Leerlingen verdienen het gehoord te worden.

mei 10, 2013

Gisteren heb ik op twitter een discussie gehad en een aantal discussies gevolgd over een leerling die het aandurfde om in de klas de wijze van lesgeven van zijn docent te benoemen. Hij werd hierbij zonder zijn weten gefilmd door een klasgenoot en de video is op YouTube geplaatst. De video is inmiddels op het moment van dit schrijven al ruim een miljoen keer bekeken! En dit lijkt niet alleen te zijn vanwege sensatiezucht.  De reacties op de video die op YouTube worden geplaatst laten een beeld zien van leerlingen die vergelijkbare ervaringen hebben.

De video die viraal ging op YouTube:

“Jeff Bliss decided to give their teacher a lesson at the Duncanville High School”

Het is inmiddels duidelijk uit een interview dat het geen geplande actie was maar de leerling heeft er geen spijt van en is goed in staat aan te geven waar het hem om gaat.

Het interview met Jeff Bliss door een lokaal TV station.

Je kunt heel wat vragen stellen bij de actie van de leerling en het op YouTube verschijnen van de video. Kan een leerling dat doen? Mag dat? Hoe zit dat met deze docent? Wat is de rol van Sociale Media hier? Wat zou de school moeten doen?

Deze leerling stelt iets aan de kaak waarvan wij niet weten hoe vaak het voorkomt. Niet in de Verenigde Staten en niet hier. Dat kun je alleen aan onze leerlingen vragen. En vervolgens goed luisteren.

Je kunt vervolgens kijken naar het halflege glas, de docent die zich er vanaf lijkt te maken, en je alleen hier op richten.

Maar ik zou het graag beperken tot wat volgens mij het halfvolle glas is.

Deze leerling wil leren.

Hij verdient docenten die willen lesgeven.


eduClipper, dé digitale bronnen verzamelaar voor het onderwijs?

mei 9, 2013

Afgelopen nacht om 03:59 kwam er een email bij mij binnen.

Schrik niet! Ik sliep toen nog :)

Wie gaat er nu tijdens zijn lesvrijeperiode ‘s morgens om vier uur opstaan? Ik niet :)

De email was om mij eraan te herinneren dat ik mij een tijd geleden een keer had aangemeld voor een website www.eduClipper.net en dat ze blij waren dat ik dat gedaan had. Maar ze wilden me nog meer vertellen, namelijk dat het er nodige gedaan was aan de site en dat het nu, in hun ogen, geworden is tot “de beste plaats op het web om educatieve inhoud te ontdekken, te delen en toe te voegen voor docenten en leerlingen“.

Mijn belangstelling was gewekt!

Ik las door.

En maakte wat tijd vrij om ‘even te kijken’.

educlipperlogowithborderWat is het?
EduClipper is een visueel aantrekkelijke website en een tool die door docenten en leerlingen gebruikt kan worden om materialen te verzamelen. Deze materialen kunnen digitale tekst, afbeeldingen, presentaties, video’s of embed codes van andere presentaties of websites zijn. Files kunnen ook uit Google Drive worden toegevoegd. Er zijn aparte accounts voor docenten en voor leerlingen.

EduClipper Bookmarker 2013-05-09_0736Hoe werkt het?
Na het aanmaken van een account kunnen zogenaamde eduClips worden gemaakt en deze kunnen worden geplaatst op één of meer eduClipboards. Een eduClip kan verschillende vormen hebben, van afbeeldingen tot video’s en van url’s tot embed codes. Het toevoegen van een eduClip kan door het gewenste item te selecteren vanaf een computer, het web, of Google Drive. Het is ook mogelijk via ‘Drag and Drop’ van een item een eduClip te maken. Hiernaast is er een handige bookmarking tool, die het mogelijk maakt vanaf een website direct de url, een deel van de tekst of de hele pagina op te nemen in een eduClip.
Video’s worden afgespeeld binnen het eduClipboard.
Een handige toevoeging aan eduClipper is ook het gebruik van EasyBib om direct van elke eduClip een correcte bronnenvermelding te kunnen maken.

EduClipper accounts 2013-05-09_0733Hoe kan je het in de klas gebruiken?
Een docent kan klassen aanmaken en eduClipboards maken om zo materiaal specifiek met een klas of een groep leerlingen delen. De docent kan via een aantal instellingen kiezen wat de mogelijkheden voor gebruik door de leerlingen zijn met betrekking tot delen en commentaar leveren.
Docenten kunnen eduClipboards ook delen met elkaar en zo samenwerken aan een onderwerp en bijvoorbeeld hier een ultieme bronnenbank voor creëren.
Leerlingen kunnen samenwerken bij opdrachten of bij het zoeken van bronnen voor onderzoek.

Oordeel?
EduClipper ziet er zeer veelbelovend uit, maar is nog niet perfect. De makers geven ook dat er nog het nodige klaarligt ter verbetering. EduClipper is visueel zeer aantrekkelijk, en lijkt hierin sterk op het zeer populaire Pinterest, maar biedt duidelijk meer mogelijkheden voor het onderwijs. De mogelijkheden tot samenwerken en het gemak waarmee allerlei soorten materiaal kunnen worden samengevoegd tot een overzichtelijk geheel maken het tot een hele mooie tool, die het in zich heeft om heel groot te worden. Sterke punten zijn ook dat citaties eenvoudig kunnen worden toegevoegd en dat je veel informatie over de verzamelde bronnen kunt zien zonder dat het eduClipboard hiervoor verlaten hoeft te worden.

Ik zou zeggen, neem een kijkje en besluit zelf, is EduClipper ”de beste plaats op het web om educatieve inhoud te ontdekken, te delen en toe te voegen voor docenten en leerlingen“? Het zou zo maar eens kunnen.


Bitter of beter?

mei 7, 2013

glas half vol half leeg onder boven 775b3b34996d80cdd64149f7e7d8c8e4_1350593326Met enige regelmaat loop ik tegen iets aan waarvan ik denk: “moet dat nou zo?”

Met enige regelmaat zie ik kritische kanttekeningen langskomen.

Met enige regelmaat zie ik ongefundeerde, ondoordachte meningen langskomen.

Met enige regelmaat zie ik naïeve suggesties voor complexe problemen langskomen.

Met enige regelmaat zie ik hele positieve, enthousiaste berichten langskomen.

Met enige regelmaat zie ik negatieve opmerkingen langskomen.

Met enige regelmaat zie ik mensen langs elkaar heen praten, beide overtuigd van hun gelijk.

Met enige regelmaat zie ik mensen hun mening verkondigen en vervolgens het gesprek verlaten.

glas half vol half leeg omgekeerd dyn003_original_448_298_pjpeg_2565138_04cd92b56875e5b8ed328004fd4c86e1Met enige regelmaat doe ik een beroep op mijn professionaliteit om het gesprek te kunnen blijven aangaan met collega’s die elke inhoudelijke informatie uitwisseling uit de weg lijken te willen te gaan door een focus op alleen de mogelijk minder positieve aspecten van een verandering.

Met enige regelmaat denk ik: “daar moet ik toch eens iets over schrijven op mijn blog”

Met enige regelmaat ben ik begonnen aan een blogpost over bovenstaande en onderstaande.

En nu kwam ik iets tegen dat het kantelpunt betekende en nu is dit dus geschreven.

Ik werk in het onderwijs:

Weer een nieuw plan? Een leerling die gewoon niet wil?  Een collega die klaagt? Een teamleider die werk afschuift? Een ouder die moeilijk doet? Een collega die zijn afspraken niet nakomt? Een politicus die maar wat roept? Meer bijeenkomsten? Extra taken?
Een docent is een lesgever, een administrator, een PR deskundige, een mentor, een inspirator, een constante factor, een vader of moeder of broer of zus, een manusje-van-alles en dan moet hij ook nog overal goed in zijn!

keuze ja of nee 7175375Bitter of beter?

Je kunt bitter worden door alle moeilijkheden en tegenslagen of negatieve ervaringen die je tegenkomt.

Of.

Je kunt beter worden in wat je doet en hoe je dat doet.

Het is gemakkelijk om bitter te worden, dat gaat bijna vanzelf.

Het is werk om beter te worden.

Je kunt er voor kiezen om het op te geven en je te laten meezuigen in de maalstroom van negativiteit.

Je kunt er ook alles aan doen om beter te worden en je volledig geven om je doel te bereiken.

Vroeger….. toen ik nog aan hardlopen deed en het wel eens moeilijk had tijdens de trainingen voor de marathon heb ik van een vriend wat nuttige dooddoeners gekregen:

“No pain, no gain!”

“If it doesn’t kill you, it makes you stronger”

Mensen die werkzaam zijn in het onderwijs zien dit over het algemeen niet gewoon als een baan. En als dat wel zo is en je wist niet dat het zo zwaar zou kunnen zijn dan zou je misschien wat anders moeten gaan doen. Mensen die werkzaam zijn in het onderwijs willen een verschil maken, willen kinderen iets leren, willen een betere toekomst voor hen. Dat kan niet als je bitter bent.

Hier dus een oproep. Aan mezelf, als herinnering, maar ook aan ieder die dit leest en dit wil delen.

Na de lesvrijeperiode deze komende week ga ik nog actiever aan de slag met het volgende.

De vraag: hoe kan ik mijn lesgeven beter maken?
Met als antwoord: wat ga ik doen?

glimlach lach 2853416318_477bb5cdb01. Glimlachen en lachen. Door te glimlachen voel je jezelf beter en glimlachen is besmettelijk. Stel je voor wat er gebeurt als ik dat werkelijk bewust zou doen elke ochtend en de hele dag, glimlachen naar mijn leerlingen en naar mijn collega’s! Door te lachen besmet je de omgeving met plusjes.

2. Nakijken. Ik doe dit altijd al heel snel, maar heel soms duurt het toch wat langer door ‘drukte’. Het is belangrijk voor de leerlingen en het heeft direct effect als gemaakte toetsen of gemaakt werk per ommegaande van een cijfer en het liefst feedback worden voorzien en vervolgens direct besproken.

3. Inspireren. Ik ga iets doen dat mijn leerlingen inspireert. In mijn geval gaat dat zijn: mooi onderwijs met ze maken. Ze volledig betrekken bij de invulling van hun lessen. Hoe willen zij het? Wat is hier voor nodig? En we gaan het ook doen! Echt!

think, do, be positive4. Positief. Ik ga negatieve gevoelens en negatieve kritiek negeren, vermijden, verdrijven, vervangen. Niet naïef positief, maar realistisch positief. Jaren geleden werkte ik met kaartjes op mijn bureau met een speerpunt voor de dag of voor de week. Iets waar ik aan wilde of moest werken. “Praat minder”. “Stel vragen”. “Gun leerlingen tijd”. “Start de les na 5 minuten”. “Licht toe waarom wat”. “Praat duidelijk”. “Positief” heeft daar heel lang gelegen en gaat daar nu weer liggen.

Wat zou ik nog meer kunnen doen om beter te worden in wat ik doe?

Wat zou jij kunnen doen?

Wat ga jij doen?

half vol half leeg glas vol xTechnicallyTheGlassIsAlwaysFull

 

Bron: http://theinspiredclassroom.com/2013/05/bitter-or-better/  (Het was vooral de titel die het deed)


Jongens en meisjes verschillen in prestaties bij wiskunde en lezen.

mei 6, 2013

De resultaten van een grootschalig onderzoek dat recent is gepubliceerd in het online tijdschrift PLOS ONE laten overduidelijk zien dat er een verschil is tussen de prestaties van jongens en meisjes wanneer er wordt gekeken naar wiskunde en lezen.

Sex Differences in Mathematics and Reading Achievement Are Inversely Related: Within- and Across-Nation Assessment of 10 Years of PISA Data

De naar het Nederlands vertaalde samenvatting:

Wij hebben een decennium aan data verzameld door het ‘Program for International Student Assessment” (PISA) geanalyseerd, hierbij inbegrepen de wiskundige en leesvaardigheden van bijna 1,5 miljoen 15 jarigen in 75 landen. Over alle landen gemiddeld scoorden jongens hoger dan meisjes in wiskunde maar lager dan meisjes in lezen. Het verschil tussen de seksen was drie keer zo hoog bij lezen dan bij wiskunde.

Er was aanzienlijke variatie in het verschil tussen de seksen tussen verschillende landen. Er zijn landen waar er geen sekseverschil is bij wiskunde en in sommige landen scoren meisjes hoger. Jongens scoorden lager in alle landen in alle vier de PISA onderzoeken bij lezen (2000, 2003, 2006, 2009).

Paradoxaal genoeg waren verschillen tussen de jongens en meisjes bij wiskunde consistent en sterk invers gerelateerd aan de verschillen tussen jongens en meisjes bij lezen. Landen met een kleiner verschil tussen de seksen bij wiskunde hadden een groter verschil tussen de seksen bij lezen, en vice versa. Dit effect trad niet alleen bij het vergelijken van landen maar ook bij het vergelijken binnen landen. Dit effect is gerelateerd aan de relatieve veranderingen van de sekseverschillen binnen het spectrum aan resultaten. Wij vonden geen sekseverschillen bij wiskunde tussen de minst presterende leerlingen maar hier was het sekseverschil bij lezen het grootst. In tegenstelling hiermee waren de verschillen tussen jongens en meisjes bij wiskunde het grootst bij de best presterende leerlingen en waren hier de sekseverschillen bij lezen het kleinst.

De implicatie is, dat als beleidsmakers beslissen dat veranderingen in de bestaande verschillen tussen jongens en meisjes gewenst zijn, verschillende aanpakken nodig zijn om dit aan te pakken voor wiskunde en lezen. Ingrepen die gericht zijn op hoog presterende meisjes bij wiskunde en op laag presterende jongens bij lezen zullen waarschijnlijk de grootste educatieve winst opleveren.

Jongens en meisjes verschillen in prestaties bij wiskunde en lezen.

En nu niet meer zeggen dat het niet zo is! :)

Maar, ook niet meer zeggen dat dit ook maar iets zegt over één individuele vrouwelijke of één individuele mannelijke leerling!


Verleidelijke getallen

april 30, 2013

numberphile logoWat is het?
Numberphile is een serie video’s over getallen. Maar niet zomaar video’s. De video’s laten op een hele grappige manier en boeiende manier van alles zien over de magie van getallen en het plezier dat je met getallen en wiskunde kunt hebben.

Hoe werkt het?
Alle video’s van Numberphile zijn verzameld op YouTube en de site van Numberphile is een selectie links hier naar toe. Je klikt dus op één van de getallen op de site en de bijbehorende video wordt afgespeeld. Deze bijvoorbeeld:

Hoe kun je het in de klas gebruiken?
De Numberphile video’s zijn zo leuk dat ze iedereen kunnen verleiden iets met getallen te willen doen of er maar over te weten willen kmen. Het zijn prima start video’s voor in een wiskunde of natuurkunde les maar passen ook als afsluiter of introductie van een nieuw onderwerp aan het eind van een les om leerlingen aan het denken te zetten.

Numberphile soixante dix neuf 2013-04-30_1244Sommige video’s hebben een filosofische inslag en kunnen gebruikt worden om leerlingen aan het denken te zetten, bij welk vak dan ook. Een voorbeeld hiervan is de paradox van Achilles en de schildpad. Er is zelfs een video die direct in de les Engels of Frans gebruikt kan worden en die aantoont hoe een Babylonische spraakverwarring over getallen kan onstaan: soixante dix-neuf.

De video’s kunnen ook prima als startpunt worden gebruikt door leerlingen zelf. Laat leerlingen, of groepjes leerlingen, verschillende video’s bekijken en laat ze vervolgens het vertoonde probleem of concept uitleggen aan de rest van de klas. In een volgende stap zou leerlingen zelfs gevraagd kunnen worden vergelijkbare video’s zelf te maken!


Geef leerlingen je stem

april 24, 2013

Google-Drive-1huqpddGoogle Drive is een prachtige tool om leerlingen of docenten samen te laten werken aan één document, waarbij alle wijzigingen worden opgeslagen en zijn terug te zien. Samenwerken kan plaats- en tijdafhankelijk plaatsvinden en het document is voor iedereen beschikbaar in zijn meest recente vorm.

Google Drive is ook een prachtige tool om feedback aan leerlingen te geven door de mogelijkheden die aanwezig zijn om te delen en commentaren toevoegen. Op de feedback kan eenvoudig door leerlingen worden gereageerd of zij kan worden verwerkt om het document te verbeteren. De feedback kan zowel door leerlingen als door docenten worden gegeven natuurlijk.

Het zou natuurlijk mooi zijn als je ook gesproken commentaar zou kunnen toevoegen. Dat kan nu dus!

microphone-vector-illustrator-design_11-39004

De mogelijkheden van Google Drive zijn uit te breiden door gebruik te maken van verschillende apps die door derde partijen zijn ontwikkeld en die eenvoudig aan Google Drive account zijn toe te voegen. Een recente hiervan is Voice Comments van Learn.ly die het mogelijk maakt om ook via je stem commentaar te geven binnen een document.

Deze toepassing maakt Google Drive zeer geschikt om ook in te zetten voor Flip de Klas (Flipping The Classroom). De docent geeft gesproken commentaar op individueel of groepswerk en dit wordt door de leerlingen voorafgaand aan de les bekeken zodat het in de les besproken kan worden.

Onderstaande video van Jennifer Roberts laat zien hoe Voice Comments werkt.

Bronnen: @courosa RT @lindsgra: Google docs how to add Voice Comments. A great idea to share editing ideas. youtu.be/Llv1Nh4Om0c


Tijdsdruk en toeval. Open staan en durven.

april 23, 2013

mens en milieu lamp deb8e966327e77a45390ab28835656e4

Samen leren.

Samenwerkend leren.

Mooi onderwijs.

Wat werkt.

Leerstrategieën.

Combineren.

Tijdsdruk.

Toeval.

En toen:

5-VWO gaat les geven aan 2-VWO!

Te kort door de bocht? Dan hier de wat langere versie.

In mijn onderwijs probeer ik toe te passen wat werkt. In mijn onderwijs probeer ik leerlingen te bedienen op een manier die hen aanzet tot leren tijdens de lessen en niet alleen tot uitvoeren. In mijn onderwijs probeer ik te zoeken naar middelen die leerlingen uitdagen en aan het denken zetten. In mijn onderwijs probeer ik leerlingen te verleiden andere dan hun standaard leerstrategieën te gebruiken.

Met twee tweede klassen VWO ben ik bezig met ‘mooi onderwijs’, waarover ik later uitgebreider zal berichten. Het hoofdonderwerp hierbij is opgehangen aan de titel van een hoofdstuk van het boek ‘Amersfoort aan zee’, dat door mij saai is hernoemd als ‘Mens en Milieu’.

Leerlingen bepalen voor een groot deel zelf hoe zij hierover iets willen leren en via een aantal stappen zijn we gekomen tot een mengsel van excursies, zelf proeven selecteren en de uitvoering organiseren, speeddate presentaties, aanwezigheid van docent voor het beantwoorden van vragen en waar nodig op verzoek van leerlingen of op initiatief van de docent uitleg door de docent.

Met klas 5-VWO zijn we na de toetsweek gestart met het laatste hoofdstuk van het boek, getiteld ‘Mens en Milieu’. Bij onze methode is de verdeling van de leerstof over de jaren zo dat in klas 5 vrij veel stof terecht is gekomen die leerlingen prima zelf tot zich kunnen nemen. Zij hebben uitleg van of toelichting door de docent dus niet of nauwelijks nodig. Na drie hoofdstukken voornamelijk ‘zelfstandig werken via lezen – opdrachten maken – nakijken – vragen stellen’ treedt er dan zelfs bij de best-willende leerlingen wat sleet op.

Tijd voor iets anders dus. De expert-methode. Zes paragrafen, zes groepen van drie of vier leerlingen. Geen opdrachten maken maar presentaties voorbereiden met een vrije invulling zolang de kernbegrippen aan bod komen. Vanaf het begin delen van de presentatie met de docent om feedback mogelijk te maken. Vervolgens kennisdeling via speeddate presentaties.

En toen, bij het formuleren van deze opdracht voor klas 5-VWO, de gedachte:

‘Dan kunnen ze natuurlijk ook net zo goed een presentatie geven aan klas 2 over Mens en Milieu!”

“Bam!”

Een tevreden en gelukkige glimlach op mijn gezicht, na een toch waarschijnlijk wat gespannen blik kort daarvoor. De eerlijkheid gebiedt mij namelijk te zeggen dat de formulering van de opdracht plaatsvond terwijl de leerlingen al in het lokaal waren voor de les en ik achter mijn computer zat te typen terwijl de beamer aan het opwarmen was om mijn scherm voor de leerlingen te projecteren…..

De gedachte om de uitleg uit breiden naar een ander publiek was waarschijnlijk mede ingegeven door het door mijn hoofd spelen van de top 5 van leerstrategieën die bewezen werken, die ik kort daarvoor had gelezen in een prachtig stuk van Paul Kirschner over Top en Flop leerstrategieën. Een absolute aanrader om te lezen. Nummer 5 hierin is: ‘zelf uitleg geven’.

Hoe dan ook. Door tijdsdruk en toeval verscheen in de opdracht ineens het zinnetje:

“Bereid je presentatie voor op 2 niveau’s. Eén geschikt voor leerlingen van 5-VWO, één geschikt voor leerlingen van 2-VWO.”

Als je het op 2 niveau’s kunt uitleggen dan beheers je het zeker!

Wat gebeurde er vervolgens?

Via de random group selector van de SMART Notebook software werden er groepjes geformeerd en aan een paragraaf gekoppeld. Deze koppeling mocht in goed onderling overleg tussen de groepjes worden aangepast. De leerlingen kregen inzage in de stof van klas 2 om ze laten zien wat voor feitelijke kennis in elk geval behandeld moet gaan worden. Tegelijkertijd is de opdracht de feitelijke kennis uit het klas 5 ook zoveel mogelijk in hun presentatie op te nemen of zaken toe te voegen die zij van belang achten. De vorm van de presentatie is volledig open. Het mag een standaard powerpoint of prezi zijn, het mag een practicum zijn, het mag een serie opdrachten zijn. Het mogen twee aparte presentaties zijn voor beide klassen, het mag er ook één zijn, of een gecombineerde. Ook mogen de leerlingen ervoor kiezen om voor de presentatie aan klas 2 groepjes samen te voegen. De presentaties moeten uiteindelijk met de hele klas op elkaar worden afgestemd.

De leerlingen aan de slag.

Ik schrikken! Het dreigde meteen al mis te gaan. Het leek erop alsof er de nodige ‘ruzie’ gemaakt werd binnen een aantal groepjes.

mens en milieu handen en plantje 4_new-300x215Bleek nog te kloppen ook! Er was onenigheid over op welk niveau je nu de leerlingen van klas 2 wel of niet kon aanspreken, wat zij nog wel en niet zouden snappen. Prachtig! Er was inhoudelijke discussie over wat begrippen nu precies betekenen en welke woorden je kunt of moet gebruiken om ze aan klas 5 of klas 2 duidelijk te maken. Zij waren ontzettend aan het leren! Daarom was er soms zo’n herrie!

Hoe gaat er nu les gegeven worden?

We gaan het zien. Maar wat er wordt voorbereid is: een tweetal standaard presentaties (powerpoint en prezi), twee keer een uitleg met een practicum, een interactieve quiz (gebaseerd op ‘Who Wants To Be A Millionaire?’, gemaakt via html5).

Hoe gaat er nu beoordeeld worden?

Klas 5 beoordeelt klas 5. Klas 2 beoordeelt klas 5.

Het enige probleem, excuseer, de enige uitdaging, is nu nog de logistiek. Maar dat lossen we op. Zo gaat dat, bij mooi onderwijs.

Wordt vervolgd….

Deze post is onderdeel van een quadblog. Aanmelden hiervoor kan nog steeds.


Wie wil daar niet bij zijn? Het NCOSM.

april 7, 2013

Ik kreeg het verzoek om het volgende onder de aandacht te brengen.

ncosm formedia_logo

Van 14 tot 17 mei zal het tweede Nationaal Congres Onderwijs & Sociale Media (NCOSM) worden gehouden in EYE Amsterdam. Het NCOSM is hét toonaangevende onderwijscongres in Nederland op het gebied van sociale media en is uniek omdat het als enige congres in Nederland alle onderwerpen rondom sociale media belicht. Het congres biedt een aansprekend programma met sessies over sociale media en o.a. kansen/gevaren, didactiek, visie, protocollen, privacyvraagstukken, trends en ontwikkelingen, schoolprofilering en impact op lesgeven/leren.

In de organisatie zijn speciale dagen ingericht voor PO, VO-MBO en HO en om het geheel vorm te geven zijn er vier ‘tracks’ waarin de activiteiten zijn onderverdeeld.
- Onderwijspraktijk
- Organisatie & Communicatie
- Jongeren & Mediagebruik
- Professionalisering
De openingspresentatie wordt steeds gevolgd door een serie elevatorpitches over alle sessies die op een dag geboden worden. Dat betekent dat in gecomprimeerde vorm en in sneltreinvaart alle onderwerpen van die dag de revu passeren. Op de site zijn de onderwerpen en de abstracts te vinden. Tijdens het congres kan er, na de elevatorpitches, een keuze gemaakt worden. Er is de mogelijkheid om via Google Hangouts, verzorgd door het Europees Platform van gedachten wisselen met leerkrachten uit heel Europa.

Voor het primair onderwijs is de eigen congresdag woensdag 15 mei. Er zijn Keynotes van Pedro De Bruyckere en Remco Bron. Speciaal voor bestuurders en schoolleiders is er op de dag vóór het congres (14 mei) een bijzondere preconference. Hiervoor geldt een maximum van 40 deelnemers. Deze dag wordt geleidt door Frans Schouwenburg en Erno Mijland.

ncosm_thema_vo_mbo_1_logoVoor het voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs is de eigen congresdag donderdag 16 mei. Er zijn keynotes van Marcel Wintels en Remco Bron. Speciaal voor managers en directeuren wordt op de dag vóór het congres (15 mei) een bijzondere preconference gehouden. Hiervoor geldt een maximum van 40 deelnemers. Deze dag wordt geleidt door Frans Schouwenburg en Paul Vermeulen.

Voor het hoger onderwijs is de een eigen congresdag vrijdag 17 mei. Er zijn keynotes van Google topman Ian Carrington en Anka MulderOp deze dag wordt ook speciaal aandacht besteedt aan marketing & communicatie en impact op onderzoek en wetenschapspopularisatie. Er is in het programma ook voldoende ruimte gecreëerd om te netwerken en in groepjes van gedachten te wisselen. Speciaal voor directeuren en managers wordt op de dag vóór het congres (16 mei) een bijzondere preconference gehouden. Hiervoor geldt een maximum van 40 deelnemers. Deze dag wordt begeleidt door Tracey Playle, Erik Duval en Alf Moens.

Ik heb aan het verzoek voldaan omdat ik denk dat Sociale Media heel belangrijk zijn binnen het onderwijs en omdat ik denk dat hier nog lang het potentiaal dat er in zit wordt uitgehaald. Het NCOSM is een hele mooie gelegenheid voor iedereen die betrokken is bij het onderwijs om kennis op te doen over de mogelijkheden die Sociale Media bieden en in contact te komen met collega’s die op zoek zijn naar hetzelfde.

Als dank voor het voldoen aan het verzoek mag ik zelf voor de helft van de prijs aan het NCOSM meedoen. Als edublogger mag ik bovendien 3 kortingscodes (10%) voor het NCOSM weg geven aan de lezers van Droog’s Leren Delen? Heb je hierin interesse laat het mij dan weten in een reactie hieronder.


Vraag het de expert en hij leert ook

maart 29, 2013

google-apps-cloud Afgelopen dinsdag heb ik samen met twee collega’s van het Wolfert Lyceum, André Hoogmoed en Dico Krommenhoek, een workshop ‘Google voor het onderwijs’ verzorgd namens The Crowd. De twintig deelnemers kwamen van zes verschillende scholen en hen was vooraf, via een Google Formulier, gevraagd naar hun bekendheid met en interesse in de onderdelen Google Mail, Google Agenda, Google Sites, Google Drive en Google Formulieren. Aan de hand van de resultaten hebben we vervolgens de opzet van de workshop licht kunnen aanpassen aan de behoeftes van de deelnemers. Er waren drie introducties van 10 minuten, waarna de deelnemers in drie groepen werden gesplitst om zelf ruim twee uur actief aan de slag te gaan. Tussendoor werd er een broodje gegeten en informeel informatie uitgewisseld.

André liet als eerste de mogelijkheden zien van Google Sites, hoe werkt het en hoe kun je het gebruiken in de klas. Zo toonde hij voorbeelden van een site gemaakt door een leerling om verslag te leggen van haar activiteiten en een site waarop de resultaten en ervaringen van excursie naar Frankrijk met een klas werd vastgelegd.

Vervolgens toonde Dico de mogelijkheden van Google Mail en Google Agenda. Hij liet onder andere zien hoe je mails handig kunt organiseren en hoe je maillijsten kunt aanmaken.

Als derde in de rij heb ik laten zien hoe je eenvoudig via Google Drive kunt samenwerken binnen documenten, spreadsheets of presentaties. Via Google Drive kunnen ook andere files, dus niet van Google, worden uitgewisseld en zelfs hele mappen kunnen worden gedeeld. Ik heb voorbeelden getoond hoe leerlingen hun werk bij mij inleveren door een document te delen en hoe zij vervolgens feedback ontvangen doordat ik in dat document reacties plaats. Ook heb ik getoond hoe wij als sectie via Google Drive de agenda’s, notulen,  en lesmaterialen delen en samen ontwikkelen.
Als laatste heb ik laten zien hoe je een Google Formulier kunt aanmaken om enquêtes of eenvoudige toetsen af te nemen. Als toetje werd Flubaroo opgediend, een script binnen een Google Formulier, waarmee het mogelijk is de toetsen automatisch te laten nakijken en zelfs de resultaten naar de deelnemers te laten mailen.

Er werden tijdens de introducties en tijdens de drie afzonderlijke vervolgsessies veel vragen gesteld en daarbij viel iets op. De ‘beginners’ hadden soms ook vragen waarop de ‘experts’ niet direct het antwoord wisten. Dit had verschillende redenen en dat was erg leuk om te ervaren.

“Kun je ook…?”

De ‘beginners’ kijken met andere ogen omdat zij niet worden gehinderd door de beperkingen die elke tool ook heeft. Zij hebben ook nog niet een eigen gebruik of vast stramien ontwikkeld, wat de ‘expert’ kan verhinderen andere, soms nieuwe, mogelijkheden van een tool te zien.

De ‘beginners’ hebben soms een doel voor ogen dat de ‘expert’ nooit heeft gehad, of inmiddels is vergeten. De ‘experts’ hebben dus nooit op die manier naar een tool gekeken.

De ‘beginners’ zijn soms creatiever dan de ‘experts’. Door verschillende achtergronden en verschillende behoeftes worden er andere zaken verwacht van of gezocht in een tool of worden er andere eisen aan gesteld.

Wat er gebeurde door het bij elkaar zijn van een groep geïnteresseerde gebruikers die kennis deelden en elkaar vragen stelden was dat voor iedereen de kennis toenam. Door te delen kon er geleerd worden. Door iedereen.

De meeste van de ‘onverwachte’ vragen konden ter plaatse worden beantwoord, soms door ‘beginners’ die toch wel flink gevorderd bleken op een ander gebied. Maar soms ook doordat de ‘expert’ op zoek ging naar het antwoord op de vraag en zo iets tegenkwam dat voor hem ook nieuw was! Een enkele keer bleek een gewenste optie niet alleen onbekend maar ook inderdaad gewoon niet aanwezig.

Een paar vragen bleef uiteindelijk nog open die avond en deze zijn inmiddels door de experts opgezocht en alsnog met de deelnemers gedeeld.

Alles bij elkaar was het een zeer plezierige en inspirerende bijeenkomst waar door iedereen iets werd bijgedragen en door iedereen iets werd geleerd. Het was de kracht van The Crowd in optima forma. Een prachtig product was ook de toezegging van een aantal deelnemers om, nu ze het één keer hadden meegemaakt, zelf een activiteit te gaan organiseren namens The Crowd. Iedereen is ergens een ‘beginner’, iedereen is ergens een ‘expert’.

Deze blogpost is onderdeel van een Quadblog.

The Crowd logo


Leren is zo eenvoudig, soms

maart 12, 2013

Het gaat soms gewoon vanzelf. Niks meer aan doen dus.

Become a Maker - DIYWat is het?
DIY is een fantastische site die een prachtige vorm van leren stimuleert. Het is een combinatie van online en offline activiteiten waarbij creativiteit, technologie en portfolio’s perfect samenwerkend worden ingezet. DIY is een website waar kinderen een portfolio krijgen en een app die zij kunnen gebruiken om foto’s en video’s van hun projecten te uploaden. Bij het aanmelden wordt de kinderen gevraagd om een dier te kiezen en een nickname om zo hun identiteit te beschermen. Er is een een dashboard waar leerkrachten of ouders alle activiteiten kunnen volgen.

DIY aanmelden diySteps-650x324Hoe werkt het?
DIY is een online club waar kinderen ‘maker’ vaardigheden kunnen verdienen. Het Engelse ‘maker’ vertaalt hier prima naar het Nederlands, kinderen worden echt ‘makers’. De kinderen delen hun creaties en verdienen ‘patches’ voor de vaardigheden die zij leren. Elke vaardigheid bestaat uit een aantal ‘challenges’, welke zo zijn opgezet dat zij spelenderwijs verschillende technieken leren om iets moois te kunnen bouwen. Wanneer een ‘challenge’ is volbracht kan deze in de online portfolio worden geplaatst en worden voorzien van foto’s en video.

DIY Skills adafruit_142Hoe kan je het in de klas gebruiken?
DIY is een site die ruimte biedt voor leerlingen om nieuwsgierig te zijn, iets te bouwen en technologie te gebruiken om verder te komen. Het is zeer geschikt om leerlingen te laten ontdekken hoe fantastisch het kan zijn om zelf iets te leren en zelf iets te bouwen. Het heeft de vorm van een klas waar vernieuwen en delen van leren vanzelfsprekend is.
DIY kan als ‘extra’ activiteit worden ingezet maar kan ook prima worden gebruikt om leerdoelen op een andere manier te bereiken. Door de verschillende ‘challenges’ te bekijken vanuit dit oogpunt kunnen op een creatieve en innovatie wijze kennis en vaardigheden anders dan de standaard manier worden aangeleerd. Het is een mooie tool om leren door onderzoeken te stimuleren en zou een mooie eerste stap in deze richting kunnen vormen. DIY kan worden ingezet door leerlingen individueel aan de slag te zetten maar ‘makerrs’ kunnen ook in groepjes bijeen worden gezet of zelfs kan er als hele klas worden samengewerkt. DIY ‘challenges’ kunnen worden opgegeven als huiswerk, waarbij natuurlijk bij voorkeur de leerling zelf mag kiezen. In de klas kunnen dan de vorderingen en resultaten worden getoond en gedeeld.

Deze blogpost is onderdeel van een Quadblog.


Volg

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 2.252 other followers

%d bloggers like this: