Programma en workshops Teach like a RotterdammerT

februari 22, 2017

teach-like-a-rotterdammert

De focus ligt deze keer op de startende leerkracht. Wat niet wil zeggen dat de bijeenkomst alleen voor startende leerkrachten is. We willen juist ook de interactie ruimte geven. Wat zijn de vragen van een startende leerkracht? Wat zijn de antwoorden van een ervaren docent?

12 april
Hogeschool InHolland
19.00 – 22.00 uur

Aanmelden

Programma.

1. Een belachelijke opening. (die wil je echt missen!)

2. Contact bingo

3. Workshops

4. Afsluiting

5. Borrel

Beschrijving workshops:

1 .HOGE –
             LAGE STATUS
Esther van Meurs
Your Reflection
Dramadocent- trainer- actrice
De termen ‘hoge’ en ‘lage status’ komen uit de theaterwereld. Het gaat hierbij niet om een maatschappelijke status maar om interactie: jouw positie ten opzichte van de ander.  Bij een status horen bepaalde gedragskenmerken als houding, beweging, spiertonus, taal en stemgebruik, die een ongemerkt effect hebben op de toehoorders. Ontdek tijdens de workshop jouw voorkeursstatus en hoe je je gedrag kunt afstemmen op je gesprekspartner om tot een gelijkwaardig gesprek te komen.

2. BBL  project effectieve leraren
Anna Jansen
InHolland 

Wij hebben binnen een subsidietraject van het ministerie van onderwijs onderzoek gedaan naar hoe startende leerkrachten het beste begeleid kunnen worden. In deze workshop houd je je kort bezig met de vormgeving van de begeleiding, de kenmerken van een goede coach en de op een begeleidingsgerichte cultuur van de school.
-Waarom is begeleiding zo belangrijk?
-Hoe doe je dit en wat heb je daarvoor nodig?
-Waar heb je recht op als startende leerkracht?
-Hoe groei je samen van startbekwaam naar vakbekwaam?

3. Gedragsproblemen? Tien tips!
Kees van Overveld.
Schrijver van o.a.: SEL, Sociaal emotioneel leren als basis.
Kees van Overveld werkt veel in ‘moeilijke’ groepen.
Hij observeert en helpt de leerkracht om weer met zelfvertrouwen voor de groep te staan.
In deze workshop zal Kees ingaan op het voorkomen en aanpakken van licht  probleemgedrag.
Met de ‘tien tips van Kees’ kan iedereen morgen aan de slag in zijn klas!

4. Zeven belangrijke dingen die je als Startende Leraar moet DOEN en WETEN!
Judith Porcelijn
Sterke School, voor starters in het onderwijs
Praktisch, actief en meteen te gebruiken in de klas!

5. Die verrekte regels, wat mag er nou en wat moet er nou?
Jorrit Blaas leraar en ambtenaar
Als ‘leraarsambtenaar’ werk niks als beleidsmedewerker voortgezet onderwijs bij het Ministerie van OCW en als economie leraar op het Hyperion Lyceum in Amsterdam. Kortom, ik maak de regels waar ik zelf twee dagen in de week gebukt onder ga. Nou ja, ‘gebukt’. Het is bijzonder interessant om eens te kijken wat er nou eigenlijk écht moet in de (verrekte) regelgeving. Er liggen hier namelijk genoeg kansen, zowel voor starters als voor zittende docenten.

6. Teach like a champion 2.0
Hanneke Keeken
CED

Ken jij het boek Teach like a Champion al? Het boek met 62 technieken om leerlingen te laten excelleren mits je als leerkracht werk gaat maken van deze technieken! In deze workshop vertellen we wat Teach voor jou te bieden heeft en laten we je kennis maken met enkele technieken waarmee je meteen in de praktijk aan de slag kan.

7. Binding met de klas: het belang van de relatie
Mohamed Bouzaine
Mohamed Bouziane is stadssocioloog, oud-docent en onderzoeker. Hij heeft enkele jaren lesgegeven aan jongeren met een rugzak. Momenteel zet hij zich vanuit UrbanTQ in bij het opzetten en doorvoeren van professionaliseringstrajecten van docenten die lesgeven in een stedelijke context.

Wijlen Rita Pierson hoorde een collega-docent zeggen: “They don’t pay me to like the kids.” Zij reageerde heel treffend met: “Kids don’t learn from people they don’t like.” Maar wat betekent dit liken concreet als je voor de klas staat en dagelijks te maken hebt met grootstedelijke uitdagingen in een stad als Rotterdam. Alles wat de stad zo mooi maakt: de diversiteit, het dynamische karakter en onze knokmentaliteit bijvoorbeeld, is eveneens waar ook uitdagingen op klasniveau in terug te vinden zijn. Betekent werken vanuit de relatie inleveren op de gestelde normen, en dus buigen zonder je breekpunt te bereiken, of kan het ook anders?
Toen ikzelf voor het eerst voor de klas stond, vond ik het belangrijk om aardig gevonden te worden door mijn studenten, wat ten koste ging van de gestelde (school)regels. Maar was dat wel de juiste benadering; en wat houdt een ‘goede’ relatie hebben met de leerlingen/studenten in? Tijdens deze workshop zal bij deze vragen worden stilgestaan. De relatie-dimensie van het UrbanTQ-model zal centraal staan, en aan de hand van beeldmateriaal zullen wij het belang van deze dimensie concretiseren en voor een deel uitdiepen.
Voor degenen die Rita Pierson (nog) niet kennen of haar TED talk gemist hebben, raad ik ten zeerste aan het volgende filmpje te bekijken.

8. Project Startende Leerkrachten
Liesbeth van Det
PABO Thomas More
Liesbeth vertelt over het programma waarin PABO Thomas More startende leerkrachten van RVKO begeleidt, middels studiemiddagen, intervisiegroepen, coaching e.d.
Zij zal dit doen samen met een aantal starters en zij-instromers.

9. Onderzoekend Lerend leren in je klas (voor iedereen die graag spelenderwijs leert!)
Inge Schilders
Na jaren werkzaam te zijn geweest in het hoger- en basisonderwijs als intern begeleider en leerkracht, ontwikkelt Inge momenteel educatieve concepten, geeft ze spellen en speelgoed uit en begeleidt ze scholen bij gepersonaliseerd en onderzoekend leren. 

Spel, avontuur, contextleren…we onderstrepen allemaal het belang hiervan. Onderzoekend leren is een prachtig middel om kinderen en jongeren te activeren. Ze te laten ontdekken, te leren van vallen en opstaan en op eigen tempo te laten ontwikkelen.
Maar hoe creëer je zelf makkelijk een onderwijssituatie waarin dit nagenoeg vanzelfsprekend plaatsvindt?
En nog belangrijker? Hoe ziet jouw rol als leerkracht eruit? Hoe beweeg jij je door dit levendige verhaal? Zit je, loop je, kijk je, praat je of stel je alleen maar vragen?
Tijdens deze sessie krijgen jullie kort uitleg over de principes van onderzoekend leren. Vervolgens ga je zelf aan de slag met activerende Diepe Denkvragen die aansluiten bij de fasen van onderzoek. Zodat straks niet jij aan het werk gaat, maar het zij!
Van consumeren naar activeren…!

10. Omgaan met agressie in het onderwijs
Roy Berkhout: docent/trainer bij Justitie
Charmila Maassen: Leerkracht groep 6/7, onderwijstrainer en trainingsacteur
Het komt steeds vaker voor onderwijsgevenden te maken krijgen met (verbale) agressie. Kinderen, jongeren, studenten, maar ook ouders worden steeds mondiger. Wij bieden de tools om adequaat te reageren in een dergelijke situatie. Ons uitgangspunt is dat we moeten voorkomen dat iemand (fysiek) agressief wordt. Hoe doe je dat? In deze workshop krijg je informatie over hoe je je leerlingen kunt begrenzen zonder dat er een machtsstrijd ontstaat. Daarnaast komen de verschillende soorten agressie aan bod en de daarbij passende interventies om te voorkomen dat verbale agressie fysiek wordt. Wist je trouwens dat je met de juiste interventies in 97% van de verbale agressie incidenten kunt voorkomen dat men fysieke agressie gaat gebruiken?
En wordt het alsnog fysiek….Wat dan? Ook aan deze vraag wordt een praktische invulling gegeven.

11. Het vinden van een leuke baan van A tot Z
Wendy Dirks en Mariette Grashoff
DIT IS WIJS!
We zullen de avond starten met tips over het vinden van een passende vacature. Welke baan past bij jou en hoe vind je deze?
Als je de perfecte vacature gevonden hebt, wil je natuurlijk dat ze jou kiezen uit alle sollicitanten. Hoe zorg je ervoor dat jouw CV het meeste eruit springt? Tijdens de workshop krijg je praktische tips en gaan we concreet aan de slag met het ontwikkelen van je eigen CV. De training zullen we afsluiten met do’s en don’ts tijdens een sollicitatiegesprek.
Kortom tips van A tot Z om de ultieme baan te vinden!
Verzoek: Om aan de slag te gaan met het ontwikkelen van je eigen CV, zou het fijn zijn als je als deelnemer aan deze workshop je CV mee zou willen nemen op papier.

12. Leerlingen geven les
Inge Spaander
Docent Media en Entertainment, Thorbecke Voortgezet Onderwijs

13. titel en inhoud volgt…
Hugo de Jonge
wethouder onderwijs Rotterdam

 

 


Versterk de positie van de leraar vanuit het team

september 28, 2016

wat-heeft-het-onderwijs-nu-nodig-vinken-via-arjan-via-johan-oostermaj-crsf_3oxeaa_fdu

afbeelding van Hector Giacomelli, gevonden via Ilja Klink

Op zaterdag 17 september verscheen als opiniebijdrage in Trouw een oproep om meer ruimte en autonomie voor docenten. Maandag 26 september deed de Onderwijsraad een vergelijkbare oproep in haar advies Een ander perspectief op professionele ruimte in het onderwijs dat aan de Tweede Kamer gepresenteerd werd. Hieronder de tekst van het begeleidende persbericht van de Onderwijsraad. De oproep steunen kan via deze adhesiebetuiging.

Versterk de positie van de leraar vanuit het team

Het beleid dat de positie van de leraar moet versterken, richt zich te veel op de individuele leraar en er is een neiging om te veel van bovenaf op te leggen. Om de leraar meer zeggenschap te geven over het onderwijs dat hij geeft, moet de samenwerking in en met lerarenteams verbeteren. Dit stelt de raad in het advies Een ander perspectief op professionele ruimte in het onderwijs, dat vanmiddag gepresenteerd wordt aan de Tweede Kamer.  

Leraren vinden nog steeds dat de werkdruk in hun beroep te hoog is en dat ze te weinig zeggenschap hebben over hun werk. Het huidige overheidsbeleid gericht op het verbeteren van ‘professionele ruimte’ is te eenzijdig en helpt onvoldoende. De professionele kwaliteit en expertise van leraren scheppen én vereisen een ruimte die vrij is van invloed van de overheid en ook tot op zekere hoogte, van de hiërarchische (arbeids)relatie met het bevoegd gezag en de schoolleiding. Tegelijkertijd hebben leraren zélf ook een verantwoordelijkheid in het actief creëren en benutten van hun professionele ruimte. Deze ruimte is niet vrijblijvend, maar moet altijd bijdragen aan de onderwijskwaliteit.

Kijk breder naar professionele ruimte

De raad pleit voor een bredere kijk op professionele ruimte: het gaat niet alleen om het versterken van individuele kennis en vaardigheden van de leraar, maar ook om het verbeteren van de conditieswaaronder leraren werken. De raad spreekt daarom liever van ‘handelingsvermogen’. Het vermogen om te handelen wordt groter als drie zaken goed op elkaar zijn afgestemd: competenties (van leraren), structuur en cultuur (van/in de organisatie en daarbuiten).
Om het handelingsvermogen te vergroten, adviseert de raad meer en betere samenwerking in de lerarenteams. Dit vraagt vooral een bijdrage van de school. Scholen kunnen (materiële en immateriële) instrumenten voor teamontwikkeling inzetten om teamprestaties te bevorderen. De overheid kan op dit punt niets voorschrijven en heeft een faciliterende en stimulerende rol. Tot slot vraagt beter samenwerken in teams om specifieke kennis en vaardigheden waaraan de lerarenopleidingen meer aandacht kunnen besteden.

Zet de professional en het team centraal  

Vergroten van het handelingsvermogen vraagt een actievere rol van directeuren, teamleiders en leraren zelf. De raad adviseert om meer gebruik te maken van principes uit de sturingsfilosofie ‘professional governance’. Drijfveren en werkprocessen van leraren(teams) komen zo meer centraal te staan. Vanuit deze filosofie worden bijvoorbeeld de visie en doelen van de school bepaald mét en dóór het team. Een ander voorbeeld is dat de school meer gebruikmaakt van gedeeld leiderschap: in overleg met leraren taken en verantwoordelijkheden beleggen bij teams.


Geef docenten tijd en ruimte

september 19, 2016

wat-heeft-het-onderwijs-nu-nodig-vinken-via-arjan-via-johan-oostermaj-crsf_3oxeaa_fdu

afbeelding van Hector Giacomelli, gevonden via Ilja Klink

Zaterdag schreef ik hier over ‘Wat heeft het onderwijs NU nodig?,’ met een korte toelichting over het ontstaan van de betreffende oproep. Hieronder de bijbehorende volledige tekst zoals zij verscheen als opiniebijdrage in Trouw. Met opnieuw de vraag deze oproep te steunen door de volgende adhesiebetuiging in te vullen. Deel deze oproep met je collega’s en vraag ook hen te tekenen. Er zijn al zeer veel positieve reacties gekomen (de teller staat nu op ruim 1000), ook vanuit de politiek, maar met nog veel meer staan we nog veel sterker.

Trouw zaterdag 17 september 2016

Dinsdag presenteert het kabinet-Rutte II zijn laatste Miljoenennota. De algemene beschouwingen zullen een voorbode vormen van de aankomende verkiezingsdebatten. Zowel de coalitie als de oppositiepartijen hebben onderwijs hoog in het vaandel staan. In de verkiezingsprogramma’s herkennen we de utopische taal van het ministerie van OC&W. Vergezichten in beleidsstukken als ‘Onderwijs2032’ spreken over onderwijs dat ‘aardige, vaardige en waardige burgers’ moet opleveren. Wij leraren roepen de politiek op om nu eerst de randvoorwaarden op orde te maken.

Het ontbreekt ons in de eerste plaats nu al aan genoeg tijd om onze huidige taak goed te doen. In het basisonderwijs worden wij geacht om alles voor te bereiden en te verwerken in amper één uur voor en één uur na schooltijd. In het voortgezet onderwijs krijgen we per les van 50 minuten ongeveer 15 minuten voorbereidingstijd en 15 minuten om op te sparen voor het nakijken. In Nederland geven we per voltijdbaan simpelweg 20 procent meer les dan het Europees gemiddelde.

De Tweede Kamer nam in juni 2016 een motie aan om het aantal lesuren per week met 20 procent terug te brengen tot het Europees gemiddelde. Het is dus niet zo dat we dan in de voorhoede van Europa komen. Toch heeft de regering al ruim voor Prinsjesdag laten weten dat hier geen geld voor is. Beleidsmakers willen graag de onderwijsresultaten spiegelen aan voorbeeldlanden als Finland en Singapore. Maar daar is het aantal lessen per voltijdsbaan fors minder dan het Europees gemiddelde. De politiek gaat er vanuit dat het onderwijs beter wordt van vernieuwing. Geef ons de tijd die we nodig hebben om het onderwijs te verbeteren.

In Nederland is er een grote bestuurslaag in het onderwijs: het ministerie, de inspectie, sectorraden, besturen en een woud aan adviserende en beleidsbepalende stichtingen. Deze bestuurslaag overstelpt ons in het dagelijks werk met opgelegde bestuurlijke ‘onderwijsvisies’. Visies, geschreven door mensen die ver af staan van de werkvloer en menen het onderwijs te
verbeteren door ons die visies op te leggen. Behalve dat het niet productief is, kost het handenvol geld. Er is de afgelopen jaren een enorm gat ontstaan tussen hoeveel geld we per leerling per jaar aan onderwijs uitgeven en hoeveel daarvan op de werkvloer terechtkomt.

Het gebrek aan autonomie is daarmee het tweede verschil met de landen waaraan onze beleidsmakers zich zo graag spiegelen. Het is een onjuiste gedachte dat een grote bestuurlijke ‘kleilaag’ nodig is als controlemechanisme om het onderwijsniveau te bewaken. In de thuiszorg heeft Buurtzorg bewezen dat autonomie op de werkvloer werkt. Ook in het onderwijs is die omslag naar collectieve autonomie nodig: zeggenschap en vertrouwen voor de leraar, zodat we kunnen samenwerken, binnen en buiten school, aan beter onderwijs. Autonomie maakt het onderwijs beter en het beroep van leraar weer aantrekkelijk. Als leraren centraal staan en de professionele ruimte en het vertrouwen krijgen, kunnen we ons werk doen volgens de maatstaven van de beroepsgroep.
Ook de jaarlijkse perikelen rond de Centrale Eindexamens laten zien tot welke problemen het leidt als de politiek kiest voor bureaucratie in plaats van autonomie. Bij de rekentoets en bij de eindtoets in het basisonderwijs zien we vergelijkbare problemen. Daarbij staat de basisschooldocent onder druk door de toetsbatterij van het leerlingvolgsysteem.

Na de algemene beschouwingen begint de verkiezingstijd. Wij als docenten worden opgeroepen om gestalte te geven aan een betere toekomst voor onze kinderen. Ons antwoord is helder: ook wij willen meebouwen aan deze toekomst.We missen echter de oplossingen van de werkelijke problemen van nu. Geef ons ruimte en zeggenschap.

Frans van Haandel, docent wiskunde
Marjolein Zwik, leerkracht basisonderwijs

Steun bovenstaande oproep door de volgende adhesiebetuiging in te vullen. Deel deze oproep met je collega’s en vraag ook hen te tekenen.

De opiniebijdrage is van de volgende 22 leerkrachten en docenten:

Peter Althuizen, docent Klassieke Talen VO
Inge Braam, leerkracht PO
Liesbeth Breek, docent Frans VO
Martin Bootsma, leerkracht PO
Frans Droog, docent Biologie VO
Michelle van Dijk, docent Nederlands VO
Jelmer Evers, docent Geschiedenis VO
Steven Geurts, docent Biologie VO
Frans van Haandel, docent Wiskunde VO
Henk ter Haar, docent Nederlands VO
Ton van Haperen, docent Economie VO
Karin den Heijer, docent Wiskunde VO
Per-Ivar Kloen, docent biologie VO
Arnoud Kuipers, docent Nederlands VO
Wera de Lange, docent Duits, Maatschappij VO
Arjan van der Meij, docent Natuurkunde VO
Bart Ongering, docent Engels VO
Thijs Roovers, leerkracht PO
Jasper Rijpma, docent Geschiedenis VO
Mark van der Veen, docent PO
Dick van der Wateren, docent Natuurkunde VO
Marjolein Zwik, leerkracht PO


Wat heeft het onderwijs NU nodig?

september 17, 2016

wat-heeft-het-onderwijs-nu-nodig-vinken-via-arjan-via-johan-oostermaj-crsf_3oxeaa_fdu

Zaterdag 17 september verscheen in dagblad TROUW een opiniestuk over onderwijs, onder de titel ‘Geef docenten tijd en ruimte.’ Er staan twee namen onder het artikel, omdat dit er niet meer mochten zijn. Het stuk is ontstaan door het samenkomen van een zestal leerkrachten en docenten, die op zoek zijn gegaan naar de overeenkomsten in hun visie en niet naar de ook duidelijk aanwezige verschillen. Na veel heen-en-weer getweet en uitwisselingen op blogs en mailwisselingen bleek één gezamenlijk etentje voldoende om tot een aantal essentiële punten te komen en deze in twee acties om te zetten. Een oproep en een opiniestuk.

Aan de basis van het opiniestuk in TROUW ligt een eerder deze week geschreven, iets uitgebreidere oproep, met als titel ‘Wat heeft het onderwijs NU nodig?’. Deze oproep zal vandaag en de komende dagen op verschillende blogs verschijnen, al dan niet voorzien van een persoonlijke toelichting. De oproep is ondertekend door 22 leerkrachten en docenten.

Ik doe graag, op veel plaatsen en vanuit een positieve houding mee aan de verbetering van het onderwijs dat wij onze leerlingen nu en in de toekomst kunnen bieden. Ik zie de ruimte die Onderwijs2032 biedt en wil deze graag benutten en zinvol in gaan vullen. Vanuit de kracht geboden door de overeenkomsten tussen de visies en wensen van leerkrachten en docenten en met respect voor de verschillen. Vandaar dat ik deze oproep ook op mijn blog deel. Als een van de zes die samen aten.

Hieronder de volledige tekst van de oproep, die de basis vormde voor het breder getrokken opiniestuk in TROUW. Ben je het eens met deze tekst dan kun je de oproep ondersteunen. Je kunt ook je stem laten horen op een van de bijeenkomsten die in het kader van de verdiepingsfase van Onderwijs2032 over de toekomst van ons onderwijs worden belegd. 

Wat heeft het onderwijs NU nodig?

Randvoorwaarden voor de verdieping van Onderwijs2032

Er wordt veel gepraat en geschreven over het onderwijs. Zaken als het lerarentekort en de problemen in het rekenonderwijs drukken ons met de neus op de feiten. Wat heeft het onderwijs nodig om de problemen de baas te worden en met vertrouwen toekomstgericht te zijn? ‘Ons Onderwijs2032’, ook wel het Rapport Schnabel genoemd, is een poging om het onderwijs aan te passen aan de eisen die de maatschappij in deze tijd stelt. Wij stellen vast dat een aantal belangrijke elementen nog aan het voorstel ontbreken. 

Als individuele docenten met verschillende visies heeft ieder van ons zich actief met dat debat bemoeid. Voor buitenstaanders, en soms ook voor onszelf, leek het alsof onze individuele ideeën en oplossingen heel ver uit elkaar lagen. Er wordt dan snel geconcludeerd: ‘zoveel docenten, zoveel verschillende meningen, we moeten toch verder.’ Wij zijn bij elkaar gaan zitten en het bleek anders te zijn. We zijn het juist eens over wat praktisch en concreet moet veranderen om de problemen de baas te worden en toekomstgericht te zijn. Echter, deze concrete en praktische oplossingen missen we in het eindrapport Onderwijs2032. 

Om die discussie goed te voeren, waarbij we er zeker van zijn dat iedereen weet waarover het gaat en dezelfde taal spreekt, moet aan een aantal randvoorwaarden worden voldaan. Het gevaar is anders groot dat een nieuw curriculum wordt ontwikkeld door enkele oncontroleerbare instituten (bijvoorbeeld SLO en Cito) en niet door degenen die het curriculum uiteindelijk moeten uitvoeren, namelijk de leraren zelf.

Twee dingen moeten dan ook NU dringend worden aangepakt, wil er überhaupt sprake zijn van ‘het uitwerken van een nieuw curriculum’ en ‘meer verplichte verdieping en verbreding.’ Grote ambities in abstracte termen zonder oog voor de noodzakelijke randvoorwaarden hebben in het verleden al genoeg tot grote problemen geleid, zoals genoemd in het parlementair onderzoek onderwijsvernieuwingen. We kunnen dat alleen doorbreken als de politiek werkelijk lessen trekt uit de aanbevelingen van deze ‘commissie Dijsselbloem’. De twee zaken die daadwerkelijk NU aangepakt moeten worden zijn tijd en autonomie. Wij willen dat de politiek nu even rust inlast en concrete maatregelen neemt die de beroepsgroep de tijd geeft te gaan werken aan vernieuwing.

Tijd 

Het ontbreekt ons aan genoeg tijd. In het basisonderwijs worden wij geacht om alles voor te bereiden en te verwerken in amper één uur voor en één uur na schooltijd. In het voortgezet onderwijs krijgen we per les van 50 minuten ongeveer 15 minuten voorbereidingstijd en 15 minuten om op te sparen voor nakijktijd. In Nederland geven we per voltijdsbaan simpelweg 20% meer les dan het Europees gemiddelde.

De Tweede Kamer nam in juni 2016 een motie aan om het gemiddeld aantal lesuren per week met 20% terug te brengen tot het gemiddelde van Europa. Het is dus niet zo dat we dan in de voorhoede van Europa komen. Toch heeft de regering al gezegd dat het geld kost en dat dit geld er niet is. Beleidsmakers willen graag de onderwijsresultaten spiegelen aan voorbeeldlanden als Finland en Singapore. Maar daar is het aantal lessen per voltijdsbaan fors minder dan het Europees gemiddelde. Onderwijs2032 gaat er vanuit dat het onderwijs beter wordt van vernieuwing. Het is een utopische visie dat we nog meer kunnen doen. Docenten hebben nu al fors te weinig tijd.

Autonomie 

In Nederland is er een grote bestuurslaag in het onderwijs: het ministerie, de inspectie, sectorraden, besturen en een woud aan adviserende en beleidsbepalende stichtingen. Deze bestuurslaag overstelpt ons in ons dagelijks werk met opgelegde bestuurlijke ‘onderwijsvisies’. Visies, geschreven door mensen die heel ver af staan van de werkvloer en menen het onderwijs te verbeteren door ons die visies op te leggen. Ze zeggen ons niet alleen wat we moeten doen maar vooral ook hoe. Als het niet het gewenste resultaat gaf, dan lag het aan de docent die het niet goed uitvoerde. Ook in de rekendiscussie is dat het geijkte antwoord om de vernieuwing door te zetten terwijl die averechts werkt. Behalve dat het niet productief is, kost het ook handenvol geld. Er is de afgelopen jaren een enorme kloof ontstaan tussen hoeveel geld we per leerling per jaar aan onderwijs uitgeven en hoeveel daarvan op de werkvloer terechtkomt.

Autonomie is het tweede verschil met de landen waaraan onze beleidsmakers zich zo graag spiegelen. Geef de beroepsgroep van docenten de professionele ruimte. Het is een onjuiste gedachte dat een grote bestuurlijke ‘kleilaag’ nodig is als controlemechanisme om het onderwijsniveau te bewaken. In de thuiszorg heeft Buurtzorg bewezen dat autonomie op de werkvloer werkt. Ook in het onderwijs is die omslag nodig. Daarvoor is collectieve autonomie nodig: autonomie voor de beroepsgroep zodat we kunnen samenwerken, binnen en buiten school, aan beter onderwijs. Een uitwerking hiervan is te vinden in ‘Het Alternatief’.

Autonomie maakt het onderwijs beter en het beroep van leraar weer aantrekkelijk. Als leraren centraal staan en de professionele ruimte en het vertrouwen krijgen, kunnen we ons werk doen volgens de maatstaven van de beroepsgroep. Ook de jaarlijks terugkerende perikelen rond de Centrale Examens laten zien dat de ruimte voor het ‘wat en hoe’ voor ons als beroepsgroep te beperkt is. Bij de rekentoets en bij de eindtoets van het basisonderwijs zien we vergelijkbare problemen. Daarbij staat de basisschooldocent onder druk door de toetsbatterij van het leerlingvolgsysteem.

Oproep 

We zitten nu in de ‘verdiepingsfase’ van Onderwijs2032. Wij als docenten worden opgeroepen om aan te geven of Onderwijs2032 de juiste richting is en of we er invulling aan kunnen geven. Ons antwoord is helder: we missen de oplossingen van de werkelijke problemen van nu. Geef ons tijd en autonomie. Het heeft geen zin om te filosoferen over abstracties als ‘onderwijs dat leerlingen beter begeleidt in hun ontwikkeling tot volwassenen die vaardig, aardig en waardig zijn’ als de randvoorwaarden niet op orde zijn.

Daarom onze oproep aan de politiek: Zorg NU voor tijd en autonomie voor werkelijke verbetering van het onderwijs. Dat zal ons als beroepsgroep de noodzakelijke ruimte geven om verder te praten over vernieuwing. Collega docenten: laat uw stem horen en onderschrijf deze oproep!

De oproep delen met collega’s kan via deze printversie. De oproep ondertekenen kan via dit formulier. Reacties worden gewaardeerd en kunnen onder dit blog worden geplaatst.

Peter Althuizen, docent Klassieke Talen VO
Inge Braam, leerkracht PO
Liesbeth Breek, docent Frans VO
Martin Bootsma, leerkracht PO
Frans Droog, docent Biologie VO
Michelle van Dijk, docent Nederlands VO
Jelmer Evers, docent Geschiedenis VO
Steven Geurts, docent Biologie VO
Frans van Haandel, docent Wiskunde VO
Henk ter Haar, docent Nederlands VO
Ton van Haperen, docent Economie VO
Karin den Heijer, docent Wiskunde VO
Per-Ivar Kloen, docent biologie VO
Arnoud Kuipers, docent Nederlands VO
Wera de Lange, docent Duits, Maatschappij VO
Arjan van der Meij, docent Natuurkunde VO
Bart Ongering, docent Engels VO
Thijs Roovers, leerkracht PO
Jasper Rijpma, docent Geschiedenis VO
Mark van der Veen, docent PO
Dick van der Wateren, docent Natuurkunde VO
Marjolein Zwik, leerkracht PO

 


MeetUp010 baart MeetUp020

juli 19, 2016

Meet010 logo cropped-SCN_0015-website

Ik schreef hier een aantal dagen geleden een post over het succes dat MeetUp010 afgelopen schooljaar heeft mogen beleven. Ook voor komend schooljaar staan er al weer een aantal mooie, gevarieerde bijeenkomsten gepland. Een van de succesfactoren is in mijn ogen de kracht van het regionaal georganiseerd zijn van MeetUp010. De bijeenkomsten zijn voor iedereen open, maar zijn bewust vooral gericht op het onderwijs en zijn betrokkenen in Rotterdam. De organisatoren komen zelf ook vrijwel allemaal uit Rotterdam of de directe omgeving en zijn daar ook werkzaam. De belemmerende factor (reis)tijd, een kostbaar goed in het onderwijs, wordt hiermee tot een minimum beperkt. Ook zijn de netwerken die nodig zijn voor de organisatie sterk en de lijnen kort.

De post over het succes van MeetUp010 is niet onopgemerkt gebleven en heeft onder andere geleidt tot de oprichting van MeetUp020:

MeetUp020 logo H4n_Jox5_400x400

Verbinden, delen en van en met elkaar leren in het Amsterdamse onderwijs. PO, VO, MBO & HBO. We zijn nog in oprichting. Meetup020@gmail.com als je wil meedoen.

Binnen één dag waren er, na bovenstaande oproep van Sander Claassen @sndrclsn op twitter, al zeven collega’s die willen meehelpen organiseren en zijn er inmiddels 4o volgers.

Gaat er ook een MeetUp030 komen?

Die is er al 😄, alleen heet die anders, namelijk Onderwijs Netwerk 030, ofwel @ON030. Ook zij organiseren MeetUps:

Onderwijs Netwerk regio Utrecht / van en met elkaar leren over onderwijs / open en voor iedereen / MeetUps organiseren en delen met 

ON030 logo 9V-IX65u_400x400

Gaan er komend schooljaar meer MeetUp0x0’s komen?

Mijn verwachting en hoop is van wel. Mocht je interesse hebben dan zijn de mensen van MeetUp010 altijd bereid tips te geven en je kunt hiervoor altijd contact met hen opnemen.

Charlie Hebdo Meetup010 Meetup050 2016-01-07_1828

Hier alvast een aantal tips, uit de werkwijze en ervaringen van MeetUp010:

  • betrek in de organisatie mensen uit verschillende stromen: PO, VO, MBO, HBO, dit vergroot de netwerken
  • maak een whatsapp of slack groep aan voor overleg, dit scheelt veel tijd
  • maak een lijstje en kom als organisatie bij elkaar tijdens een etentje om keuzes te bespreken, wie er bij kan zijn doet mee
  • organiseer gewoon die eerste bijeenkomst, het is nooit perfect
  • bepaal een onderwerp
  • bepaal een datum
  • zoek een locatie, bij voorkeur een school die het initiatief steunt
  • laat een kleine groep de leiding nemen bij de organisatie, gaat veel sneller en vergroot betrokkenheid
  • maak de bijeenkomsten interactief en laagdrempelig, geen lange verhalen van experts
  • plan tijd en ruimte in voor informeel overleg, voor en na de bijeenkomst
  • zet je netwerken in om de MeetUp onder de aandacht te brengen
  • probeer (overkoepelende) schoolbesturen te betrekken, dit maakt het gemakkelijker bekendheid te genereren buiten het eigen en sociale media circuit
  • laat je verrassen door alle positieve reacties en medewerking die je zult gaan krijgen

Alle reacties, opmerkingen en vragen zijn als altijd welkom. Delen is altijd fijn.


Maatwerk of standaard?

april 28, 2016

Standaard of maatwerk klompen One-Size-Does-Not-Fit-All

Het verhaal van een vader die voor het eerst in zijn leven opgeroepen wordt om op school te verschijnen. Het verhaal van een Amerikaanse vader, die opstaat voor zijn dochter. Een verhaal over voldoen aan de standaard of maatwerk zien. Een verhaal dat als overdreven kan worden afgedaan of als extrapolatie van dagelijkse praktijken. Ik vond het de moeite van het vertalen waard.

“Uw dochter verstoorde de les”.

Het was als een pijl door mijn hart. Ik keek naar haar. Er waren sporen van tranen in haar gezicht. Ze keek naar haar schoenen. Ze begon zachtjes te huilen. De directeur ging verder met zijn monotone veroordeling, terwijl ik naar mijn dochter liep, naast haar knielde en haar omhelsde.

“Meneer T, dat is echt niet gepast…”

Ik negeerde hem. “Is alles goed?”, vroeg ik haar. Ze keek naar me, knikte, probeerde haar huilen te smoren.

“Wat is er gebeurd?”, was de simpele vraag die ik stelde aan de directeur, met moeite mijn superkracht om in zijn hoofd te kijken onderdrukkend.

“Uw dochter probeerde haar wiskunde leraar te verbeteren. De leraar legde uit dat zij het verkeerd zag, maar zij bleef volhouden dat ze gelijk had”.

Ik lachte.

Ik wist dat zij gelijk had en de leraar niet. Ik kon niet wachten om het te horen.

“Wat was de vraag?”, vroeg ik de directeur, die op het punt stond mijn gelach te pareren.

De leraar was ook aanwezig en sprak. “De vraag was, wat is het grootste getal dat met 3 cijfers weergegeven kan worden. Ik zei dat dit 999 was, uw dochter was het hier niet mee eens”.

Op dat moment dacht ik, ‘Oh-oh, WTF was zij aan het denken?’

Toen sprak mijn dochter, boosheid doorklinkend in haar stem, “O ja? Vertel mij dan wat 9 tot de 9e tot de 9e is dan?”

Tring! Ze had gelijk! Goed gelezen wordt er niet gevraagd naar het grootste 3-cijferige getal, wat door mijn hoofd ging toen ik de vraag hoorde. De vraag was een getal te verzinnen bestaande uit 3 cijfers, dus exponenten waren niet uitgesloten.

Ik keek naar haar en glimlachte en zei, “Top! Je hebt 100% gelijk!.” Ik gaf haar een high-five. Ze glimlachte. Toen kwamen er wat tranen van vreugde terwijl ze lachte. Ze wist dat ik haar steunde.

“En? Wat zeggen jullie nu?,” vroeg ik, terwijl ik opstond.

“Dat is niet het juiste antwoord,” hield de directeur vol.

“Echt wel!,” was mijn reactie.

“We hebben exponenten nog niet behandeld,” voegde de leraar toe.

En zo ging het door. Een half uur lang toonde ik hen de hel. Ik vroeg om een compromis. Het antwoord van mijn dochter zou niet fout gerekend worden, door de onduidelijkheid in de vraag. Ik zou niet aandringen op het fout rekenen van de antwoorden van alle andere kinderen, omdat exponenten nog niet behandeld waren.

“U begrijpt het niet,” zei de directeur. “Dit is een gestandaardiseerde, nationale toets. Wij kunnen haar cijfer niet aanpassen.”

Toen vroeg ik hen om haar ‘echte cijfer’ op haar uiteindelijke rapport te vermelden. Zij weigerden. Dat maakte mij boos.

Het is namelijk zo dat mijn dochter, al vijf jaar achter elkaar, hetzelfde cijfer heeft voor wiskunde: een 10. Ze haalde een 10 op elke toets die ze maakte. Ze heeft een unieke geest.

Vier jaar later werd ik opnieuw bij een wiskunde leraar opgeroepen. Deze keer was het voor geometrie. De leraar had uitgelegd dat driehoeken altijd gezamenlijk 180 graden zijn, altijd. Mijn dochter dacht daar een paar minuten over na, stak haar hand op en zei, “ik weet hoe je de drie hoeken van een driehoek tot 270 graden kunt laten optellen.”

En dat deed ze. Alles wat ze hiervoor nodig had was naar de globe in de hoek van het klaslokaal kijken. Toen de leraar zei dat het ‘onmogelijk’ was om een driehoek te maken die tot 270 graden optelde, corrigeerde ze hem met een een ongelofelijk voorbeeld. Wanneer je een driehoek tekent op een globe, met elke hoek 90 graden, kun je de Noordpool verbinden met de evenaar, de lijn van de evenaar kan dan 90 graden om de globe gaan, de Noordpool kan dan via een lijn met een hoek van 90 graden deze lijn ontmoeten. Driehoeken op gebogen oppervlakken kunnen opgeteld meer, of minder, dan 180 graden zijn, afhankelijk van de convexiteit of concaviteit van het oppervlakte.

In dit tweede voorbeeld belde de leraar mij om mij te feliciteren met het opvoeden van een zo briljant dochter. Terug naar het eerst voorbeeld…

Het echte gevecht begon toen ik thuiskwam. Ik zocht de formele procedure op hoe een onafhankelijke derde partij in te schakelen bij een verschil van mening over een nationale examenvraag. Dit was veel werk. Ik ontmoette de rector van de scholen, die de directeur belde, die de wiskunde docent meebracht naar een volgende bijeenkomst. Deze in de provinciale hoofdstad.

Hun gezichten waren niet langer zelfverzekerd en arrogant toen ik de kamer binnenliep. Integendeel, ik voelde angst. Echte angst. Zij zagen wit als geesten.

De toon was geciviliseerd. De leraar begon met ingestudeerd verhaal over hoe briljant mijn dochter is, en kwam vervolgens met het onvermijdbare: “…maar…”

De rector knikte.

“Meneer T, de enige manier waarop ik Uw dochter punten kan geven voor dat ene antwoord,” (en hij benadrukte heel duidelijk dat woordje ene) “is naar de nationale organisatie voor onderwijs gaan en voor iedereen die de test heeft gemaakt hun antwoord fout laten rekenen.”

Verbazingwekkend voor mij, dacht hij dat mij dit zou doen terugtrekken.

“Ok. Doe dat.”

De drie aanwezigen. al half opstaand van hun stoelen bevroren voor een moment.

“Excuseer?,” zei de rector.

“Ik zei, doe het. Zoals in, zorg dat het gebeurt. Zoals in, onderneem de benodigde actie.”

Zij gingen weer zitten. Een uur lang probeerden zij mij te overtuigen. Uiteindelijk, kwamen er compromissen. Mijn dochter zou een score van 10 ontvangen, de anderen zouden geen puntenvermindering krijgen. Tenslotte, het was nu twee maanden later, enz. enz. enz.

“Nee. Ik gaf jullie deze mogelijkheid en jullie wezen hem af. Ik wil dat in elk examen in het land dat 999 als antwoord heeft dit wordt fout gerekend.”

Er was een advocaat nodig en drie maand, maar het resultaat kwam er. Mijn dochter scoorde als enige een 10 op dat examen, niet alleen in haar klas, maar in het hele land.

Het maakte mij niet uit wat het kostte. Het maakte mij niet hoeveelheid moeite het nam. Het maakte mij niet dat een volledig ministerie duizenden uren extra werk kreeg om tot uitvoering over te gaan.

Ik gaf om een individu die de de mogelijkheid had de geest van mijn dochter te vormen en haar had laten huilen toen zij gelijk had en hij wist dat zij gelijk had. Dit had zo veel beter afgehandeld kunnen worden door de bazen die beschikken.

Vergeet voor een moment dat het mijn dochter was. Het echte trieste is, zien hoe een unieke geest mishandeld wordt om het briljant zijn. Hoe vaak gebeurt een vergelijkbaar iets in ons land, in de wereld. Hoeveel leraren smoren de zachte roep van briljante leerlingen die verlegen achter in de klas zitten?

Mijn dochter is nu eerstejaars op de universiteit. Ik vocht hard voor hard en zal dit blijven doen. Ik herinner haar vaak aan een quote van Samuel Clemens, beter bekend als Mark Twain.

“I never let schooling interfere with my education.”

Laat de standaard nooit in de weg staan bij het onderwijs van (jouw) kinderen.

Large Group of Multiethnic People with Speech Bubbles

Bron: http://architectureandengineering.ws/2016/03/19/number-you-can-represent-with-3-digits/

 


26 letters die lesvrijeperiode spellen

april 27, 2016
26 letters life ello-optimized-c7d07c0f

By @maurogatti

Het is momenteel vakantie lesvrijeperiode. Wat doet een docent dan? Een schilderijtje in 26 letters.

1. Achterstallige administratie

Er blijft nog wel eens wat liggen, privé en voor school. Dingen die niet direct hoeven, die in steeds grotere mate zodra deze periode nadert ‘nog wel even kunnen wachten’ tot de lesvrije periode. Nu dus.

2. Auto APK

De auto is nodig om bij school te komen. Nu kan het even zonder. Al jaren zo. Voel alleen tijdens het rijden weer niet dat hij 1000 euro meer is waard geworden.

3. Agenda aanvullen

Wat gaat er in periode 4 allemaal aanvangen en eindigen? Wat ‘moet’ er en wat is optioneel? Wat wil ik gaan doen en waar heb ik ruimte voor, of kan ik die maken?

4. Blij bijkomen

Die eerste dag. Wat zal ik gaan doen? Er is van alles te doen en ik mag kiezen. Ik doe dan niks. Ik kom blij bij.

5. Bestellingen bevestigen

Er is toestemming binnen voor aangevraagde materialen om nieuwe practica mee te kunnen doen. Bestellen dus, wel even alles goed controleren, voor we op de knop gaan drukken.

6. Dunnere druk

Even geen 205 leerlingen die in groepen van 25 tot 30 langskomen en iets van jou verwachten. En dat terecht doen. Even geen deadlines voor toetsen of herkansingen. Even geen gesprekken.

7. Excursies effectueren

Gesproken met schoolleiding en sectie en afspraken gemaakt over mooie activiteiten voor onze leerlingen. Nog wel even de details regelen, de datum, de begeleiders, de bus, het museum, de lesuitval. Dat soort dingetjes.

8. Geen geluid

Even geen leerlingen die in groepen van 25 tot 30 bij elkaar komen in jouw lokaal en juist daar elkaar moeten vertellen wat zij elkaar moeten vertellen. Even geen 800 leerlingen in een aula die noodgedwongen boven elkaar moeten uitschreeuwen omdat er ergens een is die niet snapt dat zacht praten ook kan.

9. Heimelijk hopen

Dat de volgende periode iedereen rekent houdt met ieder ander. Dat de volgende periode iedereen echt zijn best doet. Dat de volgende periode iedereen ziet dat iedereen zijn best doet. Dat de volgende periode minder tijd verloren gaat aan repareren.

10. Inschrijvingen indienen

Er gebeurt zoveel moois op het gebied van onderwijs. Activiteiten van The Crowd, bijeenkomsten van MeetUp010, onderwijsavonden van HetKind, aanvragen van Kennisnet, Vodafone, het AOB. Ik schrijf er in voor een paar, allemaal is niet te doen, les geven blijft de essentie.

11. Kappertje knip

De haren worden zo eens in de 8-9 weken geknipt. Daarvoor is een lesvrijeperiode dus uitermate geknipt.

12. Lekker laden

Lezen en luisteren, zien en voelen, meer input dan output, de batterij andersom.

13. Lessen leven geven

Er is het boek. Er is het opdrachtenboek. Er is het antwoordenboek. Er is ook het leren, niet altijd te vangen in boeken. Lessen voorbereiden dus, lessen levend maken.

14. Nachtelijk Netflixxen

Als het zo uitkomt een film of serie gewoon even afkijken. Dat kan deze week. Vaak wint de slaap het. BAM! Er zit dan nu ook een barst in de iPad mini 😢

15. Onvermijdelijk opruimen

Van alles heeft zich op onopvallende wijze opgestapeld op het bureau, in de kamer, in de tuin, op de zolder (“even weggelegd”). Altijd te weinig 😜.

16. Prachtige plannen

Al het lezen en laden en wandelen en rust leiden tot prachtige plannen. Een deel belandt in de agenda, een deel in de studiewijzers, een deel in de map prachtige plannen.

17. Relatieve rust

Niet elke 45 minuten een bel. Geen agenda vol van 08.15 uur tot 20.15 uur.

18. Slapen slapen

Slapen. Iets meer dan gewoonlijk.

19. Tandje trager

Het hoeft even niet meer allemaal zo snel, dat is best lekker wel. Zelfs de trap op en neer duurt wat langer.

20. Toetsen testen

Toetsen worden gemaakt en besproken. Daarna vaak vergeten. Dat is jammer. Wat is er geleerd van de toetsen? Door mij en door mijn leerlingen? Waar kunnen zij anders zodat zij beter zijn? Tijdrovend en nuttig werk.

21. Vrolijke voorbereidingen

Verzinnen van lessen met fijne vormen en grappen en kwisjes met humor. Lachen tijdens het verzinnen, schrappen of toch niet? Waar liggen grenzen? Liggen die van mij toch iets verder?

22. Viervoeters verwennen

Na elke lesdag word ik door mijn viervoeters vrolijk verwelkomd. Ik geef ze veel terug. Deze periode nog wat meer. Wie geef jij wat meer terug als je wat meer tijd hebt?

23. Wekkerloos wakker

Meer nog dan anders, vaak ietsje later.

24. Weiniger wachten.

Op collega’s die te laat komen bij een vergadering, of in een rijtje bij de kopieermachine. Of in de file.

25. Zomerse zotheid

Die bewaren we tot de zomervakantie, de enige lesvrijeperiode die ook echt vakantie is 😄.

26. Zo! Zomaar.

Een lijstje. Wat vind jij?

 

PS: in de lesvrijeperiode mag de docent een beetje vals spelen met zijn 26 letters!


%d bloggers liken dit: