Meer muziek om te leren

mei 5, 2016

google-chrome-music-lab-090316-616x440

Muziek is een universele taal, die je niet hoeft te leren.

Je kunt er wel makkelijk mee spelen en zo meer te weten komen.

Een mooie website hiervoor is het Chrome Music Lab. Daar staan een aantal tools om aan de slag te gaan met ritme, oscillatie, geluidsgolven, spectrogrammen en meer. Heel intuïtief, heel verleidelijk. Je kunt er bijvoorbeeld de kracht van je stem meten! Het Chrome Music Lab is een verzameling experimenten bedoeld om iedereen te laten leren over hoe muziek werkt. De experimenten zijn ontstaan via een samenwerking tussen musici en programmeurs.

Neem er een kijkje, probeer het en laat je verbazen, misschien kun je er ook iets mee.

Ik ga er in ieder geval mee aan de slag tijdens mijn VVV-uur: ‘Wat is dit nu weer?


Vragen stellen tijdens presentaties via Google Slides Q&A

mei 5, 2016

Google Slides Q&A 5556249000_bc16f0a5bb

Vragen stellen tijdens een presentatie of een les. Tussendoor of aan het einde? Uit de flow of directe interactie?  Soms lastig kiezen.

Een nieuwe toevoeging aan Google Slides, Slides Q&A, maakt het mogelijk om mensen tijdens presentaties live vragen te laten stellen zonder de presentator te onderbreken.

Via een link naar een specifieke webpagina kunnen mensen vragen stellen op het moment dat zij ze bedenken. De vragen verschijnen op het scherm van de beheerder van de pagina en ook op de schermen van iedereen die een vraag wil stellen.

Vragen kunnen door de vragenstellers ook hoger in de lijst gezet worden, wat kan helpen wanneer er veel vergelijkbare vragen zijn.

Slides Q&A is een hele mooie uitbreiding en zeer goed te gebruiken voor grotere presentaties maar ook prima geschikt voor lessen met een wat langere uitleg. Zeker voor docenten en leerlingen die regelmatig Google Apps for Éducation gebruiken.

Uitgebreidere informatie met een video hoe het in praktijk werkt is te vinden te vinden op Slides Q&A

De apps zijn hier te krijgen voor Android en voor iOS.


Daan en het begin van de Maatschappijleer

april 27, 2016

Op 16 mei zal door de VPRO op NPO 2 – om 20.55 uur – de documentaire 2DOC: Maatschappijleer worden uitgezonden. In de film wordt de 26-jarige Daan Faasen gevolgd als student van de Academische opleiding Maatschappijwetenschappen, bij zijn eerste stappen in de lespraktijk op het Theresialyceum in Tilburg. Wat zijn zijn ervaringen? Kan hij in de klas waarmaken wat hij voor zich ziet in zijn hoofd? Hoe gaat hij om met eisen? Welke obstakels komt hij tegen? Hoe verwerkt hij de gebeurtenissen van vandaag in de les van morgen? Hoe begint Daan aan zijn leer van de Maatschappij?

Op 14 mei is er al de gelegenheid de film te zien tijdens een voorvertoning, gevolgd door een nagesprek, in de Balie in Amsterdam.

In de maanden mei en juni zal deze film langs tien verschillende middelbare scholen toeren, waar aansluitend een gesprek over burgerschapsvorming zal worden gehouden. Op 15 juni is er een groot slotdebat over burgerschapsvorming in de Balie in Amsterdam.

Een aantal edubloggers van HetKind heeft de film reeds mogen zien en zij gaan er ieder op hun eigen wijze een verhaal over schrijven. Deze verhalen zullen na het vertonen van de film op 16 mei verschijnen. Ook zullen de edubloggers aanwezig zijn op de scholen om wat zij ervaren tijdens de gesprekken met de leerlingen te spiegelen aan hun eigen beelden over burgerschapsvorming. De verhalen zullen mogelijk een bijdrage kunnen leveren aan het slotdebat op 15 juni.

Ik heb als een van de edubloggers inmiddels een verhaal geschreven over wat de film over Daan in mij los maakte, tijdens het zien en tijdens het overdenken daarna. Dit verhaal is nog even onder embargo. Ik zal ook aanwezig zijn bij het vertonen van de film op een van de scholen en mijn ervaringen met de reacties en interacties van de leerlingen proberen te vangen in woorden.

Een trailer van de film is hieronder te zien. Heb je na het zien hiervan interesse meld je dan aan voor de voorvertoning op 14 mei en/of het slotdebat op 15 juni.

Maatschappijleer – Officiële trailer from eenvandejongens on Vimeo.


TOP-TIP

maart 20, 2016

Brilliant in zijn eenvoud en een TOPTIP:
– voor alle leerlingen, leerkrachten en docenten
– een TOP-TIP formulier, twee simpele vragen, een schat aan informatie.

Twee jaar geleden is bij ons op school het Education Design Lab geboren, een groep leerlingen die zich wil inzetten om de effectiviteit van lessen te verhogen. Ik mag hen hierbij begeleiden.

Een van hun ideeën is een TOP-TIP formulier, waarin een klas aangeeft waar een docent erg goed in is, een TOP, en waarin deze zelfde klas aangeeft waar een docent zich mogelijkerwijs in kan verbeteren, een TIP. Er is gedelibereerd over de volgorde, eerst een TIP en dan een TOP, of toch andersom. Er is zeer bewust besloten tot een TOP-TIP volgorde.

Het ontwikkelen van zo’n formulier klinkt heel simpel, en dat blijkt het achteraf ook te lijken te zijn. Toch was het een waardevolle weg die is afgelegd om tot dit formulier te komen. Er is nagedacht over de vorm en de formulering van de vragen. Er is nagedacht en gesproken over de mogelijke voordelen en nadelen, de opbrengst en de gevaren. Er is nagedacht en gesproken over de toelichting voor de docenten en de leerlingen. Er is door de leerlingen gesproken met de DOP-groep die op onze school verantwoordelijk is voor de jaarlijkse leerling enquête, die als basis dient voor het ontwikkelgesprek dat een een docent jaarlijks voert met zijn leidinggevende. Kunnen deze vragenlijsten samengevoegd of dienen zij verschillende doelen? Er is besloten dat het laatste het geval is.

Deze week hebben de leerlingen hun formulier uitgezet als pilot bij een drietal docenten. Eén daarvan was ik. En ik kan er iets mee, met de resultaten. En dat ga ik dan ook doen. Volgende week al. En ik denk dat daar de waarde ligt voor leerlingen, leerkrachten en docenten. Een eenvoudig formulier, concreet, twee simpele vragen, een lijst met antwoorden die een beeld schetsen van hoe leerlingen mijn lessen ervaren. Waar doe ik het goed? Heerlijk om te horen, ego-strelend, onderwijsvisie-bevestigend, rustgevend. Waar kan ik beter? Heerlijk om te horen, een zachte spiegel, aanzettend tot actie.

De antwoorden van twee van mijn klassen heb ik verzameld in woordwolken:

TOP:TOP-TIP 2V3 TOP wordleTIP:TOP-TIP 3V3 TIP wordleTOP:TOP-TIP 3V3 TOP wordle

TIP:TOP-TIP TOP 2V3 wordle

 

Wat heb ik geleerd van de TOPs en de TIPs?
Klassen verschillen en leerlingen zijn individuen, interacties in onderwijzen en leren zijn op klasniveau en op leerlingniveau. Die interacties zijn een essentie van leren. Ik heb een bevestiging gekregen van mijn ideeën en veronderstellingen, ik ben gerustgesteld en tegelijkertijd voorzien van warme incentives to change.

Wat ga ik nu (anders) doen komende week?
Ik ga leerlingen BEDANKEN voor hun TOP en TIP. Ik ga opnieuw uitleggen wat de reden is dat ik lesgeef zoals ik lesgeef. Ik ga uitleggen wat de reden is dat ik zo weinig uitleg en wat zij hieraan kunnen doen, wat de reden is dat ik geen studiewijzer gebruik (en wat de reden is dat ik er toch een zal maken), wat de reden is dat ik vraag wat zij weten zonder vooraf te hebben aangekondigd dat er een toets is, wat de reden is dat ze vooralsnog geen papieren samenvattingen van mij krijgen (maar niet dat zij die alsnog gaan krijgen). Ik ga deze twee klassen hetzelfde antwoord geven, maar met hele andere woorden.

Durf jij het aan?
Je leerlingen te vragen om een TOP en een TIP? Geef jij je leerlingen wel eens een TOP en een TIP? Of vertel jij ze alleen wat ze anders moeten doen? Hoe zou jij het vinden als leerlingen jou vertellen wat je anders moet doen? Of heb je liever een TOP en een TIP? Neem jij de tijd voor het beantwoorden van deze vragen?


Meldpunt HELP! Mijn docent is digibeet!

december 28, 2015

meldpunt

 

Vanochtend las ik op twitter over het vandaag live gaan van een meldpunt van het LAKS waar leerlingen iets kunnen melden over hoe zij de ICT-vaardigheden van hun docenten ervaren.

Dit is de letterlijke tekst van de site van het LAKS. (Landelijk Aktie Komitee Scholieren):

Iedereen kent ze wel; docenten die het verschil tussen Google en de zoekbalk niet kennen, 15 minuten bezig zijn met het openen van een Youtube-filmpje, of docenten die de ICT’er van school moeten roepen omdat ze het geluidsknopje niet kunnen vinden. Sterker nog, vaak weten scholieren beter dan de docent hoe de ICT werkt.
Dit roept bij scholieren veel ergernissen op. Immers, het onderwijs maakt steeds meer gebruik van digitale leermiddelen. Dit is een mooie ontwikkeling, mits er goed gebruik van wordt gemaakt. Wij horen echter vaak dat leerlingen ontevreden zijn over hoe de  docenten omgaan met ICT en sociale media. Zo geeft minder dan de helft van de ondervraagde scholieren in de LAKS-monitor van 2014 aan dat zij tevreden zijn over de mate waarin docenten omgaan met ICT. 

Om die reden heeft het LAKS vanaf maandag 28 december het meldpunt HELP! Mijn docent is digibeet in het leven geroepen. Bij dit meldpunt kan je een klacht indienen over gerommel met ICT. Zo krijgt het LAKS een beeld van de grootste ICT ergernissen, zodat wij docenten kunnen meegeven welke basis ICT-vaardigheden zij minimaal zouden moeten beheersen. Dit wil het LAKS overhandigen aan lerarenopleidingen en organisaties die nascholing verzorgen, zodat zij docenten goed kunnen opleiden in het omgaan met ICT.

Deze oproep leidde tot de nodige reacties, die in een aantal categorieën zijn onder te verdelen.

Herhalers. In een tijd van een uur of twee kwam in mijn tijdlijn het simpele feit dat dit  meldpunt is geopend een keer of tien langs. Met hierbij verschillende bronnen genoemd: de telegraaf, het ad, nu.nl, het LAKS. Deze groep herhalers geeft aan dat het bericht bij hen leeft en dat zij het de moeite waard vinden dit te delen op twitter. Zij delen geen eigen mening. De titels van de gebruikte bronnen zijn, net als hun inhoud enigszins verschillend, achtereenvolgens: “Scholieren in actie tegen digibete docenten”; “Help! Mijn docent is digibeet”; “Scholieren openen meldpunt voor digitaal onbenullige docenten”; “Meldpunt HELP! Mijn docent is digibeet!”

Neutrale reageerders. Deze tweeps maken melding van het bericht en geven aan dat zij benieuwd zijn naar de resultaten en het vervolg.

Verdedigende reageerders. Deze tweeps brengen bij het melden van het bericht redenen in waarom docenten niet zo ICT-vaardig zijn als zij misschien zouden kunnen zijn of zouden moeten zijn in de ogen van hun leerlingen. Praktische omstandigheden in een lokaal die zij niet kunnen beïnvloeden, technische ondersteuning die onvoldoende is.

Reageerders met een persoonlijk doel. Deze tweeps gebruiken de aandacht die er op twitter blijkt te zijn om, meer of minder subtiel, te wijzen op het feit dat scholing dus van belang is en dat zij toevallig de mogelijkheden bezitten om docenten meer ICT-vaardig te maken.

Ironische reageerders. Deze tweeps geven aan dat zij blij zijn dat de resultaten aan de lerarenopleidingen zullen worden aangeboden. Zij geven aan dat leerlingen zelf ook niet zo ICT-vaardig als ze zelf denken. Zij komen met voorbeelden van uitspraken van leerlingen over hun docenten, zonder directe bronvermelding.

Aanvallende reageerders. Deze tweeps richten zich op de ervaring aan dat het LAKS vooral een klachtenbureau is. Zij richten zich op het feit dat leerlingen zonder bekwaamheid docenten op hun bekwaamheid aanvallen.

Positieve reageerders. Zij geven aan dat initiële ergernis soms leerzaam kan zijn en dat het meldpunt op zijn minst opvallend is. Dat het goed is dat de ontvangers van onderwijs met ICT in ieder geval hun input kunnen geven.

Ik ben altijd positief vanuit neutraliteit. Zeker op sociale media. Een eens genomen en vooralsnog nooit betreurd besluit. Zoeken naar toegevoegde waarde is waardevoller dan zoeken naar bevestiging van bestaande oordelen. Rood is mooi in de zon en in rozen, niet in mensen.

Ik ken collega’s die inderdaad niet weten hoe zij het volume via de PC kunnen verlagen of het geluid uitzetten en die voor de voor hen pragmatische oplossing gaan van de stekker er dan maar uittrekken. Ik ken collega’s die inderdaad niet weten wat het verschil is tussen opslaan op een computer en opslaan in The Cloud. Ik ken collega’s die niet weten hoe een link naar een YouTube filmpje op te nemen in hun presentatie en elke les weer opnieuw weer op zoek gaan. Ik ken collega’s die regelmatig hun wachtwoord vergeten. Ik ken collega’s die hun zelfgemaakte video’s via YouTube delen met leerlingen. Ik ken collega’s die tien verschillende tools op internet effectief inzetten op het juiste moment. Ik ken collega’s die voor vrijwel elke les een presentatie voorbereiden met daarin minimaal een animatie of een interactieve activiteit.

Ik ken leerlingen die geen mobiel hebben. Ik ken leerlingen die met hun mobiel niet meer kunnen dan chatten. Ik ken leerlingen die alleen uit een boek willen leren, omdat zij dit nu eenmaal zo gewend zijn. Ik ken leerlingen die op internet niet kunnen zoeken. Ik ken leerlingen die regelmatig hun wachtwoord vergeten. Ik ken leerlingen die elk vrij moment gebruiken om digitaal woordjes te oefenen. Ik ken leerlingen die na een korte toelichting aan de slag gaan met hun computer, chromebook of mobiel en leveren wat er van hen wordt gevraagd. Ik ken leerlingen die in een mum-van-tijd presentaties in elkaar sleutelen die zowel inhoudelijk als visueel meer dan ruim voldoende zijn. Ik ken leerlingen die dingen kunnen die ik hier niet kan melden.

Ik weet niet hoe representatief het is wat ik weet. Ik weet wel dat ik zelf voor leerlingen meer betrekken bij hun eigen leren. Ik weet wel dat ik zelf ben voor docenten die het aandurven naar leerlingen te luisteren.

Ik ben benieuwd naar de resultaten van het meldpunt. Ik ben positief en hoop dat dit initiatief een bijdrage kan leveren aan de discussie over beter onderwijs. In dit geval een discussie waarbij ICT-vaardigheden van docenten én leerlingen een mooi, nieuw, beter bruikbaar gereedschap zijn in de gereedschapskist van doceren én leren. Ik hoop dat dit initiatief niet leidt tot een lijst van klachten maar een lijst van mogelijkheden. Een initiatief waarbij de gebezigde taal geen belemmering vormt voor de gewenste boodschap.

Met excuses aan alle tweeps die ik hier niet noem en oprechte dank aan alle tweeps die aan bovenstaande hebben bijgedragen: @jmvangoor @Nu+internet @SWCdeBruijn @Lakstweets @RedegeldE @ictcafe @karinwinters @AstridSchat @amberwalraven @ashwinbrouwer @MsLuss @AntoinetteEngbers @waterstof81 @klaasbellinga @marcoderksen @mellekramer @FerryHaan @donzuiderman @sannepit @Tichener @sienjaal @thebandb @wiswijzer @ReinBijlsma

 

Meldpunt Helmond

 

 

 


Leeruur

december 13, 2015

Leeruur Stilte Examen[1]

Donderdag, de leerlingen van klas 2-VWO komen binnen en horen de docent, die anders dan gewoonlijk, bij de deur staat, zeggen: “Goedemorgen, de tafels en stoelen niet verschuiven graag.”

De leerlingen gaan zitten en een flink aantal kan het niet laten om de vraag te stellen: “Hebben we een toets?”

De docent zegt nog niks. Hij begroet het laatste groepje dat binnenkomt. Hij gaat zitten achter zijn bureau en kijkt de klas rond. Er zijn geen tafeltjes en stoeltjes verschoven.

De leerlingen murmelen. “Gaan we nou een toets krijgen of niet?” “Ja, dat doet hij toch wel vaker, en dan noemt hij het een test of zo.” “Nee joh, het is gewoon een van zijn grapjes.”

Drie leerlingen stellen vrijwel gelijktijdig, dus door elkaar heen pratend, opnieuw de vraag aan de docent: “Meneer, krijgen we een toets?”

De docent antwoord kort maar duidelijk: “Nee.”

De reactie volgt onmiddellijk uit meerdere monden: “Waarom staan de stoelen en bankjes dan in de toetsopstelling?”

De docent antwoordt, alsof hij dit zo heeft bedacht: “Ik ben blij dat jullie dat vragen.”

De leerlingen vallen langzaam stil. Gesprekken stoppen. Tassen staan naast de tafels, boeken liggen er op, open.

De docent staat op en start het leeruur.

“Ik ga jullie een aantal vragen stellen waarop jullie stille antwoorden gaan geven.”

Een aantal leerlingen begint te praten maar als de docent hen negeert wordt hen snel door andere leerlingen duidelijk gemaakt dat het schijnbaar stil dient te zijn.

“Stille antwoorden zijn antwoorden die je alleen geeft in je eigen hoofd. Je hoeft er niet bij te praten. Anderen hoeven jouw antwoord niet te horen, ook later niet te weten. Voor jezelf moet je wel nadenken over jouw antwoord.

Staan de tafels tijdens een toets altijd in de toetsopstelling?

Wordt er tijdens een toets gepraat?

Werk je tijdens een toets 45 minuten geconcentreerd?

Wanneer de tafels aan elkaar staan werk je dan harder?

Wat is de reden dat je de tafels aan elkaar wilt zetten?

Vind je de toets die voor aanstaande maandag gepland staat moeilijk?

Vind je dat het veel stof is die je moet leren voor de toets van aanstaande maandag?

Zou je nu al de toets kunnen maken die voor aanstaande maandag gepland staat?

Vind je het leuk om in het weekend te leren voor school?

Zou je het fijn vinden om nu al te kunnen leren?

Zou je geconcentreerd kunnen leren als het niet stil is in de klas?

Zou je het fijn vinden nog vragen te kunnen stellen over de stof als je tijdens het leren ontdekt dat je iets toch niet helemaal begrijpt?

Ik hoef jullie antwoorden niet te horen. Wel wil ik graag vingers zien als antwoord op de laatste vraag;

Wie wil er nú leren voor de toets van maandag?”

Alle vingers worden opgestoken. Het leeruur wordt vervolgd met zijn actieve fase.

Bijna 40 minuten is het volledig stil. Soms wordt er een vinger opgestoken en fluisterend een vraag gesteld. Soms wordt er een fluisterend antwoord gegeven, soms wordt er gevraagd de vraag in de digitale vragenmap te plaatsen voor klassikale beantwoording tijdens de allerlaatste les voor de toets op vrijdag.

De les is voorbij en de leerlingen vertrekken naar hun volgende les.

Vier leerlingen lopen naar het bureau van de docent. Zij willen hun ervaringen delen.

“Meneer, het werkt echt! We waren allemaal stil, zelfs toen U het lokaal uit bent gegaan bleef iedereen stil!

“Maar dit kan natuurlijk niet elke les.”

“Maar we hebben hebben wel geleerd dat dit kan en dat het hartstikke handig is. Bedankt!”

De docent bedankt hen en vraagt: “Zullen we dit vaker doen?”

JA!

Leeruur stilte geleerd 2015-12-13_1107


Gratis lessen voor het goede doel

november 1, 2015

Edukans logo

Zoals het wel eens vaker gaat, werd mij gisteren een vraag gesteld op twitter over iets dat ik had geschreven op deze blog. Het ging over het geven van feedback, een krachtig middel tot leren, dus mijn interesse was gewekt. Na het geven van mijn antwoord aan de vragensteller reageerden ook anderen met suggesties en alternatieven. Mooi, prachtig, delen van informatie en trots zijn op de oplossing die jij gekozen hebt voor het probleem! De vragensteller was geholpen. Gek genoeg bleef ik zitten met een vraag.

Een van de alternatieven kende ik nog niet en de inbrenger was hierover erg enthousiast. De informatie heb ik even geparkeerd. Dat wil zeggen dat ik de tweet in mijn lijstje met favorieten heb geplaatst en een korte notitie op mijn papieren blokje heb gemaakt.

Vanochtend zag ik de notitie op het papier, liggend naast mijn laptop. Ik zag de tweet bovenaan staan in mijn lijstje favorieten, toen ik Tweetdeck opende op mijn laptop. Ik klikte op de link naar de gesuggereerde video. Ik keek naar de speelduur, 15 minuten. Best lang. Voor de tweede keer besloot ik toch te klikken.

Er volgde een uitleg over het gebruik van de toepassing waarover de gebruiker zo enthousiast had getweet dat het mij had doen overreden de tweet te bewaren en het filmpje te bekijken.

Ik bekeek het filmpje, oortjes in. Het ging allemaal niet echt snel en terwijl ik bleef luisteren klikte ik naar mijn mail, las, schreef reacties en ruimde op. Tot ik bij 12:38 in de video was aanbeland. Toen schakelde ik terug naar de beelden.

Deze docent beschrijft vanaf dat moment hoe hij gratis voor iedere docent en iedere leerling zijn site en lessen beschikbaar stelt. Hij vraagt hiervoor niets terug. Wel geeft hij een optie. De optie om hem te bedanken voor zijn werk met een beloning  aan iemand anders. Een kleine donatie aan Edukans. Een kleine donatie om ook voor andere leerlingen, in andere landen, leren mogelijk te maken.

Ik ga hier verder niet schrijven over feedback of de tools waarmee je feedback kunt geven. Ik ga alleen maar vragen om even naar de video te kijken. Ik ga alleen maar vragen of anderen die hun lessen gratis delen ook zoiets zouden willen overwegen. Ik ga alleen maar vragen of iedereen die van gratis lessen gebruikt maakt bereid is een donatie te doen om ook voor anderen, hier heel ver vandaan, lessen mogelijk te maken.

De docent waar ik het over heb is Martin Ringenaldus en zijn site is bijlesduits.org. Martin verdient navolging en alle credits.

Beste (YouTube) docenten, willen jullie ook mee doen? Geen enkele verplichting, volledig vrij, alleen de vraag af en toe stellen? Voor een goed doel dat jou aanspreekt?

Jan Willem Eckhardt
De Biologie Leraar
NGbiologie
Srutenfrans
WiskundeAcademie
OsAcademie
AcNatuurkunde
JortGeschiedenis
Scheikundelessen
Meneer K. Saber
Mr. van Bakel
Hester Vogels
ArnoudKuijpers
Stefan van der Weide
MeesterGijs
CornédeBoer

Deze lijst gaat zeker uitgebreid worden! Meld je aan als je mee wilt doen. Meld iemand aan waarvan je denkt dat hij of zij op deze lijst zou moeten/kunnen/willen staan.


Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 4.902 andere volgers

%d bloggers op de volgende wijze: