Vlotte feedback

januari 11, 2016

Wat als we een van deze in ons lokaal zouden zetten?

Hoe was jouw laatste ervaring CYX4Yq_U0AEV2G4

Of in de vergaderruimte?


Literatuur en een tuin #blimageNL

januari 2, 2016

Literatuur en leren

 

Een verhaal van Margreet van Heeringen

Een nieuw schooljaar. Ik bedenk en probeer van alles om een band met mijn havo-3 te krijgen maar zie van de kant van mijn leerlingen nog weinig respons. Een kleine 30 pubers, leerlingen uit 2-havo maar ook doublanten en zij-instromers uit 2-vwo en 2-mavo. We moeten een heel jaar samen.

Ik heb mijn literatuurles met verve voorbereid, vól met activerende didactiek en coole filmpjes in de Google Classroom, maar zie bij binnenkomst dat dit ‘t niet gaat worden. Ze stuiteren. Velen hebben hun spullen nog beneden in hun kluis en ze mopperen over collega’s. Ik zucht zichtbaar.

Dan ga ik op een tafel zitten, haal diep adem en kijk rond totdat het stil wordt. Ik vertel. Over mijn jeugd. Over mijn puberteit. En hoe het lezen van boeken mijn leven veranderde. En dat ik hen dat ook toewens. Die ervaring. Ik vertel over boeken die mij hebben geraakt en citeer zinnen met voor mij prachtige zinswendingen en woordvariatie. Ik leg uit en verklaar en word oprecht blij.

Ik spreek uit dat ik hoge verwachtingen van hen heb. Dat het lezen van literatuur ook voor hen is weggelegd en dat we het dit jaar gewoon sámen gaan doen. Ik laat de trailer zien van Maarten ‘t Hart waarin hij een fragment voorleest uit “Magdalena” en bespreek hun wrevel en vragen: “Wat praat die man langzaam, zeg! Waarom mag hij niet met zijn verjaarscadeau spelen?” en “Wat is Mecano eigenlijk?”

Langzaam verdwijnt de weerstand en kan ik hun inzichten koppelen aan de theorie over motieven en het stellen van hamvragen. Op de vraag of ik nog zo’n raar filmpje heb, laat ik Adriaan van Dis’ “Ik kom terug” zien. Aan één keer kijken heeft een aantal niet genoeg. “Ik snap er nog echt geen bal van hoor..”

Na de derde keer blijft het doodstil. Dan zegt de stoutste van het stel: “Is dat eigenlijk beeldspraak? Die tuin, die wordt vergeleken met het leven van zijn moeder?” Een klasgenoot vult aan: “Stijlfiguur, metafoor ofzo”. De klas zoekt elkaars blik en knikt instemmend. Dan draait een leerling zich naar mij om en zegt verbaasd: “Dus daarom heeft mijn vader een foto van onze tuin gezet op de rouwkaart van mijn moeder..”

En ik?

Ik krijg een brok in mijn keel en maak een diepe buiging. Het wordt een topjaar met deze klas!


Wat je ziet zijn de wolken #blimageNL

november 1, 2015

Een verhaal van Geert Bors. Aan de hand van een plaatje, een #blimageNL verhaal.

Blogpost Wat je ziet zijn de wolken r146076_512723

Scène 1: Ontbijttafel

“Papa, kun je het nóg een keer vertellen?” Laatste keer dan, vent. Mijn zoon van 3,5 kijkt naar de uitvergroting die boven onze eettafel hangt en luistert naar het verhaal dat erbij hoort. Het is een foto van de Arafurazee bij Darwin in Australië. Diepzwartpaarsblauwe lucht – de kleur van een venijnige blauwe plek. Op de voorgrond stromen geelverlichte golven het strand op. Het element dat de dominante horizontale lijnen breekt, is een pier met daarop enkele roekelozen. De lucht is namelijk helemaal gevuld met witte, kronkelige bliksemschichten.

Ik hoor mezelf vertellen over de tijd dat mijn vriendin en ik in Noord-Australië woonden en werkten. Over hoe het daar eerst lang heel droog is. Hoe het dan langzaam steeds warmer en plakkeriger wordt. Hoe wekenlang stapelwolken je plagen, omdat ze zo op regenwolken lijken, maar nooit hun verkoelende lading lossen. En hoe het dan opeens losbarst. Ik vertel dat dit het eerste onweer was dat zijn moeder en ik meemaakten. Dat, terwijl deze bevriende fotograaf voor zijn huis stond te fotograferen, wij op weg waren naar de openluchtbioscoop, maar in plaats daarvan nog net onze auto haalden. Slagregens, ruitenwissers niet berekend op hun taak, stapvoets rijdend naar huis, afgebroken palmtakken die over de weg woeien, de elektriciteit die bij thuiskomst uitgevallen bleek. Zo’n avond waarop je beseft dat je leeft.

“Mag ik van tafel?”, vraagt mijn zoon. Vijf minuten later zit zijn moeder zijn zusje te voeden op de bank. “Mama, ben je klaar met eten? Je wilt zeker naar de film? Nou, kijk eens naar boven: de lucht is rood en paars en groen en geel. Het gaat bliksemen. En ík ga foto’s maken.” Hij laat zijn caleidoscoop zien. Nu is het zijn fototoestel. Hij maakt handgebaren – woesj, woeeeeh gaat de wind. Hele bomen vallen neer over de straat. Hij beleeft mijn herinnering.

Scène 2: Waalbrug

Een uur later in de trein werk ik interviewaantekeningen uit, over een leraar die het perspectief van zichzelf als kind nog zo levendig voor de geest kan halen, dat hij als vanzelf begrijpt wat de kinderen in zijn klas nodig hebben. Als we Nijmegen naderen, klap ik mijn laptop dicht en kijk ik naar buiten. Er trekt een landschap van herinneringen langs. De Lentse dijk – van die ongemakkelijke bachelorparty. De Ooijpolder, waar toen die blauwborst zat. Het oude pand van de Gelderlander, waar we voorlangs renden op ons handlooprondje. De nieuwbouw waar onze tijdelijke dijkwoning stond…

Ik heb hun stemmen al wel eerder opgemerkt, maar weg gefilterd terwijl ik werkte. Twee broertjes, de één ongeveer zeven, de ander tien: “Kijk al die rook – dat komt omdat ze daar een groot vuur opstoken.” Ze kijken naar de schoorsteen boven de Elektrabelcentrale. “Nee, ze hebben de wolken gevangen en nu geven ze die terug aan de lucht”, meent de jongste. Hij wordt overtroefd door zijn grote broer, maar laat zich niet van de wijs brengen: “Wat je ziet, is gewoon de lucht.”

Eigenlijk klopt het wel, dat van die gevangen wolken en de lucht, mijmer ik. Het is een kolencentrale, waar grote bergen steenkool liggen, die ooit, lang geleden planten waren die leefden bij de gratie van zonlicht, grondwater en de koolstofdioxide, die ze opnamen uit de lucht. De elementen die zolang vastgelegd zijn geweest in steenkool, gaan nu als water en koolstofdioxide de schoorsteen uit. De warmte drijft een dynamo aan en wordt elektriciteit. Hier wordt basale fysica bedreven, en als de jongens nog wat verder praten wordt het dadelijk nog filosofie.

Scène 3: De Blonde Pater

Mijn kappersafspraak is over een half uur. Ik zit aan de overkant bij Café de Blonde Pater, achter hun nieuwste, experimentele koffie, die ik niet nog eens ga bestellen. Wie mij ziet, ziet een man, zijn laptop, zijn koffie, zijn rugzak, alleen en driftig tikkend. Maar eigenlijk zit ik nog in de trein. En aan de ontbijttafel. En in Darwin.

Ik besef opeens hoe vaak mijn leven, mijn kennis, mijn interpretaties gekleurd worden door het verleden. Hoe particulier dat is. Hoe ik misschien net zo makkelijk als die leraar terug naar bepaalde jeugdervaringen kan, maar ook hoeveel bagage het me oplevert. Travelling light is er niet meer bij, als ik er zo aan hecht vast te houden. Darwin, Nijmegen, de wereld steeds meer ingevuld. Want bij die energiecentrale denk ik niet aan de rook die ik zojuist feitelijk voor me kon zien, maar aan die twee magistrale jaren dat ik in een groot studentenhuis bij de sluis, pal naast het fabrieksterrein woonde.

Van welke chemische stoffen zijn mijn herinneringen gemaakt en hoe kan ik er af en toe iets van teruggeven aan het medium waaraan ze zijn ontsproten? Schrijvend dan maar. Schrijven, niet om vast te leggen, maar om los te laten. Ik heb wolken gevangen en geef ze terug aan de lucht.


Zonbelichte bedauwde spinnenwebben #blimageNL

november 1, 2015

Een korte wandeling op de zondagochtend. Een ronde voor de honden.

Een plaatje zien in het voorbijgaan. De zon attendeert, accentueert door toegevoegde schittering. Het lichaam gaat langzamer dan de geest. Een paar stappen terug. Nogmaals kijken. Bijna zo mooi als de eerste keer. Kan daar iets mee?

Dan verder.

De honden zien, ruiken en doen hun dingetjes.

De mens denkt over wat hij zag. De mens ziet en ruikt. De mens projecteert.

Honden en mens stoppen, lopen verder. Herhalen dit een aantal maal. De honden ruiken vooral, de mens ziet en denkt vooral.

Net als de de bewegingen van de honden zijn de gedachten van de mens niet rechtlijnig. Een nieuwe reuk, een nieuwe richting. Een nieuw verband, een andere kant.

De honden gaan naar binnen, hun riemen gaan af. De mens pakt zijn elektronische apparaat en gaat terug naar buiten. De mens weet dat hij niet alles dat hij ziet kan fotograferen, hij wikt en weegt, kiest positie en drukt af.

Blogpost Zonbelichte bedauwde spinnenwebben foto 29

Zonbelichte bedauwde spinnenwebben.

-Zijn al die webben van één spin?
-Heeft één spin meer dan één web?
-Heeft iedere spin zijn eigen web?
-Zijn er altijd zoveel spinnenwebben?
-Hoe maakt een spin een web?
-Hoe komt die dauw er op?
-Wat is dauw?
-Hoe maakt het licht van de zon de dauw zo zichtbaar?
-Wat is zonlicht precies?
-Is er meer zonlicht op zondag?
-Zien insecten de spinnenwebben nu ook beter?
-Heeft een spin minder te eten als er dauw is?
-Zijn de spinnenwebben er allemaal nog als de dauw weg is?
-Zou je het ontstaan en verdwijnen van de dauw kunnen filmen?
-Zijn spinnenwebben ook makkelijker zichtbaar als het regent?
-Is er een wiskundige regel waarmee je de vorm van een spinnenweb kunt beschrijven?
-Van welk materiaal is een spinnenweb gemaakt?
-Wat bepaald de vorm van een spinnenweb?
-Hoe sterk is een spinnenweb?
-Hoe kun je sterkte van een spinnenweb meten?
-Hoe mooi is een spinnenweb?
-Zie je de vormen van een spinnenweb terug in designs of schilderijen?
-Zijn er kunstenaars die iets bijzonders hebben met spinnen?
-Hoe worden spinnen in filmen gebruikt?
-Waardoor vinden veel mensen spinnen eng?
-Waarom zie je bijna nooit de spinnen in al die spinnenwebben?

Allemaal vragen, en er zijn nog zoveel meer. Vragen die bij biologie horen, of bij scheikunde, of bij natuurkunde, of bij kunst. Vragen die nergens bij zouden moeten horen maar gewoon vragen zouden moeten zijn. Vragen om te leren.

Een beeld als start van leren.

Je kunt een beeld voor jezelf gebruiken en er een set vragen aan toevoegen. Je kunt een beeld zonder toevoegingen aanbieden aan leerlingen en er hen zelf vragen over laten stellen. Je kunt een beeld met collega’s delen en er per vak verschillende sets vragen aan toevoegen. Je kunt een beeld met collega’s delen en leerlingen er zelf per vak verschillende soorten vragen over laten stellen. Je kunt met vijf collega’s vijf beelden aan leerlingen aanbieden en ze per vak er zelf vragen over laten stellen.

Ik zie het beeld voor me. Leerlingen die leren omdat een plaatje ze dat laat doen.


De mooiste momenten kun je niet fotograferen

oktober 6, 2015

De afname van het licht tijdens de avondwandeling in het bos. De schijnbaar grijze renner op het pad parallel aan dat van mij.

De zachte stem van de altijd stille leerling, die recht voor je neus zit en nauwelijks hoorbaar zomaar ineens vertelt dat hij ook zo graag een Bordercollie zou willen, zo’n hond als ik heb en die ik wel eens meeneem naar school. Hij kent mensen in de buurt die ook zo’n hond hebben en die luistert ook zo goed. Hij komt hem wel eens tegen als hij voetbalt in het park en hoe graag de hond ook met de bal wil spelen hij gaat liggen en blijft liggen als zijn baasje hem zegt dat hij dit moet doen. De stem die licht van toon verandert naar verdriet als hij zijn verhaal vervolgt met de opmerking dat hij geen hond mag van zijn moeder. Hij heeft wel een konijn. Maar een konijn luistert niet en zijn konijn bijt je zelfs soms zomaar in je hand, hoe vaak je ook zegt dat het niet mag. Het verdriet in zijn stem neemt af en zijn zinnen vertragen als hij vertelt dat hij het ook wel begrijpt, dat het niet mag van zijn moeder, maar dat hij het ook wel jammer vindt. De stille leerling kijkt nog even voor zich uit en gaat weer aan het werk.

De knisperende schelpen op het pad onder mijn bergschoenen. De onnavolgbare geluiden van de eenden verderop in het meertje.

De vrolijke discussie tussen twee leerlingen waarvan ik er één hoor zeggen het mij te willen vragen en de ander nog even bedenktijd lijkt te willen hebben. Ik maak mezelf beschikbaar door in hun richting te lopen, zonder kenbaar te maken dat ik hen heb gehoord. De vraag wordt gesteld en ik geef een kort antwoord. De ene leerling zegt, licht triomfantelijk, zonder enige negativiteit, ze kennen elkaar heel goed, “zie je wel!” Dan geef ik een langer antwoord, met de nuances die horen bij de gevraagde feiten, en kan ook de ander zeggen, “zie je wel!” De waarheid lag niet in het midden maar ze hadden wel beide gelijk.

Het overvliegende tuig dat de stilte verstoort, maar dat ook mensen brengt op een plek waar zij willen zijn. Het silhouet van twee viervoeters die in elkaars verlengde hun grote boodschap doen.

De schattig schaamteloze, tot luisteren dwingende stem van de leerling, die jarig is op dezelfde dag als de collega, waarmee ze nu in de lift staat. Het nietsontziende enthousiasme waarmee ze vertelt hoe ze dat ontdekte in de brugklas, omdat de verjaardagen van alle docenten in de schoolkrant stonden en zij het zo grappig vond tegelijk met een docent jarig te zijn. Dat is inmiddels vijf jaar geleden.

De zinnen die je bespringen.

De door pijn en liefde gedreven kracht in de ogen van de collega, die vertelt over haar ervaringen de laatste dagen, de dagen voor de begrafenis morgen. Haar schoonzus heeft het einde van haar eigen zo gewenste zwangerschap niet mogen beleven en de baby nooit mogen zien. De kist waarin zij ligt opgebaard is van steigerhout, getimmerd door de man die zijn vrouw verliest, de man die altijd dingen van steigerhout maakte en dit zal blijven doen. Hij heeft al plannen voor een bedrijf in steigerhouten kisten. De collega vertelt over de grappen die zij maken, als een van de manieren om om te gaan met het onbeschrijfelijke onvermijdelijke verlies. Zij vertelt over de fantastische begrafenisonderneming, het lakken van de nagels dat zij heeft gedaan. Zij vertelt hoe zij naar school is gekomen omdat ze weet dat er verder moet worden gegaan. Ze gaat een dag minder in de week werken, om mee te helpen te zorgen voor de baby.

De witte voetjes en het witte pluimpje aan de staart, die ik zonder enige twijfel volg in het nu volledig donkere bos omdat ik weet dat hij de weg weet.

Ik wil de mooiste momenten niet fotograferen. Ik wil ze blijven zien.


Beeldspraak #blimageNL

september 26, 2015

Foto poppies

Een nieuw schooljaar. Ik bedenk en probeer van alles om een band met mijn havo-3 te krijgen maar zie van de kant van mijn leerlingen nog weinig respons. Een kleine 30 pubers, leerlingen uit 2-havo maar ook doublanten en zij-instromers uit 2-vwo en 2-mavo. We moeten een heel jaar samen.

Ik heb mijn literatuurles met verve voorbereid, vól met activerende didactiek en coole filmpjes in de Google Classroom, maar zie bij binnenkomst dat dit ‘t niet gaat worden. Ze stuiteren. Velen hebben hun spullen nog beneden in hun kluis en ze mopperen over collega’s. Ik zucht zichtbaar.

Dan ga ik op een tafel zitten, haal diep adem en kijk rond totdat het stil wordt. Ik vertel. Over mijn jeugd. Over mijn puberteit. En hoe het lezen van boeken mijn leven veranderde. En dat ik hen dat ook toewens. Die ervaring. Ik vertel over boeken die mij hebben geraakt en citeer zinnen met voor mij prachtige zinswendingen en woordvariatie. Ik leg uit en verklaar en word oprecht blij.

Ik spreek uit dat ik hoge verwachtingen van hen heb. Dat het lezen van literatuur ook voor hen is weggelegd en dat we het dit jaar gewoon sámen gaan doen. Ik laat de trailer zien van Maarten ‘t Hart waarin hij een fragment voorleest uit “Magdalena” en bespreek hun wrevel en vragen: “Wat praat die man langzaam, zeg! Waarom mag hij niet met zijn verjaarscadeau spelen?” en “Wat is Mecano eigenlijk?”

Langzaam verdwijnt de weerstand en kan ik hun inzichten koppelen aan de theorie over motieven en het stellen van hamvragen. Op de vraag of ik nog zo’n raar filmpje heb, laat ik Adriaan van Dis’ “Ik kom terug” zien. Aan één keer kijken heeft een aantal niet genoeg. “Ik snap er nog echt geen bal van hoor..”

Na de derde keer blijft het doodstil. Dan zegt de stoutste van het stel: “Is dat eigenlijk beeldspraak? Die tuin, die wordt vergeleken met het leven van zijn moeder?” Een klasgenoot vult aan: “Stijlfiguur, metafoor ofzo”. De klas zoekt elkaars blik en knikt instemmend. Dan draait een leerling zich naar mij om en zegt verbaasd: “Dus daarom heeft mijn vader een foto van onze tuin gezet op de rouwkaart van mijn moeder..”

En ik?

Ik krijg een brok in mijn keel en maak een diepe buiging. Het wordt een topjaar met deze klas!

Een bijdrage van Margreet van Heeringen, die nog niet blogt, aan #blimageNL


Gasfornuis #blimageNL

september 6, 2015

foto 28

Het profielwerkstuk is een praktische opdracht voor leerlingen in de laatste klas uit de bovenbouw van het vmbohavo en vwo die als een soort ‘meesterproef’ dient. Zij maken een uitgebreid werkstuk over een onderwerp uit hun gekozen profiel. Een leerling van het vmbo dient er minimaal 20 uur aan te werken. Voor leerlingen van de havo en het vwo is de minimumeis 80 uur. Het cijfer wordt als onderdeel van het combinatiecijfer meegeteld bij het bepalen van de examenuitslag. Voor het vmbo wordt deze ‘meesterproef’ overwegend aangeduid met het sectorwerkstuk, daar vmbo met zogenaamde sectoren werkt in plaats van profielen.
De leerling voert zelfstandig of in een groepje een klein onderzoek uit. Het doel daarvan is tweeledig: enerzijds kan de leerling zijn theoretische kennis verdiepen, anderzijds wordt hij getoetst op vaardigheden, zoals het opzetten van een onderzoekexperimenterenanalyserenbeschrijven en presenteren. Vaak vindt er op scholen een presentatie-avond van de profielwerkstukken plaats.

Tot zover wikipedia over het profielwerkstuk, ofwel PWS.

Dit jaar mag ik zeven groepjes leerlingen begeleiden bij de uitvoering van hun PWS. Een feest met hindernissen. Leren dus.

Twee leerlingen hebben zich, na een aantal andere onderwerpen te hebben overwogen en afgewezen, gericht op de vraag of zij in staat zouden zijn een hulpmiddel voor blinden of slechtzienden te ontwerpen dat zou voldoen aan een behoefte. Als eerste hebben zij een enquete uitgezet om te achterhalen tegen welke praktische problemen blinden en slechtzienden aanlopen en in de lijst die verscheen viel hen iets op dat zij nooit hadden bedacht, verwacht en ik al evenmin. Het correct plaatsen van pannen op een gasfornuis.

Hier gaan zij dus nu aan werken. Het begin van een mogelijke oplossing. Ik kreeg van hen een mail met het verzoek mijn gasfornuis te fotograferen. Ter inventarisatie van hoe gasfornuizen er in de praktijk uit zien. Ik heb direct twee foto’s genomen en naar deze twee leerlingen gestuurd.

Het gasfornuis stond uit. Toch kreeg ik het warm van het lezen van de vraag, het maken van de foto’s, het versturen van de mail, het schrijven van deze blogpost.

foto 27

 

 


De verhalen van week 6 #blimageNL

september 6, 2015

Het is inmiddels zes weken na de start van de #blimageNL uitdagingen ook deze week zijn er weer vier nieuwe verhalen geschreven. De #blimageNL uitdaging is simpel: ontvang een foto en schrijf naar aanleiding hiervan jouw verhaal over onderwijs, daag vervolgens iemand die je kent uit met een nieuwe foto die je hem/haar stuurt. Het resultaat is verbijsterend, fantastische verhalen door bevlogen onderwijsmensen.

Hieronder een korte introductie van de nieuwste verhalen. Je kunt ze lezen voor wat zij zijn of wat zij met je doen. Laat de mensen die de verhalen geschreven hebben weten als ze je op een of andere manier geraakt hebben. Je kunt ze misschien ook gebruiken om inspiratie op te doen om zelf aan deze #blimageNL uitdaging mee te gaan doen (of iemand uit te dagen!). Zie hier voor de achtergrond en de ‘regels’. Veel leesplezier! Veel inspiratie!

Ms Mott, docent scheikunde, schreef het verhaal Resultaat, over het maken van plannen, het gebrek aan tijd, en dat het toch helpt, over groente en fruit en leerlingen, over gewenste uitkomsten en te volgen paden, over andere cijfers willen, over leren meten, over leerlingen die naar buiten lopen en weten.

Amber Walraven, lerarenopleider op de Radboud Docenten Academie, schreef het verhaal Supercell, over de storm aan het begin van een jaar, over leerlingen die het beter verwoorden dan docenten, over de geuren en kleuren die leraren in opleiding gaan ervaren, over het maken van keuzes terwijl iedereen je een andere kant lijkt op te sturen.

Frans Droog, docent biologie, schreef het verhaal Gasfornuis, over leerlingen die het verschil gaan maken, niet omdat zij het verschil willen maken, over leerlingen die iets doen, niet omdat het moet, over leerlingen die de wereld mooier maken, niet omdat iemand ze dit verteld, over leerlingen die gewoon de mensen zijn.

Sandra Verbruggen, initiatiefnemer United4Education, schreef het verhaal De Spin, over angsten en ze in de ogen kijken, over beslissingen nemen en onthouden, over de kracht van het verleden.

 


Korte introducties en links naar alle tot dusver verschenen verhalen zijn terug te vinden op De #blimageNL lijst.

En afsluitend weer een nieuwe afbeelding voor als je zelf de uitdaging ook aan wilt gaan. Je kunt je ook laten uitdagen door een van de afbeeldingen op het Pinterest #blimageNL bord, waar alle gebruikte afbeeldingen worden verzameld. Er is geen limiet aan hoe vaak een afbeelding mag worden gebruikt. Je mag natuurlijk ook je eigen afbeelding gebruiken.

 

Deze week kan ik niet anders dan onderstaande foto aanbieden. Ik kan hem alleen niet laten zien.

Zwart vlak 2015-09-06_0942

 

 

 

 

 


Smoezenbingo

augustus 31, 2015

Onderstaande #blimageNL bijdrage is van Frans Schouwenburg, Kennisnet.

In het onderwijs hoor je altijd bij ‘hunnie’. In columns over onderwijs, op websites, in debatten en in discussies op studiedagen of congressen, bij nieuw gevormde belangenverenigingen: iedereen weet precies wie er de oorzaak van is dat het niet gaat zoals je wilt dat het gaat.

Willem Karssenberg stuurde me een illustratie die mooi bij mijn verhaal past. Het was mijn uitdaging voor het initiatief van Frans Droog: #blimageNL.

ventilator

De foto die hij meestuurde spreekt voor zich, al legde ik eerst niet de link met het onderwijs, want de eerste school met airco moet ik nog tegenkomen. Maar als we met wat meer verbeeldingskracht te werk gaan, kan die airco als metafoor dienen voor de leerling. Diegene waar het allemaal om draait in het onderwijs. Leerlingen verfrissen ons leven en vreten energie.

De man rechts is de leraar. Hij sleutelt aan de leerling tot ie perfect is afgesteld om maximaal zijn verfrissende werk te doen.

Vervolgens kunnen we erop los fantaseren. Hebben we die leraar wel goed toegerust om zijn belangrijke werk te doen? Geld voor een hoogwerker was er duidelijk niet. Dan had die leraar helemaal zelfstandig zijn werk kunnen doen. Bijna zoals Aleid Truijens het zaterdag in De Volkskrant zei: ‘Niet slaafs werken uit een al dan niet digitaal schoolboek, maar zelf programma’s bedenken die aansluiten bij andere vakken, bij het echte leven en die precies voor de eigen leerlingen geschikt zijn. Eigenlijk zoals de beste leraren dat deden, voordat zij werden bekogeld met leerplannen, kerndoelen en ontwikkeltrajecten, en voordat hordes onderwijsadviseurs zich op die groeimarkt stortten.’
Ja, die goeie oude tijd! Nu behelpen we ons met een laddertje, waarop we iedere dag balanceren, turend in de afgrond van kerndoelen en leerplannen en op links houden twee teveel verdienende mannen ons overeind. Laten we ze Van Dijk en Iddink noemen. Of de rector en de bestuurder. Of de onderwijsadviseur en de leraaropleider Ze moeten natuurlijk niet wegstappen, dat zou rampzalig zijn, maar ze hebben ons wel met dit armzalige laddertje uitgerust. Is dat dan Het Prachtige Risico van Onderwijs?

Langzaam vormt zich in mijn hoofd een Smoezenbingo:
De leraar verwijt de uitgever en Den Haag;
De uitgever hoort de vraag om ander materiaal niet;
De directeur wordt niet gehoord door de bestuurder;
De technologie is te ingewikkeld;
Wet en regelgeving zijn te star;
ICT is teveel een doel op zich;
De leraarsopleiding leidt niet op,
waardoor de Inspectie constateert
dat de leraar niet kan differentiëren.

Het trieste resultaat is dat de leerling niet krijgt waarop ie recht heeft.
Het is een illustratie van de vicieuze cirkel waarin we onszelf doldraaien.
Wat mij stoort is dat we allemaal maar elkaars’ tekorten benadrukken.

Het beeld van Truijens is vals. We hadden altijd al goede en slechte leraren. De beste leraren weten ook nu precies hoe ze zelf programma’s kunnen bedenken. Het is goed dat er partijen zijn die op allerlei gebied hulp kunnen bieden om het onderwijs te ondersteunen. Ook goede leraren kunnen het niet alleen. Eindelijk ontstaan er een aantal verfrissende samenwerkingen, zoals Leraren met Lef, Leerkracht, Leraar 2032. Dat is fantastisch nieuws. Laat er vooral veel gebeuren. Maar laten we ook erkennen dat iedereen in die onderwijsbiotoop, commercieel of publiek, keihard nodig is.


Wat zie jij? #blimageNL

augustus 11, 2015

foto regenboog CMEcTVAWEAA9-Rt

Wat zie jij?

De regen of de boog?

De afzonderlijke kleuren of de vorm?

De lucht of de bomen?

Of zie jij ze allebei?

Voel je wat je ziet?

foto ondergaande zon CMEtnzoWEAEJXV2

Wat zie jij?

De ondergaande zon of de komende nacht?

Het licht of de huizen?

De kleuren of het zwart?

Of zie jij ze allebei?

Voel je wat je ziet?

 

Wat zie jij?

Het lesjaar dat verschijnt of de vakantie die verdwijnt?

Het werk dat gaat moeten of het werk dat gaat mogen?

De collega’s die alsmaar zeuren of de collega’s die elkaar opbeuren?

Of zie je ze allebei?

Voel je wat je ziet?

 

Wat zie jij?

Een lokaal vol herriemakers of een lokaal vol vrolijkheid?

De leerling die zich laat horen of die ene stille?

Leerlingen die stil zijn als jij praat of leerlingen die luisteren?

Of zie je ze allebei?

Voel je wat je ziet?

 

De foto’s zijn van Jasper Bloemsma. De uitdaging was van Petra Holstein.

 


%d bloggers liken dit: