Stukkie wandelen

juni 25, 2019

 

Zaterdag 22 juni 2019 heb ik de Marathon rond Sneek en meer gewandeld. Dit was de 5e keer dat deze Marathon werd georganiseerd en de 5e keer dat ik deelnam. Ze waren allemaal bijzonder, steeds om een verschillende reden, deze dus ook.

Om dat plezierig te kunnen doen hebben we, zoals ook in de voorafgaande vier jaren, een huisje in de buurt gehuurd voor het weekend (Huisje bij de Molen deze keer) en zijn we daar vrijdagmiddag naar toe vertrokken. Gelukkig had ik in de middag geen verplichtingen op school en konden we lekker op tijd daar aanwezig zijn.

Na ons te hebben geïnstalleerd, begroet door twee lieve viervoeters waarvan die ene van ons helaas niet zoveel moest hebben, besloten we te gaan eten op een mooie plek, Rufus aan het water, onderdeel van de route van de Marathon. We gingen daar niet heen voor het lekkere eten, wel voor de mooie plek, midden tussen de weilanden, buiten aan het water de boten voorbij zien komend.

Op de terugweg naar ons huisje kwamen we langs Scharnegoutum en moesten daar over een brug over het water, niet ongewoon in Friesland. Daar stonden een paar mensen en ik bedacht me ineens waarom: Maarten!

We besloten te stoppen en zochten een plekje langs het water. Uit alle informatie via dat magische internet en die soms toch wel handige mobieltjes begrepen we dat het nog ongeveer twee uren zou duren voor Maarten! langs zou komen. Langzamerhand werd het steeds drukker, gezelliger, we kletsten een beetje met mensen met viervoeters, met mensen met kinderen, met kinderen. Maar vooral luisterden en keken we. We waren getuige van en maakten deel uit van een saamhorigheid die niet over te dragen is en niet te vangen is in woorden zoals ‘je had erbij moeten zijn’.

En toen kwam Maarten! voorbij.

Heel dicht voorbij.

Een bedrieglijk schijnbaar trage slag, armen hoog boven het water, het gezicht naar ons toe, mond open voor adem. Arm in, arm uit, adem in, adem uit.

Ik zal dat beeld nooit vergeten (foto genomen door mijn vrouw).

Boten voor hem en boten echter hem. Enthousiaste mensen in de boten die de enthousiaste mensen langs de kant toezwaaiden en terug. Die mensen in die boten deden het voor Maarten! en Maarten! deed het voor hen. Die mensen aan de kant deden het voor Maarten! en Maarten! deed het voor hen.

Om half zes vrijdagavond was hij vertrokken, rond zeven uur maandagavond zou hij finishen. Dat was het plan. Zou het dit jaar lukken?

Wij vertrokken, nadat we ieder ander de tijd en ruimte hadden gegeven om te vertrekken, naar ons huisje. Ik had moeite de slaap te pakken, onvoldoende moe, teveel prikkels.

Op zaterdag startte ik om 08.00 uur, in de eerste startgroep. Ik was minder voorbereid dan in de voorafgaande vier edities omdat ik te vaak domme beslissingen had genomen wanneer het ging om te gaan wandelen of iets anders te gaan doen wat op dat moment ook belangrijk leek. Dat tweede was ook vaak verleidelijker omdat dat zittend kon worden gedaan en er kon worden beargumenteerd dat het een groter belang diende. Mijn lijf was er niet klaar voor zoals eerder en mijn hoofd wist dat.

Normaliter maak ik van wandelen toch een soort wedstrijd, een uitdaging, hoewel dat niet zo zou hoeven of moeten, vind ik zelf. Het is schijnbaar toch hoe ik ben. Doelen stellen en halen.

Het doel nu was te finishen. Opgeven is nooit een optie. Dat was het ook nu niet, maar voor het eerst kwam het wel een paar keer in mij op. Steeds moest ik dus iets verzinnen om dat niet te gaan doen. Vaak was dat Maarten! die niet ver bij mij vandaan aan het zwemmen was. Dat wist ik, ik had hem gezien. Even zo vaak was dat de vrouw die met mijn viervoeter langs de kant stond en mij voorzag van water en energie in de vorm van bananen en evergreens en een kus.

Ik haalde de finish, had er langer over gedaan dan de eerste vier deelnames, zou me daar misschien trots over mogen voelen maar dat valt me zwaar.

Maarten! haalde de finish ook, twee dagen! later, glansrijk. Hij stapte uit het water en gaf helder antwoord op de hem gestelde vragen. Hij zwom bijna 5 keer de afstand die ik liep.

Waarom dit stukkie over wandelen?

Wanneer je 8 uur wandelt heb je tijd om te denken. Al een aantal jaar denk ik na over het volgende en dit jaar ga ik het mogelijk doen:

  1. Ik loop van mijn woonplaats naar mijn werkplaats, de afstand is 35 km
  2. Ik geef les, hoeveel  uren en aan wie weet ik nog niet, ik zal proberen er die dag iets over effecten van sporten in te betrekken (in de eerste versie van mijn rooster voor komend jaar is dit van 08.15 tot 16.45 uur)
  3. Ik loop terug van mijn werkplaats naar mijn woonplaats
  4. Dit alles binnen 24 uur, totaal dus 70 km wandelen en een nu nog onbekend aantal uren les geven
  5. Stap 1: start om 00.00 uur en arriveer om 07.00 uur
  6. Stap 2: ik geef les
  7. Stap 3: ik vertrek om 17.00 uur en arriveer om 00.00 uur

De voorwaarden en afspraken:

  1. Ik wil geld ophalen voor EduKans, om kinderen over de hele wereld de kans te geven om te leren (zie de video hieronder)
  2. Ik ga lopen wanneer er door of via mijn mentorklas of andere kinderen die ik lesgeef of collega’s of vrienden minstens € 1000 is verzameld
  3. Ik zal het verzamelde bedrag zelf verdubbelen (met een maximum van één maandsalaris 😜)
  4. De datum is vrijdag 4 oktober, Werelddierendag, de verjaardag van mijn vrouw en de dag van Sint Franciscus

PS1: ik kan zelf niet zwemmen

PS2: ik kreeg direct al hartverwarmende verzoeken hoe er gedoneerd kan worden. Daar had ik nog niet over nagedacht. Het kan naar rekeningnummer:

NL71 INGB 0678 8410 20, onder vermelding van WANDELEN

Betalen kan inmiddels ook via een open tikkie:

 Stukkie Wandelen Tikkie

PS3: Op verzoek zal ik hier regelmatig het opgehaalde bedrag met datum vermelden.

09  oktober: € 1813,25.

Dank je! Dank jullie!

Streefbedrag: € 1000,00 -> € 2000,00

De eerste € 1000,00 is behaald dus ook -> € 2000,00

PS4: Mij is gevraagd wat mijn maandsalaris is 😜:

€ 3323,71


10 technieken om te checken of iedereen het snapt

december 16, 2018

Op klasse.be kwam ik de volgende bijdrage tegen van Stijn Govaerts met een prachtige set aan eenvoudige technieken om formatief lesgeven vorm te geven. Te mooi om hier niet te delen. Welke ga jij deze week inzetten? En volgende week?

Hoe controleer je snel of je leerlingen je les begrepen hebben? En hoe leer je ze zelf inschatten of er veel bleef plakken en of ze moeten bijpompen? Met deze 10 technieken kan je meteen aan de slag.

 

One-minute-paper

1 minuut denktijd en 1 minuut schrijftijd. Meer krijgen je leerlingen niet om een kort gestructureerd verslag te maken van de lesinhoud. De sterkste one-minute-paper deel je online of lees je voor bij het begin van de volgende les.


Het interview

Maak de laatste 5 minuten van je lestijd vrij voor een interview. Leerling A interviewt leerling B over de afgelopen les. Vragen als: wat vond je interessant aan de les, wat vond je grappig, waar heb je het nog moeilijk mee, wat vind jij een goede toetsvraag over deze les? Zowel de vragen als de antwoorden helpen jou als leraar.


Afscheidnemer

Geef de laatste minuut van je les aan een leerling. Hij of zij probeert de les samen te vatten in 3 belangrijke punten. Daarna mag hij of zij op geheel eigenzinnige wijze afscheid nemen en de klasgenoten een fijne dag of avond toewensen.


Werk je naar buiten

Eindig je les met een snelle quiz. 3 ja-nee-vragen of meerkeuzevragen. Leerlingen die de eerste vraag juist hebben, mogen rechtstaan of de klas verlaten. De rest blijft zitten voor de volgende vraag. Hetzelfde scenario voor vraag 3. Liever via digibord, computer of smartphone? Met apps als Kahoot! boks je snel een online quiz in elkaar.


Toetsvraag

De leerlingen met een even klasnummer noteren een vraag over de les die niet zou misstaan op een toets. De vragen verdeel je onder de leerlingen met oneven nummers. Eentje laat je mondeling beantwoorden. Na de les check je de vragen. Die vertellen je meteen of leerlingen hoofd- en bijzaken kunnen onderscheiden.


4 hoeken

Met deze methode heb je snel en makkelijk een overzicht van wie op welk niveauzit. Terwijl je leerlingen door de klas bewegen, stel jij vragen over de leerstof. Je verbindt de klashoeken telkens met een antwoord. Of je laat je leerlingen zelf inschatten hoe goed ze de leerstof beheersen. Je verdeelt de hoeken dan onder in ‘ik kan het zelf helemaal uitleggen, ‘ik snap de les of leerstof’, ‘ik heb nog een beetje hulp nodig’ en ‘ik snap het nog niet’.


Luister, fluister

Je noteert een cruciaal inzicht of belangrijke formule uit je les op papier. Een leerling leest de zin in stilte en fluistert die dan in het oor van een klasgenoot. Zo gaat de boodschap de klas rond. Als iedereen de boodschap voldoende (her)kent, moet de laatste leerling in het rijtje in staat zijn om je startzin foutloos te herhalen.


60 seconden post-it

Leg voor de les op elke bank een post-it klaar. Na je les krijgen je leerlingen 60 seconden om te noteren wat bleef plakken. Voor ze buiten gaan, kleven ze die post-it op het raam, het bord, je bureau … Daarbij schatten ze zichzelf in. Post-it hoog ophangen? Dan bleef veel plakken. Post-it laag? Dan ging (te) veel van de leerstof aan hen voorbij. Geef ze de volgende les de kans om de post-it te herplakken. Bekeken ze thuis de leerstof en weten ze nu meer? Omhoog die post-it!


3-2-1

Verdeel een blad in 3 stroken. En geef leerlingen volgende opdracht: noteer bovenaan de 3 dingen die je ontdekte tijdens de les. In het midden schrijf je 2 zaken die je interessant vindt en onderaan komt een vraag over de les. In 2 minuten tijd heb jij een schat aan informatie.


Exit ticket

Iets nieuws uitgetest in de klas? Ontdekken of je les haar doel heeft bereikt? Met een exit ticket krijg je inzicht in hoe je leerlingen de les verwerken en speel je de volgende les meteen in op hun behoeften. Bovendien krijgen ook je leerlingen dankzij de vragen op hun exit ticket een betere kijk op hun leerproces.

 


Bron: Snapt iedereen de leerstof? Check het met 10 technieken.


Flash Forward: 5 minuten de toekomst in

november 30, 2018

Wat is het dat jij wilt dat jouw leerlingen zich nog herinneren, nog weten, nog kunnen?

Een vraag waar je misschien wel eens even aan denkt maar waarover je zelden of nooit de tijd neemt om werkelijk over na te denken.

Het is een essentiële vraag, een vraag die je ook aan je leerlingen kunt stellen.

Wat is het jij wilt dat jij je nog herinnert, nog weet, nog kan?

Hoe vaak je ook reflecteert over wat je wil dat leerlingen leren en onthouden je vraagt het nooit aan de leerlingen. Waarom hen ook niet de kans geven hierover na te denken en hierover een antwoord te formuleren?

Je kunt dit omzetten in een activiteit in de klas. Aan het eind van een periode stel je leerlingen eens deze vraag:

Flash Forward: Wat wil jij nog weten?

Nu je dit onderwerp hebt gevolgd wat is nu het belangrijkste dat je over 10 jaar nog wilt weten (en waarom)?

Je kunt je leerlingen vragen naar één ding of naar een paar (met een maximum van 5 bijvoorbeeld) en de tijdseenheid aanpassen naar elke hoeveelheid die jij passend vindt (één jaar, vijf jaar, twintig jaar?).

Flash Forward heeft een aantal voordelen voor jouw leerlingen.

  • Zij zijn bezig met Retrieval Practice. Door specifiek naar één ding te zoeken in hun geheugen zullen ze dit nog beter gaan onthouden.
  • Zij zijn bezig met Spacing. Ze moeten het gehele onderwerp terughalen uit hun geheugen en het langslopen.
  • Zij zijn bezig met Metacognitie. Ze reflecteren op wat ze nog weten en ook op wat ze zijn vergeten.

Flash Forward heeft een aantal voordelen voor jou als leraar.

  • Je bouwt (verder) aan een ondersteunde cultuur in de klas rondom het proces van leren
  • Je krijgt feedback over de onderdelen die voor de leerlingen het meest waardevol blijken
  • Je genereert tijd voor zelf-reflectie en inspiratie voor de volgende periode of het volgende jaar

Gebruik Flash Forward, al is het maar voor 5 minuten. Het kan in elke klas, op elke niveau worden gebruikt. Laat leerlingen je verrassen met hun inzichten. Tijdens de discussie zullen leerlingen elkaar herinneren aan andere onderdelen of aan verbanden met andere onderwerpen. Zij zullen actief bezig en mogelijk zelfs jou de vraag stellen. Wat is jouw Flash Forward? Heb jij je antwoord dan/al klaar?

Update: hoe kun je Flash Forward nog effectiever inzetten?

Door leerlingen te laten delen.

  1. Leerlingen denken na over of schrijven hun Flash Forward op
  2. Leerlingen gaan tegenover elkaar staan of zitten
  3. Leerlingen delen hun Flash Forward
  4. Leerlingen schuiven een plaats op en delen opnieuw hun Flash Forward
  5. Leerlingen nemen deel aan een gezamenlijke discussie in de klas over de genoemde thema’s en de reacties hierop

Een waardevolle toevoeging aan de originele vraag is de leerlingen nog twee vragen te stellen.

  1. Hoe ga jij je dat ene ding herinneren?
  2. Wat ga je doen om te zorgen dat je het niet vergeet?

Bron: Retrieval Practice: flash-forward-what-do-you-want-to-remember-10-years-from-now

 


Motiveren is te leren – recensie

juli 26, 2018

 

Motiveren is te leren, Uitgeverij SWP 2018, geschreven door Dirk van der Wulp, is een heel praktisch boek. De schrijver koppelt zijn eigen langjarige ervaringen als docent en mentor aan een grondige wetenschappelijke onderbouwing en beschrijft hoe je de motivatie van leerlingen bij hen kunt terugbrengen. Via concrete voorbeelden wordt getoond hoe de suggesties die de wetenschap biedt een plaats kunnen krijgen in de dagelijkse praktijk in de klas.

Het motiveren van leerlingen is een dagelijkse strijd voor veel mensen werkzaam in het onderwijs. Leerlingen willen wel leren maar niet altijd wat hen wordt aangeboden of op het moment dat het hen wordt aangeboden of hoe het hen wordt aangeboden. Er is voor veel leerlingen zoveel meer dat speelt in hun leven dat zij naar school gaan vooral als een verplichting ervaren die met zo min mogelijk inspanning ondergaan dient te worden.

In het boek wordt getoond dat het stellen van drie verhelderende vragen de motivatie van leerlingen kan aanwakkeren. Die vragen zijn terug te leiden op de wetenschap en komen in verschillende vormen aan bod in andere boeken over het geven van effectieve feedback. Wat wil je? Wat doe je al? Wat ga je doen om te komen waar je wilt komen? Deze vragen worden op drie niveau’s gesteld: taak, proces en zelfregulatie.

Het stellen van deze vragen alleen is nog niet genoeg wordt betoogd. Om ze werkelijk waardevol te kunnen maken is het nodig de leerlingen te laten voelen dat ze ook op school zeker een bepaalde mate van autonomie hebben en dat in verbondenheid haalbare doelen gesteld en bereikt kunnen worden. Om leerlingen werkelijk te motiveren is het nodig om in je didactiek hier zeer bewust mee om te gaan.

Het boek kent een hele duidelijke indeling, waarbij de eerste vier hoofdstukken gaan over de theorie en de onderzoeksresultaten die in meer of minder mate bruikbaar zijn om motivatie te vergroten: zelfdeterminatie, oplossingsgericht werken, feedback en groeimindset, In het vijfde hoofdstuk worden deze samengebracht. Elk hoofdstuk laat voorbeelden uit de praktijk zien en eindigt met een zeer bruikbare sectie ‘concreet in de klas’.

Bij het boek hoort ook de website motiveren is te leren met aanvullende materialen.

Bestellen
– bij de uitgever Uitgeverij SWP

Inhoudsopgave
1. De zelfdeterminatietheorie
2. Het oplossingsgericht werken
3. De kracht van feedback
4. Op weg naar een groeimindset
5. Eenheid in verscheidenheid, de integratie

Over de auteur
Dirk van der Wulp is 38 jaar biologiedocent geweest en 36 jaar klassenmentor. Hiernaast is hij 25 jaar actief geweest als schoolcounselor. Hij geeft trainingen Oplossingsgericht Werken en Excellent Gemotiveerd aan docenten, mentoren en leidinggevenden.


Verwondering – recensie

juli 25, 2018

 

Verwondering – leren creatief en kritisch te denken door vragen te stellen, Ten Brink Uitgevers 2016, geschreven door Dick van der Wateren is niet een standaard boek over onderwijs. Het is een boek over het belang van het stellen van vragen. Het boek leest alsof Dick een oudere, wijze man is met veel ervaringen. en een onvermoeibaar jeugdig hart voor kinderen en onderwijs. (En dat klopt ook, ik ken Dick persoonlijk). Wanneer je het boek leest hoor je Dick praten. Het is een persoonlijk relaas over zijn reis door het onderwijs.

Het boek is niet voor iedereen in het onderwijs. Het is voor hen die zichzelf nog steeds vragen durven stellen en dit ook kun leerlingen willen laten doen. Dick beschrijft hoe hij van zijn uitgangspunt dat alle kinderen nieuwsgierig zijn en dat alle kinderen willen leren is gekomen tot zijn overtuiging dat het stellen van vragen essentieel is. Dat Dick het boek opdraagt aan zijn kleinkinderen toont zijn liefde voor kinderen, vormgegeven als onderwijs.

In het boek wordt uitgelegd wat het belang is van het stellen van de juiste vraag, hoe belangrijk het is dit kinderen aan te leren en hoe je dit kunt doen. Het boek is ook een pleidooi voor het ruimte scheppen in het curriculum voor andere vormen van onderwijs. Leren door het stellen van Grote Vragen en het op zoek gaan naar antwoorden hierop. Dit alles aan de hand van concrete voorbeelden hoe dit in praktijk kan worden en is uitgevoerd. Een van de methoden hiervoor is de brandpuntmethode, door Dick vanuit de Question Formulation Technique omgezet naar het Nederlands. Deze methode heeft Dick inmiddels op meerdere onderwijsbijeenkomsten met succes gedeeld.

Het meest geraakt werd ik door het verhaal van Tirza in het boek. Ik heb Tirza ook ontmoet tijdens de presentatie van het boek en dat raakte mij mogelijk nog meer. Tirza las op haar twaalfde Plato voor haar plezier maar dreigde in de vierde klas af te zakken naar de havo. Tirza raakte gefrustreerd omdat ze geen antwoord kreeg op haar vragen. Als een noodkreet laat ze tijdens een gesprek horen dat ze wil leren. Ze wordt dan gezien en gehoord door Dick en gaat aan de slag. Inmiddels is Tirza summa cum laude afgestudeerd aan het AUC in Amsterdam en heeft ze zomercursussen gedaan aan de City University in New York. Dit doordat haar het net op tijd de juiste vragen werden gesteld, waardoor zij dit zelf ook ging doen.

Ik heb het boek, dat verscheen in oktober 2016, met veel plezier gelezen en lees er af en toe in terug, met evenveel plezier. Ik kon niet anders dan glimlachen toen ik onlangs een vraag zag langskomen op een van mijn sociale media: ‘Wat is een goed Engels woord voor Verwondering?’. Ik heb natuurlijk geen antwoord gegeven.

Bestellen
– bij de uitgever Ten Brink Uitgevers

Inhoudsopgave

  1. Waarom anders?
  2. Goed onderwijs
  3. De kracht van vragen
  4. Grote vragen
  5. Op weg naar een goede vraag
  6. Ten slotte
  7. Bijlagen

Over de auteur
Dick van der Wateren heeft gewerkt als geologisch onderzoeker, wetenschapsvoorlichter en docent natuurkunde, met speciale aandacht voor talentvolle en begaafde leerlingen. Sinds 2017 heeft hij een filosofische praktijk in Amsterdam, De Verwondering, waar hij gesprekken voert met jongeren en volwassenen die op zoek zijn naar helderheid over problemen of kwesties waar zij mee worstelen. Hij schrijft op zijn blog over onderwijs en aanverwante zaken.


Testjekennis

juli 23, 2018

Aan het eind van het schooljaar, of aan het begin van de vakantie, of aan het eind van de vakantie, of aan het begin van het schooljaar (of alle vier) zijn vele van ons in onderwijs bezig met de plannen voor het nieuwe schooljaar. Wat ga ik volgend jaar anders doen? Beter doen? Niet meer doen? Ga ik me concentreren op verbeteren wat ik al goed doe? Ga ik iets nieuws proberen wat ik altijd al van plan was of wat ik ben tegengekomen bij een collega of gelezen heb in een onderwijsblad of een vakblad of gezien heb op sociale media?

Zelf zit ik altijd vol met plannen, waarvan meestal slechts een klein deel verwezenlijkt wordt, simpelweg omdat het teveel plannen zijn. Dat heeft mij geleerd en doen besluiten elk jaar een soort speerpunt te selecteren.

Komend schooljaar zal het speerpunt ‘herhalen en feedback‘ zijn, hoewel dat natuurlijk net zo gemakkelijk twee speerpunten genoemd kunnen worden. Om dat concreet te gaan maken ben ik nu dus bezig met vormen om dit te doen.

Een manier zal zijn nog vaker en gerichter gebruik te maken van testjes om te herhalen.

Testjes om te herhalen zijn voor leerlingen en leraar een manier om te testen hoeveel zij nog van een onderwerp of van een heel voorafgaand leerjaar weten.

Komend schooljaar staat daarom voor al mijn leerlingen in de studiewijzer opgenomen ergens in de eerste twee weken: Testjekennis. Deze testjes gaan over de kennis van het afgelopen jaar, of de afgelopen jaren. Deze testjekennis testen zal ik gaan gebruiken om te bepalen welke onderdelen van het voorafgaande jaar herhaling behoeven en ik zal de leerlingen deze herhaling op verschillende manieren gaan aanbieden en gedurende het jaar opnieuw gaan testen. De leerlingen zullen geen cijfer krijgen voor deze testjekennis testen, wel feedback, zo persoonlijk mogelijk. Bij de testjekennis testen zal ik de vragen vooral richten op de BioKern doelen die wij met een aantal collega’s aan het opstellen zijn. Wat zijn nu de werkelijk wezenlijke onderdelen van ons vak waarvan wij vinden dat alle leerlingen deze dienen te kennen en beheersen? Het vormt een pragmatische samenvatting van de breed geformuleerde kerndoelen die onderdeel vormen van de examenstof en waarvan wij hebben ervaren dat deze ook vaak concreet of verborgen in de examens terugkomen. Deze BioKern doelen zullen ook in onze reguliere toetsen regelmatig terugkeren.


When. The scientific secrets of perfect timing – recensie

juli 23, 2018


When, the scientific secrets of perfect timingRiverhead books, Penguin Group 2018, geschreven door Daniel Pink is een boek over tijd. Het boek is niet geschreven voor het onderwijs of over onderwijs. Toch komen er een aantal zaken in voor die het onderwijs direct raken, zoals wat de wetenschap suggereert over hoe laat een lesdag zou moeten beginnen, hoe lang een lesdag zou moeten duren, hoeveel pauze’s er zouden moeten zijn, hoe lang deze pauze’s zouden moeten duren, wat het beste moment is om een toets te geven, wat het effect is van het geven van een toets op verschillende momenten van de dag. De uitkomsten blijken soms verrassend. Toepassen ervan waar mogelijk lijkt een goed idee.

Daniel Pink is een Amerikaan en hij verpakt de wetenschappelijke bevindingen die hij beschrijft in mooie kleine, soms persoonlijke verhalen.

In hoofdstuk 1 introduceert Daniel onderzoek naar het dagelijks patroon in emoties en gedrag dat op velerlei plaatsen zichtbaar is. Voor veel positieve gemoedstoestanden is er een piek in de ochtend, een daling in de middag en een nieuwe piek in de avond. Een piek, een dal, een terugkeer. In hoofdstuk 2 laat hij een aantal voorbeelden zien waar het effect van een pauze wordt getoond. Het meest extreem is dit zichtbaar bij rechters die besluiten over een vervroegde vrijlating van een gevangene: dit percentage stijgt na de ochtendpauze van 0 naar 65% en na de middagpauze van 15 naar 65%. In hoofdstuk 3 wordt getoond hoe wij vaak geen invloed hebben op een starttijd maar soms wel op hoe wij beginnen en hoe wij opnieuw kunnen beginnen bij een valse start en in hoofdstuk 4 en 5 wordt dit uitgebreid naar het midden en naar het eind. Steeds laat Daniel zien wat er bekend is over effecten van het moment van de dag en de omstandigheden en hoe wij daar, hoe beperkt soms ook, mee zouden kunnen omgaan om zaken te verbeteren. Hoe groepen kunnen profiteren van het bewustzijn van het moment wordt in hoofdstuk 6 toegelicht.

Wat zijn nu de uitkomsten voor het onderwijs?
– Dagelijks fluctuaties in prestaties zijn groter dan wij denken. Hiermee rekenen houden is van belang, hoe lastig ook.
– Niet alle activiteiten vereisen dezelfde inspanning. Bij planning hiermee rekening houden is van belang, hoe lastig ook.
– Pauzes leiden tot betere resultaten. Geef leerlingen dus vaker een korte pauze.
– Toetsen afnemen later op de dag, leidt tot slechtere resultaten. Waar mogelijk dus vroeg.

Persoonlijk
Ik vond het zeker geen zonde van mijn tijd om When te lezen. Ik deed dat vooral ’s middags, in de zon in mijn tuin. Ik heb nog meer aanwijzingen gekregen dat mijn keuze om pauzes werkelijk pauzes te laten zijn en mij niet te laten verleiden om toch nog even wat doen of te bespreken een juiste is. Ik ben nog meer overtuigd van de waarde van even wandelen buiten en power-naps.

Bestellen
– bij de uitgever Penquin Random House
– bij andere leveranciers zoals Bol.com, Amazon.com.

Inhoudsopgave
1: The Hidden Pattern of Everyday Life
2: Afternoons and Coffee Spoons: The Power of Breaks, the Promise of Lunch, and the Case for a Modern Siesta
3: Beginnings, Starting Right, Starting Again and Starting Together
4: Midpoints: What Hanukkah Candles and Midlife Malaise Can Teach Us About Motivation
5: Endings: Marathons, Chocolates and The Power of Poignancy
6: Synching Fast and Slow: The Secrets of Group Timing
7: Thinking in Tenses: A Few Final Words

Over de auteur(s)
Daniel Pink is een zeer veel gelezen auteur van o.a. de boeken A Whole New Mind, Drive en To Sell is Human. Zijn werk is in 35 talen vertaald en er zijn meer dan 2 miljoen van zijn boeken verkocht wereldwijd. Zijn TED Talk over de wetenschap van motivatie is een van de 10 meest bekeken TED Talks, met meer dan 20 miljoen views. Zijn RSA Animate video over de ideeën in zijn boek Drive is meer dan 14 miljoen keer bekeken.


%d bloggers liken dit: