiaal dat er in zit wordt uitgehaald. Het NCOSM is een hele mooie gelegenheid voor iedereen die betrokken is bij het onderwijs om kennis op te doen over de mogelijkheden die Sociale Media bieden en in contact te komen met collega’s die op zoek zijn naar hetzelfde.
Als dank voor het voldoen aan het verzoek mag ik zelf voor de helft van de prijs aan het NCOSM meedoen. Als edublogger mag ik bovendien 3 kortingscodes (10%) voor het NCOSM weg geven aan de lezers van Droog’s Leren Delen? Heb je hierin interesse laat het mij dan weten in een reactie hieronder.
Afgelopen dinsdag heb ik samen met twee collega’s van het Wolfert Lyceum, André Hoogmoed en Dico Krommenhoek, een workshop ‘Google voor het onderwijs’ verzorgd namens The Crowd. De twintig deelnemers kwamen van zes verschillende scholen en hen was vooraf, via een Google Formulier, gevraagd naar hun bekendheid met en interesse in de onderdelen Google Mail, Google Agenda, Google Sites, Google Drive en Google Formulieren. Aan de hand van de resultaten hebben we vervolgens de opzet van de workshop licht kunnen aanpassen aan de behoeftes van de deelnemers. Er waren drie introducties van 10 minuten, waarna de deelnemers in drie groepen werden gesplitst om zelf ruim twee uur actief aan de slag te gaan. Tussendoor werd er een broodje gegeten en informeel informatie uitgewisseld.
André liet als eerste de mogelijkheden zien van Google Sites, hoe werkt het en hoe kun je het gebruiken in de klas. Zo toonde hij voorbeelden van een site gemaakt door een leerling om verslag te leggen van haar activiteiten en een site waarop de resultaten en ervaringen van excursie naar Frankrijk met een klas werd vastgelegd.
Vervolgens toonde Dico de mogelijkheden van Google Mail en Google Agenda. Hij liet onder andere zien hoe je mails handig kunt organiseren en hoe je maillijsten kunt aanmaken.
Als derde in de rij heb ik laten zien hoe je eenvoudig via Google Drive kunt samenwerken binnen documenten, spreadsheets of presentaties. Via Google Drive kunnen ook andere files, dus niet van Google, worden uitgewisseld en zelfs hele mappen kunnen worden gedeeld. Ik heb voorbeelden getoond hoe leerlingen hun werk bij mij inleverendoor een document te delen en hoe zij vervolgens feedback ontvangen doordat ik in dat document reacties plaats. Ook heb ik getoond hoe wij als sectie via Google Drive de agenda’s, notulen, en lesmaterialen delen en samen ontwikkelen.
Als laatste heb ik laten zien hoe je een Google Formulier kunt aanmaken om enquêtes of eenvoudige toetsen af te nemen. Als toetje werd Flubaroo opgediend, een script binnen een Google Formulier, waarmee het mogelijk is de toetsen automatisch te laten nakijken en zelfs de resultaten naar de deelnemers te laten mailen.
Er werden tijdens de introducties en tijdens de drie afzonderlijke vervolgsessies veel vragen gesteld en daarbij viel iets op. De ‘beginners’ hadden soms ook vragen waarop de ‘experts’ niet direct het antwoord wisten. Dit had verschillende redenen en dat was erg leuk om te ervaren.
“Kun je ook…?”
De ‘beginners’ kijken met andere ogen omdat zij niet worden gehinderd door de beperkingen die elke tool ook heeft. Zij hebben ook nog niet een eigen gebruik of vast stramien ontwikkeld, wat de ‘expert’ kan verhinderen andere, soms nieuwe, mogelijkheden van een tool te zien.
De ‘beginners’ hebben soms een doel voor ogen dat de ‘expert’ nooit heeft gehad, of inmiddels is vergeten. De ‘experts’ hebben dus nooit op die manier naar een tool gekeken.
De ‘beginners’ zijn soms creatiever dan de ‘experts’. Door verschillende achtergronden en verschillende behoeftes worden er andere zaken verwacht van of gezocht in een tool of worden er andere eisen aan gesteld.
Wat er gebeurde door het bij elkaar zijn van een groep geïnteresseerde gebruikers die kennis deelden en elkaar vragen stelden was dat voor iedereen de kennis toenam. Door te delen kon er geleerd worden. Door iedereen.
De meeste van de ‘onverwachte’ vragen konden ter plaatse worden beantwoord, soms door ‘beginners’ die toch wel flink gevorderd bleken op een ander gebied. Maar soms ook doordat de ‘expert’ op zoek ging naar het antwoord op de vraag en zo iets tegenkwam dat voor hem ook nieuw was! Een enkele keer bleek een gewenste optie niet alleen onbekend maar ook inderdaad gewoon niet aanwezig.
Een paar vragen bleef uiteindelijk nog open die avond en deze zijn inmiddels door de experts opgezocht en alsnog met de deelnemers gedeeld.
Alles bij elkaar was het een zeer plezierige en inspirerende bijeenkomst waar door iedereen iets werd bijgedragen en door iedereen iets werd geleerd. Het was de kracht van The Crowd in optima forma. Een prachtig product was ook de toezegging van een aantal deelnemers om, nu ze het één keer hadden meegemaakt, zelf een activiteit te gaan organiseren namens The Crowd. Iedereen is ergens een ‘beginner’, iedereen is ergens een ‘expert’.
Het gaat soms gewoon vanzelf. Niks meer aan doen dus.
Wat is het? DIY is een fantastische site die een prachtige vorm van leren stimuleert. Het is een combinatie van online en offline activiteiten waarbij creativiteit, technologie en portfolio’s perfect samenwerkend worden ingezet. DIY is een website waar kinderen een portfolio krijgen en een app die zij kunnen gebruiken om foto’s en video’s van hun projecten te uploaden. Bij het aanmelden wordt de kinderen gevraagd om een dier te kiezen en een nickname om zo hun identiteit te beschermen. Er is een een dashboard waar leerkrachten of ouders alle activiteiten kunnen volgen.
Hoe werkt het? DIY is een online club waar kinderen ‘maker’ vaardigheden kunnen verdienen. Het Engelse ‘maker’ vertaalt hier prima naar het Nederlands, kinderen worden echt ‘makers’. De kinderen delen hun creaties en verdienen ‘patches’ voor de vaardigheden die zij leren. Elke vaardigheid bestaat uit een aantal ‘challenges’, welke zo zijn opgezet dat zij spelenderwijs verschillende technieken leren om iets moois te kunnen bouwen. Wanneer een ‘challenge’ is volbracht kan deze in de online portfolio worden geplaatst en worden voorzien van foto’s en video.
Hoe kan je het in de klas gebruiken? DIY is een site die ruimte biedt voor leerlingen om nieuwsgierig te zijn, iets te bouwen en technologie te gebruiken om verder te komen. Het is zeer geschikt om leerlingen te laten ontdekken hoe fantastisch het kan zijn om zelf iets te leren en zelf iets te bouwen. Het heeft de vorm van een klas waar vernieuwen en delen van leren vanzelfsprekend is. DIY kan als ‘extra’ activiteit worden ingezet maar kan ook prima worden gebruikt om leerdoelen op een andere manier te bereiken. Door de verschillende ‘challenges’ te bekijken vanuit dit oogpunt kunnen op een creatieve en innovatie wijze kennis en vaardigheden anders dan de standaard manier worden aangeleerd. Het is een mooie tool om leren door onderzoeken te stimuleren en zou een mooie eerste stap in deze richting kunnen vormen. DIYkan worden ingezet door leerlingen individueel aan de slag te zetten maar ‘makerrs’ kunnen ook in groepjes bijeen worden gezet of zelfs kan er als hele klas worden samengewerkt. DIY‘challenges’ kunnen worden opgegeven als huiswerk, waarbij natuurlijk bij voorkeur de leerling zelf mag kiezen. In de klas kunnen dan de vorderingen en resultaten worden getoond en gedeeld.
VIdeo’s hebben de mogelijkheid informatie gemakkelijk over te brengen en zijn een belangrijke bron geworden voor het onderwijs. Extra informatie aan video’s kunnen toevoegen is al een optie en ontwikkelingen op dit gebied zullen snel gaan. Zo maakt de recente toepassing wireWaxhet mogelijk eenvoudig zelf interactieve video’s te maken.
Wat is het? wireWax is een nieuwe, mooie en veelbelovende toepassing die het mogelijk maakt om interactieve tags te plaatsen op YoutTube video’s. De tags kunnen andere video’s zijn van YouTube of Vimeo, maar ook afbeeldingen van bijvoorbeeld Facebook, Flickr, of Instagram. De tag kan ook een geluidsfragment zijn van Soundcloud of een achtergrond artikel van Qwiki. wireWax werkt alleen voor video’s die openbaar zijn en waarvan embedden is toegestaan.
Hoe werkt het?
Wanneer je op een tag klikt krijg je de informatie die aan deze tag gekoppeld is te zien binnen de video. De tag brengt dit je niet buiten de video, zoals dit wel gebeurt bij het annoteren van van YouTube video’s binnen YouTube zelf. Je kunt dus een afbeelding, een ander stukje geluid of muziek of zelfs een video binnen een video bekijken. Wanneer je klikt op de tag pauzeert de video en krijg je het beeld te zien of het geluid te horen waar je op geklikt hebt.
De video’s kunnen via een url gedeeld worden of via een embed op een website worden geplaatst.
Op de site van wireWax staan vier korte instructievideo’s met duidelijke uitleg hoe je video’s kunt uploaden, hoe je tags kunt toevoegen en hoe je een Pop-up kunt maken. Er is ook een analyse mogelijkheid aanwezig waarin je o.a. kan zien hoe vaak en hoe lang de video bekeken is.
Hoe kan je het in de klas gebruiken? wireWax is een goede tool om additionele informatie toe te voegen aan een bestaande, of een nog te maken, video. Tags zouden geplaatst kunnen worden op plaatsen waar de originele video informatie mist of toegevoegde informatie een concept kan verduidelijken. Dit kan zijn door middel van een stukje tekst, een plaatje, een opgenomen stukje geluid of een extra video. Ook leerlingen kunnen via wireWaxheel eenvoudig extra informatie aan bestaande of door hen zelf gemaakte video”s toevoegen.
Een heel klein voorbeeldje: Ei in een borrelglas (klik in de video op het ‘hoe werkt dit?’ paperclipje)