Flip the system 3. Naar een nieuwe opzet van de eindexamens.

april 2, 2018

Hieronder een bijdrage van Dick van der Wateren, integraal overgenomen van de blog onderwijsonderzoek. Dick geeft aan dat dit verhaal een weerslag is van gesprekken die wij hebben gevoerd in onze werkgroep CE-SE, die de afgelopen twee jaar verschillende samenstellingen heeft gekend. Dat het thema eindexamens gevoelig ligt hebben wij herhaaldelijk ervaren in gesprekken met verschillende betrokkenen en blijkt ook uit de soms zeer sterke reacties in de media. Dit heeft Dick doen besluiten onderstaande op persoonlijke titel te schrijven. Ik kan mij in meer dan voldoende mate scharen achter zijn woorden om deze hier te herhalen, met als doel via een gedegen proces tot nog betere eindexamens te kunnen komen.

Aan de vooravond van de centraalexamens kunnen we vaststellen dat toetsing en examinering steeds meer in een kritisch licht komen te staan. Dinsdag 27 maart j.l. organiseerde de Onderwijsraad een ‘Dialoog Toetsing en Examinering’ waarvoor zo’n honderd leraren, leerlingen, schoolleiders, en andere deskundigen waren uitgenodigd om mee te denken. Het advies van de Onderwijsraad zal in de loop van dit jaar verschijnen. Donderdag 29 maart schreef de VO-raad: “Examinering voortgezet onderwijs toe aan herijking”, dat behoorlijk wat stof heeft doen opwaaien.

Toetsrevolutie-hrTwee jaar geleden schreven Dominique Sluijsmans en René Kneyber met een dertigtal onderwijsmensen ‘Toetsrevolutie. Naar een feedbackcultuur in het voortgezet onderwijs.’ In hetzelfde jaar schreven Jelmer Evers en ik twee stukken waarin wij een voorstel deden voor een nieuwe aanpak van het eindexamen vo (hier en hier). Sinds het verschijnen daarvan denkt een groep docenten en schoolleiders (op dit moment zo’n 20 scholen) na over een verdere uitwerking van onze ideeën.

De hier neergelegde gedachten zijn in onze werkgroep CE-SE (Frans Droog, Jasmijn Kester, Leendert-Jan Veldhuyzen en ikzelf) onderwerp van gesprek. Ik heb niettemin besloten, gezien de gevoeligheid van dit thema, dit stuk op persoonlijke titel te publiceren. Gelieve op mij en niet op mijn vrienden te schieten.

In de afgelopen twee jaar is veel gebeurd. We hebben met Kamerleden gesproken. Er zijn moties aangenomen, die het College voor Toetsen en Examens (CvTE) aanspoorden tot meer transparantie en grotere betrokkenheid van individuele vakdocenten bij de totstandkoming van de centraalexamens. We hebben een paar maal met het CvTE overlegd over mogelijkheden om de eindexamens anders op te zetten. Vervolgens zijn we daarover in gesprek gegaan met het Ministerie van OC&W. Al deze partijen zijn geïnteresseerd en willen graag meedenken.

Na de blogs die Jelmer Evers en ik in 2016 schreven en de daarop volgende moties in de Tweede Kamer heeft het CvTE een aantal zaken aan de examenprocedures verbeterd. Die zijn meer transparant geworden en leraren zijn meer dan voorheen betrokken bij het totstandkomen van de centraalexamens. Dat is mooi. We zijn benieuwd of aan andere bezwaren in de komende examenperiode duidelijk tegemoetgekomen is.

We noemden onder andere foute en onduidelijk geformuleerde vragen, lengte en moeilijkheidsgraad van de examens, de validiteit van de examens (‘Toetsen de examens wat ze moeten toetsen?’), lange tekstvragen bij de niet-taalvakken, het beperkte repertoire dat wordt getoetst. Het probleem van de tijdsdruk voor eerste en tweede correctie, met name voor de ‘grote nakijkvakken’ (geschiedenis, Nederlands, maatschappijwetenschap, biologie enz.), zal vermoedelijk nog wel even blijven bestaan. Ook blijven er nog vragen over de N-termen en de gemiddelde examencijfers. De realisering van onze andere voorstellen ligt nog ver weg.

Ons meest fundamentele bezwaar tegen de huidige examenopzet is dat dit leidt tot teaching to the test. Dat is de examenmakers minder aan te rekenen. Het is deels een gevolg van het systeem waarin het CE evenveel gewicht heeft als het SE, waardoor scholen geen risico durven nemen en schoolexamens maken die vrijwel identiek zijn aan de centraalexamens. We kunnen daar tegenin brengen dat die scholen wat meer lef moeten tonen. Ze zijn immers vrij om het schoolexamen naar eigen inzicht vorm te geven. Dat blijkt echter maar beperkt op te gaan. Met name de talenvakken hebben teveel te doen: schrijfvaardigheid, spreekvaardigheid, literatuur, luistervaardigheid en voorbereiden op het CE. Het gevolg is dat het PTA al in klas 4 begint.

Daarbij komt dat onder invloed van onder andere PISA het onderwijsklimaat ingrijpend is veranderd. Er is een enorme druk op scholen komen te staan om te hoog te scoren in allerlei ranglijsten, waaronder die in kranten en weekbladen. De discussie gaat hoe langer hoe minder over de kern van goed onderwijs, maar steeds meer over de opbrengsten en het rendement ervan: opbrengstgericht en efficiënt.

Docenten die de ambitie hebben hun leerlingen te leren denken en niet alleen maar trucs uitvoeren waarmee ze hoog scoren voor het CE wordt het daarmee moeilijk gemaakt. In ons tweede stuk schreven we:

[…] veel docenten zien als bezwaar dat de examenvragen geen betrekking hebben op wat door leraren wordt gezien als de essentie van hun vak. De voorbereiding op de Centraal Examens verwordt dan tot het aanleren van kunstjes en trucs, terwijl leerlingen niet worden ondergedompeld in de rijkdom, de manier van denken en problemen oplossen die de verschillende vakgebieden kenmerken. Ook is er volgens veel docenten die wij spraken te weinig aandacht voor vakoverstijgende kennis en vaardigheden.

We hebben het CvTE en OCW een mogelijk scenario voorgelegd, waarbij het CE minder zwaar weegt dan het SE, bijvoorbeeld een verdeling 1/3 – 2/3. Dat heeft het voordeel dat scholen meer ruimte krijgen om hun onderwijs vorm te geven op de manier die het beste past bij hun visie: meer ruimte voor de pedagogische aspecten naast de cognitieve. Meer ruimte om jonge mensen te helpen goed geïnformeerde en verantwoordelijke deelnemers aan de democratische samenleving en volwassen wereldburgers te worden. Ons voorstel houdt ook in dat de kwaliteit van de schoolexamens gewaarborgd wordt door een systeem van certificering en collegiale intervisie. Inmiddels is dit een van de mogelijke scenario’s die we de komende jaren zouden willen uitproberen.

alternatieve scenario’s

Tijdens een minisymposium op 22 februari met leraren en schoolleiders (de uitgebreide werkgroep CE-SE) hebben we een inventarisatie gemaakt van alle ideeën over de eindexamenproblematiek en mogelijke oplossingen. Daar werden onder andere de volgende problemen vastgesteld:

  • Het huidige examen toetst maar een klein deel van wat leerlingen kennen/kunnen;
  • CE (toetsen op kennisreproductie) sluit niet aan op vervolgopleidingen,
    of wat je leerlingen mee zou moeten geven;
  • CE is met name gericht op trucje/ (kennis) reproduceren en schriftelijke/talige vaardigheden (ipv specifieke vakvaardigheden) die je daarna niet meer nodig hebt;
  • er is een afrekencultuur ontstaan, terwijl bekend is: meten ≠ weten;
  • teaching to the test en daarmee gaat kostbare onderwijstijd verloren;
  • de scheve verhouding SE-CE in sommige vakken, waar de stof van het SE twee keer zoveel omvat, terwijl de gewichtsverdeling 50-50 is;
  • diploma op het laagste niveau leidt tot risicomijding;
  • de waardering in gewicht van de eindtermen is onevenredig,
    • wat knelt voor de docent omdat:
      • je meegaat in de onevenredigheid,
      • je vakinhoudelijke en pedagogische ruimte is ingeperkt,
      • het je programma uit balans trekt en
      • mogelijkheden tot maatwerk worden beperkt;
    • wat knelt voor de leerling omdat:
      • het programma wordt afgestemd op de gemiddelde leerling,
      • talenten niet worden aangesproken en dus geen gebruik gemaakt wordt van intrinsieke motivatie,
      • die wordt klein gehouden (teaching to the test i.p.v. volwassen worden).

Naast Jelmers en mijn voorstel van een verhouding CE : SE van 1/3 : 2/3 (40 : 60, of andere varianten), samen met gecertificeerde schoolexamens, werd tijdens het minisymposium nog een aantal scenario’s bedacht. Die zouden we kunnen combineren in een of meer proefprojecten, die op een aantal scholen een paar jaar kunnen worden uitgeprobeerd. Een paar voorbeelden van oplossingen:

  • Denk na over de vraag wat we onder goed onderwijs verstaan en ontwerp examens (SE en CE) die wat betreft inhoud en vorm recht doen aan dat doel.
  • Verander het afnamemoment: Waarom afsluiten met het CE? Zet dat in als startpunt/basiskennistoets, bijvoorbeeld in het voorlaatste jaar. Het CE krijgt dan de functie van toelating tot het schoolexamenjaar, waarin leerlingen kunnen laten zien wat ze kunnen op het gebied van kritisch en creatief denken, onderzoeken, maatschappelijke betrokkenheid en vakoverstijgende samenwerking. Het schoolexamenjaar is dan te vergelijken met de studie voor een masterscriptie.
  • Examinering naar het model van het rijexamen: eerst theorie en dan praktijk. Er valt ook te denken aan het model zwemdiploma of een gildemodel: je doet pas examen als je er klaar voor bent.
  • Bedenk andere vormen voor examinering buiten de ‘gymzaal’.
  • Onderzoek hoe de leerling meer eigenaar van het eindexamen kan worden. Zie de film Most likely to Succeed over High Tech High in San Diego. Het profielwerkstuk vervangt een deel van het CE en is multidisciplinair.

de vo-raad

Het position paper van de VO-raad Pleidooi voor herijking van de examinering in het vo vraagt om een reactie die ik, nogmaals, op persoonlijke titel geef.

Het is verheugend dat ook de VO-raad de problemen rond de eindexamens signaleert en die wil aanpakken. Een aantal ideeën in het voorstel van de VO-raad klinkt heel aantrekkelijk. Een einde maken aan teaching tot the test, een meer flexibel eindexamenregime, betere mogelijkheden om vakken op een hoger niveau af te sluiten, meer keuzeruimte voor leerlingen en minder versnippering in het examenprogramma. Daar is weinig op tegen.

VO-raad acties

Geintje van de VO-raad.

Ik ga niet mee in een wij-zij denken, zoals je dat op Twitter hier en daar hoort: de VO-raad vertegenwoordigt de werkgevers en alles wat die voorstellen moeten we wantrouwen. Dat neemt niet weg dat we er wel een paar kritische noten over kunnen kraken.

De ideeën van de VO-raad lijken nog te weinig doordacht. Bijvoorbeeld examens op meerdere momenten afnemen is zorgvuldig onderzocht. De toenmalige Staatssecretaris heeft in 2009 besloten het project ‘Meerdere examenmomenten VO’ te beëindigen. De conclusie was dat het onwerkbaar en heel kostbaar is en bovendien tot onaanvaardbaar hoge werkdruk zou leiden. Ook heeft de VO-raad de gevolgen van zo’n flexibele examenopzet voor het onderwijs in de jaren voorafgaand aan het eindexamen niet doordacht. Tegelijk met het position paper werden vragen en antwoorden gepubliceerd, die de standpunten van de VO-raad nog eens verduidelijken. Daarin worden veel van de fundamentele kwesties op de lange baan geschoven.

Een bestuurder, die ik sprak naar aanleiding van het stuk van de VO-raad, vroeg zich af of dit hem zou helpen of juist voor de voeten zou lopen in de zoektocht naar onderwijsvernieuwing op zijn scholen. Hij neigde naar het laatste, in de verwachting dat docenten en schoolleiders van zijn scholen dit als de zoveelste van bovenaf opgelegde proefballon zouden zien, met de nodige onrust vandien.

Dat is dan ook mijn belangrijkste bezwaar tegen het stuk van Rosenmöller c.s., nergens blijkt dat de mensen die deze plannen moeten uitvoeren – leraren – bij het opstellen ervan hebben meegedacht. Dan waren de onwerkbare voorstellen niet in het stuk terechtgekomen en waren ideeën zoals we die in onze werkgroep ontwikkelen er wel in gekomen.

Daarnaast blijft nog een vraag niet genoemd – laat staan beantwoord: Wat is het doel van goed onderwijs dat met een nieuwe examenopzet wordt getoetst? De VO-raad kiest vooral voor een instrumentele benadering van het probleem. Over de vraag wat goed onderwijs inhoudt is de laatste jaren al veel geschreven (zie bijvoorbeeld Biesta, 2015) en dat zou het uitgangspunt moeten zijn.

de onderwijsraad

Het is weinig verrassend dat die vraag door de Onderwijsraad wel expliciet wordt gesteld. Dat mogen we verwachten met leden als Gert Biesta en René Kneyber. Tijdens de ‘Dialoog Toetsing en Examinering’ van de Onderwijsraad op dinsdag 27 maart kwamen dezelfde problemen voorbij als tijdens ons minisymposium een maand eerder.

Liesbeth OnderwijsraadLiesbeth Breek (docent frans, PCC Alkmaar) hield in de deelsessie VO een hartstochtelijk pleidooi voor goed onderwijs en daarbij passende vormen van toetsing en examinering. Ze zei: “Ik hoop dat ons onderwijs onze leerlingen leert om perspectief te nemen, om zich te verplaatsen in de ander, dat het hen in aanraking brengt met dat wat buiten henzelf ligt, dat ons onderwijs hen helpt om verantwoordelijkheid te kunnen en willen dragen voor wat zij straks de wereld in gaan brengen.”Daarvoor is in de eerste plaats nodig dat we onze leerlingen leren denken (Ritchhart, 2015), zowel over het vak als over vakoverstijgende vragen en de wereld buiten school.

In diezelfde sessie werd ook gesuggereerd dat het al veel zou schelen wanneer scholen niet de druk voelden om met elkaar te concurreren met examenresultaten. Het is maar de vraag of slagingspercentages van 98 of zelfs 100% een goede indicatie zijn van de kwaliteit van het onderwijs op een school. In plaats van te vechten voor een groter marktaandeel zouden scholen kunnen afspreken dat een slagingspercentage van bijvoorbeeld 85% een acceptabel minimum is.

Veel van de oplossingen die op 27 maart werden aangedragen lijken op die van onze werkgroep CE-SE. Die zullen hun weg dan ook vinden in het advies dat de Onderwijsraad deze zomer uitbrengt.

Een belangrijk verschil met de aanpak van de VO-raad is dat de Onderwijsraad uitdrukkelijk leraren, leerlingen, schoolleiders en bestuurders uitnodigt om kritisch mee te denken met hun advies. Het is, als ik hen goed heb begrepen, niet de bedoeling dat het advies ontaardt in een bestuurlijke maatregel die over de scholen wordt uitgestort.

proeftuinen

Ik wil er bij alle betrokken partijen – politieke partijen, Ministerie, Onderwijsraad, VO-raad, besturen en schoolleiders – op aandringen om te wachten met de invoering van een nieuwe opzet van de eindexamens tot die in de praktijk grondig is uitgeprobeerd en uitontwikkeld. De titel van deze serie blogs is niet voor niets ‘Flip the System’, naar een idee dat René Kneyber en Jelmer Evers al in het eerste deel van ‘Het Alternatief’ (2013) hebben uitgewerkt. Essentieel aan hun voorstel is dat ingrijpende veranderingen in het onderwijs van onderaf moeten komen en niet door beleidsmakers opgelegd. De hierboven geschetste scenario’s horen tot de meest ingrijpende veranderingen, waarvan eerst maar eens moet worden bewezen dat ze tot een verbetering leiden ten opzichte van de huidige situatie.

alternatief boekenIk pleit er dan ook voor om met een overzichtelijk aantal scholen de verschillende scenario’s uit te proberen, onder regie van ervaren en goed opgeleide docenten en ondersteund door erkende deskundigen op het gebied van toetsing en examinering. Dat kan in de vorm van pilots, experimenten of onder welke naam dit soort projecten bij OC&W nog meer bekend staan. Proeftuinen, wat mij betreft.

Wil een vernieuwde examenopzet in het vo ook maar de geringste kans van slagen hebben, dan zullen leraren en hun scholen van het begin af aan het ontwerp en de uitvoering van deze proeftuinen in eigen hand moeten houden. Daarbij is iedere inhoudelijke en logistieke hulp van het Ministerie, de Onderwijsinspectie en onderwijsbestuurders meer dan welkom. Maar het belangrijkste dat we nodig hebben is vertrouwen in de deskundigheid en professionaliteit van leraren en een minimum aan controle.

Ieder andere opzet, in bestuursgremia bedachte en van bovenaf opgelegde maatregelen, leidt tot voorspelbare narigheid en lost de problemen met de eindexamens niet op.

bronnen

Gert Biesta (2012). Goed onderwijs en de cultuur van het meten. Amsterdam. Boom Lemma Uitgevers.

Gert Biesta (2015). Het prachtige risico van onderwijs. Culemborg. Uitgeverij Phronese.

Jelmer Evers en René Kneyber (2014). Flip the System. Changing education from the ground up. New York. Routledge.

René Kneyber en Jelmer Evers (2013). Het Alternatief: Weg met de afrekencultuur in het onderwijs!. Amsterdam. Uitgeverij Boom.

Ron Ritchhart (2015). Creating Cultures of Thinking. San Francisco. Jossey-Bass.

Dominique Sluijsmans en René Kneyber (2016). Toetsrevolutie. Naar een feedbackcultuur in het voortgezet onderwijs. Culemborg. Uitgeverij Phronese.

VO-raad: Pleidooi voor herijking van de examinering in het vo. https://www.vo-raad.nl/system/downloads/attachments/000/000/566/original/POSITION_PAPER__Pleidooi_herijking_examinering_VO-raad.pdf. Geraadpleegd 1-4-2018.

Advertenties

De 2 – 4 – 8 methode, om leren te vermeerderen

januari 3, 2017

2-4-8-xl-design-2017-01-03_1814

Een van de werkvormen die ik mijn boekloze klas 3 lessen regelmatig gebruik is de wat ik heb genoemd: de 2 – 4 – 8 methode om leren te vermeerderen. Deze methode is niet gebonden aan een bepaalde inhoud en daarmee geschikt voor elk vak. Zij is eenvoudig toe te passen.

Wat het is

Les 1. De leerlingen voeren tijdens de les in tweetallen een opdracht uit. Deze opdracht bestaat uit het schrijven van een verhaal over een onderwerp, waarvoor zij al dan niet verdere informatie via instructies of bronnen voor krijgen. De instructies kunnen bijvoorbeeld bestaan uit een aantal begrippen die in het verhaal moeten voorkomen of de antwoorden op een aantal vragen die in het verhaal moeten voorkomen. De bronnen kunnen bijvoorbeeld bestaan uit specifieke websites met tekstuele informatie, online nieuwsberichten of video’s waaruit relevantie informatie te halen is. De tweetallen schrijven hun verhaal in een gedeeld Google Drive document.

Les 2. De tweetallen worden gecombineerd tot viertallen. Zij lezen elkaar’s verhaal, lichten waar nodig toe aan elkaar en beantwoorden vragen van elkaar. Vervolgens creëren zij als viertal een nieuw, verbeterd document.

Les 3. De viertallen worden gecombineerd tot achttallen. Zij lezen opnieuw elkaar’s verhaal, stellen vragen aan elkaar en beantwoorden deze. Er wordt weer een nieuw, derde, tweemaal verbeterd document gecreëerd.

Hoe het werkt

Tijdens les 1 werken de leerlingen aan twee computers, of liever nog één computer (Tweetallen zijn effectiever achter de computer). Zij krijgen de opdracht en de eventuele bronnen digitaal ter beschikking. De leerlingen hebben allen reeds een Google Drive account en in een eerder stadium hebben zij een map aangemaakt die zij delen met de docent. In hun mappen plaatsen zij hun gezamenlijke document. Tijdens de les loopt de docent rond en beantwoord vragen of geeft tips. De docent kan ook vanachter zijn computer live in de documenten van de samenwerkende leerlingen kijken en daar directe feedback geven. Aan het eind van de les dient ieder lid van elke groep in staat te zijn kort het verhaal dat zijn groep geschreven heeft te vertellen. Tijdens les 2 en 3 zijn de activiteiten grotendeels hetzelfde.

Toevoegingen

De hier genoemde lessen hoeven natuurlijk geen volledige lesuur te beslaan of kunnen ook meer dan een lesuur beslaan.

Er kan ook een 1 – 2 – 4 methode van gemaakt worden, deze mist in de eerste stap dan wel de samenwerking en er ontstaan minder interacties die leiden tot verdieping en verbetering.

Er kan een combinatie opdracht van worden gemaakt waarbij in de eerste en/of tweede les niet alle groepjes dezelfde opdracht krijgen, doordat zij bijvoorbeeld niet dezelfde woorden krijgen, niet dezelfde vragen of niet dezelfde bronnen.

Het staat leerlingen natuurlijk altijd vrij meer bronnen te raadplegen dan de aangereikte.

De opdrachten dienen in het algemeen aan het eind van de les te zijn afgerond. Dit zorgt voor focus en betrokkenheid tijdens de les. Zeker wanneer leerlingen dit verzoeken, aan het eind van een les, is het een goede optie de tijd tot afronden te verlengen.

Aan het eind van de serie van drie lessen volgt in het algemeen een digitale test, waarbij wordt gemeten hoeveel de leerling weet en waar mogelijk nog hiaten zitten in kennis of begrip. Deze test kan zijn voor een cijfer of gebruikt worden als indicator.

De toegevoegde waarde van ict de 2 – 4 – 8 methode om leren te vermeerderen is groot en zit in de mogelijkheden gemakkelijk samen te werken, live aanpassing te maken, video te gebruiken, actualiteit via online bronnen te gebruiken, en de kracht van feedback zowel tijdens de lessen als daartussen in te zetten. In de basis kan de 2 – 4 – 8 methode ook zonder ict gebruikt worden.

De 2 – 4 – 8 methode maakt zeer bewust gebruik van het leren door herhalen (ook wel bekend als spaced repetition), waarbij de herhaling een zo actief mogelijk activiteit is geworden.

De 2 – 4 – 8 methode maakt, zeker als onderdeel van boekloos les geven, zeer bewust gebruik van het actief leren tijdens de les om leren meer te laten zijn dan leren vóór de toets voor de toets.

Hoewel ik het de 2 – 4 – 8 methode heb genoemd kunnen de aantallen natuurlijk leerlingen samenwerkende leerlingen natuurlijk naar behoeve worden aangepast. Groepjes kunnen ook uit elkaar worden gehaald om zo meer nieuwe combinaties te kunnen vormen.

2-4-8-rk1_2-4-8_300-crop_1

Ik kan me voorstellen dat het bovenstaande mogelijk te algemeen beschreven is om direct duidelijk te zijn. Daarom hieronder een voorbeeld hoe ik de 2 – 4 – 8 methode toepas bij het vak biologie.

Voorbeeld van de 2-4-8 methode bij biologie

Het onderwerp is voortplanting. In de eerste les worden leerlingen van een klas via een random group generator (ik gebruik hiervoor flippity) ingedeeld in tweetallen. De eerste helft van de tweetallen wordt ingedeeld bij het onderdeel geslachtelijke voortplanting, de tweede helft van de tweetallen bij het onderdeel ongeslachtelijke voortplanting.

De leerlingen bij beide onderdelen krijgen acht woorden. Met behulp van het internet zoeken zij per tweetal de betekenis van de acht woorden en schrijven zij een verhaal waarin zij deze acht woorden gebruiken om uit te leggen wat geslachtelijke respectievelijk ongeslachtelijke voortplanting is. Voorwaarden hierbij zijn dat zij dit in eigen woorden doen, op een wijze die begrijpbaar is voor een redelijk opgeleide leek, en dat zij aan het eind van het lesuur van 45 minuten in staat zijn ook te vertellen wat zij hebben opgeschreven. Dit wordt steekproefsgewijs gecontroleerd.

Alle leerlingen hebben een Google Drive map voor het vak biologie, die zij hebben gedeeld met de docent. Zij schrijven hun verhaal in een Google Drive document, dat zij een naam geven volgens het format dat bij deze lessenserie wordt gehanteerd en dat de vorm heeft: Opdracht 08a. Geslachtelijke voortplanting – Voornaam1 – Voornaam2.

In de tweede les van deze 2 – 4 – 8 methode om leren te vermeerderen worden twee groepjes van twee leerlingen in viertallen per onderdeel bijeen geplaatst. De opdracht hier is het maken van 1 gezamenlijk document met hun verhaal over hetzij geslachtelijke, hetzij ongeslachtelijke voortplanting. Zij lezen hiertoe eerst elkaars verhalen, bediscussiëren vervolgens wat er goed is en wat er beter kan aan beide verhalen en eindigen met het maken van 1 gezamenlijk document, met een titel volgens het format: Opdracht 08b. (On)Geslachtelijke voortplanting – Voornaam1 – Voornaam2 – Voornaam3 – Voornaam4.

In de derde les van de 2 – 4 – 8 methode om leren te vermeerderen worden twee viertallen van de verschillende onderdelen bij elkaar geplaatst. Ofwel 1 viertal met als onderdeel geslachtelijke voortplanting gaat samenwerken met 1 viertal met als onderdeel ongeslachtelijke voortplanting. Als eerste lezen zij elkaars verhalen. Vervolgens geven zij aan of het verhaal duidelijk is en stellen aanvullende vragen aan de experts. Hierna worden beide verhalen verbeterd en samengevoegd tot uiteindelijk 1 document met de titel Opdracht 09. Voortplanting – Voornaam1 – Voornaam2 – Voornaam3 – Voornaam4 – Voornaam5 – Voornaam6 – Voornaam7 – Voornaam8

Als docent kan ik steeds tijdens de les, na de les, voorafgaand aan de volgende les zien wat de leerlingen doen en gedaan hebben en waar nodig hier op reageren. Tijdens de les loop ik rond om vragen te beantwoorden, waar nodig sturende vragen te stellen, of ik zit achter mijn bureau en reageer live binnen de documenten waarin de leerlingen op dat moment aan het werk zijn.

Evidente fouten haal ik uit de documenten, vooral door er vragen over te stellen, niet door te verbeteren. De meeste reacties en feedback die ik geef is gericht op het nauwkeuriger en exacter (be)schrijven van vakinhoudelijke termen en relaties hiertussen en op het stimuleren dieper in te gaan op de stof. Dit zoveel mogelijk via het stellen van aanvullende vragen.

Ervaringen

Mijn ervaringen met de 2 – 4 – 8 methode zijn zeer positief. Het grootste deel van de leerlingen is het grootste deel van de lessen actief en doelgericht bezig. De leerlingen geven in het algemeen aan dat zij door de opdrachten, zoals de 2 – 4 – 8 methode, bij boekloos biologie minstens zoveel doen tijdens de les maar gemiddeld meer leren dan bij andere lessen. De meeste leerlingen geven ook aan dat zij de afwisseling met andere lessen als plezierig en stimulerend ervaren. Dat zij inderdaad minder hoeven te leren vóór de test be-amen zij,, na dit een aantal keer ervaren te hebben met verrassende blikken, die mij verheugen.

Opmerkingen en vragen zijn als altijd welkom. Er is nog genoeg te vertellen en te verbeteren.

Toelichting:
– Deze blog is mede geschreven naar aanleiding van een een aantal vragen over de manier waarop ik les geef in een klas zonder boeken. Deze vraag zal ik in een aantal afzonderlijke blogposts proberen te beantwoorden en uiteindelijk concluderend samenvatten.
– Een tweede reden voor het op dit moment schrijven van deze blog is een discussie op twitter over de mogelijkheden en de toegevoegde waarde van samenwerken binnen Google Drive documenten. De start van die discussie is hieronder te vinden.

de-2-4-8-methode-google-drive-aantekeningen-tweets-2017-01-03_1749


Een monster dat herkenning verdient

december 28, 2016

Over ‘het’ onderwijs wordt veel gesproken, door Jan en Alleman. Binnen het ‘onderwijs’ wordt veel gesproken, door schoolleiders, docenten en leerlingen. Er zijn feiten en er zijn meningen over onderwijs, buiten en binnen onderwijs. Onderwijs biedt leerlingen kennis en vaardigheden aan. Onderwijs leert leerlingen feiten en helpt leerlingen meningen vormen. Het (her)kennen van het verschil tussen feiten en meningen is binnen het onderwijs een helaas onderbelichte alle-eeuwse vaardigheid.

Bij veel gesprekken over onderwijs, of binnen onderwijs over welk onderwerp dan ook, wordt er veel ruimte gegeven aan een vaak in wollige woorden verpakte trein, die slechts één spoort en één station kent, het spoor en het station van de spreker. Er wordt veel gezegd dat aantoonbaar niet klopt maar dat moeilijk als zodanig is te herkennen of benoemen, of te vangen met het web van waarheid. De drogreden is een monster dat herkenning verdient.

Een tweet van @Michonett wees mij afgelopen week op een poster, verwijzend naar een blog van Xaviera Ringeling met als titel: Drogreden: de poster. De blog met toelichting is indertijd veel gedeeld, de tweet die mij er recent op attendeerde is veel geretweet, de poster is veel gedeeld.

Toch vind ik het de moeite om op deze blog de poster nogmaals te delen en zo aandacht te geven aan het monster dat drogreden heet. Het monster dat herkenning verdient, nooit erkenning.

de-drogreden-groot-logical_fallacies_-_nl

 

Er is ook een doe-het-zelf-versie van de poster. Hierin kun je zelf voorbeelden van argumenten plaatsen onder elke drogreden, waarmee het gemakkelijker wordt om deze argumenten te checken. Een lege versie voor leerlingen zou een mooie manier kunnen zijn om het gesprek over het belang van het herkennen van feiten en meningen vorm te geven door leerlingen zelf deze argumenten te laten formuleren.

de-drogreden-doehetzelf-huge

Bronnen:
– Xaviera Ringeling, Drogreden: de poster
– De feestdagen, de drogreden, een poster
– @Michonett: Deze poster zou in elk lokaal moeten hangen

 


Corriger les corrections

december 17, 2016

Eerder heb ik hier geschreven over het idee van een nakijkcommissie en de wijze waarop deze leerlingen kan helpen de lesstof te beheersen. Hieronder een gastblog van Elise Bouwman over haar inspirerende ervaringen met een nakijkcommissie bij het vak Frans.

corriger-les-corrections

Werken met een nakijkcommissie bij het vak Frans

Als deelnemer van de Nederlandse School volgde ik dit jaar al met veel interesse de ontwikkelingen rondom het activeren zonder cijfers, formatief toetsen en het cijferloos toetsen. Zelf werk ik in een vrij traditionele omgeving waarin leerlingen graag cijfers willen en waarin ook vanuit de organisatie het werken zonder cijfers nog een brug te ver is.

Toen ik echter hoorde dat Iris Driessen en een aantal anderen begonnen met het werken met een nakijkcommissie was mijn interesse direct gewekt, zeker na het lezen van de blog van Frans Droog hierover. Een nakijkcommissie waarbij een groep leerlingen een toets nakijkt, evalueert en feedback geeft aan de rest van de klas, dat past echt bij mijn overtuiging dat je meer leert van zelf lesgeven dan van het maken van een toets. Mijn interesse was gewekt! Ik volgde de blogs en tweets van Frans Droog, Iris Driessen en intussen ook al enkele anderen. Ik sprak over mijn plan met leerlingen en probeerde nakijkcommissie zo in te richten dat iedereen er beter van zou worden.

Het experiment

Voorafgaand aan mijn experiment heb ik een Franstalige instructie gemaakt voor de leerlingen in de commissie. Deze instructie vind je onderaan deze blog.

De nakijkcommissie instellen

Ik ben het experiment begonnen in mijn mentorklas, een 2VWO-klas. De leerlingen kwamen naar school om een toets te maken en werden door mij verrast met de opmerking dat vijf leerlingen de toets samen zouden gaan maken, dat wilde natuurlijk iedereen wel!. Ik had van tevoren de namen van de leerlingen in een Word-document gezet. Deze namen heb ik in de online fruitmachine geplakt en deze fruitmachine selecteerde in 5 rondes mijn eerste nakijkcommissie, iedereen vond het reuzespannend.

De voorbereiding

Wij hebben op school stilteruimtes en veel glas, dus ik zette mijn nakijkcommissie in een stilteruimte voor mijn lokaal. De nakijkcommissie ontving de toets en de Franstalige instructie en ging aan de slag met het maken van de toets zonder hulpmiddelen. Zij maakten samen de toets en dat zou uiteindelijk het correctiemodel worden en daar zouden zij een cijfer voor krijgen, het was dus in hun belang om dit model zo goed mogelijk te maken en goed met elkaar te overleggen. Nadat zij de toets gemaakt hadden leverden zij één exemplaar met hun antwoorden bij mij in. Ik onderstreepte de fouten en zij gingen die daarna met hulpmiddelen verbeteren. Het aantal fout had ik intussen in mijn agenda genoteerd.

De correctie

Met het gecorrigeerde antwoordmodel ging de nakijkcommissie aan de slag. Zij bepaalden hoe zwaar zij alles gingen rekenen en legden dat voorstel aan mij voor. Over het algemeen waren zij veel strenger dan ik! Daarna gingen zij zelf de toetsen nakijken. Zij vormden koppels van 2 personen, ieder koppel noteerde steeds zijn naam bovenaan de toets die zij nakeken. De vijfde persoon was de controleur en scheidsrechter. Deze persoon controleerde of beide koppels op de zelfde manier hadden nagekeken en of er geen vriendjespolitiek plaats vond, daarnaast telde deze persoon het aantal punten bij elkaar op.

Tot slot bepaalde de nakijkcommissie de norm, ik legde hen 3 verschillende manieren daarvoor uit en zij moesten mij uiteindelijk uitleggen welke zij gekozen hadden en waarom. Het werk was gedaan!

De feedback

De rest van de klas was bij deze eerste keer nog erg bezorgd of alles wel eerlijk zou verlopen dus ik had toegezegd dat ik steekproefsgewijs het werk van de nakijkcommissie zou controleren, dat heb ik gedaan. Zij hadden hun werk prima gedaan! De nakijkcommissie heeft het werk in groepjes terug gegeven, elke corrector had een groepje leerlingen voor zich waarvan hij het werk had nagekeken en de controleur liep rond om vragen te beantwoorden. Leerlingen met klachten konden bij mij “in hoger beroep”, geen enkele leerling heeft dat gedaan.

Het cijfer voor de nakijkcommissie

De nakijkcommissie kreeg uiteindelijk het cijfer dat hun aantal fouten bij de door henzelf vastgestelde normering op zou leveren, dus als zij 4 fouten hadden en een normering van 2 ft/pt hadden gekozen dan leverde hun correctiemodel een 8 op voor de hele groep. Daarnaast konden ze een halve bonuspunt verdienen met goed correctiewerk en een halve punt voor goede feedback.

De evaluatie

De leerlingen uit de nakijkcommissie en ikzelf waren erg enthousiast over het experiment, hoewel we ook tegen een aantal knelpunten aangelopen zijn.

De voordelen

De leerlingen in de nakijkcommissie hebben aangegeven dat ze ontzettend veel geleerd hebben van het nakijken. Ze hebben meer begrip van het Frans, maar ook van het soort fouten dat leerlingen vaak maken en van het werk dat een docent doet. Ze vonden het nakijken erg veel werk.

De leerlingen namen hun werk ontzettend serieus, doordat zij door een fruitmachine geselecteerd waren, werkten zij vaak samen met kinderen die ze zelf niet uitgekozen zouden hebben, dit ging toch ontzettend goed omdat zij allemaal voelden dat zij veel vertrouwen hadden gekregen en dat zij het werk uiterst serieus moesten nemen. Er ontstonden verrassende samenwerkingen.

De leerlingen die normaal wat zwakker zijn, konden nu een hoger cijfer halen omdat ze de toets samen met betere leerlingen maakten. De betere leerlingen moesten aan de zwakkere leerlingen uitleggen waarom hun antwoord het beste was, juist deze betere leerlingen zijn vaak wat verlegener, zij gaven aan dat ze geleerd hadden meer te vertrouwen op hun kennis en anderen te overtuigen.

De leerlingen hebben hun klasgenoten feedback gegeven, ook hier zeiden ze veel van te leren.

Ik heb het experiment nog herhaald in vier andere klassen, in twee klassen heb ik dat van tevoren aangekondigd. Opvallend was dat de leerlingen beter gingen leren, want ze wilden niet dat het resultaat van de nakijkcommissie door door hun fouten lager zou worden, dit was een voordeel dat ik vooraf niet voorzien had.

De knelpunten

Ondanks alle mooie voordelen liep ik ook tegen een aantal knelpunten op. Het nakijken duurde per klas 2 tot 3 lesuren, dit betekende dat de rest van de klas in die tijd doorging met het maken van opdrachten en leerwerk en dat de nakijkcommissie dat werk later thuis in moest halen. De rest van de klas moest door de nakijktijd ook vrij lang wachten op het resultaat, waardoor de feedback pas op een laat moment kwam, ik heb nog geen oplossing voor dit probleem.

De nakijkcommissie is zeer handig voor opgaven die eenduidig zijn. In mijn tweede klas toets zat ook een gedeelte creatief schrijven, dit gedeelte bleek te moeilijk te corrigeren te zijn voor de nakijkcommissie, ik had hen wel de opdracht kunnen geven om met alle mogelijke hulpmiddelen te proberen de opdracht toch na te kijken, maar dan waren ze waarschijnlijk drie keer zo lang bezig geweest. De nakijkcommissie kan dus eigenlijk alleen maar echt goed werken bij toetsen waarvan de antwoorden door de leerlingen echt controleerbaar zijn. Door deze creatieve schrijfopdracht heb ik zelf alle tweede klastoetsen nog opnieuw moeten controleren.

De leerlingen vonden het erg lastig om het cijfer geheim te houden naar hun klasgenoten toe. In de meeste klassen begrepen ze wel het belang daarvan, waardoor dat uiteindelijk wel goed ging.

Conclusie

Het is voor mij uiteindelijk niet helemaal zeker of de nakijkcommissie mij minder werk oplevert, het begeleiden van de commissie en het nakijken van de opdrachten die voor hen te moeilijk waren, kostte mij nog erg veel tijd. Deze tijd was echter zinvoller dan de tijd die ik normaal in de correctie steek. De leerlingen werkten in alle vijf mijn klassen ontzettend serieus aan de correctie en hebben erg veel geleerd. In een aantal klassen vroeg men mij waarom niet alle docenten dit zo deden, want zo leerde je toch veel meer.

Op mijn tafeltjesavond en op straat vertelden ouders mij dat ze het een fantastisch idee vonden en dat hun kind het ook echt leerzaam en interessant vond. De leerjaarcoördinatoren volgden het project met interesse en ondersteunden mij daar waar nodig. Ik kan iedereen aanraden om dit in ieder geval een keer te gaan uitproberen!

corriger-les-corrections-instructions-2016-12-17_1714


Formatief toetsen is hot

november 15, 2016

hot-pepper-wallpaper-08853

Formatief toetsen is op het ogenblik in het onderwijs net zo hot als ‘differentiëren’ en ‘gepersonaliseerd leren’. Het wordt vaak genoemd als onderdeel van de weg daar naar toe. Formatief toetsen is daarmee ook een term die gekaapt dreigt te worden. Er is belangstelling voor, er is een behoefte aan, dus wordt de formatieve toets sticker steeds gemakkelijker geplakt. Formatieve toetsen zijn te waardevol voor echt leren om dit zomaar te laten gebeuren.

Daarom hier wat formatieve toetsen, of liever formatieve assessments, vooral wel doen en wat zij vooral niet doen.

formatieve-assessments-2016-11-15_2053

Bron: ncte.org (via Bas Trimbos)

 

 

 


edcamps zijn als live concerten

oktober 30, 2016

Je moet erbij geweest zijn.

edcampbe-tz1dac6a

Op zaterdag 22 oktober was het 3e edcampBE. Ik was daarbij en heb genoten. Ergens op twitter kwam gedurende de dag de vraag langs of er ook een livestream was. Die was er niet. Hij had er kunnen zijn, maar dan nog had je iets gemist. Het echte goud is het aanwezig zijn terwijl het gebeurt. De energie is niet volledig te vangen als je niet zelf onderdeel bent van de bron. Een edcamp is als een live concert. De muziek klinkt op dat moment, in die omgeving, anders, intenser. Zij komt binnen op een unieke manier die zowel rijk als onnavolgbaar is. Natuurlijk kan niet iedereen er altijd bij zijn, op een zaterdag. Maar evenzo natuurlijk kan niet iedereen er nooit bij zijn, op een zaterdag.

Rond half acht vertrok ik naar Sint-Niklaas, naar de Broederschool Humaniora, wat een prachtige lokatie bleek te zijn. Ik schudde de hand van Esbjorn en Bram, de zeer relaxt ogende organisatoren, die zich achter de schermen danig druk hadden gemaakt om alles tot in de puntjes te regelen, voor zover een edcamp dat toestaat. Ik kreeg koffie en kon kiezen uit verschillende koekjes en wat ik herkende als Limburgse ‘toert’. Tijdens de lunch was er zelfgemaakte soep, super belegde broodjes en in de middag nog als verrassing mattentaart.

‘Is dat niet ver rijden?’, vroeg een collega mij maandag op school, toen ik enthousiast vertelde over mijn weekend en dus deze dag. ‘Nee,’ was mijn directe antwoord, ‘binnen Nederland rijd ik menigmaal verder om te kunnen leren’.

edcampbe-humaniora-school-img_4264

Na de introductie door Esbjorn schreven alle aanwezigen op een post-it wat zij zouden willen delen en vervolgens gaven zij aan waar zij zelf naar zouden willen luisteren. Dit resulteerde in 12 sessies, met steeds de keuze uit twee. Het pijnlijkste moment voor velen bleek, het was allemaal zo interessant!

edcampbe-sessies-img_20161022_121434

Ik heb gekozen voor:

Toen was er pauze en deze vraag aan mij:

“Is Uw achternaam werkelijk Droog? Het zou zomaar een goed gekozen artiestennaam kunnen zijn.”

Tijdens de pauze was er naast het fantastische voedsel ook ruimte voor het voedzame gesprek. En dat was er. In tweetallen, drietallen, per tafel, per vak, per interesse, per fect.

Na de pauze heb ik gekozen voor:

  • Liesbeth, die ons een contract liet tekenen, zoals zij haar leerlingen laat doen, over via welk pad wij het rekenen zouden gaan leren. Een mooie methode met vele mogelijkheden, een bekend fenomeen in België, volgens mij zeer bruikbaar ook in Nederland.
  • Jelle, die ons de tool LoQuiz liet ervaren door ons daar buiten mee aan de slag te laten gaan. Leerlingen zien vragen pas op het moment dat zij op de juiste lokatie zijn aangekomen. Perfect voor excursies!
  • de vrouw wiens naam ik nu even niet kan terugvinden en wiens naam er ook niet wezenlijk toe doet maar die ik toch graag zou vermelden omdat ik zo onder de indruk was van haar zijn, die met ons haar reis deelde als directeur van twee scholen op hun pad van een ‘slechte’ school naar een ‘goede’ school en het belang van gedeelde verantwoordelijkheid, saamhorigheid, bereidheid tot verandering, keiharde keuze’s maken en uitvoeren als bezienswaardigheden liet voelen.

Wil je meer lezen over edcampBE#3 dan kun je terecht bij de blog van Jörgen, die voor het grootste deel andere sessies heeft bijgewoond dan ik en zijn ervaringen heeft beschreven. Je kunt ook kijken op de facebook pagina van edcampBE. Er gaat een vierde edcampBE komen en ik zou niet weten waarom je daar niet bij zou willen zijn. Je kunt zelf aangeven wat jouw voorkeur heeft met betrekking tot lokatie en moment. Als het maar enigszins kan ga ik erbij zijn. Ik hou van live muziek en van live leren.

Er gaat ook in Nederland weer een edcampNL komen. Ik ga die samen met Patricia van Slobbe, (En mogelijk anderen? Wil jij mee helpen? Laat het ons weten), organiseren. Het staat hier nu, dus het zal zo gaan zijn. De plaats zal Amsterdam zijn. De exacte lokatie en datum volgen spoedig. Ga jij erbij zijn?

edcampNL logo spot 2013-08-10_1926


Leren voeden via FeedUp FeedBack FeedForward

oktober 30, 2016

feedback-unknown

Afgelopen donderdag was ik op bezoek bij Jörgen van Remoortere. Niet bij hem thuis, maar op zijn school, het Visser ’t Hooft Lyceum in Leiderdorp. Jörgen had daar een activiteit georganiseerd binnen het ‘regie over je eigen professionalisering’ platform The Crowd. Het onderwerp was het organiseren van feedback, voor Jörgen een onderdeel van zijn zoektocht naar hoe effectief cijferloos les te geven. Voor de andere aanwezigen vooral een middel om effectiever les te geven. De directeur van de school van Jörgen was ook aanwezig. Zij gaf tijdens de voorstelronde aan graag live mee te maken hoe zo’n activiteit van The Crowd nu zou verlopen. Na afloop gaf zij aan onder de indruk te zijn van de betrokkenheid van de aanwezigen en graag deelnemer te worden. Tussendoor gaf zij aan hoe zeer zij de persoon Jörgen als leraar waardeert en dat zij mede daarom hem de ruimte geeft zijn ‘experiment’ met cijferloos lesgeven uit te voeren. De aanwezigen waren leraren uit PO, VO en MBO.

Dat feedback een van meest krachtige gereedschappen is in de gereedschapskist van de leraar beschouw ik hier verder als een gegeven. Een andere keer misschien daarover weer meer. Dat het zo is is zo.

De eerste dia van de middag/avond was de volgende. Hij zou de enige zijn, maar gaandeweg de levende discussie en interactie kwamen er toch ook andere even langs. Die beelden waren niet alleen van Jörgen, ook Rhea en Sacha deelden. Het was een mooie live of levende les.

feedbackschema

Origineel: Dylan William. Vertaling: Bas Trimbos

Ik werd mij er tijdens deze bijeenkomst (weer eens) van bewust dat ik in mijn eigen lesgeven nauwelijks iets doe met het expliciet gebruiken van leerdoelen, terwijl zij impliciet sterk aanwezig zijn in het ontwerp en het uitvoeren van mijn lessen. Jörgen gaf aan dat begrip van leerdoelen bij leerlingen essentieel is voor effectieve feedback. Hij liet zien waardoor en hoe hij dit invult en dat het werkt met hem, zijn vak en zijn leerlingen. Toch twijfel ik zelf nog. En dat ervaar ik als goed. Twijfel kan leiden tot verbetering. Ik denk er dus nu over na. Ga ik leerdoelen meer delen met leerlingen? Zo ja, hoe?

We hebben gesproken over de manieren waarop feedback kan worden gegeven en hoe leerlingen hier zoveel mogelijk zelf bij te betrekken. Hoewel bij feedback de persoonlijke interactie een belangrijke factor is kunnen digitale tools wel degelijk ondersteunend zijn, met name in het creëren van tijd en ruimte voor de leraar om wel aan die persoonlijke interactie toe te komen. Feedback hoeft niet continu fysiek te zijn wanneer de relatie tussen leraar en leerling gevormd, wederzijds, open en echt is. Er zijn tijdens de bijeenkomst verschillende tools langsgekomen die op verschillende wijzen kunnen bijdragen aan het gericht testen van aanwezige kennis en vaardigheden om daar als leraar gericht feedback te kunnen geven. Korte testjes kunnen leerlingen en leraar laten zien waar zij staan. Dit kan bijvoorbeeld via SocrativeKahootPlickers, QuizizEdmodoNearpod, Edpuzzle, GoFormative, peerScholar. Aan snelle hulpmiddelen hiervoor is duidelijk geen gebrek. De keuze hieruit is aan de leraar, wat past het beste bij hem, zijn vak, zijn leerlingen, zijn mogelijkheden? Korte formatieve testjes hoeven natuurlijk niet digitaal. Naast papier zijn wisbordjes een prima alternatief. Ter plekke werd even opgezocht dat witbordjes inderdaad niet meer dan een euro per stuk hoeven te kosten.

Een video die werd genoemd als bron om de waarde van goede feedback en de manier waarop deze gegeven kan worden en aangeleerd kan worden aan leerlingen is de volgende en deze kan in dit verslagje niet ontbreken: ‘Austin’s butterfly’.

Een video van een paar minuten. Kun je zo in de klas of aan je collega’s laten zien. Maakt veel woorden overbodig.

Ik heb ook een boek besteld dat werd genoemd. 10 ways to go gradeless in a traditional grades school.

Bij het laatste rondje werd alle aanwezigen gevraagd of de bijeenkomst had voldaan aan hun verwachtingen en wensen en wat zij hadden geleerd of gaan meenemen. Binnen de variatie in de antwoorden waren er duidelijke constanten. De tijd was te kort om aan feedforward toe te komen en de inbreng van de leerling hierin vorm te geven. De positieve energie was onbeschrijfelijk, de betrokkenheid evenzeer, de waarde onmeetbaar. We willen verder en dus een vervolgbijeenkomst. Die zal er zeker gaan komen. Ik ga er weer bij zijn. Bedankt Jörgen!

Twee van de andere aanwezigen hebben ook over hun ervaringen geschreven en deze zijn hier en hier terug te lezen. Even doen, om van vier kanten te kunnen kijken.

feedback-2-images


%d bloggers liken dit: