Wat zeggen cijfers?

januari 14, 2016

Bij mij op school is het deze week toetsweek. Niets bijzonders. Toetsen genereren cijfers. Niets bijzonders. Zo gaat dat. Als je cijfers hebt kun je er over praten, wordt er over gepraat. Cijfers ‘betekenen’ namelijk iets. Tijdens een toetsweek in het bijzonder wordt er veel over cijfers gesproken. Er wordt op cijfers gerekend. Wat cijfers betekenen is echter nog niet zo eenvoudig te ontdekken als de eenvoud van de getallen tussen 1 en 10 suggereert. Te vaak dienen cijfers als de kapstok waaraan in het voorbijgaan wat meningen worden opgehangen.

Een voorbeeld.

Deze toetsweek is de afsluitende biologie toets voor klas 3. Biologie is in klas 3 éénuursvak, dat geperiodiseerd wordt gegeven. Dit betekent een half jaar lang twee uur per week. Deze toetsweek is de afsluitende toets. Ik geef les aan twee parallel klassen, dezelfde lessen, de klassen zijn even groot (beide 30 leerlingen), dezelfde uitleg, dezelfde opdrachten, dezelfde toetsen.

De resultaten zijn verschillend, dus dit zegt ‘iets’.

Na de eerste twee toetsen zijn de resultaten:

Wat zeggen cijfers 1 2016-01-14_0818

Klas 3V1 behaalt gemiddeld hogere cijfers. In de wandelgangen en aan de koffietafel wordt er gesproken over klassen en leerlingen. In dit geval is het beeld diffuus. Bij andere vakken behaalt 3V2 juist gemiddeld hogere cijfers.

We gaan verder en na vier toetsen zijn de resultaten:

Wat zeggen cijfers 2 2016-01-14_0819

Klas 3V1 blijft gemiddeld hogere cijfers halen. Zij scoren bij elke toets gemiddeld hoger. Het beeld lijkt duidelijker te worden. In de wandelgangen en aan de koffietafel klinken de geluiden iets strakker.  Misschien is 3V1 beter in exact en 3V2 beter in talen?  3V1 werkt ook veel beter in de klas! Bij mij niet. In 3V1 zitten een paar hele goede leerlingen en geen slechte. In 3V2 zitten een paar niet zo goede leerlingen en geen echte hele goede. O, bij mij wel.

Dan de eindtoets, over de stof van het gehele halve jaar. Deze toets telt net zo zwaar als de vier eerdere toetsen bij elkaar. Deze toets is eergisteren gemaakt en heb ik diezelfde dag nagekeken. Enerzijds als service naar mijn leerlingen, die graag hun cijfer willen weten, anderzijds omdat ik graag wil weten hoe zij het gedaan hebben, niet omdat ik wil weten wat hun cijfer is.

Als eerste kijk ik klas 3V1 na. De resultaten vallen mij wat tegen. Ik zie foutjes waar ik ze niet verwacht had. Ik zie onnauwkeurige formuleringen die ik niet goed kan rekenen. Ik word wat bedrukt. Er ontstaan tijdens het nakijken in mijn hoofd vele vragen over oorzaken, individuele omstandigheden en keuze’s. Vragen over gegeven uitleg en instructies en al dan niet gestelde vragen. In cijfers uitgedrukt is het gemiddelde resultaat:

Wat zeggen cijfers 3 2016-01-14_0820

Vervolgens kijk ik klas 3V2 na. Al in de eerste serie vragen ben ik verbaasd. Zij kennen de feiten goed. Aan het eind van het nakijken ben ik onder de indruk. Er zij maar liefst zeven leerlingen die de laatste, compleet nieuwe en zeer complexe vraag, goed hebben beantwoord! Zij snappen het volledig! Ik word er vrolijk van. Nieuwe vragen ontstaan in mijn hoofd. Is er een verschil geweest tussen beide klassen in de laatste weken? In de vorm of inhoud van mijn uitleg, in de werkhouding van de leerlingen, in het aantal daadwerkelijk gegeven lessen, in het gebruik van de extra uitgereikte oefeningen? In gemiddelde cijfers uitgedrukt is het plaatje uiteindelijk als volgt:

Wat zeggen cijfers 4 2016-01-14_0822

Wat zeggen cijfers?

Een vraag die mij danig bezighoudt.

 


Toetsweken, een goed idee?

januari 12, 2016

Toetsen een goed idee piano-307653_960_720

Bij mij op school is het deze week tentamen/toetsweek. Dit is niet bijzonder. Veel middelbare scholen hebben toetsweken, vorige week, deze week of volgende week. Een week lang zijn er geen lessen en alleen maar toetsen.

In de Kerstlesvrijeperiode ontmoette ik toevallig een oude vriend, die recent ook als docent is gaan werken. Wij spraken over verleden en heden, en ook over onderwijs, natuurlijk.

Hij vertelde mij daarbij een aantal dingen die hem waren opgevallen zijn eerste jaar. Voordat hij in het onderwijs ging werkte hij in een commercieel bedrijf als afdelingsleider. Hij noemde een aantal zaken die bij navraag door zijn collega’s als normaal beschouwd worden, maar hem als nieuwkomer verbaasden.  Zo vertelde hij het volgende, en hij vroeg mij wat ik daar nu van vond.

Op zijn school zijn er 4 periodes en in de bovenbouw wordt elke periode afgesloten met een toetsweek. De toetsweken zijn, in verband met de organisatie van mondelingen en de indeling van de leerlingen in clusters, in de praktijk uitgedijd tot 7 of 8 dagen. Twee weken na elke toetsweek is er bovendien een dag waarop toetsen herkanst kunnen worden.

Totaal waren er, lesuitval voorbehouden, 152 lesdagen op zijn school zijn eerste jaar. Hiervan werden er 35 gebruikt voor toetsen of herkansen.

Dit betekent dat op zijn school minimaal 23% van de tijd wordt besteed aan toetsen.

We besloten dat wij toetsweken geen goed idee vinden en namen nog een drankje.

PS: Deze blog is deels geschreven tijdens het surveilleren 😜.

 


Docent 16.1.11

januari 11, 2016

Ik zag gisteren de volgende tweet langskomen:

Docent 16.1 2016-01-10_1820

Dit zette mij aan het denken. Vanwaar die nummers als ‘5.0’? Veel bedrijven en adviseurs geven hun producten of inzichten een nummer, om aan te geven dat het nieuwer en (dus) beter is. Een trend die sterk is de wereld van de ICT en de auto’s, en wordt gevolgd door hen die de (verkoop)kracht van nieuwe nummers zien. Windows is bij 10 (na 9 te hebben overgeslagen), OS-X is bij 10.11.2, Explorer is bij 11.0.26, Safari is bij 9.0.2, Chrome is bij 47.0.2526.106, het internet is bij Web 3.0. BMW is bij de 8-serie, Ferarri is bij de 599XX, Mazda is bij de 626.

In de wereld van de ICT suggereert het cijfer voor de punt een grote wijziging, die erachter een kleine. Bij auto’s is de naamgeving en nummering voor mij wat ondoorzichtig. Je kunt je laten imponeren en altijd de laatste versie willen hebben, je kunt er om lachen dat er zoveel versies zijn, je kunt het negeren, je kunt het je laten helpen om te weten wat de laatste versie is.

Als je een product maakt en dit continu verbetert dan wil je dit graag delen met je klanten.

Als je als docent continu wilt verbeteren en dit ook doet, blijf je dan hetzelfde of word je een nieuwe versie van jezelf?

Ik ben in januari 2000 begonnen als docent. Ik ben nu dus versie 16.1.11. Elke dag een beetje beter.

En jij? 😀

 


Charlie Hebdo, een jaar later

januari 7, 2016

Vandaag is het 7 januari, 1 jaar na de aanslag op Charlie Hebdo. Twee maanden na de aanslagen in Parijs, op onder andere muziektheater Bataclan.

Gisteravond, 6 januari, was de bijeenkomst MeetUp010#4, getiteld: ‘De klas is de wereld’. Hier spraken docenten, schoolleiders, docenten in opleiding, bestuurders en experts óf en hoe je met leerlingen in de klas spreekt over zulke ingrijpende gebeurtenissen.

MeetUp010#4 vond plaats op de Gereformeerde Scholengemeenschap Randstad, volgens rector Kees Klapwijk, tot zijn tevredenheid, door een van haar reguliere bezoeksters beschreven als een ‘hippe christelijke school’. En in die schijnbare tegenstrijdigheid zat een deel van de rode draad voor deze avond.

Charlie Hebdo een jaar later CYDycZgWsAAcRDa

foto: Erik Harinck

Henk ter Haar, docent Nederlands, deelde de resultaten van zijn niet representatieve onderzoek naar hoe docenten en scholen zijn omgegaan met Charlie Hebdo en Parijs. Ongeveer 85% van de leerkrachten gaf aan hier op een of andere wijze aandacht aan besteedt te hebben. Ongeveer 10% gaf aan dit binnen de bestaande schoolcultuur zeer ongebruikelijk zou zijn geweest. Angst voor het gesprek zit voor veel docenten in de onvoorspelbaarheid van de reacties. Aanbevelingen voor in de klas: Praten helpt. Emoties zijn goed, feiten zijn beter. Niet veroordelen, helpen oordelen. Ine Spee, crisisadviseur school en veiligheid, belichtte het verschil tussen een ramp op school, die leidt tot solidariteit, en rampen buiten school, die polariserend kunnen werken. Voor een goed gesprek in de klas zijn een samenhangende invulling van de verschillende taken van schoolleiders, mentoren en vakdocenten essentieel. Er is een noodzaak voor onderlinge steun en begrip. Afspraken voor een gesprek lijken zo vanzelfsprekend dat zij vaak worden vergeten, zijn toch echt nodig, respect, uitpraten, niet persoonlijk, niet generaliserend. Gerben ter Beek, docent economie, liet zien hoe op christelijk scholen die hun dagopening digitaal delen door docenten snel kan worden ingesprongen op actualiteiten door snel bronnen en suggesties aan te bieden. Een lichtend voorbeeld. Halil Karaaslan, docent Maatschappijleer, vertelde ons dingen ‘die hij normaal niet zo zou zeggen’, om ons aan het denken te zetten. Hij wilde dat wij ons aan hem irriteerden, wat niet zo moeilijk was, óf van hem hielden, wat niet zo moeilijk was. Toch wilde hij geen middenweg. Zijn focus was op het dilemma in elk gesprek in de klas. Hoor jij de ander werkelijk, ken jij zijn wereld? Ben je jezelf bewust van jou plaats in het gesprek, als professional? Op een schijnbaar luchtige maar rake toon, vatte de straatwijze cabaretier Ismail Aghzanay, inmiddels docent Engels in opleiding, zijn visie samen op het belang van oprechte betrokkenheid van de leerkracht, die ook ooit zelf leerling was. ‘Hoe gaat het met jou?’

De avond werd afgesloten met een gesprek tussen gasten en publiek, geleidt door Nourdin El Ouali. Wat is er geleerd? Wat wil je nog weten? Wat zijn jouw hoogtepunten? Wat ga jij morgen doen?
Er was een duidelijke rode draad. Praten is moeilijk. Leerkrachten dienen toch het gesprek te (bege)leiden. Voor een goed gesprek dienen leerkrachten leerlingen te zien, te kennen. Verschillen te onderkennen, in achtergrond en in taalgebruik. In hoeverre zijn wij als docenten moreel goed bezig wanneer wij leerlingen vertellen wat moreel belangrijk is? We doen, vrijwel onbewust, vrijwel ongemerkt, bijna alles vanuit een dominante cultuur en een eigen visie. Hoe groot of klein deze cultuur ook mag zijn. In de klas zijn dit de harde praters, of de docent, die onvoldoende afstand neemt. Wie bepaalt wat belangrijk is, waarover kan en dient te worden gesproken? Op school kan dit de identiteit zijn. Op ‘christelijke’ scholen vallen er keiharde woorden na Charlie Hebdo en Parijs. Op ‘zwarte’ scholen is er nauwelijks interesse voor. We proberen op te leggen wat wij belangrijk vinden met soms weinig oog voor wat anderen belangrijk vinden. Kun je een gesprek of discussie aangaan met leerlingen als je zelf onvoldoende op de hoogte bent van de feiten? Praten is moeilijk. Zowel voor de meerderheid als de minderheid.

Wil je meer lezen over de bijeenkomst? Arjan Moree schreef gisteren een live blog.

Wil je er een volgende keer bij zijn? Dat kan! Zet vast in je agenda. Op 2 maart zal MeetUp010-#5 zijn, met weer een andere vorm. Aan de hand van de documentaire ‘Valt er hier nog wat te leren?’, dat een inkijkje geeft in dagelijkse praktijk van een andere vorm van leren, zullen gastsprekers en publiek met elkaar in gesprek gaan over de vraag: Wat is goed onderwijs? Een trailer van de documentaire is hier te zien. Aanmelden kan via de website, het exacte programma zal volgen.

Wil je een MeetUp in jouw stad? Dat kan! Misschien is 050 de volgende:

Charlie Hebdo Meetup010 Meetup050 2016-01-07_1828

 


MeetUp010 logo cropped-SCN_0015-website

MeetUp010 is ontstaan als reactie op de zeer veel bekeken en zeer indrukwekkende VPRO Tegenlicht uitzending ‘De onderwijzer aan de macht’. Deze uitzending leverde zoveel positieve energie dat een aantal mensen in Rotterdam de koppen bij elkaar stak en op 19 maart 2015 organiseerden zij de eerste MeetUp010 bijeenkomst. De tweede bijeenkomst stond vooral in het teken van de leerling en werd gehouden in de vorm van edcampNL. Het onderwerp van de derde bijeenkomst was De Staat van de Leraar, aan de hand van het verslag van het onderzoek dat dit jaar voor het eerst was gedaan.

De mensen achter de organisatie van MeetUp010#4 zijn:
Monique van den Heuvel, onderzoeker en docent Hogeschool Rotterdam.
Ralf Hillebrand, docent economie op Wolfert Pro.
Arjan Moree, docent geschiedenis op het Penta college CSG Scala Rietvelden.
Claire Ohlenschlager, docent bij de Hogeschool Rotterdam.
Inge Spaander, docent Media en Entertainment bij Thorbecke Voortgezet Onderwijs Nieuwerkerk.
Woosje Stuart, docent beeldende vorming en cultuurcoördinator bij RVC De Hef.
Gijs Verbeek, redacteur en onderzoeker bij het NIVOZ-forum.
Frans Droog, docent Biologie en Mens en Natuur op het Wolfert Lyceum


Verbeelden

januari 2, 2016

Verbeelding imagination the_eye_of_imagination__by_faithdougwolve-d73x0c5

Sinds 2003 bestaat het initiatief ‘Mijn Moment‘, gestart door Henk-Jan Winkeldermaat. Hierin schrijven mensen uit zijn netwerk hun moment uit het afgelopen jaar in maximaal 500 worden. Het levert fantastische persoonlijke verhalen op.

Sinds 2014 jaar bestaat er in navolging hiervan het initiatief ‘Onderwijsmomenten‘, gestart door Karin Winters. Iedereen werkzaam of betrokken bij het onderwijs kan hier zijn moment van het jaar kwijt. Ook dit levert fantastische persoonlijke verhalen op. Aanraders voor iedereen met een mening over onderwijs.
Het eerste jaar heb ik geen bijdrage geleverd. Ik durfde niet zo goed, was een beetje te laat, had wel graag gewild. Heb me dus voorgenomen het dit jaar wel te doen. Kiezen uit al mijn momenten viel mij zwaar. Ik begon op tijd, was niet tevreden en kon niet kiezen. Wat kan en mag je vertellen? Er lagen drie verhalen ‘klaar’. Dertig december was dan toch de deadline. Onderstaand verhaal is niet het verhaal geworden dat ik heb ingestuurd.

Verbeelden

Ergens in de zomervakantie, de enige vakantie die ik niet als #lesvrijeperiode bestempel, stuurde ik een verzoek rond middels deze blogpost: ‘Een uitdaging! blimageNL‘. De exacte datum was 24 juli. Het verzoek was om aan de hand van een afbeelding een (persoonlijk) verhaal over onderwijs te schrijven en vervolgens iemand uit te dagen hetzelfde te doen. Ik nam mij voor de verhalen van een korte introductie te voorzien en ze via dit blog te delen.

Op 25 juli verschenen de eerste zeven verhalen, op 26 juli volgden de tweede zeven. Ik was overweldigd! Zo snel, zulke mooie verhalen! Ik werd stil en warm, nat op mijn wangen. Ik verzamelde de verhalen om ze te kunnen delen. Op 27 juli volgde de derde serie van zeven verhalen, op 28 juli volgde dag vier, zeven nieuwe verhalen. Ik werd stiller en warmer, droogde mijn wangen, verzamelde en deelde verder.

Het bleef groeien en bloeien, op dag vijf elf verhalen, op dag zes vier, net als op dag zeven. Waar kwamen die verhalen vandaan? Wat bezielde mensen om in hun vakantie deze verhalen te schrijven? Ze lezen geeft een antwoord.

Het ging verder. Week 2, acht verhalen. Week 3, zeven verhalen. Week 4, negen verhalen. Week 5, negen verhalenWeek 6, vier verhalen. Ik las de verhalen en herlas ze. Ik bedankte in mijn hart en via twitter en email.

Er zijn inmiddels 88 verhalen geschreven! Verhalen aan de hand van een beeld. Een verbeelding. Al deze verbeeldingen zijn terug te vinden via de #blimageNL lijst.

Wat maken deze #blimageNL verbeeldingen mijn onderwijsmoment?

De verhalen. Hun ontroerende inhoud. De mensen achter de verhalen. De warme regenboog van betrokkenheid die zij schilderen. Dat ik deze mensen mag kennen. Dat ik zoveel antwoorden kreeg op één vraag. Dat er zoveel mensen zijn die juist in hun vakantie de tijd nemen, omdat zij hem dan zelf hebben, om hun onderwijshart te verwoorden. Mijn verbazing. Dat er mensen zijn die geen eigen blog hebben en hun verhaal op een andere wijze delen. Mijn blijdschap. Dat je hoopt dat een les mooi gaat zijn en dat hij veel mooier is dan je je ooit had kunnen voorstellen. Dat het delen van een goed idee vermenigvuldigend werkt.

Deel je mooie momenten mensen. Verleid mensen te luisteren naar moois. Dan kan de thermostaat zo twee graden lager.

Verbeelding imagine umblr_mc3tdmtA0D1rffybho1_500

 

 

 


Literatuur en een tuin #blimageNL

januari 2, 2016

Literatuur en leren

 

Een verhaal van Margreet van Heeringen

Een nieuw schooljaar. Ik bedenk en probeer van alles om een band met mijn havo-3 te krijgen maar zie van de kant van mijn leerlingen nog weinig respons. Een kleine 30 pubers, leerlingen uit 2-havo maar ook doublanten en zij-instromers uit 2-vwo en 2-mavo. We moeten een heel jaar samen.

Ik heb mijn literatuurles met verve voorbereid, vól met activerende didactiek en coole filmpjes in de Google Classroom, maar zie bij binnenkomst dat dit ‘t niet gaat worden. Ze stuiteren. Velen hebben hun spullen nog beneden in hun kluis en ze mopperen over collega’s. Ik zucht zichtbaar.

Dan ga ik op een tafel zitten, haal diep adem en kijk rond totdat het stil wordt. Ik vertel. Over mijn jeugd. Over mijn puberteit. En hoe het lezen van boeken mijn leven veranderde. En dat ik hen dat ook toewens. Die ervaring. Ik vertel over boeken die mij hebben geraakt en citeer zinnen met voor mij prachtige zinswendingen en woordvariatie. Ik leg uit en verklaar en word oprecht blij.

Ik spreek uit dat ik hoge verwachtingen van hen heb. Dat het lezen van literatuur ook voor hen is weggelegd en dat we het dit jaar gewoon sámen gaan doen. Ik laat de trailer zien van Maarten ‘t Hart waarin hij een fragment voorleest uit “Magdalena” en bespreek hun wrevel en vragen: “Wat praat die man langzaam, zeg! Waarom mag hij niet met zijn verjaarscadeau spelen?” en “Wat is Mecano eigenlijk?”

Langzaam verdwijnt de weerstand en kan ik hun inzichten koppelen aan de theorie over motieven en het stellen van hamvragen. Op de vraag of ik nog zo’n raar filmpje heb, laat ik Adriaan van Dis’ “Ik kom terug” zien. Aan één keer kijken heeft een aantal niet genoeg. “Ik snap er nog echt geen bal van hoor..”

Na de derde keer blijft het doodstil. Dan zegt de stoutste van het stel: “Is dat eigenlijk beeldspraak? Die tuin, die wordt vergeleken met het leven van zijn moeder?” Een klasgenoot vult aan: “Stijlfiguur, metafoor ofzo”. De klas zoekt elkaars blik en knikt instemmend. Dan draait een leerling zich naar mij om en zegt verbaasd: “Dus daarom heeft mijn vader een foto van onze tuin gezet op de rouwkaart van mijn moeder..”

En ik?

Ik krijg een brok in mijn keel en maak een diepe buiging. Het wordt een topjaar met deze klas!


Ogen

december 31, 2015

Ogen dobbelsteen 3 27 ONE dice

 

Sinds 2003 bestaat het initiatief ‘Mijn Moment‘, gestart door Henk-Jan Winkeldermaat. Hierin schrijven mensen uit zijn netwerk hun moment uit het afgelopen jaar in maximaal 500 worden. Het levert fantastische persoonlijke verhalen op.

Sinds 2014 jaar bestaat er in navolging hiervan het initiatief ‘Onderwijsmomenten‘, gestart door Karin Winters. Iedereen werkzaam of betrokken bij het onderwijs kan hier zijn moment van het jaar kwijt. Ook dit levert fantastische persoonlijke verhalen op. Aanraders voor iedereen met een mening over onderwijs.
Het eerste jaar heb ik geen bijdrage geleverd. Ik durfde niet zo goed, was een beetje te laat, had wel graag gewild. Heb me dus voorgenomen dit jaar wel een bijdrage te leveren. Maar kiezen uit al mijn momenten viel mij zwaar. Ik begon op tijd maar was niet tevreden en kon niet kiezen. Wat kan en mag je vertellen? Er lagen drie verhalen ‘klaar’. Gisteravond was dan toch de deadline. Onderstaand verhaal is niet het verhaal geworden dat ik heb ingestuurd.

Ogen

M. ken ik al sinds de eerste klas. Ik gaf haar toen het vak Science, 4 uur in de week. Ze viel een beetje op, maar nog niet echt. Tijdens de lessen was ze stil, ze zat achterin, met haar vriendinnen. Een clubje van 5 meiden, zoals je die vaker ziet, meiden die alles samen doen op school. Vier of vijf of zes jaar lang, soms ook nog lang daarna. M. liep altijd als achterste van de vijf.

M. rolde cijfermatig onopgemerkt door de eerste twee jaar. Bij de leerling besprekingen in jaar drie kwam ze wel eens aan bod, maar er waren altijd andere leerlingen met slechtere cijfers of schijnbaar grotere problemen. M. werd lui en ongeïnteresseerd genoemd. Het dodelijke ‘ze moet gewoon harder werken’ was meestal het verdict.

M. zit nu in de vijfde, na de vierde twee keer te hebben gedaan. Haar vriendinnen zitten inmiddels in andere klassen. Het gaat niet goed. Het gaat slechter. M. lacht nauwelijks meer. Zij is er slechts en doet haar best. Het is bijna onmogelijk om te zien dat dit haar best is op dit moment.
Het ging langzamerhand minder goed. Maar niemand zag het, omdat het zo langzaam ging. Pas als je de foto’s vergelijkt zie je dat mensen verandert zijn, de video toont het niet. Ik ben nu niet alleen meer haar vakdocent maar ook haar mentor. Ik spreek haar nu anders.

M. kan niet vertellen wat haar precies in de weg zit. Ze praat prima over wat er buiten haar gebeurt. Rustig en bedachtzaam, analytisch. Ze geeft aan wat ze wel kan en wat ze niet kan. Je ziet het denken, het gevoel is onzichtbaar. De pijn in haar hoofd is onaantastbaar.

Ik herkende het. Zowel dat ze het niet kon vertellen als wat ze niet kon vertellen.
Bij mij duurde het vier maanden per jaar, of drie of vijf, een jaar of drie of vier of vijf, ik weet het niet meer. Het is lang geleden. Wat ik wel weet is hoe het voelde. En dat ik dat niet kon delen.

Er moest een plan komen en samen met M. en ouders hebben we gesproken over wensen, mogelijkheden, realiteit. Samen met M. heb ik gezocht naar het meest onmogelijke dat we misschien toch mogelijk zouden kunnen maken. En daar hebben we op ingezet.

Het maatwerk vroeg vervolggesprekken, met collega’s, teamleiders. De eerste reacties waren altijd positief, daarna kwamen de maren. Uit de maren bleek het begrijpbare onbegrip, het gebrek aan werkelijk vertrouwen. Vertrouwen dat zo moeilijk blijkt volledig te geven. Zakelijk als-dan gepraat terwijl wat nodig was liefde was.

Meer mails en gesprekken volgden. Overtuigden die terug twijfelden werden opnieuw overtuigd. Je best doen is niet te meten. Je best doen terwijl je geestelijk verlamd bent is een opgave die je alleen jezelf kunt geven.

Het laatste gesprek voor het besluit. M. zit direct tegenover mij, haar ouders links en rechts naast haar, de teamleider rechts naast mij. Er wordt veel gesproken. M. hoort het aan, beantwoordt vragen. Tot de teamleider aangeeft dat het maatwerk zal worden toegestaan.

M. kijkt mij rechtstreeks aan en in haar ogen zie ik de eerste seconde van ontspanning.


Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 4.656 andere volgers

%d bloggers op de volgende wijze: