Versterk de positie van de leraar vanuit het team

september 28, 2016

wat-heeft-het-onderwijs-nu-nodig-vinken-via-arjan-via-johan-oostermaj-crsf_3oxeaa_fdu

afbeelding van Hector Giacomelli, gevonden via Ilja Klink

Op zaterdag 17 september verscheen als opiniebijdrage in Trouw een oproep om meer ruimte en autonomie voor docenten. Maandag 26 september deed de Onderwijsraad een vergelijkbare oproep in haar advies Een ander perspectief op professionele ruimte in het onderwijs dat aan de Tweede Kamer gepresenteerd werd. Hieronder de tekst van het begeleidende persbericht van de Onderwijsraad. De oproep steunen kan via deze adhesiebetuiging.

Versterk de positie van de leraar vanuit het team

Het beleid dat de positie van de leraar moet versterken, richt zich te veel op de individuele leraar en er is een neiging om te veel van bovenaf op te leggen. Om de leraar meer zeggenschap te geven over het onderwijs dat hij geeft, moet de samenwerking in en met lerarenteams verbeteren. Dit stelt de raad in het advies Een ander perspectief op professionele ruimte in het onderwijs, dat vanmiddag gepresenteerd wordt aan de Tweede Kamer.  

Leraren vinden nog steeds dat de werkdruk in hun beroep te hoog is en dat ze te weinig zeggenschap hebben over hun werk. Het huidige overheidsbeleid gericht op het verbeteren van ‘professionele ruimte’ is te eenzijdig en helpt onvoldoende. De professionele kwaliteit en expertise van leraren scheppen én vereisen een ruimte die vrij is van invloed van de overheid en ook tot op zekere hoogte, van de hiërarchische (arbeids)relatie met het bevoegd gezag en de schoolleiding. Tegelijkertijd hebben leraren zélf ook een verantwoordelijkheid in het actief creëren en benutten van hun professionele ruimte. Deze ruimte is niet vrijblijvend, maar moet altijd bijdragen aan de onderwijskwaliteit.

Kijk breder naar professionele ruimte

De raad pleit voor een bredere kijk op professionele ruimte: het gaat niet alleen om het versterken van individuele kennis en vaardigheden van de leraar, maar ook om het verbeteren van de conditieswaaronder leraren werken. De raad spreekt daarom liever van ‘handelingsvermogen’. Het vermogen om te handelen wordt groter als drie zaken goed op elkaar zijn afgestemd: competenties (van leraren), structuur en cultuur (van/in de organisatie en daarbuiten).
Om het handelingsvermogen te vergroten, adviseert de raad meer en betere samenwerking in de lerarenteams. Dit vraagt vooral een bijdrage van de school. Scholen kunnen (materiële en immateriële) instrumenten voor teamontwikkeling inzetten om teamprestaties te bevorderen. De overheid kan op dit punt niets voorschrijven en heeft een faciliterende en stimulerende rol. Tot slot vraagt beter samenwerken in teams om specifieke kennis en vaardigheden waaraan de lerarenopleidingen meer aandacht kunnen besteden.

Zet de professional en het team centraal  

Vergroten van het handelingsvermogen vraagt een actievere rol van directeuren, teamleiders en leraren zelf. De raad adviseert om meer gebruik te maken van principes uit de sturingsfilosofie ‘professional governance’. Drijfveren en werkprocessen van leraren(teams) komen zo meer centraal te staan. Vanuit deze filosofie worden bijvoorbeeld de visie en doelen van de school bepaald mét en dóór het team. Een ander voorbeeld is dat de school meer gebruikmaakt van gedeeld leiderschap: in overleg met leraren taken en verantwoordelijkheden beleggen bij teams.


Geef docenten tijd en ruimte

september 19, 2016

wat-heeft-het-onderwijs-nu-nodig-vinken-via-arjan-via-johan-oostermaj-crsf_3oxeaa_fdu

afbeelding van Hector Giacomelli, gevonden via Ilja Klink

Zaterdag schreef ik hier over ‘Wat heeft het onderwijs NU nodig?,’ met een korte toelichting over het ontstaan van de betreffende oproep. Hieronder de bijbehorende volledige tekst zoals zij verscheen als opiniebijdrage in Trouw. Met opnieuw de vraag deze oproep te steunen door de volgende adhesiebetuiging in te vullen. Deel deze oproep met je collega’s en vraag ook hen te tekenen. Er zijn al zeer veel positieve reacties gekomen (de teller staat nu op ruim 1000), ook vanuit de politiek, maar met nog veel meer staan we nog veel sterker.

Trouw zaterdag 17 september 2016

Dinsdag presenteert het kabinet-Rutte II zijn laatste Miljoenennota. De algemene beschouwingen zullen een voorbode vormen van de aankomende verkiezingsdebatten. Zowel de coalitie als de oppositiepartijen hebben onderwijs hoog in het vaandel staan. In de verkiezingsprogramma’s herkennen we de utopische taal van het ministerie van OC&W. Vergezichten in beleidsstukken als ‘Onderwijs2032’ spreken over onderwijs dat ‘aardige, vaardige en waardige burgers’ moet opleveren. Wij leraren roepen de politiek op om nu eerst de randvoorwaarden op orde te maken.

Het ontbreekt ons in de eerste plaats nu al aan genoeg tijd om onze huidige taak goed te doen. In het basisonderwijs worden wij geacht om alles voor te bereiden en te verwerken in amper één uur voor en één uur na schooltijd. In het voortgezet onderwijs krijgen we per les van 50 minuten ongeveer 15 minuten voorbereidingstijd en 15 minuten om op te sparen voor het nakijken. In Nederland geven we per voltijdbaan simpelweg 20 procent meer les dan het Europees gemiddelde.

De Tweede Kamer nam in juni 2016 een motie aan om het aantal lesuren per week met 20 procent terug te brengen tot het Europees gemiddelde. Het is dus niet zo dat we dan in de voorhoede van Europa komen. Toch heeft de regering al ruim voor Prinsjesdag laten weten dat hier geen geld voor is. Beleidsmakers willen graag de onderwijsresultaten spiegelen aan voorbeeldlanden als Finland en Singapore. Maar daar is het aantal lessen per voltijdsbaan fors minder dan het Europees gemiddelde. De politiek gaat er vanuit dat het onderwijs beter wordt van vernieuwing. Geef ons de tijd die we nodig hebben om het onderwijs te verbeteren.

In Nederland is er een grote bestuurslaag in het onderwijs: het ministerie, de inspectie, sectorraden, besturen en een woud aan adviserende en beleidsbepalende stichtingen. Deze bestuurslaag overstelpt ons in het dagelijks werk met opgelegde bestuurlijke ‘onderwijsvisies’. Visies, geschreven door mensen die ver af staan van de werkvloer en menen het onderwijs te
verbeteren door ons die visies op te leggen. Behalve dat het niet productief is, kost het handenvol geld. Er is de afgelopen jaren een enorm gat ontstaan tussen hoeveel geld we per leerling per jaar aan onderwijs uitgeven en hoeveel daarvan op de werkvloer terechtkomt.

Het gebrek aan autonomie is daarmee het tweede verschil met de landen waaraan onze beleidsmakers zich zo graag spiegelen. Het is een onjuiste gedachte dat een grote bestuurlijke ‘kleilaag’ nodig is als controlemechanisme om het onderwijsniveau te bewaken. In de thuiszorg heeft Buurtzorg bewezen dat autonomie op de werkvloer werkt. Ook in het onderwijs is die omslag naar collectieve autonomie nodig: zeggenschap en vertrouwen voor de leraar, zodat we kunnen samenwerken, binnen en buiten school, aan beter onderwijs. Autonomie maakt het onderwijs beter en het beroep van leraar weer aantrekkelijk. Als leraren centraal staan en de professionele ruimte en het vertrouwen krijgen, kunnen we ons werk doen volgens de maatstaven van de beroepsgroep.
Ook de jaarlijkse perikelen rond de Centrale Eindexamens laten zien tot welke problemen het leidt als de politiek kiest voor bureaucratie in plaats van autonomie. Bij de rekentoets en bij de eindtoets in het basisonderwijs zien we vergelijkbare problemen. Daarbij staat de basisschooldocent onder druk door de toetsbatterij van het leerlingvolgsysteem.

Na de algemene beschouwingen begint de verkiezingstijd. Wij als docenten worden opgeroepen om gestalte te geven aan een betere toekomst voor onze kinderen. Ons antwoord is helder: ook wij willen meebouwen aan deze toekomst.We missen echter de oplossingen van de werkelijke problemen van nu. Geef ons ruimte en zeggenschap.

Frans van Haandel, docent wiskunde
Marjolein Zwik, leerkracht basisonderwijs

Steun bovenstaande oproep door de volgende adhesiebetuiging in te vullen. Deel deze oproep met je collega’s en vraag ook hen te tekenen.

De opiniebijdrage is van de volgende 22 leerkrachten en docenten:

Peter Althuizen, docent Klassieke Talen VO
Inge Braam, leerkracht PO
Liesbeth Breek, docent Frans VO
Martin Bootsma, leerkracht PO
Frans Droog, docent Biologie VO
Michelle van Dijk, docent Nederlands VO
Jelmer Evers, docent Geschiedenis VO
Steven Geurts, docent Biologie VO
Frans van Haandel, docent Wiskunde VO
Henk ter Haar, docent Nederlands VO
Ton van Haperen, docent Economie VO
Karin den Heijer, docent Wiskunde VO
Per-Ivar Kloen, docent biologie VO
Arnoud Kuipers, docent Nederlands VO
Wera de Lange, docent Duits, Maatschappij VO
Arjan van der Meij, docent Natuurkunde VO
Bart Ongering, docent Engels VO
Thijs Roovers, leerkracht PO
Jasper Rijpma, docent Geschiedenis VO
Mark van der Veen, docent PO
Dick van der Wateren, docent Natuurkunde VO
Marjolein Zwik, leerkracht PO


Wat heeft het onderwijs NU nodig?

september 17, 2016

wat-heeft-het-onderwijs-nu-nodig-vinken-via-arjan-via-johan-oostermaj-crsf_3oxeaa_fdu

Zaterdag 17 september verscheen in dagblad TROUW een opiniestuk over onderwijs, onder de titel ‘Geef docenten tijd en ruimte.’ Er staan twee namen onder het artikel, omdat dit er niet meer mochten zijn. Het stuk is ontstaan door het samenkomen van een zestal leerkrachten en docenten, die op zoek zijn gegaan naar de overeenkomsten in hun visie en niet naar de ook duidelijk aanwezige verschillen. Na veel heen-en-weer getweet en uitwisselingen op blogs en mailwisselingen bleek één gezamenlijk etentje voldoende om tot een aantal essentiële punten te komen en deze in twee acties om te zetten. Een oproep en een opiniestuk.

Aan de basis van het opiniestuk in TROUW ligt een eerder deze week geschreven, iets uitgebreidere oproep, met als titel ‘Wat heeft het onderwijs NU nodig?’. Deze oproep zal vandaag en de komende dagen op verschillende blogs verschijnen, al dan niet voorzien van een persoonlijke toelichting. De oproep is ondertekend door 22 leerkrachten en docenten.

Ik doe graag, op veel plaatsen en vanuit een positieve houding mee aan de verbetering van het onderwijs dat wij onze leerlingen nu en in de toekomst kunnen bieden. Ik zie de ruimte die Onderwijs2032 biedt en wil deze graag benutten en zinvol in gaan vullen. Vanuit de kracht geboden door de overeenkomsten tussen de visies en wensen van leerkrachten en docenten en met respect voor de verschillen. Vandaar dat ik deze oproep ook op mijn blog deel. Als een van de zes die samen aten.

Hieronder de volledige tekst van de oproep, die de basis vormde voor het breder getrokken opiniestuk in TROUW. Ben je het eens met deze tekst dan kun je de oproep ondersteunen. Je kunt ook je stem laten horen op een van de bijeenkomsten die in het kader van de verdiepingsfase van Onderwijs2032 over de toekomst van ons onderwijs worden belegd. 

Wat heeft het onderwijs NU nodig?

Randvoorwaarden voor de verdieping van Onderwijs2032

Er wordt veel gepraat en geschreven over het onderwijs. Zaken als het lerarentekort en de problemen in het rekenonderwijs drukken ons met de neus op de feiten. Wat heeft het onderwijs nodig om de problemen de baas te worden en met vertrouwen toekomstgericht te zijn? ‘Ons Onderwijs2032’, ook wel het Rapport Schnabel genoemd, is een poging om het onderwijs aan te passen aan de eisen die de maatschappij in deze tijd stelt. Wij stellen vast dat een aantal belangrijke elementen nog aan het voorstel ontbreken. 

Als individuele docenten met verschillende visies heeft ieder van ons zich actief met dat debat bemoeid. Voor buitenstaanders, en soms ook voor onszelf, leek het alsof onze individuele ideeën en oplossingen heel ver uit elkaar lagen. Er wordt dan snel geconcludeerd: ‘zoveel docenten, zoveel verschillende meningen, we moeten toch verder.’ Wij zijn bij elkaar gaan zitten en het bleek anders te zijn. We zijn het juist eens over wat praktisch en concreet moet veranderen om de problemen de baas te worden en toekomstgericht te zijn. Echter, deze concrete en praktische oplossingen missen we in het eindrapport Onderwijs2032. 

Om die discussie goed te voeren, waarbij we er zeker van zijn dat iedereen weet waarover het gaat en dezelfde taal spreekt, moet aan een aantal randvoorwaarden worden voldaan. Het gevaar is anders groot dat een nieuw curriculum wordt ontwikkeld door enkele oncontroleerbare instituten (bijvoorbeeld SLO en Cito) en niet door degenen die het curriculum uiteindelijk moeten uitvoeren, namelijk de leraren zelf.

Twee dingen moeten dan ook NU dringend worden aangepakt, wil er überhaupt sprake zijn van ‘het uitwerken van een nieuw curriculum’ en ‘meer verplichte verdieping en verbreding.’ Grote ambities in abstracte termen zonder oog voor de noodzakelijke randvoorwaarden hebben in het verleden al genoeg tot grote problemen geleid, zoals genoemd in het parlementair onderzoek onderwijsvernieuwingen. We kunnen dat alleen doorbreken als de politiek werkelijk lessen trekt uit de aanbevelingen van deze ‘commissie Dijsselbloem’. De twee zaken die daadwerkelijk NU aangepakt moeten worden zijn tijd en autonomie. Wij willen dat de politiek nu even rust inlast en concrete maatregelen neemt die de beroepsgroep de tijd geeft te gaan werken aan vernieuwing.

Tijd 

Het ontbreekt ons aan genoeg tijd. In het basisonderwijs worden wij geacht om alles voor te bereiden en te verwerken in amper één uur voor en één uur na schooltijd. In het voortgezet onderwijs krijgen we per les van 50 minuten ongeveer 15 minuten voorbereidingstijd en 15 minuten om op te sparen voor nakijktijd. In Nederland geven we per voltijdsbaan simpelweg 20% meer les dan het Europees gemiddelde.

De Tweede Kamer nam in juni 2016 een motie aan om het gemiddeld aantal lesuren per week met 20% terug te brengen tot het gemiddelde van Europa. Het is dus niet zo dat we dan in de voorhoede van Europa komen. Toch heeft de regering al gezegd dat het geld kost en dat dit geld er niet is. Beleidsmakers willen graag de onderwijsresultaten spiegelen aan voorbeeldlanden als Finland en Singapore. Maar daar is het aantal lessen per voltijdsbaan fors minder dan het Europees gemiddelde. Onderwijs2032 gaat er vanuit dat het onderwijs beter wordt van vernieuwing. Het is een utopische visie dat we nog meer kunnen doen. Docenten hebben nu al fors te weinig tijd.

Autonomie 

In Nederland is er een grote bestuurslaag in het onderwijs: het ministerie, de inspectie, sectorraden, besturen en een woud aan adviserende en beleidsbepalende stichtingen. Deze bestuurslaag overstelpt ons in ons dagelijks werk met opgelegde bestuurlijke ‘onderwijsvisies’. Visies, geschreven door mensen die heel ver af staan van de werkvloer en menen het onderwijs te verbeteren door ons die visies op te leggen. Ze zeggen ons niet alleen wat we moeten doen maar vooral ook hoe. Als het niet het gewenste resultaat gaf, dan lag het aan de docent die het niet goed uitvoerde. Ook in de rekendiscussie is dat het geijkte antwoord om de vernieuwing door te zetten terwijl die averechts werkt. Behalve dat het niet productief is, kost het ook handenvol geld. Er is de afgelopen jaren een enorme kloof ontstaan tussen hoeveel geld we per leerling per jaar aan onderwijs uitgeven en hoeveel daarvan op de werkvloer terechtkomt.

Autonomie is het tweede verschil met de landen waaraan onze beleidsmakers zich zo graag spiegelen. Geef de beroepsgroep van docenten de professionele ruimte. Het is een onjuiste gedachte dat een grote bestuurlijke ‘kleilaag’ nodig is als controlemechanisme om het onderwijsniveau te bewaken. In de thuiszorg heeft Buurtzorg bewezen dat autonomie op de werkvloer werkt. Ook in het onderwijs is die omslag nodig. Daarvoor is collectieve autonomie nodig: autonomie voor de beroepsgroep zodat we kunnen samenwerken, binnen en buiten school, aan beter onderwijs. Een uitwerking hiervan is te vinden in ‘Het Alternatief’.

Autonomie maakt het onderwijs beter en het beroep van leraar weer aantrekkelijk. Als leraren centraal staan en de professionele ruimte en het vertrouwen krijgen, kunnen we ons werk doen volgens de maatstaven van de beroepsgroep. Ook de jaarlijks terugkerende perikelen rond de Centrale Examens laten zien dat de ruimte voor het ‘wat en hoe’ voor ons als beroepsgroep te beperkt is. Bij de rekentoets en bij de eindtoets van het basisonderwijs zien we vergelijkbare problemen. Daarbij staat de basisschooldocent onder druk door de toetsbatterij van het leerlingvolgsysteem.

Oproep 

We zitten nu in de ‘verdiepingsfase’ van Onderwijs2032. Wij als docenten worden opgeroepen om aan te geven of Onderwijs2032 de juiste richting is en of we er invulling aan kunnen geven. Ons antwoord is helder: we missen de oplossingen van de werkelijke problemen van nu. Geef ons tijd en autonomie. Het heeft geen zin om te filosoferen over abstracties als ‘onderwijs dat leerlingen beter begeleidt in hun ontwikkeling tot volwassenen die vaardig, aardig en waardig zijn’ als de randvoorwaarden niet op orde zijn.

Daarom onze oproep aan de politiek: Zorg NU voor tijd en autonomie voor werkelijke verbetering van het onderwijs. Dat zal ons als beroepsgroep de noodzakelijke ruimte geven om verder te praten over vernieuwing. Collega docenten: laat uw stem horen en onderschrijf deze oproep!

De oproep delen met collega’s kan via deze printversie. De oproep ondertekenen kan via dit formulier. Reacties worden gewaardeerd en kunnen onder dit blog worden geplaatst.

Peter Althuizen, docent Klassieke Talen VO
Inge Braam, leerkracht PO
Liesbeth Breek, docent Frans VO
Martin Bootsma, leerkracht PO
Frans Droog, docent Biologie VO
Michelle van Dijk, docent Nederlands VO
Jelmer Evers, docent Geschiedenis VO
Steven Geurts, docent Biologie VO
Frans van Haandel, docent Wiskunde VO
Henk ter Haar, docent Nederlands VO
Ton van Haperen, docent Economie VO
Karin den Heijer, docent Wiskunde VO
Per-Ivar Kloen, docent biologie VO
Arnoud Kuipers, docent Nederlands VO
Wera de Lange, docent Duits, Maatschappij VO
Arjan van der Meij, docent Natuurkunde VO
Bart Ongering, docent Engels VO
Thijs Roovers, leerkracht PO
Jasper Rijpma, docent Geschiedenis VO
Mark van der Veen, docent PO
Dick van der Wateren, docent Natuurkunde VO
Marjolein Zwik, leerkracht PO

 


Samen (media) wijzer

augustus 11, 2016

Gisterochtend stuurde ik de volgende tweet, over een kikker die bevriezing kan overleven:

Bevriezende kikker tweet 2016-08-10_1610

Ik kreeg daarop vrijwel direct een reactie van Per-Ivar, waarop ik reageerde:

Bevriezende kikker tweet reactie Per-Ivar 2016-08-10_1611

Niet veel later kregen wij een reactie van Arjan:

Bevriezende kikker tweet reactie Arja 2016-08-10_1612

Arjan kon het dus echt niet geloven en had het opgezocht. Iets wat Per-Ivar en ik hadden nagelaten. Terwijl wij dat toch regelmatig genoeg tegen onze leerlingen zeggen. ‘Stuur niet zomaar iets door. Check eerst of het klopt.’ ‘Schrijf niet zomaar iets op. Controleer eerst de bronnen.’ Mediawijsheid en wetenschappelijk wijsheid. Wij hadden dit zelf nu niet gedaan en Arjan wel. En dat is mooi. Zo is twitter een fantastisch medium. Er wordt iets gedeeld en er wordt op gereageerd.

Toen begon ik te twijfelen welke actie te ondernemen. Als het echt volledig onjuist was zou ik een correctie op de verzonden tweet moeten plaatsen met een excuus. Dat was ik dus van plan. Maar ik had dit toch al wel eens eerder gelezen? Hoe zat dat dan? Had ik toen ook iets geloofd wat niet klopte? Ik besloot het dus uit te zoeken.

Ik checkte de link van Arjan en leerde daar dat het plaatje van de ‘Alaskan Tree Frog’ al sinds 2013 op internet rondgaat, voorzien van drie verschillende onderschriften. Het plaatje is een hoax. Wat er ook te zien is, het is geen ‘Alaskan Tree Frog’. Die bestaat namelijk niet.

In dezelfde bron leerde ik dat er wél een ‘Wood Frog’ bestaat en dat is vastgesteld dat deze in het wild tot wel 218 dagen achter elkaar temperaturen onder nul kan onderleven, waarbij 100% van de kikkers overleeft. Niet tevreden met slechts één bron heb ik naar een tweede bron gezocht en geleerd dat ook uit laboratorium onderzoek is gebleken dat deze ‘Wood Frog’ in staat is te overleven wanneer 65-70% van zijn lichaamswater bevriest, bij een temperatuur van -6 °C, gedurende 4 weken.

De werkelijkheid in de natuur kan toch inderdaad ongelofelijk zijn!

Tegelijkertijd laat bovenstaande zien dat mensen het soms nodig vinden die werkelijkheid nog mooier te maken, bijvoorbeeld door er een plaatje aan toe te voegen dat niet klopt. De verleiding hiertoe is groot door de kracht van een beeld. Diezelfde kracht van het beeld zorgt ook voor de snelle verspreiding van in dit geval niet volledig juiste informatie.

De waarheid in het leven ligt soms echt in het midden. In dit geval klopt het plaatje niet en een (deel van) de bewering wel. Het kan wat moeite kosten om de feiten te vinden die de waarheid maken. Ik vind het die moeite altijd waard. Ik heb van bovenstaande weer het nodige geleerd, over twitter, feiten en de ‘Wood Frog’, en deel dit voorbeeld graag.

Om af te sluiten een plaatje van de echte ‘Wood Frog’, in een bevroren toestand. Inderdaad misschien wat minder sexy op het eerste gezicht dan de toch echt niet niet echt bestaande ‘Alaskan Tree Frog’.

Tweet bevriezende kikker Wood Frog frozenfrog_2

Bronnen:
http://urbanlegends.about.com/od/animalkingdom/ss/Alaskan-Tree-Frog.htm
http://www.units.miamioh.edu/cryolab/projects/woodfrogfreezing.htm

 


8 redenen om met Genius Hour te starten

augustus 3, 2016

 

Genius Hour We are all geniuses 6058202_orig

Sinds 2013 ben ik bezig met het gunnen aan mijn leerlingen van een Genius Hour. Ik geniet van wat ik zie gebeuren en ervaar het leren dat plaatsvindt. Met het nieuwe schooljaar aanstaande wil ik daarom Genius Hour opnieuw onder de aandacht te brengen en deel ik daarom graag onderstaande lijst met 8 redenen om Genius Hour te starten.

1. Leerlingen krijgen de kans om de diepte in te gaan met een onderwerp dat hen interesseert

Leerlingen krijgen tijdens de reguliere lessen een breed palet voorgeschoteld van vakken en onderwerpen en krijgen weinig kans om diepere kennis te verwerven. Tijdens Genius Hour ontstaat deze mogelijkheid wel. Zij krijgen de kans om dieper te duiken in een onderwerp dat hen op welke manier dan ook raakt, waarbij zij vaak thuis extra tijd besteden om meer te weten te komen. Is dat niet iets wat wij op alle niveaus actief zouden willen ondersteunen?

2. Het bevrijdt leerlingen van het ‘spel op school’

Veel te vaak doen leerlingen hun opdrachten alleen omdat er een cijfer voor volgt. Zij doen wat er gevraagd wordt, of ze er nu iets van leren of niet, of ze er nu plezier aan beleven of niet, omdat ze weten dat er een cijfer volgt.  Genius Hour zorgt ervoor dat zij dit ‘spel op school’ even kunnen vergeten en bezig kunnen zijn met de liefde voor het leren die ieder mens in zich draagt, gewoon omdat iets geleerd hebben zo’n fijn gevoel geeft.

3. Het is leuk!

Genius Hour laat leerlingen zien dat leren ook leuk kan zijn. Iets mogen doen dat anders is dan wat andere leerlingen op dat moment doen. Iets doen waar ogenschijnlijk minder eisen aan gesteld worden dan wat in de andere lessen gebeurt. Iets doen waarvan het leuk is om met je ouders over te praten, iets waarbij je ouders je misschien graag willen helpen

4. Het is een geweldige vorm van differentiatie

Verschillende leerlingen, ook al zitten ze op hetzelfde ‘niveau’, werken verschillend. Genius Hour biedt de mogelijkheid voor docenten om leerlingen nog meer op hun eigen niveau, snelheid en wijze van werken te laten leren. Leerlingen hoeven niet, zoals bij andere projecten, allemaal dezelfde stappen te volgen. De hele klas kan leren, gedifferentieerd, met ruimte voor iedere leerling.

5. Er is een zeker mate van peer pressure, peer learning en peer feedback

Wanneer bij de organisatie van Genius Hour aan het begin, na de initiële keuze van onderwerp en invulling, een moment wordt ingelast waarbij leerlingen aan elkaar laten zien wat zij van plan zijn te gaan doen wordt het bereiken van dit doel nog concreter en realistischer. Ook zonder dat er een cijfer vast hangt aan hun werk doen zij graag een extra inspanning om te laten zien wat ze kunnen. Wanneer leerlingen vooraf weten dat hun werk achteraf door hun mede-leerlingen mede zal worden beoordeeld, al is het ‘slechts’ in termen van ‘wat ging er goed?’ en ‘wat kan er beter?’ zal hun inspanning een andere zijn dan die voor alleen een cijfer van een docent

6. Leren door doen, niet door horen

Goed begeleid is ontdekkend leren, of hoe men het ook wil noemen, ondanks alle discussie hierover, een zeer krachtige manier van leren. Het brengt het leren letterlijk in de handen van de leerling en onder begeleiding van de docent zijn het de leerlingen die het ‘doen’ en die het ‘maken’. Zoals Confucius het gezegd schijnt te hebben (en hij heeft hier geen piramide van gemaakt en percentages aan geplakt): ik hoor en vergeet, ik zie en onthou, ik doe en begrijp. Wanneer wij leerlingen laten maken zullen zij begrijpen. Zij zullen hier ons ook voor erkentelijk zijn.

7. Het is een perfecte manier om een leven lang leren te voeden

Sinds ik met Genius Hour begonnen ben heb ik zelf veel geleerd. Leerlingen hebben mij dingen geleerd die ik zelf niet wist. Leerlingen hebben mij laten zien dat wij in onze gezamenlijke reis naar meer kennis en vaardigheden wel eens een andere weg ingeslagen zijn, maar nooit de verkeerde. Als het doel leren is bestaan er geen doodlopende of eenrichtingsstraten.

8. Leerlingen vergeten nooit hoe het voelde om te leren

Leerlingen leren dagelijks op school. Zij leren bij al hun vakken, elk uur. Wat zij leren tijdens Genius Hour gaat net iets verder. Het is hun eigen leren, het is een deel van wie zij zijn. Er is een betrokkenheid die niet te meten is met een toets. Zij doen niet alleen wat er moet, zij voelen.

NU is het belangrijkste moment in het onderwijs.

Omdat nu het dat altijd is. De keuze is aan een ieder om het hetzelfde te blijven doen, hetzelfde te blijven doen in een nieuwe verpakking, of iets nieuws te gaan doen op een nieuwe manier. Mijn uitdaging is dat jij als docent het aandurft jouw leerlingen op zijn minst een deel van de tijd te laten leren wat en hoe het beste bij hen past.

Gun jij jouw leerlingen Genius Hour?

Bron:
A.J. Juliani. 1o reasons to try genius hour this year


Hoe beslist een mens die lesgeeft op een school?

augustus 3, 2016

Kanaal Bocholt Herentals kanaalbordje615

Vakantie is een tijd van relatieve rust. Een periode waarin wat meer ruimte is voor ongericht overdenken en met gedachten niets hoeven doen.

Ik wandelde in Lommel, Belgie, langs het Kanaal Bocholt Herentals. Zo’n 5 kilometer lang rechtdoor. Het kabbelende water links, vooral bos met daarachter huizen rechts.

Hoe beslist een mens die lesgeeft op een school? Voor mij werden 5 stappen zichtbaar.

  1. Als mens
  2. Voor de leerling
  3. Voor het leren
  4. Als docent
  5. Als werknemer van een school

Ik nam de brug linksaf, terug richting Nederland.

Kanaal_Bocholt-Herentals wikipedia

 


Brainstormen is dom – Brainwriten is slim

augustus 3, 2016

Brainwriting 1702-1252709341CgRp

Brainstormen wordt vaak gezien als een effectieve manier om met een groep mensen tot goede ideeën te komen. Onderzoek heeft echter laten zien dat het dat niet is, integendeel. Mensen genereren juist meer ideeën wanneer zij alleen werken dan wanneer zij in een groep brainstormen. Er is wel een manier om toch als een groep tot nog meer ideeën te komen, deze techniek heet brainwriting. Een recente praktijk studie laat zien hoe deze techniek het beste kan worden ingezet.

Een van de belangrijkste nadelen van brainstormen met een groep is dat er maar één persoon tegelijk aan het woord is. Dit leidt ertoe dat, terwijl een persoon zijn idee deelt andere personen op dat moment hun idee mogelijk vergeten. Tegelijkertijd bestaat de mogelijkheid dat slechts een paar mensen de brainstorm gaan domineren of dat de groep zich vooral gaat richten op de ideeën die reeds gedeeld en zichtbaar zijn.

Onderzoek heeft tegelijkertijd laten zien dat een groep wel degelijk tot meer ideeën kan komen doordat individuen door het zien van andere ideeën zelf weer met nieuwe komen.

Het zit hem dus vooral in de uitvoering en zo is de techniek van brainwriting tot stand gekomen, waarbij de kracht van het individu en de groep worden gecombineerd. Bij brainwriting schrijven de deelnemers hun ideeën op een stuk papier in plaats van deze direct in de groep in te brengen. De papieren worden vervolgens doorgegeven en deelnemers lezen zo de ideeën van anderen en blijven doorgaan met die van henzelf op te schrijven.

Uit het meest recente praktijk onderzoek blijkt dat een herhaalde afwisseling van brainwriting in een groep met individueel brainstormen tot de meeste ideeën leidt. Nadat ideeën in een groep zijn uitgewisseld blijkt er voor het individu een toename van zijn creativiteit plaats te vinden. Het is hierbij van belang de individuele sessie steeds zo snel mogelijk na de groepsessie uit te voeren.

Toepassing in het onderwijs

Vormen van brainstormen worden ook in het onderwijs gebruikt, bijvoorbeeld bij de introductie van een nieuw onderwerp, ‘wat weten we hier al van?’, of bij het zoeken naar manieren voor het oplossen van een vraagstuk, ‘hoe zouden we dit kunnen aanpakken?’

Brainstormen kan ook in het onderwijs, of het nu gaat om activiteiten in de klas met leerlingen of met collega’s tijdens een studiedag, dus het beste worden uitgevoerd in de vorm van brainwriting. Laat individueel ideeën op papier noteren, bekijk deze papieren vervolgens in een groep en laat ze opnieuw persoonlijk aanvullen. De meeste ideeën zullen worden gegenereerd als deze werkwijze een aantal maal achter elkaar wordt uitgevoerd.

Bron:
Annie Sneed. Brainstorming is dumb. Co.Design.


%d bloggers op de volgende wijze: