De 2 – 4 – 8 methode, om leren te vermeerderen

januari 3, 2017

2-4-8-xl-design-2017-01-03_1814

Een van de werkvormen die ik mijn boekloze klas 3 lessen regelmatig gebruik is de wat ik heb genoemd: de 2 – 4 – 8 methode om leren te vermeerderen. Deze methode is niet gebonden aan een bepaalde inhoud en daarmee geschikt voor elk vak. Zij is eenvoudig toe te passen.

Wat het is

Les 1. De leerlingen voeren tijdens de les in tweetallen een opdracht uit. Deze opdracht bestaat uit het schrijven van een verhaal over een onderwerp, waarvoor zij al dan niet verdere informatie via instructies of bronnen voor krijgen. De instructies kunnen bijvoorbeeld bestaan uit een aantal begrippen die in het verhaal moeten voorkomen of de antwoorden op een aantal vragen die in het verhaal moeten voorkomen. De bronnen kunnen bijvoorbeeld bestaan uit specifieke websites met tekstuele informatie, online nieuwsberichten of video’s waaruit relevantie informatie te halen is. De tweetallen schrijven hun verhaal in een gedeeld Google Drive document.

Les 2. De tweetallen worden gecombineerd tot viertallen. Zij lezen elkaar’s verhaal, lichten waar nodig toe aan elkaar en beantwoorden vragen van elkaar. Vervolgens creëren zij als viertal een nieuw, verbeterd document.

Les 3. De viertallen worden gecombineerd tot achttallen. Zij lezen opnieuw elkaar’s verhaal, stellen vragen aan elkaar en beantwoorden deze. Er wordt weer een nieuw, derde, tweemaal verbeterd document gecreëerd.

Hoe het werkt

Tijdens les 1 werken de leerlingen aan twee computers, of liever nog één computer (Tweetallen zijn effectiever achter de computer). Zij krijgen de opdracht en de eventuele bronnen digitaal ter beschikking. De leerlingen hebben allen reeds een Google Drive account en in een eerder stadium hebben zij een map aangemaakt die zij delen met de docent. In hun mappen plaatsen zij hun gezamenlijke document. Tijdens de les loopt de docent rond en beantwoord vragen of geeft tips. De docent kan ook vanachter zijn computer live in de documenten van de samenwerkende leerlingen kijken en daar directe feedback geven. Aan het eind van de les dient ieder lid van elke groep in staat te zijn kort het verhaal dat zijn groep geschreven heeft te vertellen. Tijdens les 2 en 3 zijn de activiteiten grotendeels hetzelfde.

Toevoegingen

De hier genoemde lessen hoeven natuurlijk geen volledige lesuur te beslaan of kunnen ook meer dan een lesuur beslaan.

Er kan ook een 1 – 2 – 4 methode van gemaakt worden, deze mist in de eerste stap dan wel de samenwerking en er ontstaan minder interacties die leiden tot verdieping en verbetering.

Er kan een combinatie opdracht van worden gemaakt waarbij in de eerste en/of tweede les niet alle groepjes dezelfde opdracht krijgen, doordat zij bijvoorbeeld niet dezelfde woorden krijgen, niet dezelfde vragen of niet dezelfde bronnen.

Het staat leerlingen natuurlijk altijd vrij meer bronnen te raadplegen dan de aangereikte.

De opdrachten dienen in het algemeen aan het eind van de les te zijn afgerond. Dit zorgt voor focus en betrokkenheid tijdens de les. Zeker wanneer leerlingen dit verzoeken, aan het eind van een les, is het een goede optie de tijd tot afronden te verlengen.

Aan het eind van de serie van drie lessen volgt in het algemeen een digitale test, waarbij wordt gemeten hoeveel de leerling weet en waar mogelijk nog hiaten zitten in kennis of begrip. Deze test kan zijn voor een cijfer of gebruikt worden als indicator.

De toegevoegde waarde van ict de 2 – 4 – 8 methode om leren te vermeerderen is groot en zit in de mogelijkheden gemakkelijk samen te werken, live aanpassing te maken, video te gebruiken, actualiteit via online bronnen te gebruiken, en de kracht van feedback zowel tijdens de lessen als daartussen in te zetten. In de basis kan de 2 – 4 – 8 methode ook zonder ict gebruikt worden.

De 2 – 4 – 8 methode maakt zeer bewust gebruik van het leren door herhalen (ook wel bekend als spaced repetition), waarbij de herhaling een zo actief mogelijk activiteit is geworden.

De 2 – 4 – 8 methode maakt, zeker als onderdeel van boekloos les geven, zeer bewust gebruik van het actief leren tijdens de les om leren meer te laten zijn dan leren vóór de toets voor de toets.

Hoewel ik het de 2 – 4 – 8 methode heb genoemd kunnen de aantallen natuurlijk leerlingen samenwerkende leerlingen natuurlijk naar behoeve worden aangepast. Groepjes kunnen ook uit elkaar worden gehaald om zo meer nieuwe combinaties te kunnen vormen.

2-4-8-rk1_2-4-8_300-crop_1

Ik kan me voorstellen dat het bovenstaande mogelijk te algemeen beschreven is om direct duidelijk te zijn. Daarom hieronder een voorbeeld hoe ik de 2 – 4 – 8 methode toepas bij het vak biologie.

Voorbeeld van de 2-4-8 methode bij biologie

Het onderwerp is voortplanting. In de eerste les worden leerlingen van een klas via een random group generator (ik gebruik hiervoor flippity) ingedeeld in tweetallen. De eerste helft van de tweetallen wordt ingedeeld bij het onderdeel geslachtelijke voortplanting, de tweede helft van de tweetallen bij het onderdeel ongeslachtelijke voortplanting.

De leerlingen bij beide onderdelen krijgen acht woorden. Met behulp van het internet zoeken zij per tweetal de betekenis van de acht woorden en schrijven zij een verhaal waarin zij deze acht woorden gebruiken om uit te leggen wat geslachtelijke respectievelijk ongeslachtelijke voortplanting is. Voorwaarden hierbij zijn dat zij dit in eigen woorden doen, op een wijze die begrijpbaar is voor een redelijk opgeleide leek, en dat zij aan het eind van het lesuur van 45 minuten in staat zijn ook te vertellen wat zij hebben opgeschreven. Dit wordt steekproefsgewijs gecontroleerd.

Alle leerlingen hebben een Google Drive map voor het vak biologie, die zij hebben gedeeld met de docent. Zij schrijven hun verhaal in een Google Drive document, dat zij een naam geven volgens het format dat bij deze lessenserie wordt gehanteerd en dat de vorm heeft: Opdracht 08a. Geslachtelijke voortplanting – Voornaam1 – Voornaam2.

In de tweede les van deze 2 – 4 – 8 methode om leren te vermeerderen worden twee groepjes van twee leerlingen in viertallen per onderdeel bijeen geplaatst. De opdracht hier is het maken van 1 gezamenlijk document met hun verhaal over hetzij geslachtelijke, hetzij ongeslachtelijke voortplanting. Zij lezen hiertoe eerst elkaars verhalen, bediscussiëren vervolgens wat er goed is en wat er beter kan aan beide verhalen en eindigen met het maken van 1 gezamenlijk document, met een titel volgens het format: Opdracht 08b. (On)Geslachtelijke voortplanting – Voornaam1 – Voornaam2 – Voornaam3 – Voornaam4.

In de derde les van de 2 – 4 – 8 methode om leren te vermeerderen worden twee viertallen van de verschillende onderdelen bij elkaar geplaatst. Ofwel 1 viertal met als onderdeel geslachtelijke voortplanting gaat samenwerken met 1 viertal met als onderdeel ongeslachtelijke voortplanting. Als eerste lezen zij elkaars verhalen. Vervolgens geven zij aan of het verhaal duidelijk is en stellen aanvullende vragen aan de experts. Hierna worden beide verhalen verbeterd en samengevoegd tot uiteindelijk 1 document met de titel Opdracht 09. Voortplanting – Voornaam1 – Voornaam2 – Voornaam3 – Voornaam4 – Voornaam5 – Voornaam6 – Voornaam7 – Voornaam8

Als docent kan ik steeds tijdens de les, na de les, voorafgaand aan de volgende les zien wat de leerlingen doen en gedaan hebben en waar nodig hier op reageren. Tijdens de les loop ik rond om vragen te beantwoorden, waar nodig sturende vragen te stellen, of ik zit achter mijn bureau en reageer live binnen de documenten waarin de leerlingen op dat moment aan het werk zijn.

Evidente fouten haal ik uit de documenten, vooral door er vragen over te stellen, niet door te verbeteren. De meeste reacties en feedback die ik geef is gericht op het nauwkeuriger en exacter (be)schrijven van vakinhoudelijke termen en relaties hiertussen en op het stimuleren dieper in te gaan op de stof. Dit zoveel mogelijk via het stellen van aanvullende vragen.

Ervaringen

Mijn ervaringen met de 2 – 4 – 8 methode zijn zeer positief. Het grootste deel van de leerlingen is het grootste deel van de lessen actief en doelgericht bezig. De leerlingen geven in het algemeen aan dat zij door de opdrachten, zoals de 2 – 4 – 8 methode, bij boekloos biologie minstens zoveel doen tijdens de les maar gemiddeld meer leren dan bij andere lessen. De meeste leerlingen geven ook aan dat zij de afwisseling met andere lessen als plezierig en stimulerend ervaren. Dat zij inderdaad minder hoeven te leren vóór de test be-amen zij,, na dit een aantal keer ervaren te hebben met verrassende blikken, die mij verheugen.

Opmerkingen en vragen zijn als altijd welkom. Er is nog genoeg te vertellen en te verbeteren.

Toelichting:
– Deze blog is mede geschreven naar aanleiding van een een aantal vragen over de manier waarop ik les geef in een klas zonder boeken. Deze vraag zal ik in een aantal afzonderlijke blogposts proberen te beantwoorden en uiteindelijk concluderend samenvatten.
– Een tweede reden voor het op dit moment schrijven van deze blog is een discussie op twitter over de mogelijkheden en de toegevoegde waarde van samenwerken binnen Google Drive documenten. De start van die discussie is hieronder te vinden.

de-2-4-8-methode-google-drive-aantekeningen-tweets-2017-01-03_1749

Advertenties

Nakijkwerk helpt leerlingen lesstof beheersen

november 27, 2016

Interview Bionieuws 19 door Steijn van Schie.

Leerlingen die het nakijkwerk van de docent overnemen? Biologiedocent Frans Droog doet het met een speciale nakijkcommissie. ‘Leerlingen komen boven de stof te staan.’

‘Cijfers geven werkt niet. Op het moment dat leerlingen hun cijfer krijgen, houdt het leren op en zijn ze de stof zowat direct vergeten. Zelfs wanneer ze hun toets terugkrijgen en de fouten nakijken, ligt de focus op het verhogen van het cijfer en niet op een beter begrip van de stof’, vertelt Frans Droog, biologiedocent aan het Wolfert Lyceum in Bergschenhoek. ‘Ik ben daarom altijd op zoek naar andere manieren van toetsen.’

Het idee van een nakijkcommissie voor leerlingen van collegadocent Iris Driessen paste daarom precies in Droogs straatje. ‘Toen ik afgelopen zomer een tweet hierover van Iris voorbij zag komen, was ik direct geïnspireerd. Aangezien niet iedereen op Twitter zit, heb ik het idee uitgewerkt in een blog op mijn website in de hoop meer leraren te bereiken en aan het denken te zetten. En ik ben het natuurlijk meteen gaan doen met mijn eigen 4-vwo-klas.’

Nakijkcommissie
Het concept is simpel: leerlingen kijken elkaars toetsen na en geven feedback. ‘Het begint allemaal wanneer leerlingen de klas inkomen voor een toets waar ze allemaal voor hebben geleerd. Op dat moment kies ik zo’n vijf of zes leerlingen die de toets niet hoeven te maken, maar de nakijkcommissie vormen. Terwijl de anderen aan de slag gaan, maakt de commissie een nakijkmodel. Met andere woorden: ze moeten met elkaar tot overeenstemming komen wat de juiste antwoorden zijn, beslissen wanneer ze wel of niet iets goed rekenen, en bedenken of er nog alternatieve antwoorden mogelijk zijn. Op die manier bereiden ze zich voor op het echte nakijkwerk en denken ze op meta-niveau na over de leerstof.’

In een volgende les kijkt de nakijkcommissie alle toetsen na om vervolgens in een slotles de toets te bespreken. ‘Bij elk fout antwoord staat een toelichting van de commissie en krijgen de leerlingen de kans om met het boek erbij na te gaan of ze het eens zijn met het oordeel. Vervolgens kunnen ze klassikaal in discussie met de nakijkcommissie, waarbij ik mij als gespreksleider zoveel mogelijk op de achtergrond houd. Gedurende het jaar neemt iedereen uiteindelijk een keer deel aan de nakijkcommissie.’

Toetsmoment
Volgens Droog is het een briljante manier om lesstof effectiever te internaliseren. ‘De nakijkcommissie neemt haar taak bijzonder serieus; de leden willen het werk van hun medeleerlingen graag zo goed mogelijk beoordelen. Die krijgen er immers wel gewoon een cijfer voor. Bovendien zijn de leerlingen over een langere periode met de lesstof bezig: minstens drie lessen verspreidt over meerdere weken. Normaal gesproken is dat wel anders. Dan is er één toetsmoment en daarmee is de kous af. En de leerlingen leren dan doorgaans alleen voor het eindresultaat: het cijfer. Die focus op cijfers en waardering zit jammer genoeg ingebakken in het schoolsysteem en in onze maatschappij.’

Aangezien de leerlingen nog steeds een cijfer krijgen voor de toets valt het idee strikt genomen niet onder formatieve evaluatie, een toetsingsmethode waar geen cijfer aan te pas komt. ‘Alhoewel ik volledig formatief lesgeven ambieer, blijft dat lastig voor de bovenbouw’, zegt Droog. ‘Je zit als school toch vast aan de landelijke eisen van toetsing. Maar in de onderbouw zijn er veel meer mogelijkheden en probeer ik verschillende dingen uit.’

‘Een paar jaar geleden heb ik alle schoolboeken in de derde klas verbannen en ben ik fundamenteel anders les gaan geven’

Leerlingen hebben in de derde klas bij Droog inmiddels nauwelijks meer met cijfers te maken. ‘Een paar jaar geleden heb ik alle schoolboeken in de derde klas verbannen en ben ik fundamenteel anders les gaan geven. Ik probeer mijn leerlingen elke les een casus voor te leggen die grenst aan hun belevingswereld. Ze maken opdrachten die aan het einde van de les af moeten zijn en waar ze informatie over moeten opzoeken op internet. Terugvallen op lesstof uit een boek kan niet. Ondertussen kan ik live via Google Docs meekijken hoe het ze vergaat en of ze vragen hebben. Zo ja, dan kan ik naar de desbetreffende leerling toe om hem of haar te helpen. Ik doe bijna niets meer klassikaal. Pratende docenten vinden leerlingen maar niks.’

Toetsen doet Droog door korte digitale vragen voor te leggen, waar leerlingen niet voor hebben kunnen leren. ‘Op die manier zie ik snel en zonder consequentie voor de leerling hoe de voortgang is en waar de kennishiaten van de klas zitten, zowel op individueel als op klassikaal niveau. Daar pas ik dan mijn lessen en individuele aandacht op aan. Slechts een paar keer per jaar krijgen de leerlingen een cijfer, helaas op basis van een toets. Maar die worden doorgaans prima gemaakt, mede doordat ik precies weet hoe het ervoor staat met hun kennis en daarop inspeel. Zowel ouders als leerlingen zijn doorgaans tevreden over deze ietwat ongebruikelijke methode.’

In de bovenbouw blijft het voorlopig bij de nakijkcommissie, een methode die niet alleen voor leerlingen voordelig is. Droog: ‘Docenten hoeven minder tijd te besteden aan nakijken en kunnen een deel van die gewonnen tijd besteden aan leerlingen leren nakijken en feedback geven. Er ontstaat zo meer interactie tussen leerling en docent. Alle andere overgebleven tijd kan de docent besteden aan het verbeteren van zijn lessen of toetsen. Win-win-win dus.’

frans-droog-nakijkcommissie

Frans Droog vlak voor zijn vertrek naar het jaarlijkse Edubloggersdiner in Utrecht, waar de ongeveer vijftig bloggende Nederlandse docenten bij elkaar komen om ideeën uit te wisselen over onderwijs.


%d bloggers liken dit: