Meldpunt HELP! Mijn docent is digibeet!

december 28, 2015

meldpunt

 

Vanochtend las ik op twitter over het vandaag live gaan van een meldpunt van het LAKS waar leerlingen iets kunnen melden over hoe zij de ICT-vaardigheden van hun docenten ervaren.

Dit is de letterlijke tekst van de site van het LAKS. (Landelijk Aktie Komitee Scholieren):

Iedereen kent ze wel; docenten die het verschil tussen Google en de zoekbalk niet kennen, 15 minuten bezig zijn met het openen van een Youtube-filmpje, of docenten die de ICT’er van school moeten roepen omdat ze het geluidsknopje niet kunnen vinden. Sterker nog, vaak weten scholieren beter dan de docent hoe de ICT werkt.
Dit roept bij scholieren veel ergernissen op. Immers, het onderwijs maakt steeds meer gebruik van digitale leermiddelen. Dit is een mooie ontwikkeling, mits er goed gebruik van wordt gemaakt. Wij horen echter vaak dat leerlingen ontevreden zijn over hoe de  docenten omgaan met ICT en sociale media. Zo geeft minder dan de helft van de ondervraagde scholieren in de LAKS-monitor van 2014 aan dat zij tevreden zijn over de mate waarin docenten omgaan met ICT. 

Om die reden heeft het LAKS vanaf maandag 28 december het meldpunt HELP! Mijn docent is digibeet in het leven geroepen. Bij dit meldpunt kan je een klacht indienen over gerommel met ICT. Zo krijgt het LAKS een beeld van de grootste ICT ergernissen, zodat wij docenten kunnen meegeven welke basis ICT-vaardigheden zij minimaal zouden moeten beheersen. Dit wil het LAKS overhandigen aan lerarenopleidingen en organisaties die nascholing verzorgen, zodat zij docenten goed kunnen opleiden in het omgaan met ICT.

Deze oproep leidde tot de nodige reacties, die in een aantal categorieën zijn onder te verdelen.

Herhalers. In een tijd van een uur of twee kwam in mijn tijdlijn het simpele feit dat dit  meldpunt is geopend een keer of tien langs. Met hierbij verschillende bronnen genoemd: de telegraaf, het ad, nu.nl, het LAKS. Deze groep herhalers geeft aan dat het bericht bij hen leeft en dat zij het de moeite waard vinden dit te delen op twitter. Zij delen geen eigen mening. De titels van de gebruikte bronnen zijn, net als hun inhoud enigszins verschillend, achtereenvolgens: “Scholieren in actie tegen digibete docenten”; “Help! Mijn docent is digibeet”; “Scholieren openen meldpunt voor digitaal onbenullige docenten”; “Meldpunt HELP! Mijn docent is digibeet!”

Neutrale reageerders. Deze tweeps maken melding van het bericht en geven aan dat zij benieuwd zijn naar de resultaten en het vervolg.

Verdedigende reageerders. Deze tweeps brengen bij het melden van het bericht redenen in waarom docenten niet zo ICT-vaardig zijn als zij misschien zouden kunnen zijn of zouden moeten zijn in de ogen van hun leerlingen. Praktische omstandigheden in een lokaal die zij niet kunnen beïnvloeden, technische ondersteuning die onvoldoende is.

Reageerders met een persoonlijk doel. Deze tweeps gebruiken de aandacht die er op twitter blijkt te zijn om, meer of minder subtiel, te wijzen op het feit dat scholing dus van belang is en dat zij toevallig de mogelijkheden bezitten om docenten meer ICT-vaardig te maken.

Ironische reageerders. Deze tweeps geven aan dat zij blij zijn dat de resultaten aan de lerarenopleidingen zullen worden aangeboden. Zij geven aan dat leerlingen zelf ook niet zo ICT-vaardig als ze zelf denken. Zij komen met voorbeelden van uitspraken van leerlingen over hun docenten, zonder directe bronvermelding.

Aanvallende reageerders. Deze tweeps richten zich op de ervaring aan dat het LAKS vooral een klachtenbureau is. Zij richten zich op het feit dat leerlingen zonder bekwaamheid docenten op hun bekwaamheid aanvallen.

Positieve reageerders. Zij geven aan dat initiële ergernis soms leerzaam kan zijn en dat het meldpunt op zijn minst opvallend is. Dat het goed is dat de ontvangers van onderwijs met ICT in ieder geval hun input kunnen geven.

Ik ben altijd positief vanuit neutraliteit. Zeker op sociale media. Een eens genomen en vooralsnog nooit betreurd besluit. Zoeken naar toegevoegde waarde is waardevoller dan zoeken naar bevestiging van bestaande oordelen. Rood is mooi in de zon en in rozen, niet in mensen.

Ik ken collega’s die inderdaad niet weten hoe zij het volume via de PC kunnen verlagen of het geluid uitzetten en die voor de voor hen pragmatische oplossing gaan van de stekker er dan maar uittrekken. Ik ken collega’s die inderdaad niet weten wat het verschil is tussen opslaan op een computer en opslaan in The Cloud. Ik ken collega’s die niet weten hoe een link naar een YouTube filmpje op te nemen in hun presentatie en elke les weer opnieuw weer op zoek gaan. Ik ken collega’s die regelmatig hun wachtwoord vergeten. Ik ken collega’s die hun zelfgemaakte video’s via YouTube delen met leerlingen. Ik ken collega’s die tien verschillende tools op internet effectief inzetten op het juiste moment. Ik ken collega’s die voor vrijwel elke les een presentatie voorbereiden met daarin minimaal een animatie of een interactieve activiteit.

Ik ken leerlingen die geen mobiel hebben. Ik ken leerlingen die met hun mobiel niet meer kunnen dan chatten. Ik ken leerlingen die alleen uit een boek willen leren, omdat zij dit nu eenmaal zo gewend zijn. Ik ken leerlingen die op internet niet kunnen zoeken. Ik ken leerlingen die regelmatig hun wachtwoord vergeten. Ik ken leerlingen die elk vrij moment gebruiken om digitaal woordjes te oefenen. Ik ken leerlingen die na een korte toelichting aan de slag gaan met hun computer, chromebook of mobiel en leveren wat er van hen wordt gevraagd. Ik ken leerlingen die in een mum-van-tijd presentaties in elkaar sleutelen die zowel inhoudelijk als visueel meer dan ruim voldoende zijn. Ik ken leerlingen die dingen kunnen die ik hier niet kan melden.

Ik weet niet hoe representatief het is wat ik weet. Ik weet wel dat ik zelf voor leerlingen meer betrekken bij hun eigen leren. Ik weet wel dat ik zelf ben voor docenten die het aandurven naar leerlingen te luisteren.

Ik ben benieuwd naar de resultaten van het meldpunt. Ik ben positief en hoop dat dit initiatief een bijdrage kan leveren aan de discussie over beter onderwijs. In dit geval een discussie waarbij ICT-vaardigheden van docenten én leerlingen een mooi, nieuw, beter bruikbaar gereedschap zijn in de gereedschapskist van doceren én leren. Ik hoop dat dit initiatief niet leidt tot een lijst van klachten maar een lijst van mogelijkheden. Een initiatief waarbij de gebezigde taal geen belemmering vormt voor de gewenste boodschap.

Met excuses aan alle tweeps die ik hier niet noem en oprechte dank aan alle tweeps die aan bovenstaande hebben bijgedragen: @jmvangoor @Nu+internet @SWCdeBruijn @Lakstweets @RedegeldE @ictcafe @karinwinters @AstridSchat @amberwalraven @ashwinbrouwer @MsLuss @AntoinetteEngbers @waterstof81 @klaasbellinga @marcoderksen @mellekramer @FerryHaan @donzuiderman @sannepit @Tichener @sienjaal @thebandb @wiswijzer @ReinBijlsma

 

Meldpunt Helmond

 

 

 


Leeruur

december 13, 2015

Leeruur Stilte Examen[1]

Donderdag, de leerlingen van klas 2-VWO komen binnen en horen de docent, die anders dan gewoonlijk, bij de deur staat, zeggen: “Goedemorgen, de tafels en stoelen niet verschuiven graag.”

De leerlingen gaan zitten en een flink aantal kan het niet laten om de vraag te stellen: “Hebben we een toets?”

De docent zegt nog niks. Hij begroet het laatste groepje dat binnenkomt. Hij gaat zitten achter zijn bureau en kijkt de klas rond. Er zijn geen tafeltjes en stoeltjes verschoven.

De leerlingen murmelen. “Gaan we nou een toets krijgen of niet?” “Ja, dat doet hij toch wel vaker, en dan noemt hij het een test of zo.” “Nee joh, het is gewoon een van zijn grapjes.”

Drie leerlingen stellen vrijwel gelijktijdig, dus door elkaar heen pratend, opnieuw de vraag aan de docent: “Meneer, krijgen we een toets?”

De docent antwoord kort maar duidelijk: “Nee.”

De reactie volgt onmiddellijk uit meerdere monden: “Waarom staan de stoelen en bankjes dan in de toetsopstelling?”

De docent antwoordt, alsof hij dit zo heeft bedacht: “Ik ben blij dat jullie dat vragen.”

De leerlingen vallen langzaam stil. Gesprekken stoppen. Tassen staan naast de tafels, boeken liggen er op, open.

De docent staat op en start het leeruur.

“Ik ga jullie een aantal vragen stellen waarop jullie stille antwoorden gaan geven.”

Een aantal leerlingen begint te praten maar als de docent hen negeert wordt hen snel door andere leerlingen duidelijk gemaakt dat het schijnbaar stil dient te zijn.

“Stille antwoorden zijn antwoorden die je alleen geeft in je eigen hoofd. Je hoeft er niet bij te praten. Anderen hoeven jouw antwoord niet te horen, ook later niet te weten. Voor jezelf moet je wel nadenken over jouw antwoord.

Staan de tafels tijdens een toets altijd in de toetsopstelling?

Wordt er tijdens een toets gepraat?

Werk je tijdens een toets 45 minuten geconcentreerd?

Wanneer de tafels aan elkaar staan werk je dan harder?

Wat is de reden dat je de tafels aan elkaar wilt zetten?

Vind je de toets die voor aanstaande maandag gepland staat moeilijk?

Vind je dat het veel stof is die je moet leren voor de toets van aanstaande maandag?

Zou je nu al de toets kunnen maken die voor aanstaande maandag gepland staat?

Vind je het leuk om in het weekend te leren voor school?

Zou je het fijn vinden om nu al te kunnen leren?

Zou je geconcentreerd kunnen leren als het niet stil is in de klas?

Zou je het fijn vinden nog vragen te kunnen stellen over de stof als je tijdens het leren ontdekt dat je iets toch niet helemaal begrijpt?

Ik hoef jullie antwoorden niet te horen. Wel wil ik graag vingers zien als antwoord op de laatste vraag;

Wie wil er nú leren voor de toets van maandag?”

Alle vingers worden opgestoken. Het leeruur wordt vervolgd met zijn actieve fase.

Bijna 40 minuten is het volledig stil. Soms wordt er een vinger opgestoken en fluisterend een vraag gesteld. Soms wordt er een fluisterend antwoord gegeven, soms wordt er gevraagd de vraag in de digitale vragenmap te plaatsen voor klassikale beantwoording tijdens de allerlaatste les voor de toets op vrijdag.

De les is voorbij en de leerlingen vertrekken naar hun volgende les.

Vier leerlingen lopen naar het bureau van de docent. Zij willen hun ervaringen delen.

“Meneer, het werkt echt! We waren allemaal stil, zelfs toen U het lokaal uit bent gegaan bleef iedereen stil!

“Maar dit kan natuurlijk niet elke les.”

“Maar we hebben hebben wel geleerd dat dit kan en dat het hartstikke handig is. Bedankt!”

De docent bedankt hen en vraagt: “Zullen we dit vaker doen?”

JA!

Leeruur stilte geleerd 2015-12-13_1107


Gratis lessen voor het goede doel

november 1, 2015

Edukans logo

Zoals het wel eens vaker gaat, werd mij gisteren een vraag gesteld op twitter over iets dat ik had geschreven op deze blog. Het ging over het geven van feedback, een krachtig middel tot leren, dus mijn interesse was gewekt. Na het geven van mijn antwoord aan de vragensteller reageerden ook anderen met suggesties en alternatieven. Mooi, prachtig, delen van informatie en trots zijn op de oplossing die jij gekozen hebt voor het probleem! De vragensteller was geholpen. Gek genoeg bleef ik zitten met een vraag.

Een van de alternatieven kende ik nog niet en de inbrenger was hierover erg enthousiast. De informatie heb ik even geparkeerd. Dat wil zeggen dat ik de tweet in mijn lijstje met favorieten heb geplaatst en een korte notitie op mijn papieren blokje heb gemaakt.

Vanochtend zag ik de notitie op het papier, liggend naast mijn laptop. Ik zag de tweet bovenaan staan in mijn lijstje favorieten, toen ik Tweetdeck opende op mijn laptop. Ik klikte op de link naar de gesuggereerde video. Ik keek naar de speelduur, 15 minuten. Best lang. Voor de tweede keer besloot ik toch te klikken.

Er volgde een uitleg over het gebruik van de toepassing waarover de gebruiker zo enthousiast had getweet dat het mij had doen overreden de tweet te bewaren en het filmpje te bekijken.

Ik bekeek het filmpje, oortjes in. Het ging allemaal niet echt snel en terwijl ik bleef luisteren klikte ik naar mijn mail, las, schreef reacties en ruimde op. Tot ik bij 12:38 in de video was aanbeland. Toen schakelde ik terug naar de beelden.

Deze docent beschrijft vanaf dat moment hoe hij gratis voor iedere docent en iedere leerling zijn site en lessen beschikbaar stelt. Hij vraagt hiervoor niets terug. Wel geeft hij een optie. De optie om hem te bedanken voor zijn werk met een beloning  aan iemand anders. Een kleine donatie aan Edukans. Een kleine donatie om ook voor andere leerlingen, in andere landen, leren mogelijk te maken.

Ik ga hier verder niet schrijven over feedback of de tools waarmee je feedback kunt geven. Ik ga alleen maar vragen om even naar de video te kijken. Ik ga alleen maar vragen of anderen die hun lessen gratis delen ook zoiets zouden willen overwegen. Ik ga alleen maar vragen of iedereen die van gratis lessen gebruikt maakt bereid is een donatie te doen om ook voor anderen, hier heel ver vandaan, lessen mogelijk te maken.

De docent waar ik het over heb is Martin Ringenaldus en zijn site is bijlesduits.org. Martin verdient navolging en alle credits.

Beste (YouTube) docenten, willen jullie ook mee doen? Geen enkele verplichting, volledig vrij, alleen de vraag af en toe stellen? Voor een goed doel dat jou aanspreekt?

Jan Willem Eckhardt
De Biologie Leraar
NGbiologie
Srutenfrans
WiskundeAcademie
OsAcademie
AcNatuurkunde
JortGeschiedenis
Scheikundelessen
Meneer K. Saber
Mr. van Bakel
Hester Vogels
ArnoudKuijpers
Stefan van der Weide
MeesterGijs
CornédeBoer

Deze lijst gaat zeker uitgebreid worden! Meld je aan als je mee wilt doen. Meld iemand aan waarvan je denkt dat hij of zij op deze lijst zou moeten/kunnen/willen staan.


Dotstorming, online brainstorm en stem tool

oktober 21, 2015

Dotstorming logo 2015-10-21_1058Even getest en nuttig bevonden. Dotstorming, een online tool waarmee live een brainstorm kan worden georganiseerd. Nu zijn er meer tools van dit type, en Dotstorming doet dan ook snel denken aan Linoit of Padlet. Toch is er een duidelijke toegevoegde waarde, ook voor het onderwijs.

Na het aanmaken van een account bij Dotstorming kun je een ‘topic’, ofwel onderwerp aanmaken. Op het bord wat hiermee wordt aangemaakt kunnen post-it’s met tekst of via een afbeelding worden geplaatst. Als maker van dit onderwerp kun je vervolgens mensen uitnodigen om deel te nemen, dit kan via email of via het delen van de url. De deelnemers kunnen suggesties of ideeën toevoegen. Dit is het brainstorm gedeelte van Dotstorming.

De toegevoegde waarde van Dotstorming zit in het feit dat er gestemd kan worden op de aangeleverde suggesties of ideeën. Als maker kun je zelf instellen hoe vaak een deelnemer mag stemmen. De suggesties en ideeën kunnen vervolgens gerangschikt worden op het aantal stemmen dat zij hebben ontvangen. In dit aspect lijkt Dotstorming op Stormboard (voorheen Edistorm), maar heeft als voordeel dat er gestemd kan worden zonder dat er een account hoeft te worden aangemaakt.

Een andere toegevoegde waarde van Dotstorming zit in de mogelijkheid tot een chat tussen de deelnemers. Dit geeft een duidelijke extra interactie laag die het brainstorm en beslissingstraject kan versterken.

Hiernaast is er ook de mogelijkheid om op een suggestie te reageren door hier direct gekoppeld commentaar op te geven.

In het onderwijs zie ik de nodige mogelijkheden om Dotstorming te gebruiken. Met directe collega’s tijdens studiedagen of het delen van best practices. Met leerlingen tijdens een mentorles of door mogelijke antwoorden op complexere vragen te bediscussiëren. Met onderwijsmensen in het land door actuele vragen te stellen en zo een beeld te krijgen van de meningen en de discussie op gang te brengen.

Zoals aangegeven heb ik Dotstorming getest, dit heb ik gedaan door op twitter en Facebook onderwijsmensen in het land de vraag te stellen aan de test mee te doen via het onderwerp ‘Wat doen docenten in de herfstvakantie?’ Als je zelf ook even wil testen of meedoen dan kan dat via deze link.

Hieronder de (voorlopige) resultaten (na 30 minuten), met 12 reacties.

Dotstorming test 2015-10-21_1102

 

En de resultaten een halve dag later, met 40 reacties zien er als volgt uit. Docenten bereiden in hun vakantie dus vooral lessen voor. 😄

Dotstorming test 2 2015-10-21_2139

 

 

 

 


Beeldspraak #blimageNL

september 26, 2015

Foto poppies

Een nieuw schooljaar. Ik bedenk en probeer van alles om een band met mijn havo-3 te krijgen maar zie van de kant van mijn leerlingen nog weinig respons. Een kleine 30 pubers, leerlingen uit 2-havo maar ook doublanten en zij-instromers uit 2-vwo en 2-mavo. We moeten een heel jaar samen.

Ik heb mijn literatuurles met verve voorbereid, vól met activerende didactiek en coole filmpjes in de Google Classroom, maar zie bij binnenkomst dat dit ‘t niet gaat worden. Ze stuiteren. Velen hebben hun spullen nog beneden in hun kluis en ze mopperen over collega’s. Ik zucht zichtbaar.

Dan ga ik op een tafel zitten, haal diep adem en kijk rond totdat het stil wordt. Ik vertel. Over mijn jeugd. Over mijn puberteit. En hoe het lezen van boeken mijn leven veranderde. En dat ik hen dat ook toewens. Die ervaring. Ik vertel over boeken die mij hebben geraakt en citeer zinnen met voor mij prachtige zinswendingen en woordvariatie. Ik leg uit en verklaar en word oprecht blij.

Ik spreek uit dat ik hoge verwachtingen van hen heb. Dat het lezen van literatuur ook voor hen is weggelegd en dat we het dit jaar gewoon sámen gaan doen. Ik laat de trailer zien van Maarten ‘t Hart waarin hij een fragment voorleest uit “Magdalena” en bespreek hun wrevel en vragen: “Wat praat die man langzaam, zeg! Waarom mag hij niet met zijn verjaarscadeau spelen?” en “Wat is Mecano eigenlijk?”

Langzaam verdwijnt de weerstand en kan ik hun inzichten koppelen aan de theorie over motieven en het stellen van hamvragen. Op de vraag of ik nog zo’n raar filmpje heb, laat ik Adriaan van Dis’ “Ik kom terug” zien. Aan één keer kijken heeft een aantal niet genoeg. “Ik snap er nog echt geen bal van hoor..”

Na de derde keer blijft het doodstil. Dan zegt de stoutste van het stel: “Is dat eigenlijk beeldspraak? Die tuin, die wordt vergeleken met het leven van zijn moeder?” Een klasgenoot vult aan: “Stijlfiguur, metafoor ofzo”. De klas zoekt elkaars blik en knikt instemmend. Dan draait een leerling zich naar mij om en zegt verbaasd: “Dus daarom heeft mijn vader een foto van onze tuin gezet op de rouwkaart van mijn moeder..”

En ik?

Ik krijg een brok in mijn keel en maak een diepe buiging. Het wordt een topjaar met deze klas!

Een bijdrage van Margreet van Heeringen, die nog niet blogt, aan #blimageNL


Samenvallen, samen opstaan

september 6, 2015

foto vertrouwen girls__dont_trust_in_a_boy__s_finger_by_exeyber-d51yf3a

“Meneer, mag ik naar de WC?”
“Ja, dat mag.”

“Meneer, mogen wij op de gang gaan zitten om met onze mobiel de opdracht te maken, want er zijn niet genoeg computers?”
“Ja, dat mag.”

“Meneer, mag ik in mijn tussenuur bij U in de les komen zitten bij een andere klas om aan mijn opdrachten te werken? Dan ben ik een uur eerder uit.”
“Ja, dat mag.”

“Meneer, mag ik aan de roostermaker vragen mij in het andere cluster voor economie te plaatsen? Het valt dan wel één uur in de week samen met geschiedenis, maar daardoor kan ik dan wel mijn extra vak M&O volgen. Dan spreek ik met de docenten van economie en geschiedenis af wanneer ik de lessen bij hen volg en wanneer ik in een Daltonuur inschrijf om niets te missen.”
“Ja, dat mag.”

Een eerste week waarin weer veel dingen samenvallen.

De start van het schooljaar. Vragen van leerlingen. Bekende vragen en onbekende. Bekende leerlingen en onbekende. Vragen van HetKind. Vragen van mijzelf. Herhaalde vragen en nieuwe. Vragen van mijn collega’s. Vragen van mijn stagiaire. Foutjes en herstel. Eisen en wensen.

“Meneer, klopt het dat wij geen boek hebben voor biologie dit jaar?”
“Ja, dat klopt.”
“Ok.”

“Meneer, mag ik even naar de docent Duits om iets te vragen?”
“Ja, dat mag.”

“Meneer, mogen wij op onze mobiel om te werken aan ons goededoelen project? We hebben nog geen schoolwerk om te doen in dit Daltonuur.”
“Ja, dat mag.”
“Wilt U ons ook sponsoren?”
“Misschien, vertel.”
“Wij gaan….. ”
“Ok, ik sponsor jullie.”

“Meneer, ik heb op dinsdag drie tussenuren, maar als ik die dag bij U in de les mag bij de parallelklas dan heb ik er geen. Mag dat?”
“Ja, dat mag.”

Ik geef zelden het antwoord nee op een vraag. Ik krijg hoogstzelden vragen waarop de steller het antwoord nee verwacht.

Elke ochtend strooi ik het schijnbaar door mijn lokaal en het verdampt en het permeëert de vloer, de stoelen, de tafels, de muren, het plafond. Het vindt zijn plek en blijft daar, zich tegelijkertijd verspreidend.

“Meneer, mag ik een stempel voor mijn DUP-kaart?”
“Ja, dat mag. Je mag hem zelf zetten.”
“Hoeft U dan niet te controleren of ik mijn werk wel heb gedaan?”
“Denk je zelf dat je de stempel verdient?”
“Ja.”
“Dan mag je hem zelf zetten.”

Gisteren kreeg ik tijdens een feestje een vraag van een collega in het onderwijs. Een lastige mail met een lastig verzoek. Anderzijds eenvoudig te beantwoorden wanneer de kern wordt gezien.

Om te beginnen hoop ik dat u een goede vakantie heeft gehad waarin u heeft kunnen uitrusten en een mooi zwembroekpatroon heeft kunnen creëren. Natuurlijk zal ik graag even door willen gaan over nog meer mooie vakantiemomenten waarvan ik hoop dat u ze heeft mogen meemaken, maar ja, de overheid heeft bepaald dat we morgen weer terug naar de werkelijkheid moeten.
Ik heb een vraag wat betreft het keuzewerktijduur van woensdag en mijn rooster. Ik zal het even kort toelichten hoe het er nu uit ziet. Ik begin om 11 uur met een keuzewerktijduur, hierna heb ik een tussenuur, aansluitend nog een tussenuur, aansluitend nog een pauze waarna ik dan om kwart voor 2 mag beginnen met mijn eerste ‘echte’ les van de dag.
Na 5 jaren vol ervaring weet ik van mezelf dat ik effectiever thuis werk dan in een keuzewerktijduur. Nu ik in 6VWO zit, schat ik in dat ik zelfstandig genoeg ben en in staat ben de verantwoordelijkheid te nemen mijn tijd nuttiger thuis te besteden.
Mijn vraag aan u is nu of ik mijzelf bij u in het keuzewerktijduur mag inplannen, dat u mij aanwezig meldt en dat ik dan mijn tijd nuttiger thuis kan besteden i.p.v. een keuzewerktijduur en vervolgens tussenuren en een pauze uitzitten.
Ik heb dit probleem ook al bij mijn mentor neer gelegd en die gaat ermee aan de slag, maar u begrijpt dat er nu dus nog geen oplossing voor is. Vandaar de vraag.

‘Natuurlijk’ kan deze collega niet op dit verzoek ingaan. Er is een lesverplichting en leerlingen moeten voldoende uren op school aanwezig zijn. Er zijn regels waarin hij/zij zich dient te houden.

‘Natuurlijk’ gaat deze collega op dit verzoek in. Hij/zij kent deze leerlingen en weet het verzoek op waarde te schatten. Uitzonderingen vormen de kracht van regels.

Op het feestje waren ook andere docenten aanwezig, sommige kende ik, sommige niet. Er ontstond een discussie, en zoals dat op feestjes gaat, geen consensus of conclusie.

“Die leerling moet niet zeuren. Die moet gewoon op school zijn en kan in die tussenuren aan huiswerk werken.”
“Ja, als je dat voor één leerling toestaat gaat andere leerlingen dat ook eisen.”
“Dat moet toch gewoon kunnen, ik zie het probleem niet.”
“Er zijn vast meer leerlingen met datzelfde rooster, dus dat kun je niet zomaar toestaan.”
“Volgens de nieuwe regels in de wet over lesuren en contacturen hoeven leerlingen toch niet altijd op school te zijn om te kunnen leren?”
“Als een leerling meer leert door niet op school te zijn is dat toch prima?”
“Niet doen, geeft alleen maar gezeur.”
“Het gaat er toch om dat leerlingen iets leren, maakt toch niet uit hoe of wanneer of waar?”
“Ze moeten gewoon leren werken en niet zo zeuren.”
“Daar gaan leerlingen toch helemaal niet over!”
“Ja, hallo, als je daar aan begint is het hek van de dam.”

De eerste drie jaar dat ik les gaf volgde ik het boek. Ik vertrouwde erop dat het boek goed was, de informatie goed was, de vragen goed waren, de antwoorden goed waren. Ik vertrouwde de uitgever en ik vertrouwde het systeem.

Ik ben inmiddels tien jaar verder. Meer en meer ben ik mijzelf meer gaan vertrouwen. En mijn leerlingen. En ik heb ontdekt dat het lesgeven zo meer en meer aan waarde heeft gewonnen, en ook nog eens leuker is geworden. Dat vermaledijde woord dat toch echt wel leuk is om te gebruiken.

PS: Zou deze leerling bij mij op school zitten zou ik haar present melden bij elke afwezigheid.


Gasfornuis #blimageNL

september 6, 2015

foto 28

Het profielwerkstuk is een praktische opdracht voor leerlingen in de laatste klas uit de bovenbouw van het vmbohavo en vwo die als een soort ‘meesterproef’ dient. Zij maken een uitgebreid werkstuk over een onderwerp uit hun gekozen profiel. Een leerling van het vmbo dient er minimaal 20 uur aan te werken. Voor leerlingen van de havo en het vwo is de minimumeis 80 uur. Het cijfer wordt als onderdeel van het combinatiecijfer meegeteld bij het bepalen van de examenuitslag. Voor het vmbo wordt deze ‘meesterproef’ overwegend aangeduid met het sectorwerkstuk, daar vmbo met zogenaamde sectoren werkt in plaats van profielen.
De leerling voert zelfstandig of in een groepje een klein onderzoek uit. Het doel daarvan is tweeledig: enerzijds kan de leerling zijn theoretische kennis verdiepen, anderzijds wordt hij getoetst op vaardigheden, zoals het opzetten van een onderzoekexperimenterenanalyserenbeschrijven en presenteren. Vaak vindt er op scholen een presentatie-avond van de profielwerkstukken plaats.

Tot zover wikipedia over het profielwerkstuk, ofwel PWS.

Dit jaar mag ik zeven groepjes leerlingen begeleiden bij de uitvoering van hun PWS. Een feest met hindernissen. Leren dus.

Twee leerlingen hebben zich, na een aantal andere onderwerpen te hebben overwogen en afgewezen, gericht op de vraag of zij in staat zouden zijn een hulpmiddel voor blinden of slechtzienden te ontwerpen dat zou voldoen aan een behoefte. Als eerste hebben zij een enquete uitgezet om te achterhalen tegen welke praktische problemen blinden en slechtzienden aanlopen en in de lijst die verscheen viel hen iets op dat zij nooit hadden bedacht, verwacht en ik al evenmin. Het correct plaatsen van pannen op een gasfornuis.

Hier gaan zij dus nu aan werken. Het begin van een mogelijke oplossing. Ik kreeg van hen een mail met het verzoek mijn gasfornuis te fotograferen. Ter inventarisatie van hoe gasfornuizen er in de praktijk uit zien. Ik heb direct twee foto’s genomen en naar deze twee leerlingen gestuurd.

Het gasfornuis stond uit. Toch kreeg ik het warm van het lezen van de vraag, het maken van de foto’s, het versturen van de mail, het schrijven van deze blogpost.

foto 27

 

 


Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 4.656 andere volgers

%d bloggers op de volgende wijze: