Het Nieuwe Leren, een klein praktisch voorbeeldje

juli 6, 2014

Loesje Het Nieuwe LerenAan het eind van het schooljaar zijn er altijd wel een aantal zaken die leerlingen nog moeten inhalen of mogen herkansen. Gemiste opdrachten, gemiste toetsen, slecht gemaakte opdrachten, slecht gemaakte toetsen.

Ik had er dit jaar een aantal van deze.

Eén hiervan betrof de mogelijkheid om een aan het begin van het jaar slecht gemaakte toets, voor een vak dat al halverwege het jaar was afgesloten, aan het eind van het jaar ‘opnieuw’ te maken. Het betrof hier één leerling. Hij had het vak met een 5 afgesloten en dit zou hem mogelijk/waarschijnlijk beperken in zijn mogelijkheden bij de overgang.

Met deze leerling heb ik voor de uitvoer hiervan de volgende afspraken gemaakt voor op de inhaaldag.

1. De leerling krijgt een aantal verwerkingsopdrachten van telkens 1 lesuur.
2. De opdrachten worden digitaal aangeboden, via het LMS of de ELO Edmodo (meer info te vinden in een eerdere post: Edmodo, wat het is en dat het werkt). Ze zijn voorzien van de nodige bronnen.
3. De opdrachten worden ingeleverd als Google Documenten in een Google Drive map, die de leerling al eerder heeft aangemaakt tijdens de lessen en die met mij gedeeld is.
4. De leerling levert de opdracht in op Edmodo en geeft hierbij aan of hij nog vragen heeft.
5. De leerling krijgt feedback op zijn werk, direct in het Google Drive document. Dit kunnen antwoorden zijn op zijn vragen maar ook correcties of aanvullingen op zijn werk.
6. Aan het eind van de serie opdrachten volgt een toets. Deze wordt digitaal afgenomen, via Edmodo. De leerling ziet wanneer hij klaar is direct de behaalde score.

De uitvoering verliep als volgt.

Ik zat thuis. Ik hoefde dus niet 70 minuten te reizen om dit te kunnen begeleiden. Ik zie dit als een voordeel. Ik had de opdrachten vooraf klaar gezet en verstrekte ze zoals afgesproken. Ondertussen keek ik ongestoord en geconcentreerd toetsen na en verwerkte ik de gegevens. Af en toe wierp ik een blik op mijn computer.

De leerling zat op school, achter een laptop, in een lokaal met andere inhalers en in aanwezigheid van een surveillant. Hij kreeg van mij de opdrachten zoals afgesproken en ging er mee aan de slag.

Ik kon op Edmodo zien wanneer de leerling een opdracht had ingeleverd.

Ik kon in de Google Drive documenten de voortgang zien van de leerling en hier direct feedback op geven. Dit was vooral in de vorm van aanvullende vragen of suggesties.

De leerling kon mijn feedback lezen en hier op reageren.

Ik kon in de Google Drive documenten live zien wat de leerling typte. Ik kon zien waar hij zichzelf corrigeerde, of soms iets goeds in iets verkeerds veranderde. (Ik zou het hebben kunnen zien wanneer hij hele stukken zou hebben gekopieerd en geplakt). Ik kon volgen hoeveel tijd hij steeds nodig had.

Voor de meeste opdrachten bleek de leerling minder dan het geplande lesuur nodig te hebben. Hij kreeg de vervolgopdrachten dan ook eerder, zodra ik zag dat hij klaar was en mijn feedback had verwerkt.

De leerling kon door zijn reacties op mijn feedback mij laten zien of hij iets verkeerd had opgeschreven of iets verkeerd had begrepen. Ik kon daarop een inschatting maken van zijn begrip en hier op reageren. Ik leerde hier zelf van waar een aantal problemen met onderdelen van deze stof bij leerlingen zitten.

Ik vond een goede manier van werken en denk dat bovenstaand een klein praktisch voorbeeldje is van wat Het Nieuwe Leren zou kunnen zijn. Hier is vooral het onderdeel plaats-onafhankelijk gebruikt. Hetzelfde zou prima tijd-onafhankelijk kunnen worden uitgevoerd. Het betrof hier nu slechts één leerling, maar met meerdere zou middels de feedback ook prima gedifferentieerd kunnen worden.

De leerling was blij met de geboden mogelijkheid.

Blogpost Het Nieuwe Leren Edmodo 2014-07-06_1502

En behaalde het resultaat dat hij wenste op de afsluitende toets.

Blogpost Het Nieuwe Leren cijfers 2014-07-06_1512

 


Ze zijn moe, en kunnen wel rekenen!

juli 1, 2014

De afgelopen twee weken zijn er bij ons op school, net als op vele andere, toetsweken geweest.

  • Docenten maken toetsen.
  • Leerlingen leren voor toetsen.
  • Leerlingen maken toetsen.
  • Docenten kijken na.
  • Docenten voeren cijfers in.
  • Er zijn mensen blij.

Gewoon, onderwijs dus. Zou je zeggen.

Voor de laatste toetsweek zijn er ook de laatste lessen. Dan kan al op woensdag het geval zijn, of zelfs op dinsdag.

‘Meneer, dit is de laatste les. Gaan we film kijken?’

‘Ziet dit er uit als een bioscoop?’

‘Maar bij de andere drie lessen vandaag mocht het wel.’

‘Dan hadden jullie daar alle stof al af, waarschijnlijk.’

‘Nee hoor, maar de docent zei dat we dat ook wel thuis konden doen.’ (hier ga ik nog eens op terugkomen…, dat vind ik namelijk ook…)

‘Dat zou heel wel kunnen. Maar doordat wij de laatste drie lessen tijd hebben verloren omdat een aantal van jullie de presentaties niet volgens afspraak hadden klaarstaan en we daar veel tijd aan verloren hebben geldt dat voor deze les helaas niet.’

‘Maar wij zijn zo moe!’

‘Dus jullie zijn moe geworden van 3 uur naar films kijken? Dan zullen we dat nu maar niet maar gaan doen.’

Gewoon, onderwijs dus. Zou je zeggen.

‘Nee, wij zijn moe van het hele jaar. De hele dag opletten. En iedere docent die denkt dat hij het belangrijkste vak heeft. En dat wij nog thuis nog wel een uurtje aan zijn vak kunnen besteden omdat hij/zij het zo nodig vindt het hele uur vol te kletsen.’

‘Dat snap ik helemaal! Maar hebben jullie voor mijn vak ooit veel huiswerk moeten maken?’

‘Nee. Maar dat maakt niet uit. Het gaat om het totaal. We zijn gewoon moe.’

‘Dat snap ik. Maar volgende week is de toetsweek en vandaag gaan we nog een aantal lastige zaken langslopen. Dat is namelijk mijn werk. Beslissen wanneer het nodig is en wanneer het kan. Wanneer wat. En nu is het nodig.’

De leerlingen vallen stil.

De les gaat natuurlijk gewoon door.

De leerlingen doen mee. Dat hun opzet is mislukt zijn ze snel vergeten. Op die ene na dan, die demonstratief met het hoofd op de bank blijft liggen. Dat is geen probleem. Die kan het zonder uitleg en extra voorbeelden. Maar de meesten in deze klas niet. Al zouden ze dat nog zo graag willen.

Aan het eind van de les stel ik een niet onbelangrijke vraag, die vaak, om welke reden dan ook, tijd dus meestal, niet gesteld wordt.

‘Wie heeft er van deze les iets geleerd?’

Meer dan de helft steekt hun hand op.

‘Wie denkt dat hij/zij door deze les een hoger cijfer voor de toets gaat halen?’

Meer dan de helft steekt hun hand op.

Leren loslaten tegeltje-kind-leren-fietsen

De toetsweek volgt. Ik moet surveilleren. Ik sta in de gang voor de klas en spreek met leerlingen voor de deur.

‘Ik was echt te moe om nog te leren, meneer. Waarom moeten we nu aan het eind van het jaar voor alle vakken nog een toets gaan maken?’

Een goede vraag en ik val even stil.

‘Het is echt te veel,’ voegt een andere leerling toe.

‘Weet U wel hoe het is om 8 uur lang elke dag naar leraren te moeten opletten en naar leraren te luisteren”, voegt leerling drie toe.

Ik probeer een antwoord te formuleren en het lukt me om de leerlingen te laten luisteren.

‘Ja, dat weet ik.’ En ik ets nogmaals in mijn geheugen dit nooit te vergeten.

‘Gaat de toets moeilijk worden?’. Leerling vier, linksachter stelt een schijnbaar concrete vraag.

‘Nee, niet als je geleerd hebt,’ is mijn standaard antwoord, en dat klopt in mijn geval ook wel.

De eerste leerling die mij aansprak doet een kleine stap naar voren.

‘Nou, ik heb het uitgerekend en voor alle vakken behalve wiskunde heb ik aan een 1,2 genoeg deze toetsweek.’

‘Grappig, dat je wel kunt rekenen maar dan voor wiskunde toch meer dan een 1,2 nodig heb,’ kom ik, toch weer docerend, terug.

‘Ik heb alleen voor Duits een 3,4 nodig, de rest maakt niet uit.’

‘Ik voor geschiedenis, een 4,2. En voor aardrijkskunde een 3,8.’

‘Ik voor Nederlands een 1.8, voor Frans een 4,7 en voor Duits een 5,2. Dus ik heb alleen voor Duits geleerd vandaag.’

Gewoon, onderwijs dus. Zou je kunnen zeggen.

Je zou het ook anders kunnen zeggen.

Niet gewoon. Onderwijs. Dus.

Ho. Ho. Ho.

Dat zou best een goed einde van deze bijdrage zijn geweest.

Hoe liep het nu echt af?

Voor mijn vak en deze klassen?

De leerlingen die ik sprak hadden allemaal een (ruime) voldoende.

Zij hadden echt wel geleerd. Ondanks hun woorden. Ondanks hun vermoeidheid. Zij waren betrokken. En zij gaven een signaal.

Wat zijn mensen toch wonderlijke wezens.

Laten wij zorgen dat zij dit blijven.

Daar is geen rekentoets voor nodig. Als het nodig is kunnen leerlingen prima rekenen.

Kunnen ze ook rekenen op jou?

rekenenen op jouw! animaatjes-rekenen-69059

 


Hoe het afliep

juli 1, 2014

Recent heb ik hier twee bijdragen geplaatst over het eindexamen, en dan vooral het bepalen van de kwaliteit van het geleverde werk middels een cijfer: Eindexamen, houden aan het foute antwoordmodel en N-term terreur.

Ik heb daar de nodige reacties op ontvangen en beloofd in ieder geval op de afloop terug te komen.

Kort wat voorafging:

- Ik had één leerling die het cijfer 5.45 kreeg toebedeeld als combinatiecijfer van schoolexamen en centraal examen. Dit omdat zij één punt te kort kwam op het centraal examen voor een cijfer van 5,50. De tweede corrector vond dat wij ons aan het, ook in zijn ogen, foute antwoordmodel moesten houden, omdat de N-term de onvolkomenheden hierin zou corrigeren. Mijn leerling moest hierdoor in het tweede tijdvak opnieuw examen doen. Zij zou anders niet slagen.

- Ik had overigens ook twee leerlingen die een 6,45, respectievelijk een 7,45 kregen toebedeeld, beide ook omdat zij één punt te kort kwamen op het centraal examen. Beide kozen er ook voor om te herkansen, om zo hun kansen op de gewenste vervolgstudie te vergroten.

Het resultaat:

Met de leerling die moest slagen heb ik drie dagen lang een aantal uur per dag besteed aan het herhalen van de stof en de zaken die deze leerling hierin moeilijk vond. Wij hebben hierbij het door deze leerling gemaakte examen ook nauwkeurig bekeken: wat was er fout en waarom én wat was er fout gerekend en waarom? We hebben heel veel tijd besteed aan het leren geven van het gewenste antwoord. Wij hebben geleerd om de toets goed te maken.

Wat hierbij lastig was dat ik niet wist en niet kon weten en nooit zal weten waarop de toegepaste N-term bij dit examen uiteindelijk was gebaseerd. Ik zou dat graag alsnog weten, zodat ik deze kennis kan gebruiken om mijn leerlingen in de toekomst beter voor te bereiden.

De N-term wordt bepaald nadat het eindexamen is gemaakt. Tenzij, het eindexamen in het tweede tijdvak wordt gemaakt. De N-term voor het tweede tijdvak wordt bekend gemaakt tegelijkertijd met die van het eerste tijdvak. In dit geval was de N-term voor het eerste tijdvak 0,7 en was de, nu wel vooraf bepaalde, N-terrm voor het tweede tijdvak op 0,6 gesteld.

De herkansingen werden gemaakt en ik heb ze dezelfde dag nagekeken, omdat zij de volgende dag moesten worden opgestuurd naar de tweede corrector. De tweede corrector heeft ze nagekeken en we hebben contact gehad over het volgens het antwoordmodel toekennen van punten aan de gegeven antwoorden. We verschilden van mening maar kwamen er uit.

De toets van het tweede tijdvak vond ik wat moeilijker. De N-term bleek ook te zijn aangepast. Naar 0,7.

Mijn leerling haalde een voldoende en is geslaagd.

Geslaagd Muuk_geslaagd

Een van mijn twee andere leerlingen scoorde ook hoger en behaalde het gestelde doel.

Twee mensen die ik ken hebben een fikse hoeveelheid tijd besteed aan het laten zien dat zij, naast het in bezit van de vereiste hoeveelheid kennis en vaardigheden, ook in staat zijn om de toets goed te maken. De derde is dit niet gelukt.

Het is mij onbekend hoeveel mensen in de  directe omgeving van mijn leerlingen zich zorgen hebben gemaakt over de uitkomsten en zich tijd. De ouders ongetwijfeld, de rest van de familie, de vrienden.

Ik heb de ondersteuning aan mijn leerling gedaan tussen alle andere standaard werkzaamheden door. Deze bestonden uit het maken van toetsen, het surveilleren tijdens de toetsweek, gesprekken met leerlingen over hun profielwerkstuk, gesprekken met mentor leerlingen over hun keuzes.

Ik klaag niet over het feit dat ik hieraan tijd heb besteed, ik deed het met liefde en ben blij met het resultaat.

Maar het had niet gehoeven.

Ik ben niet blij met hoe het is verlopen dit jaar. Ik kon niet genieten van de diploma uitreiking en had veel moeite dit te verbergen voor de leerlingen. Ik hoop dat dit gelukt is. Speciaal voor die ene leerling. Die speciale leerling.

Het had echt niet gehoeven.

geslaagd-2

 

 

 


N-term terreur

juni 12, 2014

Het is vanavond feest in vele huizen. Net als gisteren. Heel veel leerlingen zijn geslaagd voor hun eindexamen. Gefeliciteerd! Proficiat! Van harte! Proost!

Sommige leerlingen zijn niet geslaagd.

Sommige leerlingen zijn nog niet geslaagd.

geslaagd

Enkele dagen geleden schreef ik hier over mijn ervaringen bij het volgen van het foute antwoordmodel bij het nakijken van het eindexamen.

Het resultaat

Ik heb een hekel aan anekdotische verhalen, maar ga er voor het gemak maar van uit dat onderstaande niet het enige geval is in zijn soort, met zo’n 105.000 leerlingen in het vmbo en zo’n 93.000 in het havo en vwo die dit jaar eindexamen hebben gedaan.

Een van mijn leerlingen haalt voor mijn vak een 5,45, dit wordt afgerond naar een 5.

Met één punt meer zou deze leerling een 5,50 hebben gekregen en dit zou zijn afgerond naar een 6. Niets aan de hand.

Deze leerling heeft voor twee andere vakken een 4 en een 5, voldoende compensatiepunten en nu dus één 5 teveel. De éne 5 teveel voor mijn vak is ontstaan door één punt te weinig, op een totaal van 68.

Deze leerling had van mij als eerste corrector 2 punten meer ontvangen dan van de tweede corrector. Deze tweede corrector was, daar waar wij van mening verschilden, onvermurwbaar. Het moest zoals het was voorgeschreven. Volgens het foute antwoordmodel.

De letterlijke woorden, door mij genoteerd tijdens ons drie uur durende gesprek afgelopen zaterdagochtend, over de beantwoording van een van de vragen door deze leerling:

- “Ja. Deze vraag klopt natuurlijk niet. Het is volkomen logisch dat de leerlingen het op deze manier lezen en beantwoorden. Het antwoordmodel is dus fout, maar we moeten ons aan het antwoordmodel houden. Dit heeft de examenbespreking ook zo geformuleerd.”
Dus wat goed is moeten we fout rekenen?
– “We moeten er op vertrouwen dat door de aanpassing van de N-term de in het antwoordmodel gemaakte fouten worden rechtgetrokken.

De N-term voor deze toets werd bepaald kleiner te moeten zijn dan de standaard 1,0, namelijk 0,7.

De N-term terreur. Achteraf blijken gemaakte fouten in de toets of in het antwoordmodel niet te worden rechtgetrokken. Het vertrouwen in een organisatie die docenten niet vertrouwt blijkt naïef.

Hoe deze specifieke N-term exact tot stand is gekomen is niet te controleren. (Zie hierover en hoe de N-term werkt bijvoorbeeld deze column van Ton van Haperen).

Wel is bekend dat zij is bepaald aan de hand van alleen de gegevens van de eerste correctoren. Zonder dat bekend is of en hoe de eerste correctoren zich aan de formuleringen volgens het antwoordmodel hebben gehouden. Er is bekend dat zij iets hebben goed gerekend (of niet) maar niet wat.

Het gevolg

Mijn leerling moet nu een herkansing doen. Ik ga deze leerling hierbij begeleiden. Dit gaat ons beide de nodige tijd kosten. Dat vind ik niet erg. Wij hebben vandaag afspraken gemaakt over wat wij wanneer gaan doen. Ik weet zeker dat deze leerling het gaat halen. Ik weet ook zeker dat deze leerling het al gehaald heeft.

De herkansing is op woensdagmiddag 18 juni. Op donderdag 19 juni voor 15.00 uur moet het nagekeken werk worden ingeleverd bij de administratie om te worden verzonden naar de tweede corrector. Op woensdag 25 juni worden de N-termen voor de tweede termijn bekend gemaakt. Ergens daartussen zal overleg plaatsvinden tussen eerste en tweede corrector. Ik zal daarbij het foute antwoordmodel niet langer respecteren. Ik zal mijn eigen inzicht respecteren en de kennis en het inzicht van mijn leerling zo professioneel en eerlijk mogelijk beoordelen. Ik zal niet langer buigen voor de N-term terreur.

N-term terrorisme 2014-06-12_1924

 


Accepteer geen ja, maar. Punt!

mei 5, 2014

20060416rond-jamaar-bord1. Eerder heb ik hier geschreven over “Accepteer geen ja, maar. Punt!

2. Vandaag kwam ik op een van de Sociale Media een stoel tegen die je een stroomstoot geeft als je “Ja, maar” zegt. Cool!

De maker daarvan, Daan Rosegaarde, zette ook meteen een punt achter zijn idee :( Hij maakte er maar één…..

3. Vanavond nam ik op Twitter voor de 2e keer deel aan #blogpraat.

En ik gaf aan dat de discussie aldaar, die deze keer ging over het al dan niet plannen van blogposts, mij deed besluiten na afloop deze half klaarliggende post toch te publiceren.

Bij deze dus.

Een klein stukje gekopieerd uit een post over het MT500:

JA-MAAR-STOEL

Innovatie is niet makkelijk, weet Roosegaarde. ‘Er is een soort intrinsieke Nederlandse methode om op nieuwe ideeën te antwoorden met twee woorden: ja maar.’ Hij ontwierp daarvoor zelfs een speciale stoel, de ‘ja-maar-stoel’, die lichte stroomstootjes afgeeft op het moment dat degene die erop zit de twee fameuze woorden achter elkaar uitspreekt. ‘Elke opdrachtgever die bij ons in onze studio komt is er een beetje bang voor’, verklapte hij op het MT500-event. ‘En natuurlijk moet je ook kritisch en analytisch zijn, maar ik zou graag oproepen: durf wat meer, durf te innoveren, anders bljjf je vastzitten in dat oude.’ Vandaar ook dat hij maar één zo’n ‘ja-maar-stoel’ wil en het ding niet in productie wil nemen. ‘Dat zou te makkelijk zijn.’

En toch…..

In het onderwijs zouden we heel wat van die JA-MAAR-STOELEN kunnen gebruiken.

Maar ook…..

Is het misschien niet de goede oplossing?

Wat dan wel?

“Veel nee zeggen om een goede ja te krijgen?”

Wat dan wel?

“Mensen opnieuw leren kijken, leren ontdekken?”

Hoe dan?

Misschien toch….. “Accepteer geen ja, maar. Punt!

Met of zonder stoel?

Ik wil die ene wel hebben!

 

 


Gesprekken op de gang. Luisteren naar leerlingen.

maart 26, 2014

luisteren

 

Maandag:

Leerling 1: “Dat kan toch niet!”
Leerling 2: “Nee, dat kan echt niet! Belachelijk! Wat denkt dat mens wel niet!”
Docent, passerend op de gang: “Nou, nou. Dat zal toch wel meevallen!”
Leerling 1 en 2, tegelijk: “Nee, echt niet hoor! Dit slaat echt nergens op!”
Docent, stopt en vraagt: “Wat is er dan?”
Leerling 1: “Nou, we moeten een samenwerkingsopdracht doen. En daar hebben we nooit genoeg tijd voor. Het moet allemaal buiten schooltijd.”
Docent: “Ja, dat hoor ik natuurlijk wel vaker, dat zal wel.”
Leerling 2: “Nee, echt meneer, dit kan echt niet in deze korte tijd. Wij moeten allerlei afspraken maken met elkaar.”
Docent: “Maar als het nou echt niet kan, dan bespreek je dat toch even met de docent?”
Leerling 2: “Maar meneer, dat hebben we gedaan. Maar weet je wat die docent dan zegt?”
Leerling 1, imiteert betreffende docent. ‘Ja, uh, ik weet dat het veel werk is. Maar jullie kunnen dat toch ook gewoon in de meivakantie doen.”


 

Dinsdag:

Leerling, komt lokaal uit: “K.t!! Toets verknald!”
Docent, passerend op de gang: “Was het zo moeilijk?”
Leerling: ‘Weet ik niet, ik had niet geleerd”.

Docent: “Waarom niet?”
Leerling: ”We hadden vandaag twee toetsen en een presentatie!”
Docent: “Dat is wel een beetje veel, ja.”
Leerling, met ontluikende lach: “Maar voor uw vak….

…. sta ik nog wel voldoende!”

Docent: “Mooi! Had je daar dan wel voor geleerd?”
Leerling: „Nee, maar bij U leren we tijdens de les!”


 

Woensdag:

Gesprek tussen twee docenten in docentenkamer waarvan een aangeeft de meerwaarde ICT voor lessen niet zegt te zien.
Docent 1: “Ik ga liever tijdens de les in gesprek met leerlingen.”

Leerling, in de gang, direct na les van deze docent.
“F..k, weer de hele les moeten luisteren en nu moeten we weer alle opdrachten thuis maken voor morgen!”


 

Morgen:

?


 

Disclaimer: elke gelijkenis van bovenstaande met bestaande personen of gebeurtenissen berust op toeval

 

 

 


Lerarenmaatschappen? Een goed idee?

maart 23, 2014

Zaterdag 22 maart heb ik een bijeenkomst bijgewoond op het Vathorst College in Amersfoort waarbij een groep docenten en andere geïnteresseerden zich hebben bezig gehouden met de vraag of er een plaats is in het Nederlandse onderwijs voor een lerarenmaatschap.

Het initiatief tot de bijeenkomst was genomen door Frank Weijers, Dick van der Wateren en Renske Valk, naar aanleiding van een publicatie van Frank hierover in september 2013: “Echte ondernemersleraren worden geen ondernemerleraar“.

maatschappp

Deze publicatie heeft tot de nodige reacties geleid en op verschillende plaatsen is er aandacht aan besteed aan het idee, o.a. bij stichting beroepseer en bij hetkind, en in de februari editie van Van12Tot18 is een interview verschenen met Frank en Dick. Er is ook een LinkedIn groep aangemaakt en een website voor de deelnemers.

Deze eerste bijeenkomst was in de eerste plaats verkennend. Wie, wat, hoe verder?

Is een lerarenmaatschap een goede vorm om leraren meer zeggenschap te geven over niet alleen de inhoud maar ook de organisatie van onderwijs om zo de kwaliteit te verhogen?

Via een kennismakingsronde en een aantal vragen ontstond langzamerhand een beeld van de aanwezigen en hun ideeën. Dit beeld is deels vastgelegd in de vorm van tekst op een aantal whiteboards en dit zal worden verwerkt en gedeeld door Iris Franck, docent geschiedenis op het College Sint Paul in Den Haag.

De vragen die zijn langsgekomen tijdens de wisselende discussies en vragenrondes en die beantwoord dienen te worden als een van de volgende stappen zijn verzameld door Daniel Dessaur, docent geschiedenis op het Essener, RSG NO Veluwe. Hij zal ze organiseren, aanvullen met zijn eigen vragen en oproepen tot additionele vragen en antwoorden.

Wat mij het meeste is bijgebleven is de grote mate van betrokkenheid die door alle aanwezigen ten toon werd gespreid. Een gedeelde wens was duidelijk de kwaliteit van de docent meer te kunnen inzetten, waarbij de vorm in essentie secundair is. Zo werd een mooie invulling van een lerarenmaatschap geponeerd door Laurent Chambon, docent Frans op het Hyperion College in Amsterdam, een meester-gezel systeem in een verder platte organisatie.

Om het delen van al het verzamelde en een goede voortgang mogelijk te maken is door Dick van der Wateren inmiddels de blog Lerarenmaatschap opgezet en iedereen met interesse in dit onderwerp is van harte uitgenodigd om daar te reageren. Alle suggesties, vragen en antwoorden zijn welkom!

Een van de zaken die aan de orde kwam of een lerarenmaatschap sectiebreed of schoolbreed ingezet zou kunnen of moeten gaan worden Hoe groot of klein zij zou moeten beginnen met betrekking tot het aantal leerjaren? Zou zij binnen een bestaande school, of een bestaand schoolgebouw, moeten starten? Waaruit zou zij bestaan?

Ik heb daarom even een korte lijst van de aanwezige docenten gemaakt en hun bevoegdheden gemaakt en kom dan tot de volgende “lerarenmaatschap”.

Elly Loman Aardrijkskunde
Dick van der Wateren Aardrijkskunde
Jeroen Steenman Bewegingsonderwijs
Frans Droog Biologie
Elly Loman Biologie
Riks Ytsma Communicatie
Frank Weijers Economie
Liesbeth Breek Frans
Laurent Chambon Frans
Daniel Dessaur Geschiedenis
Iris Franck Geschiedenis
Daniel Dessaur Maatschappijwetenschappen
Laurent Chambon Maatschappijwetenschappen
Glenn Hille NaSk
Jeroen Clemens Nederlands
Jan Lepeltak Nederlands
Jos Reulen Zorg en Welzijn
Renske Valk

Er is dus nog een beperkt aantal vacatures…. :)


Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 3.355 andere volgers

%d bloggers like this: