Google Collecties

mei 5, 2015

Blogpost Google Collections CollectionsGoogle

Google+ is vandaag gestart met een nieuw onderdeel: Google+ Collecties. Google beschrijft het zelf als een nieuwe manier om posts te organiseren. Met Collecties kunnen borden worden gemaakt waarop afbeeldingen, video’s and andere content rondom een bepaald thema kunnen worden verzameld. Het lijkt erg op het inmiddels zeer populaire Pinterest. Gebruikers kunnen meerdere collecties aanmaken en openbare collecties volgen waarin zij geïnteresseerd zijn. Collecties zijn nu te gebruiken op het web en op Android en binnenkort zullen iOS versies volgen.

Een kort overzicht van de eigenschappen van  Collecties.
– Collecties zijn gelinkt aan het account van de maker. Ze zijn zichtbaar via een tab op je profiel.
– Mensen die jou volgen, volgen automatisch al jouw Collecties.
– Het is mogelijk individuele Collecties te volgen. Nieuwe bijdragen op Collecties die je volgt verschijnen in je eigen tijdlijn.
– Er is een (vooralsnog onbekende) limiet aan het aantal Collecties dat je kunt maken.
– De eigenaar van een Collectie kan zien wie deze Collecties volgt.
– Je kunt op je Google+ profiel aangeven of zichtbaar is welke Collecties jij volgt.
– Je kunt beperken wie jouw Collectie kan zien. Dit kan handig zijn als je iets alleen met familie of vrienden wil delen.

Voorbeelden en inspiratie zijn te vinden op de Featured Collections page.

Ik heb het even uitgeprobeerd en het is erg overzichtelijk en eenvoudig hoe items aan een Collectie kunnen worden toegevoegd.

Blogpost Google Collections 2015-05-05_1037

Mijn eigen eerste voorbeeld is hier te vinden.

Google+ blijft een van de sociale media die ik zelf het minst gebruik en ik betwijfel of mijn gebruik door Collecties zal gaan toenemen. Maar het zou zomaar kunnen. Voor mensen die Google+ wel veel gebruiken is het een welkome aanvulling, organisatie op interesse is altijd handig. Voor het onderwijs blijft de leeftijdslimiet die Google+ hanteert, 13+, mogelijk een horde.


Het gaat niet om ICT, het gaat om D

april 29, 2015

Keep calm and flip your class

Alweer een aantal jaar maak ik bij mijn lesgeven gebruikt van Flipping the Classroom, ofwel Flip de Klas. Leerlingen krijgen de informatie voorafgaand aan de les aangeboden via een video of een animatie of een te bestuderen bron. Vervolgens hebben we in de les meer tijd voor vragen, verdieping, interacties.

Regelmatig geef ik workshops over hoe dit voor mij in de praktijk werkt.

Regelmatig krijg ik tijdens deze workshops vragen. En sommige vragen komen regelmatig terug.

Lang daarvoor al maakte ik en nog steeds maak ik bij mijn lesgeven gebruik van de T die hoort achter IC. De vorm van die T is in die tijd veranderd. Van rekenmachine naar PC, van ‘op de computer’ naar online, van vast naar mobiel. Van krijtbord naar overheadprojector naar whitebord naar digibord.

Regelmatig geef ik workshops over hoe dit voor mij in de praktijk werkt.

Regelmatig krijg ik tijdens deze workshops vragen. En sommige vragen komen regelmatig terug.

De I is in die tijd langzaam veranderd voor mijn vak. En daar wil ik op kunnen inspelen. De C is ook veranderd, door die veranderde T heb ik meer mogelijkheden tot C. En hebben dus ook mijn leerlingen meer mogelijkheden. En dus gebruik ik de T, voor betere C, met als doel diepere en meer beklijvende I bij mijn leerlingen. En als doel mijn leerlingen de vaardigheid bij te brengen zelf T en C meer en meer te kunnen gaan gebruiken voor hun I. Op  de school waar ze nu zitten, op de school waar ze hierna naar toe gaan, maar vooral op de plaatsen waar ze vervolgens naar toe gaan.

Eén van de vragen die ik regelmatig krijg is:

hoe weet je dat leerlingen die video’s wel kijken?

En de oplossing hiervoor heeft niets met T te maken, maar is wel met T op te lossen.

De vraag zou in het pre-T tijdperk als volgt geformuleerd zijn: hoe weet je dat leerlingen opletten?

En de oplossing hiervoor heeft niets met pre-T te maken, maar is wel met pre-T op te lossen.

Het antwoord is gebruik maken van D.

Het antwoord is in beide gevallen hetzelfde:

door vragen te stellen!

Tegenwoordig kun je die vragen stellen met behulp van T. Zodat je de antwoorden zelf ook hebt vóór de les.

Dit kan bijvoorbeeld in onderstaande vorm, die een van mijn standaarden is, maar die natuurlijk vele varianten kent.

Lever op de dag vóór de les digitaal het antwoord in op de volgende vragen:

– Noem drie begrippen uit de video die je al kende, en geef de betekenis van deze begrippen

– Noem drie begrippen uit de video die je nieuw geleerd hebt, en geeft de betekenis van deze begrippen

– Noem drie begrippen uit de video waar je meer over zou willen leren

Een andere vorm die ik standaard gebruik bij het inleveren van digitale opdrachten is de volgende:

Geef bij het inleveren van deze opdracht aan of je:

A. Alles begrepen hebt

B. Nog vragen hebt. Zo ja, voeg deze toe.

En de antwoorden op deze vragen kan ik als docent gebruiken om de inhoud van mijn les (mede) te bepalen. En als ik wil kan ik zien wie wel en niet naar de video of animatie of bron gekeken heeft. Maar na een tijdje blijkt dit niet meer nodig.

Het gaat niet om de ICT. Het gaat niet om de T.

Het gaat om de D.

Het gaat niet om de video.

Het gaat om de didactiek.


Personaliseren in de praktijk

januari 31, 2015

Er wordt binnen het onderwijs momenteel veel gesproken over ‘personaliseren’. Dit zou de richting moeten zijn die het onderwijs op zou moeten gaan. Maar dat valt nog niet mee om te organiseren.

Personaliseren kan op verschillende manieren worden opgevat.
1. Iedere leerling gaat op zijn eigen manier door dezelfde stof.
2. Niet iedere leerling krijgt dezelfde stof.

Een van de manieren om personaliseren op manier twee te organiseren is op hetzelfde moment in het rooster verschillende activiteiten aan te bieden, die niet langer klas- of vakgebonden zijn.

Kan dat? Ja, dat kan en het valt best wel mee om dit voor elkaar te krijgen.

Ik werk op het Wolfert Lyceum, een Daltonschool. Dit betekent o.a. dat er Daltonuren zijn, waarbij de leerling zelf kan kiezen bij welke vakdocent hij zich inschrijft. Deze uren staan in het rooster op het 4e of 5e lesuur en het aantal varieert per leerlaag van 4 tot 7 per week.
Op andere scholen bestaan soortgelijke constructies en die heten dan vaak iets in de trant van KWT (keuzewerktijd) of X-uren (waarbij X de naam van de school is).

Tijdens deze Daltonuren worden er op onze school sinds drie jaar naast de vaklessen ook een grote variatie aan verbredings- en verdiepingslessen aangeboden. En deze variatie wordt steeds groter. Steeds meer docenten bieden modules aan binnen het VVV-uren concept. VVV staat hierbij voor Verbreding – Verdieping- Verbetering. Wanneer het nodig is voor een leerling om zich voor een vak te verbeteren dan wordt hij hier door de mentor, de vakdocent of door zichzelf bij aangemeld. Is dit niet noodzakelijk dan mag hij kiezen uit het aangeboden pakket.

Voor deze periode, periode 3 in schooljaar 2014-2015, is er voor onze leerlingen een keuze uit 27 modules! Het totaal aantal ontwikkelde modules ligt inmiddels ruim boven de 50!
De leerlingen kunnen hun keuze maken via de beschrijvingen van de modules op de hiervoor speciaal aangemaakte website. Zij schrijven zich vervolgens in via de ELO binnen Magister.

Dit alles is mogelijk doordat collega’s op mijn school het eens zijn over het feit dat leren voor leerlingen niet altijd gevat kan worden in de standaardvakken. Het is mogelijk doordat zij bereid zijn al deze modules te ontwikkelen. Het is mogelijk doordat zij ervaren dat leerlingen iets leren dat niet aan een standaardvak is gebonden heel verrijkend is. Niet alleen voor de leerlingen, maar ook voor hen. Lesgeven wordt gewoon nog leuker!
Ik wil hen daarvoor ongelofelijk bedanken. En ik weet vrijwel zeker dat ik dat ook namens onze leerlingen mag doen. De weg naar wat we nu bereikt hebben was niet altijd even goed zichtbaar, en niet altijd voor iedereen even plezierig om af te leggen, maar dat het de goede weg is zijn we langzamerhand gaan voelen en zijn we inmiddels hartgrondig met elkaar eens.

 

 


Een bericht aan alle leerlingen (en ouders)

oktober 21, 2014

stick_figures_teacher_to_students

WhatsApp voor het onderwijs

“Wat zou het toch handig zijn om in één klap een hele klas een sms te kunnen sturen. Of een sms aan alle ouders. Een laatste wijziging in het rooster, een herinnering aan een afspraak, een toevoeging aan een les, de laatste details van een excursie. Vul zelf maar in. Het grote voordeel van een sms bericht is dat dit met elke telefoon ontvangen kan worden, of verzonden. Er is dus geen noodzaak voor een internet verbinding of een smartphone. Als dit nu ook nog zou kunnen op een manier waarbij de telefoonnummers geheim blijven dan zou dit helemaal geweldig zijn.

Ik ben erg enthousiast over twee diensten die deze mogelijkheid bieden, Remind101 en Celly, en zie er veel mogelijkheden in  :-) . Tegelijkertijd ben ik teleurgesteld  :-( . Beide diensten werken (vooralsnog) alleen in Amerika. Waarom ik ze hier dan toch noem? Om te laten zien dat dit soort mogelijkheden er zijn en omdat ik hoop dat een vergelijkbare dienst ook in Nederland van de grond kan/zal komen.”

…… ik heb even moeten zoeken, het was toch wat langer geleden dan ik dacht (september 2011), dat ik bovenstaande heb geschreven in de blogpost: SMS’en met ouders en leerlingen, of toch niet? Regelmatig heb ik aan deze post teruggedacht. Regelmatig heb ik op allerlei sociale media langs zien komen hoe handig beide zijn. Zo handig dat inmiddels 1 op de 5 docenten in de VS gebruik maakt van Remind!

original_remind-logo-1Inmiddels zijn we dus ruim 3 jaar verder, maar er is goed nieuws: Remind is nu ook beschikbaar in de rest van wereld! :)

En het is in die tijd ook een aardig stukje uitgebreider geworden.

Hoe werkt het?
– Een docent maakt een klas aan op de site en dit geeft hem een unieke code.
– Leerlingen en/of ouders installeren de Remind app op hun telefoon (beschikbaar voor alle platforms)
– De docent deelt de unieke klas code met  de leerlingen en/of ouders.
– Telefoonnummers van leerlingen en ouders blijven geheim!
– Ontvangers krijgen een sms of email
– Er kunnen indien gewenst foto’s of pdf’s worden meegestuurd
– Er kan indien gewenst ook een gesproken bericht worden gestuurd (maakt het persoonlijk)
– Berichten kunnen vooraf worden klaargezet en op een gekozen tijd verzonden (‘vergeet je OV-chipkaart niet’)
– Docenten kunnen de geschiedenis van alle berichten per klas terugzien
– Ontvangers kunnen reageren op een bericht via een ‘Stamp’. Hiermee kan de docent een vraag stellen en de reacties eenvoudig verzamelen.

 

 

 

 

 


Mobiel

oktober 19, 2014
Doe jij ook aan sport?
Ja.
En ga je daarvoor dan ook trainen?
Ja.
En fiets je daar dan heen?
Ja.
En kleedt je dan om in de sportzaal?
Ja
En gebruik je dan je mobiel tijdens het fietsen?
Soms.
En gebruik je dan je mobiel tijdens het omklefen?
Nee, meestal niet, heel soms.
En gebruik je dan je mobiel tijdens het trainen?
Nee, natuurlijk niet!
Waarom niet?
Dan kan ik toch niets leren!
A1BIKER_MO_C_^_MONIQ

Wat telt?

oktober 7, 2014

d994b8fcba7dee6e747323269766c97fGisterenmiddag had ik een korte discussie met een collega. Hij klaagde over de vele lesuitval door allerlei andere activiteiten. Excursies bijvoorbeeld.

Hij doelde natuurlijk op lesuitval voor ZIJN VAK.

Nu is dit een zeer toegewijde collega die zelf ook excursies organiseert. En die zijn ‘natuurlijk’ belangrijk, want daar leren leerlingen, in en van de praktijk.

Ik vroeg hem naar het verschil.

Ja, dat was waar. Dat was een misschien een beetje inconsistent.

Maar dan die andere lesuitval, omdat al die docenten zo nodig op een cursus moeten?

“Maar als de docent er niet is kunnen de leerlingen toch wel leren? “ vroeg ik hem, min of meer retorisch.

“Ja, maar doen ze dat ook? En hoe weet je dat?”, was zijn reactie, niet onverwacht.

“Bij mij wel”. Zonder twijfel durf ik dat inmiddels uit te spreken.

“Hoe weet je dat dan?”

“Ik geef ze een opdracht, digitaal, die pas bij ze aankomt op de dag zelf, en die digitaal moet worden ingeleverd, diezelfde dag, of voor het begin van de eerstvolgende les.”

(“Ja,, maar dat doe jij met die groepen waarmee je dat al twee jaar doet, die zijn dat gewend, logisch dat het dan werkt……”

 ……..zo’n moment dat je huilt en lacht, blij bent en verdrietig. Het werkt! Maar het werkt nog niet helemaal.)

Wat telt?

Morgen zal ik niet op school zijn, omdat ik op een (verplichte, maar dat is hier niet van belang) cursus ben. In het rooster staan voor mij morgen 6 klassen gepland.

Als er geen opvangdocent beschikbaar is voor deze klassen en de lessen dus niet in het rooster blijven opgenomen als ‘gegeven’ dan zijn zij ‘niet gegeven’. En dan tellen zij dus niet mee voor het aantal gegeven lesuren, dat toch weer 1000 moet zijn aan het eind van het jaar.

Mijn 6 klassen zullen morgen aan het werk zijn en leren. Ik heb hen van informatie en instructies voorzien. Ik heb zien aankomen dat ik er niet fysiek bij kan zijn en mijn lessen daar op aangepast. De leerlingen zullen met mij delen wat zij hebben gedaan en geleerd en waarover zij nog vragen hebben.

Wat telt?

Leren of aanwezig zijn op een vaste plek op een afgesproken moment?

Wat telt is of er geleerd wordt. Hoe je dat telt zal mij worst zijn.

Ik kies dus voor leren. Mijn leerlingen ook. Dat hebben wij inmiddels samen geleerd.


10 redenen om tekstboeken achter ons te laten

augustus 28, 2014

De scholen zijn weer begonnen of gaan weer beginnen. Het klassieke beeld van de leerling op de fiets met een dikke rugtas op is weer te zien in de straten in de stad en langs de velden om de dorpen. Mooie beelden maar langzamerhand zouden zij moeten verschuiven naar ons collectieve geheugen, het zwart-wit tijdperk, alleen op foto’s moeten zijn terug te zien.

Tekstboeken hebben hun beste tijd in het onderwijs wel gehad. Zij worden vriendelijk bedankt maar kunnen nu van een welverdiende rust gaan genieten. Hier zijn 10 redenen waarom.

1. Papier wordt alleen maar schaarser en boeken zijn weinig milieu-vriendelijk om te maken.29135971-mjs_paper_pixel_-_wisconsin_-_park_falls_-_logging_p_002_-(2)

2. Het geschiedenis boek bevat maar een aantal bladzijden over de 1e Wereldoorlog, maar wanneer je op Google ‘1e Wereldoorlog’ intypt krijg je 62.100 bronnen in 0,20 seconden. searching dog with magnifying glass

3. In boeken staan fouten, en die blijven er staan. Boeken zijn geschreven door mensen met hun eigen voorkeuren en dus niet zo objectief als wordt gedacht.449985a-i1.0

4. Boeken kunnen niet worden aangepast nadat zij zijn gedrukt, er zijn geen updates mogelijk.breaking_news_animated

5. Boeken passen niet in een systeem van onderwijs dat gericht is op gedifferentieerd en gepersonaliseerd lesgeven. Niet alle kinderen passen in hetzelfde boek. Dat idee is zo passédifferent_similar_different1

6. Kinderen lezen schoolboeken niet thuis en het maken van opdrachten in een werkboek is inmiddels een toch echt wel iets achterhaalde pedagogische techniek.kids_reading1

7. Boeken zijn duur. Nodeloos duur. Vergelijkbare bronnen en instructiemateriaal zijn eenvoudig goedkoper te vinden. Geld besteed aan boeken kan beter elders in het onderwijs worden ingezet.istock_000009397328xsmall

8. Boeken zijn zwaar en groot en veroorzaken rugproblemen.backpack-too_full

9. Het leven zelf staat niet in een boek, waarom zou leren alleen via boeken kunnen?1087694-bigthumbnail

10. 1000 boeken over 1000 onderwerpen kunnen worden vervangen door 1 apparaat dat verbinding maakt met het internet.9353062-cartoon-smiling-desktop-computer-vector-illustration

Duidelijk.

Boeken worden bedankt voor hun diensten. Boekenmakers en boekenverkopers ook. Het was een mooie tijd.

Het onderwijs gaat verder.

Bron: Blogpost Justin Tarte


Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 4.103 andere volgers

%d bloggers op de volgende wijze: