Leer me dan!

mei 13, 2015
Blogpost Leer me dan drukdruk
In Belgie wordt gewerkt aan een grote hervorming van het vervolgonderwijs. Hieronder de bijdrage van een leerling, Alice Elliot, aan het debat hierover. Het is een beschrijving van een gedreven persoon met een oproep aan het onderwijs. Het is niet de standaard maar het geeft zeker te denken. Het betreft de situatie in Belgie maar is misschien niet zo heel veel anders in Nederland. Zien docenten hun leerlingen wel vaak genoeg zoals zij thuis doen? Zijn docenten zich bewust van de druk die leerlingen voelen? Durven docenten na te denken over het doel van onderwijs als leerlingen dit soort meningen delen en dit soort vragen stellen?

Het is donderdagavond, half twaalf. Met mijn cursus wiskunde voor me zit ik aan één stuk door te geeuwen. Een verdieping lager liggen mijn ouders al in hun bed. Slaperig werk ik een vraagstuk over goniometrische functies af om zodadelijk nog een laatste keer de leerstof Romeins Recht door te nemen. De afgelopen week heb ik elke avond tot na elf uur voor school gewerkt. Morgen heb ik drie herhalingstesten. En dit weekend wordt al even druk want er moeten twee presentaties en een groepswerk worden afgewerkt.

Ik zit in het vijfde jaar ASO Latijn-Moderne talen, en natuurlijk heb ik niet altijd zoveel werk als hierboven beschreven. Maar de avonden waarop ik meer dan een uur vrije tijd over heb, zijn schaars geworden. Veel van mijn vrienden hebben hobby’s moeten opgeven omdat ze die niet langer konden combineren met school.

In vergelijking met de energie die ik in studeren stop, hou ik er enorm weinig aan over. En dat is jammer.

Het Algemeen Secundair Onderwijs heeft als functie een zo breed mogelijke basis mee te geven. Hoewel ik vrijwel continu bezig ben met school, heb ik niet het gevoel dat ik de afgelopen jaren zoveel heb geleerd. Vraag me iets over de aardrijkskundeleerstof van het derde jaar en ik sta met mijn mond vol tanden. In vergelijking met de energie die ik in studeren stop, hou ik er enorm weinig aan over.

Wanneer een examen gedaan is, telt alleen nog de leerstof van het volgende vak. De leerstof die we er een paar dagen eerder wanhopig in gepropt hebben, is volledig naar de achtergrond verdwenen. Vrijwel alle details ben ik direct na het examen alweer vergeten. En wanneer mijn jongere zusje me twee jaar later komt vragen of ik haar kan helpen met chemie, of haar wil ondervragen over geschiedenis, merk ik dat ik er bijna niets meer over weet.

En dat is jammer. Is onze manier van onderwijs wel zo efficiënt en rendabel wanneer meer dan drie kwart van de leerstof uiteindelijk in ons kortetermijngeheugen belandt? We worden gedurende het schooljaar wel aangespoord om te herhalen, maar iedereen weet dat slechts een enkeling dat ook daadwerkelijk doet. Moeten we niet dringend eens op zoek gaan naar een andere manier van onderwijs? Een manier van onderwijs die wél efficiënt en rendabel is, die ervoor zorgt dat we er op lange termijn veel meer aan hebben?

Neem nu de taalvakken. Zou talen leren niet veel meer praktijkgericht moeten zijn? Want in vergelijking met het aantal uren dat we erin stoppen, hebben slechts weinigen het gevoel dat ze na afloop van hun humaniora écht goed Frans kunnen. We hebben het vak nochtans wel zo’n drie tot vijf uur per week. Met de moderne technologieën zouden we daarvan toch minstens een uurtje al Skypend moeten kunnen doorbrengen? Met Franstalige scholen bijvoorbeeld. Een taal leren door te spreken met Franstaligen lijkt me veel zinvoller dan zinnetjes vertalen en woordjes leren in je werkschrift.

School krijgt mijn honger naar kennis niet gestild.

Ik ben altijd leergierig geweest, maar heb het gevoel dat school me niet meer echt kan boeien, kan motiveren. Mijn motivatie om voor school te werken is om mijn ouders tevreden te stellen, om mijn jaar niet over te moeten doen, om zo veel mogelijk toekomstmogelijkheden open te houden. Mijn motivatie is géén honger naar kennis, terwijl dàt het juist zou moeten zijn. Of laat ik het anders zeggen: school krijgt mijn honger naar kennis niet gestild. De dingen die ik op school leer zijn ongetwijfeld belangrijk, maar vaak slaag ik er niet in om het nut er van in te zien. Geschiedenis, talen, godsdienst, esthetica… Ik vind het allemaal enorm interessant, en toch zit ik een groot deel van de leerstof gewoon zonder nadenken van buiten te blokken.

Waarom die acht op tien me dan toch blij maakt weet ik niet. Het is een teken dat ik goed geleerd heb, een bevestiging dat er niets mis is met mijn geheugen, dat ik in staat ben om na te denken. We leren dat een acht op tien goed is, een zes middelmatig en een vier ondermaats. Punten lijken wel het enige wat van belang is, niemand die zich afvraagt of we van al dat studeren ook daadwerkelijk iets geleerd hebben.

Die cijfergerichte motivatie is volgens mij volledig fout. Het is juist zo belangrijk dat jongeren gemotiveerd worden om écht te willen leren, en niet om hun ouders tevreden te stellen, of gewoon om de beste van de klas te zijn. Leren zou geen verplichting, last of straf moeten zijn, maar iets wat we graag doen. We zitten tenslotte twaalf jaar lang op de schoolbanken, dan kunnen we toch proberen om van die periode iets leukers te maken?

Onze samenleving verandert enorm snel, maar het onderwijs lijkt niet mee te veranderen.

Leraren moeten zich aan hun leerplannen houden en dat lijkt het allerbelangrijkste. Dat de leerlingen in staat zijn om een zelfstandig, gezond en maatschappijkritisch leven te leiden wanneer ze de middelbare school verlaten, lijkt bijzaak.

Dat die eindtermen niet werken, verbaast me eerlijk gezegd niet.

Leren leren, sociale vaardigheden, opvoeden tot burgerzin, milieu- en gezondheidseducatie. Het zijn allemaal mooie eindtermen – en ook erg belangrijk – maar blijkbaar moeilijk haalbaar. Na vijf jaar middelbare school worstelen velen nog steeds met onze studiemethode, weten we nog veel te weinig over actuele politiek en moet ik vaststellen dat leeftijdsgenoten vaak liever het papiertje van hun koek op de grond achterlaten, dan dat ze twintig meter naar de vuilnisbak lopen.

Dat die eindtermen niet werken, verbaast me eerlijk gezegd niet. Leerkrachten weten niet hoe die vaardigheden en attitudes aan te pakken, want ze gaan over meer dan hun afgebakend vakgebied. En je kan er geen cijfer op plakken.

Ik denk dus dat ons onderwijssysteem dringend toe is aan verandering. Meer permanente evaluatie en herhaling, minder marathonblokken om snel weer te vergeten. Dat is veel zinvoller. En als je leerlingen wil motiveren om te leren, dan moet je ze ook tonen waaròm leren zo belangrijk is, en hoe geweldig het is om veel te weten. Je moet hen aan projecten laten werken waar ze achteraf ook fier op kunnen zijn, in plaats van ze hapklare brokken leerstof te presenteren die ze totaal niet kunnen plaatsen in de wereld.

Leerstof moet ons nieuwsgierig maken en een nieuwe wereld doen opengaan, in plaats van ons alleen te doen zuchten.

Je moet niet verwachten dat leerlingen vanzelf het nut inzien van de leerstof. Leerkrachten moeten net veel meer energie steken in het doen inzien van dat nut en wat je ermee kan bereiken. Door leren leuker te maken. Leerstof moet ons nieuwsgierig maken en een nieuwe wereld doen opengaan, in plaats van ons alleen te doen zuchten over het aantal pagina’s dat tegen morgen weer geblokt moet worden.

Het einde van mijn middelbare schoolcarrière komt stilaan in zicht. Grote veranderingen zal ik dus niet meer meemaken. Maar voor mensen zoals mijn jongere zus, hoop ik dat ze ooit even hard naar school zullen uitkijken, als naar vakantie.

Update: Na het verschijnen van deze post kreeg ik een reactie uit Belgie in de vorm van een tweet van @AnnDejaegher. Het blijkt dat Alice Elliot gisteren op de Belgische T.V. was in het programma Reyers Laat en hier sprak met de Vlaamse minister van onderwijs Hilde Crevits, die ver kan meegaan in de mening van Alice over het huidige onderwijs. De minister sluit zich aan bij Alice en wil docenten meer vrijheid geven. De uitzending is hier terug te zien.

Bron:
http://charliemag.be/wereld/leren/


Leerlingen ruimte geven voor moois: VVV-uren tunnelproject

mei 12, 2015

Al een aantal jaren werken we op onze school met VVV-uren. Verbetering, verdieping, verrijking voor leerlingen, geleverd door de inzet, de interesses, de motivatie, de connecties, de extra kwaliteiten, die iedere docent naast zijn vak heeft. Sommige van deze modules zijn het delen meer dan waard. Hieronder een voorbeeld.

De beschrijving van de module ‘Tunnelproject’ op de wiki van de VVV-uren op het Wolfert Lyceum.

We willen even je aandacht vragen voor een bijzonder project.
Heb je creatieve ideeën? Ben jij kunstzinnig aangelegd? Kun je goed tekenen/schilderen en wilde je altijd al dat jouw kunstwerk door veel mensen gezien zou worden? Dan is dit je kans! We zoeken ongeveer 30 leerlingen die een origineel ontwerp gaan maken voor in de fietstunnel achter sporthal De Zijde.
Samen met de kunstenaar Marco de Keizer wordt deze tunnel volledig beschilderd/gespoten en tot een aantrekkelijke plek gemaakt om doorheen te fietsen. Binnen de tunnel is er plek voor 10 kunstwerken van jullie en 10 kunstwerken gemaakt door leerlingen van Melanchthon. Het thema is ENERGIE, BEWEGING en VERANDERING.
De tekening hoef je niet thuis te maken. Jullie gaan dit doen in het aankomende blok VVV-uren. (Op donderdag het 4de lesuur). Het is een professioneel project in samenwerking met de gemeente Lansingerland, energiemaatschappij NUON, Melanchthon en Wolfert Lyceum!

Wordt jouw ontwerp niet verkozen tot de 10 beste dan kun je misschien samen met de kunstenaar de tunnel gaan beschilderen/spuiten. Ook hiervoor zijn we op zoek naar enthousiaste leerlingen!

Inmiddels zijn de leerlingen aan de slag. Donderdag 4 juni is de officiële opening.

VVV-uren tunnelproject 11151018_701828539943571_4204210327229094609_n

VVV-uren tunnelproject 11050654_701356349990790_4003974691993261415_n

VVV-uren tunnelproject 11212778_701828596610232_4809149714538078490_n

VVV-uren tunnelproject 10409622_701828649943560_6525512454370682062_n

VVV-uren tunnelproject 10384297_701828626610229_9097551566104993197_n

VVV-uren tunnelproject 11265560_701356369990788_2407564859193831996_n

VVV-uren tunnelproject 11118837_701356379990787_467305813674373631_n

VVV-uren tunnelproject 10983193_701828556610236_4786863235158073659_n

Foto’s: Marina Zwijnenburg.


Eindexamen

mei 12, 2015

Eindexamen definitie 2015-05-12_1649


Op pad met het Education Design Lab

mei 9, 2015

WebsterUnvLeidenHDR-e1370354270910

Donderdag ben ik met een aantal leerlingen van het Education Design Lab op pad geweest. Dat heb ik eerder gedaan en dat zal ik vaker doen. Ik heb mij al eerder voorgenomen hier wat vaker over te vertellen. Dat zal ik proberen te doen (het enige dat mij heeft weerhouden, en mogelijk zal weerhouden, is tijd).

De leerlingen van het Education Design Lab zijn, naar aanleiding van de blogpost over het bestaan van het Education Design Lab en een hierop volgend bezoek aan onze school door een aantal geïnteresseerde docenten en schoolleiders, uitgenodigd om op de Webster University in Leiden met een groep studenten in discussie te gaan over het onderwijs  van de toekomst. Of de toekomst van het onderwijs?
Voor de studenten is het de afsluiting van hun vak sociologie, waarbij in deze afsluitende les onderwijs centraal staat.

Hoe gaat zoiets?
Via de whatsapp groep worden de afspraken gemaakt en aangepast. Wat moeten we voorbereiden? Is de eerdere presentatie geschikt die gebruikt is bij MeetUp010 geschikt? We krijgen de tekst van het hoofdstuk uit het dikke sociologie boek dat de studenten moeten voorbereiden voor de les. Is het in het Engels?Indrukwekkend vocabulaire. Wie gaat er mee? Hoe laat begint het? Hoe gaan we er naar toe? Wie is hoe laat waar? Screenshots van mails met informatie over de bijeenkomst worden gedeeld. Het programma van de avond wordt door de betrokken docent een aantal keer aangepast, steeds verder ingevuld en nieuwe screenshots worden gedeeld. Wat is de makkelijkste plek voor iedereen om te ontmoeten? Wat gaan we doen met eten?

Wat mij opvalt?
Het gemak waarmee dit gaat. De snelheid waarmee dit gaat. De positiviteit waarmee dit gaat. Bij elk berichtje dat langskomt in de groep voel ik mij bevoorrecht. Elk berichtje dat langskomt geeft mij zin.
Donderdag was het meivakantie. Deze leerlingen zijn dus in hun vakantie iets gaan doen waar ze niet op beoordeeld gaan worden. Iets gaan doen waar ze geen cijfer voor gaan krijgen. Gewoon. Omdat zij dit willen. Omdat zij willen leren. Omdat zij leren willen delen. Omdat zij van het delen willen leren. Omdat zij autonoom zijn en willen zijn. Tijdens de planning van deze activiteit bleek dat een van de leerlingen van het EDL op vakantie zou zijn en dus niet mee zou kunnen. Hij belde direct zijn moeder en kwam zwaar teleurgesteld terug met het antwoord. Hij kon niet mee, hij moest op vakantie.

De reis.
Om 16.00 afgesproken op het station. De leerlingen komen afzonderlijk en met de auto rijden we naar Leiden. We parkeren en wandelen de stad in. Even langs het geboortehuis van Rembrandt, langs de molen, door de Breestraat, langs de studentenverenigingen, het stadhuis, de terrasjes, Annie’s terras en de zon nodigen ons uit. We eten en praten. We zijn.

annie-s-restaurant-leiden-1(p-restaurant,15693)(c-0)

Bij binnenkomst op Webster University moeten wij ons inschrijven en ons ID nummer invullen. Niet iedereen heeft dat paraat. Even bellen met thuis en binnen drie minuten is alles geregeld.

De les.
De studenten hebben al een uur les gehad voor wij arriveren en hebben even 15 minuten pauze. Naast de leerlingen van het EDL zijn ook twee leerlingen van het LAKS en een politicus met onderwijs als specialisatie aanwezig als experts.
De les begint met het voorstellen van de experts, gevolgd door video over het niet vanzelfsprekend zijn van onderwijs. Brady, een van de studenten, presenteert hierna zijn visie op het hoofdstuk uit het boek, en wordt hierop beoordeeld door een drietal van de leerlingen via een uitgereikte rubric. De beoordeling wordt direct ook mondeling gedeeld met Brady.

De docent geeft hierna een overzicht over het hoofdstuk en stelt vragen aan de studenten. Ik observeer mijn leerlingen. Zij luisteren aandachtig. Er wordt verteld over visies op onderwijs: functionalism, conflict theory, cultural reproduction. (Ja, het was dus in het Engels).
Ik observeer ook de studenten, zij lijken deels ongeïnteresseerd. Een aantal maakt aantekeningen op hun laptop, een aantal op papier, een aantal niet. (Op de weg terug discussiëren wij over de overeenkomsten/verschillen tussen deze visies, het gebruikte vocabulaire, het belang ervan).

De studenten verdelen zich in groepjes van drie. Elk groepje wordt door de docent gekoppeld aan een van de uitgenodigde experts. Er worden twee vragen gesteld over The Future of Education:
What is education for?
What is good education?

De studenten gaan aan de slag. Zij blijken wel degelijk geïnteresseerd en nemen actief deel aan de discussie. (Iets waarover wij op de terugweg discussiëren. Ook mijn leerlingen was het opgevallen hoe actief de studenten werden. Het (te) lang luisteren viel hen mogelijk zwaar?) De studenten betrekken heel vanzelfsprekend de veel jongere leerlingen van het EDL en het LAKS bij hun discussies. De leerlingen van het EDL moeten heel even wennen, vooral aan het Engels, maar doen snel actief mee.

foto 24

Het is een genot om rond te lopen, de discussies te horen en de presentaties te zien ontstaan.

foto 21

De docent neemt ondertussen even waar of de studenten hun ‘huiswerk’ hebben gedaan en noteert dit op haar laptop. Heel terloops, in het voorbijgaan, maar niet onopgemerkt voorbijgaand.

foto 22

De vellen worden voller. Hoe zien wij de toekomst van het onderwijs?

foto 23

De discussies gaan verder. De tijd vliegt voorbij.

Eén van ‘mijn’ leerlingen heeft een bijdrage die mij raakt. Niks ‘out-of-the-box’, niks ‘outside-of-the-box’. Voorzichtig maar tegelijkertijd zelfverzekerd merkt zij op:  “There should be NO boxes“…

foto 25

De groepjes presenteren hun visie op het onderwijs van de toekomst aan de hand van de vragen. Ik zoek ondertussen, net als tijdens het rondlopen, vooral naar de overeenkomsten.

foto 26

Die zijn er.

– Geen cijfers.
– Kleine groepen.
– Minder gebouw-gebonden.
– Socialer
– Meer relevantie. Relatie tot de werkelijke wereld.
– Andere dan standaard  ‘vakken’. Meer overkoepelend. Bv filosofie.
– Meer keuze. Niet ieder leerling wil hetzelfde, kan hetzelfde, hoeft hetzelfde te kunnen.

Na afloop.
De studenten moeten beoordelingsformulieren invullen voor de docent. Wij gaan naar de docentenkamer en bespreken de ervaringen.
– Engels was een initiële belemmering, maar redelijk snel te overkomen.
– Verschillen in niveau kunnen en moeten worden overbrugd. Onderwijs moet hier op inspelen.
– Spreken met leerlingen uit verschillende landen en achtergronden is zeer verrijkend.

Verder? 
Is dit het onderwijs van de toekomst? De toekomst van het onderwijs? Eén van de toekomsten van het onderwijs? Leerlingen van verschillende niveaus, van verschillende scholen, die bij elkaar op bezoek gaan om te leren van elkaar en met elkaar?
Ik heb in ieder geval geleerd gisteren en genoten. Ik zal het zo weer doen als de gelegenheid zich voordoet.
‘Mijn’ leerlingen ook. Zij vonden het een zeer plezierige ervaring om zo gemakkelijk als gesprekspartners en zelfs experts te worden meegenomen in de discussie. Zij zouden het zo weer doen. Het heeft hun ideeën aangescherpt en ze zijn op nieuwe invalshoeken gewezen.
De studenten ook. Zij gaven aan verbaasd te zijn en onder de indruk te zijn van het feit dat leerlingen van een middelbare school in hun vakantie langskwamen om dit te doen. Zij gaven ook aan inhoudelijk van de bijdrage van de leerlingen te hebben geleerd.
Dank je, Pieternel voor de uitnodiging en de ervaring.

Mochten jullie een leerlingen van het Education Design Lab willen spreken dan kan dat. Bijvoorbeeld op 29 mei bij MeetUp010 meets edcampNL. Zij delen graag hun leren. Inschrijven voor die bijeenkomst kan via dit formulier.

PS: Op de terugweg werden mij door een van de leerlingen nog een aantal zeer directe en pertinente vragen gesteld. Deze vragen heb ik ‘beantwoord’ maar zij hebben meer dan de directe antwoorden in mij los gemaakt en mij verder aan het denken gezet. Ik hoop de tijd te vinden hier in een komende blogpost verder op in te gaan. (Als iemand mij hieraan herinnert is de kans groter dat dit ook gaat gebeuren :-) )

 


Wat is een edcamp?

mei 3, 2015

EdcampNL logo open 2013-08-10_1924Wat is een edcamp?
Een edcamp is: een ‘onconferentie’ (Engels: unconference), ofwel een door deelnemers gedreven bijeenkomst zonder specifiek programma en met een vrije structuur, waarbij de conferentie in meer of mindere mate wordt ingevuld of tot stand komt tijdens de conferentie zelf. Vooraf wordt mogelijk wel de bedoeling, de richtlijnen en de parameters bekendgemaakt. (bron; Wikipedia).
De Edcamp Foundation omschrijft het als volgt: ”Edcamp is free, democratic, participant-driven professional development for teachers.”

Wat zijn de kenmerken van edcampNL?
– het is gratis voor deelnemers
– deelname is open voor iedereen met een warm hart voor onderwijs
– er zijn géén uitgenodigde sprekers
– er zijn géén commerciële activiteiten
– het thema is onderwijs
– de organisatie wordt gedaan door de deelnemers
– de inhoud wordt bepaald door de deelnemers
– de inhoud van de sessies wordt op de dag zelf pas vastgelegd
– de kosten van de organisatie worden zo laag mogelijk gehouden
– deelnemers nemen hun eigen lunch mee
– deelnemers nemen zoveel mogelijk hun eigen materialen mee

Voor wie is edcampNL?
Voor iedereen die iets met onderwijs te maken heeft. Voor iedereen die zijn kennis over het onderwijs graag deelt of vergroot.
Dat betekent in de eerste plaats leerkrachten en docenten maar ook onderwijs ondersteunend personeel, teamleiders en directieleden. Hiernaast zijn ook mensen actief in jeugdwerk, kunst en cultuur of werkend in bedrijven die een interesse hebben in onderwijs van harte welkom om een bijdrage te leveren.
edcampNL is voor mensen die iets komen delen, brengen of halen, het is uitdrukkelijk niet voor mensen die iets komen verkopen.

Edcamp inschrijfbord img_2448Hoe werkt het op de dag zelf?
Er is een duidelijke tijdsplanning voor de dag, maar de inhoud van de geprogrammeerde sessies wordt bepaald door de deelnemers. Het thema van alle sessies is onderwijs.
Er zal een groot prikbord zijn waarop deelnemers die iets willen presenteren of delen of bediscussiëren dit aangeven in één van de aangegeven tijdsloten. Vervolgens geven alle deelnemers op dit zelfde bord aan bij welke sessie zij aanwezig willen zijn. Bij voldoende interesse gaat een sessie door en er geldt vol = vol.
De tijdsloten zijn 25 minuten met 5 minuten wisseltijd.
Het is heel goed denkbaar dat op de dag zelf de deelnemers naar aanleiding van de opgedane ervaringen of uitwisselingen zelf in groepsverband met elkaar aan de slag gaan.

Waaruit bestaat een sessie?
Een sessie of activiteit kan uit van alles bestaan.
– lezing of presentatie
– discussie
– vraag
– brainstormen
– een praktijkvoorbeeld delen
– kringgesprek
– iets met of door leerlingen
– iets maken
– ………..

Hoe kun je zelf bijdragen aan een edcamp?
– door mee te helpen bij de organisatie vooraf
– door mee te helpen bij de organisatie op de dag zelf
– door ideeën aan te leveren, wat zou jij wel/niet willen zien?
– door zelf een sessie te verzorgen
– door te sponsoren of sponsors te helpen zoeken
– door materialen aan te leveren
– door een geschikte locatie aan te leveren
– door catering te verzorgen 
of hierbij te helpen
– door te helpen informatie over het edcamp te verspreiden!


Welke vragen geven welke antwoorden?

mei 2, 2015

Vragen stellen is een essentieel onderdeel van onderwijs. Leerlingen stellen docenten vragen, docenten stellen leerlingen vragen. Vragen vormen bouwstenen van onderwijs.

Goede vragen stellen is een belangrijk deel van goed onderwijs. Er zijn allerlei soorten vragen en de vraag die gesteld wordt stuurt het antwoord dat verkregen wordt. Goede vragen vormen goed onderwijs.

Op twitter kwam ik een tweet tegen van  met een afbeelding. Dit leek mij een handige afbeelding voor zowel docenten als leerlingen en ik hem daarom zo goed als mij mogelijk vertaald.

Blogpost vragen stellen vakken 3 2015-05-04_0836

 

Suggesties ter aanpassing / verbetering zijn altijd welkom!

Hieronder de originele tweet:

Blogpost Vragen stellen vakken origineel 2015-05-02_1211

 

Update. Inmiddels de blogpost gevonden waar de figuur mogelijk origineel vandaan komt.


Het gaat niet om ICT, het gaat om D

april 29, 2015

Keep calm and flip your class

Alweer een aantal jaar maak ik bij mijn lesgeven gebruikt van Flipping the Classroom, ofwel Flip de Klas. Leerlingen krijgen de informatie voorafgaand aan de les aangeboden via een video of een animatie of een te bestuderen bron. Vervolgens hebben we in de les meer tijd voor vragen, verdieping, interacties.

Regelmatig geef ik workshops over hoe dit voor mij in de praktijk werkt.

Regelmatig krijg ik tijdens deze workshops vragen. En sommige vragen komen regelmatig terug.

Lang daarvoor al maakte ik en nog steeds maak ik bij mijn lesgeven gebruik van de T die hoort achter IC. De vorm van die T is in die tijd veranderd. Van rekenmachine naar PC, van ‘op de computer’ naar online, van vast naar mobiel. Van krijtbord naar overheadprojector naar whitebord naar digibord.

Regelmatig geef ik workshops over hoe dit voor mij in de praktijk werkt.

Regelmatig krijg ik tijdens deze workshops vragen. En sommige vragen komen regelmatig terug.

De I is in die tijd langzaam veranderd voor mijn vak. En daar wil ik op kunnen inspelen. De C is ook veranderd, door die veranderde T heb ik meer mogelijkheden tot C. En hebben dus ook mijn leerlingen meer mogelijkheden. En dus gebruik ik de T, voor betere C, met als doel diepere en meer beklijvende I bij mijn leerlingen. En als doel mijn leerlingen de vaardigheid bij te brengen zelf T en C meer en meer te kunnen gaan gebruiken voor hun I. Op  de school waar ze nu zitten, op de school waar ze hierna naar toe gaan, maar vooral op de plaatsen waar ze vervolgens naar toe gaan.

Eén van de vragen die ik regelmatig krijg is:

hoe weet je dat leerlingen die video’s wel kijken?

En de oplossing hiervoor heeft niets met T te maken, maar is wel met T op te lossen.

De vraag zou in het pre-T tijdperk als volgt geformuleerd zijn: hoe weet je dat leerlingen opletten?

En de oplossing hiervoor heeft niets met pre-T te maken, maar is wel met pre-T op te lossen.

Het antwoord is gebruik maken van D.

Het antwoord is in beide gevallen hetzelfde:

door vragen te stellen!

Tegenwoordig kun je die vragen stellen met behulp van T. Zodat je de antwoorden zelf ook hebt vóór de les.

Dit kan bijvoorbeeld in onderstaande vorm, die een van mijn standaarden is, maar die natuurlijk vele varianten kent.

Lever op de dag vóór de les digitaal het antwoord in op de volgende vragen:

– Noem drie begrippen uit de video die je al kende, en geef de betekenis van deze begrippen

– Noem drie begrippen uit de video die je nieuw geleerd hebt, en geeft de betekenis van deze begrippen

– Noem drie begrippen uit de video waar je meer over zou willen leren

Een andere vorm die ik standaard gebruik bij het inleveren van digitale opdrachten is de volgende:

Geef bij het inleveren van deze opdracht aan of je:

A. Alles begrepen hebt

B. Nog vragen hebt. Zo ja, voeg deze toe.

En de antwoorden op deze vragen kan ik als docent gebruiken om de inhoud van mijn les (mede) te bepalen. En als ik wil kan ik zien wie wel en niet naar de video of animatie of bron gekeken heeft. Maar na een tijdje blijkt dit niet meer nodig.

Het gaat niet om de ICT. Het gaat niet om de T.

Het gaat om de D.

Het gaat niet om de video.

Het gaat om de didactiek.


Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 4.103 andere volgers

%d bloggers op de volgende wijze: