Tweede jaar eindexamen resultaten Agora Roermond ook prima

juni 30, 2019

Agora Roermond heeft haar tweede serie eindexamenkandidaten afgeleverd. Er wordt in het Agora model niet gewerkt met een leerstofjaarklassensysteem en een vakkenstructuur, maar met heterogeen samengestelde groepen. Elk kind heeft een eigen leerroute, zonder dat sprake is van individueel onderwijs. Dit is dus een heel andere aanpak dan binnen het onderwijs gebruikelijk. Bij Agora wil men ‘maatwerk’ daadwerkelijk in de praktijk brengen. Leerlingen hebben veel zeggenschap over het eigen leren, maar worden tegelijkertijd intensief begeleid. De groep leerlingen wordt uiteindelijk op de standaard manier geëxamineerd, via een centraal examen. Dit jaar heeft de tweede groep leerlingen van Agora Roermond hun eindexamen gedaan. Hoewel de aandacht in de media hiervoor een stuk kleiner is dan in het eerste jaar deel ik hier graag de resultaten.

 

De resultaten het eerste jaar.

Zes van de 17 eindexamenkandidaten deden hun eindexamen zoals de meeste middelbare scholieren dat doen: in een keer. Alle zes.(vmbo en havo) zijn geslaagd.

Verder waren er nog twee leerlingen die staatsexamen deden, mij is niet bekend of deze leerlingen het gehaald hebben.

De overige negen leerlingen (vmbo, havo en vwo) deden vervroegd eindexamen, wat betekent dat ze dit jaar alvast een paar vakken deden en volgend jaar de rest. Op drie leerlingen na die één 5 haalden, heeft de rest alle vakken binnen. In principe kunnen alle scholen dat regelen, maar het gebeurt niet op grote schaal.

Hoogleraar onderwijs Jos Claessen van de Open Universiteit jis vanaf het begin betrokken geweest bij Agora, doet onderzoek naar het onderwijsconcept en is het eerste eindexamenjaar elke dinsdag op de school geweest. “Je kunt dit soort resultaten, zeker die van het eerste examenjaar, niet vergelijken. Er zijn vrijwel geen leerlingen op gewone middelbare scholen die vervroegd (deel)examens doen of staatsexamens”, laat hij weten. Claessen concludeert in zijn evaluatie van dit eerste Agora-eindexamenjaar dat ‘er binnen de bestaande regelgeving veel ruimte bestaat om dingen anders aan te pakken en te organiseren’.

De resultaten het tweede jaar.

Dit schooljaar deed de tweede, grotere groep Agoraleerlingen mee aan het eindexamen. 57 Leerlingen waarvan er 26 dit schooljaar met een diploma wilden afronden, 2 via een staatsexamens waarvan de uitslag nog volgt. De andere leerlingen deden dit jaar alvast één of meerdere vakken en ronden het examen volgend schooljaar af.

De uitslag betreft dus nu 24 leerlingen: 15 vmbo-leerlingen, 7 havoleerlingen en 2 vwo-leerlingen. Uiteindelijk zijn 16 leerlingen geslaagd.

Het aantal geslaagden is één onderdeel om te bepalen hoe succesvol leerlingen zijn. Waar Agora Roermond ook naar kijkt is het niveau waarop ze vanaf de basisschool zijn binnengekomen en in welke mate op- of afstroom heeft plaatsgevonden en in welke mate dit binnen de nominale verblijfsduur lukte.

Van de 24 leerlingen deden 8 leerlingen eindexamen op een hoger niveau dan hun basisschooladvies. Dit is 33% van de leerlingen. Landelijk ligt het aantal leerlingen dat op een hoger niveau eindexamen doet op 16,4%.

Van de 7 havoleerlingen zijn er drie geslaagd. Wiskunde bleek een van de moeilijkere hordes. Drie van de zeven deden eindexamen op een hoger niveau dan het advies van de basisschool. Omdat ze ‘opgestroomd’ zijn mogen ze feitelijk langer over hun havo doen. Deze leerlingen hebben na vijf jaar al kennis gemaakt met het havo-eindexamen. Voor drie leerlingen bleek dat te vroeg, maar het was wel een mooie oefening voor volgend schooljaar wanneer ze naar verwachting gewoon gaan slagen.

Eén leerling heeft eindexamen gedaan op een lager niveau dan het basisschooladvies. Dit is 4,16% van de leerlingen. Landelijk ligt het aantal leerlingen dat op een lager niveau eindexamen doet in 2017-2018 op 13,2%.

Van de 24 leerlingen gaan uiteindelijk 21 leerlingen zonder tijdsverlies slagen. Dit is gemiddeld 87,5% van de leerlingen. Landelijk ligt dit percentage gemiddeld op 84%.

Agora onderwijs lijkt dus zijn gelijk te bewijzen. Een geheel andere manier van onderwijs benaderen kan even succesvol zijn als regulier onderwijs wanneer het puur gaat om de meetbare resultaten en kan in het bijzonder waardevol voor kinderen die in het reguliere onderwijs vastlopen. Om meer te lezen over de niet-meetbare resultaten en de oordelen van de onderwijsinspectie verwijs ik naar het zeer open verhaal dat Jan Fasen hierover heeft geschreven: de examenuitslag van de tweede groep agoraleerlingen.

Het Agora onderwijs wordt ondertussen populairder. In Roermond zijn dit jaar 110 brugklassers en vijf nieuwe Agora’s openden hun deuren in andere steden.

Bronnen
http://janfasen.nl/2019/06/28/de-examenuitslag-van-de-tweede-groep-agoraleerlingen/
https://agorarotterdam.wordpress.com

Advertenties

Leraar zijn is een prachtberoep

december 15, 2018

Ik heb afgelopen week weer genoten van mijn baan als leraar. Genoten van de interacties tijdens de lessen, de vragen, de verhalen van de kinderen zo even tussendoor. Ik heb genoten van de schitterende presentaties van de Profielwerkstukken aan de ouders. Genoten van de kwaliteit en diepgang die zij toonden en de trots in de blikken van de ouders. Ik heb gelachen met de kinderen, wij hebben elkaar weer een beetje meer gezien via flauwe grappen en kleine woordjes hier en daar.

Leraar zijn is een #prachtberoep. 

Ruim twee jaar geleden schreef ik hier over positief schrijven onder onderwijs.

Goed nieuws is geen nieuws.

Nuances leveren geen headlines.

Wanneer het onderwijs in het nieuws komt is dit ‘dus’ meestal negatief.

Twee weken geleden kreeg ik onder die post de vraag hoe het ermee stond, dat positief schrijven over onderwijs plan.

Beste Frans,

Mede na het zien van het item over bedreigde leraren / docenten in De wereld draait door van woensdag 28 november is bij mij het positieve vuur ontwaakt! Het moet een keer afgelopen zijn met de negatieve beeldvorming van (werken in) het onderwijs. Ik heb gisteren de redactie van De wereld draait door een uitnodiging gestuurd om bij hen aan tafel de komen zitten om een realistisch positief beeld van (werken in) het onderwijs neer te zetten. Tot op heden geen reactie. Wel heb ik van het plaatselijke Rotterdamse huis aan huis blad de toezegging dat ik op reguliere basis een positief verhaal over het Rotterdamse onderwijs mag schrijven.

Wat is de huidige status van dit item “positief schrijven over onderwijs” en kunnen wij daar samen misschien iets in betekenen?

Annemieke van Dillen

Die vraag kon ik niet direct beantwoorden.

Hoi Annemieke,

Ik weet niet wat de status is.
Ik kan slechts persoonlijk het positieve blijven benadrukken op een voor mij realistische manier.

Wat iedereen daarin kan betekenen is hetzelfde doen en blijven doen en opnieuw doen. Onverbiddelijke oprechte aardigheid.

Wat iedereen kan doen is even wachten met het reageren als de emotie hoog is en de formulering niet opbouwend.

Wat iedereen kan doen is wat er mooi is delen. Wat er fijn voelt delen. Wat doet glimlachen delen. Hoe ‘klein’ ook.

Ik zal deze post nogmaals delen. Ik hoop dat velen ons volgen door het delen van een like te voorzien, liefst met een eigen commentaar, van en retweet te voorzien van een eigen woordje, of veel liever nog een eigen verhaal.

Mocht er iemand iets willen schrijven en geen blog hebben: ik plaats het graag.

Met hartelijke groet,
Frans

Hieronder een stuk uit De Havenloods met de oproep van Annemieke. Ik deel het stuk graag.

Annemieke vraagt mensen mooie verhalen over het onderwijs te delen

Rotterdam – Annemieke van Dillen is docent op Hogeschool Rotterdam en actief in Broedplaats010. Ze heeft genoeg van de negatieve berichten over het onderwijs en stuurde deze oproep naar De Havenloods.

‘Woensdagavond 28 november ontwaakte het vuur in mij en nam ik het volgende besluit: Het imago van (werken in) het onderwijs moet echt verbeteren! In een item van DWDD werd (werken in) het onderwijs negatief neergezet. Het item was een reactie op de opening van het NOS-journaal ‘een kwart van de docenten is slachtoffer van geweld door leerlingen’. DWDD deed er nog een schepje bovenop. Twee MBO-leraren vertelde laconiek over hun eigen ervaringen met verbaal en fysiek geweld. Hun reactie vond ik volkomen misplaatst. Bovendien begrijp ik niet dat zij vergeten zijn om ook de mooie kanten van (werken in) het onderwijs te benoemen. Zelf werk ik al jarenlang als docent. Werken in het onderwijs (lees; medeverantwoordelijk zijn voor de ontwikkeling van jongeren) is een van de mooiste en meest zinvolle beroepen die je kan uitoefenen. Waarin iedere dag hele mooie en waardevolle dingen gebeuren. Deze worden naar mijn mening onvoldoende belicht in de media. Met dit artikel doe ik een oproep aan alle lezers van De Havenloods om positieve ervaringen te delen. Met elkaar kunnen wij ervoor zorgen dat het imago van het onderwijs realistisch positief wordt!’

Je kunt positieve verhalen delen via de Facebookpagina ‘Onderwijs010 positief zien’ en natuurlijk bij De Havenloods via redactie.hl@persgroep.nl of op onze facebookpagina.

 


Actief aan de slag met Retrieval Practice

september 8, 2018

Bij leren wordt vooral gedacht en gewerkt aan het zorgen dat informatie de hoofden van onze leerlingen inkomt. Minstens zo belangrijk natuurlijk is dat die informatie er ook weer uitkomt.

‘Retrieval practice’ is een leerstrategie die gericht is op het informatie ook uit de hoofden van onze leerlingen krijgen en zo het leren te versterken. Door zeer regelmatig actief informatie terug te roepen wordt het geheugen voor deze informatie versterkt en wordt vergeten verzwakt.

Retrieval practice is een veel onderzochte, aantoonbaar effectieve en eenvoudig uit te voeren manier van leren.

Hier is een voorbeeld van een zeer actieve retrieval strategie die gebruikt kan worden en die slechts een vijf- tot tiental minuten van de les in beslag neemt. Leerlingen reflecteren hier op hun metacognitie als klas, niet alleen individueel.

Actief aan.de slag met Retrieval practice via de Metacognitie Rij:

  1. Leerlingen verzamelen aan een kant van het klaslokaal. De leerkracht noemt een kernbegrip of concept en leerlingen proberen in stiltje de informatie die zij hierover bezitten terug te halen in hun hoofd.
  2. Leerlingen bepalen zelf hoe goed hun begrip is en verplaatsen zich naar een van de drie posities in het lokaal, waarbij zij tegelijkertijd een rij vormen. Zij baseren hun keuze op metacognitie en geven hun antwoord nog niet. De posities zijn gemarkeerd als ‘Zelfverzekerd teruggehaald’ aan een kant, ‘Soort van teruggehaald’ in het midden en ‘Kan het niet terughalen’ aan de andere kant. (De Engelse termen zijn: “Confidently Retrieve It”, “Kind of Retrieved It” en “Can’t Retrieve It”)
  3. Leerlingen bespreken met de leerling die het dichtst bij hen staat wat zij weten of denken te weten over het begrip of het concept, gedurende twee minuten.
  4. Leerlingen gaan vervolgens in contact met de leerling die zo ver mogelijk bij hem vandaan staat en delen, discussiëren, onderwijzen en leren, gedurende opnieuw twee minuten.
  5. De leraar vraagt vervolgens aan de leerlingen die de informatie in eerste instantie niet konden terughalen wat zij geleerd hebben en aan de leerlingen die de informatie zelfverzekerd terughaalden of hen overeenkomstige misvattingen zijn opgevallen.

De Metacognitie Rij werkt snel en zorgt ervoor dat leerlingen opstaan en bewegen. De Metacognitie Rij is bij alle niveau’s en alle onderwerpen te gebruiken en brengt Retrieval practice, Feedback en Metacognitie op een eenvoudige en plezierige manier de klas in.

Dus…, doe het gewoon ergens in de komende weken en betrek leerlingen actief bij Retrieval practice, in slechts een paar minuten van een les.

Ik ga het in elk geval doen deze komende week, bij een aantal van mijn klassen. We gaan actief aan de slag met leren.

Bron:
– Retrieval Practice – Try Metacognition Line Up for retrieval practice and peer feedback

PS: Een van de doelen voor dit schooljaar voor mijzelf is het hier delen van leerstrategieën waarvan aangetoond is dat zij een positief effect op leren hebben, met speciale aandacht hoe deze in de dagelijkse praktijk toe te passen. Weten wat werkt en hoe dit toe te passen in de klas. Deze post is de tweede in deze serie. De eerste was Hoe kun je leren versterken zelfs op de eerste dag van het schooljaar. Een uitgebreidere toelichting en een overzicht hoop ik later te schrijven.


Hoe kun je leren versterken, zelfs op de eerste dag van het schooljaar?

augustus 26, 2018

De scholen zijn alweer gestart of gaan weer starten en in de eerste uren, dagen en weken staat leraren weer een hoop te doen: relaties opbouwen, klassen vormen, materialen organiseren, programma’s afstemmen, zorgen dat de koffiepot gevuld blijft…

Ondanks dat is het mogelijk al vanaf het eerste dag een paar minuten retrieval practice in te voegen in de les. Geen planning en geen cijfers – gewoon alleen leren.

Bij leren wordt vooral gedacht en gewerkt aan het zorgen dat informatie de hoofden van onze leerlingen inkomt. Minstens zo belangrijk natuurlijk is dat die informatie er ook weer uitkomt.

‘Retrieval practice’ is een leerstrategie die gericht is op het informatie ook uit de hoofden van onze leerlingen krijgen en zo het leren te versterken. Door zeer regelmatig actief informatie terug te roepen wordt het geheugen voor deze informatie versterkt en wordt vergeten verzwakt.

Retrieval practice is een veel onderzochte, aantoonbaar effectieve en eenvoudig uit te voeren manier van leren.

Hier zijn drie voorbeelden van retrieval strategieën die al op de eerste dag van de lessen gebruikt kunnen worden en die slechts en paar minuten in beslag nemen.

  1. Twee Dingen. Vraag leerlingen zich twee dingen te herinneren van het afgelopen schooljaar, twee dingen die zij in de vakantie geleerd hebben, twee dingen die ze al weten over de stof van het komende schooljaar
  2. Geheugen Dumps. Laat leerlingen in een minuut alles opschrijven wat zij zich kunnen herinneren over een bepaald onderwerp of al weten van een onderwerp dat dit jaar nieuw gaat zijn. In een biologie klas kan dit bijvoorbeeld zijn alles over voortplanting of evolutie.
  3. Warm Ups. Om kennis te maken zijn ijsbrekers prima maar Warm Ups beter. Leerlingen halen hun eigen informatie en ervaringen terug via grappige vragen die leiden tot een korte discussie of een stemming in de klas. Wat is je minst favoriete ijsje? Waar in de wereld zou je het liefst naar toe reizen en waarom? Zou je liever een zeilboot of een luchtballon hebben en waarom? Welk dier zou een goede muzikant zijn en waarom?

De discussie die volgt na deze activiteiten zorgt voor feedback, die zo belangrijk is voor het leren. Het is aangetoond dat het terughalen van informatie leren verbetert, zelfs voor gerelateerde informatie die niet direct zelf is teruggehaald.

Dus, doe het gewoon en betrek leerlingen direct vanaf dag een bij retrieval practice, in slechts een paar minuten.

Ik ga het in elk geval doen deze komende eerste week, bij al mijn klassen. Ik zal de Twee Dingen en de Geheugen Dumps gebruiken, de Warm Ups dus niet.

Bronnen:
– Retrieval Practice – One Minute
Retrieval Practice – Two Things
Retrieval Practice – Brain Dumps
Retrieval Practice – Warm Ups

PS: Een van de doelen voor dit schooljaar voor mijzelf is het hier delen van leerstrategieën waarvan aangetoond is dat zij een positief effect op leren hebben, met speciale aandacht hoe deze in de dagelijkse praktijk toe te passen. Weten wat werkt en hoe dit toe te passen in de klas. Deze post is de eerste in deze serie. Een uitgebreidere toelichting en een overzicht hoop ik later te schrijven.


Motiveren is te leren – recensie

juli 26, 2018

 

Motiveren is te leren, Uitgeverij SWP 2018, geschreven door Dirk van der Wulp, is een heel praktisch boek. De schrijver koppelt zijn eigen langjarige ervaringen als docent en mentor aan een grondige wetenschappelijke onderbouwing en beschrijft hoe je de motivatie van leerlingen bij hen kunt terugbrengen. Via concrete voorbeelden wordt getoond hoe de suggesties die de wetenschap biedt een plaats kunnen krijgen in de dagelijkse praktijk in de klas.

Het motiveren van leerlingen is een dagelijkse strijd voor veel mensen werkzaam in het onderwijs. Leerlingen willen wel leren maar niet altijd wat hen wordt aangeboden of op het moment dat het hen wordt aangeboden of hoe het hen wordt aangeboden. Er is voor veel leerlingen zoveel meer dat speelt in hun leven dat zij naar school gaan vooral als een verplichting ervaren die met zo min mogelijk inspanning ondergaan dient te worden.

In het boek wordt getoond dat het stellen van drie verhelderende vragen de motivatie van leerlingen kan aanwakkeren. Die vragen zijn terug te leiden op de wetenschap en komen in verschillende vormen aan bod in andere boeken over het geven van effectieve feedback. Wat wil je? Wat doe je al? Wat ga je doen om te komen waar je wilt komen? Deze vragen worden op drie niveau’s gesteld: taak, proces en zelfregulatie.

Het stellen van deze vragen alleen is nog niet genoeg wordt betoogd. Om ze werkelijk waardevol te kunnen maken is het nodig de leerlingen te laten voelen dat ze ook op school zeker een bepaalde mate van autonomie hebben en dat in verbondenheid haalbare doelen gesteld en bereikt kunnen worden. Om leerlingen werkelijk te motiveren is het nodig om in je didactiek hier zeer bewust mee om te gaan.

Het boek kent een hele duidelijke indeling, waarbij de eerste vier hoofdstukken gaan over de theorie en de onderzoeksresultaten die in meer of minder mate bruikbaar zijn om motivatie te vergroten: zelfdeterminatie, oplossingsgericht werken, feedback en groeimindset, In het vijfde hoofdstuk worden deze samengebracht. Elk hoofdstuk laat voorbeelden uit de praktijk zien en eindigt met een zeer bruikbare sectie ‘concreet in de klas’.

Bij het boek hoort ook de website motiveren is te leren met aanvullende materialen.

Bestellen
– bij de uitgever Uitgeverij SWP

Inhoudsopgave
1. De zelfdeterminatietheorie
2. Het oplossingsgericht werken
3. De kracht van feedback
4. Op weg naar een groeimindset
5. Eenheid in verscheidenheid, de integratie

Over de auteur
Dirk van der Wulp is 38 jaar biologiedocent geweest en 36 jaar klassenmentor. Hiernaast is hij 25 jaar actief geweest als schoolcounselor. Hij geeft trainingen Oplossingsgericht Werken en Excellent Gemotiveerd aan docenten, mentoren en leidinggevenden.


Verwondering – recensie

juli 25, 2018

 

Verwondering – leren creatief en kritisch te denken door vragen te stellen, Ten Brink Uitgevers 2016, geschreven door Dick van der Wateren is niet een standaard boek over onderwijs. Het is een boek over het belang van het stellen van vragen. Het boek leest alsof Dick een oudere, wijze man is met veel ervaringen. en een onvermoeibaar jeugdig hart voor kinderen en onderwijs. (En dat klopt ook, ik ken Dick persoonlijk). Wanneer je het boek leest hoor je Dick praten. Het is een persoonlijk relaas over zijn reis door het onderwijs.

Het boek is niet voor iedereen in het onderwijs. Het is voor hen die zichzelf nog steeds vragen durven stellen en dit ook kun leerlingen willen laten doen. Dick beschrijft hoe hij van zijn uitgangspunt dat alle kinderen nieuwsgierig zijn en dat alle kinderen willen leren is gekomen tot zijn overtuiging dat het stellen van vragen essentieel is. Dat Dick het boek opdraagt aan zijn kleinkinderen toont zijn liefde voor kinderen, vormgegeven als onderwijs.

In het boek wordt uitgelegd wat het belang is van het stellen van de juiste vraag, hoe belangrijk het is dit kinderen aan te leren en hoe je dit kunt doen. Het boek is ook een pleidooi voor het ruimte scheppen in het curriculum voor andere vormen van onderwijs. Leren door het stellen van Grote Vragen en het op zoek gaan naar antwoorden hierop. Dit alles aan de hand van concrete voorbeelden hoe dit in praktijk kan worden en is uitgevoerd. Een van de methoden hiervoor is de brandpuntmethode, door Dick vanuit de Question Formulation Technique omgezet naar het Nederlands. Deze methode heeft Dick inmiddels op meerdere onderwijsbijeenkomsten met succes gedeeld.

Het meest geraakt werd ik door het verhaal van Tirza in het boek. Ik heb Tirza ook ontmoet tijdens de presentatie van het boek en dat raakte mij mogelijk nog meer. Tirza las op haar twaalfde Plato voor haar plezier maar dreigde in de vierde klas af te zakken naar de havo. Tirza raakte gefrustreerd omdat ze geen antwoord kreeg op haar vragen. Als een noodkreet laat ze tijdens een gesprek horen dat ze wil leren. Ze wordt dan gezien en gehoord door Dick en gaat aan de slag. Inmiddels is Tirza summa cum laude afgestudeerd aan het AUC in Amsterdam en heeft ze zomercursussen gedaan aan de City University in New York. Dit doordat haar het net op tijd de juiste vragen werden gesteld, waardoor zij dit zelf ook ging doen.

Ik heb het boek, dat verscheen in oktober 2016, met veel plezier gelezen en lees er af en toe in terug, met evenveel plezier. Ik kon niet anders dan glimlachen toen ik onlangs een vraag zag langskomen op een van mijn sociale media: ‘Wat is een goed Engels woord voor Verwondering?’. Ik heb natuurlijk geen antwoord gegeven.

Bestellen
– bij de uitgever Ten Brink Uitgevers

Inhoudsopgave

  1. Waarom anders?
  2. Goed onderwijs
  3. De kracht van vragen
  4. Grote vragen
  5. Op weg naar een goede vraag
  6. Ten slotte
  7. Bijlagen

Over de auteur
Dick van der Wateren heeft gewerkt als geologisch onderzoeker, wetenschapsvoorlichter en docent natuurkunde, met speciale aandacht voor talentvolle en begaafde leerlingen. Sinds 2017 heeft hij een filosofische praktijk in Amsterdam, De Verwondering, waar hij gesprekken voert met jongeren en volwassenen die op zoek zijn naar helderheid over problemen of kwesties waar zij mee worstelen. Hij schrijft op zijn blog over onderwijs en aanverwante zaken.


Hoeveel vakantie hebben leraren nu eigenlijk?

juli 24, 2018

 

Het is vakantie.

Maar hoeveel vakantie hebben leraren nu eigenlijk?

Een blogpost die ik al langer wilde schrijven omdat daarover nogal wat misverstanden bestaan.

Daarom hier heel kort de feiten voor het VO.

 

De afspraken

– Volledige baan volgens CAO = 1659 uur

– Aantal uur per week volgens CAO = 36,86

– Aantal schoolweken = 40

– Aantal lesweken = 38

 

De conclusies

– 1659 uur / 36,86 uur per week = 45 weken

– 52 – 45 = 7 weken vakantie (inmiddels 6 door ‘werkdrukverlaging’, daarover later meer)

– 1659 uur / 40 lesweken = 41,5 uur per week

– 1659 uur / 38 lesweken = 43,7 uur per week

 

Lesvrijeperiode

Al jaren gebruik ik zelf de term ‘lesvrijeperiode‘ voor al die weken waar er geen contact is met leerlingen en er geen les gegeven wordt. Dit zijn de herfstlesvrijeperiode, de kerstlesvrijeperiode en de voorjaarslesvrijeperiode. Dit zijn dus geen vakanties.

 

De discussie

Het staat een leraar vrij om een langere werkweek dan de in de CAO afgesproken 36,86 uur te draaien. Daarmee spaart hij deze uren op om ze elders in te kunnen zetten, als ‘vakantie’. Dat klopt. Maar daarvoor moet hij dan dus wel 41,5 uur per week werken. Dat is een keuze, geen recht, geen verplichting. Daarover kun je discussiëren.

 

PS 1: Ik voelde de noodzaak om deze post nu, hoe kort en onvolledig ook, te schrijven naar aanleiding van het verhaal op nos.nl over werkdruk, waar zelfs stichting Leerkracht, die ik hoog heb zitten met hun fantastische werk om elke-dag-samen-een-beetje-beter ons onderwijs te verbeteren aangeeft dat leraren 10 weken vakantie hebben en dat daar ‘winst’ te behalen zou zijn.

PS 2: Zodra er meer tijd is zal ik deze post uitbreiden met de gegevens voor PO en MBO en het verhaal invullen met meer details en inkaderen in de gemiddelde werktijd en vakantie voor andere beroepen.

PS 3: Mocht je vinden dat leraren wel veel vakantie hebben en dat als een groot voordeel zien of graag gebruik willen maken van de mogelijkheid om je uren in te delen kom dan vooral helpen om het lerarentekort op te lossen 😜. Het is ook nog eens echt leuk werk!

 

Bron:
CAO VO 2016-2017

 


%d bloggers liken dit: