Cijfers geven werkt niet – recensie

mei 7, 2018

Cijfers geven werkt niet, Ten Brink Uitgevers/Didactief 2013, geschreven door Dylan William (Embedded Formative Assessment, 2011) en vertaald en bewerkt voor Nederland door René Kneyberr, is een boek met een tamelijk provocerende titel. Het boek gaat in op de vraag van de leraar, hoé kan ik mijn leerlingen effectief kennis en vaardigheden aanleren?  Het werk van John Hattie, in zijn Visible Learning serie boeken, heeft laten zien dat formatieve evaluatie hiervoor een zeer krachtig gereedschap is. Maar hoe leer je leerlingen aan hun eigen werk te beoordelen? Het boek staat vol met tips waarmee je als leraar kunt controleren of je leerlingen het doel van een les begrepen hebben, of de les geland is en wat ze nog nodig hebben aan informatie om het einddoel te bereiken.

Het boek beschrijft dat evalueren op twee manieren kan gebeuren. Formatief, wanneer de leraar op basis van evaluatie het begrip of het leren van zijn uitleg wil verbeteren. Summatief, om tot een oordeel te komen of stof voldoende of onvoldoende wordt begrepen of beheerst. Een evaluatie kan nooit beide tegelijkertijd doen. Formatieve evaluatiestrategiën hebben tot doel de educatieve beslissingen leraren of leerlingen te verbeteren. Hiertoe wordt vastgelegd waar de leerling naar toe gaat, waar hij nu staat en hoe hij gaat komen waar hij naar toe gaat. Dit wordt elders ook wel aangegeven met de begrippen feed up, feedback, feed forward.

Het boek is op plaatsen best confronterend voor de leraar als lezer, terwijl het ook soms een feest der herkenning vormt. Lesgeven is ingewikkeld en het is vaak lastig voor leraren om hun eigen leerintenties en succescriteria te verwoorden.  Duidelijk gemaakt wordt in hoofdstuk twee van het boek hoe belangrijk het formuleren en begrijpen van leerintenties en succescriteria is en wat het verschil is tussen deze laatste twee. Er dient onderscheid gemaakt te worden tussen taakspecifieke en generieke criteria, tussen productgerichte en procesgerichte criteria en ook bij beschrijvingen is het van belang te letten op formeel versus leerling-vriendelijk taalgebruik. Hoofdstuk drie gaat in op het verkrijgen van bewijs van leerresultaten en geeft richtlijnen om gestelde vragen tot goede vragen te maken. Tijd komt langs als belangrijke factor voor het nemen van beslissingen van een leraar, nogmaals uitleggen of doorgaan, welke vooraf voorbereide vragen moet ik stellen? Kennis van de plaats in het leerproces waar de leerlingen zich op dat moment bevinden maakt dit makkelijker dit soort beslissingen waardevoller te nemen.

Hoofdstuk vier laat de waarde van feedback zien en verwijst naar het onderzoek dat laat zien dat cijfers niet werken. Leerlingen die alleen feedback ontvingen presteerden in vervolgopdracht beter dan leerlingen die alleen een cijfer kregen of een combinatie van feedback met een cijfer. Een cijfer stopt het leren. Tegelijkertijd laat dit hoofdstuk zien dat goede feedback zeer lastig is. De feedback dient taakgericht te zijn, op het juiste moment gegeven te worden en niet te vaak of te uitgebreid gegeven te worden. De feedback moet passen om zijn kracht te kunnen tonen.

Het boek bevat een pleidooi om zo min mogelijk cijfers te geven, bijvoorbeeld één per termijn op een middelbare school. Er zijn in plaats hiervan beoordelingssystemen nodig die bedoeld zijn om het leren te ondersteunen en waarin gegevens worden vastgelegd waarmee leraren, leerlingen en ouders kunnen bepalen waar leerlingen zich in het leerproces bevinden.

Het boek maakt zijn provocerende titel wat mij betreft zeker waar en laat overtuigend de waarde van formatief evalueren voor onderwijs en leren zien. Het originele boek is al uit 2011 en de Nederlandse vertaling uit 2013 maar ik heb het boek recent opnieuw gelezen, mede naar aanleiding van discussies met collega’s op school wat formatief evalueren nu precies is en hoe wij dat zelf inzetten in onze dagelijkse lespraktijk. Te weinig is mijn eigen duidelijke conclusie en ik raad iedereen die meer of minder bekend is met het begrip formatief evalueren van harte aan dit boek aan te schaffen. Er is de nodige discussie over wat formatieve evaluatie nu precies betekent en er wordt in dit kader vaak gesproken over formatief toetsen of formatieve assessment, wat tot de nodige (spraak)verwarring kan leiden. Dit boek helpt deze verwarring op te lossen. Voor geïnteresseerden die hiermee nog niet bekend zijn is de facebook groep ‘Actief leren zonder cijfers‘ zeker ook een aanrader om je bij aan te sluiten.

Het boek eindigt met een handig en bruikbaar overzicht van de ruim dertig praktische technieken die in de verschillende hoofdstukken aan de orde zijn gekomen en die een belangrijke essentie van het boek vormen. Zij maken het boek zo waardevol. De technieken geven aan hoe er concreet in de klas kan worden omgegaan met de besproken theorie. Natuurlijk sluit het boek met een lijst met referenties voor een ieder die zich meer wil verdiepen in een of meer van de besproken onderwerpen.

Bestellen
-bij de uitgever Ten Brink Uitgevers/Didactief

Inhoudsopgave
1: Wat is formatieve evaluatie
2: Verduidelijken, delen en begrijpen van leerintenties
3: Verkrijgen van bewijs van leerresultaten
4: Feedback die het leerproces stimuleert
5: Leerlingen activeren als bron voor elkaar
6: Leerlingen activeren als eigenaars van hun leerproces

Over de auteur(s)
Dylan William is voormalig docent en verbonden geweest aan het Institute of Education aan de Universiteit van Londen en aan de Educational Testing Service in Princeton. Hij werkt nu over de gehele wereld met docenten en heeft meer dan 10 boeken geschreven, vooral over formatieve evaluatie. René Kneyber is wiskundeleraar, lid van de Onderwijsraad, columnist van dagblad Trouw en schrijver van een aantal boeken over onderwijs, waaronder Orde houden in het voortgezet onderwijs, Het Alternatief en Neem gewoon ontslag. Hij is ook uitgever van andere boeken over onderwijs via Uitgeverij Phronese.

Advertenties

Klaskit, tools voor topleraren – recensie

mei 7, 2018

Een nieuwe serie blogsrecensies – boekbesprekingen

Klaskit – tools voor topleraren, LannooCampus | Anderz 2017, geschreven door Pedro de Bruykere is een relatief dun boekje, boordevol informatie. Er staat werkelijk geen woord teveel in (tenzij je de woorden sorry en euh overbodig vindt maar die maken het echt alsof je Pedro hoort spreken 😀 ).

Het is Pedro gelukt om in 125 vlot weglezende bladzijden verdeeld over 12 hoofdstukken een goed overzicht te geven van wat er op dit moment bekend is uit onderzoek naar onderwijs én hoe je dit als leraar in de klas kunt inzetten. Het boek gaat zeer praktisch in op de grote verscheidenheid aan verschillende ideeën over onderwijs. Er zitten voor mij twee hele duidelijke boodschappen in het boek. Ten eerste dat een goede leraar zijn zeer complex is en dat leraren het verdienen dat zij dit zelf zien maar vooral ook dat anderen dit zien. Ten tweede dat hét goede onderwijs niet bestaat, niet alles werkt voor iedere situatie, ieder doel, iedere leraar, iedere leerling. We weten van een aantal dingen dat ze vaak werken en dat het de moeite waard is deze toe te passen. Het is denk ik onze taak als leraren om deze dingen ook daadwerkelijk te weten, terwijl we tegelijkertijd ons beseffen dat onderwijs en lesgeven zeer complex is, en ons op de hoogte te blijven houden van nieuw onderzoek en nieuwe inzichten. Ik raad daarom iedere leraar, ervaren, beginnend, of nog in opleiding aan dit boek te lezen.  De combinatie van weten en twijfel die Pedro zo vloeiend naar voren laat komen in zijn woorden voelen tijdens het lezen als een verademing binnen de soms zeer uitgesproken en polariserende teksten gebezigd door andere schrijvers en sprekers over onderwijs.

De opbouw van het boek is strak. Elk hoofdstuk start met ‘welke vragen beantwoordt dit hoofdstuk?’ en eindigt met de belangrijkste conclusies ‘samengevat’. Tussen de hoofdteksten door staan in elke hoofdstuk korte paragrafen ‘meer leren’, waarin…. meer geleerd kan worden. In elk hoofdstuk komt een onderwerp (of lesmethode) aan bod waarbij wordt besproken waarom dat onderwerp of die methode van belang is, wanneer deze kan werken, maar ook zeker wanneer het dat (misschien) niet doet. Pedro laat duidelijk in zijn teksten naar voren komen wat écht werkt maar dat veel dit niet altijd hoeft te doen. Door de uitgebreide lijst referenties achterin het boek is het gemakkelijk om jezelf meer te verdiepen in een van de aangesneden onderwerpen.

Alle onderwerpen zijn goed gekozen en tezamen vormen zij een prachtig beeld van wat goed onderwijs inhoudt. De metafoor van het koken, waarvan ik vermoed dat dit zomaar een van de hobbies is van Pedro zou kunnen zijn, is goed gekozen; smaken verschillen en de beste ingrediënten vormen geen garantie voor succes. Het gaat zowel om de kennis van de ingrediënten als de vaardigheid om hier een heerlijke bij de klanten passende meergangen maaltijd mee te bereiden.

Ik heb het boek, dat verscheen in oktober 2017, met veel plezier gelezen en herlezen. Ik gun dit elke leraar, laat het je smaken.

Bestellen
-bij de uitgever LannooCampus of Anderz
-bij andere leveranciers zoals Bol.comManagementboek.nl, Van Stockum, Amazon

Inhoudsopgave
1 | Over koken, geneeskunde en evidentie
2 | Voorkennis, het leren begint
3 | De vakkennis van de docent
4 | Doe denken!
5 | Herhaal, pauze, herhaal, langere pauze, herhaal, enzovoort
6 | Het belang van oefenen
7 | Leer je leerlingen en studenten leren (ook wel metacognitie genoemd)
8 | Evalueer en geef feedback
9 | Werk multimediaal
10 | Heb een visie (maar het geeft niet welke visie)
11 | Zie je leerlingen graag
12 | Rode draden

Over de auteur
Pedro de Bruyckere is expert op het gebied van onderwijs en pedagogiek en bekend als bestrijder van onderwijsmythes. Hij werkt en doet onderzoek bij de lerarenopleiding secundair onderwijs van de Arteveldehogeschool in Gent. Hij behaalde zijn doctorstitel aan de Nederlandse Open Universiteit in Heerlen. Hij schrijft op zijn zeer veel gelezen blog X, Y of Einstein over onderwijs, cultuur, jongeren en media. Hij is internationaal spreker en één van de zeven onderwijsvernieuwers bij Vrij Nederland. Andere boeken die hij heeft geschreven zijn o.a. De jeugd is tegenwoordig, Jongens zijn slimmer dan meisjes en Ik was 10 in 2015.


Ik wil niet lesgeven, ik wil leraar zijn!

januari 30, 2018

Elke ochtend start voor mij met het lezen van kranten, op papier en digitaal, en het lezen van twitter, mijn verzamelkrant. Elke ochtend is er wel een bericht over onderwijs waarvan je kunt verwachten dat het voor die dag het onderwerp van gesprek zal zijn.

Gisteren, maandag 29 januari, was dat het onderzoek naar drijfveren om in het onderwijs te werken, uitgevoerd door het Platform Bèta Techniek. De samenvattende kop bleek voor velen werkzaam in het onderwijs een trigger om te reageren. Voor mij dus ook.

40% van de ondervraagden wil wel lesgeven, maar niet fulltime voor de klas staan

Een samenvatting van het onderzoek wordt geleverd in het onderstaande plaatje.

In verschillende kranten verschenen reacties op het onderzoek, vaak voorzien van een interview met een leraar of ex-leraar die bevestigde dat het klopt dat er geen doorgroei (wat is dat behalve gewoon groei overigens?) mogelijk zou zijn, dat lessen steeds hetzelfde zouden zijn, dat er in het onderwijs geen relatie zou zijn met de echte wereld. Ik waag dat te betwijfelen. Met recht. Want ik ben leraar en ik heb ervaring.

Ik begrijp volkomen dat er mensen zijn die wel willen lesgeven maar die geen leraar willen zijn. Maar ik betwijfel of het onderwijs en onze leerlingen daar veel aan hebben. Leraren die parttime aanwezig zijn en zo een grote druk op de organisatie van een school leggen. Leraren die wel kennis willen delen maar geen kennis willen maken met hun leerlingen en zo de essentie van leren missen.

Ik zal toegeven dat ik een beetje gelogen heb in de titel van deze blog. Ik wil namelijk ook lesgeven (natuurlijk!), maar ik wil ook leraar zijn. Ik wil mijn kennis delen én mijn leerlingen leren kennen. Ik wil hen begeleiden in hun groei en daar aan bijdragen waar ik kan. Ik wil niet enkel vakken vullen. Ik wil leraar zijn. Met mijn leerlingen, voor mijn leerlingen.

Ik wil geen kennis storten alsof het vuilnis is. Ik wil mijn klanten kennen. Ik heb de waarde van de verbinding ervaren en zij laat mij nooit meer los. Ik ben leraar. Ik kan er niets aan doen. Onderwijs raakt mij. Leerlingen raken mij.

Hoe groot het tekort ook, doe het niet als je het niet wilt zijn: leraar.

Ik had een veel beter stuk willen schrijven. De hele dag gisteren schoot er van alles door mijn hoofd. ‘Als ik dit nu zo zeg en dat zo illustreer.’ ‘Het moet wel de essentie raken.’ ‘Alle aspecten moeten belicht worden en dat kan prima als ik het zo doe.’ ‘Het mag niet negatief zijn, maar ook niet te naïef.’ ‘Die vakantie, zal ik die noemen? Maakt het wel weer complex en gemakkelijk. Wat is hier de kern?’

Ik had een veel beter stuk willen schrijven. Dit is echter alles waar ik tijd voor had. Ik wilde namelijk ook mijn lessen voorbereiden en moest nog wat andere dingetjes doen. En ondanks al mijn twijfels heb ik schijnbaar toch op de knop ‘Publiceer’ gedrukt.

En dat leraar zijn zeker niet wil zeggen dat je elke dag hetzelfde doet en geen doorgroeimogelijkheden zou hebben en niet zou weten wat er in de ‘werkelijke’ wereld speelt…

Bronnen.

PBT, Onderwijsdrijfveren onderzoek: “Wie zijn de leraren van morgen”


MeetUp010 onderzocht

oktober 22, 2017

MeetUp010 logoIn het kader van het leerlab professionalisering met docenten van Leerling2020 ben ik bezig met een onderzoek naar leernetwerken die door leraren zelf zijn opgezet en tot doel hebben expertises laagdrempelig met elkaar te delen.

Als een van de onderdelen hiervan heb ik MeetUp010 – Rotterdams onderwijs in verbinding in kaart gebracht door een aantal kerngegevens te verzamelen, die ik momenteel aan het verwerken ben.

Een aantal van deze gegevens wil ik hier alvast graag delen. Het onderzoek voer ik natuurlijk uit zonder emotie, maar ik ben wel degelijk onder de indruk geraakt van de gegevens en wil ze daarom graag delen ter inspiratie.

De eerste bijeenkomst van MeetUp010 was op 19 maart 2015 en had als titel: ‘De macht aan de onderwijzer’. De meeste recente bijeenkomst was op 11 oktober 2017, met als titel: ‘Reis door het Rotterdams onderwijs – Over overgangen’. MeetUp010 bestaat nu dus ruim tweeëneenhalf jaar.

Er zijn inmiddels 13 bijeenkomsten georganiseerd, dus gemiddeld 5 of 6 per jaar.

Deze bijeenkomsten zijn georganiseerd door ongeveer 15 mensen in verschillende samenstellingen per bijeenkomst. Mensen uit verschillende sectoren, die met elkaar in verbinding zijn gekomen en het onderwijs in al zijn facetten verder willen verbinden.

De 13 bijeenkomsten zijn gehouden op 13 verschillende scholen, afkomstig uit alle sectoren van het onderwijs, PO, VO, MBO en HBO.

De 13 bijeenkomsten hadden 13 verschillende thema’s, van de rol en de status van de leraar tot het leren bezien vanuit de leerling, van passend onderwijs tot de drukpers binnen onderwijs, van de rol van kunst in het onderwijs tot het leren door maken, van overgangen in onderwijs tot nieuwe recepten voor onderwijs.

Naast de 13 bijeenkomsten zijn er ook nog vier extra activiteiten georganiseerd, direct gekoppeld aan al bestaande activiteiten zoals het IFFR en Rotterdam Onderwijsstad.

Gemiddeld zijn er 150 aanmeldingen voor de bijeenkomsten en activiteiten. De mensen die komen zijn leraren, ouders, schoolleiders, bestuurders en mensen die niet direct in het onderwijs werkzaam zijn maar wel betrokken bij de ontwikkelingen van jonge mensen.

In totaal zijn er tot dusver bijna 1500 unieke aanmeldingen geweest. Velen komen vaker.

Op Facebook heeft MeetUp010 meer dan 750 volgers en op Twitter ruim 1000.

Een opmerkelijk resultaat uit het onderzoek is dat dit alles is georganiseerd zonder kosten voor de deelnemers, op vrijwillige basis, met veel medewerking van scholen, en wordt uitgevoerd in eigen tijd.

Uit de interviews die zijn gehouden en de gesprekken die zijn gevoerd blijkt dat wat MeetUp010 doet mogelijk gemaakt doordat allen die erbij zijn betrokken een warm kloppend 💖 voor onderwijs hebben.

Ik vermeld daarom graag dat de 14e bijeenkomst van MeetUp010 zal zijn op 23 november en als thema LBTGQI+ heeft. Aanmelden kan al hier.

LGBTQI+

In het vervolg van het onderzoek zal ik ingaan op het effect dat MeetUp010 heeft gehad op het ontstaan van inmiddels 14 andere MeetUp’s in het land en een overkoepelende samenwerking hiertussen via MeetUpNL. Ook zal ik een relatie leggen tussen de MeetUp’s en andere professionele leerwerken die eveneens door leraren zelf zijn opgezet zoals The Crowd en edcampNL. Het plan is hier regelmatig korte tussenresultaten en meer details te melden.

 


Onderzoek gebruik chromebooks

mei 5, 2017

Dit jaar hebben alle leerlingen van klas 1 op onze school voor het eerst de beschikking over een chromebook. Voorafgaand aan de invoering hiervan is er onderzoek gedaan naar de mogelijkheden en onmogelijkheden van het gebruik van een chromebook in vergelijking met een reguliere laptop en is een inventarisatie gehouden onder de secties met betrekking tot het verwachte gebruik. Het Dalton Ontwikkel Project ‘ICT&Onderwijs’ heeft, nu driekwart van het jaar voorbij is, een enquête gehouden onder alle leerlingen over het actuele gebruik van het chromebook. De enquête is ingevuld door 178 leerlingen uit 7 eerste klassen. De belangrijkste bevindingen hiervan volgen hieronder. Mogelijk zijn zij nuttig voor scholen die overwegen op chromebooks over te gaan of voor anderen betrokken bij het onderwijs die zich hier een beeld over willen vormen. Als Dalton Ontwikkel Project gaan wij, samen met de schoolleiding, de resultaten in eerste instantie gebruiken om te beslissen of we doorgaan met chromebooks in klas 2. Vervolgens gaan we kijken hoe we aan de hand van de resultaten docenten en leerlingen verder kunnen ondersteunen in het optimaal gebruiken van de chromebooks.

Gemiddeld gebruik

Voor 39% van de lessen blijkt dit elke les te zijn, voor 25% van de lessen 1-2x per week, voor 16 % van de lessen 1x per maand, en voor 24% van de lessen nooit. In het meerjarenplan voor inzet van ICT is uitgegaan van een gebruik van 30% en dit percentage wordt dus ruimschoots behaald in het eerste jaar.

Gebruik per vak

Het gebruik van de chromebooks verschilt aanzienlijk per vak, door de keuzes die door de secties, en de individuele docenten, hiervoor zijn gemaakt. De vakken aardrijkskunde, Latijn en geschiedenis maken in 70 – 90% van hun lessen gebruik van het chromebook. Voor het vak wiskunde geven leerlingen aangeven dat in 75% van de lessen het chromebook juist niet gebruikt wordt.
Bij de talen verschilt het gebruik van het chromebook aanzienlijk. Zowel Nederlands als Latijn maken veel gebruik van de chromebooks terwijl dit bij Engels en Frans een heel stuk minder is.
Een opvallend resultaat is te zien bij het vak Mens en Natuur waar 20% van de leerlingen aangeeft dat het chromebook nooit gebruikt wordt en 22% dat het chromebook elke les gebruikt wordt. Dit verschil wordt verklaard door een verschil in de individuele keuze’s die docenten hiervoor gemaakt hebben.
De vakken drama en beeldende vorming maken vooralsnog weinig gebruik van de chromebooks. Bij de mentorlessen worden zij veelvuldig ingezet.

Meest gebruikte toepassingen

 

De meeste gebruikte toepassingen van het chromebook zijn de chrome apps Documenten, Presentaties en Formulieren. In bijna een kwart van de lessen wordt gebruikt gemaakt van Google Classroom. Even zo vaak wordt gebruikt gemaakt van websites die bij de methode horen en websites die door de docent worden opgegeven. Er wordt (nog) relatief weinig gebruikt gemaakt van sites die zelf gezocht moeten worden en van apps die buiten het Google domein vallen.

Gebruikte toepassingen per vak

Wanneer gekeken wordt naar de toepassingen per vak valt te zien dat de vakken Nederlands en Aardrijkskunde veelvuldig gebruik maken van Google Classroom. Het vak Engels maakt veel gebruik van de website bij de methode terwijl het vak Geschiedenis veel gebruik maakt van Google Apps.

Bij de open vragen aan leerlingen wat zij handig en onhandig  vinden aan het gebruik van een chromebook en of zij nog tips hebben worden de volgende antwoorden het meest gegeven.

Wat vinden leerlingen handig?

  • alles
  • aantekeningen maken
  • dat je alles bij elkaar hebt
  • dat je dingen kunt opzoeken
  • makkelijker inleveren
  • je hoeft geen boeken of schriften mee te nemen
  • typen gaat sneller dan schrijven
  • je kunt naar muziek luisteren

Wat vinden leerlingen onhandig?

  • niets
  • loopt soms vast
  • is soms leeg
  • soms slechte wifi verbinding
  • zwaar in je tas
  • methode site werk niet altijd
  • je kunt er moeilijk op tekenen
  • sommige kinderen spelen er spelletjes op

Welke tips hebben leerlingen?

  • geen
  • meer met chromebook doen
  • sla alles op in mapjes
  • meer met Classroom doen
  • zorg dat hij is opgeladen
  • laat je niet afleiden
  • docent moet achter in het lokaal gaan zitten
  • meer filmpjes gebruiken tijdens lessen

De 2 – 4 – 8 methode, om aan het denken te zetten

januari 4, 2017

 

2-4-8-maxresdefault

Gisteren schreef ik hier over de 2 – 4 – 8 methode, om leren te vermeerderen. Bij het zoeken naar een geschikte afbeelding om bij deze blog te plaatsen kwam ik op het internet bovenstaande zwart-wit opeenvolging van de cijfers 2, 4 en 8 tegen, gescheiden door komma’s. Ik heb de afbeelding wel opgeslagen, maar uiteindelijk niet gebruikt en ervoor gekozen zelf de afbeelding hieronder te maken.

2-4-8-xl-design-2017-01-03_1814

De blog kreeg een aantal reacties op verschillende sociale media en één ervan ging vergezeld van de zwart-witte opeenvolging van de komma-gescheiden getallen 2, 4 en 8.

2-4-8-de-video-2017-01-04_0630

In deze afbeelding staat als extra een wit-omrandde blauwe cirkel met hierin een naar rechts-wijzende driehoek, het symbool dat aangeeft dat klikken hierop tot het afspelen van een video leidt.

Deze video blijkt niets te maken te hebben met de 2 – 4 – 8 methode, om leren te vermeerderen. Of misschien toch wel iets? Kijk zelf maar.

Ik vind de video sowieso zeer waardevol en hij lijkt me zeer goed bruikbaar op aardig wat verschillende plaatsen in het onderwijs.

 


De 2 – 4 – 8 methode, om leren te vermeerderen

januari 3, 2017

2-4-8-xl-design-2017-01-03_1814

Een van de werkvormen die ik mijn boekloze klas 3 lessen regelmatig gebruik is de wat ik heb genoemd: de 2 – 4 – 8 methode om leren te vermeerderen. Deze methode is niet gebonden aan een bepaalde inhoud en daarmee geschikt voor elk vak. Zij is eenvoudig toe te passen.

Wat het is

Les 1. De leerlingen voeren tijdens de les in tweetallen een opdracht uit. Deze opdracht bestaat uit het schrijven van een verhaal over een onderwerp, waarvoor zij al dan niet verdere informatie via instructies of bronnen voor krijgen. De instructies kunnen bijvoorbeeld bestaan uit een aantal begrippen die in het verhaal moeten voorkomen of de antwoorden op een aantal vragen die in het verhaal moeten voorkomen. De bronnen kunnen bijvoorbeeld bestaan uit specifieke websites met tekstuele informatie, online nieuwsberichten of video’s waaruit relevantie informatie te halen is. De tweetallen schrijven hun verhaal in een gedeeld Google Drive document.

Les 2. De tweetallen worden gecombineerd tot viertallen. Zij lezen elkaar’s verhaal, lichten waar nodig toe aan elkaar en beantwoorden vragen van elkaar. Vervolgens creëren zij als viertal een nieuw, verbeterd document.

Les 3. De viertallen worden gecombineerd tot achttallen. Zij lezen opnieuw elkaar’s verhaal, stellen vragen aan elkaar en beantwoorden deze. Er wordt weer een nieuw, derde, tweemaal verbeterd document gecreëerd.

Hoe het werkt

Tijdens les 1 werken de leerlingen aan twee computers, of liever nog één computer (Tweetallen zijn effectiever achter de computer). Zij krijgen de opdracht en de eventuele bronnen digitaal ter beschikking. De leerlingen hebben allen reeds een Google Drive account en in een eerder stadium hebben zij een map aangemaakt die zij delen met de docent. In hun mappen plaatsen zij hun gezamenlijke document. Tijdens de les loopt de docent rond en beantwoord vragen of geeft tips. De docent kan ook vanachter zijn computer live in de documenten van de samenwerkende leerlingen kijken en daar directe feedback geven. Aan het eind van de les dient ieder lid van elke groep in staat te zijn kort het verhaal dat zijn groep geschreven heeft te vertellen. Tijdens les 2 en 3 zijn de activiteiten grotendeels hetzelfde.

Toevoegingen

De hier genoemde lessen hoeven natuurlijk geen volledige lesuur te beslaan of kunnen ook meer dan een lesuur beslaan.

Er kan ook een 1 – 2 – 4 methode van gemaakt worden, deze mist in de eerste stap dan wel de samenwerking en er ontstaan minder interacties die leiden tot verdieping en verbetering.

Er kan een combinatie opdracht van worden gemaakt waarbij in de eerste en/of tweede les niet alle groepjes dezelfde opdracht krijgen, doordat zij bijvoorbeeld niet dezelfde woorden krijgen, niet dezelfde vragen of niet dezelfde bronnen.

Het staat leerlingen natuurlijk altijd vrij meer bronnen te raadplegen dan de aangereikte.

De opdrachten dienen in het algemeen aan het eind van de les te zijn afgerond. Dit zorgt voor focus en betrokkenheid tijdens de les. Zeker wanneer leerlingen dit verzoeken, aan het eind van een les, is het een goede optie de tijd tot afronden te verlengen.

Aan het eind van de serie van drie lessen volgt in het algemeen een digitale test, waarbij wordt gemeten hoeveel de leerling weet en waar mogelijk nog hiaten zitten in kennis of begrip. Deze test kan zijn voor een cijfer of gebruikt worden als indicator.

De toegevoegde waarde van ict de 2 – 4 – 8 methode om leren te vermeerderen is groot en zit in de mogelijkheden gemakkelijk samen te werken, live aanpassing te maken, video te gebruiken, actualiteit via online bronnen te gebruiken, en de kracht van feedback zowel tijdens de lessen als daartussen in te zetten. In de basis kan de 2 – 4 – 8 methode ook zonder ict gebruikt worden.

De 2 – 4 – 8 methode maakt zeer bewust gebruik van het leren door herhalen (ook wel bekend als spaced repetition), waarbij de herhaling een zo actief mogelijk activiteit is geworden.

De 2 – 4 – 8 methode maakt, zeker als onderdeel van boekloos les geven, zeer bewust gebruik van het actief leren tijdens de les om leren meer te laten zijn dan leren vóór de toets voor de toets.

Hoewel ik het de 2 – 4 – 8 methode heb genoemd kunnen de aantallen natuurlijk leerlingen samenwerkende leerlingen natuurlijk naar behoeve worden aangepast. Groepjes kunnen ook uit elkaar worden gehaald om zo meer nieuwe combinaties te kunnen vormen.

2-4-8-rk1_2-4-8_300-crop_1

Ik kan me voorstellen dat het bovenstaande mogelijk te algemeen beschreven is om direct duidelijk te zijn. Daarom hieronder een voorbeeld hoe ik de 2 – 4 – 8 methode toepas bij het vak biologie.

Voorbeeld van de 2-4-8 methode bij biologie

Het onderwerp is voortplanting. In de eerste les worden leerlingen van een klas via een random group generator (ik gebruik hiervoor flippity) ingedeeld in tweetallen. De eerste helft van de tweetallen wordt ingedeeld bij het onderdeel geslachtelijke voortplanting, de tweede helft van de tweetallen bij het onderdeel ongeslachtelijke voortplanting.

De leerlingen bij beide onderdelen krijgen acht woorden. Met behulp van het internet zoeken zij per tweetal de betekenis van de acht woorden en schrijven zij een verhaal waarin zij deze acht woorden gebruiken om uit te leggen wat geslachtelijke respectievelijk ongeslachtelijke voortplanting is. Voorwaarden hierbij zijn dat zij dit in eigen woorden doen, op een wijze die begrijpbaar is voor een redelijk opgeleide leek, en dat zij aan het eind van het lesuur van 45 minuten in staat zijn ook te vertellen wat zij hebben opgeschreven. Dit wordt steekproefsgewijs gecontroleerd.

Alle leerlingen hebben een Google Drive map voor het vak biologie, die zij hebben gedeeld met de docent. Zij schrijven hun verhaal in een Google Drive document, dat zij een naam geven volgens het format dat bij deze lessenserie wordt gehanteerd en dat de vorm heeft: Opdracht 08a. Geslachtelijke voortplanting – Voornaam1 – Voornaam2.

In de tweede les van deze 2 – 4 – 8 methode om leren te vermeerderen worden twee groepjes van twee leerlingen in viertallen per onderdeel bijeen geplaatst. De opdracht hier is het maken van 1 gezamenlijk document met hun verhaal over hetzij geslachtelijke, hetzij ongeslachtelijke voortplanting. Zij lezen hiertoe eerst elkaars verhalen, bediscussiëren vervolgens wat er goed is en wat er beter kan aan beide verhalen en eindigen met het maken van 1 gezamenlijk document, met een titel volgens het format: Opdracht 08b. (On)Geslachtelijke voortplanting – Voornaam1 – Voornaam2 – Voornaam3 – Voornaam4.

In de derde les van de 2 – 4 – 8 methode om leren te vermeerderen worden twee viertallen van de verschillende onderdelen bij elkaar geplaatst. Ofwel 1 viertal met als onderdeel geslachtelijke voortplanting gaat samenwerken met 1 viertal met als onderdeel ongeslachtelijke voortplanting. Als eerste lezen zij elkaars verhalen. Vervolgens geven zij aan of het verhaal duidelijk is en stellen aanvullende vragen aan de experts. Hierna worden beide verhalen verbeterd en samengevoegd tot uiteindelijk 1 document met de titel Opdracht 09. Voortplanting – Voornaam1 – Voornaam2 – Voornaam3 – Voornaam4 – Voornaam5 – Voornaam6 – Voornaam7 – Voornaam8

Als docent kan ik steeds tijdens de les, na de les, voorafgaand aan de volgende les zien wat de leerlingen doen en gedaan hebben en waar nodig hier op reageren. Tijdens de les loop ik rond om vragen te beantwoorden, waar nodig sturende vragen te stellen, of ik zit achter mijn bureau en reageer live binnen de documenten waarin de leerlingen op dat moment aan het werk zijn.

Evidente fouten haal ik uit de documenten, vooral door er vragen over te stellen, niet door te verbeteren. De meeste reacties en feedback die ik geef is gericht op het nauwkeuriger en exacter (be)schrijven van vakinhoudelijke termen en relaties hiertussen en op het stimuleren dieper in te gaan op de stof. Dit zoveel mogelijk via het stellen van aanvullende vragen.

Ervaringen

Mijn ervaringen met de 2 – 4 – 8 methode zijn zeer positief. Het grootste deel van de leerlingen is het grootste deel van de lessen actief en doelgericht bezig. De leerlingen geven in het algemeen aan dat zij door de opdrachten, zoals de 2 – 4 – 8 methode, bij boekloos biologie minstens zoveel doen tijdens de les maar gemiddeld meer leren dan bij andere lessen. De meeste leerlingen geven ook aan dat zij de afwisseling met andere lessen als plezierig en stimulerend ervaren. Dat zij inderdaad minder hoeven te leren vóór de test be-amen zij,, na dit een aantal keer ervaren te hebben met verrassende blikken, die mij verheugen.

Opmerkingen en vragen zijn als altijd welkom. Er is nog genoeg te vertellen en te verbeteren.

Toelichting:
– Deze blog is mede geschreven naar aanleiding van een een aantal vragen over de manier waarop ik les geef in een klas zonder boeken. Deze vraag zal ik in een aantal afzonderlijke blogposts proberen te beantwoorden en uiteindelijk concluderend samenvatten.
– Een tweede reden voor het op dit moment schrijven van deze blog is een discussie op twitter over de mogelijkheden en de toegevoegde waarde van samenwerken binnen Google Drive documenten. De start van die discussie is hieronder te vinden.

de-2-4-8-methode-google-drive-aantekeningen-tweets-2017-01-03_1749


%d bloggers liken dit: