Het eindexamen op de schop

mei 5, 2018

Dit artikel verscheen 28 april in Bionieuws 8

De examinering moet anders: flexibeler, met meer betrokkenheid van docenten, en minder druk op het centraal examen. ‘Past het eindexamen bij het onderwijs, of past het onderwijs bij de examens?’

‘De examinering in het voortgezet onderwijs is toe aan een herijking. De huidige examensystematiek beperkt de diepgang in het onderwijs en sluit niet goed meer aan bij het vervolgonderwijs en de eisen die de maatschappij stelt’, dat stelt de vereniging van scholen in het voortgezet onderwijs (VO-raad) in een rapport dat de raad eind maart naar buiten bracht. Volgens de VO-raad wordt de huidige examensystematiek gekenmerkt door een grote mate van inflexibiliteit en leidt de opzet tot teaching to the test.

Oefenen
‘Docenten zijn niet langer bezig met het onderwijzen van de inhoud, maar laten de leerlingen vooral oefenen met de technische kant van het examen-maken. Het examen is een doel op zichzelf geworden, in plaats van een middel om in kaart te brengen of een leerling klaar is voor de vervolgstap’, zegt Frans Droog, docent biologie en aangesloten bij de werkgroep CE-SE die zich bezig houdt met een nieuwe opzet het centraal examen (CE) en schoolexamen (SE).

In het pleidooi, dat aardig wat stof heeft doen opwaaien, komt de VO-raad met een aantal punten die anders moeten. De raad wil een grotere betrokkenheid van docenten bij het ontwerp van het centraal examen, een grotere flexibiliteit in examinering en de mogelijkheid tot maatwerk, minder nadruk op het centraal examen en een bredere toetsing van alle opgedane vaardigheden in het schoolexamen.

Schoolexamens bestaan voor een groot deel uit oude examenopgaven, terwijl het schoolexamen juíst de ruimte geeft om ook andere kennis en vaardigheden te toetsen’

‘In zijn algemeenheid kun je stellen dat het centraal examen volgens de meeste biologiedocenten past bij hun onderwijs. Maar anderzijds kun je daar ook uit concluderen dat het onderwijs juist past bij de examens en dat de constatering van de VO-raad dat het verworden is tot teaching to the test deels klopt’, bioloog Herman Schalk, leerplanontwikkelaar natuur en techniek bij nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling SLO. ‘Schoolexamens bestaan voor een groot deel uit oude examenopgaven en bevatten voor een groot deel CE-stof. En dat terwijl het schoolexamen juíst de ruimte geeft om ook andere kennis en vaardigheden te toetsen’,

Verlegenheid
De nadruk op het centraal examen kan volgens de VO-raad worden beperkt door het schoolexamen zwaarder mee te laten tellen. Een passend idee, maar eigenlijk is de ruimte waar de VO-raad om vraagt er al: deze wordt door docenten alleen te weinig benut. De reden? ‘Het is mogelijk een soort verlegenheid. Docenten willen wel, maar weten niet goed hoe. En dat is niet raar, want het is erg lastig om goede schoolexamenvragen te maken, zeker als het om alternatieve toetsvormen gaat. In de lerarenopleiding zou hier meer aandacht aan besteed mogen worden’, zegt Schalk. ‘Leraren zoeken nu bijvoorbeeld vragen op in een itembank, zoals die van de Nederlandse Vereniging voor Onderwijs in de Natuurwetenschappen (NVON) waar alle examenvragen vanaf 1980 in te vinden zijn. Deze vragen vormen voor veel docenten gangbaar examenmateriaal, terwijl de vraagstelling eigenlijk uit de tijd is. Er zit te weinig context in en richt zich te veel op de details in plaats van op het grote geheel’, aldus Schalk.

‘Docenten weten wel dat veldwerk, onderzoek uitvoeren en proefjes doen prima onderdeel kunnen zijn van het schoolexamen, maar de druk van de schoolleiding om goede examenresultaten te behalen ligt soms hoog. Leraren oefenen daarom liever nog een keer meer voor het centraal examen’, merkt ook Dirk Jan Boerwinkel op, voorzitter van de vaststellingscommissie voor centrale examens bij het College voor Toetsen en Examens (CvTE).

Schrappen
Niet alleen aan de weging mag volgens de VO-raad worden gesleuteld, ook de verdeling van de eindtermen kan beter. Voor biologie op havo en vwo geldt dat 60 procent van de eindtermen in het centraal examen wordt getoetst en de andere 40 procent in het schoolexamen. ‘Maar iedere docent weet dat niet iedere eindterm hetzelfde inhoudt: de ene term omvat meer stof dan de andere. Het is voor docenten lastig om alle beoogde examenstof binnen het beperkte tijdsbestek te behandelen. De meeste docenten schrappen daarom practica, contexten en groepswerk of beknibbelen op de behandeling van SE-stof’, aldus Schalk.

De raad is van mening dat een modulaire afname van examens grote flexibiliteit en meer mogelijkheid tot maatwerk biedt. Zowel Schalk als Boerwinkel zien dat niet helemaal zitten. ‘In het pleidooi spreekt men zich tegen: de raad ziet graag een modulaire afname, maar tegelijkertijd ook een betere samenhang tussen de eindtermen. Dat bereik je niet wanneer je de stof in stukjes opknipt’, is Schalk van mening. ‘Juist die samenhang is wat we graag willen, zeker bij een vak als biologie. Zo worden de vragen nu ook gesteld: leerlingen moeten binnen een context van het ene domein naar het andere kunnen springen’, zegt Boerwinkel.

‘Het is lastig om voor iedere vraag weer een nieuwe context te verzinnen waarbij de leerling zijn biologische kennis in brede zin kan toepassen.’

Een andere manier om de flexibiliteit van de examens te verhogen is het introduceren van meerdere afnamemomenten per jaar. ‘Als het moet dan kan het, maar simpel is het niet’, merkt Boerwinkel op. Volgens hem komt het opstellen van examenvragen voor een vak als biologie zeer nauw. ‘Het is lastig om voor iedere vraag weer een nieuwe context te verzinnen waarbij de leerling zijn biologische kennis in brede zin kan toepassen. Deze vragen kun je niet zomaar in een toetsenbank opnemen, in tegenstelling tot kennistoetsen met meerkeuzevragen, waarbij weinig van de cognitieve vaardigheden wordt gevraagd.’

Betrokken
‘Docenten hebben het gevoel dat ze niet voldoende betrokken worden bij de ontwikkeling van het centraal examen. Juist die betrokkenheid zorgt voor een breed draagvlak en vergemakkelijkt de implementatie van een vernieuwde examinering. Gelukkig wordt daar door het CvTE nu al iets aan gedaan’, zegt Droog. Boerwinkel bevestigt dit: ‘Het CvTE test de mogelijkheid om docenten zowel in de periode voorafgaand aan de examens als nadien de kans te geven om examenvragen te evalueren en veranderingen aan te brengen in het correctiemodel. In beperkte vorm gebeurt dit al bij biologie-examens: kort na afname komen de NVON-kringvoorzitters bijeen om de examens te evalueren en eventuele aanvullingen te doen op het correctievoorschrift.’

Advertenties

Flip the system 3. Naar een nieuwe opzet van de eindexamens.

april 2, 2018

Hieronder een bijdrage van Dick van der Wateren, integraal overgenomen van de blog onderwijsonderzoek. Dick geeft aan dat dit verhaal een weerslag is van gesprekken die wij hebben gevoerd in onze werkgroep CE-SE, die de afgelopen twee jaar verschillende samenstellingen heeft gekend. Dat het thema eindexamens gevoelig ligt hebben wij herhaaldelijk ervaren in gesprekken met verschillende betrokkenen en blijkt ook uit de soms zeer sterke reacties in de media. Dit heeft Dick doen besluiten onderstaande op persoonlijke titel te schrijven. Ik kan mij in meer dan voldoende mate scharen achter zijn woorden om deze hier te herhalen, met als doel via een gedegen proces tot nog betere eindexamens te kunnen komen.

Aan de vooravond van de centraalexamens kunnen we vaststellen dat toetsing en examinering steeds meer in een kritisch licht komen te staan. Dinsdag 27 maart j.l. organiseerde de Onderwijsraad een ‘Dialoog Toetsing en Examinering’ waarvoor zo’n honderd leraren, leerlingen, schoolleiders, en andere deskundigen waren uitgenodigd om mee te denken. Het advies van de Onderwijsraad zal in de loop van dit jaar verschijnen. Donderdag 29 maart schreef de VO-raad: “Examinering voortgezet onderwijs toe aan herijking”, dat behoorlijk wat stof heeft doen opwaaien.

Toetsrevolutie-hrTwee jaar geleden schreven Dominique Sluijsmans en René Kneyber met een dertigtal onderwijsmensen ‘Toetsrevolutie. Naar een feedbackcultuur in het voortgezet onderwijs.’ In hetzelfde jaar schreven Jelmer Evers en ik twee stukken waarin wij een voorstel deden voor een nieuwe aanpak van het eindexamen vo (hier en hier). Sinds het verschijnen daarvan denkt een groep docenten en schoolleiders (op dit moment zo’n 20 scholen) na over een verdere uitwerking van onze ideeën.

De hier neergelegde gedachten zijn in onze werkgroep CE-SE (Frans Droog, Jasmijn Kester, Leendert-Jan Veldhuyzen en ikzelf) onderwerp van gesprek. Ik heb niettemin besloten, gezien de gevoeligheid van dit thema, dit stuk op persoonlijke titel te publiceren. Gelieve op mij en niet op mijn vrienden te schieten.

In de afgelopen twee jaar is veel gebeurd. We hebben met Kamerleden gesproken. Er zijn moties aangenomen, die het College voor Toetsen en Examens (CvTE) aanspoorden tot meer transparantie en grotere betrokkenheid van individuele vakdocenten bij de totstandkoming van de centraalexamens. We hebben een paar maal met het CvTE overlegd over mogelijkheden om de eindexamens anders op te zetten. Vervolgens zijn we daarover in gesprek gegaan met het Ministerie van OC&W. Al deze partijen zijn geïnteresseerd en willen graag meedenken.

Na de blogs die Jelmer Evers en ik in 2016 schreven en de daarop volgende moties in de Tweede Kamer heeft het CvTE een aantal zaken aan de examenprocedures verbeterd. Die zijn meer transparant geworden en leraren zijn meer dan voorheen betrokken bij het totstandkomen van de centraalexamens. Dat is mooi. We zijn benieuwd of aan andere bezwaren in de komende examenperiode duidelijk tegemoetgekomen is.

We noemden onder andere foute en onduidelijk geformuleerde vragen, lengte en moeilijkheidsgraad van de examens, de validiteit van de examens (‘Toetsen de examens wat ze moeten toetsen?’), lange tekstvragen bij de niet-taalvakken, het beperkte repertoire dat wordt getoetst. Het probleem van de tijdsdruk voor eerste en tweede correctie, met name voor de ‘grote nakijkvakken’ (geschiedenis, Nederlands, maatschappijwetenschap, biologie enz.), zal vermoedelijk nog wel even blijven bestaan. Ook blijven er nog vragen over de N-termen en de gemiddelde examencijfers. De realisering van onze andere voorstellen ligt nog ver weg.

Ons meest fundamentele bezwaar tegen de huidige examenopzet is dat dit leidt tot teaching to the test. Dat is de examenmakers minder aan te rekenen. Het is deels een gevolg van het systeem waarin het CE evenveel gewicht heeft als het SE, waardoor scholen geen risico durven nemen en schoolexamens maken die vrijwel identiek zijn aan de centraalexamens. We kunnen daar tegenin brengen dat die scholen wat meer lef moeten tonen. Ze zijn immers vrij om het schoolexamen naar eigen inzicht vorm te geven. Dat blijkt echter maar beperkt op te gaan. Met name de talenvakken hebben teveel te doen: schrijfvaardigheid, spreekvaardigheid, literatuur, luistervaardigheid en voorbereiden op het CE. Het gevolg is dat het PTA al in klas 4 begint.

Daarbij komt dat onder invloed van onder andere PISA het onderwijsklimaat ingrijpend is veranderd. Er is een enorme druk op scholen komen te staan om te hoog te scoren in allerlei ranglijsten, waaronder die in kranten en weekbladen. De discussie gaat hoe langer hoe minder over de kern van goed onderwijs, maar steeds meer over de opbrengsten en het rendement ervan: opbrengstgericht en efficiënt.

Docenten die de ambitie hebben hun leerlingen te leren denken en niet alleen maar trucs uitvoeren waarmee ze hoog scoren voor het CE wordt het daarmee moeilijk gemaakt. In ons tweede stuk schreven we:

[…] veel docenten zien als bezwaar dat de examenvragen geen betrekking hebben op wat door leraren wordt gezien als de essentie van hun vak. De voorbereiding op de Centraal Examens verwordt dan tot het aanleren van kunstjes en trucs, terwijl leerlingen niet worden ondergedompeld in de rijkdom, de manier van denken en problemen oplossen die de verschillende vakgebieden kenmerken. Ook is er volgens veel docenten die wij spraken te weinig aandacht voor vakoverstijgende kennis en vaardigheden.

We hebben het CvTE en OCW een mogelijk scenario voorgelegd, waarbij het CE minder zwaar weegt dan het SE, bijvoorbeeld een verdeling 1/3 – 2/3. Dat heeft het voordeel dat scholen meer ruimte krijgen om hun onderwijs vorm te geven op de manier die het beste past bij hun visie: meer ruimte voor de pedagogische aspecten naast de cognitieve. Meer ruimte om jonge mensen te helpen goed geïnformeerde en verantwoordelijke deelnemers aan de democratische samenleving en volwassen wereldburgers te worden. Ons voorstel houdt ook in dat de kwaliteit van de schoolexamens gewaarborgd wordt door een systeem van certificering en collegiale intervisie. Inmiddels is dit een van de mogelijke scenario’s die we de komende jaren zouden willen uitproberen.

alternatieve scenario’s

Tijdens een minisymposium op 22 februari met leraren en schoolleiders (de uitgebreide werkgroep CE-SE) hebben we een inventarisatie gemaakt van alle ideeën over de eindexamenproblematiek en mogelijke oplossingen. Daar werden onder andere de volgende problemen vastgesteld:

  • Het huidige examen toetst maar een klein deel van wat leerlingen kennen/kunnen;
  • CE (toetsen op kennisreproductie) sluit niet aan op vervolgopleidingen,
    of wat je leerlingen mee zou moeten geven;
  • CE is met name gericht op trucje/ (kennis) reproduceren en schriftelijke/talige vaardigheden (ipv specifieke vakvaardigheden) die je daarna niet meer nodig hebt;
  • er is een afrekencultuur ontstaan, terwijl bekend is: meten ≠ weten;
  • teaching to the test en daarmee gaat kostbare onderwijstijd verloren;
  • de scheve verhouding SE-CE in sommige vakken, waar de stof van het SE twee keer zoveel omvat, terwijl de gewichtsverdeling 50-50 is;
  • diploma op het laagste niveau leidt tot risicomijding;
  • de waardering in gewicht van de eindtermen is onevenredig,
    • wat knelt voor de docent omdat:
      • je meegaat in de onevenredigheid,
      • je vakinhoudelijke en pedagogische ruimte is ingeperkt,
      • het je programma uit balans trekt en
      • mogelijkheden tot maatwerk worden beperkt;
    • wat knelt voor de leerling omdat:
      • het programma wordt afgestemd op de gemiddelde leerling,
      • talenten niet worden aangesproken en dus geen gebruik gemaakt wordt van intrinsieke motivatie,
      • die wordt klein gehouden (teaching to the test i.p.v. volwassen worden).

Naast Jelmers en mijn voorstel van een verhouding CE : SE van 1/3 : 2/3 (40 : 60, of andere varianten), samen met gecertificeerde schoolexamens, werd tijdens het minisymposium nog een aantal scenario’s bedacht. Die zouden we kunnen combineren in een of meer proefprojecten, die op een aantal scholen een paar jaar kunnen worden uitgeprobeerd. Een paar voorbeelden van oplossingen:

  • Denk na over de vraag wat we onder goed onderwijs verstaan en ontwerp examens (SE en CE) die wat betreft inhoud en vorm recht doen aan dat doel.
  • Verander het afnamemoment: Waarom afsluiten met het CE? Zet dat in als startpunt/basiskennistoets, bijvoorbeeld in het voorlaatste jaar. Het CE krijgt dan de functie van toelating tot het schoolexamenjaar, waarin leerlingen kunnen laten zien wat ze kunnen op het gebied van kritisch en creatief denken, onderzoeken, maatschappelijke betrokkenheid en vakoverstijgende samenwerking. Het schoolexamenjaar is dan te vergelijken met de studie voor een masterscriptie.
  • Examinering naar het model van het rijexamen: eerst theorie en dan praktijk. Er valt ook te denken aan het model zwemdiploma of een gildemodel: je doet pas examen als je er klaar voor bent.
  • Bedenk andere vormen voor examinering buiten de ‘gymzaal’.
  • Onderzoek hoe de leerling meer eigenaar van het eindexamen kan worden. Zie de film Most likely to Succeed over High Tech High in San Diego. Het profielwerkstuk vervangt een deel van het CE en is multidisciplinair.

de vo-raad

Het position paper van de VO-raad Pleidooi voor herijking van de examinering in het vo vraagt om een reactie die ik, nogmaals, op persoonlijke titel geef.

Het is verheugend dat ook de VO-raad de problemen rond de eindexamens signaleert en die wil aanpakken. Een aantal ideeën in het voorstel van de VO-raad klinkt heel aantrekkelijk. Een einde maken aan teaching tot the test, een meer flexibel eindexamenregime, betere mogelijkheden om vakken op een hoger niveau af te sluiten, meer keuzeruimte voor leerlingen en minder versnippering in het examenprogramma. Daar is weinig op tegen.

VO-raad acties

Geintje van de VO-raad.

Ik ga niet mee in een wij-zij denken, zoals je dat op Twitter hier en daar hoort: de VO-raad vertegenwoordigt de werkgevers en alles wat die voorstellen moeten we wantrouwen. Dat neemt niet weg dat we er wel een paar kritische noten over kunnen kraken.

De ideeën van de VO-raad lijken nog te weinig doordacht. Bijvoorbeeld examens op meerdere momenten afnemen is zorgvuldig onderzocht. De toenmalige Staatssecretaris heeft in 2009 besloten het project ‘Meerdere examenmomenten VO’ te beëindigen. De conclusie was dat het onwerkbaar en heel kostbaar is en bovendien tot onaanvaardbaar hoge werkdruk zou leiden. Ook heeft de VO-raad de gevolgen van zo’n flexibele examenopzet voor het onderwijs in de jaren voorafgaand aan het eindexamen niet doordacht. Tegelijk met het position paper werden vragen en antwoorden gepubliceerd, die de standpunten van de VO-raad nog eens verduidelijken. Daarin worden veel van de fundamentele kwesties op de lange baan geschoven.

Een bestuurder, die ik sprak naar aanleiding van het stuk van de VO-raad, vroeg zich af of dit hem zou helpen of juist voor de voeten zou lopen in de zoektocht naar onderwijsvernieuwing op zijn scholen. Hij neigde naar het laatste, in de verwachting dat docenten en schoolleiders van zijn scholen dit als de zoveelste van bovenaf opgelegde proefballon zouden zien, met de nodige onrust vandien.

Dat is dan ook mijn belangrijkste bezwaar tegen het stuk van Rosenmöller c.s., nergens blijkt dat de mensen die deze plannen moeten uitvoeren – leraren – bij het opstellen ervan hebben meegedacht. Dan waren de onwerkbare voorstellen niet in het stuk terechtgekomen en waren ideeën zoals we die in onze werkgroep ontwikkelen er wel in gekomen.

Daarnaast blijft nog een vraag niet genoemd – laat staan beantwoord: Wat is het doel van goed onderwijs dat met een nieuwe examenopzet wordt getoetst? De VO-raad kiest vooral voor een instrumentele benadering van het probleem. Over de vraag wat goed onderwijs inhoudt is de laatste jaren al veel geschreven (zie bijvoorbeeld Biesta, 2015) en dat zou het uitgangspunt moeten zijn.

de onderwijsraad

Het is weinig verrassend dat die vraag door de Onderwijsraad wel expliciet wordt gesteld. Dat mogen we verwachten met leden als Gert Biesta en René Kneyber. Tijdens de ‘Dialoog Toetsing en Examinering’ van de Onderwijsraad op dinsdag 27 maart kwamen dezelfde problemen voorbij als tijdens ons minisymposium een maand eerder.

Liesbeth OnderwijsraadLiesbeth Breek (docent frans, PCC Alkmaar) hield in de deelsessie VO een hartstochtelijk pleidooi voor goed onderwijs en daarbij passende vormen van toetsing en examinering. Ze zei: “Ik hoop dat ons onderwijs onze leerlingen leert om perspectief te nemen, om zich te verplaatsen in de ander, dat het hen in aanraking brengt met dat wat buiten henzelf ligt, dat ons onderwijs hen helpt om verantwoordelijkheid te kunnen en willen dragen voor wat zij straks de wereld in gaan brengen.”Daarvoor is in de eerste plaats nodig dat we onze leerlingen leren denken (Ritchhart, 2015), zowel over het vak als over vakoverstijgende vragen en de wereld buiten school.

In diezelfde sessie werd ook gesuggereerd dat het al veel zou schelen wanneer scholen niet de druk voelden om met elkaar te concurreren met examenresultaten. Het is maar de vraag of slagingspercentages van 98 of zelfs 100% een goede indicatie zijn van de kwaliteit van het onderwijs op een school. In plaats van te vechten voor een groter marktaandeel zouden scholen kunnen afspreken dat een slagingspercentage van bijvoorbeeld 85% een acceptabel minimum is.

Veel van de oplossingen die op 27 maart werden aangedragen lijken op die van onze werkgroep CE-SE. Die zullen hun weg dan ook vinden in het advies dat de Onderwijsraad deze zomer uitbrengt.

Een belangrijk verschil met de aanpak van de VO-raad is dat de Onderwijsraad uitdrukkelijk leraren, leerlingen, schoolleiders en bestuurders uitnodigt om kritisch mee te denken met hun advies. Het is, als ik hen goed heb begrepen, niet de bedoeling dat het advies ontaardt in een bestuurlijke maatregel die over de scholen wordt uitgestort.

proeftuinen

Ik wil er bij alle betrokken partijen – politieke partijen, Ministerie, Onderwijsraad, VO-raad, besturen en schoolleiders – op aandringen om te wachten met de invoering van een nieuwe opzet van de eindexamens tot die in de praktijk grondig is uitgeprobeerd en uitontwikkeld. De titel van deze serie blogs is niet voor niets ‘Flip the System’, naar een idee dat René Kneyber en Jelmer Evers al in het eerste deel van ‘Het Alternatief’ (2013) hebben uitgewerkt. Essentieel aan hun voorstel is dat ingrijpende veranderingen in het onderwijs van onderaf moeten komen en niet door beleidsmakers opgelegd. De hierboven geschetste scenario’s horen tot de meest ingrijpende veranderingen, waarvan eerst maar eens moet worden bewezen dat ze tot een verbetering leiden ten opzichte van de huidige situatie.

alternatief boekenIk pleit er dan ook voor om met een overzichtelijk aantal scholen de verschillende scenario’s uit te proberen, onder regie van ervaren en goed opgeleide docenten en ondersteund door erkende deskundigen op het gebied van toetsing en examinering. Dat kan in de vorm van pilots, experimenten of onder welke naam dit soort projecten bij OC&W nog meer bekend staan. Proeftuinen, wat mij betreft.

Wil een vernieuwde examenopzet in het vo ook maar de geringste kans van slagen hebben, dan zullen leraren en hun scholen van het begin af aan het ontwerp en de uitvoering van deze proeftuinen in eigen hand moeten houden. Daarbij is iedere inhoudelijke en logistieke hulp van het Ministerie, de Onderwijsinspectie en onderwijsbestuurders meer dan welkom. Maar het belangrijkste dat we nodig hebben is vertrouwen in de deskundigheid en professionaliteit van leraren en een minimum aan controle.

Ieder andere opzet, in bestuursgremia bedachte en van bovenaf opgelegde maatregelen, leidt tot voorspelbare narigheid en lost de problemen met de eindexamens niet op.

bronnen

Gert Biesta (2012). Goed onderwijs en de cultuur van het meten. Amsterdam. Boom Lemma Uitgevers.

Gert Biesta (2015). Het prachtige risico van onderwijs. Culemborg. Uitgeverij Phronese.

Jelmer Evers en René Kneyber (2014). Flip the System. Changing education from the ground up. New York. Routledge.

René Kneyber en Jelmer Evers (2013). Het Alternatief: Weg met de afrekencultuur in het onderwijs!. Amsterdam. Uitgeverij Boom.

Ron Ritchhart (2015). Creating Cultures of Thinking. San Francisco. Jossey-Bass.

Dominique Sluijsmans en René Kneyber (2016). Toetsrevolutie. Naar een feedbackcultuur in het voortgezet onderwijs. Culemborg. Uitgeverij Phronese.

VO-raad: Pleidooi voor herijking van de examinering in het vo. https://www.vo-raad.nl/system/downloads/attachments/000/000/566/original/POSITION_PAPER__Pleidooi_herijking_examinering_VO-raad.pdf. Geraadpleegd 1-4-2018.


Onderwijsfeest!

maart 18, 2018

AANMELDEN

The Crowd werd ruim 5 jaar geleden opgericht, met als doel leraren te verenigen die de regie over hun eigen professionalisering ter hand wilden nemen. Een vereniging écht van, voor en door leraren. Een persoonlijk leer netwerk van mensen in het onderwijs die zichzelf continu willen verbeteren door mét en ván elkaar te leren, met als uitgangspunt dat er zeer veel expertise aanwezig is bij leraren zelf. The Crowd heeft vele activiteiten georganiseerd, over zeer uiteenlopende onderwerpen, maar allen met een duidelijke gemene deler: enthousiasmerend en inspirerend.

Er gaat nu een einde komen aan de vereniging The Crowd. Het model heeft zijn tijd gehad, The Crowd is niet langer nodig. Aan de behoefte van leraren en andere betrokkenen bij het onderwijs om zichzelf te verbeteren door zelf de touwtjes in de hand te nemen echter zeker geen einde gekomen. Er zijn vele Facebook groepen ontstaan waar leraren elkaar ontmoeten om zich gericht te verbeteren. Er zijn MeetUps die lokaal op veel plaatsen worden georganiseerd en die zich verzameld hebben als MeetUpNL. Er is het jaarlijkse edcampNL.

Het afscheid van The Crowd is misschien te zien als de geboorte van al die andere ‘van-onderen’ initiatieven. Om dit te vieren en om symbolisch het stokje over te dragen organiseert The Crowd op 7 april 2018 op Het Houtens een onderwijsfeest. We nodigen iedereen die werkzaam is in het onderwijs uit om daarbij aanwezig te zijn. Het thema is: regie over eigen professionalisering, natuurlijk! Een aantal zeer succesvolle activiteiten van The Crowd uit de afgelopen jaren zullen in de reprise komen, er gaat getekend worden (Visual Notes), er gaat muziek gemaakt worden (o.a. door Pedro de Bruyckere!), er gaat interactief geworkshopped worden, er kan kennis gemaakt worden met de mensen achter edcampNL enMeetUpNL, er gaat geleerd worden, er gaat gelachen worden, er gaat onderwijs gevierd worden…

Dit wil je echt niet missen!

Datum: 7 april
Tijd: 10.00 -16.00 uur
Plaats: Het Houtens, Kruisboog 1, Houten
Programma:

 AANMELDEN

 


Ik wil niet lesgeven, ik wil leraar zijn!

januari 30, 2018

Elke ochtend start voor mij met het lezen van kranten, op papier en digitaal, en het lezen van twitter, mijn verzamelkrant. Elke ochtend is er wel een bericht over onderwijs waarvan je kunt verwachten dat het voor die dag het onderwerp van gesprek zal zijn.

Gisteren, maandag 29 januari, was dat het onderzoek naar drijfveren om in het onderwijs te werken, uitgevoerd door het Platform Bèta Techniek. De samenvattende kop bleek voor velen werkzaam in het onderwijs een trigger om te reageren. Voor mij dus ook.

40% van de ondervraagden wil wel lesgeven, maar niet fulltime voor de klas staan

Een samenvatting van het onderzoek wordt geleverd in het onderstaande plaatje.

In verschillende kranten verschenen reacties op het onderzoek, vaak voorzien van een interview met een leraar of ex-leraar die bevestigde dat het klopt dat er geen doorgroei (wat is dat behalve gewoon groei overigens?) mogelijk zou zijn, dat lessen steeds hetzelfde zouden zijn, dat er in het onderwijs geen relatie zou zijn met de echte wereld. Ik waag dat te betwijfelen. Met recht. Want ik ben leraar en ik heb ervaring.

Ik begrijp volkomen dat er mensen zijn die wel willen lesgeven maar die geen leraar willen zijn. Maar ik betwijfel of het onderwijs en onze leerlingen daar veel aan hebben. Leraren die parttime aanwezig zijn en zo een grote druk op de organisatie van een school leggen. Leraren die wel kennis willen delen maar geen kennis willen maken met hun leerlingen en zo de essentie van leren missen.

Ik zal toegeven dat ik een beetje gelogen heb in de titel van deze blog. Ik wil namelijk ook lesgeven (natuurlijk!), maar ik wil ook leraar zijn. Ik wil mijn kennis delen én mijn leerlingen leren kennen. Ik wil hen begeleiden in hun groei en daar aan bijdragen waar ik kan. Ik wil niet enkel vakken vullen. Ik wil leraar zijn. Met mijn leerlingen, voor mijn leerlingen.

Ik wil geen kennis storten alsof het vuilnis is. Ik wil mijn klanten kennen. Ik heb de waarde van de verbinding ervaren en zij laat mij nooit meer los. Ik ben leraar. Ik kan er niets aan doen. Onderwijs raakt mij. Leerlingen raken mij.

Hoe groot het tekort ook, doe het niet als je het niet wilt zijn: leraar.

Ik had een veel beter stuk willen schrijven. De hele dag gisteren schoot er van alles door mijn hoofd. ‘Als ik dit nu zo zeg en dat zo illustreer.’ ‘Het moet wel de essentie raken.’ ‘Alle aspecten moeten belicht worden en dat kan prima als ik het zo doe.’ ‘Het mag niet negatief zijn, maar ook niet te naïef.’ ‘Die vakantie, zal ik die noemen? Maakt het wel weer complex en gemakkelijk. Wat is hier de kern?’

Ik had een veel beter stuk willen schrijven. Dit is echter alles waar ik tijd voor had. Ik wilde namelijk ook mijn lessen voorbereiden en moest nog wat andere dingetjes doen. En ondanks al mijn twijfels heb ik schijnbaar toch op de knop ‘Publiceer’ gedrukt.

En dat leraar zijn zeker niet wil zeggen dat je elke dag hetzelfde doet en geen doorgroeimogelijkheden zou hebben en niet zou weten wat er in de ‘werkelijke’ wereld speelt…

Bronnen.

PBT, Onderwijsdrijfveren onderzoek: “Wie zijn de leraren van morgen”


Het vijfde edcampNL komt eraan!

december 23, 2017

Het gaat een feest worden, een lustrum!

Het VIJFDE edcampNL zal gaan plaatsvinden in Meppel, op pcbs Stadskwartierop 14 april 2018.

AANMELDEN

Ik mocht er bij zijn. Bij het eerste edcampNL in Houten. Ik ga er graag weer bij zijn. Bij de vijfde, in Meppel. Tussendoor zijn we geweest in Zoetermeer, op Texel en in Amsterdam. edcampNL reist door het land en wordt georganiseerd door telkens weer andere mensen. In Houten waren het Dick en Rob, in Zoetermeer Marco en Marion, op Texel Maaike, in Amsterdam Patricia en in Meppel Jorrit en Durk-Harmen.

Wat deze mensen bindt is de wens werkelijk van-voor-door te leren. Ik deel die wens. Ik deel die bereidheid daarvoor op een zaterdag te reizen en te ontmoeten. Ik moet daar niet heen, ik wil daar zijn.

Wat is een edcamp?

Wil je meer weten?

AANMELDEN


The Crowd stopt ermee, ik ga verder!

december 23, 2017

The Crowd logo

Ik voldoe graag aan het verzoek om onderstaand persbericht van The Crowd hier met jullie te delen. Ik heb ook zitting genomen in de Programma Commissie die op 7 april 2018 een spetterend van-voor-door onderwijsfeest gaat neerzetten. Zet de datum in je agenda en meld je vast aan!

AANMELDEN

Persbericht:

Uitnodiging van The Crowd
Na ruim vijf jaar heeft de algemene ledenvergadering (ALV) van The Crowd besloten de vereniging op te heffen. Hier lees je daar meer over. Om het succes van The Crowd te vieren, om afscheid te nemen van de vereniging en om symbolisch ons deel van het stokje over te dragen aan al die andere initiatieven die er inmiddels zijn, organiseert The Crowd op 7 april 2018 in of in de omgeving van Utrecht, voor de laatste maal, een activiteit. Zij nodigt iedereen die werkzaam is in het onderwijs uit om daarbij aanwezig te zijn. Het evenement is gratis voor zowel leden als voor niet-leden.
Het thema is, hoe kan het ook anders: regie over eigen professionalisering. Het wordt een dag waarop een aantal succesvolle activiteiten van The Crowd uit de afgelopen jaren worden herhaald, een dag waarop andere initiatieven met een vergelijkbare doelstelling als The Crowd een podium krijgen, maar vooral een dag waarop leraren samenscholen om met en van elkaar te leren.
 
Ben je werkzaam in het onderwijs? Dan ben je van harte uitgenodigd! Meer informatie volgt spoedig… maar we kunnen nu al zeggen: dat wil je niet missen, dus meld je nu alvast (gratis) aan!

Ik blijf nog even

december 16, 2017

Zaterdagmiddag.

Een zaterdagmiddag waarop ik lees dat de collega waar ik gisteren naast zat tijdens de vrimibo het onderwijs gaat verlaten.

Een collega die ik slechts een paar maal heb gesproken, eigenlijk alleen maar tijdens de borrels op de vrijdagmiddag. Toch durf ik te beweren dat zij een fantastische collega is en een goede docente.

Dit is wat zij schreef, en wat mij beroerde en ontroerde. Onderwijs is zoveel meer dan cijfers en getallen en tijd. Onderwijs is weer een warm mens kwijt.

Dag lieve leerlingen.

Op donderdag 30 november publiceerde NRC een stuk van schrijver en docent Nederlands Sip Markink, met de dramatische kop: “Mij is het onderwijs voorgoed kwijt.”
Precies een week daarvoor had ik mijn ontslag aangeboden bij de directeur van de school waar ik werk als docent Frans.

Ik herkende zo veel in het verhaal van Sip dat ik het zelf had kunnen schrijven (op de piemels en homoseksualiteit na). Het maakte me verdrietig om te lezen hoe hij, een jonge man die met veel enthousiasme en humor aan de baan was begonnen, al in drie jaar opgebrand raakte en als een berg ging opzien tegen het lesgeven. Tegelijkertijd vond ik het geruststellend om te lezen dat er meer mensen zijn zoals ik, die echt contact willen maken met pubers en eigenlijk juist heel geschikt zijn als docent, maar die de belachelijk hoge werkdruk niet accepteren en er uiteindelijk voor kiezen om eruit te stappen.

Ik hoor u denken, hoezo ‘belachelijk hoge werkdruk’, met al die schoolvakanties? Dat is een hardnekkig misverstand; alle ‘vakantiedagen’ van leraren worden gecompenseerd, waardoor ze op jaarbasis niet meer vakantie hebben dan werknemers in andere beroepsgroepen. Sterker nog, leraren in Nederland (zonder uitzondering, durf ik wel te stellen) werken gigantisch óver. Er bestaat namelijk zoiets als een ‘normjaartaak’, een ondoorzichtige papieren draak die niemand begrijpt en die in elk geval niet klopt met de werkelijkheid. In de normjaartaak staat beschreven hoeveel uren je als docent in een jaar aan bepaalde taken moet besteden, lesgebonden en niet-lesgebonden taken. Dat klinkt op zich goed, maar leraren doen duizenden taken extra die niet in die normjaartaak staan beschreven en die ze niet kunnen doen binnen de uren waarvoor ze worden betaald. Vrijwilligerswerk dus eigenlijk. En er valt weinig aan te doen.

Lees verder

Dag lieve Claudia. Succes met al jouw plannen voor onze kinderen.


%d bloggers liken dit: