Geen School baart Education Design Lab

oktober 21, 2014

Er wordt veel geschreven over onderwijs. En ook over leerlingen, al is dat wel al heel wat minder.

Hier ook weer zo’n stukje. Over onderwijs en leerlingen.

Over leerlingen ruimte geven om mee te praten over hun onderwijs. En niet zomaar even in een klaslokaal of tijdens een mentor les of tijdens een verloren moment. Nee, gewoon een hele dag lang, of zelfs twee. Over wat er dan kan gebeuren. Over het moois dat dan kan gebeuren. Over het moois dat dan gebeurt.

Over mijn ervaringen, die van anderen kan ik niet delen. Over mijn beleving, die van anderen heb ik niet gevoeld. Wel geobserveerd. En dat was meer dan observeren met ogen en oren, dat was ook voelen.

Ik zal hier niet praten over het toeval en de oorzaken die deze ruimte deden ontstaan. Dat doet er niet meer toe. Later misschien weer wel, maar dan misschien elders, niet nu, niet hier.

Ik zal hier niet spreken over de tijd en moeite die het heeft gekost om het allemaal voor elkaar te krijgen. Dat doet er niet meer toe. En die tijd en moeite kun je ook gewoon een investering noemen. Dat doe ik dus gewoon.

Ik zal hier niet refereren aan de twijfels, die in het traject voorafgaand klonterend zand in de motor leken te gaan vormen. Die doen er niet meer toe. De motor liep, soms hortend en stotend, veel vaker als een tierelier.

Ik zal hier niet ingaan op de dingen die niet helemaal goed verliepen. Die doen er niet meer toe. Die doen er ECHT niet meer toe.

Wat ik wel HEEL GRAAG wil vertellen is het volgende. Het afgelopen schooljaar heb ik samen met een tiental leerlingen uit klas 3-VWO de laatste twee officiële  lesdagen mogen voorbereiden en vullen.

En dit betekende natuurlijk: GEEN SCHOOL!

Maar dan wel deze:

GeenSchool logo Startpagina2

GeenSchool motto 2014-09-28_1655

Zeven vrijwilligers van GeenSchool kwamen langs om het een en ander vorm te geven. Via een goed doordachte, mooie start in een kring in de aula werden de leerlingen opgeroepen na te denken over hoe zij hun eigen onderwijs zouden willen inrichten. Vervolgens, 90 leerlingen aan de slag in groepjes, begeleid door de mensen van GeenSchool en aantal van mijn collega’s van het Wolfert Lyceum.

Er kwam, natuurlijk, van alles naar voren en boven, sommige zaken wat vaker, andere uniek. Op grote vellen werden de ideeën en wensen verzameld en uiteindelijk via een centrale korte pitch aan elkaar toegelicht.

Leerlingen konden vervolgens kiezen aan welke idee zij meer tijd wilden gaan besteden. Of niet. Daarover later meer. Er zaten prachtige dingen tussen. Andere vakken, zelf docenten mogen kiezen, meer keuze, minder uitleg, minder opdrachten, meer praktijk, leren buiten het lokaal. Maar nu eerst over wat voor mij een hoogtepunt was. Een openbaring. Iets wat ook de mensen van GeenSchool niet eerder waren tegengekomen.

Eén groep had als centraal idee een opmerking die wij niet direct hadden verwacht:

wij willen het LEERRENDEMENT van de lessen VERHOGEN

Dus!

Amber was zeer opgetogen toen zij mij dit vertelde en ik werd er stil van. Wij voelden hetzelfde.

Na de pitches, en een welverdiende pauze, werd er door de leerlingen die hier affiniteit mee voelden vervolgens, onder de bezielende leiding van de mensen van GeenSchool, gewerkt aan het concreter vormgeven van dit idee. Wat werd hier precies mee bedoeld? Hoe krijg je dit in de praktijk voor elkaar?

Uit het overleg, door het mooie weer die dag, toevallig of niet, buiten de school, op het gras in de zon, ontstond er een lijst met wensen en een vorm.

En toen werd er iets geboren. Het:

Education Design Lab

Ik werd uitgenodigd, buiten op het gras, en mij werd verteld van deze geboorte. En mij werd gevraagd de ‘peetvader’ te zijn. De volwassen docent die het contact tussen leerlingen en schoolleiding zou kunnen vergemakkelijken. Ik zei natuurlijk ja.

Ik was trots op deze baby. En ik ben dat nog steeds. Ook al ben ik niet de vader of de moeder. Ook al is het dus niet mijn baby. Het is de baby van de leerlingen die ik mag lesgeven. Het is de baby van de leerlingen die de mensen gaan worden die ik graag zou willen zijn.

Er werden meteen spijkers met koppen geslagen en er werd een brief geschreven aan de schoolleiding. Een paar stukjes uit deze brief (arcering door mij):

Met het Education Design Lab (EDL) willen we graag opnieuw kijken naar de invulling en vorm van onderwijs op het Wolfert Lyceum met als doel het efficiënter, leuker en beter maken van ons onderwijs. Wij hebben vaak goede ideeën en merkten tijdens de projectdag dat we veel ideeën deelden. Omdat wij als leerlingen als geen ander weten waar de behoeften liggen, zouden we met het EDL de school en schoolleiding willen adviseren vanuit onze ervaring. Bijvoorbeeld wanneer er veranderingen worden doorgevoerd, maar ook gewoon om de docenten en schoolleiding up to date te houden. Zo willen we de schoolleiding en leerlingen samen brengen.

Ons team bestaat uit denkers en doeners, we vullen elkaar aan.  Naast ons eigen overleg zouden we maandelijks een overleg met schoolleiding willen, om ze op de hoogte stellen.

Omdat we vinden dat iedereen een stem moet hebben, maken we graag een e-mail adres aan voor input van andere leerlingen. We willen nu een pilot draaien voor het vierde leerjaar en dan kijken of het werkt. Dan zouden we het volgend jaar voor andere leerjaren kunnen invoeren.

De EDL is anders dan de leerlingenraad. Met de EDL houden we ons bezig met essentiële vraagstukken in onze school, gericht op de invulling en vormgeving van ons onderwijs. Wij kijken naar wat leerlingen boeit, bindt en bezig houdt, maar dan met het oog op leren.

Wij willen graag serieus kijken naar het onderwijs en actieplannen maken in overleg.

Ik werd zo blij en was zo trots toen ik dit las, het deed pijn. Maar dan wel een fijne pijn.

Hoe kun je zoiets nu niet aanmoedigen? Hoe kun je zoiets nu niet de ruimte geven die het verdient? Ik besloot direct alles te doen wat ik zou kunnen om deze leerlingen te ondersteunen. Dit verhaal plaatsen is een van die dingen.

wordt vervolgd…..

Hartstikke bedankt voor jullie onmisbare bijdrage! Mensen van GeenSchool:

Amber Passtoors: Alles kan. En als het niet kan, kan het anders.
James Smith: All Senses
Haaike Sachtler & Geert van ‘t Land
Pauline Nonnekes: New Shoes & Walter Nonnekes
Richard Pols

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Toetsen tijd tabelletje

oktober 21, 2014

 

edu

Afgelopen week was toetsen de activiteit waar ik, naast lesgeven, de meeste tijd aan heb mogen/moeten besteden.

Maandag heb ik twee toetsen afgenomen, beide digitaal. Eén via Edmodo en één via SMARTresponse.
Woensdag was er de tweede bijeenkomst van de cursus over RTTI toetsen, voorafgaand waaraan het nodige huiswerk mocht/moest worden gedaan.
Vrijdag heb ik drie toetsen afgenomen. Eén via Edmodo, één via SMARTresponse en één via papier.

Ik heb deze week veel geleerd. Over toetsen maken en toetsen afnemen.
Graag deel ik wat ik geleerd heb.

Ik heb naar de toetsen afgelopen week een klein onderzoekje gedaan.

De gegevens in een tabel:

Blogpost digitale toetsen tabel 2014-10-21_1242

Mijn tijdsbesparing  door digitaal te toetsen was deze week 12 uur, met analyse erbij 16 uur.

Ik kan ook zeggen:

door de tijdsbesparing door digitaal te toetsen heb ik tijd gecreëerd voor de analyse.

Ik geef aan 8 klassen les, dat zullen dit jaar dus ongeveer 48 toetsen gaan worden.

De tijdsbesparing door digitaal te toetsen zou hiermee……  per jaar 144 uur worden!

Dat is dus bijna…… vier weken!

Nu is de tijdsbesparing voor mij wel aardig :), maar het gaat natuurlijk om de leerlingen.
De leerlingen zien bij digitaal toetsen hun cijfer direct na de toets. Dat vinden zij plezierig.
De leerlingen zien direct wat zij goed hebben gedaan en wat zij nog niet goed hebben gedaan. Zij zijn in hun hoofd nog bezig met de toets, de stof, hun antwoorden. Ze staan open.
Ze staan open voor het goede antwoord. De docent kan dit direct laten zien en aangeven waarom dit het goede antwoord is.
De leerlingen krijgen direct feedback. De docent kan direct zien, zichtbaar maken en dus aangeven, waar algemene moeilijkheden zaten in de stof.
De leerling kan direct zien waar zijn specifieke problemen nog zitten. De docent kan deze benoemen, oorzaken aangeven en oplossingen bespreken.

Bij het een aantal dagen later retourneren en bespreken van een papieren toets is helaas alleen het cijfer zelf voor veel leerlingen nog van belang. Het hoofd staat niet meer open voor de informatie, het onderwerp of thema is ‘klaar’. Er wordt gezocht naar mogelijke fouten in het nakijken of er wordt een discussie gestart over de (on)juistheid van een gegeven antwoord. Niet om het antwoord te willen weten, maar om de punten die het misschien oplevert.

Digitaal toetsen kan niet altijd. Maar altijd als het kan dan doe ik het.

Students_taking_computerized_exam

 


Mobiel

oktober 19, 2014
Doe jij ook aan sport?
Ja.
En ga je daarvoor dan ook trainen?
Ja.
En fiets je daar dan heen?
Ja.
En kleedt je dan om in de sportzaal?
Ja
En gebruik je dan je mobiel tijdens het fietsen?
Soms.
En gebruik je dan je mobiel tijdens het omklefen?
Nee, meestal niet, heel soms.
En gebruik je dan je mobiel tijdens het trainen?
Nee, natuurlijk niet!
Waarom niet?
Dan kan ik toch niets leren!
A1BIKER_MO_C_^_MONIQ

Gewoon luisteren is genoeg

oktober 19, 2014

Een pijnlijke maar ook hartverwarmende gedachte.

Als je niets kunt DOEN. Als je niets kunt ZEGGEN dat helpt.

Dan is GEWOON LUISTEREN GENOEG.

 

Wat voorafging…….

Ik schrijf op mijn blog wat ik graag wil delen over leren.
Het NIVOZ organiseert jaarlijks een aantal onderwijsavonden.
Ik ben gevraagd om hierbij aanwezig te zijn, hierover te bloggen en ook namens/op Het Kind te bloggen, als een van de bloggers.
Ik maak ALTIJD notities.
Dit is opgevallen en er is mij gevraagd of ik deze dit keer zou kunnen/willen delen.
Ik heb gezegd hier over na te denken.
En dat heb ik gedaan en het antwoord is ja.
Maar ik twijfel of dit het goede antwoord is………


Wat ik ter voorbereiding las en dacht:

Johan Deklerck is als doctor in de criminologie verbonden aan de Academische Lerarenopleiding ‘Gedrags- en maatschappijwetenschappen’ aan de KU Leuven. De rode draad in zijn werk is probleemgedrag in onderwijs.

Een veelkleurig verhaal: existentiële kwetsbaarheid in een postmoderne tijd

Existentiële kwetsbaarheid bij kinderen en jongeren is een veelkleurig verhaal. We halen er drie kleuren uit. We zoomen in op de leeftijdeigen kwetsbaarheid van kinderen en jongeren. Vanuit sociologisch perspectief werpen we een blik op het herfsttij van de moderniteit en wat dit voor hen betekent. We bekijken tot slot de kwetsbaarheid van jongeren met een thuisverhaal van kwetsingen.

Kinderen zijn sowieso kwetsbaar. De puberteit is een periode van existentiële transformatie naar een gendergebonden identiteit. Ze gaat samen met een vergrootte kwetsbaarheid en een piekperiode van probleemgedrag. Dit is een eerste kleur van kwetsbaarheid.

Dit wordt versterkt door een tweede kleur van kwetsbaarheid. Kinderen en jongeren groeien op in een onrustige postmoderne samenleving vol verandering, waar veel niet meer vanzelfsprekend is: wat mag en wat mag niet? Wat met uiteenlopende gewoontes: anders bij papa en mama, bij vrienden, in het jeugdhuis en op straat, anders op school? Wat met geweld, pesten, internet, agressie?

We maken in een sociologisch helikopterperspectief een vlucht over tweehonderd jaar moderniteit van de consensus, via dissensus tot de actuele assensus-samenleving. In dit moeilijke tijdsgewricht zoeken jongeren hun weg en worden scholen geconfronteerd met problemen van opvoeding, gezag, belonen en straffen, een ethische oriëntatie. We bekijken wat dit betekent voor de leraar, de school en het omgaan met probleemgedrag.

Een kleine groep komt naar school met een rugzak vol pijnervaringen en problemen van thuis, waarvoor de school de arena wordt: een derde kleur van kwetsbaarheid. Vanuit psychologisch perspectief kijken we met het model van de ‘levensstroom’ waar dit vandaan komt. In de adolescentie wordt een jongere de ‘rechter’ van zijn verleden. Dit kan leiden tot ‘destructief recht’ (Nagy). We bekijken wat dit betekent en denken na hoe hiermee om te gaan.

- veel moeilijke woorden, een jargon dat het mijne niet is, maar mogelijk leerzaam?


 Mijn notities:

De 2e onderwijsavond.
Dit verhaaltje is een beetje een rommeltje. (Dit stukje is als laatste tijden de bloggers bijeenkomst toegevoegd)
Wat er staat, staat er. Is geschreven. Snel geschreven.
Het beeld is zo.
Een live geschreven blog.
Durf ik op Publish te drukken………. ?

———

Dit stukje naar achteren? (Dit stukje is ergens tussendoor toegevoegd)

OPVALLEND. DICHTBIJ ZIJN COLLEGA’S VAAK MOEILIJKER TE BEREIKEN. Het is beangstigend als het daar niet lukt. Daar moet dagelijks mee worden verder gegaan. Er zijn allerlei verbanden.

Femke huilt en huilde.
Herkenbaar.
Een academisch geschoold iemand die NOG NIET begreep wat het is om een heel andere achtergrond te hebben. Iemand die OP DIT MOMENT tot op de uitersten van zichzelf wordt uitgedaagd.
Huilen is intensief.
Ik huil altijd thuis.
Dat weet niemand.
Dat mag ook niemand weten.
Dus lees dit niet.
Vertel het aan niemand.
Lees liever elders wat de tranen thuis opleveren op school.

———

Drie bloggers die de eerste keer niet aanwezig waren stellen zich voor.
! Overeenkomst: het kind staat centraal in hun verhaal, vooral het kind met ‘problemen’: ADHD, Syndroom van Down, maar zij sttaan voor meer.

Verrassend verzoek: er wordt gefilmd voor het VO (had ik me nu tocht maar geschoren….. en de kapper is ook al weer net even te lang geleden, maar daar maak ik nooit zoveel tijd voor want dat is niet zo belangrijk, behalve op het moment dat je gefilmd wordt, maar zelfs dan eigenlijk niet, dus niet)

Femke is er ook: leraar van het jaar in het basisonderwijs, maar ze blijft GEWOON komen.
Ze ervaart het hier met de bloggers als een RUSTPUNT (echter dus?), na de media-aandacht die toch maar kort blijkt te duren.
Als ambassadeur nu aan de slag, hoopvol invloed te kunnen uitoefenen via de poltiek.
Lerarenregister: het moet weer, het is niet van ons.
De essentie: inspireren, passie terugroepen, gelukkig in de klas, niet ervoor, professionaliseren

Sarina vertelt over masterclass Yong Zhao.
Na afloop, op het station: er is ECHT iets veranderd IN mij.
100 jaar geleden; revolutie machines, spierKRACHT niet meer nodig
Nu weer revolutie, microchip: denkKRACHT niet meer nodig
Dus nu: leerlingen laten nadenken/opleiden voor wat zij dan nog als toegevoegde waarde kunnen zijn (hoe waar is dit? Hoe snel gaat dit?) Oproepen tot onderscheidend zijn en ondernemend zijn.Nokia: telefoon slimmer maken. Apple heeft van computer telefoon gemaakt. VERSCHILLEND STARTPUNT
21st century skills zijn onzin. 4 jarigen zijn geniaal, die moet je vasthouden.
De titel van zijn boek: World Class Learners

Blog Christiaan over de eerste onderwijsavond, ZEER VEEL gelezen.
Theorie van Luc
Eigen invulling
Praktisch voorbeeld
Ruimte voor de lezer

Idee zelf: maak het persoonlijk door alle twijfelingen over benoemen wat ik meemaak en nog niet durf te delen. Bijvoorbeeld.
Gehoord van collega.
In discussie met leerlingen werd mijn naam genoemd.
“Die docent begrijpt tenminste hoe wij leren en hij doet er ook iets mee.”
En dan wordt het een beetje warm in de coole Droog. En dat is genoeg.
Een docent moet twee dingen tegelijk doen.
Het is makkelijk, het is verleidelijk om er maar een te doen: lesgeven.
Het is ook goed verdedigbaar.
Het wordt fijner als dat 2e ook lukt. Contact maken, leerlingen zien.
Het maakt het 1e makkelijker. Als je durft.

 

Durf stiltes te laten vallen
Witvlakken dus!
Ook in vorm: HOOFDLETTERS en van links en rechts etcetera.

 

Professionele RUIMTE NEMEN.
PROFESSIONEEL ruimte GEVEN.

Durf ruimte te geven, ook in het toejuichen van het NIET VERANDEREN.
SPIEGELTJES. Deel spiegeltjes uit en kijk er dus zelf in wanneer een ander hem ophoudt. NODIG een ander UIT hem op te houden wanneer hij denkt dat het nodig is.

Durf weg te lopen. Letterlijk, Loop het lokaal UIT.
En KOM weer TERUG. En ga weer VERDER.
Toon VERTROUWEN.
Durf ZEKER te zijn en tegelijkertijd te TWIJFELEN.

De leerling centraal. HOE?
Controle. LOSLATEN.
Kun je LOSLATEN controleren?
Kun je controleren LOSLATEN?

De kinderen MOGEN zelf KIEZEN, maar alleen uit de twee keuze’s die wordan aangeboden…..

Verschillen toestaan vereist verschillen durven doen.
Aandacht voor de docent die het anders wil maar in een situatie zit waarin dat niet zo ‘eenvoudig’ is, omdat er veel weerstand is.

De leerling is steeds centraler komen te staan. Door het nadenken over hoe het zou moeten en STEEDS WEER te beslissen dat ik dus ook zo MOET (dat woord dat je van mij niet MAG gebruiken) DOEN.

VERMIJD bijeenkomsten waar je niets aan hebt, of die zelfs negatief werken.
ZOEK OP waar je sterker van wordt

NEE!ga!TIVITEIT

Toen was er eten en waren er twee verplaatsingen. Letterlijk en dus figuurlijk.


Johan: als ik te Belgisch ben. (Kan dat? :))

In een situatie van extreme angst gaan SMSjes over het existentiële niveau.
Inderdaad: humor!
Meeste mensen functioneren binnen het alledaagse
In extreme situaties dalen we af naar het existentiele
Gekwetst worden vindt plaats op dat niveau

Mobieltjes zijn machientjes voor existentieel leren

Ze zijn altijd zo lief die meisjes, maar…

Liefhebben is de beste preventie van criminalisering
Helaas, is dit in het onderwijs niet te organiseren :)

Puberteit is een identiteitssprong van existentiiele orde

We gaan door een transitietperiode gelijk aan Romeins naar Germaans. We zitten in de herfst van de moderniteit.

Nederland maakt klompen, Belgie bier.

Het gaat dus niet continu omhoog met af en toe een dipje. Het is een cirkel. We steven nu af op de winter.

Zal Nederland over 30 jaar bezeilbaar zijn?
Geen koebellen meer in Zwitserland door gehoorschade!

We zijn van een welvaartsamenleving overgegaan in een veiligheidssamenleving

Wat kan ik hiermee in de klas? Niets. Niet direct.
Heeft het mij beinvloedt? Ja. Alles doet dat! Sociologie beschrijft, kan het ook ingrijpen?

Een Nederlandse reflex: de overheid lost het op.

Onderwijs:
Coneensus: “omdat ik het zeg”
Dissensus: “het is beter omdat…”
Assensus: “ik zie het zus” én   “ik zie het zo”

Wie beweegt er als het schoentje moet worden dichtgeknoopt? (Het kind of de moeder?)

GEWOON ALLEEN LUISTEREN IS GENOEG

En toen was de batterij leef en kon ik niet meer schrijven in dit document, wel had ik nog mijn mobiel, typen werd tweeten.

De tweets:

Een intense start van de #onderwijsavond met de bloggers, die zeer persoonlijk durven delen hoe zij in hun werk ‘uit de dood zijn opgestaan’

Johan Deklerck duidt het tijdsgewricht als winter, een assensus samenleving, na de zomer die van 1800 tot 1970 duurde #onderwijsavond

Jongeren van nu vormen a la carte hun extreem individuele normativiteit #onderwijsavond

Authentiek ervaringen delen zonder de conclusies op te leggen opent de deur naar vragen stellen en eigen keuzes maken #onderwijsavond

Jongeren van nu moeten hun ethische weg vinden in een labyrinth van onvermijdbare beelden van kittens tot onthoofdingen #onderwijsavond

Water kan niet stoppen omdat er een steen ligt #onderwijsavond

De levensstroom stokt onvermijdelijk door een ethisch-existentiele ingrijpende ervaring #onderwijsavond

Mensen maken ononderbroken ethische balansen. De kaart van destructief recht wordt getrokken. Ik werk hard dus mag… #onderwijsavond

GEWOON LUISTEREN IS GENOEG #onderwijsavond

Drugs zorgen voor een vernietsing bij mensen met teveel stops in hun levensstroom #onderwijsavond

DE ONTMOETING KOMT VOOR HET LEREN. HET IN EEN RELATIE KUNNEN EN DURVEN GAAN STAAN IS DE BASIS. #onderwijsavond
(veel geretweet! een snaar geraakt, blijf luisteren!)

Oopsiefloopsie. DE A12 IS DICHT. #onderwijsavond

(de terugreis duurde wat langer, en gaf ruimte voor gedachten)


 

Toch een paar toevoegingen:

- de drang om toe te voegen, te herschikken, weg te laten, te herformuleren, te beDENKEN, is groot, heel groot…..
– moet ik nog wat schrijven over dat voor en na gefilmd worden? Nee, bekijk het maar! J (Zal zodra ik het weet doorgeven waar)
– het zou zomaar kunnen dat er vragen zijn naar aanleiding van bovenstaande, ik hoor ze graag!

Of het er toe doet dat weet ik niet maar standaard stop ik wat afbeeldingen in mijn blogposts. Deze keer dus toch ook maar. Ze zijn niet van mij, ze zijn van Claire. Dank je Claire!

Oopsiefloopsie 1 B0IEA4sIEAAZVJjOopsiefloopsie 2 B0IEL6uIAAAlD2C

Oopsiefloopsie…… Had ik wel op Publish moeten drukken? :)

Oopsiefloopsie 3 B0IESXiIIAEPJZO

 


Wat telt?

oktober 7, 2014

d994b8fcba7dee6e747323269766c97fGisterenmiddag had ik een korte discussie met een collega. Hij klaagde over de vele lesuitval door allerlei andere activiteiten. Excursies bijvoorbeeld.

Hij doelde natuurlijk op lesuitval voor ZIJN VAK.

Nu is dit een zeer toegewijde collega die zelf ook excursies organiseert. En die zijn ‘natuurlijk’ belangrijk, want daar leren leerlingen, in en van de praktijk.

Ik vroeg hem naar het verschil.

Ja, dat was waar. Dat was een misschien een beetje inconsistent.

Maar dan die andere lesuitval, omdat al die docenten zo nodig op een cursus moeten?

“Maar als de docent er niet is kunnen de leerlingen toch wel leren? “ vroeg ik hem, min of meer retorisch.

“Ja, maar doen ze dat ook? En hoe weet je dat?”, was zijn reactie, niet onverwacht.

“Bij mij wel”. Zonder twijfel durf ik dat inmiddels uit te spreken.

“Hoe weet je dat dan?”

“Ik geef ze een opdracht, digitaal, die pas bij ze aankomt op de dag zelf, en die digitaal moet worden ingeleverd, diezelfde dag, of voor het begin van de eerstvolgende les.”

(“Ja,, maar dat doe jij met die groepen waarmee je dat al twee jaar doet, die zijn dat gewend, logisch dat het dan werkt……”

 ……..zo’n moment dat je huilt en lacht, blij bent en verdrietig. Het werkt! Maar het werkt nog niet helemaal.)

Wat telt?

Morgen zal ik niet op school zijn, omdat ik op een (verplichte, maar dat is hier niet van belang) cursus ben. In het rooster staan voor mij morgen 6 klassen gepland.

Als er geen opvangdocent beschikbaar is voor deze klassen en de lessen dus niet in het rooster blijven opgenomen als ‘gegeven’ dan zijn zij ‘niet gegeven’. En dan tellen zij dus niet mee voor het aantal gegeven lesuren, dat toch weer 1000 moet zijn aan het eind van het jaar.

Mijn 6 klassen zullen morgen aan het werk zijn en leren. Ik heb hen van informatie en instructies voorzien. Ik heb zien aankomen dat ik er niet fysiek bij kan zijn en mijn lessen daar op aangepast. De leerlingen zullen met mij delen wat zij hebben gedaan en geleerd en waarover zij nog vragen hebben.

Wat telt?

Leren of aanwezig zijn op een vaste plek op een afgesproken moment?

Wat telt is of er geleerd wordt. Hoe je dat telt zal mij worst zijn.

Ik kies dus voor leren. Mijn leerlingen ook. Dat hebben wij inmiddels samen geleerd.


Genius Hour, tijd voor passie!

september 14, 2014

Elke leerling heeft een passie. Een droom onder het oppervlak. Een docent kan de vonk zijn die de passie doet ontbranden. De deur tussen droom en daad.
Ik probeer mijn onderwijs elke dag een klein beetje beter te maken. Mijn leerlingen probeer ik zoveel mogelijk voor te bereiden op een toekomst, waarvan ook ik niet weet hoe die er uit gaat zien. Ik denk dat het belangrijk is dat leerlingen ervaren dat leren leuk kan zijn en dat het geleerde een beloning kan vormen. Dat school meer is dan saai.

Iedereen vraagt om meer tijd en ruimte. Schoolleiders van besturen. Docenten van schoolleiders. Leerlingen van docenten. Iedereen wil het krijgen. Maar wie durft het te geven? Ik wil het graag krijgen. Dus moet ik het durven geven. Vandaar Genius Hour, op mijn school tijd die door leerlingen volledig zelf mag worden ingevuld.
Genius Hour gaat uit van het principe dat elke leerling unieke kwaliteiten bezit en biedt een keuze in wat en hoe te leren. Het geeft leerlingen de kans zelf te ontdekken, zelf te ervaren, zelf stappen te zetten. Het creëert ruimte tot variatie in leerproces, uitvoering en presentatie. Het daagt leerlingen uit en leert ze om te gaan met vrijheid. Genius Hour biedt de mogelijkheid passie leidend te laten zijn voor leren. Dit zorgt voor betekenisvolle activiteiten en dus leren.

De oorsprong. Bij Google mogen werknemers 20% van hun tijd besteden aan zelf gekozen projecten. In het boek ‘Drive’ beschrijft Daniel Pink als algemene kenmerken voor motivatie van mensen om iets te doen de begrippen autonomie, meesterschap en zingeving. Drijvende krachten achter Genius Hour in het onderwijs zijn Angela Maiers en Amy Sandwold met hun boek ‘The Passion-driven Classroom.’

Screen-shot-2011-01-26-at-2.49.27-PM3

Ik heb de leerlingen verteld: “You are a genius, and you get an Hour!
Verbazing alom. Toelichting dus:
“Van de vier uur in de week mogen jullie er vanaf nu één zelf invullen.”
“Hoe dan?”
“Hoe je wilt!”
“Echt?”
“Ja, echt! Als het maar iets met het vak te maken heeft en jij er iets van leert.”
“Moeten we in groepjes?”
“Dat mag je zelf weten.”
“Moeten we een verslag schrijven?”
“Dat mag je zelf weten?”
“Moeten we iets presenteren?”
“Ja, maar hoe mag je zelf weten.”

Voor de meesten duurde het even om op gang te komen. Om vrijheid te accepteren. Sommigen hadden het zo rond:
“Meneer, mogen wij muziekinstrumenten maken?”
“Ja, dat mag.”
“Dan kunnen we ontdekken hoe geluid ontstaat en wat het is. Want we hebben die formules wel gehad maar echt snappen doen we het niet.”
“Meneer, mogen wij onderzoeken hoe een voetbal in de lucht de bocht om kan gaan?”
“Ja, dat mag.”
“Meneer, mogen wij….”
“Ja, dat mag.”

Bij anderen duurde wat het langer, en alleen van dat alleen al leerden ze zoveel. Kiezen bleek nog niet zo makkelijk. Anderen wisselden tot drie keer toe van onderwerp en ook daarvan leerden ze veel.
“Meneer, U zei dat mocht, maar het mag helemaal niet!”
“Wat niet?”
“Een aardappelkanon bouwen. We hebben het opgezocht en het is volgens de wet verboden. Je kunt een boete van 17.500 euro krijgen!”
“Ok, dan weten we dat ook weer.”

Er gebeurde van alles in de weken die volgden. Soms leek het niks, soms zinderde het. Soms leek het een chaos, af en toe was dat ook zo.

Lucy is een rustig meisje met een interesse in techniek. Lucy zit in klas 2 en zij ging ‘iets doen met robots’, misschien er een zelf bouwen. Regelmatig vroeg ik Lucy naar haar vorderingen, want ik zag haar niet zoveel doen, het waren vooral plannen waarover ik hoorde.
“Ik doe ook heel veel dingen thuis voor Genius Hour, meneer.”
“Ok.”
Lastig voor mij als docent, maar ik moest vertrouwen.
Gisteren was de presentatie van Lucy. Ik schrok. Lucy was naar de universiteit van Delft geweest om een interview te houden met een roboticus! Zij had hiervan een video gemaakt, inclusief een demonstratie van een lerende robot. Zij legde haarfijn en perfect gestructureerd uit wat een robot is en hoe hij werkt. Ook had ze een robot bij zich, zelf gebouwd. Lucy demonstreerde live (!) hoe je deze kon programmeren! Kalm en overzichtelijk vertelde ze haar verhaal. Toen zij de video van de roboticus afspeelde, keek ik niet alleen naar de video, maar vooral naar Lucy. Haar gezicht glom! Zij straalde! Zij was trots! Ik zag passie in beeld. Ik genoot met haar mee. Het cadeau ‘vertrouwen’ werd meer dan beloond.

Leerlingen zitten vol met passie, vol met vragen. Ik hoef eigenlijk helemaal niets te doen. Alleen wat tijd en ruimte geven. Een kleine moeite. Een groot gewin. De echte onderwijshelden zijn de leerlingen. Stuk voor stuk.

onderwijshelden

Deze post vormt mijn bijdrage aan het boek Onderwijshelden, een boek waarin 60 verhalen zijn gebundeld die laten zien dat op allerlei plaatsen in het onderwijs mensen zijn die vinden dat het anders moet en kan hiermee gewoon aan zelf aan de slag gaan. Het boek is op zaterdag 13 september gepresenteerd tijdens het Permanent Beta Festival en is te hier te bestellen via bol.com (inmiddels is de eerste oplage uitverkocht :), vanaf maandag 15 september is het boek weer verkrijgbaar) of hier te downloaden als pdf of epub.

 


Hoe je leerlingen beter kunt laten luisteren

augustus 31, 2014

Bezig met het begin van het nieuwe schooljaar wordt mijn aandacht nog meer dan gemiddeld getrokken door berichtjes die ik tegenkom op verschillende sociale media over het begin van het nieuwe schooljaar. Zeker ook als zij gaan over algemene problemen. En zeker als zij kort en bondig goed geformuleerde praktische tips bevatten die ook nog eens aansluiten bij mijn visie. Hieronder mijn vertaling en interpretatie van een bericht dat mijn aandacht trok.

Het gaat over: luisteren.
Luisterend hondje

Luisteren is vrijwel altijd een probleem met een nieuwe groep leerlingen. Daar kun je bijna op rekenen.

Er veel over peinzen of klagen – zoals leraren nog wel eens geneigd zijn te doen – is een verspilling van tijd en energie.

In het algemeen kan worden gesteld dat een effectieve leraar zich alleen bezig houdt met dat wat hij zelf kan controleren en welke acties hij zelf kan ondernemen om het probleem op te lossen.
Zij ontmoeten hun leerlingen en zien waar zij zijn en laten dan zien hoe zij verder kunnen komen.

Wanneer het om luisteren gaat is de sleutel tot succes het spreken. Spreken op een manier die het voor de leerlingen natuurlijk maakt om te luisteren. Zo spreken dat luisteren voor leerlingen een gewoonte wordt.

Hieronder een vijftal suggesties hoe je die gewoonte aan het begin van het jaar kunt aanleren.

Blijf op één plek staan.
Op één plek blijven staan stimuleert leerlingen zich op je te richten. Het zorgt voor rust. Het verwijdert afleidingen die luisteren belemmeren en zorgt zo dat jouw stem de belangrijkste stimulus in de klas wordt.

Spreek zachter.
Veel leraren praten te hard, in de veronderstelling dat dit leerlingen helpt op te letten. Het omgekeerde is echter de waarheid. Hard praten maak leerlingen passief en ongeïnteresseerd. Het weerhoudt leerlingen ervan om in jouw richting te kijken en jou als bron te gebruiken.
Goed luisteren is een activiteit. Het vereist van leerlingen dat ze naar voren leunen en jouw lichaamstaal observeren. Het vereist van leerlingen dat zij op zoek gaan naar betekenis en begrip in wat jij zegt. Als je zachter gaat praten gebeurt dit als vanzelf.

herhalenHerhaal niet.
Jezelf herhalen is een effectieve manier om ervoor te zorgen dat leerlingen geen reden meer hebben om naar je te luisteren. Het helpt bij het inslijten van een houding van passiviteit en aangeleerde hulpeloosheid. Het verzwakt de kracht van de woorden die je spreekt.
Wanneer je iets maar één keer zegt en ook verwacht dat het begrepen wordt, dan stimuleer je actief luisteren, betrokkenheid en gerichte vragen.

Verwijder al het overbodige.
Hoe minder woorden je gebruikt, hoe beter je leerlingen zullen luisteren. Dit onderschrijft het belang dat je moet hechten aan het gericht vertellen, alleen dat wat je leerlingen nodig hebben om succesvol verder te kunnen.
Hou je gedachten en afdwalingen en vulwoorden voor jezelf. Ze maken de boodschap allen maar zwakker en minder invloedrijk.

stopStop vaak.
Een moment niet spreken geeft je leerlingen een moment de voorafgaande informatie te verwerken. Het maakt jou ook interessanter. Het zorgt ervoor dat er meer diepte, belang, autoriteit van je woorden uitgaat.
Een moment niet spreken geeft ook de mogelijkheid begrip te controleren. Het is verbazingwekkend hoe je door ervaring steeds meer en beter de mate van begrip kunt aflezen aan de gezichten en de houdingen van de leerlingen.

Het gaat over jou! :)

Veel leraren praten (nog) wel eens op beklagenswaardige toon over het slechte luisteren in hun klas, maar zoeken de oplossing voor het probleem vaak niet bij zichzelf. In hun hoofd zijn de leerlingen het probleem.
Dit bemoeilijkt het vinden van een oplossing.
Leraren tonen soms hun frustraties hiermee en ontwikkelen de neiging om het gebrek aan vertrouwen in het vermogen van leerlingen om te luisteren om te zetten in continu lopen door het lokaal, harder praten en hun eigen woorden blijven herhalen.

Maar goed luisteren gaat niet over de leerlingen. Het gaat over de leraar.
Het gaat over het op zo’n manier spreken dat leerlingen versterkt worden in hun natuurlijke vermogen en neiging om te luisteren. Op zo’n manier spreken dat het een leidende weg is waarlangs actief luisteren een hardnekkige gewoonte wordt.

Mogelijk heeft iemand iets aan deze bijdrage, zo aan het begin van het jaar.

Bedankt voor het luisteren

 

Bron: How To Develop Good Listening The First Month Of School


Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 3.567 andere volgers

%d bloggers op de volgende wijze: