Laat leerlingen tops en tips geven

juni 25, 2015

Gisteren heb ik hier geschreven over het belang van het motiveren van leerlingen: 10 tips om de leerling te motiveren. Dit was naar aanleiding van een onderzoek door het LAKS en gepubliceerd in Trouw. Eveneens gisteren heb ik op twitter een korte uitwisseling gehad met Arjan van der Meij van De Populier in Den Haag naar aanleiding van zijn tweet:

Blogpost leerlingen geven tops en tips 2015-06-25_0651

Het kan snel gaan.

Vandaag lees ik op Nu.nl (zie onderaan voor de volledige tekst) dat er in de Tweede kamer voldoende steun is voor een voorstel om scholieren op het voortgezet onderwijs mee te laten doen aan de beoordeling van hun docenten. Een voorstel van het LAKS.

Ik ben daar helemaal voorzichtig vóór!

Ik ben van mening dat leerlingen op een bepaalde manier experts zijn in leren. Het is iets dat zij de hele dag doen, of ondergaan. Zij kijken anders tegen bepaalde zaken aan dan docenten, die ook op een bepaalde manier experts zijn in leren, maar vooral doceren.

Van twee kanten bekeken wordt iets altijd beter.

Met de oprichting van het Education Design Lab op onze school hebben leerlingen zelf de eerste stappen gezetten om het gesprek met docenten en school aan te gaan om hun lessen nog beter te krijgen. Zij hebben inmiddels zitting gehad in de sollicitatie commissie voor de nieuwe teamleiders, een groene kaart systeem ontwikkeld om leerlingen meer zeggenschap over hun activiteiten tijdens de lessen te garanderen, en zijn nu bezig met de ontwikkeling van een TOPTIP systeem om docenten van feedback te voorzien.

En daarin schuilt mijn voorzichtigheid. Feedback geven is iets heel anders dan beoordelen.

Er is een verschil tussen scholen de ruimte geven leerlingen een stem te geven en dit van onderop te laten ontstaan en het verplichten van scholen hier iets mee te doen. Het kan heel eenvoudig.

Blogpost leerlingen geven tops en tips 2015-06-25_0713

Ik ben er van overtuigd dat het LAKS, de VVD en de PVDA het goed bedoelen. Ik hoop dat het plan geen beoordelingsinstrument gaat opleveren maar een deelinstrument. Ik hoop van harte dat het deze keer lukt in het onderwijs dit niet te laten verworden tot een papieren tijger en dat de ruimte en het belang van feedback waarover nu wordt gesproken niet gaat worden gevangen in een papieren kooi.

Bij United4Education is er binnen het transitiepad De Leerling Centraal aandacht voor het verzamelen van allerlei initiatieven waarbij de leerling een stem heeft gekregen of bezig is te krijgen in zijn eigen leren. Het delen van voorbeelden is een van de doelen van United4Education om zo positieve ontwikkelingen te verbinden, verbreden en versterken. Een mooie stem is natuurlijk die van de feedback gevende leerling, aan de docent, of aan de school. Ken je meer voorbeelden van leerlingen die docenten feedback dan wil je oproepen ze te delen. Bijvoorbeeld als reactie op dit blog. Of waar dan ook. Wat voor de een volkomen logisch, standaard en geaccepteerd is kan voor de ander een vergezicht zijn dat onbereikbaar lijkt.

De volledige tekst van het artikel op Nu.nl:

In de Tweede Kamer is er steun te vinden voor een voorstel om scholieren op het voortgezet onderwijs mee te laten doen aan de beoordeling van hun docenten.

Het voorstel komt van de belangenbehartiger voor scholieren LAKS.

VVD-Kamerlid Karin Straus wil nu dat de mening van leerlingen onderdeel gaat uitmaken van het personeelsbeleid van de school. Het voorstel kan op steun rekenen van de PvdA waarmee er een meerderheid is in de Tweede Kamer.

“Wij willen graag dat er op scholen professioneel personeelsbeleid wordt gevoerd en dat het oordeel van de leerlingen daar een serieuze rol in krijgt, zij ervaren immer dagelijks hoe er les gegeven wordt”, stelt ze.

LAKS-voorzitter Andrej Josic: “Anderen zien de docenten alleen in de wandelgangen. En als ze bij de lessen gaan kijken zijn die er op afgestemd”, stelt hij.

Uit onderzoek van de Inspectie voor het Onderwijs blijkt dat maar 42 procent van de scholieren zich momenteel gemotiveerd voelt door de docent.

Maatregelen

De invloed voor scholieren is voor LAKS een onderdeel van een pakket maatregelen om de motivatie op te krikken en de kwaliteit van de lessen te kunnen verbeteren.

Sommige scholen gebruiken de input van scholieren nu al. Volgens het LAKS worden op het Maartenscollege in Groningen zelfs al sollicitatiegesprekken gevoerd door de scholieren.

Hoe de scholen de betrokkenheid van de leerling versterken wil de VVD-politica niet precies invullen. Dit mogen scholen zelf bepalen.

Variant

“Je kan dit doen in een milde vorm, door bij de zoektocht naar een nieuwe docent leerlingen te laten meebeslissen bij het opstellen van een profiel, maar je kunt ook denken aan een variant dat je scholieren vraagt of iemand wel of niet een vaste aanstelling krijgt. Of je kunt via enquêtes scholieren vragen om docenten te beoordelen.”

Volgens Straus gaat het de scholieren echt niet alleen om de populariteit van de leraar, maar gaat het juist om de manier van lesgeven.

PvdA-Kamerlid Tanja Jadnanansing is er eveneens erg voorstander van dat jongeren kunnen meepraten over de kwaliteit van het onderwijs.

Feedback

“Daarom steunt de PvdA voorstellen die leerlingen helpen om positieve feedback te geven aan hun docenten. Zo helpen zij leraren om nog beter les te geven en daarmee komen scholieren weer een stapje dichterbij de beste editie van zichzelf te worden.”, aldus Jadnanansing.

Donderdag debatteert de Tweede Kamer over een wetsvoorstel om de inspectie op scholen te verbeteren. Straus zal daarbij haar voorstel om de positie van scholieren bij de beoordeling van docenten wettelijk te verankeren.

 


De hand toelichting

juni 21, 2015

Donderdag heb ik hier een post geplaatst, getiteld De hand. Deze post heb ik ook aangeboden voor plaatsing op de site van HetKind. In reactie hierop werd mij gevraagd een toelichting te schrijven over de achtergronden en de redenen voor het schrijven van De hand. Deze toelichting  is hieronder te vinden.

Dit jaar ben ik voor het eerst actief als blogger voor HetKind. Voorafgaand aan de onderwijsavonden die regelmatig door NIVOZ / HetKind worden georganiseerd komen een aantal van de bloggers van HetKind bijeen om te praten over en actief te zijn met bloggen en onderwijs.

Afgelopen woensdag was dit in de vorm van een workshop over fenomenologie, naar aanleiding van een eerder hierover verzorgde masterclass door Max van Manen. Een onderdeel van de workshop was het met elkaar in groepjes bespreken van eerder geschreven, of speciaal geschreven, blogposts en deze dan met een fenomenologische bril bekijken. Ik was van plan geweest hiervoor speciaal een blogpost te maken en hij zat ook deels in mijn hoofd maar had geen tijd kunnen vrijmaken hem daadwerkelijk te schrijven.

Samen met Femke Cools en Rob Bekker heb ik de verhalen die zij hadden meegenomen besproken, om de essentie ervan te achterhalen en te zien wat nu het moment was dat zij probeerden te delen en hoe dit er fenomenologisch geschreven uit zou kunnen gaan zien. Hoe beschrijf je een moment achteraf op een wijze die recht doet aan het moment zonder vervuiling achteraf? Het verhaal dat ik in mijn hoofd had werd hierbij stapsgewijs duidelijker en in onze uitwisselingen werd de essentie van het moment dat ik probeerde te vangen steeds dichter bereikt. Zeker toen de vraag gesteld werd of ik iets aan de uitwisseling had gehad en dit moest verwoorden zag ik het moment zoals ik het moment had beleefd.

Toen ik thuiskwam heb ik meteen geschreven. En op publish gedrukt.

Het verhaal dat ik heb geschreven kwam naar boven omdat ik regelmatig na afloop van dit soort momenten bedenk dat ik niet in staat ben wat ik voel op dat moment zelf voldoende over te brengen. En dat bedenken is natuurlijk voelen.

De belangrijkste reden dat dit verhaal naar boven kwam is echter omdat het voor mij de zingeving van lesgeven illustreert. De parels die je voelt in onderwijs die niet zijn te meten. En nooit te vergeten. Daarmee waard om te delen.

Een ervaring als deze fenomenologisch beschrijven, en publiek maken, zie ik als een goede oefening voor mijzelf en als een verrijking door zijn verbreding.

De hand en De hand toelichting zijn inmiddels ook gepubliceerd als gecombineerd verhaal op de site van HetKind.


Grotere leerwinst door begeleiding leerkrachten bij gebruik formatieve toetsen

juni 19, 2015

In mijn ontwikkeling als docent ben ik een steeds grotere voorstander geworden van het gebruiken van formatieve toetsen en probeer ik deze dus ook zoveel mogelijk toe te passen in mijn eigen praktijk. Ook probeer ik de kennis hierover, en mijn ervaringen hiermee, zoveel mogelijk te delen met mijn directe collega’s op school, collega’s die ik waar dan ook tegenkom, en hier op mijn blog.

Vandaar dat ik de hieronder beschreven resultaten van een onderzoek naar gebruik van formatieve toetsen, zoals deze zijn gepubliceerd door het NRO op hun website integraal wil delen. Een linkje via een tweet volstaat hier niet.

Een extra reden is dat er een zin in voorkomt die volgens mij algemeen geldend is voor verbetering van onderwijs en professionalisering van docenten. Leren kan niet alleen.

“De toetstechnieken in een boekje beschrijven en dat uitdelen onder leraren, werkt niet”

De tekst van het artikel op de site van het NRO:

Als leerkrachten in het reken-wiskundeonderwijs op de basisschool worden ondersteund bij het gebruik van formatieve toetstechnieken presteren de leerlingen beter. Dit blijkt uit onderzoek van de Universiteit Utrecht. Formatieve toetsen laten zien wat leerlingen al kennen en kunnen, zodat leerkrachten hun onderwijs daarop kunnen aanpassen.

In het rekenen-wiskundeonderwijs is het al heel gebruikelijk om formatieve toetsvormen toe te passen. Uit een vragenlijst onder ruim 1000 leraren blijkt dat zij formatieve toetsen vaker gebruiken dan summatieve toetsen, die vooral bedoeld zijn om een cijfer te geven. Een formatieve toetsvorm is bijvoorbeeld werk van leerlingen nakijken om op basis daarvan nieuwe instructie te geven”, vertelt Michiel Veldhuis die op 24 juni op dit onderwerp promoveert aan de Universiteit Utrecht. “Leraren doen echter nog weinig met nieuwe inzichten over toetsen. Ze gebruiken bijvoorbeeld nauwelijks opgaven waarin leerlingen kunnen laten zien wat ze al weten.”

Leerwinst

Om de toetspraktijk te verbeteren, hebben de onderzoekers een set formatieve toetstechnieken ontwikkeld voor het reken-wiskundeonderwijs in groep 5. In een onderzoek is gekeken of deze toetstechnieken effectief zijn. Daartoe werden leerkrachten in drie workshops van een uur begeleid in het gebruik van de technieken. De leerlingen van deze leerkrachten bleken na een half jaar, tussen medio en eind groep 5, acht punten vooruit te zijn gegaan op het Cito-leerlingvolgsysteem. De leerlingen uit de controlegroepen gingen ruim vijf punten vooruit.

Begeleiding leraren

Leerkrachten daarbij ondersteuning bieden blijkt belangrijk. De leerkrachten die drie werkgroepen volgden, konden de technieken met collega’s bespreken en erop reflecteren. Alleen hún leerlingen boekten extra leerwinst. “De toetstechnieken in een boekje beschrijven en dat uitdelen onder leraren, werkt niet”, zegt promotor en mede-onderzoeker Marja van den Heuvel-Panhuizen. “Leraren moeten op weg worden geholpen en vervolgens moeten zij hun ervaringen met anderen kunnen delen. Dat geeft hun vertrouwen om de toetsvormen te gebruiken.”

Leuk! Rekenspelletjes doen

De onderzoekers hebben bewust korte, makkelijk te gebruiken toetstechnieken ontwikkeld, die dicht tegen de gangbare rekenen-wiskundemethodes aanzitten. “We hebben geen vast protocol gemaakt”, vertelt Veldhuis, “maar hun werkvormen gegeven die zij zelf konden aanpassen aan de praktijk. De leerkrachten bedachten variaties op wat wij hun aanreikten. Zowel leraren als leerlingen vonden het leuk om met deze technieken te werken. De kinderen vroegen regelmatig wanneer ze weer rekenspelletjes gingen doen.”

Enthousiaste toetsers

“Ten slotte hebben we onderzocht wat voor toetsgedrag leraren laten zien. Op basis van antwoorden uit de eerder genoemde vragenlijst, hebben we vier toetsprofielen van leraren gemaakt.” De grootste groep leerkrachten hoorde bij het profiel van de mainstream toetsers (ruim 35 procent). Dat zijn de leraren die rechttoe rechtaan gebruikmaken van zowel formatieve als summatieve toetsen. Dan is er de groep enthousiaste toetsers, die veel en bewust gebruikmaken van verschillende soorten toetsen. De derde groep zijn de minder enthousiasten, die toetsen niet zo nuttig vinden en ze dus ook niet zo vaak afnemen. De laatste groep zijn de alternatieve toetsers, die toetsen noch belangrijk noch nuttig vinden, maar wel zelf toetsen maken en aanpassen. “Deze profielen helpen om begeleiding op maat te kunnen bieden”, besluit Veldhuis.

Dit promotieonderzoek maakt deel uit van het project Improving Classroom Assessment uit het onderzoeksprogramma Rekenen in het primair onderwijs.

Veldhuis, Improving classroom assessment in primary mathematics education. Universiteit Utrecht, 2015.

 


Even feedback vragen

mei 30, 2015

Blogpost Even tijd voor feedback employee-feedback

Al jaren beoordelen leerlingen bij mij leerlingen. Bijvoorbeeld bij presentaties die zij geven. Hierbij bevat de opdracht altijd de onderdelen:
– laat zien wat je hebt gedaan en wat je hebt geleerd
– doe dit op een manier waarbij het publiek ook iets leert

Via een tip van mijn neefje, die toen nog op de basisschool zat, gaat de beoordeling onder andere via twee schijnbaar simpele vragen.
1. Wat was er goed?
2. Wat kan er beter?

Je kunt dit ook TOP en TIP noemen.

In de uitvoering zijn er mijn ogen twee zaken van wezenlijk belang om deze ogenschijnlijk voor de hand liggende en veel gebruikte techniek pedagogisch en didactisch verantwoord en effectief in te zetten. Een toelichting bij het gebruik is daarmee een van de sleutels tot zijn succesvol gebruik.
1. De antwoorden op de vragen zijn altijd positief geformuleerd.
2. Er wordt niet aangegeven HOE het anders zou kunnen, alleen WAT er anders zou kunnen.

Gisteren kwam ik een tool tegen die dit onderdeel van mijn lesgeven voor mij en mijn leerlingen minder tijdrovend en daarmee nog effectiever maakt.

Het heet poli.sh en werkt als volgt:
– Je maakt een event aan. Als voorbeeld heb ik dat gedaan.
– Je vertelt de leerlingen naar welke site zij moeten gaan: http://poli.sh/fransdroog/.
– Er worden twee vragen gesteld aan de leerlingen. Invullen wordt zeer gewaardeerd!

Blogpost even feedback vragen 2015-05-30_0917

De opzet van poli.sh is in al zijn eenvoud natuurlijk breder inzetbaar dan alleen voor het vragen van feedback aan leerlingen voor leerlingen. Denk aan het vragen van feedback aan jouw leerlingen over jouw les. Denk aan het vragen van feedback aan deelnemers aan een workshop die jij hebt verzorgd. Denk aan vragen van feedback aan de deelnemers van een vergadering die jij hebt geleidt. Denk aan iets wat jij hebt gedaan en waarvan je wilt leren. Denk aan. Denk.

Misschien heb jij er iets aan. Ik ga het zeker gebruiken. Alleen al omdat het mij veel tijd gaat schelen. De antwoorden ga ik natuurlijk delen met de leerlingen.

PS: Er zijn natuurlijk ook andere tools waarmee om feedback gevraagd kan worden. Naar aanleiding van deze post en een aantal reacties er op heeft Wilfred Rubens op zijn blog een post geschreven met een vergelijking tussen een aantal van deze tools, te weten poli.sh, mentimeter en Google Forms. De voordelen van poli.sh zijn ook volgens Wilfred de grote gebruikersvriendelijkheid en de zeer sterke relatie tussen middel en doel.

 


Welke vragen geven welke antwoorden?

mei 2, 2015

Vragen stellen is een essentieel onderdeel van onderwijs. Leerlingen stellen docenten vragen, docenten stellen leerlingen vragen. Vragen vormen bouwstenen van onderwijs.

Goede vragen stellen is een belangrijk deel van goed onderwijs. Er zijn allerlei soorten vragen en de vraag die gesteld wordt stuurt het antwoord dat verkregen wordt. Goede vragen vormen goed onderwijs.

Op twitter kwam ik een tweet tegen van  met een afbeelding. Dit leek mij een handige afbeelding voor zowel docenten als leerlingen en ik hem daarom zo goed als mij mogelijk vertaald.

Blogpost vragen stellen vakken 3 2015-05-04_0836

 

Suggesties ter aanpassing / verbetering zijn altijd welkom!

Hieronder de originele tweet:

Blogpost Vragen stellen vakken origineel 2015-05-02_1211

 

Update. Inmiddels de blogpost gevonden waar de figuur mogelijk origineel vandaan komt.


Participatiecijfers als motoren voor motivatie

april 30, 2015

participatie nav_3_2241294__participation

Kun je leerlingen met cijfers motiveren?

De leerlingen in Nederland zijn minder gemotiveerd dan in andere landen, zo is gebleken uit een rapport van de Onderwijsinspectie. Dit is een grote bron van ergernis en vertwijfeling voor zowel docenten als beleidsmakers. Een oorzaak mogelijk ook voor de vele zittenblijvers, met name in bijvoorbeeld klas 3 en 4 van havo en vwo. Een oplossing hiervoor zou kunnen zijn een cijfer te geven voor actieve deelname aan de lessen. Een participatie cijfer. In Duitsland en Zwitserland is dit niet ongebruikelijk.

Ik werd op het participatiecijfer opmerkzaam gemaakt door een ex-collega Duits, die gewend was hiermee te werken en veel moeite had met de in haar ogen zeer ongemotiveerde en lakse houding van leerlingen in Nederland. Zij wees mij, verzuchtend en hoopvol, op deze optie tot orde en motivatie.

Het participatiecijfer is meer dan alleen het aantal keren dat een leerling zijn vinger opsteekt. (als dit al mag in de klas, zie Vingers opsteken verboden :-)). Het gaat ook over de kwaliteit van de bijdrage. De leerling moet laten zien dat hij kritisch meedenkt, verbanden legt en een eigen mening kan onderbouwen. Docenten houden dit bij, geven er feedback op en verbinden er een cijfer aan.

Kerstin Hämmerling van het Duitsland Instituut heeft vorig jaar een oproep gedaan om leerlingen naar Duits voorbeeld te motiveren en is dit jaar met 30 geïnteresseerde docenten in Duitsland gaan kijken. Er werd onderzocht wat een participatiecijfer concreet inhoudt en er werd gesproken met experts over de validiteit van de beoordeling en het effect op motivatie. Vier scholen werden bezocht om de praktijk te zien en met docenten te kunnen spreken.

De deelnemers bleken unaniem onder de indruk van de actieve deelname van de Duitse leerlingen aan de lessen en de verantwoordelijkheid voor het verloop van de lessen die zij toonden. Er was grote verbazing over de vanzelfsprekendheid waarmee zowel docenten als leerlingen het bestaan van een participatiecijfer accepteren. De redenering hierachter is bij nader inzien eenvoudig. Bij het voorbereiden voor de toekomst is het van belang dat er naast schriftelijke toetsmomenten ook aandacht en ruimte is voor meningsvorming en onderbouwing, kritisch denken, mondelinge presentatie- en argumentatievaardigheden, inzet, samenwerken, zich aan afspraken houden, materialen goed verzorgen en voorbereid zijn. Zowel docenten als leerlingen kunnen zich hier in vinden.

Zou dit in Nederland ook kunnen werken?

De meeste deelnemers aan de nascholing in Essen zijn van plan om de komende maanden pilotprojecten op te zetten op hun scholen en een aantal is hiermee al aan de slag gegaan. Wat zij onder andere tegenkomen is de vrees die in Nederland leeft dat gegeven participatie cijfers niet betrouwbaar, niet valide en arbitrair en subjectief zouden zijn. Ook zou gedrag niet beoordeeld mogen worden. Reacties hierop zijn dat het gaat om het leergedrag en dat je vooraf zeer bewust moet kiezen waarom en hoe je een participatiecijfer invoert. Zoals bij elke verandering die wordt doorgevoerd in het klaslokaal is de juiste didactische en pedagogische aanpak hier essentieel. Een participatiecijfer succesvol invoeren en uitvoeren doet een groot beroep op het meesterschap van de docent. En het vertrouwen dat door schoolleidingen in hem of haar wordt gesteld.

Docenten of scholen die willen deelnemen aan een pilot kunnen mogelijk profiteren van een goede begeleiding en ondersteuning en het Duitsland Instituut Amsterdam wil hier graag een rol in spelen. Wil jij deelnemen aan dit netwerk meld je dan.

Geef jij cijfers voor participatie? Denk jij dat ze motiverend kunnen zijn?

participatie Volunteering250_8_250

Bronnen:
– Inspectie van het Onderwijs, 2014. Motivatie leerlingen kan beter
– Kerstin Hämmerling, Opinie: Participatiecijfer werkt
– Kerstin Hämmerling, Opinie: Stimuleer leerlingen naar Duits voorbeeld
– Marja Verburg, Duitse scholieren krijgen cijfer voor meedoen in de les


Het gaat niet om ICT, het gaat om D

april 29, 2015

Keep calm and flip your class

Alweer een aantal jaar maak ik bij mijn lesgeven gebruikt van Flipping the Classroom, ofwel Flip de Klas. Leerlingen krijgen de informatie voorafgaand aan de les aangeboden via een video of een animatie of een te bestuderen bron. Vervolgens hebben we in de les meer tijd voor vragen, verdieping, interacties.

Regelmatig geef ik workshops over hoe dit voor mij in de praktijk werkt.

Regelmatig krijg ik tijdens deze workshops vragen. En sommige vragen komen regelmatig terug.

Lang daarvoor al maakte ik en nog steeds maak ik bij mijn lesgeven gebruik van de T die hoort achter IC. De vorm van die T is in die tijd veranderd. Van rekenmachine naar PC, van ‘op de computer’ naar online, van vast naar mobiel. Van krijtbord naar overheadprojector naar whitebord naar digibord.

Regelmatig geef ik workshops over hoe dit voor mij in de praktijk werkt.

Regelmatig krijg ik tijdens deze workshops vragen. En sommige vragen komen regelmatig terug.

De I is in die tijd langzaam veranderd voor mijn vak. En daar wil ik op kunnen inspelen. De C is ook veranderd, door die veranderde T heb ik meer mogelijkheden tot C. En hebben dus ook mijn leerlingen meer mogelijkheden. En dus gebruik ik de T, voor betere C, met als doel diepere en meer beklijvende I bij mijn leerlingen. En als doel mijn leerlingen de vaardigheid bij te brengen zelf T en C meer en meer te kunnen gaan gebruiken voor hun I. Op  de school waar ze nu zitten, op de school waar ze hierna naar toe gaan, maar vooral op de plaatsen waar ze vervolgens naar toe gaan.

Eén van de vragen die ik regelmatig krijg is:

hoe weet je dat leerlingen die video’s wel kijken?

En de oplossing hiervoor heeft niets met T te maken, maar is wel met T op te lossen.

De vraag zou in het pre-T tijdperk als volgt geformuleerd zijn: hoe weet je dat leerlingen opletten?

En de oplossing hiervoor heeft niets met pre-T te maken, maar is wel met pre-T op te lossen.

Het antwoord is gebruik maken van D.

Het antwoord is in beide gevallen hetzelfde:

door vragen te stellen!

Tegenwoordig kun je die vragen stellen met behulp van T. Zodat je de antwoorden zelf ook hebt vóór de les.

Dit kan bijvoorbeeld in onderstaande vorm, die een van mijn standaarden is, maar die natuurlijk vele varianten kent.

Lever op de dag vóór de les digitaal het antwoord in op de volgende vragen:

– Noem drie begrippen uit de video die je al kende, en geef de betekenis van deze begrippen

– Noem drie begrippen uit de video die je nieuw geleerd hebt, en geeft de betekenis van deze begrippen

– Noem drie begrippen uit de video waar je meer over zou willen leren

Een andere vorm die ik standaard gebruik bij het inleveren van digitale opdrachten is de volgende:

Geef bij het inleveren van deze opdracht aan of je:

A. Alles begrepen hebt

B. Nog vragen hebt. Zo ja, voeg deze toe.

En de antwoorden op deze vragen kan ik als docent gebruiken om de inhoud van mijn les (mede) te bepalen. En als ik wil kan ik zien wie wel en niet naar de video of animatie of bron gekeken heeft. Maar na een tijdje blijkt dit niet meer nodig.

Het gaat niet om de ICT. Het gaat niet om de T.

Het gaat om de D.

Het gaat niet om de video.

Het gaat om de didactiek.


Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 4.201 andere volgers

%d bloggers op de volgende wijze: