Eindexamen, houden aan het foute antwoordmodel.

juni 9, 2014

Eindexamen_focusEr wordt net voor en tijdens de eindexamens veel gesproken, getweet, geblogd, in de krant geschreven over de kwaliteit van de examens. Daarna valt het in het algemeen stil. Tot het volgende jaar.

Bij het nakijken van het eindexamen is een tweede corrector betrokken. Dan krijg je een gemiddelde en dat is altijd beter. Of, dat denkt men toch om een of andere reden.

Zonder op specifieke voorbeelden in te gaan, want het gaat niet om het vak, het probleem is algemeen, een aantal quotes tijdens de bespreking van het werk van mijn leerlingen.

De eerste vraag:
– “Het klopt ook voor geen meter.”
– “We moeten ons houden aan het antwoordmodel.”
“Bent U het met mij eens dat de vraag algemeen gesteld is en het antwoordmodel van de specifieke inhoud van de inleidende tekst uitgaat en daarmee te beperkend?”
– “Ja. Deze vraag klopt natuurlijk niet. Het is volkomen logisch dat de leerlingen het op deze manier lezen en beantwoorden. Het antwoordmodel is dus fout, maar we moeten ons aan het antwoordmodel houden. Dit heeft de examenbespreking ook zo geformuleerd.”
Dus wat goed is moeten we fout rekenen?
– “We moeten er op vertrouwen dat door de aanpassing van de N-term de in het antwoordmodel gemaakte fouten worden rechtgetrokken.

De tweede vraag:
– “Het is irritant. Het is vreselijk.”
– “We moeten ons houden aan het antwoordmodel.”
“Bent U het met mij eens dat er, gezien de rest van het antwoord en de context, geen enkel ander iets bedoeld kan worden in de formuleringen van de antwoorden van deze leerlingen dan het in het antwoordmodel gevraagde?”
– “Ja. Maar het antwoordmodel eist nu eenmaal dat dit woord specifiek genoemd wordt. Het spijt me.”

Vraag twaalf:
“Denk U dat deze leerling wel begrijpt hoe dit werkt?”
– “Ja, natuurlijk.”
“Dus zonder antwoordmodel zou U dit goed rekenen?”
-“Uh, ja.”

Vraag vierentwintig:
– “Ja, ook hier moeten de leerlingen weer een open deur intrappen. De zoveelste in deze toets.”
“Zonder de open deur te benoemen geven zij in het wel gegeven antwoord toch aan dat zij er door zijn gegaan en dat zij daarmee beseffen dat deze er is?”
– “Dat ben ik met U eens. Het antwoordmodel vraagt hier iets dat de vraag zelf niet direct doet. Maar, nogmaals, hoe vervelend ook. We moeten ons toch houden aan het antwoordmodel.”
– “We moeten er op vertrouwen dat door de aanpassingen achteraf de leerlingen hierdoor niet benadeeld worden.

En zo gingen we een paar uur door……. vraag voor vraag…….. leerling voor leerling…… antwoord voor antwoord

Er vindt altijd een correctie plaats achteraf bij eindexamens. Maar het is, bij mijn weten, nergens in te zien waarop deze correcties specifiek zijn gebaseerd en hoe zij leiden tot de aanpassing van de N-factor. We kunnen er dus ook niet van leren. Aan het eind van een examenjaar oefenen veel docenten examens door het maken van oude examens. Het zou fijn zijn als dit ook zou kunnen, niet alleen aan de hand van de originele antwoorden, maar ook aan de hand van de reden dat hier soms later van is afgeweken. Dan kunnen leerlingen leren waar zij fouten maken in details of formuleringen. Van toetsen kun je leren. Van eindexamens zou dit ook moeten kunnen. Zodat discussies niet blijven eindigen met het dodelijke antwoord: “omdat iets of iemand vindt dat het zo moet”.

Mijn tweede corrector was een hele aardige man. Een wat oudere man. Bedachtzaam en ruim de tijd nemend. Maar geen ruimte gevend. Hij durfde niet. Want het moet zoals het moet. Maar hij had duidelijk moeite met zijn rol. Pas toen alles besproken was stelde hij een aantal vragen en gaf hij een toelichting.

- “Ik hoop niet dat U het vervelend vond dat ik bij een aantal leerlingen minder punten hebt gegeven dan U.”

- “Ik vind dit soort gesprekken altijd zo vervelend.”

En ik dacht. Ja, dat zeg je nu. Maar je houdt het in stand. Al jaren, door er aan mee te doen. Door er niets tegen te doen.

En ik dus ook.

fokke-sukke-leren

 


Even eenvoudig een twitter storm veroorzaken. Of niet.

juni 9, 2014

Little Pork Chop 2014-06-09_1013

Vanmorgen kwam ik in mijn krant, of op twitter zoals anderen dat zeggen, een serie tweets tegen van @PeterMcAllister. Het ging over een manier om een tweetstorm te maken, ofwel een aantal tweets achter elkaar over hetzelfde onderwerp. Dit wordt nu gemakkelijker gemaakt door een toepassing met de niet zo toepasselijke naam Little Pork Chop. Je kunt hier een stukje tekst intypen en zien hoe dit over een aantal tweets verdeeld zal gaan worden. Je kunt zelf ook aangeven of je andere indeling zou willen. Een leuke toevoeging is dat je ook de volgorde van de tweets kunt aanpassen, zodat ze in je tijdlijn van boven naar onder zijn te lezen. Meer informatie met een toelichting door de maker zelf is hier te vinden.

Vanmorgen was ik aan het bedenken of ik vandaag weer eens wat korte informatieve tweets zou versturen via het account dat ik vrijwel exclusief gebruik voor mijn leerlingen. Dit omdat er weer toetsen zitten aan te komen de komende weken en deze tweets als trigger kunnen werken voor gerichter en actiever leren. Little Pork Chop lijkt mij een handige toepassing hier.

Zoals moge blijken uit de via Little Pork Chop gemaakte serie tweets van Pierre is hij geen voorstander:

Tweetstorms 2014-06-09_0929

 

Pierre heeft er ook er ook een blogpost over geschreven: Tweetstorms (in een glas water?)

Ik zie wel mogelijkheden. Voor specifieke gevallen. Voor het bereiken van hen die wel twitter gebruiken maar geen blogs lezen. Voor wie het kort moet. Om te voorkomen dat een reactie door zijn beperktheid verkeerd wordt geïnterpreteerd, leidend tot een discussie die vaak eindigt met dat men het toch eens is. Voor uitwisselingen waarvoor je misschien een blog liever niet inzet. Voor het onderwijs dus bijvoorbeeld.

Ik zie dus wel mogelijkheden. Mits met mate gebruikt. :)

 


Leren als een Ninja!

juni 1, 2014

Vocab Ninja logo_headerIedereen wil zo snel mogelijk leren. Maar het liefste toch het geleerde ook zo lang mogelijk onthouden. Wetenschappelijk kennis en technologie kunnen hierbij een handje helpen.

Wrts logoEen veel gebruikte manier om woordjes te leren is via flashcards, met op de ene kant het woord en op de andere kant de betekenis of de vertaling. Een programma als Wrts staat toe dit ook online, dus via de computer of een mobieltje te doen, en wordt zeer veel gebruikt door leerlingen.

Maar hoe weet je nu hoe goed je de woordjes kent en hoe lang je ze zal onthouden?

Een wetenschappelijk instrument dat hierbij gebruikt zou kunnen worden is de vergeetcurve, bekend geworden door het werk van Hermann Ebbinghaus. Hoe langer geleden iets is geleerd, hoe meer er van is vergeten. Op de juiste momenten herhalen leidt tot beter onthouden.

Het zou natuurlijk mooi zijn als er een toepassing zou zijn waarbij de vergeetcurve wordt ingezet om om alléén die woorden te tonen die je nog wilt memoriseren of die je dreigt te vergeten. Dan wordt leren nog efficiënter.

Die toepassing is er nu!

Ebbinghaus Vocab Ninja media_l_6783812In ieder geval voor Spaans, via de app Vocab Ninja. Deze app laat woorden die al gememoriseerd zijn alleen opnieuw zien wanneer zij vergeten dreigen te worden. De app houdt rekening met de antwoordsnelheid en toont moeilijke woorden sneller opnieuw dan makkelijke.

Ook is het mogelijk woorden die je niet wilt leren in een apart archief weg te zetten om ze eventueel later alsnog te leren.

De app is sinds woensdag verkrijgbaar voor de introductieprijs van €1,79 en zal vanaf 4 juni €3,59 kosten.

Een app als Vocab Ninja is een mooie ontwikkeling voor het leren van feitenkennis. Het lijkt mij een kleine stap om een dergelijke app ook voor andere talen te ontwikkelen en voor begrippenlijsten uit welk vak dan ook.

PS: De app Vocab Ninja blijkt gemaakt door de Vlaming Thijs Matthijsen, die mij in een reactie op deze post een linkje stuurde naar een video met een korte uitleg:


Verhalen vertellen wordt een feestje met Adobe Voice

juni 1, 2014

adobe-voice-main

Verhalen vertellen? Wie doet dat niet graag?

Vertellen wat je net hebt meegemaakt. Vertellen hoe je onder de indruk bent van iets. Vertellen om iets uit te leggen.

Het liefste vertel je dat verhaal natuurlijk met plaatjes erbij, of nog beter je eigen foto’s. En het wordt nog mooier als er een muziekje onder zit en de overgangen een beetje vloeiend lopen.

Er zijn verschillende apps waarmee je een verhaal kunt vertellen. Je kunt hiermee je stem opnemen, afbeeldingen of foto’s invoegen en tekst toevoegen. Adobe Voice is ook zo’n app. Wat het werken met Adobe Voice tot een feestje maakt is de grote hoeveelheid afbeeldingen, meer dan 25.000, en muziekjes die worden bijgeleverd en de cinematografische overgangen die automatisch worden toegevoegd. Dit maakt het heel eenvoudig en plezierig om je verhaal in elkaar te zetten.

adobeslide1-1Het maken van het verhaal is een kwestie van drie stappen:

  1. Selecteer een template (je kunt deze later nog aanpassen)
  2. Neem een stukje stem op
  3. Voeg een afbeelding, foto of tekst toe

Er wordt automatisch muziek toegevoegd, je kunt deze desgewenst zelf aanpassen.

De gemaakte video plaats je vervolgens op de site van Adobe. Je dient hiervoor een gratis account aan te maken (of in te loggen met je Facebook account). Je kunt de video vervolgens delen via twitter, Facebook, mail of als bericht.

Ik denk dat Adobe Voice voor iedereen met een iPad een hele leuke manier is om een verhaaltje te vertellen. Ook voor het onderwijs biedt het mooie mogelijkheden voor leerlingen om op een creatieve wijze te laten zien wat ze geleerd of meegemaakt hebben.

Je kunt om een indruk te krijgen mijn allereerste probeersel Me and My Dogs in the Morning bekijken. Een meesterwerk is het zeker niet maar het heeft dan ook maar 6 minuten geduurd om te maken. :)

Bronnen:
iPad apps for School
– TUAW: The Unofficial Apple Weblog


Mobieltjes moeten mogen!

mei 9, 2014

dmeu_sr0121_1_std.lang.allLeerlingen nemen vrijwillig iets mee naar de klas, waarmee ze kunnen leren. Het staat niet op de boekenlijst of de lijst van “verplicht-elke-dag-bij-je-te-hebben” items. En toch, ze vergeten het nooit! Hun mobieltje. Hun manier om te communiceren.

Prachtig toch!

Technologie in het onderwijs is onontkoombaar. Het is  de taak van de docent zich te bekwamen in het gebruiken van technologie, niet óm de technologie, maar om het te kunnen inzetten om te communiceren en informeren. Het is de taak van scholen om hiervoor tijd en ruimte beschikbaar te stellen, als een investering, niet als iets “ten koste van”.

Wat is er aan de kant van de docent voor technologische kennis nodig om het gebruik van mobieltjes in zijn klas toe te staan? Geen!

Toestaan van mobieltjes is dus een prima start voor het gebruiken van technologie in de klas.
En er kan zoveel moois met mobieltjes: informatie zoeken, aantekeningen maken, woordjes oefenen, (voor)kennis testen. Direct en snel, daardoor effectief en soms zelfs leuk.

Ik wil graag mijn ervaringen delen aan de hand van een aantal voorbeelden uit de praktijk.

Het gebruik van mobieltjes.
Het gebruik van mobieltjes in mijn lokaal is verboden!
Het gebruik van hele kleine draagbare computertjes in mijn lokaal is wel toegestaan :)
Het lijkt een klein verschil, een woordenspel, maar het is meer.
Die apparaatjes, waar van alles mee kan, mogen gebruikt worden om het leren te bevorderen: informatie zoeken, woordjes oefenen, aantekeningen maken, samenwerken.
Ze mogen niet gebruikt worden om te bellen of te chatten.
Ze mogen wel gebruikt worden om muziek te luisteren, mits vooraf gevraagd.
Voordelen: zaken gaan sneller en directer, daarmee effectiever en daarmee vaak leuker.

Nogmaals. Wat is er aan de kant van de docent voor technologische kennis nodig om het gebruik van mobieltjes in zijn klas toe te staan? Geen.

Wat zijn er voor vaardigheden vereist van de docent om het gebruik van mobieltjes effectief te laten zijn?

  • Vertrouwen in de leerlingen en een goed contact.
  • Een goed doordachte, duidelijk kenbaar gemaakte en consequent uitgevoerde set van regels en afspraken. Bijvoorbeeld:
    • bij binnenkomst zitten ze in de tas
    • bij gebruik liggen ze op tafel
    • bij ongeoorloofd gebruik worden ze ingenomen

Wat is de kern?
Zolang het voor de leerlingen duidelijk is hoe mobieltjes wel en niet gebruikt mogen worden vormen zij een grote toegevoegde waarde binnen de les.

Wat is de praktijk?
De regel op onze school is dat mobieltjes in het lokaal verboden zijn, tenzij de docent het toestaat. Een ingenomen mobieltje kan om 16:30 worden opgehaald  bij de conciërge.
Bij de klassen die ik les geef heeft ongeveer 80% van de leerlingen zijn mobiel altijd bij zich. Van de overige docenten die aan deze klassen lesgeven staat ongeveer 15% het gebruik van mobieltjes toe.
Houden leerlingen zich bij mij altijd aan de regels? Nee. Net als met elke regel/afspraak worden ook deze wel eens overtreden.
Neem ik wel eens mobieltjes in? Ja. Dit is hoofdzakelijk aan het begin van het jaar, als de leerlingen de regels en afspraken nog even aan het ontdekken en aftasten zijn.

Testen (niet toetsen!, hoewel dat ook kan).
Voor zowel docenten als leerlingen is het heel zinvol om te weten hoeveel kennis en begrip er al aanwezig is of hoeveel kennis of begrip er is opgedaan. Om dit snel te testen zijn mobieltjes  werkelijk ideaal. Er zijn verschillende manieren om dit te doen en een van de momenteel veel gebruikte is het platform-onafhankelijke Socrative. Het mobieltje wordt ingezet als stemkastje en een docent hoeft slechts eenmalig een account aan te maken en kan vervolgens vragen stellen aan leerlingen. De vragen kunnen overigens ook via een tablet, laptop of computer worden beantwoord. Er zijn verschillende typen vragen en manieren van aanbieden mogelijk.Socrative question types computer-magnification
Socrative kan op verschillende manieren worden ingezet.
– aan het begin van een les of lessenserie om de aanwezig voorkennis te testen
– aan het eind van een les of lessenserie om te testen hoeveel kennis er is opgedaan
Het grote voordeel van het gebruik van een mobiel als stemkastje is dat er zeer snel een overzicht beschikbaar is, voor zowel leerlingen als docent. De resultaten kunnen zichtbaar gemaakt worden via een scherm en kunnen ook worden opgeslagen voor latere analyse. Er kan direct worden gereageerd op de resultaten van een test aan het begin van de les door de lesstof aan te passen en op problemen in te gaan. Een heel groot voordeel hierbij is dat alle leerlingen worden “gehoord” en niet alleen degene die een vraag stellen of een antwoord geven. Testen van de aanwezig kennis aan het eind van de les geeft kostbare informatie over de effectiviteit van de les en deze kan gebruikt worden om een volgende les mede inhoud te geven. Een voorbeeld hoe ik dit zelf  regelmatig gebruik is hier te vinden.
Socrative biedt ook een optie om leerlingen in groepjes te laten samenwerken en zo van elkaar te laten leren. Bijvoorbeeld door experts  Deze zogenaamde “Space Race” optie is opgezet als een game, waarbij raketjes bewegen als een juist antwoord is gegeven en spreekt zo leerlingen ontzettend aan en werkt hierdoor bijzonder motiverend.Socrative space race 2013-05-25_1012
Het is ook mogelijk om met Socrative een volledige test (of toets) af te nemen die automatisch wordt nagekeken. Herhaaldelijk testen (zonder te toetsen) is een zeer krachtig middel om leren te bevorderen en kan met behulp van technologie op deze manier eenvoudig worden ingezet zonder dat dit de grote hoeveelheid tijd kost die nakijken anders met zich meebrengt.
Om als docent Socrative te kunnen gebruiken is enige technologische kennis vereist. Afhankelijk van de basisvaardigheden met computers en internet van de docent zal een investering van naar schatting 30 minuten tot 2 uur nodig zijn om te leren werken met Socrative.

Samenwerken
Naast de genoemde individuele activiteiten die een leerling met een mobieltje in de klas kan doen, zoals opzoeken en aantekeningen maken, kunnen mobieltjes ook gebruikt worden om samenwerken te bevorderen.
Ik maak veel gebruik van Google Drive documenten om leerlingen, onafhankelijk van tijd en plaats, aan een gezamenlijk document te laten werken. Dit document is in de meeste gevallen ook met mij gedeeld, zodat ik het werk ook van feedback kan voorzien. Feedback is een zeer krachtig middel voor leren en is op deze wijze eenvoudig op elk moment te geven en ontvangen.
Via de Google Drive en Google Documenten apps is het nu ook met mobieltjes mogelijk om deze documenten te bekijken en te bewerken. Dit betekent dat leerlingen tijdens de les ingevingen en aanwijzingen kunnen verwerken en hiervoor geen laptop nodig hebben of naar het computerlokaal moeten. Dit zijn beide opties die in mijn lessen ook zijn toegestaan overigens.
Leerlingen die aantekeningen maken tijdens de lessen gebruiken hiervoor ook regelmatig Google Drive documenten. Op die manier hebben ze automatisch alle aantekeningen bij elkaar.
Om als docent met leerlingen samen te werken via Google Drive is enige technologische kennis vereist. Afhankelijk van de basisvaardigheden met computers en internet van de docent zal een investering van naar schatting 1 tot 3 uur nodig zijn om te leren werken met Google Drive.

Technologie maakt het mogelijk informatie te vinden en te communiceren “over alles met iedereen”. Het doet grenzen vervagen, de muren van de school worden doordringbaaar, afstand speelt nauwelijks nog een rol. Daarom:

Mobieltjes moeten mogen!

Ze zijn er. Het is zonde ze niet te gebruiken.

En dan hoop ik dat met deze post onderstaande percentages een beetje gaan veranderen :)

Blogpost poll.mobieltjes.uitslag.425

Deze post is mede geschreven op verzoek van “Like to share” om in het tweede nummer te verschijnen en een voorbeeld te geven van de impact van technologie op het onderwijs. Ik wil Like to share dan ook bedanken voor het mij uitnodigen en het opnemen van deze post in het magazine.


Accepteer geen ja, maar. Punt!

mei 5, 2014

20060416rond-jamaar-bord1. Eerder heb ik hier geschreven over “Accepteer geen ja, maar. Punt!

2. Vandaag kwam ik op een van de Sociale Media een stoel tegen die je een stroomstoot geeft als je “Ja, maar” zegt. Cool!

De maker daarvan, Daan Rosegaarde, zette ook meteen een punt achter zijn idee :( Hij maakte er maar één…..

3. Vanavond nam ik op Twitter voor de 2e keer deel aan #blogpraat.

En ik gaf aan dat de discussie aldaar, die deze keer ging over het al dan niet plannen van blogposts, mij deed besluiten na afloop deze half klaarliggende post toch te publiceren.

Bij deze dus.

Een klein stukje gekopieerd uit een post over het MT500:

JA-MAAR-STOEL

Innovatie is niet makkelijk, weet Roosegaarde. ‘Er is een soort intrinsieke Nederlandse methode om op nieuwe ideeën te antwoorden met twee woorden: ja maar.’ Hij ontwierp daarvoor zelfs een speciale stoel, de ‘ja-maar-stoel’, die lichte stroomstootjes afgeeft op het moment dat degene die erop zit de twee fameuze woorden achter elkaar uitspreekt. ‘Elke opdrachtgever die bij ons in onze studio komt is er een beetje bang voor’, verklapte hij op het MT500-event. ‘En natuurlijk moet je ook kritisch en analytisch zijn, maar ik zou graag oproepen: durf wat meer, durf te innoveren, anders bljjf je vastzitten in dat oude.’ Vandaar ook dat hij maar één zo’n ‘ja-maar-stoel’ wil en het ding niet in productie wil nemen. ‘Dat zou te makkelijk zijn.’

En toch…..

In het onderwijs zouden we heel wat van die JA-MAAR-STOELEN kunnen gebruiken.

Maar ook…..

Is het misschien niet de goede oplossing?

Wat dan wel?

“Veel nee zeggen om een goede ja te krijgen?”

Wat dan wel?

“Mensen opnieuw leren kijken, leren ontdekken?”

Hoe dan?

Misschien toch….. “Accepteer geen ja, maar. Punt!

Met of zonder stoel?

Ik wil die ene wel hebben!

 

 


Workfree zone.

april 19, 2014

In deze post wil ik jullie vragen even te luisteren naar een liedje.

Workfree Zone

Every boy and girl has to go to school.
Not working in a factory, and everybody has a tool.
The whole day in the factory, behind a dangerous machine
And no way, that place is clean!

Every child has right to get something to learn,
And let their parents work, cause money is what they have to earn.
Workfree zones, are a beginning of a better begin,
Because every child has the rights to win.

Suddenly there was a man, who thought this can’t be,
Children working for a living, that’s not what they should do.
Children have the right to learn.
So the children’s act begun.

Every child has right to get something to learn,
And let their parents work, cause money is what they have to earn.
Workfree zones, are a beginning of a better begin,
Because every child has the rights to win.

If children can  choose for themself, what they wanna do.
Work or go to school, the world would probably be new.
Chaotic it will be, the system will disappear
No one will know what they want, and it won’t be a good year

Every child has right to get something to learn,
And let their parents work, cause money is what they have to earn.
Workfree zones, are a beginning of a better begin,
Because every child has the rights to win.

Lyrics by: Rosa en Tamara
Sung by: Tyche and Julia
Guitar by: Tamara

Het liedje is gemaakt als onderdeel van Challenge 2, Education and protections against child labour.

Zodra ze deze challenge gezien hadden vroegen een aantal leerlingen mij:
“Mogen wij ook een liedje maken?”
Ik zei: “Ja, natuurlijk!”
En zij gingen aan de slag.

Een paar dagen later kreeg ik de tekst toegestuurd.
Gisteren kreeg ik het liedje opgestuurd.

Ik vind het krachtig. Erg krachtig.

Regelmatige lezers van dit blog zullen misschien weten dat ik al een aantal jaren met veel plezier deelneem aan Learning Circles en dat dit jaar binnen de “Met Lot op Reis” cirkels het onderwerp kinderrechten is. Bijna een maand geleden schreef ik hier een post over een tekening die mijn leerlingen gemaakt hebben als onderdeel van Challenge 1, The Right to good food, clean water  and health care: “Soms moet je niets schrijven“. Een tekening die door professionele cartoonisten inmiddels is omgezet naar een echte cartoon!, waarover meer te lezen is in een bijdrage van vorige week: “Dat je huilt en lacht, van die dingen“.

De inspiratie van de leerlingen kwam uit een video die we in de klas hebben bekeken bij de introductie van Challenge 2. In deze video wordt een beeld geschetst van de 215 miljoen kinderen wereldwijd die werken terwijl zij naar school zouden moeten gaan. Een manier om hier iets aan te doen is het installeren van “Child Labour Free Zones“.

Ik hoop dat het liedje helpt aandacht te genereren voor dit probleem. Ik hoop dat de kinderen en de leerkrachten van nu zorgen dat de kinderen van morgen dit soort liedjes niet meer hoeven te maken. Onderwijs is zoveel meer dan feiten en toetsen.

 

 

 

 

 


Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 3.354 andere volgers

%d bloggers like this: