Dagmomentonderwijs 18 blaadjes

juli 21, 2015

IMG_1418

Aan het begin van dit kalenderjaar had ik een idee. Ik werd blij van mijn idee. Het idee was simpel. Elke dag zou ik een moment kiezen dat mij was opgevallen, dat mij het meest geraakt had, dat het best kon illustreren hoe onderwijs door een docent dagelijks ervaren wordt. Elke dag zou ik een tweet plaatsen met de hashtag #dagmomentonderwijs. Maandelijks zou ik deze tweets dan verzamelen op dit blog. Gewoon, om een beeld te schetsen. Dat was het plan. Een goed plan, vind ik nog steeds.

De #tweedestap is dan de uitvoering.

En daar gaan helaas zoveel mooie intenties…..

Het lukte mij niet om maandelijks de ‘dagelijks’ getweette #dagmomentonderwijs tweets te verzamelen in een blogpost. Het lukte mij niet om dagelijks een moment te kiezen om te plaatsen. Soms een paar dagen geen, soms meer op één dag. In het begin gaf mij dat het gevoel van valsspelen, maar ik wist mijzelf te overtuigen van het grotere belang en bleef mijn best doen.

Inmiddels is het vakantie. Ik heb tot vandaag geen blogpost geplaatst over #dagmomentonderwijs. Ik vind dat jammer. Dus ga ik daar wat aan doen.

“Wat ga jij doen in de vakantie?”

Waarschijnlijk de meest gestelde vraag tijdens de traditionele afsluitende bijeenkomsten op de meeste scholen.

Mijn antwoord omvat al jaren, naast het beschrijven van het land waar ik naar toe ga en de omstandigheden die ik daar hoop aan te treffen en de redenen hiervoor, het woord ‘opruimen’.

Dat is iets dat in mijn geval ‘moet’. Iets dat niet altijd lukt 😜. Gedurende het jaar máák ik liever dan dat ik opruim.

Nú ben ik wel bezig met ‘opruimen’, omdat het echt ‘moet’. Er is geen plaats meer voor nieuw, dus oud moet weg.

Bij het opruimen kwam ik dit #dagmomentonderwijs tegen. Het komt uit een tijd lang voor ik zo bewust als nu een blog schreef.  Het komt van twee leerlingen die ik heb lesgegeven op een school waar ik nu niet meer werk.

Het raakte mij toen ik het las. Voor de eerste keer. Voor de tweede keer. En nu weer.

Het is geschreven op 18 blaadjes.

“Hallo, Top (secret message)”

“Mnr Droog”

“Hoe gaat het”

“Met Uw honden?”

“Ik vind ze ranzig”

“maar ja”

“life sucks”

“I 💚 Science”

“you 💜 Annouk”

“dit was het”

“voor vandaag”

“TTYN (talk to you never)”

“J”

“U”

“L”

“I’

“A”

“!”

IMG_1419

 

 


9 manieren om te checken of je slim lesgeeft

juli 15, 2015

Hieronder volgt een lijstje met activiteiten die je als docent misschien doet. Een lijstje waarmee je zou kunnen nagaan of je slim lesgeeft. Het is niet direct een lijstje in de stijl van “10 effectieve strategieën van succesvolle docenten” of “10 stappen naar een betere docent”. Het is meer een checklist, waarmee je kunt zien of je op de goede weg bent. De lijst is niet volledig wetenschappelijk en analytisch, maar ook niet slechts retorisch en abstract. Het zit er ergens tussen in. Het is menselijk, het is efficiënt, het is haalbaar en vol te houden, het geeft plezier.

1. Je maakt veel kleine aanpassingen.

Aanpassingen aan de inhoud, de materialen, de snelheid, de manier van toetsen. Dit betekent niet dat je niet gepland hebt of dit slecht gedaan hebt, maar je doet dit als reactie op de dagelijkse praktijk. Je bent constant bezig met het formeel en informeel meten van voortgang en past aan waar nodig. Een parallel klas heeft door omstandigheden veel meer lesuitval. Alle lessen van een klas zijn geroosterd op de laatste uren van de dag. Zeven leerlingen van een klas zijn een week ziek. Een formatieve toets laat zien dat een onderdeel zeer slecht begrepen is. Eén klas scoort gemiddeld veel lager, of hoger. Het is een week lang extreem warm. Er is drie dagen lang geen internet verbinding. Er moet een toets in de toetsweek zijn.

2. Je geeft geen les, je ontwerpt.

Je kent de voor- en nadelen van projectgestuurd leren, ontwerpgestuurd leren, praktijkgestuurd leren en wat dies meer zij. Je weet dat vaardigheden aangeleerd en verloren kunnen worden, dat kennisoverdracht belangrijk is, dat de wijze van toetsen kan toevoegen of afbreken. Je bent vrijwel continu bezig met het schetsen van de manieren waarop je lessen eruit zouden kunnen gaan zien. Het ontwerpen van ervaringen die het begrip van de belangrijkste inhoud vergroten is voor een groot deel wat effectieve docenten doen.
Je weerstaat de verleiding om simpelweg uit te voeren wat er van bovenaf, door leiding, door het boek, door het curriculum is vastgelegd. Je bent in staat om te switchen tussen het macro- en het microniveau. Je herkent de fouten en inconsistenties en beslist vanuit pragmatische pedagogiek. Je ontwerpt en scherpt aan.

3. Je plant achterstevoren.

Je hebt een doel voor ogen. Een bepaald niveau dat je wilt halen, een bepaalde gewoonte of vaardigheid die je wilt inslijpen, een vorm van toetsen of meten. Dit doel kan objectief zijn, maar ook subjectief. Maar je ontwerp begint met het doel.

4. Je doet niet wat er gezegd wordt.

Op papier kunnen docenten die exact uitvoeren wat er van hen verlangd wordt prima docenten zijn. Maar doen dit beste docenten dit ook? Het lijkt er niet op. Dit wil niet zeggen dat je alles anders moet doen. Je hoeft niet opstandig te zijn. Je moet slim zijn. Je doet zoveel van wat er moet als kan, maar je doet vooral wat er nodig is.

5. Je bent een feedback machine.

Je weet wat nuttige feedback is en hoe deze te geven. Je weet hoe nuttige feedback aankomt bij leerlingen. De meeste van je toetsen zijn kort en verschaffen inzicht in wat de leerling begrijpt. Je geeft directe feedback, nog dezelfde les. Je maakt gebruikt van technologie om dit te vergemakkelijken. Je ontwerpt samenwerkende opdrachten zo dat leerlingen elkaar feedback geven. Je leert leerlingen feedback geven en ze de waarde hiervan appreciëren. Je geeft leerlingen continu en consistent feedback op een manier die zij begrijpen en kunnen toepassen. De feedback die je geeft verandert mee met de leerling.

6. Je prioriteert continu.

De belangrijkste doelen, de meest efficiënte manieren om gegevens te verzamelen, de meest efficiënte manier om toetsen te ontwerpen, de meest betrouwbare tools en apps, de meest flexibele manier om planningen te maken, enzovoorts. Het is natuurlijk onmogelijk om dit allemaal te doen. Instinctief doe je als eerste wat het meest belangrijke is.

7. Je verandert.

Niets wat je doet is perfect. Dit vraagt dus om verandering. Leerlingen veranderen door jouw activiteiten tijdens de lessen. Dit vraagt om aanpassingen. Je verandert en wordt beter in sommige dingen, je leert prioriteren, maar je vergeet ook een aantal goede dingen te blijven doen, omdat je een mens bent. Jouw vak is onderhevig aan nieuwe ontdekkingen, inzichten, trends en vooruitgang, die sneller gaan dan de aanpassingen in het curriculum of het boek kunnen bijhouden. De technologie verandert en maakt meer en anders mogelijk. De samenleving verandert, in zijn complexiteit en zijn wensen. Dit vraagt van jou een continue verandering.

8. Je ziet leerlingen individueel.

Beginnende docenten zien een lokaal, of rijen. Jij ziet leerlingen. Je hebt het overzicht en de rust en de ervaring.  Je ziet niet alleen leerlingen als leerlingen maar ook als mensen. Je ziet ze als individuen. Niet als groepjes ingedeeld naar niveau of interesse voor jouw vak. Je ziet wat elke leerling nodig heeft en welke materialen en leerweg hem het meeste kunnen helpen. Natuurlijk weet je dat je dit niet elke dag voor elke leerling kunt waarmaken. Maar je ziet het wel, omdat je leerlingen als individuen ziet.

9. Je leerlingen veranderen, allemaal.

Leerlingen nemen steeds meer verantwoording. Stellen steeds consequenter steeds betere vragen. Bekritiseren plannen. Tonen interesse buiten de gebruikelijke stof. Hebben schik in wat zij doen, zowel inhoudelijk als de wijze waarop. De veranderingen zijn verschillend van grootte en vorm, afhankelijk van de leeftijd, het onderwerp, de startsituatie. De veranderingen zijn niet te standaardiseren.

Slimmer lesgeven zorgt voor leerervaringen die bij alle leerlingen tot veranderingen leiden, niet alleen bij de leerlingen die zonder jou ook gegroeid zouden zijn. Slimmer lesgeven eindigt met de leerlingen en hun groei als mens.

De echte maat of je slim lesgeeft is dan ook of het tot slim leren leidt voor al jouw leerlingen.

 

Bron: Teachthought, Smarter Teaching: 10 Ways You’ll Know You’re Doing It Right


6 mythes over Flipping the Classroom

juli 9, 2015

Wat is Flipping the Classroom? Of zo je wilt: wat is Flip de Klas?

Regelmatig geef ik workshops over Flipping the Classroom en nog veel regelmatiger spreek ik erover met allerlei collega’s. De hype die het misschien leek te zijn is mogelijk voorbij, maar tegelijkertijd wordt het steeds meer geassimileerd en opgenomen als onderdeel van het onderwijs zoals veel docenten dat geven. De aandacht is misschien minder, de impact zeker meer.

Het beeld dat bij velen nog bestaat is de Flipping the Classroom gaat over video’s om lessen aan leerlingen aan te bieden. Een technologische visie. Het gaat echter om het actief leren in de klas te vergroten, om zo inzicht en kritisch denken te vergroten. Het is een pedagogisch instrument.

Om dit beeld te verduidelijken hieronder een zestal mythes over Flipping the Classroom. Met een aantal toelichtingen en tips gebaseerd op tot dusver gedaan onderzoek, gesprekken met ‘flippers’ en eigen ervaringen.

Mythe 1: Flipping the Classroom betekent video’s.
Een van de meest gebruikte manieren van het toepassen van  Flipping the Classroom bestaat uit het aanbieden van video’s die leerlingen thuis kunnen (moeten?) bekijken zodat de tijd in de klas effectiever gebruikt kan worden voor actief leren. Met dit basis model is niets mis en het is zeker het model dat omarmd wordt door de mensen die hun brood verdienen met onderwijs technologie.

De reden om Flipping the Classroom toe te passen is niet de technologie die deze verandering van het aanbieden van inhoud mogelijk maakt. De werkelijk onderliggende reden om Flipping the Classroom toe te passen is dat het hiermee mogelijk wordt om aandacht te besteden aan belangrijke elementen van leren in de klas: toepassen, samenwerken, kritisch reflecteren. Video’s die er voor zorgen dat deze tijd in de klas vrijkomt maken dit mogelijk. Maar een goed tekstboek met goede instructies van een goede docent doet dit ook.

Mythe 2: Flipping the Classroom gaat over gepersonaliseerd leren.
Regelmatig wordt de mogelijkheid tot gepersonaliseerd leren genoemd als doel van Flipping the Classroom. En het is zeker mogelijk wanneer informatie op video wordt aangeboden dat leerlingen deze op hun eigen snelheid bekijken, herhalen waar nodig, of overslaan waar niet nodig. Kom daar maar eens om bij een docent die directe instructie geeft in de klas. “Kunt U dit nog een keer herhalen?” “Kunt U wat langzamer praten?” “Wilt U even stoppen, ik moet naar de WC?”
Wanneer leerlingen naar de klas komen kunnen zij hun ‘traditionele’ huiswerk maken, terwijl de docent aanwezig is en rondloopt. Elke leerling kan op elke moment aan iets anders werken en elke leerling kan verschillende soorten feedback krijgen van de docent. Dit op zichzelf is al een groot voordeel voor veel klassen en veel leerlingen.

Veel docenten die deze eenvoudige manier van Flipping the Classroom, ook wel Flip 1.0 genoemd, gebruiken ontdekken dat zij nog veel meer met de vrijgekomen tijd in de klas kunnen doen. Zij zien de deur die geopend is naar andere pedagogische strategieën, dit kunnen bijvoorbeeld zijn peer-instructie, probleem-gestuurd leren constructivistisch leren,  activiteiten gericht op samenwerken, die allen gericht zijn en behulpzaam zijn bij het ontwikkelen van hoger-niveau denken en redeneren en hiermee voedingsbodem voor dieper en meer beklijvend leren.  De technologie wordt van doel hulpmiddel. Pedagogiek wordt de bestuurder, technologie de versneller.

Mythe 3: Flipping the Classroom maakt leren efficiënter.
Gepersonaliseerd en adaptief leren klinken alsof zij leren efficiënter maken. Elke leerling kan op eigen tempo verder als hij een concept begrijpt. Alsof een machine wordt geprogrammeerd om steeds meer te kunnen.

Maar echt leren, ‘diep’ leren, is zelden zo rechtlijnig en evident. De echte wereld is dat eveneens zelden of nooit.

Onderwijs zou er niet alleen op gericht moeten zijn het onbekende bekend te maken, het zou er ook gericht op moeten zijn onbekendheid een gewoonte te laten worden. Onderwijs zou leerlingen er ook op moeten voorbereiden vragen te beantwoorden die niet eerder gesteld zijn. Op school dienen leerlingen hiervoor dus al blootgesteld te worden aan onduidelijkheden en geholpen te worden zich hier doorheen te werken.

De tijd in de klas die door Flipping the Classroom wordt vrijgemaakt kan gebruikt worden om te leren omgaan met de ruis in de wereld. Goed uitgevoerd kan Flipping the Classroom bijdragen aan het nadenken over en beantwoorden van vragen die niet in het curriculum staan, door aan de slag te gaan met de methode die hiervoor nodig zijn. Kan de wetenschap iets zeggen over de crisis in Griekenland? Wat is de werkelijke waarde van geld? Waarom is muziek wel zo gemakkelijk te onthouden?

Mythe 4: Flipping the Classroom is een verandering van technologie, niet van pedagogie.
Flipping the Classroom kan in zijn eenvoudigste vorm een simpele verandering in technologie zijn. Een verandering in de manier waarop de leerling informatie wordt aangeboden. Maar dat zou alleen het begin moeten zijn. Het gaat niet om de techniek en techniek zou het implementeren ook nooit mogen belemmeren. Het gaat om de pedagogiek. Inhoud en de manier waarop deze inhoud wordt aangeboden zijn niet langer centraal in de klas. Leerlingen en hoe zij werken komen centraal te staan. Dat is waar de werkelijke Flip plaatsvindt. Dit kan zonder enige vorm van technologie. Technologie maakt het slechts mogelijk makkelijker tijd vrij te maken in de klas om deze verandering daadwerkelijk vorm te geven.

Mythe 5: Flipping the Classroom vereist internet verbinding thuis.
Vaak kan worden volstaan met een boek of een zelfgeschreven hand-out om de benodigde informatie aan leerlingen aan te bieden, zoals bij mythe 1 al aangeduid. Maar zelfs wanneer een video voordelen heeft, zoals bij bewegende beelden, animaties, commentaar stem, zijn er andere mogelijkheden dan internet. De informatie kan ook op DVD of een USB-stick  worden gezet. Hiernaast kunnen scholen er voor zorgen dat er voldoende toegang is tot computers op school, tijdens of na de reguliere schooltijden.

Mythe 6: Flipping the Classroom kent één vorm.
Er zijn vele manieren om Flipping the Classroom toe te passen. Een centraal aspect is om zowel leerlingen als docenten meer vrijheid te geven. Laat je als docent daarom niet weerhouden door de techniek en hou het doel dat je hebt voor je leerlingen, en de doelen die zij zelf hebben, voor ogen. Gebruik de tijd in de klas om leerlingen te helpen jouw en hun doelen te bereiken op een manier die bij jullie past. Laat het boek zijn werk doen, of maak toch een video of gebruik er een die beschikbaar is op het internet.

Bron: 6 Myths About Flipping the Classroom, Kriss Schaffer, Edutopia 


Een kind dat de wereld mooier gaat maken

juli 7, 2015

Tess at Sea 2015-07-07_1238

Afgelopen vrijdag was de jaarlijkse barbecue van The Crowd. Zoals altijd, gewoon gezellig, met een klein beetje leren erbij. Dank jullie, Rhea en Patricia!

Een van de deelnemers had zijn dochter meegenomen. Haar naam is Tess en zij zit in klas 3-VWO van het Willibrord Gymnasium in Deurne. Zij kwam ons iets vertellen over School at Sea, waar zij volgend jaar aan wil gaan deelnemen. Zij vertelde ons op indrukwekkende wijze wat het is en vooral waarom zij er graag aan mee zou willen doen.

Ik wist zelf wel van het bestaan van School at Sea, maar kende niet de details. Een aantal daarvan waren voor mij best wel verrassend en daarom deel ik ze hier graag.

De leerlingen zeilen in zes maanden naar de Caraïben en terug. Gedurende deze periode doen ze hun normale schoolwerk, dat door school wordt opgestuurd, en worden ze begeleidt door vijf op het schip aanwezige docenten. Halverwege de reis wordt er voor twee weken ook nog een docent Grieks en Latijn ingevlogen. Nu wil het toeval overigens dat komend jaar een van mijn wiskunde collega’s gaat lesgeven bij School at Sea. Mocht een school niet kunnen of willen meewerken aan het opsturen van de materialen dan kan een vergelijkbaar curriculum van School at Sea zelf gevolgd worden. Leerlingen missen dus niets van hun reguliere schoolwerk, maar doen er wel iets boven op. De indeling is dat er steeds een lesdag is die wordt gevolgd door een dag werken op het schip. Dit betekent dat de leerlingen rouleren alle taken een keer op zich nemen en halverwege de reis solliciteren op een van de ‘banen’, bijvoorbeeld kok. De kok vertrekt dan ook na drie maanden!

Omdat volgens de Nederlandse regels het schip niet voldoet aan de eisen van een lokaal worden de leerlingen tijdelijk uitgeschreven en ingeschreven op een school in Zuid-Afrika. Heel apart vind ik zelf. Dit zou eenvoudig anders geregeld moeten kunnen worden.

De kosten bedragen €21.000. Dat is veel geld en dat komt omdat er op geen enkele manier subsidie wordt verleend. Scholen zouden een deel van het geld dat zij krijgen voor de leerlingen die meegaan kunnen afstaan, maar dit gebeurt als ik het goed begrepen heb maar zeer mondjesmaat. Het is zeker niet zo dat door dit bedrag het alleen bereikbaar is voor kinderen van rijke ouders. Het is juist de bedoeling dat de leerlingen zelf actief fondsen verwerven en zij krijgen hier dan ook een aantal trainingen voor.

Tess gaf aan dat het hele voortraject haar al heel veel geleerd heeft. Bijvoorbeeld de genoemde trainingen maar ook de bijbehorende ervaringen tijdens de uitvoering. Tien keer langs gaan bij bedrijven om negen keer nee te horen is tijdrovend en soms teleurstellend maar wordt telkens weer goed gemaakt door die tiende keer, wanneer er wel ja gezegd wordt. Zij wordt zich dan heel bewust van haar motivatie en leert van en omgaan met de tegenslagen onderweg. Die zullen haar niet weerhouden. Anderen wel, die ergens in het traject zijn gestopt omdat het toch te zwaar bleek om alle inspanningen te blijven leveren.

Tess heeft een eigen website Tess at Sea en zij heeft inmiddels €12.000 bijeen gehaald. Zij blijft doorgaan en is er van overtuigd dat het gaat lukken. Ik ook.

Leerlingen die meegaan verbreden letterlijk en figuurlijk hun horizon. Door het werken op een schip en tijdens de expedities die aan land worden ondernomen leren zij hun talenten en leiderschapskwaliteiten te ontwikkelen. Het leidt tot leerlingen die inspirerend zijn, vanuit verantwoordelijkheid en samenwerkende creativiteit. Gevraagd naar wat Tess vooral dacht te leren op het schip gaf zij zeer spontaan antwoord.

“Samenwerken. Op school ben ik het type dat in een groepje als het niet allemaal goed loopt alles zelf op me neem omdat ik graag iets goeds wil afleveren.”

Wat vooral veel indrukte maakte op mij was de rustige overtuiging waarmee Tess haar verhaal vertelde. Hier stond een meisje van 14 jaar aan docenten te vertellen wat haar droom was, en dat zij die gaat waarmaken. Een kind dat de wereld mooier gaat maken.

Op de vraag wat haar het meest was tegengevallen kwam weer een heel direct antwoord.

“De hoeveelheid tijd die het allemaal kost en dat ik daardoor mijn vriendinnen veel minder kan zien. Bijvoorbeeld deze vrijdagavond ben ik nu hier om te vertellen over School at Sea en niet bij mijn vriendinnen. Maar het is allemaal de moeite waard.”

Ik vind nu ik meer details ken School at Sea een prachtige opzet. Ik denk dat de kinderen, zoals Tess, die meegaan dit zeer bewust doen en hun eigen leren ontzettend verrijken. Ik vind het ook een mooi voorbeeld van hoe leren anders kan en zie voldoende mogelijkheden voor vergelijkbare initiatieven. Ik nodig Tess ook van harte uit om over haar ervaringen te komen vertellen op onze school. En als dat zou nog zou passen zelfs al voor zij vertrekt. Ik ben er van overtuigd dat er leerlingen op mijn school zitten die dit leeravontuur ook zouden willen meemaken.

Meer informatie is natuurlijk te vinden op de sites van Tess at Sea en School at Sea.

Sponsoren van Tess kan via de sponsorpagina. 😄

Succes! Tess!


Leerlingen zelf een elektronisch portfolio laten maken met Seesaw

juli 7, 2015

seesaw

Leerlingen maken heel wat producten gedurende een jaar; tekeningen, verslagen, presentaties, werkstukken. Vaak is het enige wat hiervan uiteindelijk zichtbaar blijft het verkregen cijfer. Via een elektronisch portfolio zouden de producten en vorderingen van leerlingen veel beter zichtbaar gemaakt kunnen worden. Het kan voor leerlingen ook een stimulans zijn om via het zelf aanleggen van hun eigen portfolio de eigen ontwikkelingen te kunnen terugzien en delen met docenten en ouders.

Misschien is dit een van de veranderingen om komend schooljaar te gaan doorvoeren?

Een van de tools die gebruikt kan worden om dit gratis online te doen is SeeSaw.

SeeSaw is beschikbaar als app voor de iPad, als Android app, en als Chrome web app. Leerlingen kunnen via deze apps zelf materiaal in hun portfolio plaatsen. Dit kan door het te schrijven, door foto’s te maken van schriftelijk of ander materiaal dat ze gemaakt hebben of door video’s te plaatsen. Leerlingen kunnen ook hun stem opnemen om de toegevoegde materialen van commentaar te voorzien. Het materiaal kan geordend worden middels het aanmaken van verschillende mappen voor bijvoorbeeld verschillende vakken of verschillende termijnen. Naast de leerling zelf kan de docent desgewenst ook materialen plaatsen.

De docent maakt een gratis account voor een klas en leerlingen melden zich hier bij aan via een code of door het scannen van een QR-code. Als docent is op deze manier al het werk van de leerlingen te zien. Het is ook mogelijk om accounts voor ouders te maken, zodat ook zij het werk van hun kinderen kunnen volgen. Desgewenst kan de docent ouders een bericht sturen wanneer er nieuw materiaal geplaatst is. Voor het ouderaccount geldt helaas wel dat alleen de laatste 30 dagen kunnen worden ingezien, voor een heel jaar dienen ouders een parentsplus account van $9,99 aan te schaffen.

Het leren omgaan met SeeSaw is erg eenvoudig en wijst zichzelf. Kinderen vanaf 5 jaar kunnen er vrijwel direct zelfstandig mee aan de slag. Op de site van SeeSaw staan bovendien een aantal handige tips en materialen om er mee te leren werken en het bij leerlingen en ouders te introduceren.


Ik zie R

juni 28, 2015

Ik ben mentor van een 4V klas. Ik ben al drie jaar mentor van deze zelfde klas. Ik ken ze een beetje en zij kennen mij een beetje.

In de drie jaar dat ik mentor ben heb ik twee keer de overgangsvergadering voorbereid. Van klas 2V naar klas 3V en van klas 3V naar klas 4V. De overgang is gebaseerd op cijfers en kent een procedure en normen.

Wij hebben zes normen. Wanneer een leerling aan alle normen voldoet wordt de leerling bevorderd naar het volgende leerjaar. Wanneer een leerling aan één norm niet voldoet dan wordt deze leerling hiermee ‘bespreekgeval’. Wanneer een leerling aan twee normen niet voldoet wordt de leerling niet bevorderd naar het volgende leerjaar. Er zijn bijzondere omstandigheden beschreven waarbij leerlingen door teamleider en mentor kunnen worden voorgesteld als ‘bespreekgeval’. Dit kunnen bijzondere omstandigheden zijn zoals ziekte en thuissituatie, of zoals een sterk stijgende lijn in de prestaties die net niet voldoende blijkt.

De groep leerlingen waar ik mentor van ben bestond in klas 2 uit 32 leerlingen. In klas 4 zijn dit er nog 29. Er zijn in die twee jaar een paar leerlingen afgestroomd, zoals dit heet, van vwo naar havo, en door de gekozen profielen in klas 4V zijn er ook leerlingen uit de klas gegaan of er bij gekomen.
Van de 32 leerlingen uit klas 2V zijn er nog 17 dezelfde, met dit verschil dat zij aanzienlijk gegroeid zijn, fysiek zeer zichtbaar.

Ik ben nu bezig met de voorbereiding van de overgangsvergadering die a.s. donderdag of vrijdag zal gaan plaatsvinden, het rooster hiervoor is op dit moment nog niet bekend. Dinsdag ga ik deze vergadering met mijn teamleider voorbespreken. Ik ben nu de cijfers aan het verwerken van de laatste toetsweek, die vrijdag is geëindigd en 8 dagen heeft geduurd. Nog niet alle cijfers zijn binnen, de meeste wel.

Zoals het er nu voor staat gaan 29 van de 29 leerlingen niet besproken worden. 24 niet omdat zij aan alle normen voldoen, 5 niet omdat zij aan twee normen niet voldoen.

Wat gaan wij dan bespreken? Een goede vraag.

Waarover gesproken zal gaan worden, tijdens de vergadering of daarvoor of daarna of alle drie is het aantal leerlingen dat niet bevorderd kan worden. Het zal gaan over B., L, M., N., S.. Maar niet echt. Het zal gaan over de aantallen leerlingen, de percentages, de redenen waarom zij niet eerder zijn ‘tegengehouden’.

Doubleren is niet goed voor de doorstroomcijfers van een school. Doubleren kost geld, 500 miljoen euro per jaar wordt er gezegd. Landelijk worden er in 4V zo’n 10% van de leerlingen niet bevorderd naar 5V. Daar liggen problemen.

Maar ik zie nu geen cijfers en geen percentages. Hoe gek ik ook op ze ben.

Ik zie R.

R. is van klas 2V naar klas 3V bevordert als ‘bespreekgeval’. R. is van klas 3V naar klas 4V bevordert als ‘bespreekgeval’. Bij de overgang van klas 2V naar 3V werd R. afgeraden om het vwo te blijven volgen, havo zou verstandiger zijn. R. legde het advies naast zich neer en ging naar 3V. R. wilde in de bovenbouw heel graag een N-profiel gaan proberen omdat zij daarmee de opleiding zou gaan kunnen doen die zij op dat moment voor zich zag. Bij de overgang van klas 3V naar klas 4V werd haar dit afgeraden. R. legde het advies, na lang twijfelen en een aantal intensieve gesprekken met haar en haar ouders, naast zich neer.

R. ontdekte dat het haar in 4V niet lukte om het gewenste N-profiel succesvol af te ronden. Halverwege het jaar besloot zij van profiel te wijzigen. Nu wist zij het echt zelf, zij had het geprobeerd en het was niet gelukt.

Ook in haar nieuwe pakket heeft R. wiskunde en dat leek een struikelblok te blijven. Met de cijfers van vóór de laatste toetsweek zou R. opnieuw ‘bespreekgeval’ zijn. Maar er is iets in R. gebeurd, iets dat zichtbaar is geworden sinds haar verandering van pakket. Iets dat tijd nodig had. Tijd die zij heeft gekregen door haar zelf te nemen. Ze is zich meer gaan inspannen door het veel duidelijkere doel voor haar ogen.

R. stond niet bekend om haar lach, niet om haar positiviteit, niet om haar bereikbaarheid voor docenten.

Haar interne twijfel werd gevoed door de reacties die zij kreeg.

Ik zag en zie geen cijfers, ik zag en zie geen percentages. Ik zag en zie R.

Zij lacht nog steeds niet uitbundig. R. kijkt wel veel minder vaak alsof er iets mis  is. Ze kijkt minder vaak alsof ze wordt aangevallen en ze zich moet verdedigen. Ze kijkt met veel minder twijfel. Ze kijkt met meer ervaring.

R. is blij met het traject dat zij heeft gevolgd. R is blij met de keuzes die ze heeft gemaakt.

Zij ziet er veel gelukkiger uit.

Wat je ook gaat doen. Het ga je goed R.!

 


 

PS:1 Ik had hier ook kunnen vertellen over I, die ook twee jaar ‘bespreekgeval’ was en nu zal worden gaan bevordert van klas 4V naar 5V zonder enig tekort. Ik zie I. ook.

PS2: Met de 5 leerlingen die aan twee normen niet voldoen heb ik regelmatig gesprekken gehad. Alle 5  hebben aangegeven dat, mocht het toch niet meer goed komen, zij graag zouden doubleren, dus klas 4V nogmaals doen, om zo de kans te behouden het vwo met een diploma af te sluiten. Ik ben groot voorstander van zomercursussen, extra opdrachten, voorwaardelijke overgang, zodat leerlingen die het ‘net’ niet halen niet een volledig jaar hoeven over te doen. Dit (b)lijkt helaas vooralsnog lastig uitvoerbaar.


Laat leerlingen tops en tips geven

juni 25, 2015

Gisteren heb ik hier geschreven over het belang van het motiveren van leerlingen: 10 tips om de leerling te motiveren. Dit was naar aanleiding van een onderzoek door het LAKS en gepubliceerd in Trouw. Eveneens gisteren heb ik op twitter een korte uitwisseling gehad met Arjan van der Meij van De Populier in Den Haag naar aanleiding van zijn tweet:

Blogpost leerlingen geven tops en tips 2015-06-25_0651

Het kan snel gaan.

Vandaag lees ik op Nu.nl (zie onderaan voor de volledige tekst) dat er in de Tweede kamer voldoende steun is voor een voorstel om scholieren op het voortgezet onderwijs mee te laten doen aan de beoordeling van hun docenten. Een voorstel van het LAKS.

Ik ben daar helemaal voorzichtig vóór!

Ik ben van mening dat leerlingen op een bepaalde manier experts zijn in leren. Het is iets dat zij de hele dag doen, of ondergaan. Zij kijken anders tegen bepaalde zaken aan dan docenten, die ook op een bepaalde manier experts zijn in leren, maar vooral doceren.

Van twee kanten bekeken wordt iets altijd beter.

Met de oprichting van het Education Design Lab op onze school hebben leerlingen zelf de eerste stappen gezetten om het gesprek met docenten en school aan te gaan om hun lessen nog beter te krijgen. Zij hebben inmiddels zitting gehad in de sollicitatie commissie voor de nieuwe teamleiders, een groene kaart systeem ontwikkeld om leerlingen meer zeggenschap over hun activiteiten tijdens de lessen te garanderen, en zijn nu bezig met de ontwikkeling van een TOPTIP systeem om docenten van feedback te voorzien.

En daarin schuilt mijn voorzichtigheid. Feedback geven is iets heel anders dan beoordelen.

Er is een verschil tussen scholen de ruimte geven leerlingen een stem te geven en dit van onderop te laten ontstaan en het verplichten van scholen hier iets mee te doen. Het kan heel eenvoudig.

Blogpost leerlingen geven tops en tips 2015-06-25_0713

Ik ben er van overtuigd dat het LAKS, de VVD en de PVDA het goed bedoelen. Ik hoop dat het plan geen beoordelingsinstrument gaat opleveren maar een deelinstrument. Ik hoop van harte dat het deze keer lukt in het onderwijs dit niet te laten verworden tot een papieren tijger en dat de ruimte en het belang van feedback waarover nu wordt gesproken niet gaat worden gevangen in een papieren kooi.

Bij United4Education is er binnen het transitiepad De Leerling Centraal aandacht voor het verzamelen van allerlei initiatieven waarbij de leerling een stem heeft gekregen of bezig is te krijgen in zijn eigen leren. Het delen van voorbeelden is een van de doelen van United4Education om zo positieve ontwikkelingen te verbinden, verbreden en versterken. Een mooie stem is natuurlijk die van de feedback gevende leerling, aan de docent, of aan de school. Ken je meer voorbeelden van leerlingen die docenten feedback dan wil je oproepen ze te delen. Bijvoorbeeld als reactie op dit blog. Of waar dan ook. Wat voor de een volkomen logisch, standaard en geaccepteerd is kan voor de ander een vergezicht zijn dat onbereikbaar lijkt.

De volledige tekst van het artikel op Nu.nl:

In de Tweede Kamer is er steun te vinden voor een voorstel om scholieren op het voortgezet onderwijs mee te laten doen aan de beoordeling van hun docenten.

Het voorstel komt van de belangenbehartiger voor scholieren LAKS.

VVD-Kamerlid Karin Straus wil nu dat de mening van leerlingen onderdeel gaat uitmaken van het personeelsbeleid van de school. Het voorstel kan op steun rekenen van de PvdA waarmee er een meerderheid is in de Tweede Kamer.

“Wij willen graag dat er op scholen professioneel personeelsbeleid wordt gevoerd en dat het oordeel van de leerlingen daar een serieuze rol in krijgt, zij ervaren immer dagelijks hoe er les gegeven wordt”, stelt ze.

LAKS-voorzitter Andrej Josic: “Anderen zien de docenten alleen in de wandelgangen. En als ze bij de lessen gaan kijken zijn die er op afgestemd”, stelt hij.

Uit onderzoek van de Inspectie voor het Onderwijs blijkt dat maar 42 procent van de scholieren zich momenteel gemotiveerd voelt door de docent.

Maatregelen

De invloed voor scholieren is voor LAKS een onderdeel van een pakket maatregelen om de motivatie op te krikken en de kwaliteit van de lessen te kunnen verbeteren.

Sommige scholen gebruiken de input van scholieren nu al. Volgens het LAKS worden op het Maartenscollege in Groningen zelfs al sollicitatiegesprekken gevoerd door de scholieren.

Hoe de scholen de betrokkenheid van de leerling versterken wil de VVD-politica niet precies invullen. Dit mogen scholen zelf bepalen.

Variant

“Je kan dit doen in een milde vorm, door bij de zoektocht naar een nieuwe docent leerlingen te laten meebeslissen bij het opstellen van een profiel, maar je kunt ook denken aan een variant dat je scholieren vraagt of iemand wel of niet een vaste aanstelling krijgt. Of je kunt via enquêtes scholieren vragen om docenten te beoordelen.”

Volgens Straus gaat het de scholieren echt niet alleen om de populariteit van de leraar, maar gaat het juist om de manier van lesgeven.

PvdA-Kamerlid Tanja Jadnanansing is er eveneens erg voorstander van dat jongeren kunnen meepraten over de kwaliteit van het onderwijs.

Feedback

“Daarom steunt de PvdA voorstellen die leerlingen helpen om positieve feedback te geven aan hun docenten. Zo helpen zij leraren om nog beter les te geven en daarmee komen scholieren weer een stapje dichterbij de beste editie van zichzelf te worden.”, aldus Jadnanansing.

Donderdag debatteert de Tweede Kamer over een wetsvoorstel om de inspectie op scholen te verbeteren. Straus zal daarbij haar voorstel om de positie van scholieren bij de beoordeling van docenten wettelijk te verankeren.

 


Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 4.285 andere volgers

%d bloggers op de volgende wijze: