Rapportcijfers geven, werkt dat?

augustus 9, 2015

Blogpost Rapportcijfers good-grades-report-card-447423Op de blog van onderwijskunde in Utrecht staan de resultaten samengevat van een interessant Nederlands onderzoek dat is gedaan naar het effect dat cijfers hebben op leerlingen van de brugklas: Rapportcijfers geven, werkt dat? Er is in het onderzoek gekeken naar de emoties die cijfers opleveren en naar de betrokkenheid bij school als mogelijk gevolg hiervan.

Kort, een aantal resultaten, zoals door Jeroen Janssen samengevat in de blogpost:

  • Dalende betrokkenheid: Gedurende het brugklas jaar daalde de emotionele en gedragsmatige betrokkenheid bij school van de deelnemende leerlingen. Deze is voor emotionele betrokkenheid sterker voor jongens dan voor meisjes.
  • Rapportcijfers voorspellen betrokkenheid: Leerlingen die hogere rapportcijfers halen op meetmoment twee ervaren ook hogere emotionele en gedragsmatige betrokkenheid op meetmoment drie.
  • Emotionele reacties mediëren de relatie tussen rapportcijfers en betrokkenheid: Leerlingen die hogere rapportcijfers halen, ervaren meer positieve emoties naar aanleiding van hun rapport; deze positieve emoties voorspellen op hun beurt de emotionele en gedragsmatige betrokkenheid van leerlingen.
  • Perceptie van de prestaties van klasgenoten doet ertoe: Het indirecte effect van rapportcijfers, via negatieve emoties, op emotionele betrokkenheid bij school is sterker wanneer leerlingen inschatten dat hun klasgenoten hogere rapportcijfers halen.
  • Sekseverschillen: Meisjes haalden hogere rapportcijfers dan jongens. Meisjes ervoeren minder negatieve emotionele reacties naar aanleiding van hun rapportcijfers. Het indirecte effect van rapportcijfers, via negatieve emoties, op emotionele betrokkenheid is sterker voor jongens. Jongens reageren dus sterker op slechte cijfers dan meisjes.

De resultaten van het onderzoek sluiten aan bij het bestaande beeld dat cijfers een gevolg zijn van de betrokkenheid bij school en geven aan dat zij hier ook voorspellers van zouden kunnen zijn. Opvallend zijn de dalende betrokkenheid bij alle leerlingen in de brugklas en de verschillen tussen meisjes en jongens.

Op twee opmerkingen die de auteurs maken in hun artikel wil ik graag even wat dieper ingaan.

De vraag of scholen nu moeten stoppen met het geven van toets- en rapportcijfers wordt door de auteurs beantwoord met ‘nee’, met als reden: “Grades can provide vital information to teachers, students, and parents and can be used to enhance both teaching and learning”.

Hierover kun je van mening verschillen. Het testen van de kennis en vaardigheden van leerlingen geeft informatie aan leerling en docent en kan door beiden gebruikt worden om gerichter te werken. Dit wil echter niet zeggen dat hier direct cijfers aan gekoppeld moeten worden, op een manier zoals die nu gebruikelijk is in brugklassen. Het cijfer zelf is een relatieve maat en geeft geen inzicht in waar kennis of vaardigheden onvoldoende aanwezig zijn, hoe dit eventueel te verbeteren en zeker niet of en in hoeverre verbetering haalbaar is voor een individuele leerling. De ene zeven is de andere niet.

De auteurs willen docenten, terecht, opmerkzaam maken op de negatieve gevolgen van het krijgen van slechte cijfers en doen een aanbeveling om dit effect zoveel mogelijk te beperken: “negative effects of grades may be prevented when teachers convey the message to their low-performing students that their difficulties are likely to be temporary and that when they exert more effort and use the right strategies they will be able to perform better“.

Hierover verschil ik van mening, om verschillende pedagogische en didactische redenen.

Harder werken als oplossing suggereren, zonder enige nuance, beschouw ik als “lui lesgeven”. Bij mij komt dan toch heel snel weer het beeld naar boven van de talendocent die zegt: “Woordjes leren kan iedereen”. Maar dat is niet zo. (Diezelfde talendocent die tijdens een cursus voor het docententeam zegt: “Ik kan gewoon niks met computers.” 😄). Het gebeurt helaas in de praktijk wel nog steeds regelmatig. Zeggen dat een leerling harder moet werken zonder te weten of hij/zij dit kan, zonder te weten hoe de leerling heeft gewerkt, zonder aan te geven hoe de leerling dit zou moeten doen. Zeggen dat een leerling harder moet werken zonder een verder individueel gesprek is vrijwel zinloos en mogelijk zelfs contra-productief. Misschien heeft een leerling zijn uiterste best gedaan en kan hij/zij niet harder werken, dan zal zo’n opmerking zeker geen positieve bijdrage leveren. Harder werken heeft weinig zin als dit betekent dat hetzelfde vaker gedaan gaat worden. Na dit drie keer gedaan te hebben nog drie keer het hele hoofdstuk doorlezen leidt niet tot betere beklijven.

Aangeven dat resultaten mogelijk beter zullen worden wanneer leerlingen de juiste strategie gaan gebruiken is een stap in de goede richting. Ook hier zal een docent echter meer moeten doen dan dit alleen benoemen om een, blijvend, effect te bereiken. De docent zal moeten weten welke strategie de leerling gebruikt heeft en of de leerling bekend is met andere beschikbare strategieën voor het vak of het onderdeel. Een docent moet in staat zijn de leerling te overtuigen dat een andere strategie mogelijk beter werkt. De basis voor verbetering ligt dus ook hier in het gesprek dat de docent met de leerling aangaat over de oorzaken van de behaalde resultaten en de mogelijkheden tot verbetering.

 

Het volledig onderzoek is terug te vinden op: Do Grades Shape Students’ School Engagement? The Psychological Consequences of Report Card Grades at the Beginning of Secondary School. Poorthuis, Astrid M. G.; Juvonen, Jaana; Thomaes, Sander; Denissen, Jaap J. A.; Orobio de Castro, Bram; van Aken, Marcel A. G. Journal of Educational Psychology. Advance online publication.

 


De #blimageNL lijst

juli 28, 2015

Ruim vier weken geleden startte ik de #blimageNL uitdaging en de reacties blijven nog steeds komen. De uitdaging is om aan de hand van een foto een persoonlijk verhaal over onderwijs te schrijven (blogpost + image = blimage). Als je een verhaal geschreven heb daag je vervolgens iemand die je kent uit dit ook te doen door hem een foto te sturen. Een eigen foto gebruiken mag ook. De blogposts die worden geschreven worden voorzien van de hashtag #blimageNL, zodat zij gemakkelijk kunnen worden teruggevonden, en op twitter gedeeld met deze hashtag.

Een lijst met de verzamelde bijdragen is hieronder te vinden. Er zijn inmiddels 80 verhalen! geschreven.

De lijst zal zeker nog blijven groeien en bevat een aantal pareltjes die zomaar eens edublog klassiekers zouden kunnen gaan worden. Wordt je geraakt door een verhaal deel dit dan met de schrijver en met ons. Ken je bijdragen die hier ontbreken, geef dit dan door. Ken je namen die ontbreken, daag ze uit!


Hanneke de Frel – Ontpoppen

Ankie Cuijpers – Zes maanden met pensioen en zes mooie herinneringen

Jufanita – Die eenzame auto…

Karin Winters – Blimage: van de rups en de vlinder

Adrienne de Kock – #BlimageNL

Sylvia Schouwenaars – De fotograaf

Hartger Wassink – Een leeg schoolplein


Juf Margot – Mijn route

Erwin Klaasse – #rozeistochmooier

Ilse Meelberghs – Niet overlaten aan halfdronken docenten of toevallig luisterende barmannen

Juf Maike – Waar mijn hart sneller van gaat kloppen in de klas

Florina Blokland – Wat te doen?

Sandra Verbruggen – Rups wordt vlinder, het onderwijs

Sandra Jantjes –  Kuikentje


Karin Donkers – Rood de kleur van…..

Jan Fasen – Een stuur met teveel toeters en bellen

Judith van Hooijdonk – De bloemen van Zuyd

Jannie van Maldegen – Rups

Tjeu Severeens – #BlimageNL

Ronald HeidanusFuck die kruk

Marita Teunisse – Verwondering in je klaslokaal


Patricia van Slobbe – Let’s get back to the drawing board

Michel van AstVraatzuchtig

Erwin Meyers – #blimageBE

Tim Geers – Die ene..

Han de Jonge – 15/16 start ik anders

Liesbeth MolWerkstukken-allergie

Martin Bootsma – Lezen als kritische handeling


Erik RedegeldOp zijn kop

Sander GordijnSamen de wereld ontdekken

Jasper BloemsmaKomkommertijd uitdaging

Jeroen SmitsGeen #icebucket, wel de #blimageNL challenge

Petra HolsteinUppie Oeg

Frans DroogDe coach en zijn pupil

Juf PetraPassend onderwijs

Mieke HaverkortFotofinish

Wieke HeikoopRupsjenooitgenoeg

Maaike ZymStrike!

Claire Ohlenschlager – Theotherusems


Juf Tania#BlimageNL, of hoe een foto je kan doen nadenken over onderwijs

Edith van Montfort – #BlimageNL, de rek is er (efkes) uit!

Karel Hermans – Het avondeten, betekenisvolle momenten en (leerling)reflectie

Ellen van RhijnOnderwijs #blimageNL


Jaap BosmanBlack swans, gnomes and Charles Peirce. #blimage #blimageNL

Titia BredeeSchoolbus

Sandra BeuvingOverschilderen of strippen…?

Een docent-geworden oud-leerling“Voor de leeuwen”

(Juf) DaphneBescherm je terrein


Brenda VerhagenCold as ice

Juf van DortBasis- of luxebehoeften

Dick van der WaterenVragen bij Uluru

Juf van DortDe juiste verkeerde voorspellingen

Juf van DortWaarom ook alweer?

Wilfred RubensEen ambivalent gevoel bij e-learning en #blimageNL

Elly MichielsFleurenVakantietijd…

Sandra VerbruggenDe kaart is niet het gebied


Pauline Maas – Kleurrijk Antillen

Boris Berlijn – Ceremony

Susan SpekschoorHome is wherever I am with my family

Frans DroogWat zie jij?

Rinke HuismanSchaduw

Remko BoersOnderweg

Karel Hermans – Het begin van een lessenserie, een betekenisvol moment


Tessa van ZadelhoffOver oude busjes en het verbreden van je horizon

Willem KarssenbergBelonen

Remko BoersOrde en chaos

Martin RingaldusWie helpt er mee om deze bak te vullen?

Juf IngerSamen?

Rob van Bakel – Meneer t is vakantie 😂

Juf Es, Esther Groenevelt – “Tell me and I forget, teach me and I remember, involve me and I learn.” Benjamin Franklin

Paul Laaper – Oliemannetje

Marieke Simonis – Nieuwe uitdaging


Rhea FlohrDraaiende bordjes

Juf HenrietteHoogvlieger?

Ralf HillebrandWaar sta je, wat zie je?

Wytze NiezenHet loopt als een trein

Karin WintersZonder kleuren maar wel met de geuren: gemaaid gras

Ashwin BrouwerBeeldvorming

Manon BonefaasRetrospectief en wensen

Manon KetzEen groen drieluik

 


 

Korte beschrijvingen van de verhalen zijn, per dag/week terug te vinden via de volgende links, dag 1dag2dag3dag4dag5, dag 6, dag 7, week 2, week 3, week 4, week 5 (volgt 😄). Gebruikte afbeeldingen zijn op het Pinterest bord #blimageNL te vinden.

Natuurlijk ook hier een afbeelding om je uit te dagen en te inspireren jouw onderwijsverhaal te schrijven.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Hangende kettingen

 


Zeven verhalen in één dag #blimageNL

juli 25, 2015

Gisteren plaatste ik hier een uitdaging om aan de hand van een foto een persoonlijk verhaal over onderwijs te schrijven. Ik ging er van uit dat, als er al iets zou gebeuren, het langzaam op gang zou komen. Het is immers vakantie. Ik heb mij weer eens mogen laten verrassen en verbazen door de sociale kracht van de sociale media.

Nog geen vierentwintig uur later hebben een kleine dertig mensen de uitdaging inmiddels geaccepteerd en zijn er al zeven verhalen te delen!

Hieronder een korte introductie van deze zeven verhalen. Je kunt ze lezen voor wat zij zijn of wat zij met je doen Je kunt ze misschien ook gebruiken om inspiratie op te doen om zelf aan deze #blimageNL uitdaging mee te gaan doen (of iemand uit te dagen). Zie hier voor de achtergrond en de ‘regels’. Wat mij opvalt is de verscheidenheid in achtergrond van schrijvers van deze eerste zeven verhalen. Dat doet mij veel goed.

Hanneke de Frel, directeur en ICT coördinator CBS Prinses Máxima in Berkel en Rodenrijs, schreef het verhaal ‘Ontpoppen‘, over de zomer als tijd van rust en afstand nemen, over de twijfels over genomen en te nemen beslissingen, over de rups die vlinder wordt die eitjes legt, de kunst van het begeleiden.

Ankie Cuijpers, gepensioneerd docente Duits, schreef het verhaal ‘Zes maanden met pensioen en zes mooie herinneringen‘, over een schelp, een boekenlegger, een jaarlijkse kaart, de waarde van schijnbaar kleine zaken, ontmoetingen en keuzes maken, over een vlinder die aangetrokken blijft worden tot het kleurenspel dat onderwijs heet.

Jufanita, juf groep 6/7, schreef het  verhaal ‘Die eenzame auto…‘, over het verschil in ervaring tussen mogen en moeten, het spanningsveld tussen vakantie, lesvrije dagen en verplichte aanwezigheid, over samen aan de slag en niet als enige vroeg of laat op school zijn.

Karin Winters, zelfstandig ondernemer met een hart voor onderwijs, schreef het verhaal ‘Blimage: van de rups en de vlinder‘, over de rups die zij zich persoonlijk voelt tijdens haar Master Leren en Innoveren, informatie vretend omdat zij zo goed smaakt, over de wens om vlinder te worden, het verlangen om vlinder te worden, de hoop om vlinder te worden, de rups die niet kan wachten en soms niet langer informatie wil eten maar nu eindelijk eens wil vliegen, vliegen, vliegen.

Adrienne de Kock, adjunct directeur Effent, schreef het verhaal ‘#BlimageNL‘, over haar verandering van maker van onderwijs naar ontvanger van onderwijs, van lesgevende naar leidinggevende, over de energie die zij als rupsjenooitgenoeg ontleent aan alle informatie die zij tot zich neemt en die de honger alleen maar doet toenemen, over hoe mooi leren is.

Sylvia Schouwenaars, docente onderwijsvaardigheden aan het HBO, schreef het verhaal ‘De fotograaf‘, over zes ongelukkige voeten naast drie krukken, over zes stappen naar het zoeken van bruikbare informatie, over het niet vertellen hoe de stappen gezet zouden moeten worden maar over het laten meenemen erlangs, langs de koffie en het perspectief, via de reflectie naar het gezochte beeld.

Hartger Wassink, organisatiepsycholoog en werkzaam bij het NIVOZ , schreef het zeer persoonlijke en ontroerende verhaal ‘Een leeg schoolplein‘, over een vol schoolplein, waar toch één leeg plekje blijkt te zijn, en een leerkracht achteloos haar leerkracht toont.

 

foto sterrenstenen
foto autoreflectie

 

 

 

 

 

Hierbij nog twee foto’s van Hanneke de Frel, die zij op twitter heeft geplaatst met een algemene uitdaging. Wie wil hier zijn of haar verhaal aan koppelen? Wie durft de uitdaging aan?

 


Dagmomentonderwijs 18 blaadjes

juli 21, 2015

IMG_1418

Aan het begin van dit kalenderjaar had ik een idee. Ik werd blij van mijn idee. Het idee was simpel. Elke dag zou ik een moment kiezen dat mij was opgevallen, dat mij het meest geraakt had, dat het best kon illustreren hoe onderwijs door een docent dagelijks ervaren wordt. Elke dag zou ik een tweet plaatsen met de hashtag #dagmomentonderwijs. Maandelijks zou ik deze tweets dan verzamelen op dit blog. Gewoon, om een beeld te schetsen. Dat was het plan. Een goed plan, vind ik nog steeds.

De #tweedestap is dan de uitvoering.

En daar gaan helaas zoveel mooie intenties…..

Het lukte mij niet om maandelijks de ‘dagelijks’ getweette #dagmomentonderwijs tweets te verzamelen in een blogpost. Het lukte mij niet om dagelijks een moment te kiezen om te plaatsen. Soms een paar dagen geen, soms meer op één dag. In het begin gaf mij dat het gevoel van valsspelen, maar ik wist mijzelf te overtuigen van het grotere belang en bleef mijn best doen.

Inmiddels is het vakantie. Ik heb tot vandaag geen blogpost geplaatst over #dagmomentonderwijs. Ik vind dat jammer. Dus ga ik daar wat aan doen.

“Wat ga jij doen in de vakantie?”

Waarschijnlijk de meest gestelde vraag tijdens de traditionele afsluitende bijeenkomsten op de meeste scholen.

Mijn antwoord omvat al jaren, naast het beschrijven van het land waar ik naar toe ga en de omstandigheden die ik daar hoop aan te treffen en de redenen hiervoor, het woord ‘opruimen’.

Dat is iets dat in mijn geval ‘moet’. Iets dat niet altijd lukt 😜. Gedurende het jaar máák ik liever dan dat ik opruim.

Nú ben ik wel bezig met ‘opruimen’, omdat het echt ‘moet’. Er is geen plaats meer voor nieuw, dus oud moet weg.

Bij het opruimen kwam ik dit #dagmomentonderwijs tegen. Het komt uit een tijd lang voor ik zo bewust als nu een blog schreef.  Het komt van twee leerlingen die ik heb lesgegeven op een school waar ik nu niet meer werk.

Het raakte mij toen ik het las. Voor de eerste keer. Voor de tweede keer. En nu weer.

Het is geschreven op 18 blaadjes.

“Hallo, Top (secret message)”

“Mnr Droog”

“Hoe gaat het”

“Met Uw honden?”

“Ik vind ze ranzig”

“maar ja”

“life sucks”

“I 💚 Science”

“you 💜 Annouk”

“dit was het”

“voor vandaag”

“TTYN (talk to you never)”

“J”

“U”

“L”

“I’

“A”

“!”

IMG_1419

 

 


9 manieren om te checken of je slim lesgeeft

juli 15, 2015

Hieronder volgt een lijstje met activiteiten die je als docent misschien doet. Een lijstje waarmee je zou kunnen nagaan of je slim lesgeeft. Het is niet direct een lijstje in de stijl van “10 effectieve strategieën van succesvolle docenten” of “10 stappen naar een betere docent”. Het is meer een checklist, waarmee je kunt zien of je op de goede weg bent. De lijst is niet volledig wetenschappelijk en analytisch, maar ook niet slechts retorisch en abstract. Het zit er ergens tussen in. Het is menselijk, het is efficiënt, het is haalbaar en vol te houden, het geeft plezier.

1. Je maakt veel kleine aanpassingen.

Aanpassingen aan de inhoud, de materialen, de snelheid, de manier van toetsen. Dit betekent niet dat je niet gepland hebt of dit slecht gedaan hebt, maar je doet dit als reactie op de dagelijkse praktijk. Je bent constant bezig met het formeel en informeel meten van voortgang en past aan waar nodig. Een parallel klas heeft door omstandigheden veel meer lesuitval. Alle lessen van een klas zijn geroosterd op de laatste uren van de dag. Zeven leerlingen van een klas zijn een week ziek. Een formatieve toets laat zien dat een onderdeel zeer slecht begrepen is. Eén klas scoort gemiddeld veel lager, of hoger. Het is een week lang extreem warm. Er is drie dagen lang geen internet verbinding. Er moet een toets in de toetsweek zijn.

2. Je geeft geen les, je ontwerpt.

Je kent de voor- en nadelen van projectgestuurd leren, ontwerpgestuurd leren, praktijkgestuurd leren en wat dies meer zij. Je weet dat vaardigheden aangeleerd en verloren kunnen worden, dat kennisoverdracht belangrijk is, dat de wijze van toetsen kan toevoegen of afbreken. Je bent vrijwel continu bezig met het schetsen van de manieren waarop je lessen eruit zouden kunnen gaan zien. Het ontwerpen van ervaringen die het begrip van de belangrijkste inhoud vergroten is voor een groot deel wat effectieve docenten doen.
Je weerstaat de verleiding om simpelweg uit te voeren wat er van bovenaf, door leiding, door het boek, door het curriculum is vastgelegd. Je bent in staat om te switchen tussen het macro- en het microniveau. Je herkent de fouten en inconsistenties en beslist vanuit pragmatische pedagogiek. Je ontwerpt en scherpt aan.

3. Je plant achterstevoren.

Je hebt een doel voor ogen. Een bepaald niveau dat je wilt halen, een bepaalde gewoonte of vaardigheid die je wilt inslijpen, een vorm van toetsen of meten. Dit doel kan objectief zijn, maar ook subjectief. Maar je ontwerp begint met het doel.

4. Je doet niet wat er gezegd wordt.

Op papier kunnen docenten die exact uitvoeren wat er van hen verlangd wordt prima docenten zijn. Maar doen dit beste docenten dit ook? Het lijkt er niet op. Dit wil niet zeggen dat je alles anders moet doen. Je hoeft niet opstandig te zijn. Je moet slim zijn. Je doet zoveel van wat er moet als kan, maar je doet vooral wat er nodig is.

5. Je bent een feedback machine.

Je weet wat nuttige feedback is en hoe deze te geven. Je weet hoe nuttige feedback aankomt bij leerlingen. De meeste van je toetsen zijn kort en verschaffen inzicht in wat de leerling begrijpt. Je geeft directe feedback, nog dezelfde les. Je maakt gebruikt van technologie om dit te vergemakkelijken. Je ontwerpt samenwerkende opdrachten zo dat leerlingen elkaar feedback geven. Je leert leerlingen feedback geven en ze de waarde hiervan appreciëren. Je geeft leerlingen continu en consistent feedback op een manier die zij begrijpen en kunnen toepassen. De feedback die je geeft verandert mee met de leerling.

6. Je prioriteert continu.

De belangrijkste doelen, de meest efficiënte manieren om gegevens te verzamelen, de meest efficiënte manier om toetsen te ontwerpen, de meest betrouwbare tools en apps, de meest flexibele manier om planningen te maken, enzovoorts. Het is natuurlijk onmogelijk om dit allemaal te doen. Instinctief doe je als eerste wat het meest belangrijke is.

7. Je verandert.

Niets wat je doet is perfect. Dit vraagt dus om verandering. Leerlingen veranderen door jouw activiteiten tijdens de lessen. Dit vraagt om aanpassingen. Je verandert en wordt beter in sommige dingen, je leert prioriteren, maar je vergeet ook een aantal goede dingen te blijven doen, omdat je een mens bent. Jouw vak is onderhevig aan nieuwe ontdekkingen, inzichten, trends en vooruitgang, die sneller gaan dan de aanpassingen in het curriculum of het boek kunnen bijhouden. De technologie verandert en maakt meer en anders mogelijk. De samenleving verandert, in zijn complexiteit en zijn wensen. Dit vraagt van jou een continue verandering.

8. Je ziet leerlingen individueel.

Beginnende docenten zien een lokaal, of rijen. Jij ziet leerlingen. Je hebt het overzicht en de rust en de ervaring.  Je ziet niet alleen leerlingen als leerlingen maar ook als mensen. Je ziet ze als individuen. Niet als groepjes ingedeeld naar niveau of interesse voor jouw vak. Je ziet wat elke leerling nodig heeft en welke materialen en leerweg hem het meeste kunnen helpen. Natuurlijk weet je dat je dit niet elke dag voor elke leerling kunt waarmaken. Maar je ziet het wel, omdat je leerlingen als individuen ziet.

9. Je leerlingen veranderen, allemaal.

Leerlingen nemen steeds meer verantwoording. Stellen steeds consequenter steeds betere vragen. Bekritiseren plannen. Tonen interesse buiten de gebruikelijke stof. Hebben schik in wat zij doen, zowel inhoudelijk als de wijze waarop. De veranderingen zijn verschillend van grootte en vorm, afhankelijk van de leeftijd, het onderwerp, de startsituatie. De veranderingen zijn niet te standaardiseren.

Slimmer lesgeven zorgt voor leerervaringen die bij alle leerlingen tot veranderingen leiden, niet alleen bij de leerlingen die zonder jou ook gegroeid zouden zijn. Slimmer lesgeven eindigt met de leerlingen en hun groei als mens.

De echte maat of je slim lesgeeft is dan ook of het tot slim leren leidt voor al jouw leerlingen.

 

Bron: Teachthought, Smarter Teaching: 10 Ways You’ll Know You’re Doing It Right


Een kind dat de wereld mooier gaat maken

juli 7, 2015

Tess at Sea 2015-07-07_1238

Afgelopen vrijdag was de jaarlijkse barbecue van The Crowd. Zoals altijd, gewoon gezellig, met een klein beetje leren erbij. Dank jullie, Rhea en Patricia!

Een van de deelnemers had zijn dochter meegenomen. Haar naam is Tess en zij zit in klas 3-VWO van het Willibrord Gymnasium in Deurne. Zij kwam ons iets vertellen over School at Sea, waar zij volgend jaar aan wil gaan deelnemen. Zij vertelde ons op indrukwekkende wijze wat het is en vooral waarom zij er graag aan mee zou willen doen.

Ik wist zelf wel van het bestaan van School at Sea, maar kende niet de details. Een aantal daarvan waren voor mij best wel verrassend en daarom deel ik ze hier graag.

De leerlingen zeilen in zes maanden naar de Caraïben en terug. Gedurende deze periode doen ze hun normale schoolwerk, dat door school wordt opgestuurd, en worden ze begeleidt door vijf op het schip aanwezige docenten. Halverwege de reis wordt er voor twee weken ook nog een docent Grieks en Latijn ingevlogen. Nu wil het toeval overigens dat komend jaar een van mijn wiskunde collega’s gaat lesgeven bij School at Sea. Mocht een school niet kunnen of willen meewerken aan het opsturen van de materialen dan kan een vergelijkbaar curriculum van School at Sea zelf gevolgd worden. Leerlingen missen dus niets van hun reguliere schoolwerk, maar doen er wel iets boven op. De indeling is dat er steeds een lesdag is die wordt gevolgd door een dag werken op het schip. Dit betekent dat de leerlingen rouleren alle taken een keer op zich nemen en halverwege de reis solliciteren op een van de ‘banen’, bijvoorbeeld kok. De kok vertrekt dan ook na drie maanden!

Omdat volgens de Nederlandse regels het schip niet voldoet aan de eisen van een lokaal worden de leerlingen tijdelijk uitgeschreven en ingeschreven op een school in Zuid-Afrika. Heel apart vind ik zelf. Dit zou eenvoudig anders geregeld moeten kunnen worden.

De kosten bedragen €21.000. Dat is veel geld en dat komt omdat er op geen enkele manier subsidie wordt verleend. Scholen zouden een deel van het geld dat zij krijgen voor de leerlingen die meegaan kunnen afstaan, maar dit gebeurt als ik het goed begrepen heb maar zeer mondjesmaat. Het is zeker niet zo dat door dit bedrag het alleen bereikbaar is voor kinderen van rijke ouders. Het is juist de bedoeling dat de leerlingen zelf actief fondsen verwerven en zij krijgen hier dan ook een aantal trainingen voor.

Tess gaf aan dat het hele voortraject haar al heel veel geleerd heeft. Bijvoorbeeld de genoemde trainingen maar ook de bijbehorende ervaringen tijdens de uitvoering. Tien keer langs gaan bij bedrijven om negen keer nee te horen is tijdrovend en soms teleurstellend maar wordt telkens weer goed gemaakt door die tiende keer, wanneer er wel ja gezegd wordt. Zij wordt zich dan heel bewust van haar motivatie en leert van en omgaan met de tegenslagen onderweg. Die zullen haar niet weerhouden. Anderen wel, die ergens in het traject zijn gestopt omdat het toch te zwaar bleek om alle inspanningen te blijven leveren.

Tess heeft een eigen website Tess at Sea en zij heeft inmiddels €12.000 bijeen gehaald. Zij blijft doorgaan en is er van overtuigd dat het gaat lukken. Ik ook.

Leerlingen die meegaan verbreden letterlijk en figuurlijk hun horizon. Door het werken op een schip en tijdens de expedities die aan land worden ondernomen leren zij hun talenten en leiderschapskwaliteiten te ontwikkelen. Het leidt tot leerlingen die inspirerend zijn, vanuit verantwoordelijkheid en samenwerkende creativiteit. Gevraagd naar wat Tess vooral dacht te leren op het schip gaf zij zeer spontaan antwoord.

“Samenwerken. Op school ben ik het type dat in een groepje als het niet allemaal goed loopt alles zelf op me neem omdat ik graag iets goeds wil afleveren.”

Wat vooral veel indrukte maakte op mij was de rustige overtuiging waarmee Tess haar verhaal vertelde. Hier stond een meisje van 14 jaar aan docenten te vertellen wat haar droom was, en dat zij die gaat waarmaken. Een kind dat de wereld mooier gaat maken.

Op de vraag wat haar het meest was tegengevallen kwam weer een heel direct antwoord.

“De hoeveelheid tijd die het allemaal kost en dat ik daardoor mijn vriendinnen veel minder kan zien. Bijvoorbeeld deze vrijdagavond ben ik nu hier om te vertellen over School at Sea en niet bij mijn vriendinnen. Maar het is allemaal de moeite waard.”

Ik vind nu ik meer details ken School at Sea een prachtige opzet. Ik denk dat de kinderen, zoals Tess, die meegaan dit zeer bewust doen en hun eigen leren ontzettend verrijken. Ik vind het ook een mooi voorbeeld van hoe leren anders kan en zie voldoende mogelijkheden voor vergelijkbare initiatieven. Ik nodig Tess ook van harte uit om over haar ervaringen te komen vertellen op onze school. En als dat zou nog zou passen zelfs al voor zij vertrekt. Ik ben er van overtuigd dat er leerlingen op mijn school zitten die dit leeravontuur ook zouden willen meemaken.

Meer informatie is natuurlijk te vinden op de sites van Tess at Sea en School at Sea.

Sponsoren van Tess kan via de sponsorpagina. 😄

Succes! Tess!


Leerlingen zelf een elektronisch portfolio laten maken met Seesaw

juli 7, 2015

seesaw

Leerlingen maken heel wat producten gedurende een jaar; tekeningen, verslagen, presentaties, werkstukken. Vaak is het enige wat hiervan uiteindelijk zichtbaar blijft het verkregen cijfer. Via een elektronisch portfolio zouden de producten en vorderingen van leerlingen veel beter zichtbaar gemaakt kunnen worden. Het kan voor leerlingen ook een stimulans zijn om via het zelf aanleggen van hun eigen portfolio de eigen ontwikkelingen te kunnen terugzien en delen met docenten en ouders.

Misschien is dit een van de veranderingen om komend schooljaar te gaan doorvoeren?

Een van de tools die gebruikt kan worden om dit gratis online te doen is SeeSaw.

SeeSaw is beschikbaar als app voor de iPad, als Android app, en als Chrome web app. Leerlingen kunnen via deze apps zelf materiaal in hun portfolio plaatsen. Dit kan door het te schrijven, door foto’s te maken van schriftelijk of ander materiaal dat ze gemaakt hebben of door video’s te plaatsen. Leerlingen kunnen ook hun stem opnemen om de toegevoegde materialen van commentaar te voorzien. Het materiaal kan geordend worden middels het aanmaken van verschillende mappen voor bijvoorbeeld verschillende vakken of verschillende termijnen. Naast de leerling zelf kan de docent desgewenst ook materialen plaatsen.

De docent maakt een gratis account voor een klas en leerlingen melden zich hier bij aan via een code of door het scannen van een QR-code. Als docent is op deze manier al het werk van de leerlingen te zien. Het is ook mogelijk om accounts voor ouders te maken, zodat ook zij het werk van hun kinderen kunnen volgen. Desgewenst kan de docent ouders een bericht sturen wanneer er nieuw materiaal geplaatst is. Voor het ouderaccount geldt helaas wel dat alleen de laatste 30 dagen kunnen worden ingezien, voor een heel jaar dienen ouders een parentsplus account van $9,99 aan te schaffen.

Het leren omgaan met SeeSaw is erg eenvoudig en wijst zichzelf. Kinderen vanaf 5 jaar kunnen er vrijwel direct zelfstandig mee aan de slag. Op de site van SeeSaw staan bovendien een aantal handige tips en materialen om er mee te leren werken en het bij leerlingen en ouders te introduceren.


Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 4.355 andere volgers

%d bloggers op de volgende wijze: