Let’s MeetUp in 2017

december 17, 2016

Het einde van het jaar nadert. Dat betekent evenzeer dat het begin van een nieuw jaar nadert. We overdenken en kijken vooruit. We zijn mogelijk lichtelijk vermoeid door onze volle agenda’s van het afgelopen en tegelijkertijd bezig met vullen van onze nieuwe. Zoveel mogelijk omdat we zo graag die dingen willen gaan doen, of niet willen missen. Zo min mogelijk omdat het dingen zijn die moeten. Volgend jaar weer wat meer wat we willen en wat minder wat we moeten?

Met de mensen van MeetUp010 kunnen we terugkijken naar een mooi jaar dat is geweest. En tegelijkertijd vooruit naar een mooi jaar dat gaat komen. Wij hebben er energie van gekregen en wij hebben er weer zin in.
Gelijk aan het begin van het jaar hebben we twee mooie activiteiten waar we je graag ontmoeten. Zet ze dus in je agenda en meld je aan.

meetup010-het-prachtige-risico-van-kunst-czxwxm9weaeejhy-jpg-large

Op donderdag 19 januari is er Het prachtige risico van kunst, over de kracht van creativiteit in het onderwijs, op het Grafisch Lyceum Rotterdam.
Een groot deel van het schoolcurriculum gaat over de juiste antwoorden, maar hoe zeker zijn die antwoorden? Van kunst leren leerlingen dat problemen meer dan één oplossing kunnen hebben. Stellen wij wel voldoende vragen, de juiste vragen? Kunst en cultuur zetten aan tot vragen stellen. Zij bieden een meervoudig perspectief. Zij leren ons denken vanuit het onverwachte, soms ongemakkelijk. Het wordt een avond vol beweging, van elkaar leren, spelen, experimenteren.
Meer informatie over het programma vind je hier.
Aanmelden voor deze avond kan hier.

meetup010-film-flirt-met-educatie-14715467_1179954942041453_6597995775961982966_o

Op woensdag 1 februari is er MeetUp010 meets IFFR: film flirt met educatie in De Doelen.
In het eerste deel van de avond word je op het verkeerde en goede been gezet over het inzetten van films in je lessen, in het tweede deel volg je een workshop die aansluit bij jouw kennis en wensen. Als toetje krijg je als deelnemer een gratis toegangskaartje tot een van de vele films die draaien tijdens Planet IFFR van 25 januari t/m 5 februari.
Meer informatie over het programma vind je hier.
Aanmelden voor deze avond kan hier.

Wij hopen je op een van deze avonden, of een van de andere die nog gaan komen in 2017 te zien!

Fijne jaarwisseling!

 


Podcast professionaliseren

december 17, 2016

de-anonieme-oerang-oetan-aoo_banner_v1

De Anonieme Orang-Oetan podcast is een prachtige Nederlandse podcast over het onderwijs. Elke aflevering staat een specifiek thema centraal. Naast de vaste presentatoren Don Zuiderman en Karen Jong, zijn er in elke aflevering bijdragen van verschillende onderwijsmensen, van kleuterjuffen tot universiteitsdocenten. Allemaal met een specifieke kijk op onderwijs. De Anonieme Orang-Oetan podcast is daarmee niet alleen vóór het onderwijs maar ook dóór het onderwijs!

Er zijn inmiddels drie afleveringen verschenen. Over onderwijsmythes, over maakonderwijs en over professionaliseren.

De Anonieme Orang-Oetan podcast werkt zonder budget of sponsoring, zo onafhankelijk en objectief mogelijk. De Anonieme Orang-Oetan podcast wordt gemaakt met veel toewijding en enthousiasme. De Anonieme Orang-Oetan podcast is een mooi initiatief en verdient het verspreid te worden onder collega’s, vrienden, leerkrachten en ouders!

Aan de aflevering over professionalisering die hieronder ook is opgenomen hebben o.a. Jaap Versfelt van stichting leerKRACHTJohannes Visser van De CorrespondentRené Kneyber en Jelmer Evers van Het Alternatief, Arnold Jonk van de Onderwijsinspectie en Michel van Ast en Frans Droog van The Crowd meegewerkt.

00:00:00 – Sketch 1: We professionaliseren
00:02:44 – Introductie
00:03:31 – Aankondigingen
00:04:58 – Interview Jaap Versfelt van stichting leerKRACHT
00:13:01 – Het lerarenregister door Johannes Visser
00:19:27 – Interview René Kneyber en Jelmer Evers – deel 1
00:53:54 – Kritische bijdrage door Hartger Wassink
00:57:57 – Interview René Kneyber en Jelmer Evers (deel 2)
01:08:18 – Sketch 2: Functioneringsgesprek
01:11:51 – Interview Michel van Ast en Frans Droog van The Crowd
01:26:57 – Interview Arnold Jonk van de Onderwijsinspectie
01:34:42 – Interview Marcel Lemmen en Yvonne Franzen van Hogeschool De Kempel
01:42:57 – Reactie van Shauna Plompen
01:48:26 – Wil je meer?
01:49:38 – Column door Frans Ottenhof

Minder leren voor de toets

december 11, 2016

img_2880

Op verzoek hieronder een weergave van mijn lessen in de bovenbouw biologie. Het adresseert onder andere de specifieke vragen hoe je voorkomt dat leerlingen alleen in actie komen de twee weken voor een toetsweek, hoe je leerlingen meer betrekt bij hun eigen leren, hoe je toetsing tot meer leren kunt laten leiden.

Deze blog zal geen kant en klare oplossingen geven, wel een beschrijving van mijn pogingen. Misschien zit er iets bruikbaars tussen.

Creativiteit

Wat moet er? Wat kan er? Wat mag er? Vaak denken docenten dat er veel moet in de examenklassen. En deels is dat terecht. Er zijn de nodige regels met betrekking tot wat er aan stof moet worden behandeld voor een vak en hoe de toetsing hiervan vooraf dient te worden aangegeven. Dit dient te worden beschreven in het Programma van Toetsing en Afsluiting, het PTA. Aan de andere kant kan er ook veel en mag er ook veel.

In het PTA moet worden beschreven hoe en wat er wordt getoetst. Hier kan creatief, zonder onrecht te doen aan het belang van de leerling, sterker nog, met het belang van de leerling in het eerste oog, worden omgegaan. In mijn PTA voor de examenklassen staat de volgende zin onder het schema met de toetsen die worden afgenomen in de toetsweken:

Behalve de hierboven genoemde toetsen met weegfactor 4, kan er voor dit vak per periode ook minimaal 1 kleinere toets worden gegeven. Voor deze kleinere toets(en) geldt een gezaneniijke weegfactor van 1 of 2 per termijn. Deze toetsen kunnen zowel aangekondigd als onaangekondigd zijn.

De aangekondigde toetsen noem ik naar de leerlingen toe testen. Omdat dat is wat het zijn. We testen hoeveel zij op dat moment weten en hoe ver zij zijn met de stof. Het liefst zou ik dit doen zonder dat er een cijfer aan verbonden zit en in 6V is dit ook het geval. Daar zijn deze testen werkelijk (in)formatief. Ik zie waar nog kennis of vaardigheden ontbreken en pas het klassikale deel van mijn lesinhoud daarop aan. Leerlingen zien waar voor hen individueel nog hiaten zitten.

De testen die ik afneem zijn meestal digitaal (ik gebruik hiervoor Edmodo en Socrative). Het maken van deze testen is een investering, die ik nu al een aantal jaren doe en waarvan ik de opbrengst steeds groter zie worden. Een korte test van 5 tot maximaal 10 minuten, die direct kan worden besproken. Soms neem ik een schriftelijk toets af, soms een mondeling.

Variatie

Variërende vormen maken leren en lesgeven leuker. In de examenklassen werk ik, vooralsnog, voornamelijk met een boek als leidraad en houvast voor de leerlingen. Hoe wij werken met dit boek leg ik deels bij de leerlingen.

In het boek staat informatieve tekst, gevolgd door opdrachten. Leerlingen mogen kiezen of zij de opdrachten maken of liever de informatie verwerken via het maken van samenvattingen, op papier of digitaal.

Bij het examen biologie mogen leerlingen, net als bij natuurkunde en scheikunde, gebruik maken van ‘De Binas’. Een naslagwerk waarin veel feiten eenvoudig terug te zoeken zijn. Vooral wanneer je hiermee bekend bent en geoefend hebt. Bij elk onderwerp krijgen mijn leerlingen dus de vraag de corresponderende pagina’s in Binas te bekijken en te vergelijken met de tekst en de figuren in het boek. Waar zijn de overeenkomsten? Waar zijn de verschillen? Wat moet je weten en kennen om de Binas bij een toets of het examen effectief te kunnen gebruiken?

Ik leg zo min mogelijk uit.

Naast het boek gebruiken we het internet. Dit gebruiken we op twee manieren. Ik geef de leerlingen de site met de betreffende informatie en laat hen deze zelfstandig bekijken. Of ik gebruik deze site voor een klassikale uitleg. Voor biologie gebruiken we een aantal standaard sites: bioplek (met veel plezier betaal ik elk jaar weer de 50 euro om vriend van bioplek te mogen zijn) en bozeman biology. Hiernaast gebruiken we sites voor specifieke onderwerpen. Ja, bijvoorbeeld ook Wikipedia.

Naast het boek en het internet gebruiken we de krant. Ik lees dagelijks de krant en als ik iets dat past in een van mijn lessen de komende weken leg ik de krant op mijn bureau of bookmark ik de betreffende pagina op het internet. Dit stukje uit de krant verwerk ik door er een aantal vragen over te formuleren, die de link leggen met de stof uit het boek. Hierbij beantwoorden we dus een zelfverzonnen eindexamen vraag via de concept-context methode. Deze vragen krijgen de leerlingen via Edmodo en de antwoorden leveren zij in via een Google Document dat in een gedeelde Google Drive map staat.

Andere bronnen. Daar waar het kan of past krijgen leerlingen alternatieve bronnen met dezelfde of net iets andere informatie dan in het boek staat. Bijvoorbeeld het naslagwerk dat hoort bij het practicum Bloed. Hierin staat de informatie uit de thema’s Transport en Afweer net iets anders bijeen geschreven en weergegeven.

Soms vertel ik een verhaal. Een persoonlijk verhaal, dat past bij het onderwerp van dat moment. Bij gedrag vertel ik over mijn honden, ik neem ze ook mee naar de klas. Bij erfelijkheid vertel ik over mijn vriend, in wiens familie de ziekte van Huntington voorkomt. Of ik vertel over mijn andere vriend, die een kind heeft met het syndroom van Down. Bij bloedsomloop vertel ik over mijn broer, die dit jaar een hartoperatie heeft gehad. Ik vertel over de collega met MS, de oud-leerling met de ziekte van Crohn. Mijn verhalen duren nooit zo heel lang.

Ik zet in mijn lokaal voorwerpen neer waarvan ik hoop dat zij tot vragen leiden. Pas als de vragen komen ga ik op het onderwerp dat er achter zit. Op dat moment is de luisterwens het grootst. Zo staan er al ruim een jaar van die moestuintjes van een grootgrutter achter in mijn lokaal. Twee weken geleden werden een aantal leerlingen ineens enthousiast en vroegen of zij ze mochten gaan laten ontkiemen. Natuurlijk.
Ik heb vrijwel altijd wat aardappelen in de vensterbank liggen. Die worden dan groen. Dan gaan er dingetjes uitgroeien. Ik zet er dan een paar, gewoon terwijl de leerlingen bezig zijn met hun werk in een grote pot met aarde.
Er staan een aantal opgezette dieren in mijn lokaal. Net als een aantal ooit door leerlingen meegebrachte attributen. De huid van een slang, het skelet van een muis, een uitgedroogde pad, een libelle, twee uitgedroogde mandarijnen (o nee, die kwamen uit mijn eigen jaszak na de vakantie).

Ik leg zo min mogelijk uit.

Regelmatig bevraag ik mijn leerlingen hoe zij les van mij willen. Per jaar en per klas verschillen de uitkomsten en ik probeer hier zo veel mogelijk op in te spelen. Vrijwel standaard is de grote meerderheid voor minder uitleg, zodat er ook minder huiswerk is. ‘Leraren praten te graag.’ Een herkenbare opmerking die mij ertoe heeft doen besluiten mijn uitleg tot een minimum te beperken. De tijd van de leerling is zo kostbaar als die van mij.

Soms leg ik uit voordat de leerlingen de tekst in het boek gelezen hebben. Soms zeg ik dat zij de tekst niet meer hoeven te lezen om de vragen, of de samenvatting te kunnen maken. Soms leg ik uit nadat de leerlingen de tekst in het boek hebben gelezen en de opdrachten of de samenvattingen hebben gemaakt. Dan leg ik uit dat dit een vorm van ‘spaced repetition’ is, een methode die aantoonbaar werkt.

Relatie

Ik vertrouw mijn leerlingen. Dat zie ik als de basis voor het vertrouwen dat ik van hen wil krijgen.

Ik weet wat ik weet. Ik weet waar ik verstand van heb en waarvan wat minder. Ik vind dingen maar realiseer mij dat andere mensen andere dingen vinden. Dit kunnen collega’s zijn of leerlingen. Ik probeer ruimte te geven buiten wat ik zelf vind. Mijn grenzen geef ik duidelijk aan. Wederzijds respect is een van mijn sleutels. Soms moet ik even de baas spelen, fijner is de (bege)leider te zijn.

De eerste 5 minuten van de les mogen leerlingen zelf beslissen hoe lang zij nodig hebben voor de overgang tussen de lessen. De verwerking van de les ervoor, het voorbereiden voor het nieuwe vak dat hoort bij het lokaal waar zij nu in zitten. Na 5 minuten volgt er een signaal, dit kan klassikaal, dit kan via een rondje en een persoonlijk woord.

Ik vertel mijn leerlingen herhaaldelijk wat mij beweegt de dingen te doen die ik doe. Ik benoem de (wetenschappelijke) achtergronden achter mijn keuze’s. Ik benoem de zekerheden en de mogelijke keuze’s.

Ik loop per les minstens drie rondjes door de klas. Leerlingen met vragen komen niet naar mijn bureau, ik loop naar hen toe. Ik pak een stoel of hurk om op ooghoogte antwoord te kunnen geven. Tijdens mijn rondjes let ik vooral op de ‘stille’ leerlingen die moeite hebben met vragen stellen. Ik probeer hen veilig uit te dagen. Ik let ook op de ‘luie’ leerlingen, die misschien net even te gemakkelijk denken dat het wel goed komt.

De door mij meest gestelde vragen aan leerlingen: ‘Vind je zelf dat je op dit moment goed bezig bent?’ ‘Ben je deze les goed bezig geweest?’

Ik maak vrij veel (flauwe?) grappen. En projecteer elke maandag de stand van de eredivisie.

De vragen

Werk je planmatig? Ja en nee. Ja, ik zorg voor de variatie. Nee, de variatie ligt niet vast. Het gaat deels op gevoel. Bij een aantal onderwerpen moeten leerlingen wel de vragen maken en is samenvatten geen optie. Bij een aantal onderwerpen weet ik zeker dat ik uitleg ga geven. Ik weet dan niet zeker of ik dat voor de eerste verwerking van de leerlingen of daarna ga doen. Het moment van uitleg kan beslist worden door het aantal vragen dat ik in een klas krijg. Een van mijn regels voor mijzelf is de regel van drie. Als ik drie keer dezelfde vraag krijg is klassikale uitleg het gevolg. Waarbij nooit iedereen hoeft te luisteren, maar wel iedereen stil moet zijn.

Zijn alle leerlingen altijd aan het werk? Nee, natuurlijk niet, dat kan ook niet. Het is niet realistisch om te verwachten dat mensen van 08.15 uur tot 16.oo of soms zelfs 16.45 uur actief leren.

Moeten alle leerlingen tijdens jouw lessen altijd (aan jouw vak) werken? Nee. In samenspraak, waarbij resultaten en effecten op mede-leerlingen belangrijke peilers zijn, mogen leerlingen keuze’s maken. Hoe zij leren en wanneer zij leren. Slechte resultaten, veroorzaakt door verkeerde keuze’s tijdens de lessen biologie kunnen leiden tot ingrijpen van mijn kant.

Is het wel eens stil in jouw lokaal? Heel soms, tijdens een leeruurStil is het op een kerkhof, niet op een plek waar geleerd wordt.

Neem je wel eens orde maatregelen? Ja. Ik neem wel eens een mobiel in, via mijn mobiele mobielen doos. Ik zet wel eens een leerling even buiten het lokaal. Ik haal wel eens tweetallen uit elkaar. Ik zet wel eens leerlingen vooraan in het lokaal. Ook hier licht ik toe, met een toefje humor. Leerlingen die vooraan in het lokaal zitten halen hogere cijfers. De reden om achteraan in het lokaal te gaan zitten is nooit dat je daar de leerkracht beter kunt horen.

Nog meer vragen? Ik beantwoord ze graag!


Dagmomentonderwijs november

november 27, 2016

De vierde maandelijkse blogpost van het tweede jaar met dagelijkse momenten uit mijn onderwijs. November 2016. Een toelichting is hier te vinden.

Zo 30 okt
‘Als jij groter bent, bv 5, kun jij dit ook’. Meisje op haar wiebelstep tegen haar kleine broertje. Rechts van mij buiten beeld. Zie jij ook de luchtballon?

luchtballon-cwbqwgrxeaa3zm

Ma 31 okt
Opvanguur. Ik geef deze klas geen les, sommige leerlingen kennen mij wel 😢. Zij vinden mijn DUP stempel tof. Het is een van mijn honden. Getekend door een van mijn stagiaires. Waardevol.dup-stempel-cwlazhixgaawlhv

Di 1 nov
Dat leerlingen je in de gang vrolijk begroeten met je naam nadat je ze 1x een opvanguur hebt gegeven. Warm.

Wo 2 nov
Moeilijk #dagmomentonderwijs vandaag. Alle leerlingen waren volledig stil, geconcentreerd, 45 minuten aan het werk. Ik voelde me overbodig.

Do 3 nov
Middelharnis, formatief toetsen. “Wat een te gekke, inspirerende groep mensen met passie voor onderwijs #ALZC311

alzc311-foto-2016-11-06_1336

Vr 4 nov
Gesprek met leerling over cijfers en oorzaken en acties. Wil aan het eind ook nog iets anders kwijt. “Ik zou het fijn vinden als leraren ons meer als bijna volwassen zouden behandelen.”

Za 5 nov
Kookworkshop. In het gemaal bij de Mallemolen in Gouda, Gouwestek. Het gebouw met de drie lichten. Prachtige plek. Ook door een school gebruikt.

img_2693

Zo 6 nov

Ma 7 nov
‘Meneer, er liep vanmiddag een man met een geruit shirt door de school met de directeur. Is dat onze nieuwe docent?’

Di 8 nov
Gedurende de dag twee keer op mijn hand geschreven. Inmiddels beide gedaan.

img_2700

Wo 9 nov
Het gebeurt niet zo vaak. Vandaag wel. Een leerling die antwoord heeft op al mijn vragen. En meer. Inzicht en inzet. ❤️

Do 10 nov
Vandaag vier uur besteed aan maken toets herkansing. Fijn om te zien dat net een tweede leerling zich heeft aangemeld. 😜 (hoewel ik het voor 1 leerling met net zoveel liefde doe hoor)

Vr 11 nov
Leerlingen die als een van de bronnen gebruikt bij het doen van hun onderzoek jouw LinkedIn profiel opnemen.

Za 12 nov

Zo 13 nov
Als het niet zo vaak zou gebeuren zou ik er niet om kunnen lachen #Magister Magician.

magister-magician-2016-11-13_0908

Ma 14 nov
De vraag van vandaag, zo rond zessen. Heb ik mijn #dagmomentonderwijs al gehad of gaat hij vanavond op het #edubloggersdiner zijn?

Volgebuikt in de trein terug, de avond overdenkend. Het was een goede avond, dacht hij. Een #dagmomentonderwijs lang #edubloggersdiner.

Di 15 nov
De les waarbij de begeleider van de stagiaire opnames komt maken en alles loopt als een treintje in een pretpark.

Wo 16 nov
Leerling wiens mobiel is ingenomen omdat hij spelletje zat te spelen leent mobiel buurman om door te spelen…

Do 17 nov
Goedemorgen. De dag die je wist dat ging komen. De leerlingbesprekingen.

leerlingbespreking-2016-11-17_0531

WhoohWhoowWhoow! Collega en ik reageren verschrikt, in gesprek na intensieve dag leerlingbespreking. Schoonmakers vertrekken. Alarm gaat af!

Vr 18 nov
De verbindende traan. De leerling met het voor velen verborgen verdriet, gezien door de leraar die stil terug denkt. Samen vooruit. Pijnlijk fijn.

Za 19 nov
Een interview lezen in het vakblad voor biologen, bionieuws, trots en hoopvol.

Zo 20 nov
Op bezoek bij mijn broers, in een huisje in Zeeland, een trainingsweekend voor jonge regionale topatleten. De hand schudden van een leerling.

Ma 21 nov
Vandaag bij enquête gewenste onderwerpen vervolg lessen boekloos biologie ook even naar ervaringen gevraagd.

boekloos-biologie-leren-tijdens-les-2016-11-21_2105

Di 22 nov
‘Meneer, vorig jaar had ik nooit mijn werk af in de les! Nu bijna altijd.’
‘O, hoe komt dat?’
‘U praat veel minder dan …’

Wo 23 nov
‘Meneer, er zit niets in.’
‘Jawel, kijk nog eens goed.’
‘Echt niet. Kijk zelf maar.’
Voor het eerst 5 microliter zien.
(Reizend DNA-lab, forensisch onderzoek.)

Do 24 nov
Het startte gisteren maar eindigde voor mij pas vandaag in de vroege uurtjes omdat de slaap mij onmogelijk direct kon vangen. Een feest vol verbondenheid, enorme energie en ook gewoon gezellig. MeetUp010 The Afterparty.

Vr 25 nov
Mail met excuus naar groep leerlingen dat ik door onvoorziene omstandigheden nog niet aan een belofte heb kunnen voldoen. Binnen 10 minuten een eerste reactie vol begrip.

Za 26 nov
En nu vrolijk
aan de nakijk.

Zo 27 nov
Tijdens geven #feedback aan leerlingen #PWS zien dat laatste wijziging in gezamenlijke document om 03.32u is gemaakt.

 


Nakijkwerk helpt leerlingen lesstof beheersen

november 27, 2016

Interview Bionieuws 19 door Steijn van Schie.

Leerlingen die het nakijkwerk van de docent overnemen? Biologiedocent Frans Droog doet het met een speciale nakijkcommissie. ‘Leerlingen komen boven de stof te staan.’

‘Cijfers geven werkt niet. Op het moment dat leerlingen hun cijfer krijgen, houdt het leren op en zijn ze de stof zowat direct vergeten. Zelfs wanneer ze hun toets terugkrijgen en de fouten nakijken, ligt de focus op het verhogen van het cijfer en niet op een beter begrip van de stof’, vertelt Frans Droog, biologiedocent aan het Wolfert Lyceum in Bergschenhoek. ‘Ik ben daarom altijd op zoek naar andere manieren van toetsen.’

Het idee van een nakijkcommissie voor leerlingen van collegadocent Iris Driessen paste daarom precies in Droogs straatje. ‘Toen ik afgelopen zomer een tweet hierover van Iris voorbij zag komen, was ik direct geïnspireerd. Aangezien niet iedereen op Twitter zit, heb ik het idee uitgewerkt in een blog op mijn website in de hoop meer leraren te bereiken en aan het denken te zetten. En ik ben het natuurlijk meteen gaan doen met mijn eigen 4-vwo-klas.’

Nakijkcommissie
Het concept is simpel: leerlingen kijken elkaars toetsen na en geven feedback. ‘Het begint allemaal wanneer leerlingen de klas inkomen voor een toets waar ze allemaal voor hebben geleerd. Op dat moment kies ik zo’n vijf of zes leerlingen die de toets niet hoeven te maken, maar de nakijkcommissie vormen. Terwijl de anderen aan de slag gaan, maakt de commissie een nakijkmodel. Met andere woorden: ze moeten met elkaar tot overeenstemming komen wat de juiste antwoorden zijn, beslissen wanneer ze wel of niet iets goed rekenen, en bedenken of er nog alternatieve antwoorden mogelijk zijn. Op die manier bereiden ze zich voor op het echte nakijkwerk en denken ze op meta-niveau na over de leerstof.’

In een volgende les kijkt de nakijkcommissie alle toetsen na om vervolgens in een slotles de toets te bespreken. ‘Bij elk fout antwoord staat een toelichting van de commissie en krijgen de leerlingen de kans om met het boek erbij na te gaan of ze het eens zijn met het oordeel. Vervolgens kunnen ze klassikaal in discussie met de nakijkcommissie, waarbij ik mij als gespreksleider zoveel mogelijk op de achtergrond houd. Gedurende het jaar neemt iedereen uiteindelijk een keer deel aan de nakijkcommissie.’

Toetsmoment
Volgens Droog is het een briljante manier om lesstof effectiever te internaliseren. ‘De nakijkcommissie neemt haar taak bijzonder serieus; de leden willen het werk van hun medeleerlingen graag zo goed mogelijk beoordelen. Die krijgen er immers wel gewoon een cijfer voor. Bovendien zijn de leerlingen over een langere periode met de lesstof bezig: minstens drie lessen verspreidt over meerdere weken. Normaal gesproken is dat wel anders. Dan is er één toetsmoment en daarmee is de kous af. En de leerlingen leren dan doorgaans alleen voor het eindresultaat: het cijfer. Die focus op cijfers en waardering zit jammer genoeg ingebakken in het schoolsysteem en in onze maatschappij.’

Aangezien de leerlingen nog steeds een cijfer krijgen voor de toets valt het idee strikt genomen niet onder formatieve evaluatie, een toetsingsmethode waar geen cijfer aan te pas komt. ‘Alhoewel ik volledig formatief lesgeven ambieer, blijft dat lastig voor de bovenbouw’, zegt Droog. ‘Je zit als school toch vast aan de landelijke eisen van toetsing. Maar in de onderbouw zijn er veel meer mogelijkheden en probeer ik verschillende dingen uit.’

‘Een paar jaar geleden heb ik alle schoolboeken in de derde klas verbannen en ben ik fundamenteel anders les gaan geven’

Leerlingen hebben in de derde klas bij Droog inmiddels nauwelijks meer met cijfers te maken. ‘Een paar jaar geleden heb ik alle schoolboeken in de derde klas verbannen en ben ik fundamenteel anders les gaan geven. Ik probeer mijn leerlingen elke les een casus voor te leggen die grenst aan hun belevingswereld. Ze maken opdrachten die aan het einde van de les af moeten zijn en waar ze informatie over moeten opzoeken op internet. Terugvallen op lesstof uit een boek kan niet. Ondertussen kan ik live via Google Docs meekijken hoe het ze vergaat en of ze vragen hebben. Zo ja, dan kan ik naar de desbetreffende leerling toe om hem of haar te helpen. Ik doe bijna niets meer klassikaal. Pratende docenten vinden leerlingen maar niks.’

Toetsen doet Droog door korte digitale vragen voor te leggen, waar leerlingen niet voor hebben kunnen leren. ‘Op die manier zie ik snel en zonder consequentie voor de leerling hoe de voortgang is en waar de kennishiaten van de klas zitten, zowel op individueel als op klassikaal niveau. Daar pas ik dan mijn lessen en individuele aandacht op aan. Slechts een paar keer per jaar krijgen de leerlingen een cijfer, helaas op basis van een toets. Maar die worden doorgaans prima gemaakt, mede doordat ik precies weet hoe het ervoor staat met hun kennis en daarop inspeel. Zowel ouders als leerlingen zijn doorgaans tevreden over deze ietwat ongebruikelijke methode.’

In de bovenbouw blijft het voorlopig bij de nakijkcommissie, een methode die niet alleen voor leerlingen voordelig is. Droog: ‘Docenten hoeven minder tijd te besteden aan nakijken en kunnen een deel van die gewonnen tijd besteden aan leerlingen leren nakijken en feedback geven. Er ontstaat zo meer interactie tussen leerling en docent. Alle andere overgebleven tijd kan de docent besteden aan het verbeteren van zijn lessen of toetsen. Win-win-win dus.’

frans-droog-nakijkcommissie

Frans Droog vlak voor zijn vertrek naar het jaarlijkse Edubloggersdiner in Utrecht, waar de ongeveer vijftig bloggende Nederlandse docenten bij elkaar komen om ideeën uit te wisselen over onderwijs.


Het woord speeddate zoemde door de school

november 16, 2016

Ooit heb ik hier geschreven over het inzetten van een speeddate bij het geven van presentaties. Speeddate je presentatie, mooi onderwijs? en speeddate je presentatie werkt! Je kunt een speeddate ook inzetten bij het leren voor een toets. In deze gastblog beschrijft Carla Upperman haar eerste ervaringen hier mee.
speeddate-digibord-rand-2016-11-16_0642Het was even schrikken voor de leerlingen, laatste les voor de toets, staan de tafels tegenover elkaar in plaats van naast elkaar! Zittend tegenover elkaar lezen ze op het bord het woord speeddate. Was da?

Het idee van een speeddate heb ik van een tweet en blog van Henk ter Haar. ‘De focus van de leerlingen ligt bij de toets en niet bij nieuwe dingen’, was een van de zinnen in de blog van Henk die ik herkende. Evenals, ‘de meerwaarde moet zitten in het samen leren’ . Een van de voordelen van school, je hebt altijd medeleerlingen bij de hand waar je uitleg aan kunt vragen. Dit kun je als docent ook bewust benutten tijdens de lessen.

Goed voorbeeld doet goed volgen. Ik heb de onderwerpen voor de komende biologie toets in een powerpoint gezet en steeds dezelfde opdracht bij de verschillende onderwerpen gezet. De opdracht was: “Praat met elkaar HOE je hebt geleerd over het onderwerp, over WAT je precies hebt geleerd en bespreek eventuele vragen/moeilijkheden betreffende het onderwerp met elkaar.”

De 30 leerlingen van v4 gaan tegenover elkaar zitten, lezen de uitleg van het speeddaten, lezen het eerste onderwerp en beginnen met elkaar te praten. Na 5 minuten gaat er een bel en schuiven de leerlingen door naar een andere tafel. Om het overzichtelijk te houden schuiven alleen de leerlingen zittend aan de rechterkant door. Als ze bij de volgende tafel zitten komt het volgende onderwerp op het bord en komen de gesprekken weer op gang.

Het is onwennig, vooral omdat leerlingen met leerlingen komen te zitten waar ze niet vaak mee praten. En het verschilt nogal met wie ze aan tafel zitten qua kennis en voorbereiding. Zo heeft een leerling een geweldige samenvatting gemaakt en voor ze het weet komen leerlingen hier een foto van maken. Dat is handig delen! De vraag HOE ze hebben geleerd blijkt niet zomaar aan de ander uit te leggen. Tja, hoe leer je? “Nou gewoon uit het boek”. En ook WAT er nu geleerd is komt niet gemakkelijk over tafel. Mijn rol als docent is anders, luisteren en alleen mee bemoeien als er een stilte valt of als er vragen zijn.

De les bij v5 met 16 leerlingen en 2 uur later zag er al anders uit. Ik had de powerpoint voorzien van plaatjes om zo het onderwerp aansprekender te maken. Door over het plaatje te praten werd er makkelijker gepraat over ‘WAT heb ik eigenlijk geleerd, klopt dit met wat ik zie op het plaatje?’ Naast tussendoor, heb ik aan het eind van de les ook nog vragen beantwoord waar de leerlingen niet uitkwamen. Daarnaast had ik minder onderwerpen want na 5x wisselen is het wel mooi geweest en zijn de leerlingen er wel klaar mee.

Bij beide groepen is er werk aan de winkel, we moeten aan de slag met de vragen: ‘HOE leer ik?’ en ‘WAT leer ik dan?’

Hoe we dit gaan aanpakken en de rol van een speeddate in mijn lessen komt in een volgend blog.


Formatief toetsen is hot

november 15, 2016

hot-pepper-wallpaper-08853

Formatief toetsen is op het ogenblik in het onderwijs net zo hot als ‘differentiëren’ en ‘gepersonaliseerd leren’. Het wordt vaak genoemd als onderdeel van de weg daar naar toe. Formatief toetsen is daarmee ook een term die gekaapt dreigt te worden. Er is belangstelling voor, er is een behoefte aan, dus wordt de formatieve toets sticker steeds gemakkelijker geplakt. Formatieve toetsen zijn te waardevol voor echt leren om dit zomaar te laten gebeuren.

Daarom hier wat formatieve toetsen, of liever formatieve assessments, vooral wel doen en wat zij vooral niet doen.

formatieve-assessments-2016-11-15_2053

Bron: ncte.org (via Bas Trimbos)

 

 

 


%d bloggers liken dit: