10 technieken om te checken of iedereen het snapt

december 16, 2018

Op klasse.be kwam ik de volgende bijdrage tegen van Stijn Govaerts met een prachtige set aan eenvoudige technieken om formatief lesgeven vorm te geven. Te mooi om hier niet te delen. Welke ga jij deze week inzetten? En volgende week?

Hoe controleer je snel of je leerlingen je les begrepen hebben? En hoe leer je ze zelf inschatten of er veel bleef plakken en of ze moeten bijpompen? Met deze 10 technieken kan je meteen aan de slag.

 

One-minute-paper

1 minuut denktijd en 1 minuut schrijftijd. Meer krijgen je leerlingen niet om een kort gestructureerd verslag te maken van de lesinhoud. De sterkste one-minute-paper deel je online of lees je voor bij het begin van de volgende les.


Het interview

Maak de laatste 5 minuten van je lestijd vrij voor een interview. Leerling A interviewt leerling B over de afgelopen les. Vragen als: wat vond je interessant aan de les, wat vond je grappig, waar heb je het nog moeilijk mee, wat vind jij een goede toetsvraag over deze les? Zowel de vragen als de antwoorden helpen jou als leraar.


Afscheidnemer

Geef de laatste minuut van je les aan een leerling. Hij of zij probeert de les samen te vatten in 3 belangrijke punten. Daarna mag hij of zij op geheel eigenzinnige wijze afscheid nemen en de klasgenoten een fijne dag of avond toewensen.


Werk je naar buiten

Eindig je les met een snelle quiz. 3 ja-nee-vragen of meerkeuzevragen. Leerlingen die de eerste vraag juist hebben, mogen rechtstaan of de klas verlaten. De rest blijft zitten voor de volgende vraag. Hetzelfde scenario voor vraag 3. Liever via digibord, computer of smartphone? Met apps als Kahoot! boks je snel een online quiz in elkaar.


Toetsvraag

De leerlingen met een even klasnummer noteren een vraag over de les die niet zou misstaan op een toets. De vragen verdeel je onder de leerlingen met oneven nummers. Eentje laat je mondeling beantwoorden. Na de les check je de vragen. Die vertellen je meteen of leerlingen hoofd- en bijzaken kunnen onderscheiden.


4 hoeken

Met deze methode heb je snel en makkelijk een overzicht van wie op welk niveauzit. Terwijl je leerlingen door de klas bewegen, stel jij vragen over de leerstof. Je verbindt de klashoeken telkens met een antwoord. Of je laat je leerlingen zelf inschatten hoe goed ze de leerstof beheersen. Je verdeelt de hoeken dan onder in ‘ik kan het zelf helemaal uitleggen, ‘ik snap de les of leerstof’, ‘ik heb nog een beetje hulp nodig’ en ‘ik snap het nog niet’.


Luister, fluister

Je noteert een cruciaal inzicht of belangrijke formule uit je les op papier. Een leerling leest de zin in stilte en fluistert die dan in het oor van een klasgenoot. Zo gaat de boodschap de klas rond. Als iedereen de boodschap voldoende (her)kent, moet de laatste leerling in het rijtje in staat zijn om je startzin foutloos te herhalen.


60 seconden post-it

Leg voor de les op elke bank een post-it klaar. Na je les krijgen je leerlingen 60 seconden om te noteren wat bleef plakken. Voor ze buiten gaan, kleven ze die post-it op het raam, het bord, je bureau … Daarbij schatten ze zichzelf in. Post-it hoog ophangen? Dan bleef veel plakken. Post-it laag? Dan ging (te) veel van de leerstof aan hen voorbij. Geef ze de volgende les de kans om de post-it te herplakken. Bekeken ze thuis de leerstof en weten ze nu meer? Omhoog die post-it!


3-2-1

Verdeel een blad in 3 stroken. En geef leerlingen volgende opdracht: noteer bovenaan de 3 dingen die je ontdekte tijdens de les. In het midden schrijf je 2 zaken die je interessant vindt en onderaan komt een vraag over de les. In 2 minuten tijd heb jij een schat aan informatie.


Exit ticket

Iets nieuws uitgetest in de klas? Ontdekken of je les haar doel heeft bereikt? Met een exit ticket krijg je inzicht in hoe je leerlingen de les verwerken en speel je de volgende les meteen in op hun behoeften. Bovendien krijgen ook je leerlingen dankzij de vragen op hun exit ticket een betere kijk op hun leerproces.

 


Bron: Snapt iedereen de leerstof? Check het met 10 technieken.

Advertenties

Flash Forward: 5 minuten de toekomst in

november 30, 2018

Wat is het dat jij wilt dat jouw leerlingen zich nog herinneren, nog weten, nog kunnen?

Een vraag waar je misschien wel eens even aan denkt maar waarover je zelden of nooit de tijd neemt om werkelijk over na te denken.

Het is een essentiële vraag, een vraag die je ook aan je leerlingen kunt stellen.

Wat is het jij wilt dat jij je nog herinnert, nog weet, nog kan?

Hoe vaak je ook reflecteert over wat je wil dat leerlingen leren en onthouden je vraagt het nooit aan de leerlingen. Waarom hen ook niet de kans geven hierover na te denken en hierover een antwoord te formuleren?

Je kunt dit omzetten in een activiteit in de klas. Aan het eind van een periode stel je leerlingen eens deze vraag:

Flash Forward: Wat wil jij nog weten?

Nu je dit onderwerp hebt gevolgd wat is nu het belangrijkste dat je over 10 jaar nog wilt weten (en waarom)?

Je kunt je leerlingen vragen naar één ding of naar een paar (met een maximum van 5 bijvoorbeeld) en de tijdseenheid aanpassen naar elke hoeveelheid die jij passend vindt (één jaar, vijf jaar, twintig jaar?).

Flash Forward heeft een aantal voordelen voor jouw leerlingen.

  • Zij zijn bezig met Retrieval Practice. Door specifiek naar één ding te zoeken in hun geheugen zullen ze dit nog beter gaan onthouden.
  • Zij zijn bezig met Spacing. Ze moeten het gehele onderwerp terughalen uit hun geheugen en het langslopen.
  • Zij zijn bezig met Metacognitie. Ze reflecteren op wat ze nog weten en ook op wat ze zijn vergeten.

Flash Forward heeft een aantal voordelen voor jou als leraar.

  • Je bouwt (verder) aan een ondersteunde cultuur in de klas rondom het proces van leren
  • Je krijgt feedback over de onderdelen die voor de leerlingen het meest waardevol blijken
  • Je genereert tijd voor zelf-reflectie en inspiratie voor de volgende periode of het volgende jaar

Gebruik Flash Forward, al is het maar voor 5 minuten. Het kan in elke klas, op elke niveau worden gebruikt. Laat leerlingen je verrassen met hun inzichten. Tijdens de discussie zullen leerlingen elkaar herinneren aan andere onderdelen of aan verbanden met andere onderwerpen. Zij zullen actief bezig en mogelijk zelfs jou de vraag stellen. Wat is jouw Flash Forward? Heb jij je antwoord dan/al klaar?

Update: hoe kun je Flash Forward nog effectiever inzetten?

Door leerlingen te laten delen.

  1. Leerlingen denken na over of schrijven hun Flash Forward op
  2. Leerlingen gaan tegenover elkaar staan of zitten
  3. Leerlingen delen hun Flash Forward
  4. Leerlingen schuiven een plaats op en delen opnieuw hun Flash Forward
  5. Leerlingen nemen deel aan een gezamenlijke discussie in de klas over de genoemde thema’s en de reacties hierop

Een waardevolle toevoeging aan de originele vraag is de leerlingen nog twee vragen te stellen.

  1. Hoe ga jij je dat ene ding herinneren?
  2. Wat ga je doen om te zorgen dat je het niet vergeet?

Bron: Retrieval Practice: flash-forward-what-do-you-want-to-remember-10-years-from-now

 


Effectief herhalen: Retrieval Practice Challenge Grids

september 29, 2018

Leraren hebben vaak het gevoel dat er zoveel stof behandeld dient te worden in een zo korte tijd dat er geen tijd is voor herhaling. Dat is jammer. Herhalen is namelijk een zeer krachtige motor voor leren. Het verdient dus moeite deze tijd te zoeken en te maken. De stof alleen herhalen vlak voor een eindtoets of een examen is lang niet zo effectief als regelmatige herhaling in de lessen inbouwen.

Een fantastische manier om dit eenvoudig te doen zijn de zogenaamde “Retrieval Practice Challenge Grids”. Retrieval Practice Challenge Grids zijn ontworpen en ontwikkeld door Kate Jones en er zijn inmiddels vele voorbeelden van te vinden voor allerlei vakken. Kate Jones heeft er op haar site de nodige verzameld en ik raad iedereen aan daar zeker even een kijkje te nemen om inspiratie op te doen door te zien hoe collega leraren de Grids inzetten. Ze zijn via de voorbeelden eenvoudig aan te passen of zelf te maken. Voor dit laatste kan bijvoorbeeld gebruik gemaakt worden van de templates die Mark Anderson ter beschikking stelt.

Retrieval Practice Challenge Grids, of simpelweg Retrieval Grids zijn als schaakborden waarop leerlingen heen en weer springen om vragen te beantwoorden. Zij doen dit op hun eigen volgorde en hun eigen snelheid.

De Retrieval Grids maken gebruiken van spacing: Leerlingen worden uitgedaagd een concept of het antwoord op een vraag terug te halen. De vragen zijn voorzien van een kleurcode: blauw voor de laatste les, rood voor de lessen van afgelopen week, groen voor twee weken geleden, paars voor nog langer geleden.

Retrieval Grids kunnen worden ingezet voor feedback: Na een grid gevuld te hebben kunnen leerlingen individueel hun werk controleren, dit doen in paren of groepen, of de leraar kan zelf uitgebreid feedback geven.

Retrieval Grids zijn formatief en kunnen met of zonder beoordeling worden gemaakt. Zo kunnen er geen punten worden toegekend of punten aan hoever in het verleden een leerling informatie kan terughalen: 1 voor de laatste les, 2 voor de lessen van vorige week, 3 voor die van twee weken geleden en 4 voor langer geleden. Retrieval Grids zijn een mooie manier om zichtbaar te maken dat retrieval practice een leerstrategie is en geen toets of afrekening.

Een Retrieval Practice Challenge Grid kan gemaakt worden voor een specifiek onderwerp of juist voor een reeks van onderwerpen die bij elkaar horen. De vragen kunnen variëren terughalen van eenvoudige feiten waarvan verwacht mag worden dat elke leerling deze kan beantwoorden tot meer uitdagende vragen waarbij de formulering van de antwoorden een groter inzicht en vermogen tot verdieping vereisen.

Leerlingen kunnen natuurlijk ook zelf Retrieval Grids maken en deze met elkaar uitwisselen. Een optie die ruimte geeft tot differentiatie.

Retrieval Grids vormen een mooie aanvulling op regelmatige korte digitale testjes die al worden gebruikt om retrieval practice op een efficiënte manier in de praktijk toe te passen. Daar waar de digitale testjes zich vooral richten op het herkennen van woorden of antwoorden op vragen vereisen Retrieval Grids meer van het vermogen tot het actief terughalen van informatie.

Ik heb mijn eerste twee Retrieval Grids zojuist gemaakt en ga er komende week mee aan de slag.

Bronnen:
Retrieval Practice: Strategies
– Kate Jones: Love to Teach – Retrieval Practice Challenge Grids for the Classroom
Mark Anderson: ICT Evangelist – Retrieval Practice Challenge Grid Templates

 


Motiveren is te leren – recensie

juli 26, 2018

 

Motiveren is te leren, Uitgeverij SWP 2018, geschreven door Dirk van der Wulp, is een heel praktisch boek. De schrijver koppelt zijn eigen langjarige ervaringen als docent en mentor aan een grondige wetenschappelijke onderbouwing en beschrijft hoe je de motivatie van leerlingen bij hen kunt terugbrengen. Via concrete voorbeelden wordt getoond hoe de suggesties die de wetenschap biedt een plaats kunnen krijgen in de dagelijkse praktijk in de klas.

Het motiveren van leerlingen is een dagelijkse strijd voor veel mensen werkzaam in het onderwijs. Leerlingen willen wel leren maar niet altijd wat hen wordt aangeboden of op het moment dat het hen wordt aangeboden of hoe het hen wordt aangeboden. Er is voor veel leerlingen zoveel meer dat speelt in hun leven dat zij naar school gaan vooral als een verplichting ervaren die met zo min mogelijk inspanning ondergaan dient te worden.

In het boek wordt getoond dat het stellen van drie verhelderende vragen de motivatie van leerlingen kan aanwakkeren. Die vragen zijn terug te leiden op de wetenschap en komen in verschillende vormen aan bod in andere boeken over het geven van effectieve feedback. Wat wil je? Wat doe je al? Wat ga je doen om te komen waar je wilt komen? Deze vragen worden op drie niveau’s gesteld: taak, proces en zelfregulatie.

Het stellen van deze vragen alleen is nog niet genoeg wordt betoogd. Om ze werkelijk waardevol te kunnen maken is het nodig de leerlingen te laten voelen dat ze ook op school zeker een bepaalde mate van autonomie hebben en dat in verbondenheid haalbare doelen gesteld en bereikt kunnen worden. Om leerlingen werkelijk te motiveren is het nodig om in je didactiek hier zeer bewust mee om te gaan.

Het boek kent een hele duidelijke indeling, waarbij de eerste vier hoofdstukken gaan over de theorie en de onderzoeksresultaten die in meer of minder mate bruikbaar zijn om motivatie te vergroten: zelfdeterminatie, oplossingsgericht werken, feedback en groeimindset, In het vijfde hoofdstuk worden deze samengebracht. Elk hoofdstuk laat voorbeelden uit de praktijk zien en eindigt met een zeer bruikbare sectie ‘concreet in de klas’.

Bij het boek hoort ook de website motiveren is te leren met aanvullende materialen.

Bestellen
– bij de uitgever Uitgeverij SWP

Inhoudsopgave
1. De zelfdeterminatietheorie
2. Het oplossingsgericht werken
3. De kracht van feedback
4. Op weg naar een groeimindset
5. Eenheid in verscheidenheid, de integratie

Over de auteur
Dirk van der Wulp is 38 jaar biologiedocent geweest en 36 jaar klassenmentor. Hiernaast is hij 25 jaar actief geweest als schoolcounselor. Hij geeft trainingen Oplossingsgericht Werken en Excellent Gemotiveerd aan docenten, mentoren en leidinggevenden.


Verwondering – recensie

juli 25, 2018

 

Verwondering – leren creatief en kritisch te denken door vragen te stellen, Ten Brink Uitgevers 2016, geschreven door Dick van der Wateren is niet een standaard boek over onderwijs. Het is een boek over het belang van het stellen van vragen. Het boek leest alsof Dick een oudere, wijze man is met veel ervaringen. en een onvermoeibaar jeugdig hart voor kinderen en onderwijs. (En dat klopt ook, ik ken Dick persoonlijk). Wanneer je het boek leest hoor je Dick praten. Het is een persoonlijk relaas over zijn reis door het onderwijs.

Het boek is niet voor iedereen in het onderwijs. Het is voor hen die zichzelf nog steeds vragen durven stellen en dit ook kun leerlingen willen laten doen. Dick beschrijft hoe hij van zijn uitgangspunt dat alle kinderen nieuwsgierig zijn en dat alle kinderen willen leren is gekomen tot zijn overtuiging dat het stellen van vragen essentieel is. Dat Dick het boek opdraagt aan zijn kleinkinderen toont zijn liefde voor kinderen, vormgegeven als onderwijs.

In het boek wordt uitgelegd wat het belang is van het stellen van de juiste vraag, hoe belangrijk het is dit kinderen aan te leren en hoe je dit kunt doen. Het boek is ook een pleidooi voor het ruimte scheppen in het curriculum voor andere vormen van onderwijs. Leren door het stellen van Grote Vragen en het op zoek gaan naar antwoorden hierop. Dit alles aan de hand van concrete voorbeelden hoe dit in praktijk kan worden en is uitgevoerd. Een van de methoden hiervoor is de brandpuntmethode, door Dick vanuit de Question Formulation Technique omgezet naar het Nederlands. Deze methode heeft Dick inmiddels op meerdere onderwijsbijeenkomsten met succes gedeeld.

Het meest geraakt werd ik door het verhaal van Tirza in het boek. Ik heb Tirza ook ontmoet tijdens de presentatie van het boek en dat raakte mij mogelijk nog meer. Tirza las op haar twaalfde Plato voor haar plezier maar dreigde in de vierde klas af te zakken naar de havo. Tirza raakte gefrustreerd omdat ze geen antwoord kreeg op haar vragen. Als een noodkreet laat ze tijdens een gesprek horen dat ze wil leren. Ze wordt dan gezien en gehoord door Dick en gaat aan de slag. Inmiddels is Tirza summa cum laude afgestudeerd aan het AUC in Amsterdam en heeft ze zomercursussen gedaan aan de City University in New York. Dit doordat haar het net op tijd de juiste vragen werden gesteld, waardoor zij dit zelf ook ging doen.

Ik heb het boek, dat verscheen in oktober 2016, met veel plezier gelezen en lees er af en toe in terug, met evenveel plezier. Ik kon niet anders dan glimlachen toen ik onlangs een vraag zag langskomen op een van mijn sociale media: ‘Wat is een goed Engels woord voor Verwondering?’. Ik heb natuurlijk geen antwoord gegeven.

Bestellen
– bij de uitgever Ten Brink Uitgevers

Inhoudsopgave

  1. Waarom anders?
  2. Goed onderwijs
  3. De kracht van vragen
  4. Grote vragen
  5. Op weg naar een goede vraag
  6. Ten slotte
  7. Bijlagen

Over de auteur
Dick van der Wateren heeft gewerkt als geologisch onderzoeker, wetenschapsvoorlichter en docent natuurkunde, met speciale aandacht voor talentvolle en begaafde leerlingen. Sinds 2017 heeft hij een filosofische praktijk in Amsterdam, De Verwondering, waar hij gesprekken voert met jongeren en volwassenen die op zoek zijn naar helderheid over problemen of kwesties waar zij mee worstelen. Hij schrijft op zijn blog over onderwijs en aanverwante zaken.


When. The scientific secrets of perfect timing – recensie

juli 23, 2018


When, the scientific secrets of perfect timingRiverhead books, Penguin Group 2018, geschreven door Daniel Pink is een boek over tijd. Het boek is niet geschreven voor het onderwijs of over onderwijs. Toch komen er een aantal zaken in voor die het onderwijs direct raken, zoals wat de wetenschap suggereert over hoe laat een lesdag zou moeten beginnen, hoe lang een lesdag zou moeten duren, hoeveel pauze’s er zouden moeten zijn, hoe lang deze pauze’s zouden moeten duren, wat het beste moment is om een toets te geven, wat het effect is van het geven van een toets op verschillende momenten van de dag. De uitkomsten blijken soms verrassend. Toepassen ervan waar mogelijk lijkt een goed idee.

Daniel Pink is een Amerikaan en hij verpakt de wetenschappelijke bevindingen die hij beschrijft in mooie kleine, soms persoonlijke verhalen.

In hoofdstuk 1 introduceert Daniel onderzoek naar het dagelijks patroon in emoties en gedrag dat op velerlei plaatsen zichtbaar is. Voor veel positieve gemoedstoestanden is er een piek in de ochtend, een daling in de middag en een nieuwe piek in de avond. Een piek, een dal, een terugkeer. In hoofdstuk 2 laat hij een aantal voorbeelden zien waar het effect van een pauze wordt getoond. Het meest extreem is dit zichtbaar bij rechters die besluiten over een vervroegde vrijlating van een gevangene: dit percentage stijgt na de ochtendpauze van 0 naar 65% en na de middagpauze van 15 naar 65%. In hoofdstuk 3 wordt getoond hoe wij vaak geen invloed hebben op een starttijd maar soms wel op hoe wij beginnen en hoe wij opnieuw kunnen beginnen bij een valse start en in hoofdstuk 4 en 5 wordt dit uitgebreid naar het midden en naar het eind. Steeds laat Daniel zien wat er bekend is over effecten van het moment van de dag en de omstandigheden en hoe wij daar, hoe beperkt soms ook, mee zouden kunnen omgaan om zaken te verbeteren. Hoe groepen kunnen profiteren van het bewustzijn van het moment wordt in hoofdstuk 6 toegelicht.

Wat zijn nu de uitkomsten voor het onderwijs?
– Dagelijks fluctuaties in prestaties zijn groter dan wij denken. Hiermee rekenen houden is van belang, hoe lastig ook.
– Niet alle activiteiten vereisen dezelfde inspanning. Bij planning hiermee rekening houden is van belang, hoe lastig ook.
– Pauzes leiden tot betere resultaten. Geef leerlingen dus vaker een korte pauze.
– Toetsen afnemen later op de dag, leidt tot slechtere resultaten. Waar mogelijk dus vroeg.

Persoonlijk
Ik vond het zeker geen zonde van mijn tijd om When te lezen. Ik deed dat vooral ’s middags, in de zon in mijn tuin. Ik heb nog meer aanwijzingen gekregen dat mijn keuze om pauzes werkelijk pauzes te laten zijn en mij niet te laten verleiden om toch nog even wat doen of te bespreken een juiste is. Ik ben nog meer overtuigd van de waarde van even wandelen buiten en power-naps.

Bestellen
– bij de uitgever Penquin Random House
– bij andere leveranciers zoals Bol.com, Amazon.com.

Inhoudsopgave
1: The Hidden Pattern of Everyday Life
2: Afternoons and Coffee Spoons: The Power of Breaks, the Promise of Lunch, and the Case for a Modern Siesta
3: Beginnings, Starting Right, Starting Again and Starting Together
4: Midpoints: What Hanukkah Candles and Midlife Malaise Can Teach Us About Motivation
5: Endings: Marathons, Chocolates and The Power of Poignancy
6: Synching Fast and Slow: The Secrets of Group Timing
7: Thinking in Tenses: A Few Final Words

Over de auteur(s)
Daniel Pink is een zeer veel gelezen auteur van o.a. de boeken A Whole New Mind, Drive en To Sell is Human. Zijn werk is in 35 talen vertaald en er zijn meer dan 2 miljoen van zijn boeken verkocht wereldwijd. Zijn TED Talk over de wetenschap van motivatie is een van de 10 meest bekeken TED Talks, met meer dan 20 miljoen views. Zijn RSA Animate video over de ideeën in zijn boek Drive is meer dan 14 miljoen keer bekeken.


Cijfers geven werkt niet – recensie

mei 7, 2018

Cijfers geven werkt niet, Ten Brink Uitgevers/Didactief 2013, geschreven door Dylan William (Embedded Formative Assessment, 2011) en vertaald en bewerkt voor Nederland door René Kneyberr, is een boek met een tamelijk provocerende titel. Het boek gaat in op de vraag van de leraar, hoé kan ik mijn leerlingen effectief kennis en vaardigheden aanleren?  Het werk van John Hattie, in zijn Visible Learning serie boeken, heeft laten zien dat formatieve evaluatie hiervoor een zeer krachtig gereedschap is. Maar hoe leer je leerlingen aan hun eigen werk te beoordelen? Het boek staat vol met tips waarmee je als leraar kunt controleren of je leerlingen het doel van een les begrepen hebben, of de les geland is en wat ze nog nodig hebben aan informatie om het einddoel te bereiken.

Het boek beschrijft dat evalueren op twee manieren kan gebeuren. Formatief, wanneer de leraar op basis van evaluatie het begrip of het leren van zijn uitleg wil verbeteren. Summatief, om tot een oordeel te komen of stof voldoende of onvoldoende wordt begrepen of beheerst. Een evaluatie kan nooit beide tegelijkertijd doen. Formatieve evaluatiestrategiën hebben tot doel de educatieve beslissingen leraren of leerlingen te verbeteren. Hiertoe wordt vastgelegd waar de leerling naar toe gaat, waar hij nu staat en hoe hij gaat komen waar hij naar toe gaat. Dit wordt elders ook wel aangegeven met de begrippen feed up, feedback, feed forward.

Het boek is op plaatsen best confronterend voor de leraar als lezer, terwijl het ook soms een feest der herkenning vormt. Lesgeven is ingewikkeld en het is vaak lastig voor leraren om hun eigen leerintenties en succescriteria te verwoorden.  Duidelijk gemaakt wordt in hoofdstuk twee van het boek hoe belangrijk het formuleren en begrijpen van leerintenties en succescriteria is en wat het verschil is tussen deze laatste twee. Er dient onderscheid gemaakt te worden tussen taakspecifieke en generieke criteria, tussen productgerichte en procesgerichte criteria en ook bij beschrijvingen is het van belang te letten op formeel versus leerling-vriendelijk taalgebruik. Hoofdstuk drie gaat in op het verkrijgen van bewijs van leerresultaten en geeft richtlijnen om gestelde vragen tot goede vragen te maken. Tijd komt langs als belangrijke factor voor het nemen van beslissingen van een leraar, nogmaals uitleggen of doorgaan, welke vooraf voorbereide vragen moet ik stellen? Kennis van de plaats in het leerproces waar de leerlingen zich op dat moment bevinden maakt dit makkelijker dit soort beslissingen waardevoller te nemen.

Hoofdstuk vier laat de waarde van feedback zien en verwijst naar het onderzoek dat laat zien dat cijfers niet werken. Leerlingen die alleen feedback ontvingen presteerden in vervolgopdracht beter dan leerlingen die alleen een cijfer kregen of een combinatie van feedback met een cijfer. Een cijfer stopt het leren. Tegelijkertijd laat dit hoofdstuk zien dat goede feedback zeer lastig is. De feedback dient taakgericht te zijn, op het juiste moment gegeven te worden en niet te vaak of te uitgebreid gegeven te worden. De feedback moet passen om zijn kracht te kunnen tonen.

Het boek bevat een pleidooi om zo min mogelijk cijfers te geven, bijvoorbeeld één per termijn op een middelbare school. Er zijn in plaats hiervan beoordelingssystemen nodig die bedoeld zijn om het leren te ondersteunen en waarin gegevens worden vastgelegd waarmee leraren, leerlingen en ouders kunnen bepalen waar leerlingen zich in het leerproces bevinden.

Het boek maakt zijn provocerende titel wat mij betreft zeker waar en laat overtuigend de waarde van formatief evalueren voor onderwijs en leren zien. Het originele boek is al uit 2011 en de Nederlandse vertaling uit 2013 maar ik heb het boek recent opnieuw gelezen, mede naar aanleiding van discussies met collega’s op school wat formatief evalueren nu precies is en hoe wij dat zelf inzetten in onze dagelijkse lespraktijk. Te weinig is mijn eigen duidelijke conclusie en ik raad iedereen die meer of minder bekend is met het begrip formatief evalueren van harte aan dit boek aan te schaffen. Er is de nodige discussie over wat formatieve evaluatie nu precies betekent en er wordt in dit kader vaak gesproken over formatief toetsen of formatieve assessment, wat tot de nodige (spraak)verwarring kan leiden. Dit boek helpt deze verwarring op te lossen. Voor geïnteresseerden die hiermee nog niet bekend zijn is de facebook groep ‘Actief leren zonder cijfers‘ zeker ook een aanrader om je bij aan te sluiten.

Het boek eindigt met een handig en bruikbaar overzicht van de ruim dertig praktische technieken die in de verschillende hoofdstukken aan de orde zijn gekomen en die een belangrijke essentie van het boek vormen. Zij maken het boek zo waardevol. De technieken geven aan hoe er concreet in de klas kan worden omgegaan met de besproken theorie. Natuurlijk sluit het boek met een lijst met referenties voor een ieder die zich meer wil verdiepen in een of meer van de besproken onderwerpen.

Bestellen
-bij de uitgever Ten Brink Uitgevers/Didactief

Inhoudsopgave
1: Wat is formatieve evaluatie
2: Verduidelijken, delen en begrijpen van leerintenties
3: Verkrijgen van bewijs van leerresultaten
4: Feedback die het leerproces stimuleert
5: Leerlingen activeren als bron voor elkaar
6: Leerlingen activeren als eigenaars van hun leerproces

Over de auteur(s)
Dylan William is voormalig docent en verbonden geweest aan het Institute of Education aan de Universiteit van Londen en aan de Educational Testing Service in Princeton. Hij werkt nu over de gehele wereld met docenten en heeft meer dan 10 boeken geschreven, vooral over formatieve evaluatie. René Kneyber is wiskundeleraar, lid van de Onderwijsraad, columnist van dagblad Trouw en schrijver van een aantal boeken over onderwijs, waaronder Orde houden in het voortgezet onderwijs, Het Alternatief en Neem gewoon ontslag. Hij is ook uitgever van andere boeken over onderwijs via Uitgeverij Phronese.


%d bloggers liken dit: