Meer leren MET mobieltjes

oktober 30, 2016

meer-leren-met-mobieltjes-unknown

Leerlingen nemen vrijwillig iets mee naar de klas, iets waarmee ze kunnen leren. Het staat niet op de boekenlijst of op de lijst van ‘verplicht-elke-dag-bij-je-te-hebben’ items, zoals een geodriehoek, een HB potlood, een rekenmachine. En toch, ze vergeten het bijna nooit! Hun ‘mobieltje’. Hun manier om te communiceren.

Prachtig toch!

Technologie in het onderwijs is onontkoombaar. Het is  de taak van de docent zich te bekwamen in het gebruiken van technologie, niet óm de technologie, maar om het te kunnen inzetten om te communiceren en informeren. Het is de taak van scholen om hiervoor tijd en ruimte beschikbaar te stellen, als een investering, niet als iets ‘ten koste van’.

Wat is er aan de kant van de docent voor technologische kennis nodig om het gebruik van mobieltjes in zijn klas toe te staan? NIETS!

Toestaan van mobieltjes is dus een prima start voor het gebruiken van technologie in de klas. Wanneer mobieltjes bewust worden ingezet kunnen leerlingen leren buiten de muren van de school. Het leren kan daarmee ook dieper worden, verder gaan dan feiten en het boek.

1. Accepteer en activeer direct onderzoek

Het creëren van een omgeving waarin vragen stellen en antwoorden zoeken de sleutels zijn tot leren vereist durf en vertrouwen en kost tijd. Aan de andere kant brengt het aanbieden van alle vragen en alle antwoorden via een methode het risico met zich mee dat de natuurlijke nieuwsgierigheid die leerlingen bezitten wordt verbannen tot een niet-schoolse activiteit. Wanneer een leerling in het bezit is van een apparaat dat hem in staat stelt het antwoord te vinden op een vraag die hem op dat moment te binnen schiet, waarom hem dit antwoord niet laten zoeken en vinden? Zeker als dit kan leiden tot meer en andere en betere vragen, ofwel dieper leren? Waarom dit proces niet versterken door geen antwoord te geven op vragen maar wel te sturen op het zoeken?

2. Help organiseren en samenwerken

Als leraren gebruiken wij, als volwassenen, mobieltjes om ons te verbinden met onze collega’s, binnen de school of daarbuiten, via mail, whatsapp (ik zit zelf in negen WhatsApp groepen over onderwijs) of anders. Deze vorm van samenwerken werkt en er is geen reden om dit onze leerlingen te onthouden. Sterker nog, WhatsApp groepen met leerlingen kunnen leren versterken, met name door de snelheid waarmee informatie kan worden gedeeld.

3. Laat directe feedback zorgen voor betrokkenheid

Kijk eens terug naar de laatste onderwijs conferentie waar je bent geweest, of de laatste studiemiddag op jouw school. Is het je opgevallen dat veel van de aanwezigen naar hun mobieltje kijken en niet naar de man of vrouw vooraan in de zaal of het lokaal? Doe je dit zelf ook? Wat zou er gebeuren wanneer je, als je aan de voorkant staat van die zaal of dat lokaal, vragen zou gaan stellen die via die mobieltjes te beantwoorden zijn? Zouden ogen gericht op mobieltjes, of verplicht starend in de ruimte, ogen kunnen worden die leren laten zien?

4. Documenteer leren en denken op het moment dat het gebeurt.

Het gebeurt mij vaak dat mijn beste, mooiste, waardevolste gedachten in mij opkomen terwijl ik bij de bakker mijn brood bestel, bij de groenteboer mijn groenten of op de weg daar naartoe of ervan terug. Of vaker nog, tijdens mijn wandelingen, met of zonder mijn viervoeters. Ik ben dan blij met mijn mobiel en typ of spreek daarin wat er op dat moment in mijn hoofd zit. Gedachten laten zich niet dwingen door vakken, uren, lokalen. Mobieltjes maken het mogelijk gedachten te vangen die niet direct op de plaats waar zij ontstaan hun vruchten gaan afwerpen. Foto’s kun je maken waar je bent, wanneer je daar bent. Zijn leerlingen op een excursie? Laat ze actief en bewust hun mobiel gebruiken. Laat ze hun data delen als bron voor discussie, digitaal of in het lokaal.

5. Samengevat.

Het is totaal onbekend wat de technologie gaat zijn die onze leerlingen in de toekomst gaan gebruiken. Het is onze verantwoording om hen te leren omgaan met wat nu beschikbaar is, als bouwblokken voor de uitdagingen die hen en ons te wachten staan.

Bron:

https://www.edsurge.com/news/2016-08-07-5-ways-teachers-can-encourage-deeper-learning-with-personal-devices

Advertenties

Code uur

september 17, 2016

codeuur-logo-website-2016-09-17_1024

Op 14 oktober zal er in Nederland een wereldrecord gevestigd gaan worden in het onderwijs. Op die dag zullen namelijk 10.000 kinderen tegelijkertijd leren programmeren!

Om dit wereldrecord te vestigen zijn er gastdocenten nodig die de leerkrachten van het basisonderwijs willen ondersteunen. Om gastdocent te zijn is ICT ervaring niet nodig. Je krijgt een korte online training en er zijn duidelijke instructie filmpjes voor de klas. Na het aanmelden als gastdocent ontvang je de adressen van een aantal basisscholen in de buurt waar je aan de slag kunt en kan het contact verder worden gelegd. De basisscholen zorgen voor de benodigde technische materialen en ondersteuning en de leerkracht van de klas is natuurlijk ook bij de lessen aanwezig.
Heb je interesse? Meld je dan nu aan als gastdocent voor deze wereldrecordpoging. Je kunt je daar ook aanmelden als gastdocent om op een ander moment dan 14 oktober een of meer lessen te verzorgen.

De lessen programmeren in het basisonderwijs worden verzorgd door CodeUur en het is op verschillende manieren mogelijk om dit initiatief te ondersteunen of te gebruiken. Als gastdocent, maar ook door zelf het aangeboden materiaal in je eigen klas te gebruiken. CodeUur is de Nederlandse variant van de internationaal actieve Hour of Code organisatie. Wereldwijd hebben al meer dan 100 miljoen kinderen meegedaan aan de programmeerlessen, in Nederland ruim 40.000.

Ik heb mij opgegeven als coach van code uur en schrijf dit stukje onder andere om jou op te roepen dit ook te doen. Tot dusver zijn 300 coaches die dit jaar meedoen. Er zijn er echter nog meer nodig. Doe je mee?

 


ICT wat moet je er mee? Stoomcursus

april 9, 2016

De examens komen er aan.

De leerlingen willen slagen.

De school wil dat de leerlingen slagen / een hoog slagingspercentage.

De stoomcursussen komen er aan.

Twee weken lang een dag lang aan één vak werken. (Zouden we misschien vaker moeten doen?)

Ik vraag me af wat er na 5 jaar / 6 jaar lessen in één dag nog toe te voegen valt. En de vraag stellen is de vraag stellen.

Ik vraag het dus mijn leerlingen. Via een digitaal prikbord, linoit en realtimeboard in dit geval.

Blogpost stoomcursus linoit 2016-04-09_0324

Blogpost stoomcursus realtimeboard 2016-04-09_0326

Ik heb een begin en ben begonnen. Ik wacht verdere reacties af en pas aan.

Ik stuur de leerling en de leerling stuurt mij.

Wij gaan de goede kant op.

Wij gaan slagen.

 

 


TOP-TIP

maart 20, 2016

Brilliant in zijn eenvoud en een TOPTIP:
– voor alle leerlingen, leerkrachten en docenten
– een TOP-TIP formulier, twee simpele vragen, een schat aan informatie.

Twee jaar geleden is bij ons op school het Education Design Lab geboren, een groep leerlingen die zich wil inzetten om de effectiviteit van lessen te verhogen. Ik mag hen hierbij begeleiden.

Een van hun ideeën is een TOP-TIP formulier, waarin een klas aangeeft waar een docent erg goed in is, een TOP, en waarin deze zelfde klas aangeeft waar een docent zich mogelijkerwijs in kan verbeteren, een TIP. Er is gedelibereerd over de volgorde, eerst een TIP en dan een TOP, of toch andersom. Er is zeer bewust besloten tot een TOP-TIP volgorde.

Het ontwikkelen van zo’n formulier klinkt heel simpel, en dat blijkt het achteraf ook te lijken te zijn. Toch was het een waardevolle weg die is afgelegd om tot dit formulier te komen. Er is nagedacht over de vorm en de formulering van de vragen. Er is nagedacht en gesproken over de mogelijke voordelen en nadelen, de opbrengst en de gevaren. Er is nagedacht en gesproken over de toelichting voor de docenten en de leerlingen. Er is door de leerlingen gesproken met de DOP-groep die op onze school verantwoordelijk is voor de jaarlijkse leerling enquête, die als basis dient voor het ontwikkelgesprek dat een een docent jaarlijks voert met zijn leidinggevende. Kunnen deze vragenlijsten samengevoegd of dienen zij verschillende doelen? Er is besloten dat het laatste het geval is.

Deze week hebben de leerlingen hun formulier uitgezet als pilot bij een drietal docenten. Eén daarvan was ik. En ik kan er iets mee, met de resultaten. En dat ga ik dan ook doen. Volgende week al. En ik denk dat daar de waarde ligt voor leerlingen, leerkrachten en docenten. Een eenvoudig formulier, concreet, twee simpele vragen, een lijst met antwoorden die een beeld schetsen van hoe leerlingen mijn lessen ervaren. Waar doe ik het goed? Heerlijk om te horen, ego-strelend, onderwijsvisie-bevestigend, rustgevend. Waar kan ik beter? Heerlijk om te horen, een zachte spiegel, aanzettend tot actie.

De antwoorden van twee van mijn klassen heb ik verzameld in woordwolken:

TOP:TOP-TIP 2V3 TOP wordleTIP:TOP-TIP 3V3 TIP wordleTOP:TOP-TIP 3V3 TOP wordle

TIP:TOP-TIP TOP 2V3 wordle

 

Wat heb ik geleerd van de TOPs en de TIPs?
Klassen verschillen en leerlingen zijn individuen, interacties in onderwijzen en leren zijn op klasniveau en op leerlingniveau. Die interacties zijn een essentie van leren. Ik heb een bevestiging gekregen van mijn ideeën en veronderstellingen, ik ben gerustgesteld en tegelijkertijd voorzien van warme incentives to change.

Wat ga ik nu (anders) doen komende week?
Ik ga leerlingen BEDANKEN voor hun TOP en TIP. Ik ga opnieuw uitleggen wat de reden is dat ik lesgeef zoals ik lesgeef. Ik ga uitleggen wat de reden is dat ik zo weinig uitleg en wat zij hieraan kunnen doen, wat de reden is dat ik geen studiewijzer gebruik (en wat de reden is dat ik er toch een zal maken), wat de reden is dat ik vraag wat zij weten zonder vooraf te hebben aangekondigd dat er een toets is, wat de reden is dat ze vooralsnog geen papieren samenvattingen van mij krijgen (maar niet dat zij die alsnog gaan krijgen). Ik ga deze twee klassen hetzelfde antwoord geven, maar met hele andere woorden.

Durf jij het aan?
Je leerlingen te vragen om een TOP en een TIP? Geef jij je leerlingen wel eens een TOP en een TIP? Of vertel jij ze alleen wat ze anders moeten doen? Hoe zou jij het vinden als leerlingen jou vertellen wat je anders moet doen? Of heb je liever een TOP en een TIP? Neem jij de tijd voor het beantwoorden van deze vragen?


63 dingen die iedere leerling in de digitale wereld zou moeten kunnen

februari 14, 2016

21st century skills 2016-02-14_1306

Er wordt in het onderwijs veel gesproken over ’21e eeuwse vaardigheden’ of ’21st century skills’. De term is beladen geworden. Het zou het curriculum ingrijpend moeten veranderen. Het zou niets nieuws onder de zon zijn.

Onderstaande is een vrije vertaling van een bijdrage van Terry Heick op TeachTought over wat er, hoe je het dan ook wilt of niet wilt noemen, voor leerlingen op dit moment aan het veranderen is. Een leuke lijst om over na te denken op een regenachtige zondag.

Je kunt beargumenteren (en waarschijnlijk vrij overtuigend) dat de fundamentele kennis en vaardigheden die een leerling dient te bezitten niet zoveel anders is dan wat Tom Sawyer, Jeanne d’Arc of Alexander de Grote dienden te weten en kennen.

Communicatie – Vindingrijkheid – Creativiteit – Volharding

Hoe waar dit is hangt er deels van af hoe gedetailleerd je wilt kijken. Wanneer je de menselijke behoeften wilt beschrijven in grote, algemene termen dan zijn water, voedsel, behuizing, verbinding, veiligheid en een zeker gevoel van eigenwaarde waarschijnlijk voldoende.

Toch veranderen de dingen die een leerling moet weten en kennen in de alsmaar meer verbonden en digitale wereld. Zoals zout ervoor zorgde dat vlees bewaard kon worden, de ontwikkeling van antibiotica ervoor zorgde dat dodelijke ziektes tot vervelende kwaaltjes transformeerden, de toepassing van elektriciteit compleet veranderde waar en wanneer we slapen, zorgt technologie er nu voor dat er een verandering plaatsvind in het “soort dingen” dat een leerling dient te weten en kunnen.

Onderstaande lijst is slechts een begin. De lijst is noch perfect, noch compleet.

De veranderende dingen die leerlingen dienen te weten: 13 categoriën en 63 ideeën 

Informatie bronnen

1. De beste manier om verschillende soorten informatie te vinden

2. Hoe informatie op te slaan zodat het eenvoudig terug gevonden kan worden om opnieuw te gebruiken

3. Onderscheid maken tussen feiten en meningen, en het belang van beide

4. Hoe kritisch – en voorzichtig – te denken over informatie

Leerpaden

5. Hoe zelf de richting van het leren te bepalen

6. Hoe leren te activeren

7. Hoe te bepalen wat het waard is om te begrijpen

8. Hoe de relatie te leggen tussen gewoontes en uitvoering

Menselijke ruimtes

9. De relatie tussen fysieke en digitale ruimtes

10. De voor- en nadelen van digitale middelen, de gulden middenweg in hun gebruik

11. De eisen aan mobiele technologie en de mogelijkheden die het biedt

12. De nuances van persoonlijke communicatie (oogcontact, lichaamshouding) en digitale communicatie (introductie, volgen, taalgebruik)

Socialiseren van ideeën 

13. De gevolgen van het delen van een idee

14. Het juiste moment in het creatieve proces om een idee te delen

15. De realisatie dat al het digitale versneld verloopt en hier in de planning rekening mee houden. De acceptatie dat dit in de fysieke wereld niet altijd zo kan.

16. De noodzaak voor ‘digitaal burgerschap’ en de bijbehorende afspraken en regels

Digitale participatie

17. Hoe digitale informatie te mengen, aan te passen, in te voegen, te hervormen op een geloofwaardige, overtuigende en legale manier

18. Hoe te herkennen welke informatie privé is en welke sociaal en hoe hiermee om te gaan

19. Welke expertise leerlingen de digitale wereld kunnen bieden

20. Hoe alleen tot je te nemen wat je nodig hebt, in de soms schijnbaar oneindige hoeveelheid van digitale bronnen

Publicatie nuances

21. Hoe gecombineerd zowel fysieke als digitale media te gebruiken voor authentieke doeleinden

22. Het soort informatie dat mensen zoeken op het internet

23. Wat te delen met één persoon, een groep, de wereld. Het verschil in permanentie en schaal tussen een email, een serie berichten, een mededeling op sociale media.

24. Hoe het voordeel te gebruiken dat geboden wordt doordat digitale text continu kan worden aangepast

Technologie toepassen 

25. Wat de relatie is tussen een smartphone, een tablet, een laptop, desktop, draagbare technologie

26. Hoe de cloud positief gebruiken, hoe bandbreedte te beperken wanneer dit nodig is

27. Hoe technologie effectief in te zetten op manieren die origineel niet in het ontwerp waren voorzien

28. Hoe technologie te gebruiken voor taken die traditioneel niet gezien worden als gebaseerd op technologie, bv woordenschat vergroten, een taal leren, gezonder eten, financiën plannen

Het altijd-aan publiek

29. Hoe de woorden, structuur, toon te kiezen gebaseerd op een specifiek doel of een specifiek publiek

30. Het verschil kennen tussen mensen die luisteren, reageren, lurken, interesse hebben, en zij die dit niet doen

31. Hoe met nieuwsgierigheid te luisteren wanneer er een miljoen andere dingen te doen zijn

32. Populariteit en kwaliteit vallen vaak niet samen, invloed zit zowel in ontwerp als timing

Sociale regels

33. Wanneer is het sociaal acceptabel om berichten te bekijken, statussen te updaten, resultaten te bekijken. Ook als iedereen aan de tafel het doet wil het nog niet zeggen dat het niet zonder gevolgen is.

34. De tijd voor een reactie verwacht mag worden hangt af van het sociale kanaal

35. Ook in de digitale wereld is geduld van belang

36. Mobiele apparaten zijn persoonlijk, de echte wereld is dat niet

Dictie

37. De toon is bepalend, woordkeuze is belangrijk, zelfs wanneer alle gedachten worden gedeeld

38. Vocabulair en jargon kunnen communicatie bemoeilijken, maar ook specifieker maken, ze zijn niet altijd te vermijden

39. De structuur van teksten hangt af van waar deze worden geopenbaard, op essay niveau, blog post niveau, paragraaf niveau, zinsniveau, woordniveau kunnen verschillen een rol spelen

40. De voordelen van meerdere talen spreken neemt toe, beeldspraak herkennen en juist gebruiken voegt waarde toe

Verbinden met experts

41. Weten wie de experts zijn

42. Hoe en wanneer experts te bereiken

43. Het verschil tussen iemand met kennis, iemand met ervaring en een echte expert

44. Weten wanneer je behoefte hebt aan een groep goede vrienden, een zaal vol mensen met enige kennis, of een professional of academisch expert

Zichzelf

45. Hoe belangrijke aspecten van burgerschap te herkennen en actief aan de gemeenschap deel te nemen

46. Hoe prioriteiten te stellen in situaties waar de mogelijkheden oneindig lijken

47. Hoe de eigen afleiding te herkennen en beperken

48. Hoe de juiste schaal te kiezen voor werk, denken of publiceren

49. Hoe niches en mogelijkheden te herkennen

Een leven rondom software

50. De gevolgen van het gebruik van slechts één operating systeem  (iOS, Android, Windows)

51. De voor- en nadelen van het gebruik van sociale log-ins (Facebook bv) voor apps

52. Hoe een app te evalueren op zijn privacy settings

53. Dat apps er zijn om geld te verdienen en jouw files, informatie en media tot zich nemen

54. Dat niets echt gratis is

Andere internet pro tips voor leerlingen

55. Passief-agressief gedrag, arrogantie, blocken voor effect, negeren, overdrijven en andere digitale gewoontes kunnen overslaan naar de echte wereld

56. Een reacties in 140 tekens is niet volledig in staat de mening van iemand te vangen, wees voorzichtig met aannames

57. Typefouten en grammaticale fouten maken mensen niet dom

58. Populariteit is gevaarlijk

59. Video games kunnen je slimmer maken, dit wil niet zeggen dat ze dit ook doen

60. Mensen veranderen van mening, een bericht uit 2012 is mogelijk voor hen net zo oud als voor jou

61. Als je merkt dat je vaak de tijd dood met spelletje zoals Candy Crush, zou je de keuze’s die je maakt eens kunnen heroverwegen

62. Dat je kunt zingen, hacken, rennen, schilderen, dansen, voorop lopen wil niet zeggen dat je meer waardevol dan een ander mens, wat het aantal volgers ook mag suggereren

63. Log-in informatie, wachtwoorden, oude emailadressen, niet meer gebruikte apps en sociale media zijn vervelend, maak verstandig gebruik van wachtwoord kluisjes

 

Bron: Terry Heick, http://www.teachthought.com/uncategorized/63-things-every-student-should-know-in-a-digital-world/


Docent 16.1.11

januari 11, 2016

Ik zag gisteren de volgende tweet langskomen:

Docent 16.1 2016-01-10_1820

Dit zette mij aan het denken. Vanwaar die nummers als ‘5.0’? Veel bedrijven en adviseurs geven hun producten of inzichten een nummer, om aan te geven dat het nieuwer en (dus) beter is. Een trend die sterk is de wereld van de ICT en de auto’s, en wordt gevolgd door hen die de (verkoop)kracht van nieuwe nummers zien. Windows is bij 10 (na 9 te hebben overgeslagen), OS-X is bij 10.11.2, Explorer is bij 11.0.26, Safari is bij 9.0.2, Chrome is bij 47.0.2526.106, het internet is bij Web 3.0. BMW is bij de 8-serie, Ferarri is bij de 599XX, Mazda is bij de 626.

In de wereld van de ICT suggereert het cijfer voor de punt een grote wijziging, die erachter een kleine. Bij auto’s is de naamgeving en nummering voor mij wat ondoorzichtig. Je kunt je laten imponeren en altijd de laatste versie willen hebben, je kunt er om lachen dat er zoveel versies zijn, je kunt het negeren, je kunt het je laten helpen om te weten wat de laatste versie is.

Als je een product maakt en dit continu verbetert dan wil je dit graag delen met je klanten.

Als je als docent continu wilt verbeteren en dit ook doet, blijf je dan hetzelfde of word je een nieuwe versie van jezelf?

Ik ben in januari 2000 begonnen als docent. Ik ben nu dus versie 16.1.11. Elke dag een beetje beter.

En jij? 😀

 


Twitter voegt handige groepsfunctie toe

juli 30, 2015

Onlangs heeft Twitter een mooie nieuwe functionaliteit toegevoegd aan de Direct Message (DM) optie. Deze groep DM tool biedt vele handige mogelijkheden tot privé samenwerken, maar wordt toch nog maar weinig gebruikt. Als regelmatig twitter gebruiker zie ik duidelijk mogelijkheden.

Hoe het werkt

Twitter DM groepen 2015-07-30_1306

Je kunt iedereen die jou volgt uitnodigen voor een DM groep. De mensen die jij hebt uitgenodigd kunnen vervolgens mensen die hen volgen uitnodigen. Niet iedereen in de groep hoeft elkaar dus te volgen. Je kunt alleen worden uitgenodigd door iemand die al in de groep zit.
Het is mogelijk afbeeldingen, video’s en emoji’s te delen, net als in gewone DM’s. Wanneer je een link plaats naar een tweet uit je tijdlijn verschijnt er een aanklikbare tweet binnen de groep, voorzien van eventuele media en links.
Je kunt de groep een naam geven en dit maakt het samenwerken een stuk overzichtelijker, zeker als je in verschillende groepen gaat werken.
Het is een beetje als whatsapp, maar zonder de noodzaak telefoonnummers te delen.
Voorlopig werkt de groep DM optie alleen via de app van twitter of via Tweetdeck, dat eigendom is van twitter. (Is dit een reden voor het vooralsnog beperkte gebruik misschien?)

Toepassingen

Er zijn een aantal toepassingen te verzinnen, afhankelijk van je gebruik van twitter. Zelf vind ik de eerste twee in onderstaande lijst zeer bruikbaar.

Groepen maken van de tweeps waarmee je veel tweet over een bepaald onderwerp. Anders dan in twitterlijsten van mensen die je volgt kunnen de deelnemers in de groep allen actief deelnemen. Een verrassend voordeel zou kunnen zijn dat er nieuwe deelnemers aan de groep worden toegevoegd die jij nog niet kende. Een duidelijke naam is hier wel nuttig, vooral voor mensen die worden uitgenodigd. Ik denk aan “edubloggers 1op1”, “kookvrienden”, “filmclub”, “edcampNL organisatie”, “flippers”.

Mensen verbinden die jij kent, en die elkaar nog niet kennen, met elkaar in contact brengen. Dit kan dan op een vrij losse, voorzichtige basis waarbij ze elkaar’s profielen kunnen bekijken, maar gaat toch net iets verder en iets net iets persoonlijker dan een losse tweet om ze aan elkaar voor te stellen.

Samenwerken met een groep collega’s aan een bepaald project. Iedereen is snel up-to-date met de laatste ontwikkelingen.

Familie of vriendengroep, zodat anderen niet langer hoeven mee te genieten van mogelijk wel heel erg triviale zaken als “ik sta nu voor de kassa”, “hoe laat hadden we ook alweer afgesproken?”, “het wordt bij Wimpie”, “nee, toch bij Mark”, of foto’s van de vieze auto, het onopgemaakte bed. Ook handig voor een kortdurend eenmalig iets als een feest.

Onderwerpen scheiden waarover je met meerdere, meest dezelfde mensen regelmatig tweet. Dit maakt het gemakkelijker de conversatielijnen te volgen in het soms drukke twitterverkeer.

Bron: makeusof


%d bloggers liken dit: