Motiveren is te leren – recensie

juli 26, 2018

 

Motiveren is te leren, Uitgeverij SWP 2018, geschreven door Dirk van der Wulp, is een heel praktisch boek. De schrijver koppelt zijn eigen langjarige ervaringen als docent en mentor aan een grondige wetenschappelijke onderbouwing en beschrijft hoe je de motivatie van leerlingen bij hen kunt terugbrengen. Via concrete voorbeelden wordt getoond hoe de suggesties die de wetenschap biedt een plaats kunnen krijgen in de dagelijkse praktijk in de klas.

Het motiveren van leerlingen is een dagelijkse strijd voor veel mensen werkzaam in het onderwijs. Leerlingen willen wel leren maar niet altijd wat hen wordt aangeboden of op het moment dat het hen wordt aangeboden of hoe het hen wordt aangeboden. Er is voor veel leerlingen zoveel meer dat speelt in hun leven dat zij naar school gaan vooral als een verplichting ervaren die met zo min mogelijk inspanning ondergaan dient te worden.

In het boek wordt getoond dat het stellen van drie verhelderende vragen de motivatie van leerlingen kan aanwakkeren. Die vragen zijn terug te leiden op de wetenschap en komen in verschillende vormen aan bod in andere boeken over het geven van effectieve feedback. Wat wil je? Wat doe je al? Wat ga je doen om te komen waar je wilt komen? Deze vragen worden op drie niveau’s gesteld: taak, proces en zelfregulatie.

Het stellen van deze vragen alleen is nog niet genoeg wordt betoogd. Om ze werkelijk waardevol te kunnen maken is het nodig de leerlingen te laten voelen dat ze ook op school zeker een bepaalde mate van autonomie hebben en dat in verbondenheid haalbare doelen gesteld en bereikt kunnen worden. Om leerlingen werkelijk te motiveren is het nodig om in je didactiek hier zeer bewust mee om te gaan.

Het boek kent een hele duidelijke indeling, waarbij de eerste vier hoofdstukken gaan over de theorie en de onderzoeksresultaten die in meer of minder mate bruikbaar zijn om motivatie te vergroten: zelfdeterminatie, oplossingsgericht werken, feedback en groeimindset, In het vijfde hoofdstuk worden deze samengebracht. Elk hoofdstuk laat voorbeelden uit de praktijk zien en eindigt met een zeer bruikbare sectie ‘concreet in de klas’.

Bij het boek hoort ook de website motiveren is te leren met aanvullende materialen.

Bestellen
– bij de uitgever Uitgeverij SWP

Inhoudsopgave
1. De zelfdeterminatietheorie
2. Het oplossingsgericht werken
3. De kracht van feedback
4. Op weg naar een groeimindset
5. Eenheid in verscheidenheid, de integratie

Over de auteur
Dirk van der Wulp is 38 jaar biologiedocent geweest en 36 jaar klassenmentor. Hiernaast is hij 25 jaar actief geweest als schoolcounselor. Hij geeft trainingen Oplossingsgericht Werken en Excellent Gemotiveerd aan docenten, mentoren en leidinggevenden.

Advertenties

Verwondering – recensie

juli 25, 2018

 

Verwondering – leren creatief en kritisch te denken door vragen te stellen, Ten Brink Uitgevers 2016, geschreven door Dick van der Wateren is niet een standaard boek over onderwijs. Het is een boek over het belang van het stellen van vragen. Het boek leest alsof Dick een oudere, wijze man is met veel ervaringen. en een onvermoeibaar jeugdig hart voor kinderen en onderwijs. (En dat klopt ook, ik ken Dick persoonlijk). Wanneer je het boek leest hoor je Dick praten. Het is een persoonlijk relaas over zijn reis door het onderwijs.

Het boek is niet voor iedereen in het onderwijs. Het is voor hen die zichzelf nog steeds vragen durven stellen en dit ook kun leerlingen willen laten doen. Dick beschrijft hoe hij van zijn uitgangspunt dat alle kinderen nieuwsgierig zijn en dat alle kinderen willen leren is gekomen tot zijn overtuiging dat het stellen van vragen essentieel is. Dat Dick het boek opdraagt aan zijn kleinkinderen toont zijn liefde voor kinderen, vormgegeven als onderwijs.

In het boek wordt uitgelegd wat het belang is van het stellen van de juiste vraag, hoe belangrijk het is dit kinderen aan te leren en hoe je dit kunt doen. Het boek is ook een pleidooi voor het ruimte scheppen in het curriculum voor andere vormen van onderwijs. Leren door het stellen van Grote Vragen en het op zoek gaan naar antwoorden hierop. Dit alles aan de hand van concrete voorbeelden hoe dit in praktijk kan worden en is uitgevoerd. Een van de methoden hiervoor is de brandpuntmethode, door Dick vanuit de Question Formulation Technique omgezet naar het Nederlands. Deze methode heeft Dick inmiddels op meerdere onderwijsbijeenkomsten met succes gedeeld.

Het meest geraakt werd ik door het verhaal van Tirza in het boek. Ik heb Tirza ook ontmoet tijdens de presentatie van het boek en dat raakte mij mogelijk nog meer. Tirza las op haar twaalfde Plato voor haar plezier maar dreigde in de vierde klas af te zakken naar de havo. Tirza raakte gefrustreerd omdat ze geen antwoord kreeg op haar vragen. Als een noodkreet laat ze tijdens een gesprek horen dat ze wil leren. Ze wordt dan gezien en gehoord door Dick en gaat aan de slag. Inmiddels is Tirza summa cum laude afgestudeerd aan het AUC in Amsterdam en heeft ze zomercursussen gedaan aan de City University in New York. Dit doordat haar het net op tijd de juiste vragen werden gesteld, waardoor zij dit zelf ook ging doen.

Ik heb het boek, dat verscheen in oktober 2016, met veel plezier gelezen en lees er af en toe in terug, met evenveel plezier. Ik kon niet anders dan glimlachen toen ik onlangs een vraag zag langskomen op een van mijn sociale media: ‘Wat is een goed Engels woord voor Verwondering?’. Ik heb natuurlijk geen antwoord gegeven.

Bestellen
– bij de uitgever Ten Brink Uitgevers

Inhoudsopgave

  1. Waarom anders?
  2. Goed onderwijs
  3. De kracht van vragen
  4. Grote vragen
  5. Op weg naar een goede vraag
  6. Ten slotte
  7. Bijlagen

Over de auteur
Dick van der Wateren heeft gewerkt als geologisch onderzoeker, wetenschapsvoorlichter en docent natuurkunde, met speciale aandacht voor talentvolle en begaafde leerlingen. Sinds 2017 heeft hij een filosofische praktijk in Amsterdam, De Verwondering, waar hij gesprekken voert met jongeren en volwassenen die op zoek zijn naar helderheid over problemen of kwesties waar zij mee worstelen. Hij schrijft op zijn blog over onderwijs en aanverwante zaken.


Hoeveel vakantie hebben leraren nu eigenlijk?

juli 24, 2018

 

Het is vakantie.

Maar hoeveel vakantie hebben leraren nu eigenlijk?

Een blogpost die ik al langer wilde schrijven omdat daarover nogal wat misverstanden bestaan.

Daarom hier heel kort de feiten voor het VO.

 

De afspraken

– Volledige baan volgens CAO = 1659 uur

– Aantal uur per week volgens CAO = 36,86

– Aantal schoolweken = 40

– Aantal lesweken = 38

 

De conclusies

– 1659 uur / 36,86 uur per week = 45 weken

– 52 – 45 = 7 weken vakantie (inmiddels 6 door ‘werkdrukverlaging’, daarover later meer)

– 1659 uur / 40 lesweken = 41,5 uur per week

– 1659 uur / 38 lesweken = 43,7 uur per week

 

Lesvrijeperiode

Al jaren gebruik ik zelf de term ‘lesvrijeperiode‘ voor al die weken waar er geen contact is met leerlingen en er geen les gegeven wordt. Dit zijn de herfstlesvrijeperiode, de kerstlesvrijeperiode en de voorjaarslesvrijeperiode. Dit zijn dus geen vakanties.

 

De discussie

Het staat een leraar vrij om een langere werkweek dan de in de CAO afgesproken 36,86 uur te draaien. Daarmee spaart hij deze uren op om ze elders in te kunnen zetten, als ‘vakantie’. Dat klopt. Maar daarvoor moet hij dan dus wel 41,5 uur per week werken. Dat is een keuze, geen recht, geen verplichting. Daarover kun je discussiëren.

 

PS 1: Ik voelde de noodzaak om deze post nu, hoe kort en onvolledig ook, te schrijven naar aanleiding van het verhaal op nos.nl over werkdruk, waar zelfs stichting Leerkracht, die ik hoog heb zitten met hun fantastische werk om elke-dag-samen-een-beetje-beter ons onderwijs te verbeteren aangeeft dat leraren 10 weken vakantie hebben en dat daar ‘winst’ te behalen zou zijn.

PS 2: Zodra er meer tijd is zal ik deze post uitbreiden met de gegevens voor PO en MBO en het verhaal invullen met meer details en inkaderen in de gemiddelde werktijd en vakantie voor andere beroepen.

PS 3: Mocht je vinden dat leraren wel veel vakantie hebben en dat als een groot voordeel zien of graag gebruik willen maken van de mogelijkheid om je uren in te delen kom dan vooral helpen om het lerarentekort op te lossen 😜. Het is ook nog eens echt leuk werk!

 

Bron:
CAO VO 2016-2017

 


Testjekennis

juli 23, 2018

Aan het eind van het schooljaar, of aan het begin van de vakantie, of aan het eind van de vakantie, of aan het begin van het schooljaar (of alle vier) zijn vele van ons in onderwijs bezig met de plannen voor het nieuwe schooljaar. Wat ga ik volgend jaar anders doen? Beter doen? Niet meer doen? Ga ik me concentreren op verbeteren wat ik al goed doe? Ga ik iets nieuws proberen wat ik altijd al van plan was of wat ik ben tegengekomen bij een collega of gelezen heb in een onderwijsblad of een vakblad of gezien heb op sociale media?

Zelf zit ik altijd vol met plannen, waarvan meestal slechts een klein deel verwezenlijkt wordt, simpelweg omdat het teveel plannen zijn. Dat heeft mij geleerd en doen besluiten elk jaar een soort speerpunt te selecteren.

Komend schooljaar zal het speerpunt ‘herhalen en feedback‘ zijn, hoewel dat natuurlijk net zo gemakkelijk twee speerpunten genoemd kunnen worden. Om dat concreet te gaan maken ben ik nu dus bezig met vormen om dit te doen.

Een manier zal zijn nog vaker en gerichter gebruik te maken van testjes om te herhalen.

Testjes om te herhalen zijn voor leerlingen en leraar een manier om te testen hoeveel zij nog van een onderwerp of van een heel voorafgaand leerjaar weten.

Komend schooljaar staat daarom voor al mijn leerlingen in de studiewijzer opgenomen ergens in de eerste twee weken: Testjekennis. Deze testjes gaan over de kennis van het afgelopen jaar, of de afgelopen jaren. Deze testjekennis testen zal ik gaan gebruiken om te bepalen welke onderdelen van het voorafgaande jaar herhaling behoeven en ik zal de leerlingen deze herhaling op verschillende manieren gaan aanbieden en gedurende het jaar opnieuw gaan testen. De leerlingen zullen geen cijfer krijgen voor deze testjekennis testen, wel feedback, zo persoonlijk mogelijk. Bij de testjekennis testen zal ik de vragen vooral richten op de BioKern doelen die wij met een aantal collega’s aan het opstellen zijn. Wat zijn nu de werkelijk wezenlijke onderdelen van ons vak waarvan wij vinden dat alle leerlingen deze dienen te kennen en beheersen? Het vormt een pragmatische samenvatting van de breed geformuleerde kerndoelen die onderdeel vormen van de examenstof en waarvan wij hebben ervaren dat deze ook vaak concreet of verborgen in de examens terugkomen. Deze BioKern doelen zullen ook in onze reguliere toetsen regelmatig terugkeren.


When. The scientific secrets of perfect timing – recensie

juli 23, 2018


When, the scientific secrets of perfect timingRiverhead books, Penguin Group 2018, geschreven door Daniel Pink is een boek over tijd. Het boek is niet geschreven voor het onderwijs of over onderwijs. Toch komen er een aantal zaken in voor die het onderwijs direct raken, zoals wat de wetenschap suggereert over hoe laat een lesdag zou moeten beginnen, hoe lang een lesdag zou moeten duren, hoeveel pauze’s er zouden moeten zijn, hoe lang deze pauze’s zouden moeten duren, wat het beste moment is om een toets te geven, wat het effect is van het geven van een toets op verschillende momenten van de dag. De uitkomsten blijken soms verrassend. Toepassen ervan waar mogelijk lijkt een goed idee.

Daniel Pink is een Amerikaan en hij verpakt de wetenschappelijke bevindingen die hij beschrijft in mooie kleine, soms persoonlijke verhalen.

In hoofdstuk 1 introduceert Daniel onderzoek naar het dagelijks patroon in emoties en gedrag dat op velerlei plaatsen zichtbaar is. Voor veel positieve gemoedstoestanden is er een piek in de ochtend, een daling in de middag en een nieuwe piek in de avond. Een piek, een dal, een terugkeer. In hoofdstuk 2 laat hij een aantal voorbeelden zien waar het effect van een pauze wordt getoond. Het meest extreem is dit zichtbaar bij rechters die besluiten over een vervroegde vrijlating van een gevangene: dit percentage stijgt na de ochtendpauze van 0 naar 65% en na de middagpauze van 15 naar 65%. In hoofdstuk 3 wordt getoond hoe wij vaak geen invloed hebben op een starttijd maar soms wel op hoe wij beginnen en hoe wij opnieuw kunnen beginnen bij een valse start en in hoofdstuk 4 en 5 wordt dit uitgebreid naar het midden en naar het eind. Steeds laat Daniel zien wat er bekend is over effecten van het moment van de dag en de omstandigheden en hoe wij daar, hoe beperkt soms ook, mee zouden kunnen omgaan om zaken te verbeteren. Hoe groepen kunnen profiteren van het bewustzijn van het moment wordt in hoofdstuk 6 toegelicht.

Wat zijn nu de uitkomsten voor het onderwijs?
– Dagelijks fluctuaties in prestaties zijn groter dan wij denken. Hiermee rekenen houden is van belang, hoe lastig ook.
– Niet alle activiteiten vereisen dezelfde inspanning. Bij planning hiermee rekening houden is van belang, hoe lastig ook.
– Pauzes leiden tot betere resultaten. Geef leerlingen dus vaker een korte pauze.
– Toetsen afnemen later op de dag, leidt tot slechtere resultaten. Waar mogelijk dus vroeg.

Persoonlijk
Ik vond het zeker geen zonde van mijn tijd om When te lezen. Ik deed dat vooral ’s middags, in de zon in mijn tuin. Ik heb nog meer aanwijzingen gekregen dat mijn keuze om pauzes werkelijk pauzes te laten zijn en mij niet te laten verleiden om toch nog even wat doen of te bespreken een juiste is. Ik ben nog meer overtuigd van de waarde van even wandelen buiten en power-naps.

Bestellen
– bij de uitgever Penquin Random House
– bij andere leveranciers zoals Bol.com, Amazon.com.

Inhoudsopgave
1: The Hidden Pattern of Everyday Life
2: Afternoons and Coffee Spoons: The Power of Breaks, the Promise of Lunch, and the Case for a Modern Siesta
3: Beginnings, Starting Right, Starting Again and Starting Together
4: Midpoints: What Hanukkah Candles and Midlife Malaise Can Teach Us About Motivation
5: Endings: Marathons, Chocolates and The Power of Poignancy
6: Synching Fast and Slow: The Secrets of Group Timing
7: Thinking in Tenses: A Few Final Words

Over de auteur(s)
Daniel Pink is een zeer veel gelezen auteur van o.a. de boeken A Whole New Mind, Drive en To Sell is Human. Zijn werk is in 35 talen vertaald en er zijn meer dan 2 miljoen van zijn boeken verkocht wereldwijd. Zijn TED Talk over de wetenschap van motivatie is een van de 10 meest bekeken TED Talks, met meer dan 20 miljoen views. Zijn RSA Animate video over de ideeën in zijn boek Drive is meer dan 14 miljoen keer bekeken.


Spelletjes spelen om te herhalen

juli 23, 2018

Aan het eind van het schooljaar, of aan het begin van de vakantie, of aan het eind van de vakantie, of aan het begin van het schooljaar (of alle vier) zijn vele van ons in onderwijs bezig met de plannen voor het nieuwe schooljaar. Wat ga ik volgend jaar anders doen? Beter doen? Niet meer doen? Ga ik me concentreren op verbeteren wat ik al goed doe? Ga ik iets nieuws proberen wat ik altijd al van plan was of wat ik ben tegengekomen bij een collega of gelezen heb in een onderwijsblad of een vakblad of gezien heb op sociale media?

Zelf zit ik altijd vol met plannen, waarvan meestal slechts een klein deel verwezenlijkt wordt, simpelweg omdat het teveel plannen zijn. Dat heeft mij geleerd en doen besluiten elk jaar een soort speerpunt te selecteren. Afgelopen jaar was dat vooral de vraag van Simon Sinek, uit zijn boek: Start with Why. Het bewustworden door de vraag steeds opnieuw te stellen: waarom waarom bepaalde dingen in het onderwijs gedaan worden, waarom doe ik de dingen in mijn onderwijs die ik doe?

Komend schooljaar zal het speerpunt ‘herhalen en feedback’ zijn, hoewel dat natuurlijk net zo gemakkelijk twee speerpunten genoemd kunnen worden. Om dat concreet te gaan maken ben ik nu dus bezig met vormen om dit te doen. Een manier zal zijn nog vaker en gerichter gebruik te maken van spelletjes om te herhalen.

Spelletjes om te herhalen zijn voor leerlingen een leuke manier om te testen hoeveel zij van een onderwerp weten. Tegelijkertijd geven zij de leraar inzicht in wat de leerlingen weten en waar mogelijk extra aandacht nodig is. Spelletjes waarbij leerlingen moeten samenwerken versterken bovendien nog eens deze vaardigheid. Er zijn verschillende manieren om dit online te doen en hieronder deel ik er drie. Ieder met zijn eigen uiterlijk en voor- en nadelen. Zelf gebruik ik vooral Socrative maar bekijk ze alle drie en zie waar jij je en je leerlingen jullie voordeel kunnen doen. Onderwijs is tenslotte een unieke interactie tussen een leraar en zijn/haar leerlingen. Elke dag overal anders.

Met het gratis online programma Socrative kunnen leerlingen als team meespelen op hun laptop, mobiel of tablet als team via de optie “Space Race”. De leraar maakt een klas aan en dit genereert een code waarmee de leerlingen zich kunnen aanmelden, zij hoeven hiervoor geen persoonlijke gegevens achter te laten. Terwijl de leerlingen antwoorden geven bewegen de raketten van hun team zich over het scherm. De resultaten van het spel kunnen gedownload worden ter analyse, bespreking en het geven van feedback.

De volgende video toont een duidelijke uitleg hoe de Space Race optie van Socrative gebruikt kan worden.

Ook het populaire programma Kahoot heeft een, vaak overziene, optie om leerlingen als team te laten deelnemen. Wanneer voor deze optie wordt gekozen is er een pauze na elke gestelde vraag voordat er antwoorden kunnen worden ingevuld. Gedurende deze pauze kunnen teamleden overleggen voor zij gezamenlijk een antwoord indienen.

De volgende video geeft een duidelijke uitleg hoe de Team optie van Kahoot gebruikt kan worden.

Een wat minder bekende optie om spelletje in een team te spelen is Blended Play. Het spelbord wordt geprojecteerd op het bord en wanneer de teams het juiste antwoord geven geeft de leraar dit aan en worden de stukken op het digitale bord verplaatst.

De volgende video geeft een duidelijke uitleg hoe Blended Play werkt.

Spelletjes om te herhalen, ik zou zeggen, maak jouw keuze.

Bron:
Richard Byrne: Free Tech for Teachers


Deltaplan basisonderwijs

juli 20, 2018

Bij het verzamelen van de suggesties om het lerarentekort op te lossen wees Rienkje van der Eijnden, directeur van basisschool De Zuiderzee bij ABSA, mij op haar Deltaplan basisonderwijs. Zij schreef dit op 1 december 2017 op LinkedIn en ik neem het hier graag integraal over om er extra de aandacht op te vestigen. Rienkje schrijft als toelichting:

“Ik geloof in duurzame oplossingen. Voor de korte termijn zullen we noodmaatregelen in moeten zetten. Stap 1 is dat we onderwijs weer echt belangrijk gaan vinden.”

Help mee het Nederlandse basisonderwijs te redden

De nood in het basisonderwijs is hoog. Het toenemende tekort aan leerkrachten heeft grote impact op de kwaliteit. Nog even en dit is onomkeerbaar…

Minister Slob laat weten dat hij ‘de werkvloer’ nodig heeft om te weten wat echt nodig is in het basisonderwijs en om met goede plannen te kunnen komen. Laten we daarom met elkaar dit Deltaplan maken. Ik geef hier de voorzet. Laat weten wat goede ideeën zijn en welke voor verbetering vatbaar zijn (graag met verbetersuggestie). Aanvullingen zijn uiteraard ook welkom.

I – Ideeën die geld kosten, maar die absolute noodzaak zijn

1.   We zien goed onderwijs als investering en niet als kostenpost
·        Uitgangspunt in onderwijsbeleid en politieke keuzes wordt het inzicht dat goed onderwijs de basis is van ons maatschappelijk succes (bruto nationaal geluk) en onze kennismaatschappij (bruto nationaal product).

2.   We maken werken in het basisonderwijs aantrekkelijk
·        Met een eerlijk salaris (tenminste gelijk aan VO, liefst marktconform)
·        Met voldoende tijd om het werk dat gedaan moet worden ook echt te kunnen doen

3.   We zorgen dat de randvoorwaarden in orde zijn
·        De financiering van gebouwen, verwarming, water, licht enz. wordt kostendekkend.
·        Binnen een schoolgebouw geldt ARBO wetgeving (oppervlakte, temperatuur etc.) ook voor de kinderen en de uitvoering daarvan wordt financieel mogelijk gemaakt.
·        Elke school heeft basale ondersteuning in de vorm van een conciërge en een administratieve kracht.
·        Een klas heeft een menselijke maat – maximaal 24 kinderen op één leerkracht.
·        Elke klas heeft een onderwijsassistent om extra ondersteuning te kunnen bieden.
·        Elke school heeft een ‘extra’ leerkracht die kortdurend verzuim kan vervangen.

4.   Bij ‘beleid’ komen ook de middelen mee om het beleid mogelijk te maken
Bijvoorbeeld:
·        Als de groepsleerkracht niet meer bevoegd is om bewegingsonderwijs te geven, wordt er een vakleerkracht bekostigd.
·        Als er drie uur gym gegeven moet worden, komt er ook een gymzaal om dat te doen.
·        Als er een anti-pestcoördinator moet komen, komen er ook uren voor deze taak.
·        Enz. enz.

II – Ideeën die geen (onderwijs)geld kosten en noodzakelijk zijn

5.   Het ministerie wordt  beleidsarm
·        Geen ‘detailbeleid’ uit Den Haag (Volkslied, museumbezoek, gymuren, …)
·        De grote lijn blijft in tact voor langer dan de ‘politieke vier jaar’
·        Sturende subsidies (met alle overhead en ineffectiviteit van dien) verdwijnen en worden vervangen door structureel geld voor ontwikkeling en verbetering op schoolniveau.

6.   De overheid ziet de leerkracht als deskundige professional
·        Er wordt gepraat met leerkrachten in plaats van over leerkrachten; we stoppen met het financieren van het oerwoud aan ‘deskundige clubjes en organen’ en zorgen dat er één advies- en gesprekspartner voor het ministerie komt dat bestaat uit leerkrachten zelf.
·        We laten leerkrachten / scholen zelf bepalen waar zij extra deskundigheid nodig hebben en bij wie zij dat willen halen.

7.   De school vormt de basis
·        Financiën komen rechtstreeks bij de school terecht. De school kan zich aansluiten bij een scholengroep als dat winst oplevert en een afdracht doen aan de scholengroep. Het is mogelijk om van scholengroep te veranderen wanneer dat beter past bij de behoeften van de school.

8.   Niet ieder maatschappelijk probleem wordt op het bordje van de school gelegd
·        We laten de verantwoordelijkheid die bij ouders hoort bij ouders (verkeersopvoeding, gezond eetgedrag, …).
·        We maken heldere keuzes over wat bij de kerntaak van de school hoort en laten de school vervolgens de verantwoordelijkheid nemen om die kerntaak ook uit te voeren.
·        We zorgen dat er naast de school ook ‘anderen’ zijn (jeugdwerk, opvang, verenigingen) die bijdragen aan de opvoeding van de volgende generatie.

9.   We vieren onze successen
·        Zowel intern als extern communiceren we vooral over wat er goed gaat in het Nederlandse basisonderwijs en over wat ons vak zo mooi maakt
·        We nemen daarin een voorbeeld aan andere landen
·        We beïnvloeden zo media en overheid om hetzelfde te gaan doe
·        We maken onszelf daarmee een aantrekkelijke sector

III – ideeën die nodig zijn of die geld opleveren, maar waarvoor heilige huisjes omver moeten

10. We zorgen voor wetgeving die het mogelijk maakt dat er alleen goede leerkrachten voor de klas staan
·        Er komt een proeftijd van een half jaar. Binnen de proeftijd kan er ‘probleemloos’ afscheid genomen worden. (Dus zonder verplichting tot het betalen van de eventuele uitkering.)
·        Het wordt eenvoudiger om bij disfunctioneren of mindere geschiktheid afscheid te nemen of over te gaan tot een demotie naar onderwijsassistent.
·        We maken werken in het onderwijs weer aantrekkelijk.

11. We heffen het verschil (in financiering en wetgeving) tussen openbaar en bijzonder onderwijs op
·        Verschillen tussen scholen en vrije schoolkeuze blijft, maar kan ook gebaseerd zijn op visie en methode (concept) in plaats van op godsdienst
·        Scholen kunnen van ‘kleur’ veranderen als dat beter aansluit bij de huidige populatie en de wensen van de ouders
·        In nieuwe wijken komt niet langer één openbare, één christelijke en één katholieke school, maar een diversiteit aan scholen die past bij de populatie en de wensen van de ouders.

12. We brengen het aantal lesuren terug naar 800 per jaar
·        Schooldagen van 5x 4 uur worden dan mogelijk. Dit lost het ‘pauze probleem’ op en zorgt ervoor dat een 8-urige werkdag voor de leerkracht reëel is.
[NB – voor de VO-ers –  in het basisonderwijs is een lesuur gelijk aan een klokuur.]
·        We maken helder keuzes ten aanzien van de kerntaak en laten andere zaken over aan anderen (ouders, jeugdwerk, verenigingen)

13. We heffen te kleine scholen op of laten deze fuseren
·        Een kleine school is duur.

14. We maken het geven van thuisonderwijs mogelijk

15. Andere vakanties
·        Flexibel (voor zowel kinderen als leerkrachten) of beter verdeeld over het jaar
·        Met een kortere zomervakantie

16. We nemen afscheid van het lopende band model
·        Het is mogelijk om korter of langer dan 8 jaar over de basisschool te doen, afhankelijk van de tijd die een kind nodig heeft om doelen te halen
·        We laten het leerstofjaarklassenmodel los en gaan uit van doelen en onderwijsbehoeften
·        We toetsen formatief in plaats van normatief

 


%d bloggers liken dit: