Motiveren is te leren – recensie

juli 26, 2018

 

Motiveren is te leren, Uitgeverij SWP 2018, geschreven door Dirk van der Wulp, is een heel praktisch boek. De schrijver koppelt zijn eigen langjarige ervaringen als docent en mentor aan een grondige wetenschappelijke onderbouwing en beschrijft hoe je de motivatie van leerlingen bij hen kunt terugbrengen. Via concrete voorbeelden wordt getoond hoe de suggesties die de wetenschap biedt een plaats kunnen krijgen in de dagelijkse praktijk in de klas.

Het motiveren van leerlingen is een dagelijkse strijd voor veel mensen werkzaam in het onderwijs. Leerlingen willen wel leren maar niet altijd wat hen wordt aangeboden of op het moment dat het hen wordt aangeboden of hoe het hen wordt aangeboden. Er is voor veel leerlingen zoveel meer dat speelt in hun leven dat zij naar school gaan vooral als een verplichting ervaren die met zo min mogelijk inspanning ondergaan dient te worden.

In het boek wordt getoond dat het stellen van drie verhelderende vragen de motivatie van leerlingen kan aanwakkeren. Die vragen zijn terug te leiden op de wetenschap en komen in verschillende vormen aan bod in andere boeken over het geven van effectieve feedback. Wat wil je? Wat doe je al? Wat ga je doen om te komen waar je wilt komen? Deze vragen worden op drie niveau’s gesteld: taak, proces en zelfregulatie.

Het stellen van deze vragen alleen is nog niet genoeg wordt betoogd. Om ze werkelijk waardevol te kunnen maken is het nodig de leerlingen te laten voelen dat ze ook op school zeker een bepaalde mate van autonomie hebben en dat in verbondenheid haalbare doelen gesteld en bereikt kunnen worden. Om leerlingen werkelijk te motiveren is het nodig om in je didactiek hier zeer bewust mee om te gaan.

Het boek kent een hele duidelijke indeling, waarbij de eerste vier hoofdstukken gaan over de theorie en de onderzoeksresultaten die in meer of minder mate bruikbaar zijn om motivatie te vergroten: zelfdeterminatie, oplossingsgericht werken, feedback en groeimindset, In het vijfde hoofdstuk worden deze samengebracht. Elk hoofdstuk laat voorbeelden uit de praktijk zien en eindigt met een zeer bruikbare sectie ‘concreet in de klas’.

Bij het boek hoort ook de website motiveren is te leren met aanvullende materialen.

Bestellen
– bij de uitgever Uitgeverij SWP

Inhoudsopgave
1. De zelfdeterminatietheorie
2. Het oplossingsgericht werken
3. De kracht van feedback
4. Op weg naar een groeimindset
5. Eenheid in verscheidenheid, de integratie

Over de auteur
Dirk van der Wulp is 38 jaar biologiedocent geweest en 36 jaar klassenmentor. Hiernaast is hij 25 jaar actief geweest als schoolcounselor. Hij geeft trainingen Oplossingsgericht Werken en Excellent Gemotiveerd aan docenten, mentoren en leidinggevenden.

Advertenties

Verwondering – recensie

juli 25, 2018

 

Verwondering – leren creatief en kritisch te denken door vragen te stellen, Ten Brink Uitgevers 2016, geschreven door Dick van der Wateren is niet een standaard boek over onderwijs. Het is een boek over het belang van het stellen van vragen. Het boek leest alsof Dick een oudere, wijze man is met veel ervaringen. en een onvermoeibaar jeugdig hart voor kinderen en onderwijs. (En dat klopt ook, ik ken Dick persoonlijk). Wanneer je het boek leest hoor je Dick praten. Het is een persoonlijk relaas over zijn reis door het onderwijs.

Het boek is niet voor iedereen in het onderwijs. Het is voor hen die zichzelf nog steeds vragen durven stellen en dit ook kun leerlingen willen laten doen. Dick beschrijft hoe hij van zijn uitgangspunt dat alle kinderen nieuwsgierig zijn en dat alle kinderen willen leren is gekomen tot zijn overtuiging dat het stellen van vragen essentieel is. Dat Dick het boek opdraagt aan zijn kleinkinderen toont zijn liefde voor kinderen, vormgegeven als onderwijs.

In het boek wordt uitgelegd wat het belang is van het stellen van de juiste vraag, hoe belangrijk het is dit kinderen aan te leren en hoe je dit kunt doen. Het boek is ook een pleidooi voor het ruimte scheppen in het curriculum voor andere vormen van onderwijs. Leren door het stellen van Grote Vragen en het op zoek gaan naar antwoorden hierop. Dit alles aan de hand van concrete voorbeelden hoe dit in praktijk kan worden en is uitgevoerd. Een van de methoden hiervoor is de brandpuntmethode, door Dick vanuit de Question Formulation Technique omgezet naar het Nederlands. Deze methode heeft Dick inmiddels op meerdere onderwijsbijeenkomsten met succes gedeeld.

Het meest geraakt werd ik door het verhaal van Tirza in het boek. Ik heb Tirza ook ontmoet tijdens de presentatie van het boek en dat raakte mij mogelijk nog meer. Tirza las op haar twaalfde Plato voor haar plezier maar dreigde in de vierde klas af te zakken naar de havo. Tirza raakte gefrustreerd omdat ze antwoord kreeg op haar vragen. Als een noodkreet laat ze tijdens een gesprek horen dat ze wil leren. Ze wordt dan gezien en gehoord door Dick en gaat aan de slag. Inmiddels is Tirza summa cum laude afgestudeerd aan het AUC in Amsterdam en heeft ze zomercursussen gedaan aan de City University in New York. Dit doordat haar het net op tijd de juiste vragen werden gesteld, waardoor zij dit zelf ook ging doen.

Ik heb het boek, dat verscheen in oktober 2016, met veel plezier gelezen en lees er af en toe in terug, met evenveel plezier. Ik kon niet anders dan glimlachen toen ik onlangs een vraag zag langskomen op een van mijn sociale media: ‘Wat is een goed Engels woord voor Verwondering?’. Ik heb natuurlijk geen antwoord gegeven.

Bestellen
– bij de uitgever Ten Brink Uitgevers

Inhoudsopgave

  1. Waarom anders?
  2. Goed onderwijs
  3. De kracht van vragen
  4. Grote vragen
  5. Op weg naar een goede vraag
  6. Ten slotte
  7. Bijlagen

Over de auteur
Dick van der Wateren heeft gewerkt als geologisch onderzoeker, wetenschapsvoorlichter en docent natuurkunde, met speciale aandacht voor talentvolle en begaafde leerlingen. Sinds 2017 heeft hij een filosofische praktijk in Amsterdam, De Verwondering, waar hij gesprekken voert met jongeren en volwassenen die op zoek zijn naar helderheid over problemen of kwesties waar zij mee worstelen. Hij schrijft op zijn blog over onderwijs en aanverwante zaken.


Hoeveel vakantie hebben leraren nu eigenlijk?

juli 24, 2018

 

Het is vakantie.

Maar hoeveel vakantie hebben leraren nu eigenlijk?

Een blogpost die ik al langer wilde schrijven omdat daarover nogal wat misverstanden bestaan.

Daarom hier heel kort de feiten voor het VO.

 

De afspraken

– Volledige baan volgens CAO = 1659 uur

– Aantal uur per week volgens CAO = 36,86

– Aantal schoolweken = 40

– Aantal lesweken = 38

 

De conclusies

– 1659 uur / 36,86 uur per week = 45 weken

– 52 – 45 = 7 weken vakantie (inmiddels 6 door ‘werkdrukverlaging’, daarover later meer)

– 1659 uur / 40 lesweken = 41,5 uur per week

– 1659 uur / 38 lesweken = 43,7 uur per week

 

Lesvrijeperiode

Al jaren gebruik ik zelf de term ‘lesvrijeperiode‘ voor al die weken waar er geen contact is met leerlingen en er geen les gegeven wordt. Dit zijn de herfstlesvrijeperiode, de kerstlesvrijeperiode en de voorjaarslesvrijeperiode. Dit zijn dus geen vakanties.

 

De discussie

Het staat een leraar vrij om een langere werkweek dan de in de CAO afgesproken 36,86 uur te draaien. Daarmee spaart hij deze uren op om ze elders in te kunnen zetten, als ‘vakantie’. Dat klopt. Maar daarvoor moet hij dan dus wel 41,5 uur per week werken. Dat is een keuze, geen recht, geen verplichting. Daarover kun je discussiëren.

 

PS 1: Ik voelde de noodzaak om deze post nu, hoe kort en onvolledig ook, te schrijven naar aanleiding van het verhaal op nos.nl over werkdruk, waar zelfs stichting Leerkracht, die ik hoog heb zitten met hun fantastische werk om elke-dag-samen-een-beetje-beter ons onderwijs te verbeteren aangeeft dat leraren 10 weken vakantie hebben en dat daar ‘winst’ te behalen zou zijn.

PS 2: Zodra er meer tijd is zal ik deze post uitbreiden met de gegevens voor PO en MBO en het verhaal invullen met meer details en inkaderen in de gemiddelde werktijd en vakantie voor andere beroepen.

PS 3: Mocht je vinden dat leraren wel veel vakantie hebben en dat als een groot voordeel zien of graag gebruik willen maken van de mogelijkheid om je uren in te delen kom dan vooral helpen om het lerarentekort op te lossen 😜. Het is ook nog eens echt leuk werk!

 

Bron:
CAO VO 2016-2017

 


When. The scientific secrets of perfect timing – recensie

juli 23, 2018


When, the scientific secrets of perfect timingRiverhead books, Penguin Group 2018, geschreven door Daniel Pink is een boek over tijd. Het boek is niet geschreven voor het onderwijs of over onderwijs. Toch komen er een aantal zaken in voor die het onderwijs direct raken, zoals wat de wetenschap suggereert over hoe laat een lesdag zou moeten beginnen, hoe lang een lesdag zou moeten duren, hoeveel pauze’s er zouden moeten zijn, hoe lang deze pauze’s zouden moeten duren, wat het beste moment is om een toets te geven, wat het effect is van het geven van een toets op verschillende momenten van de dag. De uitkomsten blijken soms verrassend. Toepassen ervan waar mogelijk lijkt een goed idee.

Daniel Pink is een Amerikaan en hij verpakt de wetenschappelijke bevindingen die hij beschrijft in mooie kleine, soms persoonlijke verhalen.

In hoofdstuk 1 introduceert Daniel onderzoek naar het dagelijks patroon in emoties en gedrag dat op velerlei plaatsen zichtbaar is. Voor veel positieve gemoedstoestanden is er een piek in de ochtend, een daling in de middag en een nieuwe piek in de avond. Een piek, een dal, een terugkeer. In hoofdstuk 2 laat hij een aantal voorbeelden zien waar het effect van een pauze wordt getoond. Het meest extreem is dit zichtbaar bij rechters die besluiten over een vervroegde vrijlating van een gevangene: dit percentage stijgt na de ochtendpauze van 0 naar 65% en na de middagpauze van 15 naar 65%. In hoofdstuk 3 wordt getoond hoe wij vaak geen invloed hebben op een starttijd maar soms wel op hoe wij beginnen en hoe wij opnieuw kunnen beginnen bij een valse start en in hoofdstuk 4 en 5 wordt dit uitgebreid naar het midden en naar het eind. Steeds laat Daniel zien wat er bekend is over effecten van het moment van de dag en de omstandigheden en hoe wij daar, hoe beperkt soms ook, mee zouden kunnen omgaan om zaken te verbeteren. Hoe groepen kunnen profiteren van het bewustzijn van het moment wordt in hoofdstuk 6 toegelicht.

Wat zijn nu de uitkomsten voor het onderwijs?
– Dagelijks fluctuaties in prestaties zijn groter dan wij denken. Hiermee rekenen houden is van belang, hoe lastig ook.
– Niet alle activiteiten vereisen dezelfde inspanning. Bij planning hiermee rekening houden is van belang, hoe lastig ook.
– Pauzes leiden tot betere resultaten. Geef leerlingen dus vaker een korte pauze.
– Toetsen afnemen later op de dag, leidt tot slechtere resultaten. Waar mogelijk dus vroeg.

Persoonlijk
Ik vond het zeker geen zonde van mijn tijd om When te lezen. Ik deed dat vooral ’s middags, in de zon in mijn tuin. Ik heb nog meer aanwijzingen gekregen dat mijn keuze om pauzes werkelijk pauzes te laten zijn en mij niet te laten verleiden om toch nog even wat doen of te bespreken een juiste is. Ik ben nog meer overtuigd van de waarde van even wandelen buiten en power-naps.

Bestellen
– bij de uitgever Penquin Random House
– bij andere leveranciers zoals Bol.com, Amazon.com.

Inhoudsopgave
1: The Hidden Pattern of Everyday Life
2: Afternoons and Coffee Spoons: The Power of Breaks, the Promise of Lunch, and the Case for a Modern Siesta
3: Beginnings, Starting Right, Starting Again and Starting Together
4: Midpoints: What Hanukkah Candles and Midlife Malaise Can Teach Us About Motivation
5: Endings: Marathons, Chocolates and The Power of Poignancy
6: Synching Fast and Slow: The Secrets of Group Timing
7: Thinking in Tenses: A Few Final Words

Over de auteur(s)
Daniel Pink is een zeer veel gelezen auteur van o.a. de boeken A Whole New Mind, Drive en To Sell is Human. Zijn werk is in 35 talen vertaald en er zijn meer dan 2 miljoen van zijn boeken verkocht wereldwijd. Zijn TED Talk over de wetenschap van motivatie is een van de 10 meest bekeken TED Talks, met meer dan 20 miljoen views. Zijn RSA Animate video over de ideeën in zijn boek Drive is meer dan 14 miljoen keer bekeken.


Eerste eindexamen resultaten Agora Roermond prima

juni 14, 2018

Er bestaan plannen om ook in Rotterdam een school te gaan starten, Agora Rotterdam, die werkt volgens het Agora model. Dit model is ontwikkeld door Agora Roermond. Er wordt in het Agora model niet gewerkt met een leerstofjaarklassensysteem en een vakkenstructuur, maar met heterogeen samengestelde groepen. Elk kind heeft een eigen leerroute, zonder dat sprake is van individueel onderwijs. Dit is dus een heel andere aanpak dan binnen het onderwijs gebruikelijk. Bij Agora wil men ‘maatwerk’ daadwerkelijk in de praktijk brengen. Leerlingen hebben veel zeggenschap over het eigen leren, maar worden tegelijkertijd intensief begeleid. De groep leerlingen wordt uiteindelijk op de standaard manier geëxamineerd, via een centraal examen. Dit jaar hebben de eerste leerlingen van Agora Roermond hun eindexamen gedaan. Hieronder een beschrijving van de resultaten, via een blogpost overgenomen van de site van de Agora Rotterdam. Ben je geïnteresseerd in de ontwikkelingen rondom Agora Rotterdam hou hun site dan in de gaten.

 

Een nieuwe onderwijsvorm met de eerste examens.

Er zijn vlaggetjes om naast de rugzak aan de stok te hangen, er zijn cijferlijsten en er zijn trotse ouders. De eerste leerlingen van Agora in Roermond zijn geslaagd. Een gedenkwaardig moment, zegt directeur Jan Fasen tegen de groep pubers die woensdagavond vieren dat ze helemaal, deels of bijna geslaagd zijn.

Eindexamenkandidaten in het hele land hoorden vandaag of de vlag uit kon. Op Agora waren de eindexamens net iets spannender dan elders, want de school deed er voor het eerst aan mee. Niet alleen de leerlingen moesten zich bewijzen, de school in zekere zin ook.

Vier jaar geleden begon Agora, een school zonder vakken, toetsen of niveaus. Bij de start werd beloofd dat leerlingen een diploma zouden behalen minimaal op het niveau van hun basisschooladvies. Dat lijkt te lukken: de zeventien leerlingen die een eindexamen maakten deden dat op het niveau van hun basisschooladvies, of hoger.

Diepe buiging

De leerlingen zijn eerder op de dag gebeld door Fasen, behalve directeur ook coach van alle eindexamenleerlingen. “Een diepe buiging”, zegt hij tegen de geslaagde leerlingen. En tegen een van de jongens die een vak moet herkansen: “Het ligt voor het grijpen vriend, en dan heb je een prestatie geleverd van wereldformaat. Dat weet je toch?” Wat een troela, moppert hij liefdevol over een geslaagde leerling die op de dag van de eindexamenuitslag haar telefoon uit heeft staan.

Zes van de 17 eindexamenkandidaten deden hun eindexamen zoals de meeste middelbare scholieren dat doen: in een keer. Vier van hen (vmbo en havo) zijn geslaagd, twee moeten herkansen. Maar ook zij gaan volgens Fasen hun diploma halen: “Die twee die herexamen moeten doen, halen dat.”

Update 29 juni 2018: beide leerlingen hebben in het 2e tijdvak hun diploma behaald, hiermee ligt het slagingspercentage voor deze groep op 100%.

Verder zijn er nog twee leerlingen die staatsexamen deden, zij krijgen de uitslag pas over een paar weken.

De overige negen leerlingen (vmbo, havo en vwo) deden vervroegd eindexamen, wat betekent dat ze dit jaar alvast een paar vakken deden en volgend jaar de rest. Op drie leerlingen na die één 5 haalden, heeft de rest alle vakken binnen. In principe kunnen alle scholen dat regelen, maar het gebeurt niet op grote schaal.

Hoogleraar onderwijs Jos Claessen van de Open Universiteit luistert naar de telefoontjes. Hij is vanaf het begin betrokken geweest bij Agora, doet onderzoek naar het onderwijsconcept en is dit eindexamenjaar elke dinsdag op de school geweest. “Je kunt dit soort resultaten, zeker die van het eerste examenjaar, niet vergelijken. Er zijn vrijwel geen leerlingen op gewone middelbare scholen die vervroegd (deel)examens doen of staatsexamens”, laat hij weten.

Populair

De twee mannen zijn tevreden over de uitslag, hoewel ze op Agora het fenomeen centrale eindexamens eigenlijk achterhaald vinden. “Maar nu hebben leerlingen hun toegangskaartje tot het vervolgonderwijs”, zegt Fasen. Wat de geslaagde Agora-leerlingen volgens hem laten zien is dat ‘het inflexibele, dichtgetimmerde model niet nodig is om leerlingen een diploma te laten halen’.

Claessen concludeert in zijn evaluatie van dit eerste Agora-eindexamenjaar dat ‘er binnen de bestaande regelgeving veel ruimte bestaat om dingen anders aan te pakken en te organiseren’. .

Het Agora-onderwijs wordt ondertussen steeds populairder. In Roermond starten straks 110 brugklassers en vijf nieuwe Agora’s openen hun deuren. De eindexamenklas bestaat volgend jaar niet uit 17 leerlingen maar uit een stuk of 100, en dat is mede te danken aan leerlingen die op een andere school zijn gestart maar overstapten. “Een grotere eindexamengroep betekent dat we een aantal dingen strakker moeten organiseren”, zegt Fasen. “Maar het uitgangspunt blijft hetzelfde. We bieden maatwerk voor onze leerlingen.”

Bronnen
Trouw 13 juni. Eindexamenspanning op Agora: ook de school moest zich een beetje bewijzen
De Limburger 13 juni. Eerste geslaagden Agora Roermond
Jan Fasen Things and Thoughts. De eerste Agora eindexamenresultaten
Jan Fasen Things and Thoughts. Agora en de eindexamens: een eerste balans
WIlfred Rubens, te-learning. Interessant, eerste lichting geslaagden (en wat zegt dat?)
Nos.nl. Eerste leerlingen Agora-scholen geslaagd: ‘Wij waren de proefkonijnen’


We gaan het nog een keer doen! Een uitdaging! #blimageNL

mei 20, 2018

We gaan het nog een keer doen!

De onderstaande blogpost werd geschreven op 24 juli van 2015 en de #blimageNL uitdaging leidde uiteindelijk tot 88 prachtige onderwijs verhalen. Gisteren kwam er een onverwacht vervolg, Karel plaatste een blog om zijn belofte uit 2015 na te komen. Op twitter kwamen er de nodige reacties, als mooie herinneringen. Het idee was al snel geboren om de uitdaging nogmaals aan te gaan. Bij deze dus.

En we starten gewoon hier met dezelfde plaatjes! De associaties zullen mogelijk andere zijn…

foto rupswandMisschien is nu niet echt de beste tijd van het jaar om mensen uit te dagen te bloggen over onderwijs maar ik ga het toch doen.

Op twitter ben ik bij een aantal Engelstalige tweeps die ik volg de laatste dagen een aantal keer de hashtag #blimage tegen gekomen, vaak in combinatie met het woord challenge. Dit maakte mij nieuwsgierig. Een van de tweets bevatte een link naar een blogpost van Steve Wheeler (@timbuckteeth): “Blimey, it’s #blimage!“. Blimage blijkt een samentrekking van de woorden ‘Blog’ en ‘Image’ en is verzonnen door @amyburvall. foto espressohond

Het idee hierachter is simpel, maar krachtig, en heeft als een van de doelen mensen in het onderwijs over te halen (meer) te bloggen. Je stuurt een afbeelding naar iemand en daagt hem uit hierover een onderwijs-gerelateerde blogpost te schrijven. Het is een leuke en creatieve manier om mensen uit het onderwijs te laten nadenken over hun eigen praktijk en ervaringen en deze te delen met anderen.

Inmiddels zijn er een aantal uitdagingen verstuurd, geaccepteerd en zijn er een aantal blogposts geschreven. Er is een discussie aan het ontstaan op de blogs en op twitter en @sensor63 heeft een Pinterest bord aangemaakt waar de blogs zijn verzameld.

Nu zijn de blogposts via #blimage in het Engels en het lijkt mij leuk dit ook in het Nederlands te gaan doen. De hashtag voor twitter wordt dan #blimageNL. Zet ook #blimageNL in de titel van je post zodat deze gemakkelijk teruggevonden kan worden.

Hierbij dus de uitdaging!
Gebruik een van de afbeeldingen uit deze blogpost en schrijf er jouw verhaal bij. In principe is één afbeelding genoeg, ik heb er vier geplaatst om de start wat te vergemakkelijken. Je kunt er natuurlijk ook twee of drie of alle vier gebruiken! Je mag ook rustig een eigen afbeelding gebruiken als je dat liever wilt (hoewel de uitdaging dan misschien wat minder is 😄). De hier geplaatste afbeeldingen zijn door mij gemaakte foto’s, hou er rekening mee bij het gebruiken van afbeeldingen van het internet dat zij een Creative Commons licentie hebben. Wanneer je jouw verhaal hebt geschreven, daag dan iemand anders uit door hem of haar een afbeelding te sturen.

foto autoschoolfoto krukvoeten

Ik ben benieuwd!

Update: Inmiddels al voldoende reacties om een eigen Pinterest bord #blimageNL te starten. Mooi! Fijn! Dank!


Cijfers geven werkt niet – recensie

mei 7, 2018

Cijfers geven werkt niet, Ten Brink Uitgevers/Didactief 2013, geschreven door Dylan William (Embedded Formative Assessment, 2011) en vertaald en bewerkt voor Nederland door René Kneyberr, is een boek met een tamelijk provocerende titel. Het boek gaat in op de vraag van de leraar, hoé kan ik mijn leerlingen effectief kennis en vaardigheden aanleren?  Het werk van John Hattie, in zijn Visible Learning serie boeken, heeft laten zien dat formatieve evaluatie hiervoor een zeer krachtig gereedschap is. Maar hoe leer je leerlingen aan hun eigen werk te beoordelen? Het boek staat vol met tips waarmee je als leraar kunt controleren of je leerlingen het doel van een les begrepen hebben, of de les geland is en wat ze nog nodig hebben aan informatie om het einddoel te bereiken.

Het boek beschrijft dat evalueren op twee manieren kan gebeuren. Formatief, wanneer de leraar op basis van evaluatie het begrip of het leren van zijn uitleg wil verbeteren. Summatief, om tot een oordeel te komen of stof voldoende of onvoldoende wordt begrepen of beheerst. Een evaluatie kan nooit beide tegelijkertijd doen. Formatieve evaluatiestrategiën hebben tot doel de educatieve beslissingen leraren of leerlingen te verbeteren. Hiertoe wordt vastgelegd waar de leerling naar toe gaat, waar hij nu staat en hoe hij gaat komen waar hij naar toe gaat. Dit wordt elders ook wel aangegeven met de begrippen feed up, feedback, feed forward.

Het boek is op plaatsen best confronterend voor de leraar als lezer, terwijl het ook soms een feest der herkenning vormt. Lesgeven is ingewikkeld en het is vaak lastig voor leraren om hun eigen leerintenties en succescriteria te verwoorden.  Duidelijk gemaakt wordt in hoofdstuk twee van het boek hoe belangrijk het formuleren en begrijpen van leerintenties en succescriteria is en wat het verschil is tussen deze laatste twee. Er dient onderscheid gemaakt te worden tussen taakspecifieke en generieke criteria, tussen productgerichte en procesgerichte criteria en ook bij beschrijvingen is het van belang te letten op formeel versus leerling-vriendelijk taalgebruik. Hoofdstuk drie gaat in op het verkrijgen van bewijs van leerresultaten en geeft richtlijnen om gestelde vragen tot goede vragen te maken. Tijd komt langs als belangrijke factor voor het nemen van beslissingen van een leraar, nogmaals uitleggen of doorgaan, welke vooraf voorbereide vragen moet ik stellen? Kennis van de plaats in het leerproces waar de leerlingen zich op dat moment bevinden maakt dit makkelijker dit soort beslissingen waardevoller te nemen.

Hoofdstuk vier laat de waarde van feedback zien en verwijst naar het onderzoek dat laat zien dat cijfers niet werken. Leerlingen die alleen feedback ontvingen presteerden in vervolgopdracht beter dan leerlingen die alleen een cijfer kregen of een combinatie van feedback met een cijfer. Een cijfer stopt het leren. Tegelijkertijd laat dit hoofdstuk zien dat goede feedback zeer lastig is. De feedback dient taakgericht te zijn, op het juiste moment gegeven te worden en niet te vaak of te uitgebreid gegeven te worden. De feedback moet passen om zijn kracht te kunnen tonen.

Het boek bevat een pleidooi om zo min mogelijk cijfers te geven, bijvoorbeeld één per termijn op een middelbare school. Er zijn in plaats hiervan beoordelingssystemen nodig die bedoeld zijn om het leren te ondersteunen en waarin gegevens worden vastgelegd waarmee leraren, leerlingen en ouders kunnen bepalen waar leerlingen zich in het leerproces bevinden.

Het boek maakt zijn provocerende titel wat mij betreft zeker waar en laat overtuigend de waarde van formatief evalueren voor onderwijs en leren zien. Het originele boek is al uit 2011 en de Nederlandse vertaling uit 2013 maar ik heb het boek recent opnieuw gelezen, mede naar aanleiding van discussies met collega’s op school wat formatief evalueren nu precies is en hoe wij dat zelf inzetten in onze dagelijkse lespraktijk. Te weinig is mijn eigen duidelijke conclusie en ik raad iedereen die meer of minder bekend is met het begrip formatief evalueren van harte aan dit boek aan te schaffen. Er is de nodige discussie over wat formatieve evaluatie nu precies betekent en er wordt in dit kader vaak gesproken over formatief toetsen of formatieve assessment, wat tot de nodige (spraak)verwarring kan leiden. Dit boek helpt deze verwarring op te lossen. Voor geïnteresseerden die hiermee nog niet bekend zijn is de facebook groep ‘Actief leren zonder cijfers‘ zeker ook een aanrader om je bij aan te sluiten.

Het boek eindigt met een handig en bruikbaar overzicht van de ruim dertig praktische technieken die in de verschillende hoofdstukken aan de orde zijn gekomen en die een belangrijke essentie van het boek vormen. Zij maken het boek zo waardevol. De technieken geven aan hoe er concreet in de klas kan worden omgegaan met de besproken theorie. Natuurlijk sluit het boek met een lijst met referenties voor een ieder die zich meer wil verdiepen in een of meer van de besproken onderwerpen.

Bestellen
-bij de uitgever Ten Brink Uitgevers/Didactief

Inhoudsopgave
1: Wat is formatieve evaluatie
2: Verduidelijken, delen en begrijpen van leerintenties
3: Verkrijgen van bewijs van leerresultaten
4: Feedback die het leerproces stimuleert
5: Leerlingen activeren als bron voor elkaar
6: Leerlingen activeren als eigenaars van hun leerproces

Over de auteur(s)
Dylan William is voormalig docent en verbonden geweest aan het Institute of Education aan de Universiteit van Londen en aan de Educational Testing Service in Princeton. Hij werkt nu over de gehele wereld met docenten en heeft meer dan 10 boeken geschreven, vooral over formatieve evaluatie. René Kneyber is wiskundeleraar, lid van de Onderwijsraad, columnist van dagblad Trouw en schrijver van een aantal boeken over onderwijs, waaronder Orde houden in het voortgezet onderwijs, Het Alternatief en Neem gewoon ontslag. Hij is ook uitgever van andere boeken over onderwijs via Uitgeverij Phronese.


%d bloggers liken dit: