Ooit gaf ik Lisa les

september 7, 2016

ooit-gaf-ik-lisa-les-luister-2-keer

Er zijn veel leerlingen die ik nooit zal vergeten.

Als docent Mens en Natuur gaf ik ooit les aan Lisa. Dit was aan het begin van mijn baan als docent, daarvoor was ik onderzoeker en begeleider van studenten op verschillende Universiteiten geweest. De overstap van volwassenen begeleiden naar kinderen onderwijzen bleek gelukkig een kleinere dan ik eerst had gevreesd. De eerste twee jaar van mijn baan, die ook de eerste twee jaar waren dat ik Lisa les gaf, deed ik vrijwel alles vooral vanuit het boekje. Bijna letterlijk, voor zover het de lessen en de het volgen van de methode betrof, en ook in alles daarbuiten deed ik wat ik dacht dat goed was. Ik was goed voorbereid op het wat van het lesgeven maar wist nog weinig van mijn hoe.

Lisa was vaak absent die eerste twee jaar dat ik haar les gaf. Soms een halve dag. Soms een paar dagen.

Bij leerlingbesprekingen keek ik mijn ogen uit en flapperden af en toe mijn oren. Ik was verbaasd over hoe gemakkelijk er door sommige collega’s werd gesproken over leerlingen. Volkomen oprecht en met de beste intenties, daar twijfelde ik niet aan, maar ook zo rechtlijnig en zo hard. Soms ook zo zonder feiten en op een cynische toon, met weinig ruimte laat staan compassie voor de leerling die op dat moment onder het vergrootglas lag. Opvallend was voor mij ook de invloed van die paar docenten die altijd zo zeker waren van hun zaak. De haantjes, hoewel het bijna even zo vaak vrouwen waren.

Lisa ging gewoon over dat tweede jaar. Zij zat net niet in de bespreekmarge, de grijze zone voor overgang. Wel werd zij elke reguliere leerlingbespreking genoemd. Zij was zo vaak absent. Dat moest toch niet kunnen? Gescheiden ouders of niet.

Het derde jaar gaf ik Lisa biologie. Zij vond biologie leuk en ik vond haar een leuke leerling, niet alleen omdat ze mijn vak leuk vond. Als ze er was stelde ze vragen, goede vragen, uitdagende vragen. Ze was geïnteresseerd en praatte liever over het onderwerp dan dat ze er opdrachten over maakte uit een boek. Lisa was een van de tweeëndertig leerlingen in haar klas. Haar absenties werden wat talrijker dat jaar. Haar cijfers voor mijn vak bleven prima. Het viel mij op dat zij een zeer goed geheugen had en feilloos wist te herhalen wat ik zes lessen geleden had verteld.

Lisa ging met de hakken over de sloot over in het 3e jaar. Zij had een tekortpunt teveel en was dus met grijs gemarkeerd. ‘Met zo’n houding verdien je geen overgang.’ De woorden die ik nooit heb begrepen en nooit zal vergeten. De discussie was hevig, de stemming 8-7 voor overgang.

Het vierde jaar is mogelijk het zwaarste jaar voor leerlingen van het vwo. De overgang van jaar drie naar jaar vier is groot. Alle vakken gaan de diepte in, alles is onderdeel van en telt mee voor het eindexamen. De docenten zijn vaak anderen, ze zijn van de bovenbouw. Menigmaal meer afstandelijk en meer op de inhoud. Er is in de beleving van deze docenten weinig tijd voor iets anders dan feiten in lichamen persen. Dat is tenslotte ook de kern van het vak van docent. Toch?

Lisa haalde het niet meer in klas vier. ‘Zie je wel?’ Het gelijk van een docent als een pijl in het hart van een leerling voor wie school niet alles kan zijn.

Lisa kwam zo in mijn mentorklas. Ik was al een aantal jaar mentor van dezelfde groep leerlingen en ging met hen mee van klas tot klas. Dat was ongebruikelijk op de school waar ik toen werkte maar mijn persoonlijke pleidooi om dit te mogen doen werd jaarlijks gehonoreerd. Lisa kwam in een groep leerlingen die zij niet kende en die haar niet kenden. Dit bleek geen enkel probleem. Binnen een paar dagen had zij haar plek gevonden, zoals altijd achteraan in de klas, met drie meiden die ook net even iets anders waren.

“Hoi Lisa, hoe is het met jou?”
“Ok. Dan vertel ik het verhaal nog wel een keer.”
Lisa vertelt mij haar verhaal. Het verhaal dat ze ook al aan drie andere mentoren heeft verteld en aan de zorgcoördinator en aan de twee teamleiders die ze inmiddels had gehad. Zij vertelt haar verhaal routineus maar ook zelfverzekerd en pijnlijk genoeg met een toon die aangeeft dat zij denkt dat haar verhaal ook nu niet weer echt zal landen.
“Wat kan ik voor jou doen?”
“Niet veel.”
“Dan ga ik dat doen.”

Lisa’s verhaal is het verhaal zoals dat van andere leerlingen. Toch is voor al die leerlingen hun verhaal uniek. Lisa’s ouders zijn gescheiden op een onvriendelijke manier. Lisa woont bij haar moeder, die twee banen heeft om de kinderen te kunnen onderhouden. Door de twee banen is de moeder van Lisa niet zo vaak thuis. Lisa heeft een gehandicapt broertje. Lisa is dol op hem en verzorgt hem zo veel ze kan. De tijd en de aandacht van de ouders was voor de scheiding vooral gericht op het broertje. Lisa begrijpt dit volkomen maar voelt toch ook een gemis. Een gemis wat ze niet mag benoemen.
Lisa heeft een paar goede vriendinnen, al vanaf de basisschool. Zij delen hun lief en leed. Op wie zijn zij? Waarom zijn er zo weinig jongens op hen? De problemen van de vriendinnen groeien met de puberteit, Lisa deelt steeds minder die van haar. Zij kan het aan, denkt zij, als het mag op de manier die zij kiest.

De tweede keer klas 4 haalt Lisa op haar sloffen.

“Ik wil het toch nog een keer met je over Lisa hebben. Zij is zo vaak afwezig en dan heeft ze haar huiswerk ook nog eens niet gedaan als ze er wel is.”
“En hoe gaat het met haar cijfers?”
“Ja, voor mijn vak prima, maar het kan toch niet dat een leerling zo veel lessen mist!”

“Ik ben niet te spreken over de houding van Lisa. Zij weigert opdrachten te maken.”

Bij de overgang van klas 4 naar 5 en van klas 5 naar 6 wordt Lisa niet besproken op grond van haar cijfers. Zij gaat gewoon over op eigen kracht. Bij de tussentijdse leerlingbesprekingen komt zij wel steeds aan bod. Ze is geen gemiddelde leerling. “Ze is gewoon lui.” “Ze is eigenwijs.” “Zij kan wel zeggen dat ze liever samenvattingen maakt, maar ik geloof daar niet in.” “Zij houdt zich niet aan de regels, dat kan niet!” Het onbegrip van sommige van mijn collega’s voor een leerling met een onbeschrijfelijk persoonlijk probleem vreet op die momenten aan mij. Maar mijn doel is steeds duidelijk en als ik reageer naar mijn collega’s zie ik het gezicht van Lisa tijdens onze gesprekken voor mij . De innerlijke kracht die zij uitstraalt vertaal ik naar mijn zo zorgvuldig mogelijk gekozen woorden.

“Het liefst ligt ik in bed. Dan sta ik op en loop rond door het huis in mijn ochtendjas. Ik hoef dan niet naar school te fietsen. Ik hoef dan niet te luisteren naar dingen die ik al weet. Ik hoef dan niet te kijken naar mensen die het zogenaamd beter weten. Ik drink een kop thee en pak een lesboek. Ik lees en leer. Ik kom heus wel naar school om dingen te vragen als dat nodig is. Maar dat lukt mij niet elke dag. Elke dag moet ik een keuze maken. Wat is het beste voor mij? Ik snap dat er regels zijn. Maar snappen de regels dat ik er ben? Ik begrijp dat het gemakkelijk is voor docenten en voor school om mij te verplichten om dingen te doen. Ik zou willen dat zij begrijpen dat het niet altijd voor alle leerlingen gemakkelijk is om hieraan te voldoen. Ik ben vaak zo moe.”

“Heb jij tegen Lisa gezegd dat ze deze week niet aanwezig hoeft te zijn?”
“Nee. Zij heeft mij gevraagd, omdat ze deze activiteiten afgelopen jaar al heeft gedaan en afgerond en er geen reguliere lessen zijn, wat ze zou moeten doen. Ik heb haar gezegd dat ik dat niet wist.”

“Heb jij tegen Lisa gezegd dat je het onzin vind dat het haar een herkansing kost omdat ze een toets heeft gemist doordat ze zich heeft verslapen?”
“Ja.”

“Ik vind het knap van Lisa. Met alles waar zij mee te maken heeft doet zij het toch heel goed.”

“Ik snap niet dat Lisa zulke goede cijfers haalt. Ze is er bijna nooit.”

“Lisa is geen goed voorbeeld. Stel je voor dat ander leerlingen ook zo vaak wegblijven!”
“En ook gewoon goede cijfers blijven halen?”

Tot en met klas 6 blijf ik mentor van Lisa. Ik spreek niet vaak met Lisa en onze gesprekken zijn altijd kort. Dat is hoe wij het beide willen. Ik voel dat we elkaar begrijpen. Ik kan niet anders dan hopen dat wat ik voel juist is. Wat ik kan doen doe ik.

Lisa heeft het eindexamen helaas niet in 1 keer gehaald. Voor één van haar vakken haalde ze slechts een 3.0. De docent van dit vak had haar in klas 3 gezegd dit vak niet te kiezen in haar profiel omdat ze het niet zou kunnen. Hij deed dit naar zijn vermogen, naar zijn beste inzicht, met de beste bedoelingen, toch had een andere insteek haar verder gebracht. Hier heb ik haar helaas onvoldoende kunnen helpen. Hier had ik eerder bij moeten zijn.

Lisa heeft besloten dat de middelbare school haar niet verder zou brengen en zij heeft de VAVO gedaan. Ze heeft het vak waarvoor ze op de middelbare school een 3.0 haalde afgerond met een 8,2. De omstandigheden  Lisa heeft inmiddels haar Master afgerond en zij werkt bij een bedrijf dat haar verhaal niet kent.

Ooit gaf ik Lisa les. Ik hoop dat ik haar iets meer heb kunnen geven. Ik denk het. Lisa is nu gelukkig. Wij volgen elkaar op Facebook.

Ooit gaf ik Lisa les. Ik heb veel van haar geleerd. Dank je, Lisa.

Ooit gaf Lisa mij les.

 


Dit verhaal is ontstaan als respons op het verzoek aan de Edubloggers van HetKind om naar aanleiding van de eerste onderwijsavond van het Nivoz, verzorgd door Gert Biesta ‘De terugkeer van de pedagogiek’, zelf onze gedachten te laten gaan over de (veranderende?) rol van de pedagogische component van ons onderwijs.
De naam Lisa is gefingeerd, de leerling die het betreft heeft haar toestemming gegeven voor het deels delen van haar verhaal.

Advertenties

En de tafels gaan direct weer in rijtjes van twee

mei 16, 2016

Maatschappijleer 2016-05-16_1652

2Doc: Maatschappijleer volgt het eerste half jaar van Daan als docent maatschappijleer op een middelbare school. Hij ontdekt door schade en schande hoe ver de theorie en praktijk van het lesgeven uit elkaar liggen. Daan volgt de eerstegraads opleiding Maatschappijleer aan de universiteit en begint in augustus 2015 vol goede moed aan zijn carrière als docent op een middelbare school in Tilburg. Zijn ideaal: een inspirerend docent zijn en de leerlingen afleveren als zelfstandige burgers met verantwoordelijkheidszin. Maar naarmate het eerste semester vordert, blijkt de realiteit weerbarstig. Lukt het Daan om zijn eigen stijl van lesgeven te vinden, en tegelijk ook om de leerlingen echt te bereiken? De uitzending is maandag 16 mei, NPO2, 20:55 uur.

Ik heb Daan gesproken. Afgelopen dinsdag. Daan sprak met een Brabantse toonval, waarvan hij zelf vond dat hij wel meeviel, en zat naast me in een klas op een school in Gouda, de Goudse Waarden. Op deze school was een voorvertoning van de documentaire ‘Maatschappijleer’, gevolgd door een discussie met docenten van deze school. Er gaan nog negen van deze bijeenkomsten op scholen volgen.

De tafels staan tijdens het bekijken van de film en de daaropvolgende discussie in een Open U. Ik had de film vooraf al mogen bekijken en zag hem nu dus voor de tweede keer. Beide waardevolle ervaringen. En verschillend.

Ik was ruim op tijd, maar stond bij het verkeerde gebouw. Bij het goede gebouw was de conciërge even niet aanwezig. Toen hij was gevonden bleek hij van niets te weten. Gelukkig brachten mobieltjes uitkomst. Er waren er meer te laat. Niemand mopperde. Zo gaat dat nou eenmaal wel eens in het onderwijs. We begonnen dus gewoon iets later.

De film start. Ik kijk rond.
Gekruiste armen, geconcentreerde blikken. Reacties vooralsnog intern.

‘Waar zijn je lesvoorbereidingen?’ Gelach, niet al te hard.
Opleiders en begeleider hameren vaak op structuur  Daan wil vrijer. Kan structuur vrijheid brengen? Moet je valkuilen (her)kennen om ze te vermijden? Kun je er op gevoel langs? Doodt structuur gevoel?

‘Door opschrijven wordt het duidelijker.’ Daan knikt, omdat hij hiervoor heeft gekozen.
Is dat zo?

‘Als jij het niet vervelend vindt.’ De begeleider is al opgestaan voor hij deze woorden heeft gesproken en neemt een stukje les over. Er wordt nu harder gelachen. Geroezemoes, onderlinge interacties, de docenten worden even leerlingen.
Is stilte nodig? Hoe lang kan in stilte luisteren effectief zijn? Hoeveel mis je als je niet stil bent?

‘Doelen operationaliseren’, zegt Daan. Ik schrik van zijn woorden.
De interactie is de essentie. Iemand moet het gesprek beginnen. Ook al gaat het nog zo traag. Zien doet begrijpen. Het kost moeite om te kijken om te zien.

Dan is Daan er een tijdje niet. Hij is er natuurlijk wel, maar niet op school. Hij twijfelt. Hij is aan het leren.

Daan komt terug en laat ze hun mobiel gebruiken en de leerlingen doen mee. Daan is hun wereld ingestapt en dwingt ze niet in die van hem.

Ze gaan voetballen. De leerlingen van Daan met zij die in de buurt wonen maar van ver komen. Daan heeft de eerste stap geregeld, zijn leerlingen zetten de volgende.

Er volgt een discussie over de film. Met vooraf bedachte vragen en betrokken docenten. Docenten die daar zitten in hun ‘vrije tijd’, omdat zij daarvoor hebben gekozen. Het gaat over burgerschap en vorming daarvan. Het gaat over kennis versus kunde. De docenten delen graag, zij praten graag. Soms teveel, maar wel vanuit drijvende kracht. Het gaat over #onderwijs2032 en burgerschapsvorming. ‘Dat doen we allemaal al!’ De ontzuiling heeft een groot effect gehad op het onderwijs. ‘Een docent moet het ook maar allemaal kunnen.’
Diversiteit van docenten sluit aan bij en levert diversiteit van leerlingen. 
De obstakels? ‘Tijd!’ ”Programma’. ‘Klasgrootte.’ ‘Rooster.’ Welke vraag je ook stelt, deze antwoorden komen altijd terug.

Er is ook iemand van de schoolleiding aanwezig en zij zegt iets dat zo overduidelijk is dat het vaak wordt vergeten. ‘Het gaat niet om geld, het gaat om keuze’s. Ruimte is er genoeg.’
En wie neemt hem of geeft hem? Wie laat toe dat hij wordt genomen?

Het zien van de film bracht mij terug naar mijn eigen tijd als stagiair. Ik had een begeleider van de ‘oude’ stempel, directief, overtuigd van haar eigen gelijk. Ik had collega’s met een verdorde blik, murw door wat telkens weer had gemoeten en wat zij zo toch goed mogelijk hadden proberen te doen. ‘NIET ZO WORDEN.’  Dat is wat ik mij toen voornam en gelukkig altijd heb onthouden. Ik zie dat het kan gebeuren, ik zie waardoor het gebeurt. Maar ik niet. Daan niet.

De film en de discussie stelden mij ook twee vragen. Wat is burgerschap en doe ik iets aan burgerschapsvorming? Voor mij is burgerschap bewust deelnemen aan de maatschappij. Ja, ik doe er iets mee in mijn lesgeven, door als docent mezelf en dus burger te zijn, daar waar het past, daar waar het kan. Eerlijk, zonder masker. Gewoon, gewoon.

Daan doet zijn best de wereld zijn lokaal in te halen. Maar hij doet meer. Hij gaat verder. Hij neemt zijn leerlingen de wereld in. Letterlijk. En hij laat ons zien dat het werkt. Hoe belangrijk ze ook zijn, Daan laat ons zien dat het niet gaat om lesvoorbereidingen op papier, met vakjes en vinkjes. Het gaat om leren. Dat Daan dat heeft geleerd is duidelijk.

In één les heeft Daan het jaar voor zijn leerlingen gemaakt.

Daan heeft op het moment van dit schrijven nog geen baan. Hij verdient er wel een. Ergens is er een school die Daan verdient. Ergens zijn er leerlingen die Daan verdienen. De maatschappij verdient Daans. Daans maakt meer dan vakkenvullers. Daans verbinden. Daans maken burgers.

Zodra de discussie is afgelopen staan de docenten op. Zij maken direct van de Open U weer rijtjes van twee.

Toch zijn er zaadjes gepland. Er zijn docenten van deze school die gaan nadenken over Daan en hoe hij zijn leerlingen de wereld in bracht. Zij gaan dit ook doen, dat zie ik.

Dank je, Daan.

Bron: http://www.vpro.nl/programmas/2doc/2016/Maatschappijleer

Daan en telefoontjes CiWE86JW0AA0nyO


Blogparade

mei 3, 2016

Blogparade Notiz

Wat is een blogparade?

Een veelkleurig beest met een kop en een staart. Een serie bij elkaar horende blogs over een onderwerp, geschreven door verschillende bloggers. Verschillende ervaringen en meningen over een onderwerp, verzameld binnen een vooraf vastgelegde termijn. Een kop door de eerste blog, waarop wordt gereageerd. Een staart door de laatste blog, waarin alles wordt samengevat. Een andere manier om informatie te verzamelen en te delen.

Hoe werkt een blogparade?

Een blogger doet een oproep aan andere bloggers om over een bepaald thema te schrijven. De initiatiefnemer bepaalt de duur van de blogparade en de voorwaarden.

Om te zorgen dat de berichten worden gekoppeld dienen alle bloggers

    • een link naar het oorspronkelijke artikel te plaatsen bij de eigen bijdrage én
    • een korte reactie te geven onder het oorspronkelijke bericht met een link naar de eigen bijdrage.

Na beëindiging van de blogparade schrijft de initiatiefnemer een blog met conclusie ter afsluiting. Links naar de blogs van allen die hebben bijgedragen worden hier geplaatst.

Een mogelijkheid om richting en inhoud te geven aan een blogparade is te starten met een aantal vragen, de ‘blogstokjes’, die alle bloggers beantwoorden en doorgeven (en indien gewenst mogelijk nieuwe toevoegen).

Een voorbeeld als een start.

Liever dan een voorbeeld geven start ik liever direct. Deze eerste Nederlandse blogparade gaat over de invloed van leerlingen op hun docenten en de lessen die zij ontvangen.

Zij start NU en loopt tot en met 3 juni.

  1. Hoe ervaren leerlingen onze lessen?
  2. Hoe laten wij ons leiden door de ervaringen van leerlingen bij de invulling van onze lessen?
  3. Hoe kunnen wij leerlingen laten deelnemen aan het verbeteren van onderwijs?

Wil je meedoen?

Schrijf dan een blog waarin je jouw antwoord geeft op bovenstaande vragen.
Zet in jouw blog een link naar deze blog.
Geeft onder deze blog een korte reactie met een link naar jouw eigen blog

Ik ben erg benieuwd naar alle reacties!

Vervolg?

Mocht er voldoende interesse zijn voor blogparades is een volgende stap ze te gaan verzamelen, zodat er een overzicht ontstaat. Deze verzameling zou dan bijvoorbeeld kunnen heten: ‘Hoe wij het onderwijs nog beter kunnen maken.’ Mocht je een eigen blogparade willen starten meld dit dan ook onder deze blog en dan zal ik op enigerlei wijze een verzameling aan gaan leggen.

Bronnen: 
– http://komenskypost.nl/?p=137#more-137
– http://internetblogger.biz


Maatwerk of standaard?

april 28, 2016

Standaard of maatwerk klompen One-Size-Does-Not-Fit-All

Het verhaal van een vader die voor het eerst in zijn leven opgeroepen wordt om op school te verschijnen. Het verhaal van een Amerikaanse vader, die opstaat voor zijn dochter. Een verhaal over voldoen aan de standaard of maatwerk zien. Een verhaal dat als overdreven kan worden afgedaan of als extrapolatie van dagelijkse praktijken. Ik vond het de moeite van het vertalen waard.

“Uw dochter verstoorde de les”.

Het was als een pijl door mijn hart. Ik keek naar haar. Er waren sporen van tranen in haar gezicht. Ze keek naar haar schoenen. Ze begon zachtjes te huilen. De directeur ging verder met zijn monotone veroordeling, terwijl ik naar mijn dochter liep, naast haar knielde en haar omhelsde.

“Meneer T, dat is echt niet gepast…”

Ik negeerde hem. “Is alles goed?”, vroeg ik haar. Ze keek naar me, knikte, probeerde haar huilen te smoren.

“Wat is er gebeurd?”, was de simpele vraag die ik stelde aan de directeur, met moeite mijn superkracht om in zijn hoofd te kijken onderdrukkend.

“Uw dochter probeerde haar wiskunde leraar te verbeteren. De leraar legde uit dat zij het verkeerd zag, maar zij bleef volhouden dat ze gelijk had”.

Ik lachte.

Ik wist dat zij gelijk had en de leraar niet. Ik kon niet wachten om het te horen.

“Wat was de vraag?”, vroeg ik de directeur, die op het punt stond mijn gelach te pareren.

De leraar was ook aanwezig en sprak. “De vraag was, wat is het grootste getal dat met 3 cijfers weergegeven kan worden. Ik zei dat dit 999 was, uw dochter was het hier niet mee eens”.

Op dat moment dacht ik, ‘Oh-oh, WTF was zij aan het denken?’

Toen sprak mijn dochter, boosheid doorklinkend in haar stem, “O ja? Vertel mij dan wat 9 tot de 9e tot de 9e is dan?”

Tring! Ze had gelijk! Goed gelezen wordt er niet gevraagd naar het grootste 3-cijferige getal, wat door mijn hoofd ging toen ik de vraag hoorde. De vraag was een getal te verzinnen bestaande uit 3 cijfers, dus exponenten waren niet uitgesloten.

Ik keek naar haar en glimlachte en zei, “Top! Je hebt 100% gelijk!.” Ik gaf haar een high-five. Ze glimlachte. Toen kwamen er wat tranen van vreugde terwijl ze lachte. Ze wist dat ik haar steunde.

“En? Wat zeggen jullie nu?,” vroeg ik, terwijl ik opstond.

“Dat is niet het juiste antwoord,” hield de directeur vol.

“Echt wel!,” was mijn reactie.

“We hebben exponenten nog niet behandeld,” voegde de leraar toe.

En zo ging het door. Een half uur lang toonde ik hen de hel. Ik vroeg om een compromis. Het antwoord van mijn dochter zou niet fout gerekend worden, door de onduidelijkheid in de vraag. Ik zou niet aandringen op het fout rekenen van de antwoorden van alle andere kinderen, omdat exponenten nog niet behandeld waren.

“U begrijpt het niet,” zei de directeur. “Dit is een gestandaardiseerde, nationale toets. Wij kunnen haar cijfer niet aanpassen.”

Toen vroeg ik hen om haar ‘echte cijfer’ op haar uiteindelijke rapport te vermelden. Zij weigerden. Dat maakte mij boos.

Het is namelijk zo dat mijn dochter, al vijf jaar achter elkaar, hetzelfde cijfer heeft voor wiskunde: een 10. Ze haalde een 10 op elke toets die ze maakte. Ze heeft een unieke geest.

Vier jaar later werd ik opnieuw bij een wiskunde leraar opgeroepen. Deze keer was het voor geometrie. De leraar had uitgelegd dat driehoeken altijd gezamenlijk 180 graden zijn, altijd. Mijn dochter dacht daar een paar minuten over na, stak haar hand op en zei, “ik weet hoe je de drie hoeken van een driehoek tot 270 graden kunt laten optellen.”

En dat deed ze. Alles wat ze hiervoor nodig had was naar de globe in de hoek van het klaslokaal kijken. Toen de leraar zei dat het ‘onmogelijk’ was om een driehoek te maken die tot 270 graden optelde, corrigeerde ze hem met een een ongelofelijk voorbeeld. Wanneer je een driehoek tekent op een globe, met elke hoek 90 graden, kun je de Noordpool verbinden met de evenaar, de lijn van de evenaar kan dan 90 graden om de globe gaan, de Noordpool kan dan via een lijn met een hoek van 90 graden deze lijn ontmoeten. Driehoeken op gebogen oppervlakken kunnen opgeteld meer, of minder, dan 180 graden zijn, afhankelijk van de convexiteit of concaviteit van het oppervlakte.

In dit tweede voorbeeld belde de leraar mij om mij te feliciteren met het opvoeden van een zo briljant dochter. Terug naar het eerst voorbeeld…

Het echte gevecht begon toen ik thuiskwam. Ik zocht de formele procedure op hoe een onafhankelijke derde partij in te schakelen bij een verschil van mening over een nationale examenvraag. Dit was veel werk. Ik ontmoette de rector van de scholen, die de directeur belde, die de wiskunde docent meebracht naar een volgende bijeenkomst. Deze in de provinciale hoofdstad.

Hun gezichten waren niet langer zelfverzekerd en arrogant toen ik de kamer binnenliep. Integendeel, ik voelde angst. Echte angst. Zij zagen wit als geesten.

De toon was geciviliseerd. De leraar begon met ingestudeerd verhaal over hoe briljant mijn dochter is, en kwam vervolgens met het onvermijdbare: “…maar…”

De rector knikte.

“Meneer T, de enige manier waarop ik Uw dochter punten kan geven voor dat ene antwoord,” (en hij benadrukte heel duidelijk dat woordje ene) “is naar de nationale organisatie voor onderwijs gaan en voor iedereen die de test heeft gemaakt hun antwoord fout laten rekenen.”

Verbazingwekkend voor mij, dacht hij dat mij dit zou doen terugtrekken.

“Ok. Doe dat.”

De drie aanwezigen. al half opstaand van hun stoelen bevroren voor een moment.

“Excuseer?,” zei de rector.

“Ik zei, doe het. Zoals in, zorg dat het gebeurt. Zoals in, onderneem de benodigde actie.”

Zij gingen weer zitten. Een uur lang probeerden zij mij te overtuigen. Uiteindelijk, kwamen er compromissen. Mijn dochter zou een score van 10 ontvangen, de anderen zouden geen puntenvermindering krijgen. Tenslotte, het was nu twee maanden later, enz. enz. enz.

“Nee. Ik gaf jullie deze mogelijkheid en jullie wezen hem af. Ik wil dat in elk examen in het land dat 999 als antwoord heeft dit wordt fout gerekend.”

Er was een advocaat nodig en drie maand, maar het resultaat kwam er. Mijn dochter scoorde als enige een 10 op dat examen, niet alleen in haar klas, maar in het hele land.

Het maakte mij niet uit wat het kostte. Het maakte mij niet hoeveelheid moeite het nam. Het maakte mij niet dat een volledig ministerie duizenden uren extra werk kreeg om tot uitvoering over te gaan.

Ik gaf om een individu die de de mogelijkheid had de geest van mijn dochter te vormen en haar had laten huilen toen zij gelijk had en hij wist dat zij gelijk had. Dit had zo veel beter afgehandeld kunnen worden door de bazen die beschikken.

Vergeet voor een moment dat het mijn dochter was. Het echte trieste is, zien hoe een unieke geest mishandeld wordt om het briljant zijn. Hoe vaak gebeurt een vergelijkbaar iets in ons land, in de wereld. Hoeveel leraren smoren de zachte roep van briljante leerlingen die verlegen achter in de klas zitten?

Mijn dochter is nu eerstejaars op de universiteit. Ik vocht hard voor hard en zal dit blijven doen. Ik herinner haar vaak aan een quote van Samuel Clemens, beter bekend als Mark Twain.

“I never let schooling interfere with my education.”

Laat de standaard nooit in de weg staan bij het onderwijs van (jouw) kinderen.

Large Group of Multiethnic People with Speech Bubbles

Bron: http://architectureandengineering.ws/2016/03/19/number-you-can-represent-with-3-digits/

 


26 letters die lesvrijeperiode spellen

april 27, 2016
26 letters life ello-optimized-c7d07c0f

By @maurogatti

Het is momenteel vakantie lesvrijeperiode. Wat doet een docent dan? Een schilderijtje in 26 letters.

1. Achterstallige administratie

Er blijft nog wel eens wat liggen, privé en voor school. Dingen die niet direct hoeven, die in steeds grotere mate zodra deze periode nadert ‘nog wel even kunnen wachten’ tot de lesvrije periode. Nu dus.

2. Auto APK

De auto is nodig om bij school te komen. Nu kan het even zonder. Al jaren zo. Voel alleen tijdens het rijden weer niet dat hij 1000 euro meer is waard geworden.

3. Agenda aanvullen

Wat gaat er in periode 4 allemaal aanvangen en eindigen? Wat ‘moet’ er en wat is optioneel? Wat wil ik gaan doen en waar heb ik ruimte voor, of kan ik die maken?

4. Blij bijkomen

Die eerste dag. Wat zal ik gaan doen? Er is van alles te doen en ik mag kiezen. Ik doe dan niks. Ik kom blij bij.

5. Bestellingen bevestigen

Er is toestemming binnen voor aangevraagde materialen om nieuwe practica mee te kunnen doen. Bestellen dus, wel even alles goed controleren, voor we op de knop gaan drukken.

6. Dunnere druk

Even geen 205 leerlingen die in groepen van 25 tot 30 langskomen en iets van jou verwachten. En dat terecht doen. Even geen deadlines voor toetsen of herkansingen. Even geen gesprekken.

7. Excursies effectueren

Gesproken met schoolleiding en sectie en afspraken gemaakt over mooie activiteiten voor onze leerlingen. Nog wel even de details regelen, de datum, de begeleiders, de bus, het museum, de lesuitval. Dat soort dingetjes.

8. Geen geluid

Even geen leerlingen die in groepen van 25 tot 30 bij elkaar komen in jouw lokaal en juist daar elkaar moeten vertellen wat zij elkaar moeten vertellen. Even geen 800 leerlingen in een aula die noodgedwongen boven elkaar moeten uitschreeuwen omdat er ergens een is die niet snapt dat zacht praten ook kan.

9. Heimelijk hopen

Dat de volgende periode iedereen rekent houdt met ieder ander. Dat de volgende periode iedereen echt zijn best doet. Dat de volgende periode iedereen ziet dat iedereen zijn best doet. Dat de volgende periode minder tijd verloren gaat aan repareren.

10. Inschrijvingen indienen

Er gebeurt zoveel moois op het gebied van onderwijs. Activiteiten van The Crowd, bijeenkomsten van MeetUp010, onderwijsavonden van HetKind, aanvragen van Kennisnet, Vodafone, het AOB. Ik schrijf er in voor een paar, allemaal is niet te doen, les geven blijft de essentie.

11. Kappertje knip

De haren worden zo eens in de 8-9 weken geknipt. Daarvoor is een lesvrijeperiode dus uitermate geknipt.

12. Lekker laden

Lezen en luisteren, zien en voelen, meer input dan output, de batterij andersom.

13. Lessen leven geven

Er is het boek. Er is het opdrachtenboek. Er is het antwoordenboek. Er is ook het leren, niet altijd te vangen in boeken. Lessen voorbereiden dus, lessen levend maken.

14. Nachtelijk Netflixxen

Als het zo uitkomt een film of serie gewoon even afkijken. Dat kan deze week. Vaak wint de slaap het. BAM! Er zit dan nu ook een barst in de iPad mini 😢

15. Onvermijdelijk opruimen

Van alles heeft zich op onopvallende wijze opgestapeld op het bureau, in de kamer, in de tuin, op de zolder (“even weggelegd”). Altijd te weinig 😜.

16. Prachtige plannen

Al het lezen en laden en wandelen en rust leiden tot prachtige plannen. Een deel belandt in de agenda, een deel in de studiewijzers, een deel in de map prachtige plannen.

17. Relatieve rust

Niet elke 45 minuten een bel. Geen agenda vol van 08.15 uur tot 20.15 uur.

18. Slapen slapen

Slapen. Iets meer dan gewoonlijk.

19. Tandje trager

Het hoeft even niet meer allemaal zo snel, dat is best lekker wel. Zelfs de trap op en neer duurt wat langer.

20. Toetsen testen

Toetsen worden gemaakt en besproken. Daarna vaak vergeten. Dat is jammer. Wat is er geleerd van de toetsen? Door mij en door mijn leerlingen? Waar kunnen zij anders zodat zij beter zijn? Tijdrovend en nuttig werk.

21. Vrolijke voorbereidingen

Verzinnen van lessen met fijne vormen en grappen en kwisjes met humor. Lachen tijdens het verzinnen, schrappen of toch niet? Waar liggen grenzen? Liggen die van mij toch iets verder?

22. Viervoeters verwennen

Na elke lesdag word ik door mijn viervoeters vrolijk verwelkomd. Ik geef ze veel terug. Deze periode nog wat meer. Wie geef jij wat meer terug als je wat meer tijd hebt?

23. Wekkerloos wakker

Meer nog dan anders, vaak ietsje later.

24. Weiniger wachten.

Op collega’s die te laat komen bij een vergadering, of in een rijtje bij de kopieermachine. Of in de file.

25. Zomerse zotheid

Die bewaren we tot de zomervakantie, de enige lesvrijeperiode die ook echt vakantie is 😄.

26. Zo! Zomaar.

Een lijstje. Wat vind jij?

 

PS: in de lesvrijeperiode mag de docent een beetje vals spelen met zijn 26 letters!


Daan en het begin van de Maatschappijleer

april 27, 2016

Op 16 mei zal door de VPRO op NPO 2 – om 20.55 uur – de documentaire 2DOC: Maatschappijleer worden uitgezonden. In de film wordt de 26-jarige Daan Faasen gevolgd als student van de Academische opleiding Maatschappijwetenschappen, bij zijn eerste stappen in de lespraktijk op het Theresialyceum in Tilburg. Wat zijn zijn ervaringen? Kan hij in de klas waarmaken wat hij voor zich ziet in zijn hoofd? Hoe gaat hij om met eisen? Welke obstakels komt hij tegen? Hoe verwerkt hij de gebeurtenissen van vandaag in de les van morgen? Hoe begint Daan aan zijn leer van de Maatschappij?

Op 14 mei is er al de gelegenheid de film te zien tijdens een voorvertoning, gevolgd door een nagesprek, in de Balie in Amsterdam.

In de maanden mei en juni zal deze film langs tien verschillende middelbare scholen toeren, waar aansluitend een gesprek over burgerschapsvorming zal worden gehouden. Op 15 juni is er een groot slotdebat over burgerschapsvorming in de Balie in Amsterdam.

Een aantal edubloggers van HetKind heeft de film reeds mogen zien en zij gaan er ieder op hun eigen wijze een verhaal over schrijven. Deze verhalen zullen na het vertonen van de film op 16 mei verschijnen. Ook zullen de edubloggers aanwezig zijn op de scholen om wat zij ervaren tijdens de gesprekken met de leerlingen te spiegelen aan hun eigen beelden over burgerschapsvorming. De verhalen zullen mogelijk een bijdrage kunnen leveren aan het slotdebat op 15 juni.

Ik heb als een van de edubloggers inmiddels een verhaal geschreven over wat de film over Daan in mij los maakte, tijdens het zien en tijdens het overdenken daarna. Dit verhaal is nog even onder embargo. Ik zal ook aanwezig zijn bij het vertonen van de film op een van de scholen en mijn ervaringen met de reacties en interacties van de leerlingen proberen te vangen in woorden.

Een trailer van de film is hieronder te zien. Heb je na het zien hiervan interesse meld je dan aan voor de voorvertoning op 14 mei en/of het slotdebat op 15 juni.

Maatschappijleer – Officiële trailer from eenvandejongens on Vimeo.


Parijs

november 14, 2015

Parijs 12249676_10153769340638708_2594204380650206314_nGisteravond was ik bij een feestje van iemand die met pensioen gaat. Er was voor hem overdag een congres georganiseerd. Daar kon ik niet bij zijn, ik moest lesgeven. De man werkte tot zijn pensioen als patholoog-anatoom in een ziekenhuis.

Er speelde een band, bestaande uit mensen die ook werken in het ziekenhuis waar de man werkte. De muziek was uit de tijd dat zij allen jong waren; Neil Young, Creedence Clearwater Revival, Fleetwood Mac. Er werd gegeten, er werd gedanst, er werd gepraat, er werd gelachen.

Op de weg naar huis ’s avonds bekeek ik het nieuws op mijn deze week nieuw aangeschafte iPhone. Ik las over Parijs.

Deze ochtend maakte mijn biologische klok mij wakker net na vijf uur. Ik las verder over Parijs.

Nu kijk ik toetsen na.

De toetsen die ik nakijk gaan over de bloedsomloop en het hart. De antwoorden zijn gegeven door kinderen van 12 en 13 jaar.

Ik probeer mij te concentreren.

Ik glimlach wanneer ik lees: “wordt uitgescheidt”. Ik tweet het als een #dagmomentonderwijs en #ikrekenhetgoed

Bij het nakijken is er mogelijk sprake van een mildere rechtvaardigheid dan gewoonlijk.

Terwijl ik nakijk herken ik de handschriften. Ik de gezichten van ‘mijn’ kinderen voor me, scherper dan ooit eerder. Ik hoor hun stem.
Hoe zullen zij deze dag vandaag gaan ervaren. Raakt het ze? Moet het ze raken?
Wat kan ik doen?

Ik kan nakijken en zorgen dat zij snel het resultaat van hun werk gisteren zien. Dat zal hen goed doen. Zij zijn altijd benieuwd naar hun cijfers. Hoe belangrijk zij zijn in hun onbelangrijkheid.

Ik kijk een volgende serie vragen na.

Mijn gedachten springen van de toets naar Parijs en zijn gevolgen. Ik wil blijven nakijken.

Ik ben verbaasd door de onduidelijkheden in de vragen van deze toets en de fouten die er zitten in het antwoordmodel dat wordt geleverd als onderdeel van deze duurbetaalde methode.

Er is geen brood. Er is wel melk. Er is brinta. Ik maak pap. Met bruine suiker bovenop.

Ik kijk een volgende serie vragen na. Ik geef krullen, geef vraagtekens, geef toelichting, geef stof voor de bespreking de eerstkomende les.

Ik bedenk een actie voor deze toets voor het komend jaar;
Edmodiseren: een schriftelijke toets digitaliseren zodat hij in Edmodo kan worden afgenomen.

Ik loop weer even weg van mijn bureau.
Ik zie de krant op de deurmat. Ik pak hem maar lees hem niet. Of toch een beetje, alleen even snel.

Ik geniet van de blaadjes die vrijwel blauw blijven, de blaadjes waarop ik bijna niets hoef te schrijven. Ik vind het jammer dat niet alle blaadjes zo blauw kunnen blijven en noteer tekens en tips.

Niet alle leerlingen hebben de toets helemaal afgekregen.

Hoeveel vragen zijn er eigenlijk nodig voordat je het antwoord hebt dat je wilt?

Ik tel de behaalde punten op en voer ze in mijn excel file. In een aantal kolommen verschijnen de cijfers die horen bij verschillende normen die vooraf zijn ingevoerd. Analytisch constateer ik dat de toets goed voldoet aan de wens tot determinatie. De standaardafwijking is 1,8.

Ik bepaal de norm.

Ik hou daarbij rekening met de lengte van de toets, de onduidelijkheid in een aantal van de vragen, het gemiddelde cijfer, het aantal onvoldoendes, het verloop van de lessen, de verhouding van uitleg tot zelfstandig leren. Ik ken bonussen toe bij een aantal leerlingen die een antwoord hebben gegeven dat beter is dan dat van het antwoordmodel.

Hoe zal het mijn leerlingen deze dag en dit weekend en volgende week vergaan? Zal het ze raken? Moet het ze raken? Wat kan ik doen?

Ik open het cijferprogramma van de school en voer de cijfers in.

 

 

 

 

 

 

 


%d bloggers liken dit: