Leren door te testen, niet afleren door te toetsen

augustus 3, 2014

Start test 2014-08-03_1317

Toetsen staan recent meer dan gemiddeld ter discussie in het onderwijs. Er is een stroming die meer wil toetsen of meer gestandaardiseerd wil toetsen. Er is een stroming die minder wil toetsen of in ieder geval minder gestandaardiseerd. Er is een stroming die zich niet laat horen en het ofwel goed vindt zoals het is ofwel er zich niet druk over maakt.

Ik zou hier graag een onderscheid willen aanbrengen tussen testen en toetsen.

En dan pleit ik voor vaker testen en minder vaak toetsen.

Bezwaren die worden gemaakt tegen het afnemen van toetsen zijn dat zij tijd kosten, dat zij leerlingen onder druk zetten, dat zij iets meten zonder dat precies wordt geweten wat, dat zij cijfers genereren die een (absolute) waarde suggereren die er niet is of kan zijn, dat zij veel zaken die belangrijk zijn bij leren niet of nauwelijks (kunnen) bevragen. Toetsen worden ervaren als instrumenten om af te rekenen. Van het toetsen zelf wordt meestal niets geleerd. Toetsen, vooral gestandaardiseerd toetsen, leidt tot leren voor de toets.

Op zijn best worden toetsen gebruikt om leren te meten.

Dat zou veel meer kunnen zijn. Als er anders mee zou worden omgegaan. Als toetsen testen zouden worden.

Testen kunnen ook leiden tot leren.

Veel onderzoek laat zien dat veel van wat geleerd is snel weer wordt vergeten. Testen kunnen er voor zorgen dat dit minder het geval is en dat de retentie van kennis en informatie wordt verhoogd.

In een studie werd leerlingen een stuk  tekst aangeboden om te lezen. Vervolgens werd over een aantal passages uit de tekst een test afgenomen. De leerlingen werd gevraagd op te schrijven wat zij nog wisten van deze passages, dit bleek ongeveer 70%. De andere passages werden niet getest maar deze werden wel herlezen. Op deze manier werd de volledige tekst dus twee maal aangeboden. In een vervolgtest, 2 dagen of een week later, bleek dat de passages die waren getest veel beter waren onthouden dan de passages die waren herlezen.

De verklaring voor de resultaten is dat leerlingen die getest worden worden gedwongen informatie uit het geheugen op te halen en te gebruiken. Verschillende manieren van testen, indien correct uitgevoerd, zetten leerlingen aan om deze vaardigheid  te oefenen. Dit wijkt af van veel activiteiten die leerlingen in de klas moeten uitvoeren, luisteren, lezen, opdrachten maken met het boek erbij, welke vooral gericht zijn op het verkrijgen en opslaan van informatie. De toegenomen retentie na het afnemen van een test, het zogenaamde ‘testing effect’ of ‘retrieval practice effect’, versterkt het leren in de klas en zorgt voor een beter vastleggen in het geheugen.

Dit klinkt nogal vanzelfsprekend en dat is het tot op zekere hoogte ook. Toch wordt deze techniek nog weinig toegepast. Een uitdaging hierbij wordt gevormd door de vraag hoe dit soort testen structureel en effectief kunnen worden ingebouwd in een lesprogramma.

Onderzoek laat zien dat het belangrijk is dat de testen een vast onderdeel gaan vormen van de lessen en de manier waarop er wordt geleerd. De inzet hoeft niet altijd hoog moet zijn. Het hoeft niet onvoldoende/voldoende te zijn of zelfs voorzien te worden van een cijfer. Leerlingen in klassen die deze techniek gebruiken raken er aan gewend en maken het, zelfs na aanvankelijk sceptisch te zijn geweest, tot een onderdeel van hun routine. Zij leren steeds een beetje meer gedurende het jaar of het semester, een beetje zoals samengestelde rente, en aan het eind is een beetje studeren voldoende en er is niet langer een noodzaak tot blokken voor de toets.

Het systeem van het op deze manier leren door informatie uit het geheugen op te halen blijkt positief beïnvloed door een juiste spreiding van de testen, zodat een klein beetje vergeten kan optreden. De toegenomen inspanning nodig om de informatie terug te halen maakt het leren nog sterker. Ditzelfde geldt voor het variëren van de manieren waarop testen worden afgenomen.

Bij het toepassen van het onderzoek in de praktijk, op een middelbare school in Columbia, Illinois, bleek dat het leerlingen een gemiddelde van A- haalden voor stof die in de klas behandeld was en waar vervolgens drie keer een test over was afgenomen, vergeleken met een C+ voor stof die op dezelfde manier was behandeld en daarna drie keer opnieuw bekeken zonder te testen. Het voordeel van het afnemen van de testen was acht maanden later nog steeds aanwezig.

Onderzoek toont de waarde van minder toetsen en meer testen. Testen als een vast onderdeel van het leren. Meer, en meer gestandaardiseerd, toetsen leidt tot meer leren voor de toets. Meer en gevarieerd testen leidt tot meer leren en langer onthouden. Testen kunnen voor leerlingen een leidraad vormen om een heel jaar lang te leren en te leren leren, te ontdekken waar kennis en vaardigheden ontbreken en hier op bij te sturen. Het is waardevol voor docenten om leerlingen de voordelen van testen te laten ervaren, zodat zij de hiermee gewoontes kunnen ontwikkelen die tot succesvol leren leiden, een leven lang.

 

Eindtoets kleur 2014-08-03_1311

Bronnen:
How Tests Make Us Smarter, NY Times, Sunday Review, 18 July 2014, Henry L. Roedinger III


Find your mountain, go climb it!

juli 28, 2014

mt_kilimanjaro_122006

Recent heb ik hier geschreven over Genius Hour, tijd die door leerlingen volledig zelf mag worden ingevuld. Genius Hour gaat uit van het principe dat elke leerling unieke kwaliteiten bezit en geeft een keuze in wat en hoe te leren. Genius Hour wordt ook wel 20Time genoemd. Momenteel ben ik bezig met het schrijven van een vervolgpost over de presentaties van de leerlingen en de ervaringen die zij en ik hebben opgedaan. Maar dat gaat nog even duren.

Tot die tijd wil ik graag het woord geven aan één van die geniën. Het is niet een van mijn leerlingen, maar wel een leerling die perfect weet te beschrijven wat het belang is van het geven aan ruimte voor leerlingen:

“Find your mountain. Go climb it.

The road to Mount Kilimanjaro”

door Kittie McKay

“I have gone to school my whole life. But this year something strange happened to me. I didn’t just learn, I got inspired. Inspiration is the key to this whole education process.”

“And we have this teacher. And he presents this assignment, where you can do anything, be anyone, go anywhere, and most importantly, dream anything.”

“How do you choose? What are my goals? What is my passion?”

“So, I did my homework.” :)

“It may sound pretty easy but it was a huge learning experience for me.”

“But I am telling you this because this whole experience has forced me out of my comfort zone. I was, quite literally, selling my goals and dreams to people.”

“I learned that in order to find your mountain, that may involve stressing your very ideas in your head, on the computer, on paper, in order to come up with something pretty awesome. But then you will be able to take it to your marketplace with all the enthusiasm and passion you have to get the job done.”

“This has been the biggest growing experience I have ever had in a eight month time period. I learned about my strengths, my weaknesses, what I am truly passionate about, who I want to become, and how to overal I can become the best Kitty McKay I can be.”

“I worked harder socially, academically, physically and spiritually.”

“Not only does this opportunity give kids time to discover something that they love, it may also be the biggest growing experience that they ever have.”

“Kid’s creativity needs to be nurtured, not trained out of them.”

“We need a chance to learn in our own way, not the standard.”

“Why not be more than the product of mass production?”

“So often, kids just go through the motions of everyday schoolday, and never even realize their full potential.”

“And that is why 20Time should be implemented in all schools, because the opportunity to find your mountain is priceless.”

 

mauna_kea

 


Het Nieuwe Leren, een klein praktisch voorbeeldje

juli 6, 2014

Loesje Het Nieuwe LerenAan het eind van het schooljaar zijn er altijd wel een aantal zaken die leerlingen nog moeten inhalen of mogen herkansen. Gemiste opdrachten, gemiste toetsen, slecht gemaakte opdrachten, slecht gemaakte toetsen.

Ik had er dit jaar een aantal van deze.

Eén hiervan betrof de mogelijkheid om een aan het begin van het jaar slecht gemaakte toets, voor een vak dat al halverwege het jaar was afgesloten, aan het eind van het jaar ‘opnieuw’ te maken. Het betrof hier één leerling. Hij had het vak met een 5 afgesloten en dit zou hem mogelijk/waarschijnlijk beperken in zijn mogelijkheden bij de overgang.

Met deze leerling heb ik voor de uitvoer hiervan de volgende afspraken gemaakt voor op de inhaaldag.

1. De leerling krijgt een aantal verwerkingsopdrachten van telkens 1 lesuur.
2. De opdrachten worden digitaal aangeboden, via het LMS of de ELO Edmodo (meer info te vinden in een eerdere post: Edmodo, wat het is en dat het werkt). Ze zijn voorzien van de nodige bronnen.
3. De opdrachten worden ingeleverd als Google Documenten in een Google Drive map, die de leerling al eerder heeft aangemaakt tijdens de lessen en die met mij gedeeld is.
4. De leerling levert de opdracht in op Edmodo en geeft hierbij aan of hij nog vragen heeft.
5. De leerling krijgt feedback op zijn werk, direct in het Google Drive document. Dit kunnen antwoorden zijn op zijn vragen maar ook correcties of aanvullingen op zijn werk.
6. Aan het eind van de serie opdrachten volgt een toets. Deze wordt digitaal afgenomen, via Edmodo. De leerling ziet wanneer hij klaar is direct de behaalde score.

De uitvoering verliep als volgt.

Ik zat thuis. Ik hoefde dus niet 70 minuten te reizen om dit te kunnen begeleiden. Ik zie dit als een voordeel. Ik had de opdrachten vooraf klaar gezet en verstrekte ze zoals afgesproken. Ondertussen keek ik ongestoord en geconcentreerd toetsen na en verwerkte ik de gegevens. Af en toe wierp ik een blik op mijn computer.

De leerling zat op school, achter een laptop, in een lokaal met andere inhalers en in aanwezigheid van een surveillant. Hij kreeg van mij de opdrachten zoals afgesproken en ging er mee aan de slag.

Ik kon op Edmodo zien wanneer de leerling een opdracht had ingeleverd.

Ik kon in de Google Drive documenten de voortgang zien van de leerling en hier direct feedback op geven. Dit was vooral in de vorm van aanvullende vragen of suggesties.

De leerling kon mijn feedback lezen en hier op reageren.

Ik kon in de Google Drive documenten live zien wat de leerling typte. Ik kon zien waar hij zichzelf corrigeerde, of soms iets goeds in iets verkeerds veranderde. (Ik zou het hebben kunnen zien wanneer hij hele stukken zou hebben gekopieerd en geplakt). Ik kon volgen hoeveel tijd hij steeds nodig had.

Voor de meeste opdrachten bleek de leerling minder dan het geplande lesuur nodig te hebben. Hij kreeg de vervolgopdrachten dan ook eerder, zodra ik zag dat hij klaar was en mijn feedback had verwerkt.

De leerling kon door zijn reacties op mijn feedback mij laten zien of hij iets verkeerd had opgeschreven of iets verkeerd had begrepen. Ik kon daarop een inschatting maken van zijn begrip en hier op reageren. Ik leerde hier zelf van waar een aantal problemen met onderdelen van deze stof bij leerlingen zitten.

Ik vond een goede manier van werken en denk dat bovenstaand een klein praktisch voorbeeldje is van wat Het Nieuwe Leren zou kunnen zijn. Hier is vooral het onderdeel plaats-onafhankelijk gebruikt. Hetzelfde zou prima tijd-onafhankelijk kunnen worden uitgevoerd. Het betrof hier nu slechts één leerling, maar met meerdere zou middels de feedback ook prima gedifferentieerd kunnen worden.

De leerling was blij met de geboden mogelijkheid.

Blogpost Het Nieuwe Leren Edmodo 2014-07-06_1502

En behaalde het resultaat dat hij wenste op de afsluitende toets.

Blogpost Het Nieuwe Leren cijfers 2014-07-06_1512

 


Ze zijn moe, en kunnen wel rekenen!

juli 1, 2014

De afgelopen twee weken zijn er bij ons op school, net als op vele andere, toetsweken geweest.

  • Docenten maken toetsen.
  • Leerlingen leren voor toetsen.
  • Leerlingen maken toetsen.
  • Docenten kijken na.
  • Docenten voeren cijfers in.
  • Er zijn mensen blij.

Gewoon, onderwijs dus. Zou je zeggen.

Voor de laatste toetsweek zijn er ook de laatste lessen. Dan kan al op woensdag het geval zijn, of zelfs op dinsdag.

‘Meneer, dit is de laatste les. Gaan we film kijken?’

‘Ziet dit er uit als een bioscoop?’

‘Maar bij de andere drie lessen vandaag mocht het wel.’

‘Dan hadden jullie daar alle stof al af, waarschijnlijk.’

‘Nee hoor, maar de docent zei dat we dat ook wel thuis konden doen.’ (hier ga ik nog eens op terugkomen…, dat vind ik namelijk ook…)

‘Dat zou heel wel kunnen. Maar doordat wij de laatste drie lessen tijd hebben verloren omdat een aantal van jullie de presentaties niet volgens afspraak hadden klaarstaan en we daar veel tijd aan verloren hebben geldt dat voor deze les helaas niet.’

‘Maar wij zijn zo moe!’

‘Dus jullie zijn moe geworden van 3 uur naar films kijken? Dan zullen we dat nu maar niet maar gaan doen.’

Gewoon, onderwijs dus. Zou je zeggen.

‘Nee, wij zijn moe van het hele jaar. De hele dag opletten. En iedere docent die denkt dat hij het belangrijkste vak heeft. En dat wij nog thuis nog wel een uurtje aan zijn vak kunnen besteden omdat hij/zij het zo nodig vindt het hele uur vol te kletsen.’

‘Dat snap ik helemaal! Maar hebben jullie voor mijn vak ooit veel huiswerk moeten maken?’

‘Nee. Maar dat maakt niet uit. Het gaat om het totaal. We zijn gewoon moe.’

‘Dat snap ik. Maar volgende week is de toetsweek en vandaag gaan we nog een aantal lastige zaken langslopen. Dat is namelijk mijn werk. Beslissen wanneer het nodig is en wanneer het kan. Wanneer wat. En nu is het nodig.’

De leerlingen vallen stil.

De les gaat natuurlijk gewoon door.

De leerlingen doen mee. Dat hun opzet is mislukt zijn ze snel vergeten. Op die ene na dan, die demonstratief met het hoofd op de bank blijft liggen. Dat is geen probleem. Die kan het zonder uitleg en extra voorbeelden. Maar de meesten in deze klas niet. Al zouden ze dat nog zo graag willen.

Aan het eind van de les stel ik een niet onbelangrijke vraag, die vaak, om welke reden dan ook, tijd dus meestal, niet gesteld wordt.

‘Wie heeft er van deze les iets geleerd?’

Meer dan de helft steekt hun hand op.

‘Wie denkt dat hij/zij door deze les een hoger cijfer voor de toets gaat halen?’

Meer dan de helft steekt hun hand op.

Leren loslaten tegeltje-kind-leren-fietsen

De toetsweek volgt. Ik moet surveilleren. Ik sta in de gang voor de klas en spreek met leerlingen voor de deur.

‘Ik was echt te moe om nog te leren, meneer. Waarom moeten we nu aan het eind van het jaar voor alle vakken nog een toets gaan maken?’

Een goede vraag en ik val even stil.

‘Het is echt te veel,’ voegt een andere leerling toe.

‘Weet U wel hoe het is om 8 uur lang elke dag naar leraren te moeten opletten en naar leraren te luisteren”, voegt leerling drie toe.

Ik probeer een antwoord te formuleren en het lukt me om de leerlingen te laten luisteren.

‘Ja, dat weet ik.’ En ik ets nogmaals in mijn geheugen dit nooit te vergeten.

‘Gaat de toets moeilijk worden?’. Leerling vier, linksachter stelt een schijnbaar concrete vraag.

‘Nee, niet als je geleerd hebt,’ is mijn standaard antwoord, en dat klopt in mijn geval ook wel.

De eerste leerling die mij aansprak doet een kleine stap naar voren.

‘Nou, ik heb het uitgerekend en voor alle vakken behalve wiskunde heb ik aan een 1,2 genoeg deze toetsweek.’

‘Grappig, dat je wel kunt rekenen maar dan voor wiskunde toch meer dan een 1,2 nodig heb,’ kom ik, toch weer docerend, terug.

‘Ik heb alleen voor Duits een 3,4 nodig, de rest maakt niet uit.’

‘Ik voor geschiedenis, een 4,2. En voor aardrijkskunde een 3,8.’

‘Ik voor Nederlands een 1.8, voor Frans een 4,7 en voor Duits een 5,2. Dus ik heb alleen voor Duits geleerd vandaag.’

Gewoon, onderwijs dus. Zou je kunnen zeggen.

Je zou het ook anders kunnen zeggen.

Niet gewoon. Onderwijs. Dus.

Ho. Ho. Ho.

Dat zou best een goed einde van deze bijdrage zijn geweest.

Hoe liep het nu echt af?

Voor mijn vak en deze klassen?

De leerlingen die ik sprak hadden allemaal een (ruime) voldoende.

Zij hadden echt wel geleerd. Ondanks hun woorden. Ondanks hun vermoeidheid. Zij waren betrokken. En zij gaven een signaal.

Wat zijn mensen toch wonderlijke wezens.

Laten wij zorgen dat zij dit blijven.

Daar is geen rekentoets voor nodig. Als het nodig is kunnen leerlingen prima rekenen.

Kunnen ze ook rekenen op jou?

rekenenen op jouw! animaatjes-rekenen-69059

 


Lerarenmaatschappen? Een goed idee?

maart 23, 2014

Zaterdag 22 maart heb ik een bijeenkomst bijgewoond op het Vathorst College in Amersfoort waarbij een groep docenten en andere geïnteresseerden zich hebben bezig gehouden met de vraag of er een plaats is in het Nederlandse onderwijs voor een lerarenmaatschap.

Het initiatief tot de bijeenkomst was genomen door Frank Weijers, Dick van der Wateren en Renske Valk, naar aanleiding van een publicatie van Frank hierover in september 2013: “Echte ondernemersleraren worden geen ondernemerleraar“.

maatschappp

Deze publicatie heeft tot de nodige reacties geleid en op verschillende plaatsen is er aandacht aan besteed aan het idee, o.a. bij stichting beroepseer en bij hetkind, en in de februari editie van Van12Tot18 is een interview verschenen met Frank en Dick. Er is ook een LinkedIn groep aangemaakt en een website voor de deelnemers.

Deze eerste bijeenkomst was in de eerste plaats verkennend. Wie, wat, hoe verder?

Is een lerarenmaatschap een goede vorm om leraren meer zeggenschap te geven over niet alleen de inhoud maar ook de organisatie van onderwijs om zo de kwaliteit te verhogen?

Via een kennismakingsronde en een aantal vragen ontstond langzamerhand een beeld van de aanwezigen en hun ideeën. Dit beeld is deels vastgelegd in de vorm van tekst op een aantal whiteboards en dit zal worden verwerkt en gedeeld door Iris Franck, docent geschiedenis op het College Sint Paul in Den Haag.

De vragen die zijn langsgekomen tijdens de wisselende discussies en vragenrondes en die beantwoord dienen te worden als een van de volgende stappen zijn verzameld door Daniel Dessaur, docent geschiedenis op het Essener, RSG NO Veluwe. Hij zal ze organiseren, aanvullen met zijn eigen vragen en oproepen tot additionele vragen en antwoorden.

Wat mij het meeste is bijgebleven is de grote mate van betrokkenheid die door alle aanwezigen ten toon werd gespreid. Een gedeelde wens was duidelijk de kwaliteit van de docent meer te kunnen inzetten, waarbij de vorm in essentie secundair is. Zo werd een mooie invulling van een lerarenmaatschap geponeerd door Laurent Chambon, docent Frans op het Hyperion College in Amsterdam, een meester-gezel systeem in een verder platte organisatie.

Om het delen van al het verzamelde en een goede voortgang mogelijk te maken is door Dick van der Wateren inmiddels de blog Lerarenmaatschap opgezet en iedereen met interesse in dit onderwerp is van harte uitgenodigd om daar te reageren. Alle suggesties, vragen en antwoorden zijn welkom!

Een van de zaken die aan de orde kwam of een lerarenmaatschap sectiebreed of schoolbreed ingezet zou kunnen of moeten gaan worden Hoe groot of klein zij zou moeten beginnen met betrekking tot het aantal leerjaren? Zou zij binnen een bestaande school, of een bestaand schoolgebouw, moeten starten? Waaruit zou zij bestaan?

Ik heb daarom even een korte lijst van de aanwezige docenten gemaakt en hun bevoegdheden gemaakt en kom dan tot de volgende “lerarenmaatschap”.

Elly Loman Aardrijkskunde
Dick van der Wateren Aardrijkskunde
Jeroen Steenman Bewegingsonderwijs
Frans Droog Biologie
Elly Loman Biologie
Riks Ytsma Communicatie
Frank Weijers Economie
Liesbeth Breek Frans
Laurent Chambon Frans
Daniel Dessaur Geschiedenis
Iris Franck Geschiedenis
Daniel Dessaur Maatschappijwetenschappen
Laurent Chambon Maatschappijwetenschappen
Glenn Hille NaSk
Jeroen Clemens Nederlands
Jan Lepeltak Nederlands
Jos Reulen Zorg en Welzijn
Renske Valk

Er is dus nog een beperkt aantal vacatures…. :)


En als je geen stemkastjes of mobieltjes hebt? Plickers!

maart 23, 2014

plickersVijf dagen geleden schreef ik hier een blogpost getiteld “Dit ga ik morgen doen“, die onder andere ging over het gebruiken van een Exit Ticket, bijvoorbeeld die van Socrative, waarbij leerlingen via hun mobieltje stemmen. Regelmatig schrijf en tweet ik over het gebruik stemkastjes bij digitaal toetsen.

Maar wat als je geen stemkastjes of mobieltjes hebt?

plicker

Dan kan het ook altijd anders!

Bijvoorbeeld via een hi-tech, low-tech systeem genaamd Plickers. Leerlingen gebruiken dan geen mobieltje maar een papiertje!

Hoe dat werkt? Elke leerling krijgt een kaart met een unieke visuele code. De vier zijden van de code zijn gelabeld als A, B, C en D. Op het teken van de docent houdt de leerling de kaart in de lucht met zijn keuze bovenaan. De docent gebruikt vervolgens zijn iOS of Android app op zijn mobiel en scant het lokaal. De app herkent de kaarten zoals zij aan de leerlingen zijn toegewezen en slaat het antwoord dat de leerlingen geven op. De resultaten verschijnen live op het scherm van de docent.

photo 1-5

De docent kan ook via een website scannen en de resultaten kunnen ook via de website van Plickers live op een scherm geprojecteerd worden.

Of het perfect werkt weet ik nog niet maar het ziet er heel eenvoudig uit:

PS: Inmiddels via twitter een aantal reacties gekregen en de vraag of ik het zelf al geprobeerd had. Dat had ik nog niet maar inmiddels wel. Met mijn thuisklas, in mijn woonkamer van 10 meter lengte, met mijn iPad mini verliep het inlezen van de gegeven antwoorden probleemloos. Viervoeter J had 80% goed en viervoeter L 60%. Plant C 100%! :)


Soms moet je niets schrijven

maart 18, 2014

Feiten vooraf met wat links. Daarna alleen nog maar een plaatje.

Al een aantal jaren doe ik met mijn leerlingen mee aan Learning Circles, een manier om met een aantal scholen uit verschillende landen volgens een vast concept aan een onderwerp te werken. Het duurt 10 weken en je bent bezig iets te leren, terwijl je tegelijkertijd bezig bent elkaar te ontdekken. Verschillen en overeenkomsten, interesses en behoeftes, belangen en verlangen.

Dit jaar doen mijn leerlingen en ik ook weer mee. Dit keer aan een bijzondere, de opzet is een klein beetje anders dan anders, het onderwerp is een klein beetje anders, er is een link naar Lot Roos, met wie wij op reis gaan.

Deze Learning Circle “Met Lot op Reis” gaat over kinderrechten, en dat ze nog lang niet overal worden nageleefd.

Een onderdeel van de eerste ‘challenge’ in deze Learning Circle is om in een tekening te vangen wat er nog niet helemaal goed gaat met de verdeling van water en voedsel op de wereld.

Hieronder één van de tekeningen die mijn leerlingen maakten.

Met Lot op Reis Cartoon 3

 

PS: Deze tekening is ook geplaatst op de site van cartoon movement. Je kunt daar stemmen en dan wordt de tekening misschien door een echte cartoonist omgezet in een echte cartoon. Zou toch top zijn! De link: http://www.cartoonmovement.com/cartoon/13963


Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 3.419 andere volgers

%d bloggers like this: