Charlie Hebdo, een jaar later

januari 7, 2016

Vandaag is het 7 januari, 1 jaar na de aanslag op Charlie Hebdo. Twee maanden na de aanslagen in Parijs, op onder andere muziektheater Bataclan.

Gisteravond, 6 januari, was de bijeenkomst MeetUp010#4, getiteld: ‘De klas is de wereld’. Hier spraken docenten, schoolleiders, docenten in opleiding, bestuurders en experts óf en hoe je met leerlingen in de klas spreekt over zulke ingrijpende gebeurtenissen.

MeetUp010#4 vond plaats op de Gereformeerde Scholengemeenschap Randstad, volgens rector Kees Klapwijk, tot zijn tevredenheid, door een van haar reguliere bezoeksters beschreven als een ‘hippe christelijke school’. En in die schijnbare tegenstrijdigheid zat een deel van de rode draad voor deze avond.

Charlie Hebdo een jaar later CYDycZgWsAAcRDa

foto: Erik Harinck

Henk ter Haar, docent Nederlands, deelde de resultaten van zijn niet representatieve onderzoek naar hoe docenten en scholen zijn omgegaan met Charlie Hebdo en Parijs. Ongeveer 85% van de leerkrachten gaf aan hier op een of andere wijze aandacht aan besteedt te hebben. Ongeveer 10% gaf aan dit binnen de bestaande schoolcultuur zeer ongebruikelijk zou zijn geweest. Angst voor het gesprek zit voor veel docenten in de onvoorspelbaarheid van de reacties. Aanbevelingen voor in de klas: Praten helpt. Emoties zijn goed, feiten zijn beter. Niet veroordelen, helpen oordelen. Ine Spee, crisisadviseur school en veiligheid, belichtte het verschil tussen een ramp op school, die leidt tot solidariteit, en rampen buiten school, die polariserend kunnen werken. Voor een goed gesprek in de klas zijn een samenhangende invulling van de verschillende taken van schoolleiders, mentoren en vakdocenten essentieel. Er is een noodzaak voor onderlinge steun en begrip. Afspraken voor een gesprek lijken zo vanzelfsprekend dat zij vaak worden vergeten, zijn toch echt nodig, respect, uitpraten, niet persoonlijk, niet generaliserend. Gerben ter Beek, docent economie, liet zien hoe op christelijk scholen die hun dagopening digitaal delen door docenten snel kan worden ingesprongen op actualiteiten door snel bronnen en suggesties aan te bieden. Een lichtend voorbeeld. Halil Karaaslan, docent Maatschappijleer, vertelde ons dingen ‘die hij normaal niet zo zou zeggen’, om ons aan het denken te zetten. Hij wilde dat wij ons aan hem irriteerden, wat niet zo moeilijk was, óf van hem hielden, wat niet zo moeilijk was. Toch wilde hij geen middenweg. Zijn focus was op het dilemma in elk gesprek in de klas. Hoor jij de ander werkelijk, ken jij zijn wereld? Ben je jezelf bewust van jou plaats in het gesprek, als professional? Op een schijnbaar luchtige maar rake toon, vatte de straatwijze cabaretier Ismail Aghzanay, inmiddels docent Engels in opleiding, zijn visie samen op het belang van oprechte betrokkenheid van de leerkracht, die ook ooit zelf leerling was. ‘Hoe gaat het met jou?’

De avond werd afgesloten met een gesprek tussen gasten en publiek, geleidt door Nourdin El Ouali. Wat is er geleerd? Wat wil je nog weten? Wat zijn jouw hoogtepunten? Wat ga jij morgen doen?
Er was een duidelijke rode draad. Praten is moeilijk. Leerkrachten dienen toch het gesprek te (bege)leiden. Voor een goed gesprek dienen leerkrachten leerlingen te zien, te kennen. Verschillen te onderkennen, in achtergrond en in taalgebruik. In hoeverre zijn wij als docenten moreel goed bezig wanneer wij leerlingen vertellen wat moreel belangrijk is? We doen, vrijwel onbewust, vrijwel ongemerkt, bijna alles vanuit een dominante cultuur en een eigen visie. Hoe groot of klein deze cultuur ook mag zijn. In de klas zijn dit de harde praters, of de docent, die onvoldoende afstand neemt. Wie bepaalt wat belangrijk is, waarover kan en dient te worden gesproken? Op school kan dit de identiteit zijn. Op ‘christelijke’ scholen vallen er keiharde woorden na Charlie Hebdo en Parijs. Op ‘zwarte’ scholen is er nauwelijks interesse voor. We proberen op te leggen wat wij belangrijk vinden met soms weinig oog voor wat anderen belangrijk vinden. Kun je een gesprek of discussie aangaan met leerlingen als je zelf onvoldoende op de hoogte bent van de feiten? Praten is moeilijk. Zowel voor de meerderheid als de minderheid.

Wil je meer lezen over de bijeenkomst? Arjan Moree schreef gisteren een live blog.

Wil je er een volgende keer bij zijn? Dat kan! Zet vast in je agenda. Op 2 maart zal MeetUp010-#5 zijn, met weer een andere vorm. Aan de hand van de documentaire ‘Valt er hier nog wat te leren?’, dat een inkijkje geeft in dagelijkse praktijk van een andere vorm van leren, zullen gastsprekers en publiek met elkaar in gesprek gaan over de vraag: Wat is goed onderwijs? Een trailer van de documentaire is hier te zien. Aanmelden kan via de website, het exacte programma zal volgen.

Wil je een MeetUp in jouw stad? Dat kan! Misschien is 050 de volgende:

Charlie Hebdo Meetup010 Meetup050 2016-01-07_1828

 


MeetUp010 logo cropped-SCN_0015-website

MeetUp010 is ontstaan als reactie op de zeer veel bekeken en zeer indrukwekkende VPRO Tegenlicht uitzending ‘De onderwijzer aan de macht’. Deze uitzending leverde zoveel positieve energie dat een aantal mensen in Rotterdam de koppen bij elkaar stak en op 19 maart 2015 organiseerden zij de eerste MeetUp010 bijeenkomst. De tweede bijeenkomst stond vooral in het teken van de leerling en werd gehouden in de vorm van edcampNL. Het onderwerp van de derde bijeenkomst was De Staat van de Leraar, aan de hand van het verslag van het onderzoek dat dit jaar voor het eerst was gedaan.

De mensen achter de organisatie van MeetUp010#4 zijn:
Monique van den Heuvel, onderzoeker en docent Hogeschool Rotterdam.
Ralf Hillebrand, docent economie op Wolfert Pro.
Arjan Moree, docent geschiedenis op het Penta college CSG Scala Rietvelden.
Claire Ohlenschlager, docent bij de Hogeschool Rotterdam.
Inge Spaander, docent Media en Entertainment bij Thorbecke Voortgezet Onderwijs Nieuwerkerk.
Woosje Stuart, docent beeldende vorming en cultuurcoördinator bij RVC De Hef.
Gijs Verbeek, redacteur en onderzoeker bij het NIVOZ-forum.
Frans Droog, docent Biologie en Mens en Natuur op het Wolfert Lyceum


Verbeelden

januari 2, 2016

Verbeelding imagination the_eye_of_imagination__by_faithdougwolve-d73x0c5

Sinds 2003 bestaat het initiatief ‘Mijn Moment‘, gestart door Henk-Jan Winkeldermaat. Hierin schrijven mensen uit zijn netwerk hun moment uit het afgelopen jaar in maximaal 500 worden. Het levert fantastische persoonlijke verhalen op.

Sinds 2014 jaar bestaat er in navolging hiervan het initiatief ‘Onderwijsmomenten‘, gestart door Karin Winters. Iedereen werkzaam of betrokken bij het onderwijs kan hier zijn moment van het jaar kwijt. Ook dit levert fantastische persoonlijke verhalen op. Aanraders voor iedereen met een mening over onderwijs.
Het eerste jaar heb ik geen bijdrage geleverd. Ik durfde niet zo goed, was een beetje te laat, had wel graag gewild. Heb me dus voorgenomen het dit jaar wel te doen. Kiezen uit al mijn momenten viel mij zwaar. Ik begon op tijd, was niet tevreden en kon niet kiezen. Wat kan en mag je vertellen? Er lagen drie verhalen ‘klaar’. Dertig december was dan toch de deadline. Onderstaand verhaal is niet het verhaal geworden dat ik heb ingestuurd.

Verbeelden

Ergens in de zomervakantie, de enige vakantie die ik niet als #lesvrijeperiode bestempel, stuurde ik een verzoek rond middels deze blogpost: ‘Een uitdaging! blimageNL‘. De exacte datum was 24 juli. Het verzoek was om aan de hand van een afbeelding een (persoonlijk) verhaal over onderwijs te schrijven en vervolgens iemand uit te dagen hetzelfde te doen. Ik nam mij voor de verhalen van een korte introductie te voorzien en ze via dit blog te delen.

Op 25 juli verschenen de eerste zeven verhalen, op 26 juli volgden de tweede zeven. Ik was overweldigd! Zo snel, zulke mooie verhalen! Ik werd stil en warm, nat op mijn wangen. Ik verzamelde de verhalen om ze te kunnen delen. Op 27 juli volgde de derde serie van zeven verhalen, op 28 juli volgde dag vier, zeven nieuwe verhalen. Ik werd stiller en warmer, droogde mijn wangen, verzamelde en deelde verder.

Het bleef groeien en bloeien, op dag vijf elf verhalen, op dag zes vier, net als op dag zeven. Waar kwamen die verhalen vandaan? Wat bezielde mensen om in hun vakantie deze verhalen te schrijven? Ze lezen geeft een antwoord.

Het ging verder. Week 2, acht verhalen. Week 3, zeven verhalen. Week 4, negen verhalen. Week 5, negen verhalenWeek 6, vier verhalen. Ik las de verhalen en herlas ze. Ik bedankte in mijn hart en via twitter en email.

Er zijn inmiddels 88 verhalen geschreven! Verhalen aan de hand van een beeld. Een verbeelding. Al deze verbeeldingen zijn terug te vinden via de #blimageNL lijst.

Wat maken deze #blimageNL verbeeldingen mijn onderwijsmoment?

De verhalen. Hun ontroerende inhoud. De mensen achter de verhalen. De warme regenboog van betrokkenheid die zij schilderen. Dat ik deze mensen mag kennen. Dat ik zoveel antwoorden kreeg op één vraag. Dat er zoveel mensen zijn die juist in hun vakantie de tijd nemen, omdat zij hem dan zelf hebben, om hun onderwijshart te verwoorden. Mijn verbazing. Dat er mensen zijn die geen eigen blog hebben en hun verhaal op een andere wijze delen. Mijn blijdschap. Dat je hoopt dat een les mooi gaat zijn en dat hij veel mooier is dan je je ooit had kunnen voorstellen. Dat het delen van een goed idee vermenigvuldigend werkt.

Deel je mooie momenten mensen. Verleid mensen te luisteren naar moois. Dan kan de thermostaat zo twee graden lager.

Verbeelding imagine umblr_mc3tdmtA0D1rffybho1_500

 

 

 


Literatuur en een tuin #blimageNL

januari 2, 2016

Literatuur en leren

 

Een verhaal van Margreet van Heeringen

Een nieuw schooljaar. Ik bedenk en probeer van alles om een band met mijn havo-3 te krijgen maar zie van de kant van mijn leerlingen nog weinig respons. Een kleine 30 pubers, leerlingen uit 2-havo maar ook doublanten en zij-instromers uit 2-vwo en 2-mavo. We moeten een heel jaar samen.

Ik heb mijn literatuurles met verve voorbereid, vól met activerende didactiek en coole filmpjes in de Google Classroom, maar zie bij binnenkomst dat dit ‘t niet gaat worden. Ze stuiteren. Velen hebben hun spullen nog beneden in hun kluis en ze mopperen over collega’s. Ik zucht zichtbaar.

Dan ga ik op een tafel zitten, haal diep adem en kijk rond totdat het stil wordt. Ik vertel. Over mijn jeugd. Over mijn puberteit. En hoe het lezen van boeken mijn leven veranderde. En dat ik hen dat ook toewens. Die ervaring. Ik vertel over boeken die mij hebben geraakt en citeer zinnen met voor mij prachtige zinswendingen en woordvariatie. Ik leg uit en verklaar en word oprecht blij.

Ik spreek uit dat ik hoge verwachtingen van hen heb. Dat het lezen van literatuur ook voor hen is weggelegd en dat we het dit jaar gewoon sámen gaan doen. Ik laat de trailer zien van Maarten ‘t Hart waarin hij een fragment voorleest uit “Magdalena” en bespreek hun wrevel en vragen: “Wat praat die man langzaam, zeg! Waarom mag hij niet met zijn verjaarscadeau spelen?” en “Wat is Mecano eigenlijk?”

Langzaam verdwijnt de weerstand en kan ik hun inzichten koppelen aan de theorie over motieven en het stellen van hamvragen. Op de vraag of ik nog zo’n raar filmpje heb, laat ik Adriaan van Dis’ “Ik kom terug” zien. Aan één keer kijken heeft een aantal niet genoeg. “Ik snap er nog echt geen bal van hoor..”

Na de derde keer blijft het doodstil. Dan zegt de stoutste van het stel: “Is dat eigenlijk beeldspraak? Die tuin, die wordt vergeleken met het leven van zijn moeder?” Een klasgenoot vult aan: “Stijlfiguur, metafoor ofzo”. De klas zoekt elkaars blik en knikt instemmend. Dan draait een leerling zich naar mij om en zegt verbaasd: “Dus daarom heeft mijn vader een foto van onze tuin gezet op de rouwkaart van mijn moeder..”

En ik?

Ik krijg een brok in mijn keel en maak een diepe buiging. Het wordt een topjaar met deze klas!


Het kan altijd anders

januari 2, 2016

Het is iets dat ik al heel mijn leven op menig moment denk, en steeds vaker ook hardop ben gaan zeggen. Het is open. Het moet niet anders, het hoeft niet anders, het kan anders.

Het opent je gedachten voor nieuwe mogelijkheden. Wanneer een probleem onoplosbaar lijkt en je blijft hangen in een viceuze cirkel kan het je helpen anders te kijken. Anders te kijken naar je collega’s, naar je leerlingen, naar jezelf, naar ‘het probleem.’ Wanneer je er van uit gaat dat er een oplossing is komen de contouren ervan sneller in beeld. Niet startend vanuit wat er is, maar vanuit wat je zou willen dat er zou zijn, beginnend met een lege lei, kun je het andere gaan zien.

Het is tegelijkertijd een automatische reactie op iets dat te vaak gezegd wordt en veel te makkelijk geaccepteerd wordt. ‘Het kan niet anders.’ Te vaak wordt dit gebruikt om iets door te drukken, zonder anderen de kans te geven met een alternatief te komen, zonder er nadrukkelijk samen over na te denken.

Het heeft mij vaak geholpen en soms doen lachen. Bijvoorbeeld, toen een collega tijdens een vergadering vertwijfeld maar overtuigd uitriep: “Het kan altijd anders!”

Het kan altijd anders bildungskalender 9789491693601

Bovenstaande is mijn bijdrage aan de Bildungskalender 2016, een door Internationale School voor Wijsbegeerte uitgegeven scheurkalender met 366 inspirerende quote’s van mensen uit het onderwijs, van docenten tot bestuurders tot politici. De Bildungskalender is hier te bestellen (de tweede druk is inmiddels verschenen). 


Ogen

december 31, 2015

Ogen dobbelsteen 3 27 ONE dice

 

Sinds 2003 bestaat het initiatief ‘Mijn Moment‘, gestart door Henk-Jan Winkeldermaat. Hierin schrijven mensen uit zijn netwerk hun moment uit het afgelopen jaar in maximaal 500 worden. Het levert fantastische persoonlijke verhalen op.

Sinds 2014 jaar bestaat er in navolging hiervan het initiatief ‘Onderwijsmomenten‘, gestart door Karin Winters. Iedereen werkzaam of betrokken bij het onderwijs kan hier zijn moment van het jaar kwijt. Ook dit levert fantastische persoonlijke verhalen op. Aanraders voor iedereen met een mening over onderwijs.
Het eerste jaar heb ik geen bijdrage geleverd. Ik durfde niet zo goed, was een beetje te laat, had wel graag gewild. Heb me dus voorgenomen dit jaar wel een bijdrage te leveren. Maar kiezen uit al mijn momenten viel mij zwaar. Ik begon op tijd maar was niet tevreden en kon niet kiezen. Wat kan en mag je vertellen? Er lagen drie verhalen ‘klaar’. Gisteravond was dan toch de deadline. Onderstaand verhaal is niet het verhaal geworden dat ik heb ingestuurd.

Ogen

M. ken ik al sinds de eerste klas. Ik gaf haar toen het vak Science, 4 uur in de week. Ze viel een beetje op, maar nog niet echt. Tijdens de lessen was ze stil, ze zat achterin, met haar vriendinnen. Een clubje van 5 meiden, zoals je die vaker ziet, meiden die alles samen doen op school. Vier of vijf of zes jaar lang, soms ook nog lang daarna. M. liep altijd als achterste van de vijf.

M. rolde cijfermatig onopgemerkt door de eerste twee jaar. Bij de leerling besprekingen in jaar drie kwam ze wel eens aan bod, maar er waren altijd andere leerlingen met slechtere cijfers of schijnbaar grotere problemen. M. werd lui en ongeïnteresseerd genoemd. Het dodelijke ‘ze moet gewoon harder werken’ was meestal het verdict.

M. zit nu in de vijfde, na de vierde twee keer te hebben gedaan. Haar vriendinnen zitten inmiddels in andere klassen. Het gaat niet goed. Het gaat slechter. M. lacht nauwelijks meer. Zij is er slechts en doet haar best. Het is bijna onmogelijk om te zien dat dit haar best is op dit moment.
Het ging langzamerhand minder goed. Maar niemand zag het, omdat het zo langzaam ging. Pas als je de foto’s vergelijkt zie je dat mensen verandert zijn, de video toont het niet. Ik ben nu niet alleen meer haar vakdocent maar ook haar mentor. Ik spreek haar nu anders.

M. kan niet vertellen wat haar precies in de weg zit. Ze praat prima over wat er buiten haar gebeurt. Rustig en bedachtzaam, analytisch. Ze geeft aan wat ze wel kan en wat ze niet kan. Je ziet het denken, het gevoel is onzichtbaar. De pijn in haar hoofd is onaantastbaar.

Ik herkende het. Zowel dat ze het niet kon vertellen als wat ze niet kon vertellen.
Bij mij duurde het vier maanden per jaar, of drie of vijf, een jaar of drie of vier of vijf, ik weet het niet meer. Het is lang geleden. Wat ik wel weet is hoe het voelde. En dat ik dat niet kon delen.

Er moest een plan komen en samen met M. en ouders hebben we gesproken over wensen, mogelijkheden, realiteit. Samen met M. heb ik gezocht naar het meest onmogelijke dat we misschien toch mogelijk zouden kunnen maken. En daar hebben we op ingezet.

Het maatwerk vroeg vervolggesprekken, met collega’s, teamleiders. De eerste reacties waren altijd positief, daarna kwamen de maren. Uit de maren bleek het begrijpbare onbegrip, het gebrek aan werkelijk vertrouwen. Vertrouwen dat zo moeilijk blijkt volledig te geven. Zakelijk als-dan gepraat terwijl wat nodig was liefde was.

Meer mails en gesprekken volgden. Overtuigden die terug twijfelden werden opnieuw overtuigd. Je best doen is niet te meten. Je best doen terwijl je geestelijk verlamd bent is een opgave die je alleen jezelf kunt geven.

Het laatste gesprek voor het besluit. M. zit direct tegenover mij, haar ouders links en rechts naast haar, de teamleider rechts naast mij. Er wordt veel gesproken. M. hoort het aan, beantwoordt vragen. Tot de teamleider aangeeft dat het maatwerk zal worden toegestaan.

M. kijkt mij rechtstreeks aan en in haar ogen zie ik de eerste seconde van ontspanning.


Meldpunt HELP! Mijn docent is digibeet!

december 28, 2015

meldpunt

 

Vanochtend las ik op twitter over het vandaag live gaan van een meldpunt van het LAKS waar leerlingen iets kunnen melden over hoe zij de ICT-vaardigheden van hun docenten ervaren.

Dit is de letterlijke tekst van de site van het LAKS. (Landelijk Aktie Komitee Scholieren):

Iedereen kent ze wel; docenten die het verschil tussen Google en de zoekbalk niet kennen, 15 minuten bezig zijn met het openen van een Youtube-filmpje, of docenten die de ICT’er van school moeten roepen omdat ze het geluidsknopje niet kunnen vinden. Sterker nog, vaak weten scholieren beter dan de docent hoe de ICT werkt.
Dit roept bij scholieren veel ergernissen op. Immers, het onderwijs maakt steeds meer gebruik van digitale leermiddelen. Dit is een mooie ontwikkeling, mits er goed gebruik van wordt gemaakt. Wij horen echter vaak dat leerlingen ontevreden zijn over hoe de  docenten omgaan met ICT en sociale media. Zo geeft minder dan de helft van de ondervraagde scholieren in de LAKS-monitor van 2014 aan dat zij tevreden zijn over de mate waarin docenten omgaan met ICT. 

Om die reden heeft het LAKS vanaf maandag 28 december het meldpunt HELP! Mijn docent is digibeet in het leven geroepen. Bij dit meldpunt kan je een klacht indienen over gerommel met ICT. Zo krijgt het LAKS een beeld van de grootste ICT ergernissen, zodat wij docenten kunnen meegeven welke basis ICT-vaardigheden zij minimaal zouden moeten beheersen. Dit wil het LAKS overhandigen aan lerarenopleidingen en organisaties die nascholing verzorgen, zodat zij docenten goed kunnen opleiden in het omgaan met ICT.

Deze oproep leidde tot de nodige reacties, die in een aantal categorieën zijn onder te verdelen.

Herhalers. In een tijd van een uur of twee kwam in mijn tijdlijn het simpele feit dat dit  meldpunt is geopend een keer of tien langs. Met hierbij verschillende bronnen genoemd: de telegraaf, het ad, nu.nl, het LAKS. Deze groep herhalers geeft aan dat het bericht bij hen leeft en dat zij het de moeite waard vinden dit te delen op twitter. Zij delen geen eigen mening. De titels van de gebruikte bronnen zijn, net als hun inhoud enigszins verschillend, achtereenvolgens: “Scholieren in actie tegen digibete docenten”; “Help! Mijn docent is digibeet”; “Scholieren openen meldpunt voor digitaal onbenullige docenten”; “Meldpunt HELP! Mijn docent is digibeet!”

Neutrale reageerders. Deze tweeps maken melding van het bericht en geven aan dat zij benieuwd zijn naar de resultaten en het vervolg.

Verdedigende reageerders. Deze tweeps brengen bij het melden van het bericht redenen in waarom docenten niet zo ICT-vaardig zijn als zij misschien zouden kunnen zijn of zouden moeten zijn in de ogen van hun leerlingen. Praktische omstandigheden in een lokaal die zij niet kunnen beïnvloeden, technische ondersteuning die onvoldoende is.

Reageerders met een persoonlijk doel. Deze tweeps gebruiken de aandacht die er op twitter blijkt te zijn om, meer of minder subtiel, te wijzen op het feit dat scholing dus van belang is en dat zij toevallig de mogelijkheden bezitten om docenten meer ICT-vaardig te maken.

Ironische reageerders. Deze tweeps geven aan dat zij blij zijn dat de resultaten aan de lerarenopleidingen zullen worden aangeboden. Zij geven aan dat leerlingen zelf ook niet zo ICT-vaardig als ze zelf denken. Zij komen met voorbeelden van uitspraken van leerlingen over hun docenten, zonder directe bronvermelding.

Aanvallende reageerders. Deze tweeps richten zich op de ervaring aan dat het LAKS vooral een klachtenbureau is. Zij richten zich op het feit dat leerlingen zonder bekwaamheid docenten op hun bekwaamheid aanvallen.

Positieve reageerders. Zij geven aan dat initiële ergernis soms leerzaam kan zijn en dat het meldpunt op zijn minst opvallend is. Dat het goed is dat de ontvangers van onderwijs met ICT in ieder geval hun input kunnen geven.

Ik ben altijd positief vanuit neutraliteit. Zeker op sociale media. Een eens genomen en vooralsnog nooit betreurd besluit. Zoeken naar toegevoegde waarde is waardevoller dan zoeken naar bevestiging van bestaande oordelen. Rood is mooi in de zon en in rozen, niet in mensen.

Ik ken collega’s die inderdaad niet weten hoe zij het volume via de PC kunnen verlagen of het geluid uitzetten en die voor de voor hen pragmatische oplossing gaan van de stekker er dan maar uittrekken. Ik ken collega’s die inderdaad niet weten wat het verschil is tussen opslaan op een computer en opslaan in The Cloud. Ik ken collega’s die niet weten hoe een link naar een YouTube filmpje op te nemen in hun presentatie en elke les weer opnieuw weer op zoek gaan. Ik ken collega’s die regelmatig hun wachtwoord vergeten. Ik ken collega’s die hun zelfgemaakte video’s via YouTube delen met leerlingen. Ik ken collega’s die tien verschillende tools op internet effectief inzetten op het juiste moment. Ik ken collega’s die voor vrijwel elke les een presentatie voorbereiden met daarin minimaal een animatie of een interactieve activiteit.

Ik ken leerlingen die geen mobiel hebben. Ik ken leerlingen die met hun mobiel niet meer kunnen dan chatten. Ik ken leerlingen die alleen uit een boek willen leren, omdat zij dit nu eenmaal zo gewend zijn. Ik ken leerlingen die op internet niet kunnen zoeken. Ik ken leerlingen die regelmatig hun wachtwoord vergeten. Ik ken leerlingen die elk vrij moment gebruiken om digitaal woordjes te oefenen. Ik ken leerlingen die na een korte toelichting aan de slag gaan met hun computer, chromebook of mobiel en leveren wat er van hen wordt gevraagd. Ik ken leerlingen die in een mum-van-tijd presentaties in elkaar sleutelen die zowel inhoudelijk als visueel meer dan ruim voldoende zijn. Ik ken leerlingen die dingen kunnen die ik hier niet kan melden.

Ik weet niet hoe representatief het is wat ik weet. Ik weet wel dat ik zelf voor leerlingen meer betrekken bij hun eigen leren. Ik weet wel dat ik zelf ben voor docenten die het aandurven naar leerlingen te luisteren.

Ik ben benieuwd naar de resultaten van het meldpunt. Ik ben positief en hoop dat dit initiatief een bijdrage kan leveren aan de discussie over beter onderwijs. In dit geval een discussie waarbij ICT-vaardigheden van docenten én leerlingen een mooi, nieuw, beter bruikbaar gereedschap zijn in de gereedschapskist van doceren én leren. Ik hoop dat dit initiatief niet leidt tot een lijst van klachten maar een lijst van mogelijkheden. Een initiatief waarbij de gebezigde taal geen belemmering vormt voor de gewenste boodschap.

Met excuses aan alle tweeps die ik hier niet noem en oprechte dank aan alle tweeps die aan bovenstaande hebben bijgedragen: @jmvangoor @Nu+internet @SWCdeBruijn @Lakstweets @RedegeldE @ictcafe @karinwinters @AstridSchat @amberwalraven @ashwinbrouwer @MsLuss @AntoinetteEngbers @waterstof81 @klaasbellinga @marcoderksen @mellekramer @FerryHaan @donzuiderman @sannepit @Tichener @sienjaal @thebandb @wiswijzer @ReinBijlsma

 

Meldpunt Helmond

 

 

 


Waar doe je het allemaal voor?

december 26, 2015

 

waar doe ik het allemaal voor plant growth zonder tekst 2015-12-26_1215

Voor:

J. die vrijdagavond een vraag stelt en weet dat zij antwoord zal krijgen.

N. die altijd even nadenkt voor hij praat.

S. die afwacht tot de rest weg is en dan over zichzelf en die rest praat.

K. die nog zoveel moeite heeft met haar relatie tot volwassenen in haar weg daar naar toe.

J. die feilloos peilt waar haar docenten haar pijn niet begrijpen en nooit verwijten maakt.

L. die altijd even wacht, altijd even lacht, altijd daarna zegt hoe het zit.

D. die niets doet in de les, in het voorbijgaan een high-five geeft tijdens het Kerstdiner.

K. die mij haat en dit elke les zegt net voor of nadat zij een vraag stelt.

Y.  die mij gemeen vindt en elke les vooraan komt zitten.

M. die slim en lui is en na een compliment niet wil glimlachen maar dit niet volledig kan onderdrukken.

E. die door haar ervaringen veel wijzer is dan zij hoeven zijn.

T. die altijd stil is, lief lacht, geen aandacht vraagt en geen aandacht wil.

K. die altijd lacht, wat jij of hij ook doet.

J. die altijd klaagt en nooit schijnt te luisteren.

L. die graag klaagt maar ook luistert.

En nog 206 andere leerlingen.

waar doe ik het allemaal voor 1-blossoming-amaryllis-flower-tilen-hrovatic


Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 4.656 andere volgers

%d bloggers op de volgende wijze: