Testjekennis

juli 23, 2018

Aan het eind van het schooljaar, of aan het begin van de vakantie, of aan het eind van de vakantie, of aan het begin van het schooljaar (of alle vier) zijn vele van ons in onderwijs bezig met de plannen voor het nieuwe schooljaar. Wat ga ik volgend jaar anders doen? Beter doen? Niet meer doen? Ga ik me concentreren op verbeteren wat ik al goed doe? Ga ik iets nieuws proberen wat ik altijd al van plan was of wat ik ben tegengekomen bij een collega of gelezen heb in een onderwijsblad of een vakblad of gezien heb op sociale media?

Zelf zit ik altijd vol met plannen, waarvan meestal slechts een klein deel verwezenlijkt wordt, simpelweg omdat het teveel plannen zijn. Dat heeft mij geleerd en doen besluiten elk jaar een soort speerpunt te selecteren.

Komend schooljaar zal het speerpunt ‘herhalen en feedback‘ zijn, hoewel dat natuurlijk net zo gemakkelijk twee speerpunten genoemd kunnen worden. Om dat concreet te gaan maken ben ik nu dus bezig met vormen om dit te doen.

Een manier zal zijn nog vaker en gerichter gebruik te maken van testjes om te herhalen.

Testjes om te herhalen zijn voor leerlingen en leraar een manier om te testen hoeveel zij nog van een onderwerp of van een heel voorafgaand leerjaar weten.

Komend schooljaar staat daarom voor al mijn leerlingen in de studiewijzer opgenomen ergens in de eerste twee weken: Testjekennis. Deze testjes gaan over de kennis van het afgelopen jaar, of de afgelopen jaren. Deze testjekennis testen zal ik gaan gebruiken om te bepalen welke onderdelen van het voorafgaande jaar herhaling behoeven en ik zal de leerlingen deze herhaling op verschillende manieren gaan aanbieden en gedurende het jaar opnieuw gaan testen. De leerlingen zullen geen cijfer krijgen voor deze testjekennis testen, wel feedback, zo persoonlijk mogelijk. Bij de testjekennis testen zal ik de vragen vooral richten op de BioKern doelen die wij met een aantal collega’s aan het opstellen zijn. Wat zijn nu de werkelijk wezenlijke onderdelen van ons vak waarvan wij vinden dat alle leerlingen deze dienen te kennen en beheersen? Het vormt een pragmatische samenvatting van de breed geformuleerde kerndoelen die onderdeel vormen van de examenstof en waarvan wij hebben ervaren dat deze ook vaak concreet of verborgen in de examens terugkomen. Deze BioKern doelen zullen ook in onze reguliere toetsen regelmatig terugkeren.

Advertenties

Spelletjes spelen om te herhalen

juli 23, 2018

Aan het eind van het schooljaar, of aan het begin van de vakantie, of aan het eind van de vakantie, of aan het begin van het schooljaar (of alle vier) zijn vele van ons in onderwijs bezig met de plannen voor het nieuwe schooljaar. Wat ga ik volgend jaar anders doen? Beter doen? Niet meer doen? Ga ik me concentreren op verbeteren wat ik al goed doe? Ga ik iets nieuws proberen wat ik altijd al van plan was of wat ik ben tegengekomen bij een collega of gelezen heb in een onderwijsblad of een vakblad of gezien heb op sociale media?

Zelf zit ik altijd vol met plannen, waarvan meestal slechts een klein deel verwezenlijkt wordt, simpelweg omdat het teveel plannen zijn. Dat heeft mij geleerd en doen besluiten elk jaar een soort speerpunt te selecteren. Afgelopen jaar was dat vooral de vraag van Simon Sinek, uit zijn boek: Start with Why. Het bewustworden door de vraag steeds opnieuw te stellen: waarom waarom bepaalde dingen in het onderwijs gedaan worden, waarom doe ik de dingen in mijn onderwijs die ik doe?

Komend schooljaar zal het speerpunt ‘herhalen en feedback’ zijn, hoewel dat natuurlijk net zo gemakkelijk twee speerpunten genoemd kunnen worden. Om dat concreet te gaan maken ben ik nu dus bezig met vormen om dit te doen. Een manier zal zijn nog vaker en gerichter gebruik te maken van spelletjes om te herhalen.

Spelletjes om te herhalen zijn voor leerlingen een leuke manier om te testen hoeveel zij van een onderwerp weten. Tegelijkertijd geven zij de leraar inzicht in wat de leerlingen weten en waar mogelijk extra aandacht nodig is. Spelletjes waarbij leerlingen moeten samenwerken versterken bovendien nog eens deze vaardigheid. Er zijn verschillende manieren om dit online te doen en hieronder deel ik er drie. Ieder met zijn eigen uiterlijk en voor- en nadelen. Zelf gebruik ik vooral Socrative maar bekijk ze alle drie en zie waar jij je en je leerlingen jullie voordeel kunnen doen. Onderwijs is tenslotte een unieke interactie tussen een leraar en zijn/haar leerlingen. Elke dag overal anders.

Met het gratis online programma Socrative kunnen leerlingen als team meespelen op hun laptop, mobiel of tablet als team via de optie “Space Race”. De leraar maakt een klas aan en dit genereert een code waarmee de leerlingen zich kunnen aanmelden, zij hoeven hiervoor geen persoonlijke gegevens achter te laten. Terwijl de leerlingen antwoorden geven bewegen de raketten van hun team zich over het scherm. De resultaten van het spel kunnen gedownload worden ter analyse, bespreking en het geven van feedback.

De volgende video toont een duidelijke uitleg hoe de Space Race optie van Socrative gebruikt kan worden.

Ook het populaire programma Kahoot heeft een, vaak overziene, optie om leerlingen als team te laten deelnemen. Wanneer voor deze optie wordt gekozen is er een pauze na elke gestelde vraag voordat er antwoorden kunnen worden ingevuld. Gedurende deze pauze kunnen teamleden overleggen voor zij gezamenlijk een antwoord indienen.

De volgende video geeft een duidelijke uitleg hoe de Team optie van Kahoot gebruikt kan worden.

Een wat minder bekende optie om spelletje in een team te spelen is Blended Play. Het spelbord wordt geprojecteerd op het bord en wanneer de teams het juiste antwoord geven geeft de leraar dit aan en worden de stukken op het digitale bord verplaatst.

De volgende video geeft een duidelijke uitleg hoe Blended Play werkt.

Spelletjes om te herhalen, ik zou zeggen, maak jouw keuze.

Bron:
Richard Byrne: Free Tech for Teachers


Flip the system 3. Naar een nieuwe opzet van de eindexamens.

april 2, 2018

Hieronder een bijdrage van Dick van der Wateren, integraal overgenomen van de blog onderwijsonderzoek. Dick geeft aan dat dit verhaal een weerslag is van gesprekken die wij hebben gevoerd in onze werkgroep CE-SE, die de afgelopen twee jaar verschillende samenstellingen heeft gekend. Dat het thema eindexamens gevoelig ligt hebben wij herhaaldelijk ervaren in gesprekken met verschillende betrokkenen en blijkt ook uit de soms zeer sterke reacties in de media. Dit heeft Dick doen besluiten onderstaande op persoonlijke titel te schrijven. Ik kan mij in meer dan voldoende mate scharen achter zijn woorden om deze hier te herhalen, met als doel via een gedegen proces tot nog betere eindexamens te kunnen komen.

Aan de vooravond van de centraalexamens kunnen we vaststellen dat toetsing en examinering steeds meer in een kritisch licht komen te staan. Dinsdag 27 maart j.l. organiseerde de Onderwijsraad een ‘Dialoog Toetsing en Examinering’ waarvoor zo’n honderd leraren, leerlingen, schoolleiders, en andere deskundigen waren uitgenodigd om mee te denken. Het advies van de Onderwijsraad zal in de loop van dit jaar verschijnen. Donderdag 29 maart schreef de VO-raad: “Examinering voortgezet onderwijs toe aan herijking”, dat behoorlijk wat stof heeft doen opwaaien.

Toetsrevolutie-hrTwee jaar geleden schreven Dominique Sluijsmans en René Kneyber met een dertigtal onderwijsmensen ‘Toetsrevolutie. Naar een feedbackcultuur in het voortgezet onderwijs.’ In hetzelfde jaar schreven Jelmer Evers en ik twee stukken waarin wij een voorstel deden voor een nieuwe aanpak van het eindexamen vo (hier en hier). Sinds het verschijnen daarvan denkt een groep docenten en schoolleiders (op dit moment zo’n 20 scholen) na over een verdere uitwerking van onze ideeën.

De hier neergelegde gedachten zijn in onze werkgroep CE-SE (Frans Droog, Jasmijn Kester, Leendert-Jan Veldhuyzen en ikzelf) onderwerp van gesprek. Ik heb niettemin besloten, gezien de gevoeligheid van dit thema, dit stuk op persoonlijke titel te publiceren. Gelieve op mij en niet op mijn vrienden te schieten.

In de afgelopen twee jaar is veel gebeurd. We hebben met Kamerleden gesproken. Er zijn moties aangenomen, die het College voor Toetsen en Examens (CvTE) aanspoorden tot meer transparantie en grotere betrokkenheid van individuele vakdocenten bij de totstandkoming van de centraalexamens. We hebben een paar maal met het CvTE overlegd over mogelijkheden om de eindexamens anders op te zetten. Vervolgens zijn we daarover in gesprek gegaan met het Ministerie van OC&W. Al deze partijen zijn geïnteresseerd en willen graag meedenken.

Na de blogs die Jelmer Evers en ik in 2016 schreven en de daarop volgende moties in de Tweede Kamer heeft het CvTE een aantal zaken aan de examenprocedures verbeterd. Die zijn meer transparant geworden en leraren zijn meer dan voorheen betrokken bij het totstandkomen van de centraalexamens. Dat is mooi. We zijn benieuwd of aan andere bezwaren in de komende examenperiode duidelijk tegemoetgekomen is.

We noemden onder andere foute en onduidelijk geformuleerde vragen, lengte en moeilijkheidsgraad van de examens, de validiteit van de examens (‘Toetsen de examens wat ze moeten toetsen?’), lange tekstvragen bij de niet-taalvakken, het beperkte repertoire dat wordt getoetst. Het probleem van de tijdsdruk voor eerste en tweede correctie, met name voor de ‘grote nakijkvakken’ (geschiedenis, Nederlands, maatschappijwetenschap, biologie enz.), zal vermoedelijk nog wel even blijven bestaan. Ook blijven er nog vragen over de N-termen en de gemiddelde examencijfers. De realisering van onze andere voorstellen ligt nog ver weg.

Ons meest fundamentele bezwaar tegen de huidige examenopzet is dat dit leidt tot teaching to the test. Dat is de examenmakers minder aan te rekenen. Het is deels een gevolg van het systeem waarin het CE evenveel gewicht heeft als het SE, waardoor scholen geen risico durven nemen en schoolexamens maken die vrijwel identiek zijn aan de centraalexamens. We kunnen daar tegenin brengen dat die scholen wat meer lef moeten tonen. Ze zijn immers vrij om het schoolexamen naar eigen inzicht vorm te geven. Dat blijkt echter maar beperkt op te gaan. Met name de talenvakken hebben teveel te doen: schrijfvaardigheid, spreekvaardigheid, literatuur, luistervaardigheid en voorbereiden op het CE. Het gevolg is dat het PTA al in klas 4 begint.

Daarbij komt dat onder invloed van onder andere PISA het onderwijsklimaat ingrijpend is veranderd. Er is een enorme druk op scholen komen te staan om te hoog te scoren in allerlei ranglijsten, waaronder die in kranten en weekbladen. De discussie gaat hoe langer hoe minder over de kern van goed onderwijs, maar steeds meer over de opbrengsten en het rendement ervan: opbrengstgericht en efficiënt.

Docenten die de ambitie hebben hun leerlingen te leren denken en niet alleen maar trucs uitvoeren waarmee ze hoog scoren voor het CE wordt het daarmee moeilijk gemaakt. In ons tweede stuk schreven we:

[…] veel docenten zien als bezwaar dat de examenvragen geen betrekking hebben op wat door leraren wordt gezien als de essentie van hun vak. De voorbereiding op de Centraal Examens verwordt dan tot het aanleren van kunstjes en trucs, terwijl leerlingen niet worden ondergedompeld in de rijkdom, de manier van denken en problemen oplossen die de verschillende vakgebieden kenmerken. Ook is er volgens veel docenten die wij spraken te weinig aandacht voor vakoverstijgende kennis en vaardigheden.

We hebben het CvTE en OCW een mogelijk scenario voorgelegd, waarbij het CE minder zwaar weegt dan het SE, bijvoorbeeld een verdeling 1/3 – 2/3. Dat heeft het voordeel dat scholen meer ruimte krijgen om hun onderwijs vorm te geven op de manier die het beste past bij hun visie: meer ruimte voor de pedagogische aspecten naast de cognitieve. Meer ruimte om jonge mensen te helpen goed geïnformeerde en verantwoordelijke deelnemers aan de democratische samenleving en volwassen wereldburgers te worden. Ons voorstel houdt ook in dat de kwaliteit van de schoolexamens gewaarborgd wordt door een systeem van certificering en collegiale intervisie. Inmiddels is dit een van de mogelijke scenario’s die we de komende jaren zouden willen uitproberen.

alternatieve scenario’s

Tijdens een minisymposium op 22 februari met leraren en schoolleiders (de uitgebreide werkgroep CE-SE) hebben we een inventarisatie gemaakt van alle ideeën over de eindexamenproblematiek en mogelijke oplossingen. Daar werden onder andere de volgende problemen vastgesteld:

  • Het huidige examen toetst maar een klein deel van wat leerlingen kennen/kunnen;
  • CE (toetsen op kennisreproductie) sluit niet aan op vervolgopleidingen,
    of wat je leerlingen mee zou moeten geven;
  • CE is met name gericht op trucje/ (kennis) reproduceren en schriftelijke/talige vaardigheden (ipv specifieke vakvaardigheden) die je daarna niet meer nodig hebt;
  • er is een afrekencultuur ontstaan, terwijl bekend is: meten ≠ weten;
  • teaching to the test en daarmee gaat kostbare onderwijstijd verloren;
  • de scheve verhouding SE-CE in sommige vakken, waar de stof van het SE twee keer zoveel omvat, terwijl de gewichtsverdeling 50-50 is;
  • diploma op het laagste niveau leidt tot risicomijding;
  • de waardering in gewicht van de eindtermen is onevenredig,
    • wat knelt voor de docent omdat:
      • je meegaat in de onevenredigheid,
      • je vakinhoudelijke en pedagogische ruimte is ingeperkt,
      • het je programma uit balans trekt en
      • mogelijkheden tot maatwerk worden beperkt;
    • wat knelt voor de leerling omdat:
      • het programma wordt afgestemd op de gemiddelde leerling,
      • talenten niet worden aangesproken en dus geen gebruik gemaakt wordt van intrinsieke motivatie,
      • die wordt klein gehouden (teaching to the test i.p.v. volwassen worden).

Naast Jelmers en mijn voorstel van een verhouding CE : SE van 1/3 : 2/3 (40 : 60, of andere varianten), samen met gecertificeerde schoolexamens, werd tijdens het minisymposium nog een aantal scenario’s bedacht. Die zouden we kunnen combineren in een of meer proefprojecten, die op een aantal scholen een paar jaar kunnen worden uitgeprobeerd. Een paar voorbeelden van oplossingen:

  • Denk na over de vraag wat we onder goed onderwijs verstaan en ontwerp examens (SE en CE) die wat betreft inhoud en vorm recht doen aan dat doel.
  • Verander het afnamemoment: Waarom afsluiten met het CE? Zet dat in als startpunt/basiskennistoets, bijvoorbeeld in het voorlaatste jaar. Het CE krijgt dan de functie van toelating tot het schoolexamenjaar, waarin leerlingen kunnen laten zien wat ze kunnen op het gebied van kritisch en creatief denken, onderzoeken, maatschappelijke betrokkenheid en vakoverstijgende samenwerking. Het schoolexamenjaar is dan te vergelijken met de studie voor een masterscriptie.
  • Examinering naar het model van het rijexamen: eerst theorie en dan praktijk. Er valt ook te denken aan het model zwemdiploma of een gildemodel: je doet pas examen als je er klaar voor bent.
  • Bedenk andere vormen voor examinering buiten de ‘gymzaal’.
  • Onderzoek hoe de leerling meer eigenaar van het eindexamen kan worden. Zie de film Most likely to Succeed over High Tech High in San Diego. Het profielwerkstuk vervangt een deel van het CE en is multidisciplinair.

de vo-raad

Het position paper van de VO-raad Pleidooi voor herijking van de examinering in het vo vraagt om een reactie die ik, nogmaals, op persoonlijke titel geef.

Het is verheugend dat ook de VO-raad de problemen rond de eindexamens signaleert en die wil aanpakken. Een aantal ideeën in het voorstel van de VO-raad klinkt heel aantrekkelijk. Een einde maken aan teaching tot the test, een meer flexibel eindexamenregime, betere mogelijkheden om vakken op een hoger niveau af te sluiten, meer keuzeruimte voor leerlingen en minder versnippering in het examenprogramma. Daar is weinig op tegen.

VO-raad acties

Geintje van de VO-raad.

Ik ga niet mee in een wij-zij denken, zoals je dat op Twitter hier en daar hoort: de VO-raad vertegenwoordigt de werkgevers en alles wat die voorstellen moeten we wantrouwen. Dat neemt niet weg dat we er wel een paar kritische noten over kunnen kraken.

De ideeën van de VO-raad lijken nog te weinig doordacht. Bijvoorbeeld examens op meerdere momenten afnemen is zorgvuldig onderzocht. De toenmalige Staatssecretaris heeft in 2009 besloten het project ‘Meerdere examenmomenten VO’ te beëindigen. De conclusie was dat het onwerkbaar en heel kostbaar is en bovendien tot onaanvaardbaar hoge werkdruk zou leiden. Ook heeft de VO-raad de gevolgen van zo’n flexibele examenopzet voor het onderwijs in de jaren voorafgaand aan het eindexamen niet doordacht. Tegelijk met het position paper werden vragen en antwoorden gepubliceerd, die de standpunten van de VO-raad nog eens verduidelijken. Daarin worden veel van de fundamentele kwesties op de lange baan geschoven.

Een bestuurder, die ik sprak naar aanleiding van het stuk van de VO-raad, vroeg zich af of dit hem zou helpen of juist voor de voeten zou lopen in de zoektocht naar onderwijsvernieuwing op zijn scholen. Hij neigde naar het laatste, in de verwachting dat docenten en schoolleiders van zijn scholen dit als de zoveelste van bovenaf opgelegde proefballon zouden zien, met de nodige onrust vandien.

Dat is dan ook mijn belangrijkste bezwaar tegen het stuk van Rosenmöller c.s., nergens blijkt dat de mensen die deze plannen moeten uitvoeren – leraren – bij het opstellen ervan hebben meegedacht. Dan waren de onwerkbare voorstellen niet in het stuk terechtgekomen en waren ideeën zoals we die in onze werkgroep ontwikkelen er wel in gekomen.

Daarnaast blijft nog een vraag niet genoemd – laat staan beantwoord: Wat is het doel van goed onderwijs dat met een nieuwe examenopzet wordt getoetst? De VO-raad kiest vooral voor een instrumentele benadering van het probleem. Over de vraag wat goed onderwijs inhoudt is de laatste jaren al veel geschreven (zie bijvoorbeeld Biesta, 2015) en dat zou het uitgangspunt moeten zijn.

de onderwijsraad

Het is weinig verrassend dat die vraag door de Onderwijsraad wel expliciet wordt gesteld. Dat mogen we verwachten met leden als Gert Biesta en René Kneyber. Tijdens de ‘Dialoog Toetsing en Examinering’ van de Onderwijsraad op dinsdag 27 maart kwamen dezelfde problemen voorbij als tijdens ons minisymposium een maand eerder.

Liesbeth OnderwijsraadLiesbeth Breek (docent frans, PCC Alkmaar) hield in de deelsessie VO een hartstochtelijk pleidooi voor goed onderwijs en daarbij passende vormen van toetsing en examinering. Ze zei: “Ik hoop dat ons onderwijs onze leerlingen leert om perspectief te nemen, om zich te verplaatsen in de ander, dat het hen in aanraking brengt met dat wat buiten henzelf ligt, dat ons onderwijs hen helpt om verantwoordelijkheid te kunnen en willen dragen voor wat zij straks de wereld in gaan brengen.”Daarvoor is in de eerste plaats nodig dat we onze leerlingen leren denken (Ritchhart, 2015), zowel over het vak als over vakoverstijgende vragen en de wereld buiten school.

In diezelfde sessie werd ook gesuggereerd dat het al veel zou schelen wanneer scholen niet de druk voelden om met elkaar te concurreren met examenresultaten. Het is maar de vraag of slagingspercentages van 98 of zelfs 100% een goede indicatie zijn van de kwaliteit van het onderwijs op een school. In plaats van te vechten voor een groter marktaandeel zouden scholen kunnen afspreken dat een slagingspercentage van bijvoorbeeld 85% een acceptabel minimum is.

Veel van de oplossingen die op 27 maart werden aangedragen lijken op die van onze werkgroep CE-SE. Die zullen hun weg dan ook vinden in het advies dat de Onderwijsraad deze zomer uitbrengt.

Een belangrijk verschil met de aanpak van de VO-raad is dat de Onderwijsraad uitdrukkelijk leraren, leerlingen, schoolleiders en bestuurders uitnodigt om kritisch mee te denken met hun advies. Het is, als ik hen goed heb begrepen, niet de bedoeling dat het advies ontaardt in een bestuurlijke maatregel die over de scholen wordt uitgestort.

proeftuinen

Ik wil er bij alle betrokken partijen – politieke partijen, Ministerie, Onderwijsraad, VO-raad, besturen en schoolleiders – op aandringen om te wachten met de invoering van een nieuwe opzet van de eindexamens tot die in de praktijk grondig is uitgeprobeerd en uitontwikkeld. De titel van deze serie blogs is niet voor niets ‘Flip the System’, naar een idee dat René Kneyber en Jelmer Evers al in het eerste deel van ‘Het Alternatief’ (2013) hebben uitgewerkt. Essentieel aan hun voorstel is dat ingrijpende veranderingen in het onderwijs van onderaf moeten komen en niet door beleidsmakers opgelegd. De hierboven geschetste scenario’s horen tot de meest ingrijpende veranderingen, waarvan eerst maar eens moet worden bewezen dat ze tot een verbetering leiden ten opzichte van de huidige situatie.

alternatief boekenIk pleit er dan ook voor om met een overzichtelijk aantal scholen de verschillende scenario’s uit te proberen, onder regie van ervaren en goed opgeleide docenten en ondersteund door erkende deskundigen op het gebied van toetsing en examinering. Dat kan in de vorm van pilots, experimenten of onder welke naam dit soort projecten bij OC&W nog meer bekend staan. Proeftuinen, wat mij betreft.

Wil een vernieuwde examenopzet in het vo ook maar de geringste kans van slagen hebben, dan zullen leraren en hun scholen van het begin af aan het ontwerp en de uitvoering van deze proeftuinen in eigen hand moeten houden. Daarbij is iedere inhoudelijke en logistieke hulp van het Ministerie, de Onderwijsinspectie en onderwijsbestuurders meer dan welkom. Maar het belangrijkste dat we nodig hebben is vertrouwen in de deskundigheid en professionaliteit van leraren en een minimum aan controle.

Ieder andere opzet, in bestuursgremia bedachte en van bovenaf opgelegde maatregelen, leidt tot voorspelbare narigheid en lost de problemen met de eindexamens niet op.

bronnen

Gert Biesta (2012). Goed onderwijs en de cultuur van het meten. Amsterdam. Boom Lemma Uitgevers.

Gert Biesta (2015). Het prachtige risico van onderwijs. Culemborg. Uitgeverij Phronese.

Jelmer Evers en René Kneyber (2014). Flip the System. Changing education from the ground up. New York. Routledge.

René Kneyber en Jelmer Evers (2013). Het Alternatief: Weg met de afrekencultuur in het onderwijs!. Amsterdam. Uitgeverij Boom.

Ron Ritchhart (2015). Creating Cultures of Thinking. San Francisco. Jossey-Bass.

Dominique Sluijsmans en René Kneyber (2016). Toetsrevolutie. Naar een feedbackcultuur in het voortgezet onderwijs. Culemborg. Uitgeverij Phronese.

VO-raad: Pleidooi voor herijking van de examinering in het vo. https://www.vo-raad.nl/system/downloads/attachments/000/000/566/original/POSITION_PAPER__Pleidooi_herijking_examinering_VO-raad.pdf. Geraadpleegd 1-4-2018.


Andere recepten voor goed onderwijs

mei 28, 2017

Het einde van het schooljaar nadert. Mensen in het onderwijs zijn bezig met rapporten, de laatste toetsweek, overdrachten, de musical, het eindexamen, afscheidsspeeches, denken aan de enige echte vakantie die er aankomt. Er lijkt misschien geen tijd meer voor iets anders, maar dan juist is het tijd voor iets anders! Een lekkere maaltijd!

Ga goed gevoed de vakantie in, geniet van een bezoek aan een fijn restaurant waar een watertandend menu voor je klaar staat. Maak kennis met nieuwe gerechten voor goed onderwijs. Proef ze en kijk of het iets voor jou is of voor jouw school. Een heel nieuw schoolconcept om eens te overdenken? Speciale vormen van onderwijs die net wat buiten het reguliere vallen? Er is smaakvols bij voor iedereen uit PO, VO en MBO. Eten doe je natuurlijk graag met je vrienden, nodig ze dus uit.

De menukaart voor deze speciale bijeenkomst van MeetUp010 vind je hieronder. De meeste koks zijn ook bekend.

‘Een beetje vreemd maar wel lekker. Andere recepten voor goed onderwijs.’

Datum: 13 juni. Aanvang: 19.00 uur.  Lokatie: VSO A.J. Schreuder.

MENUKAART

19.00-19.20  Appetizer

Op de markt maak je kennis met verschillende nieuwe onderwijsideeën en initiatieven

19.20 -19.40  Voorgerecht

Bijzondere opening & welkom

Pitches voor het hoofdgerecht

19.40-20.00  Tussengerecht

Rondetafelgesprek bij 1 van de marktkramen en inschrijven hoofdgerecht

20.00- 20.45  Hoofdgerecht

Workshops over nieuwe onderwijsinitiatieven

20.45-21.00  Uitbuiken en servetten beschrijven

21.00- 21.20  Dessert

Rondetafelgesprek bij 1 van de marktkramen / napraten met Jan Fasen

21.20-            Natafelen

Aanmelden

Wie gaan er koken en heerlijke verse recepten opdienen? Klik op de links voor meer info.
(nog met een kleine ‘onder voorbehoud’)

Agora                        Jan Fasen over een middelbare school in Roermond waar onderwijs heel anders wordt ingevuld

Tienercollege           Pieter Snel over een school in Gorinchem, gericht op leerlingen tussen 10 en 14

Spring High              leren in beweging, een nieuwe middelbare school in Amsterdam

Vivere                       een democratische basisschool in Rotterdam

Acato                        een atelier en school voor autisten van 16 tot 24

Rekenfaculteit          high impact tutoring, voor leerlingen van verschillende basisscholen in de wijk Pendrecht

Mevrouw Juf             lesgeven zonder middelen

Maakotheek             ondersteuning bij maakonderwijs/vakoverstijgend leren voor PO en VO

’t Wylde Leren         avontuurlijk leren via excursies voor 14 tot 17-jarigen

School at Sea           leren en varen, voor bovenbouw havo en vwo leerlingen

Eduscrum                 een methode die leerlingen eigenaar maakt van het eigen leerproces, zowel voor PO als VO

STC                              Open Leerlab

Albeda Zorg             van docent voor de klas naar docent in de klas, op het mbo

Leeruniek                over learning analytics voor het PO

Rotterdams CKV model    Rotterdamse docenten en cultuurinstellingen werken samen aan een ckv onderwijsprogramma

Aanmelden

FAQ: Mag ik ook komen als ik niet in Rotterdam woon of werk? ANSWER: Natuurlijk!


Vijf alternatieve ‘eind’-examens

mei 20, 2017

De vorm waarin het officiële schoolexamen, oftewel het SE, wordt afgenomen staat in essentie vrij. Slechts de te behandelen stof is omschreven per vak.

Op sommige scholen of bij sommige vakken is het gebruikelijk aan het einde van het jaar een afsluitend examen te geven over de stof van het gehele jaar.

In het algemeen worden het SE en jaar afsluitende examens schriftelijk afgenomen.

Hier vijf voorbeelden hoe een echt eindexamen of een jaar afsluitend examen ook heel anders zou kunnen.

Volgend jaar eens proberen?

1. Het YouTube Examen

Maak met een klas een YouTube kanaal van jouw vak. Laat leerlingen alleen, of in groepjes, de vier of vijf belangrijkste onderwerpen van jouw vak uitkiezen en laat ze dit onderwerp uitleggen in een video, of een serie video’s. Verzamel de video’s op het kanaal van jouw vak en bekijk ze met de hele klas in de laatste week van het schooljaar. Tegenwoordig zijn er de nodige beroepen waarbij het maken van video’s een vereiste is en leerlingen hebben sowieso al een natuurlijke aandrang om met video bezig te zijn. Als bonus kunnen de video’s behulpzaam zijn voor de leerlingen van het jaar erna. Flip de klas!

2. Het Sociale Media Examen 

Laat leerlingen een merk maken van jouw vak en laat ze dit op sociale media in de markt zetten. Hoe zou een Instagram account voor kwadratische vergelijkingen er uit zien? Wat zou de inhoud van een twitter account van een verslaggever van de formatie van een nieuwe regering zijn? Hoe zou een Facebook pagina over voortplanting er uit zien? Geef duidelijk aan wat de inhoud moet zijn en laat de leerlingen vervolgens creatief aan de slag gaan. Beleg in de laatste week van het jaar een sociale media conferentie waar de leerlingen hun accounts delen en toelichten.

3. Het Video Spelletjes Examen 

Gamification is best hot op dit moment in het onderwijs. Waarom dit niet leerlingen zelf laten doen? Laat leerlingen een video spel maken voor jouw vak, met hierin obstakels, levels, bonussen en natuurlijk slechteriken. Geef aan op welke onderwerpen of onderdelen van jouw vak ze vooral moeten letten of laat ze een keuze maken uit een lijst. Speel in de laatste week van het jaar de gemaakte spelletjes, in steeds wisselende groepjes.

4. Het Op-Reis Examen

Nodig leerlingen uit een educatieve reis samen te stellen voor iemand die jouw vak moet leren. Welke vijf plaatsen moet hij bezoeken en wat leert hij op elk van die plaatsen? Laat de leerlingen advertentiemateriaal maken voor de reis, met duidelijke beschrijvingen voor elke plek. Bezoek hij New York of Yosemite? Gaat hij naar de maan of daalt hij af in een krater? Eet hij in een restaurant of gaat hij picknicken?

5. Het Maak-Je-Eigen-App Examen

Laat leerlingen een app maken met als inhoud het materiaal van het hele jaar. Laat ze deze app ontwerpen voor leerlingen die niet aanwezig kunnen zijn bij de lessen. De vorm van de app is aan de creativiteit van de leerling, zo lang de verschillende functies de gebruiker maar toestaan de kritische onderdelen van het vak te begrijpen. Laat leerling beginnen met brainstormen en laat ze storyboards maken. Hierin kunnen ze aangeven welke knoppen naar welke schermen leiden en welke informatie en grafische onderdelen in elke onderdeel aanwezig zullen zijn. Laat de leerlingen bepalen hoe zijn aan het eind van het jaar hun app presenteren, via een presentatie of een video of een handleiding bijvoorbeeld.

Herinner leerlingen eraan dat deze onconventionele ‘eind’-examens niet alleen als doel hebben het publiek te interesseren en vermaken met de inhoud maar ook een volledig beeld moeten vormen van het totale vak. Het doel is tenslotte dat de leerlingen laten zien dat zij de stof beheersen.

Deze onorthodoxe ‘eind’-examens geven leerlingen de mogelijkheid hun creativiteit en kritisch denken toe te passen op wat ze hebben geleerd. Het geeft leerlingen een kans te laten zien wat ze kunnen op een manier die bij hen past. En het zorgt voor een leuke laatste week vol verrassende lessen.

Ja, het is nogal wat, zo’n ander ‘eind’-examen. Het kan zeker ook kleiner als beschreven. Zie dit dan vooral als een appetizer. Je kunt ook iets heel anders verzinnen. Het kan ook veel groter. Maak je eigen menukaart!

Bron: We are Teachers: 5 Unconventional Final Exams, by Betsy Potash


Onderzoek gebruik chromebooks

mei 5, 2017

Dit jaar hebben alle leerlingen van klas 1 op onze school voor het eerst de beschikking over een chromebook. Voorafgaand aan de invoering hiervan is er onderzoek gedaan naar de mogelijkheden en onmogelijkheden van het gebruik van een chromebook in vergelijking met een reguliere laptop en is een inventarisatie gehouden onder de secties met betrekking tot het verwachte gebruik. Het Dalton Ontwikkel Project ‘ICT&Onderwijs’ heeft, nu driekwart van het jaar voorbij is, een enquête gehouden onder alle leerlingen over het actuele gebruik van het chromebook. De enquête is ingevuld door 178 leerlingen uit 7 eerste klassen. De belangrijkste bevindingen hiervan volgen hieronder. Mogelijk zijn zij nuttig voor scholen die overwegen op chromebooks over te gaan of voor anderen betrokken bij het onderwijs die zich hier een beeld over willen vormen. Als Dalton Ontwikkel Project gaan wij, samen met de schoolleiding, de resultaten in eerste instantie gebruiken om te beslissen of we doorgaan met chromebooks in klas 2. Vervolgens gaan we kijken hoe we aan de hand van de resultaten docenten en leerlingen verder kunnen ondersteunen in het optimaal gebruiken van de chromebooks.

Gemiddeld gebruik

Voor 39% van de lessen blijkt dit elke les te zijn, voor 25% van de lessen 1-2x per week, voor 16 % van de lessen 1x per maand, en voor 24% van de lessen nooit. In het meerjarenplan voor inzet van ICT is uitgegaan van een gebruik van 30% en dit percentage wordt dus ruimschoots behaald in het eerste jaar.

Gebruik per vak

Het gebruik van de chromebooks verschilt aanzienlijk per vak, door de keuzes die door de secties, en de individuele docenten, hiervoor zijn gemaakt. De vakken aardrijkskunde, Latijn en geschiedenis maken in 70 – 90% van hun lessen gebruik van het chromebook. Voor het vak wiskunde geven leerlingen aangeven dat in 75% van de lessen het chromebook juist niet gebruikt wordt.
Bij de talen verschilt het gebruik van het chromebook aanzienlijk. Zowel Nederlands als Latijn maken veel gebruik van de chromebooks terwijl dit bij Engels en Frans een heel stuk minder is.
Een opvallend resultaat is te zien bij het vak Mens en Natuur waar 20% van de leerlingen aangeeft dat het chromebook nooit gebruikt wordt en 22% dat het chromebook elke les gebruikt wordt. Dit verschil wordt verklaard door een verschil in de individuele keuze’s die docenten hiervoor gemaakt hebben.
De vakken drama en beeldende vorming maken vooralsnog weinig gebruik van de chromebooks. Bij de mentorlessen worden zij veelvuldig ingezet.

Meest gebruikte toepassingen

 

De meeste gebruikte toepassingen van het chromebook zijn de chrome apps Documenten, Presentaties en Formulieren. In bijna een kwart van de lessen wordt gebruikt gemaakt van Google Classroom. Even zo vaak wordt gebruikt gemaakt van websites die bij de methode horen en websites die door de docent worden opgegeven. Er wordt (nog) relatief weinig gebruikt gemaakt van sites die zelf gezocht moeten worden en van apps die buiten het Google domein vallen.

Gebruikte toepassingen per vak

Wanneer gekeken wordt naar de toepassingen per vak valt te zien dat de vakken Nederlands en Aardrijkskunde veelvuldig gebruik maken van Google Classroom. Het vak Engels maakt veel gebruik van de website bij de methode terwijl het vak Geschiedenis veel gebruik maakt van Google Apps.

Bij de open vragen aan leerlingen wat zij handig en onhandig  vinden aan het gebruik van een chromebook en of zij nog tips hebben worden de volgende antwoorden het meest gegeven.

Wat vinden leerlingen handig?

  • alles
  • aantekeningen maken
  • dat je alles bij elkaar hebt
  • dat je dingen kunt opzoeken
  • makkelijker inleveren
  • je hoeft geen boeken of schriften mee te nemen
  • typen gaat sneller dan schrijven
  • je kunt naar muziek luisteren

Wat vinden leerlingen onhandig?

  • niets
  • loopt soms vast
  • is soms leeg
  • soms slechte wifi verbinding
  • zwaar in je tas
  • methode site werk niet altijd
  • je kunt er moeilijk op tekenen
  • sommige kinderen spelen er spelletjes op

Welke tips hebben leerlingen?

  • geen
  • meer met chromebook doen
  • sla alles op in mapjes
  • meer met Classroom doen
  • zorg dat hij is opgeladen
  • laat je niet afleiden
  • docent moet achter in het lokaal gaan zitten
  • meer filmpjes gebruiken tijdens lessen

edcampNL was weer top

maart 12, 2017

Zaterdag 11 maart. edcampNL, nummer vier. Zo wakker worden:

Gastheer voor deze uitgave van edcampNL was obs De Bijlmerhorst, met zijn zeer op de achtergrond blijvende, maar alles fantastisch regelende, directeur Bart. Zo was er ineens een oplaadcentrum voor de leeglopende laptops en mobieltjes beschikbaar toen dat nodig bleek!

Veel dank dus aan hem voor het beschikbaar stellen van zijn locatie en zijn tijd. Natuurlijk ook veel dank aan de mede-organisator van deze editie, Patricia van Slobbe. Een paar appjes heen en weer en het bleek allemaal geregeld. Top! Veel dank ook aan alle deelnemers. Zij doen het meeste werk tenslotte. En daarom werkt een edcamp zo goed. Ook op een zaterdag. De deelnemers doen het werk dat zij willen doen.

De dag begon natuurlijk met koffie en het invullen van het inmiddels beroemde edcamp planningsbord. Tijden met vakken erachter om je naam in te plakken als je iets wilt vertellen of anderszins delen. Dat bord was in een mum van tijd vol, in totaal 24 sessies!

Een nouveauté bij deze editie van edcampNL was dat de workshop verzorgers een korte pitch hielden om de inhoud van hun sessie kort toe te lichten, om zo de keuze niet alleen door naam en titel te laten bepalen. Hiervoor kwamen we tussen de workshops steeds even terug naar de aula, wat ons meteen de kans gaf weer even wat lekkers te pakken 😃, wat een heerlijk toeval.

Aan de oproep tot deze tweede nouveauté voor edcampNL, ook met veel plezier geleend van edcampBE, was namelijk door velen gevolg gegeven: neem (naast je eigen lunch) wat lekkers mee! (Verbeterpuntje mogelijk hier: nog meer zelfgemaakt lekkers 😜)

Zelf heb ik geen workshop verzorgd deze keer. Op vrijdagavond wist ik nog niet waarover ik zou gaan vertellen, als ik al iets zou gaan vertellen. Wel lag een laatste versie van mijn verhaal over de nakijkcommissie een soort van klaar. Ik besloot het over te laten aan de ontwikkelingen op de dag zelf. Er bleek meer dan voldoende aanbod! Voor mijzelf wel een beetje jammer. Mijn tas zat vol toetsen die ik de deelnemers hands-on wilde laten nakijken. Dat ga ik nu dus maar zelf doen… fijne zondag.

“Zo zou leren moeten zijn, dat het je energie geeft!”

“Wanneer is de volgende?”

“Bedankt.”

En een fantastische afsluitende verrassing was natuurlijk de volgende! Een badge! 👍😜

Meer lezen over deze editie (updates zullen volgen 😜):
Live-blog van Karin Winters
– Jufinger: edcampNL 2017
– Een storify van Jacques Verschuren
– Rhea Flohr: edcampNL #4
– Petra Holstein, met een recept voor een heerlijke taart, die helemaal op ging: edcampNL 2017
– Glenn Hille: edcampNL – Het blijft een feestje!
– Ingrid Rijnbout: edcampNL 2017
– Jan Lepeltak: edcampNL 2017: Badges en microbits
– Jörgen van Remoortere: Onderwijsfeest genaamd edcampNL
– Pauline Maas: De vierde edcamp
– Debbie Dussel: edcamp eigenaar van je eigen professionalisering

 


Meer weten?  Wat is een edcamp? en edcampNL website

edcampNL logo spot 2013-08-10_1926

 


%d bloggers liken dit: