Ik zie R

juni 28, 2015

Ik ben mentor van een 4V klas. Ik ben al drie jaar mentor van deze zelfde klas. Ik ken ze een beetje en zij kennen mij een beetje.

In de drie jaar dat ik mentor ben heb ik twee keer de overgangsvergadering voorbereid. Van klas 2V naar klas 3V en van klas 3V naar klas 4V. De overgang is gebaseerd op cijfers en kent een procedure en normen.

Wij hebben zes normen. Wanneer een leerling aan alle normen voldoet wordt de leerling bevorderd naar het volgende leerjaar. Wanneer een leerling aan één norm niet voldoet dan wordt deze leerling hiermee ‘bespreekgeval’. Wanneer een leerling aan twee normen niet voldoet wordt de leerling niet bevorderd naar het volgende leerjaar. Er zijn bijzondere omstandigheden beschreven waarbij leerlingen door teamleider en mentor kunnen worden voorgesteld als ‘bespreekgeval’. Dit kunnen bijzondere omstandigheden zijn zoals ziekte en thuissituatie, of zoals een sterk stijgende lijn in de prestaties die net niet voldoende blijkt.

De groep leerlingen waar ik mentor van ben bestond in klas 2 uit 32 leerlingen. In klas 4 zijn dit er nog 29. Er zijn in die twee jaar een paar leerlingen afgestroomd, zoals dit heet, van vwo naar havo, en door de gekozen profielen in klas 4V zijn er ook leerlingen uit de klas gegaan of er bij gekomen.
Van de 32 leerlingen uit klas 2V zijn er nog 17 dezelfde, met dit verschil dat zij aanzienlijk gegroeid zijn, fysiek zeer zichtbaar.

Ik ben nu bezig met de voorbereiding van de overgangsvergadering die a.s. donderdag of vrijdag zal gaan plaatsvinden, het rooster hiervoor is op dit moment nog niet bekend. Dinsdag ga ik deze vergadering met mijn teamleider voorbespreken. Ik ben nu de cijfers aan het verwerken van de laatste toetsweek, die vrijdag is geëindigd en 8 dagen heeft geduurd. Nog niet alle cijfers zijn binnen, de meeste wel.

Zoals het er nu voor staat gaan 29 van de 29 leerlingen niet besproken worden. 24 niet omdat zij aan alle normen voldoen, 5 niet omdat zij aan twee normen niet voldoen.

Wat gaan wij dan bespreken? Een goede vraag.

Waarover gesproken zal gaan worden, tijdens de vergadering of daarvoor of daarna of alle drie is het aantal leerlingen dat niet bevorderd kan worden. Het zal gaan over B., L, M., N., S.. Maar niet echt. Het zal gaan over de aantallen leerlingen, de percentages, de redenen waarom zij niet eerder zijn ‘tegengehouden’.

Doubleren is niet goed voor de doorstroomcijfers van een school. Doubleren kost geld, 500 miljoen euro per jaar wordt er gezegd. Landelijk worden er in 4V zo’n 10% van de leerlingen niet bevorderd naar 5V. Daar liggen problemen.

Maar ik zie nu geen cijfers en geen percentages. Hoe gek ik ook op ze ben.

Ik zie R.

R. is van klas 2V naar klas 3V bevordert als ‘bespreekgeval’. R. is van klas 3V naar klas 4V bevordert als ‘bespreekgeval’. Bij de overgang van klas 2V naar 3V werd R. afgeraden om het vwo te blijven volgen, havo zou verstandiger zijn. R. legde het advies naast zich neer en ging naar 3V. R. wilde in de bovenbouw heel graag een N-profiel gaan proberen omdat zij daarmee de opleiding zou gaan kunnen doen die zij op dat moment voor zich zag. Bij de overgang van klas 3V naar klas 4V werd haar dit afgeraden. R. legde het advies, na lang twijfelen en een aantal intensieve gesprekken met haar en haar ouders, naast zich neer.

R. ontdekte dat het haar in 4V niet lukte om het gewenste N-profiel succesvol af te ronden. Halverwege het jaar besloot zij van profiel te wijzigen. Nu wist zij het echt zelf, zij had het geprobeerd en het was niet gelukt.

Ook in haar nieuwe pakket heeft R. wiskunde en dat leek een struikelblok te blijven. Met de cijfers van vóór de laatste toetsweek zou R. opnieuw ‘bespreekgeval’ zijn. Maar er is iets in R. gebeurd, iets dat zichtbaar is geworden sinds haar verandering van pakket. Iets dat tijd nodig had. Tijd die zij heeft gekregen door haar zelf te nemen. Ze is zich meer gaan inspannen door het veel duidelijkere doel voor haar ogen.

R. stond niet bekend om haar lach, niet om haar positiviteit, niet om haar bereikbaarheid voor docenten.

Haar interne twijfel werd gevoed door de reacties die zij kreeg.

Ik zag en zie geen cijfers, ik zag en zie geen percentages. Ik zag en zie R.

Zij lacht nog steeds niet uitbundig. R. kijkt wel veel minder vaak alsof er iets mis  is. Ze kijkt minder vaak alsof ze wordt aangevallen en ze zich moet verdedigen. Ze kijkt met veel minder twijfel. Ze kijkt met meer ervaring.

R. is blij met het traject dat zij heeft gevolgd. R is blij met de keuzes die ze heeft gemaakt.

Zij ziet er veel gelukkiger uit.

Wat je ook gaat doen. Het ga je goed R.!

 


 

PS:1 Ik had hier ook kunnen vertellen over I, die ook twee jaar ‘bespreekgeval’ was en nu zal worden gaan bevordert van klas 4V naar 5V zonder enig tekort. Ik zie I. ook.

PS2: Met de 5 leerlingen die aan twee normen niet voldoen heb ik regelmatig gesprekken gehad. Alle 5  hebben aangegeven dat, mocht het toch niet meer goed komen, zij graag zouden doubleren, dus klas 4V nogmaals doen, om zo de kans te behouden het vwo met een diploma af te sluiten. Ik ben groot voorstander van zomercursussen, extra opdrachten, voorwaardelijke overgang, zodat leerlingen die het ‘net’ niet halen niet een volledig jaar hoeven over te doen. Dit (b)lijkt helaas vooralsnog lastig uitvoerbaar.


10 tips om de leerling te motiveren. Motiveren kun je leren.

juni 24, 2015

Motivatie is een krachtige motor voor leren.

Moeten is dat in wat mindere mate.

In zijn overtuigende boek Drive beschrijft Daniel Pink de drie krachten achter het ‘waarom’ mensen iets doen: zingeving, autonomie en meesterschap.

Om leerlingen te motiveren zou het dus goed kunnen zijn om te kijken naar wat hen zin geeft, wat hen autonomie geeft, wat hen een gevoel van meesterschap geeft. Je zou deze drie termen namelijk kunnen samenvatten in één woord: motivatie.

Motivatie is een probleem, of liever, in mijn terminologie, een uitdaging in het onderwijs. Motivatie manifesteert zichzelf in essentie op individueel niveau, maar na het bereiken van een zekere grenswaarde wordt het waargenomen op het niveau van een klas of een leerjaar. En hierbij bedoel ik helaas niet dat motivatie wordt waargenomen en besproken, maar dat vooral het afnemen ervan of het ontbreken ervan wordt besproken. Het schijnt dat er in leerjaar 3 en 4 een flinke dip optreedt.

Een mogelijke start om het gebrek aan motivatie op te lossen is deze vraag aan leerlingen te stellen.

Wat motiveert jou?

In een reeks provinciedebatten vroeg het Landelijk Aktie Komitee Scholieren (Laks) driehonderd leerlingen, komend van negentig middelbare scholen, van alle niveaus, uitgebreid naar hun ervaringen.

Hieronder de resultaten, zoals vandaag gepubliceerd in Trouw.

Ik heb de kop van het verhaal verwijderd. Helaas gaat dat slechts in op een detail. Ook heb ik de inleiding grotendeels weggelaten. Het woord tips is voor mij cruciaal. Je kunt ze lezen als: ‘ja, natuurlijk, dat doe ik al’. Je kunt ze lezen als: ‘ ja, hallo, wie gaat mij vertellen hoe ik het moet doen!’. Je kunt ze lezen als: ‘ja, dat zou ik best wel eens willen gaan doen…”. Het zijn tips.

Uit de inleiding heb ik wel twee zinnen overgenomen. Ter motivatie. 😄

De docent motiveert niet! 

Slechts 42 procent van de scholieren is tevreden over de manier waarop wordt lesgegeven.

 

Tien tips om de scholier te motiveren:

1. Vertel duidelijk waaróm
Heel demotiverend is het als je niet weet wat je met al die lesstof in het dagelijks leven kunt doen. Ook het verband met ‘later’ is belangrijk: wat doe je in hemelsnaam met dit vak na de middelbare school?

2. Koppel de lesstof aan de actualiteit
Scholieren hebben het graag over dagelijkse gebeurtenissen, ze willen die begrijpen en verklaren. Zij zouden graag met de klas naar het nieuws kijken en daarover discussiëren. Ook filosofie is veel genoemd als mogelijkheid om te reflecteren op de buitenwereld.

3. Breng lesstof in de praktijk
Opdrachten uitvoeren bij bedrijven, buurtonderzoek doen of een project buiten school opzetten en uitvoeren. Veel scholieren snakken naar lessen die zich richten op hun latere, professionele leven. Inclusief vaardigheden als solliciteren of presenteren. Vooral vwo’ers willen kennismaken met toekomstige werkplekken.

4. Wees positief, maar geen vriend
Humor en geduld scoren goed. Maar het helpt ook al als een docent zijn leerlingen positief benadert, oog heeft voor de persoon. Veel scholieren geven aan dat zij zich eerder inzetten voor een docent die laat meedenken over de lessen. Ze willen gehoord worden. Maar: een docent is geen vriend of ouder, maar leraar. Orde houden wordt consequent als kerncompetentie genoemd.

5. Varieer met werkvormen
Afwisseling is cruciaal. Altijd hetzelfde doen, zowel binnen een vak als gedurende een dag, gaat enorm vervelen. Zo werkt iPad-onderwijs niet als het alle andere methoden vervangt. Geen enkele scholier wil elk uur bezig zijn op een scherm. Schrijven of lezen uit een boek, een discussie voeren of een mooi verhaal aanhoren zijn ook erg prettige vormen van leren.

6. Gebruik alleen digitale leermiddelen als je weet hoe
Ruim één op de vijf scholieren is ontevreden over het gebruik van ICT op school. Prima als een docent instructiefilmpjes op internet zet, om thuis terug te kijken. Maar dan vooral als hij of zij in de les meer diepgang of individuele aandacht geeft. De grootste ergernis is dat veel docenten geen idee hebben waar ze mee bezig zijn, niet weten hoe zij ICT of apparaten moeten inzetten. Of ze vergeten digitale info te updaten. Liever ouderwetse leermiddelen dan dat de docent digitaal aanmoddert.

7. Beloon goede inzet
Complimenten werken, straf niet, ook al is die terecht. Straf heeft bijna altijd een negatieve invloed op de relatie tussen docent en scholier. Liever zien leerlingen dat zij een keer minder huiswerk krijgen als ze veel moeite hebben gedaan voor een opdracht.

8. Geef scholieren keuzes en daag ze uit
Scholieren bepalen graag zelf op welke manier zij vaardigheden ontwikkelen en kennis opdoen. Zelf leerdoelen stellen en een werkplan maken, motiveert meer dan dat leraren vertellen wat ze moeten doen.

9. Bied meer dan het boek
Vakkennis wordt gewaardeerd, maar nog mooier is het als docenten hun eigen lesstof overstijgen. Veel scholieren geven aan dat zij gemotiveerd raken als docenten meer vertellen dan in het boek staat en kennis aanreiken die verwondert.

10. Sta open voor kritiek
Meedenken met lessen is één ding, het Laks zou graag zien dat docenten ook open staan voor gesprekken over hun functioneren. LED noemen ze dat: Leerlingen Evalueren Docenten. Op het IJburgcollege in Amsterdam kunnen leerlingen al (anonieme) tips en tops geven. Op het Maartenscollege in Groningen voeren leerlingen gesprekken met sollicitanten en bespreken ze hun bevindingen met de schoolleiding voordat de leerkracht wordt aangenomen. Op de Breul in Zeist adviseren scholieren zelfs na een jaar of een docent een nieuw contract verdient.

 

 

 


De hand toelichting

juni 21, 2015

Donderdag heb ik hier een post geplaatst, getiteld De hand. Deze post heb ik ook aangeboden voor plaatsing op de site van HetKind. In reactie hierop werd mij gevraagd een toelichting te schrijven over de achtergronden en de redenen voor het schrijven van De hand. Deze toelichting  is hieronder te vinden.

Dit jaar ben ik voor het eerst actief als blogger voor HetKind. Voorafgaand aan de onderwijsavonden die regelmatig door NIVOZ / HetKind worden georganiseerd komen een aantal van de bloggers van HetKind bijeen om te praten over en actief te zijn met bloggen en onderwijs.

Afgelopen woensdag was dit in de vorm van een workshop over fenomenologie, naar aanleiding van een eerder hierover verzorgde masterclass door Max van Manen. Een onderdeel van de workshop was het met elkaar in groepjes bespreken van eerder geschreven, of speciaal geschreven, blogposts en deze dan met een fenomenologische bril bekijken. Ik was van plan geweest hiervoor speciaal een blogpost te maken en hij zat ook deels in mijn hoofd maar had geen tijd kunnen vrijmaken hem daadwerkelijk te schrijven.

Samen met Femke Cools en Rob Bekker heb ik de verhalen die zij hadden meegenomen besproken, om de essentie ervan te achterhalen en te zien wat nu het moment was dat zij probeerden te delen en hoe dit er fenomenologisch geschreven uit zou kunnen gaan zien. Hoe beschrijf je een moment achteraf op een wijze die recht doet aan het moment zonder vervuiling achteraf? Het verhaal dat ik in mijn hoofd had werd hierbij stapsgewijs duidelijker en in onze uitwisselingen werd de essentie van het moment dat ik probeerde te vangen steeds dichter bereikt. Zeker toen de vraag gesteld werd of ik iets aan de uitwisseling had gehad en dit moest verwoorden zag ik het moment zoals ik het moment had beleefd.

Toen ik thuiskwam heb ik meteen geschreven. En op publish gedrukt.

Het verhaal dat ik heb geschreven kwam naar boven omdat ik regelmatig na afloop van dit soort momenten bedenk dat ik niet in staat ben wat ik voel op dat moment zelf voldoende over te brengen. En dat bedenken is natuurlijk voelen.

De belangrijkste reden dat dit verhaal naar boven kwam is echter omdat het voor mij de zingeving van lesgeven illustreert. De parels die je voelt in onderwijs die niet zijn te meten. En nooit te vergeten. Daarmee waard om te delen.

Een ervaring als deze fenomenologisch beschrijven, en publiek maken, zie ik als een goede oefening voor mijzelf en als een verrijking door zijn verbreding.

De hand en De hand toelichting zijn inmiddels ook gepubliceerd als gecombineerd verhaal op de site van HetKind.


De hand

juni 18, 2015

Bij ons op school gaan geen bellen of toeters aan het einde van een les. De klok toont de tijd en de leerlingen zien deze. Ze staan op, pakken hun tas in en verlaten het lokaal. Soms zeg ik iets om de leerlingen mee te delen dat deze les voorbij is. Best wel vaak zeg ik iets. De handen van de klok tonen onze voeten waar te gaan.

Een nieuwe groep leerlingen komt binnen. Ze zijn veertien of vijftien jaar en ze zijn met zijn eenendertigen. Ze praten, sommige met elkaar, sommige met hun mobieltje. Hun monden en de vingers van hun handen delen vliegensvlug wat hen bezighoudt op dat moment. Ze kijken naar elkaar of naar hun scherm. Ze luisteren naar elkaar of lezen de gedachten van een ander. Er is geanimeerd geluid. Er wordt gelachen.

De leerlingen verdelen zich over het lokaal, zoals zij altijd doen. Naar hun plaats, of de plaats die voor hen nog over was. Een jongen loopt direct op mij af. Ik zit achter mijn bureau. De computer van school rechts naast mij, mijn laptop recht voor mij. De boeken voor deze klas liggen, gesloten, links naast de computer, midden in een een stapel andere, gesloten, boeken.

De jongen steekt zijn hand uit. Ik de mijne. We schudden elkaars hand en kijken elkaar even in de ogen. We zeggen niets. Even zijn alleen wij in het lokaal. Elke les opnieuw. Hij is begonnen met de uitgestoken hand, ik heb hem nooit geweigerd. Soms zegt hij goedemorgen, soms goedemiddag, soms niets. De andere leerlingen praten, gaan zitten, praten, pakken hun boeken, praten. Zij zeggen niets over onze schuddende handen. Een enkele heeft er ooit naar gevraagd.

Het is het einde van de laatste les van het jaar. Er is geen bel gegaan maar de klok tikt zijn signaal. Ik sta op van achter de tafel waar ik zat, achter in het lokaal, en loop naar mijn bureau, aan de voorkant. Halverwege het lokaal is de deur en de meeste leerlingen van deze groep van negentwintig dertien- en veertienjarigen zijn inmiddels daar al door naar buiten.

Het meisje steekt haar hand uit. Ik de mijne. We schudden elkaar’s hand en kijken elkaar in de ogen. Het meisje begint te spreken. Ik luister. Ik hoor haar woorden maar voel ze vooral. Het is geen handdruk uit beleefdheid. De hand en de woorden zijn echt. Ze ballen al onze gesprekken van een heel jaar in een paar seconden samen. Onze serieuze discussies, onze onzinnige onnavolgbare grapjes, ons onderwijzen en leren. Ons samen zijn. Ze bedankt mij hiervoor. Ze bedankt mij hiervoor.

Ik maak me klaar om te zeggen dat ik het graag heb gedaan. En dat heb ik ook. Maar terwijl ik haar aankijk, en in mijn ooghoek naast haar zie hoe haar beste vriendin zich bij ons aansluit, zeg ik wat ik echt wil zeggen. Ik bedank haar. Ik bedank haar.

De hand van de jongen.

Ik vind het fijn. Maar ook moeilijk.

De hand van het meisje.

Heel fijn. Heel moeilijk.

Ik zou ze willen omarmen maar ik weet dat ik dat niet kan.


Mijn persoonlijke waarom

mei 17, 2015

Blogpost Mijn persoonlijke waarom 43315950

Deze blogpost is een antwoord op een hier door Ilse Meelberghs gestelde vraag, ‘benieuwd naar je persoonlijk why…’

Bij mij in de les mag die vraag niet gesteld worden. Waarom?

Je kunt niet vragen: “Waarom is gras groen?”
Je kunt wel vragen: “Waardoor is gras groen?”

Je kunt niet vragen: “Waarom zijn mensen soms niet aardig?”
Je kunt wel vragen: “Hoe komt het dat mensen soms niet aardig zijn?”

Je kunt niet vragen: “Waarom heb ik dit cijfer voor deze toets?”
Je kunt wel vragen: “Hoe is dit cijfer voor deze toets tot stand gekomen?”

Er is geen waarom. Waarom? Er is geen antwoord op de vraag waarom.

Toch wordt die vraag veel gesteld. Waarom? Waarom wordt die waarom vraag zoveel gesteld?

Waarom is een vraag die je eigenlijk nooit zou moeten stellen. Eigenlijk is een woord dat je eigenlijk nooit zou moeten gebruiken. Moeten is een woord dat je eigenlijk nooit zou moeten gebruiken.

Mijn persoonlijke waarom?

Het geeft mij een goed gevoel als ik iets kan doen dat ik zinnig vind. Het geeft mij een goed gevoel als ik iets kan doen dat een beroep doet op mijn meesterschap. op iets waar ik goed in ben. Het geeft mij een goed gevoel als iets kan doen waarvan ik zelf heb bepaald dat ik dat wil doen.

Ik wil graag dingen doen op een manier die leuk is, voor mij en voor de anderen met wie ik ze doen. Ik wil graag plezier maken, voor mezelf en voor de anderen die al dan niet toevallig om mij heen zijn.

Het geeft mij een onplezierig gevoel dat sommigen veel hebben en anderen niet(s). Daar waar ik kan doe ik hier iets aan en mee. Het geeft mij een onplezierig gevoel dat mensen op hun werk hun persoonlijkheid soms zo gemakkelijk inleveren. Daar waar ik kan breng ik dat ter sprake.

Waarom al die dingen mij een goed gevoel geven? Waarom ik die dingen wil doen? Goede vragen! Waarom stel jij ze? Wat zorgt ervoor dat jij ze stelt? Of niet?

Mijn antwoord op de niet te beantwoorden vraag? Waarom? Daarom! :-)

Denk na over de vraag. Ga niet op zoek naar een antwoord.

Fijne zondag!

Andere reacties op de gestelde vraag:
Wanneer wordt een bruggenbouwer een brugwachter


Een boek schrijven in één dag

mei 14, 2015

Via een blog dat ik volg kwam ik vanochtend iets tegen dat ik onmiddellijk zou willen gaan doen als ik talendocent was. Met een (aantal) klas(sen) een boek schrijven in één dag! En dit boek ook echt uitgeven! Hoe cool is dat!

Het voorbeeld komt van een basisschool. Van leerlingen uit groep 5 en 6. Een van hun docenten, Troy Cockrum, beschrijft in twee blogposts het idee en het proces. Veel ging er mis maar er zijn wel twee boeken gepubliceerd!

Als klas werden eerst alle onderdelen (karakters, plot, omgeving, conflicten) nodig voor het verhaal verzameld. Vervolgens werden suggesties voor elk onderdeel gedaan en werd er voor 3-5 mogelijkheden per onderdeel gekozen.

Schrijf een boek in een dag 20150507_073502

Hierna werden de leerlingen in groepen verdeeld om te gaan schrijven. Elke groep schreef hierbij een hoofdstuk. Al snel werd ontdekt dat voor het schrijven van een hoofdstuk wel informatie over andere hoofdstukken nodig was, en dus overleg. Wanneer bijvoorbeeld in hoofdstuk 8 een karakter gebruikt werd, zou deze in hoofdstuk 7 geïntroduceerd moeten worden. Een groep die een hoofdstuk aan het begin schrijft en teveel van het verhaal al laat gebeuren kan dit aanpassen door er flashbacks van te maken. Er werd veel geleerd door doen over hoe een goed verhaal tot stand komt.

Alle groepen kwamen vervolgens bijeen en deelden welke onderdelen van het plot zij in hun hoofdstuk zouden schrijven. Discrepanties tussen hoofdstukken werden gladgestreken, met de groep als geheel werden beslissingen genomen en vervolgens werd het harde werk van schrijven gedaan.

Groepen werkten samen aan hun hoofdstuk via Google Drive. Zodra het af was werd het nog één keer bekeken door een van de groepsleden om alle onvolkomenheden er uit te halen. De docent nam vervolgens alle hoofdstukken en publiceerde deze via Amazon Createspace.

De twee geschreven boeken zijn inmiddels te koop! (En ook als gratis pdf verkrijgbaar)

Schrijf een boek in een dag vol 1 picture-2015-05-08-at-11-33-28-am Schrijf een boek in een dag vol 2 picture-2015-05-12-at-10-11-53-am

 

Change the World. Volume 1. Tsunami Survivors
Change the Word. Volume 2. Shimmer and the case of Superman’s Missing Dog

Het lijkt mij geweldig dit te doen! Het lijkt mij dat er vele vormen mogelijk zijn.

Bij ons op school bijvoorbeeld als activiteit voor de VVV-uren XL, die we aan het eind van dit jaar voor het eerst gaan organiseren. Twee dagen waarop leerlingen uit klas 1, 2 en 3 kunnen gaan intekenen op verschillende activiteiten die steeds een dagdeel of een dag beslaan. Of als VVV-module, waarbij het dan misschien wel niet fysiek op één dag zou gebeuren maar wel een prachtig afgerond geheel zou vormen.

Troy beschrijft hoe er regelmatig grote verschillen van stevige meningen besproken moesten worden en gemeenschappelijke keuzes gemaakt moesten worden om verder te kunnen. Een flinke uitdaging dus maar ook een fantastisch leerproces met zichtbare resultaten waar leerlingen en leerkrachten trots op kunnen zijn. Durf jij dit aan?

Bronnen:
Change the world? We’re writing a book in one day!
Writing a book in one day – How we did it.

 


Wat is een edcamp?

mei 3, 2015

EdcampNL logo open 2013-08-10_1924Wat is een edcamp?
Een edcamp is: een ‘onconferentie’ (Engels: unconference), ofwel een door deelnemers gedreven bijeenkomst zonder specifiek programma en met een vrije structuur, waarbij de conferentie in meer of mindere mate wordt ingevuld of tot stand komt tijdens de conferentie zelf. Vooraf wordt mogelijk wel de bedoeling, de richtlijnen en de parameters bekendgemaakt. (bron; Wikipedia).
De Edcamp Foundation omschrijft het als volgt: ”Edcamp is free, democratic, participant-driven professional development for teachers.”

Wat zijn de kenmerken van edcampNL?
– het is gratis voor deelnemers
– deelname is open voor iedereen met een warm hart voor onderwijs
– er zijn géén uitgenodigde sprekers
– er zijn géén commerciële activiteiten
– het thema is onderwijs
– de organisatie wordt gedaan door de deelnemers
– de inhoud wordt bepaald door de deelnemers
– de inhoud van de sessies wordt op de dag zelf pas vastgelegd
– de kosten van de organisatie worden zo laag mogelijk gehouden
– deelnemers nemen hun eigen lunch mee
– deelnemers nemen zoveel mogelijk hun eigen materialen mee

Voor wie is edcampNL?
Voor iedereen die iets met onderwijs te maken heeft. Voor iedereen die zijn kennis over het onderwijs graag deelt of vergroot.
Dat betekent in de eerste plaats leerkrachten en docenten maar ook onderwijs ondersteunend personeel, teamleiders en directieleden. Hiernaast zijn ook mensen actief in jeugdwerk, kunst en cultuur of werkend in bedrijven die een interesse hebben in onderwijs van harte welkom om een bijdrage te leveren.
edcampNL is voor mensen die iets komen delen, brengen of halen, het is uitdrukkelijk niet voor mensen die iets komen verkopen.

Edcamp inschrijfbord img_2448Hoe werkt het op de dag zelf?
Er is een duidelijke tijdsplanning voor de dag, maar de inhoud van de geprogrammeerde sessies wordt bepaald door de deelnemers. Het thema van alle sessies is onderwijs.
Er zal een groot prikbord zijn waarop deelnemers die iets willen presenteren of delen of bediscussiëren dit aangeven in één van de aangegeven tijdsloten. Vervolgens geven alle deelnemers op dit zelfde bord aan bij welke sessie zij aanwezig willen zijn. Bij voldoende interesse gaat een sessie door en er geldt vol = vol.
De tijdsloten zijn 25 minuten met 5 minuten wisseltijd.
Het is heel goed denkbaar dat op de dag zelf de deelnemers naar aanleiding van de opgedane ervaringen of uitwisselingen zelf in groepsverband met elkaar aan de slag gaan.

Waaruit bestaat een sessie?
Een sessie of activiteit kan uit van alles bestaan.
– lezing of presentatie
– discussie
– vraag
– brainstormen
– een praktijkvoorbeeld delen
– kringgesprek
– iets met of door leerlingen
– iets maken
– ………..

Hoe kun je zelf bijdragen aan een edcamp?
– door mee te helpen bij de organisatie vooraf
– door mee te helpen bij de organisatie op de dag zelf
– door ideeën aan te leveren, wat zou jij wel/niet willen zien?
– door zelf een sessie te verzorgen
– door te sponsoren of sponsors te helpen zoeken
– door materialen aan te leveren
– door een geschikte locatie aan te leveren
– door catering te verzorgen 
of hierbij te helpen
– door te helpen informatie over het edcamp te verspreiden!


Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 4.202 andere volgers

%d bloggers op de volgende wijze: