10 technieken om te checken of iedereen het snapt

december 16, 2018

Op klasse.be kwam ik de volgende bijdrage tegen van Stijn Govaerts met een prachtige set aan eenvoudige technieken om formatief lesgeven vorm te geven. Te mooi om hier niet te delen. Welke ga jij deze week inzetten? En volgende week?

Hoe controleer je snel of je leerlingen je les begrepen hebben? En hoe leer je ze zelf inschatten of er veel bleef plakken en of ze moeten bijpompen? Met deze 10 technieken kan je meteen aan de slag.

 

One-minute-paper

1 minuut denktijd en 1 minuut schrijftijd. Meer krijgen je leerlingen niet om een kort gestructureerd verslag te maken van de lesinhoud. De sterkste one-minute-paper deel je online of lees je voor bij het begin van de volgende les.


Het interview

Maak de laatste 5 minuten van je lestijd vrij voor een interview. Leerling A interviewt leerling B over de afgelopen les. Vragen als: wat vond je interessant aan de les, wat vond je grappig, waar heb je het nog moeilijk mee, wat vind jij een goede toetsvraag over deze les? Zowel de vragen als de antwoorden helpen jou als leraar.


Afscheidnemer

Geef de laatste minuut van je les aan een leerling. Hij of zij probeert de les samen te vatten in 3 belangrijke punten. Daarna mag hij of zij op geheel eigenzinnige wijze afscheid nemen en de klasgenoten een fijne dag of avond toewensen.


Werk je naar buiten

Eindig je les met een snelle quiz. 3 ja-nee-vragen of meerkeuzevragen. Leerlingen die de eerste vraag juist hebben, mogen rechtstaan of de klas verlaten. De rest blijft zitten voor de volgende vraag. Hetzelfde scenario voor vraag 3. Liever via digibord, computer of smartphone? Met apps als Kahoot! boks je snel een online quiz in elkaar.


Toetsvraag

De leerlingen met een even klasnummer noteren een vraag over de les die niet zou misstaan op een toets. De vragen verdeel je onder de leerlingen met oneven nummers. Eentje laat je mondeling beantwoorden. Na de les check je de vragen. Die vertellen je meteen of leerlingen hoofd- en bijzaken kunnen onderscheiden.


4 hoeken

Met deze methode heb je snel en makkelijk een overzicht van wie op welk niveauzit. Terwijl je leerlingen door de klas bewegen, stel jij vragen over de leerstof. Je verbindt de klashoeken telkens met een antwoord. Of je laat je leerlingen zelf inschatten hoe goed ze de leerstof beheersen. Je verdeelt de hoeken dan onder in ‘ik kan het zelf helemaal uitleggen, ‘ik snap de les of leerstof’, ‘ik heb nog een beetje hulp nodig’ en ‘ik snap het nog niet’.


Luister, fluister

Je noteert een cruciaal inzicht of belangrijke formule uit je les op papier. Een leerling leest de zin in stilte en fluistert die dan in het oor van een klasgenoot. Zo gaat de boodschap de klas rond. Als iedereen de boodschap voldoende (her)kent, moet de laatste leerling in het rijtje in staat zijn om je startzin foutloos te herhalen.


60 seconden post-it

Leg voor de les op elke bank een post-it klaar. Na je les krijgen je leerlingen 60 seconden om te noteren wat bleef plakken. Voor ze buiten gaan, kleven ze die post-it op het raam, het bord, je bureau … Daarbij schatten ze zichzelf in. Post-it hoog ophangen? Dan bleef veel plakken. Post-it laag? Dan ging (te) veel van de leerstof aan hen voorbij. Geef ze de volgende les de kans om de post-it te herplakken. Bekeken ze thuis de leerstof en weten ze nu meer? Omhoog die post-it!


3-2-1

Verdeel een blad in 3 stroken. En geef leerlingen volgende opdracht: noteer bovenaan de 3 dingen die je ontdekte tijdens de les. In het midden schrijf je 2 zaken die je interessant vindt en onderaan komt een vraag over de les. In 2 minuten tijd heb jij een schat aan informatie.


Exit ticket

Iets nieuws uitgetest in de klas? Ontdekken of je les haar doel heeft bereikt? Met een exit ticket krijg je inzicht in hoe je leerlingen de les verwerken en speel je de volgende les meteen in op hun behoeften. Bovendien krijgen ook je leerlingen dankzij de vragen op hun exit ticket een betere kijk op hun leerproces.

 


Bron: Snapt iedereen de leerstof? Check het met 10 technieken.

Advertenties

Leraar zijn is een prachtberoep

december 15, 2018

Ik heb afgelopen week weer genoten van mijn baan als leraar. Genoten van de interacties tijdens de lessen, de vragen, de verhalen van de kinderen zo even tussendoor. Ik heb genoten van de schitterende presentaties van de Profielwerkstukken aan de ouders. Genoten van de kwaliteit en diepgang die zij toonden en de trots in de blikken van de ouders. Ik heb gelachen met de kinderen, wij hebben elkaar weer een beetje meer gezien via flauwe grappen en kleine woordjes hier en daar.

Leraar zijn is een #prachtberoep. 

Ruim twee jaar geleden schreef ik hier over positief schrijven onder onderwijs.

Goed nieuws is geen nieuws.

Nuances leveren geen headlines.

Wanneer het onderwijs in het nieuws komt is dit ‘dus’ meestal negatief.

Twee weken geleden kreeg ik onder die post de vraag hoe het ermee stond, dat positief schrijven over onderwijs plan.

Beste Frans,

Mede na het zien van het item over bedreigde leraren / docenten in De wereld draait door van woensdag 28 november is bij mij het positieve vuur ontwaakt! Het moet een keer afgelopen zijn met de negatieve beeldvorming van (werken in) het onderwijs. Ik heb gisteren de redactie van De wereld draait door een uitnodiging gestuurd om bij hen aan tafel de komen zitten om een realistisch positief beeld van (werken in) het onderwijs neer te zetten. Tot op heden geen reactie. Wel heb ik van het plaatselijke Rotterdamse huis aan huis blad de toezegging dat ik op reguliere basis een positief verhaal over het Rotterdamse onderwijs mag schrijven.

Wat is de huidige status van dit item “positief schrijven over onderwijs” en kunnen wij daar samen misschien iets in betekenen?

Annemieke van Dillen

Die vraag kon ik niet direct beantwoorden.

Hoi Annemieke,

Ik weet niet wat de status is.
Ik kan slechts persoonlijk het positieve blijven benadrukken op een voor mij realistische manier.

Wat iedereen daarin kan betekenen is hetzelfde doen en blijven doen en opnieuw doen. Onverbiddelijke oprechte aardigheid.

Wat iedereen kan doen is even wachten met het reageren als de emotie hoog is en de formulering niet opbouwend.

Wat iedereen kan doen is wat er mooi is delen. Wat er fijn voelt delen. Wat doet glimlachen delen. Hoe ‘klein’ ook.

Ik zal deze post nogmaals delen. Ik hoop dat velen ons volgen door het delen van een like te voorzien, liefst met een eigen commentaar, van en retweet te voorzien van een eigen woordje, of veel liever nog een eigen verhaal.

Mocht er iemand iets willen schrijven en geen blog hebben: ik plaats het graag.

Met hartelijke groet,
Frans

Hieronder een stuk uit De Havenloods met de oproep van Annemieke. Ik deel het stuk graag.

Annemieke vraagt mensen mooie verhalen over het onderwijs te delen

Rotterdam – Annemieke van Dillen is docent op Hogeschool Rotterdam en actief in Broedplaats010. Ze heeft genoeg van de negatieve berichten over het onderwijs en stuurde deze oproep naar De Havenloods.

‘Woensdagavond 28 november ontwaakte het vuur in mij en nam ik het volgende besluit: Het imago van (werken in) het onderwijs moet echt verbeteren! In een item van DWDD werd (werken in) het onderwijs negatief neergezet. Het item was een reactie op de opening van het NOS-journaal ‘een kwart van de docenten is slachtoffer van geweld door leerlingen’. DWDD deed er nog een schepje bovenop. Twee MBO-leraren vertelde laconiek over hun eigen ervaringen met verbaal en fysiek geweld. Hun reactie vond ik volkomen misplaatst. Bovendien begrijp ik niet dat zij vergeten zijn om ook de mooie kanten van (werken in) het onderwijs te benoemen. Zelf werk ik al jarenlang als docent. Werken in het onderwijs (lees; medeverantwoordelijk zijn voor de ontwikkeling van jongeren) is een van de mooiste en meest zinvolle beroepen die je kan uitoefenen. Waarin iedere dag hele mooie en waardevolle dingen gebeuren. Deze worden naar mijn mening onvoldoende belicht in de media. Met dit artikel doe ik een oproep aan alle lezers van De Havenloods om positieve ervaringen te delen. Met elkaar kunnen wij ervoor zorgen dat het imago van het onderwijs realistisch positief wordt!’

Je kunt positieve verhalen delen via de Facebookpagina ‘Onderwijs010 positief zien’ en natuurlijk bij De Havenloods via redactie.hl@persgroep.nl of op onze facebookpagina.

 


Flash Forward: 5 minuten de toekomst in

november 30, 2018

Wat is het dat jij wilt dat jouw leerlingen zich nog herinneren, nog weten, nog kunnen?

Een vraag waar je misschien wel eens even aan denkt maar waarover je zelden of nooit de tijd neemt om werkelijk over na te denken.

Het is een essentiële vraag, een vraag die je ook aan je leerlingen kunt stellen.

Wat is het jij wilt dat jij je nog herinnert, nog weet, nog kan?

Hoe vaak je ook reflecteert over wat je wil dat leerlingen leren en onthouden je vraagt het nooit aan de leerlingen. Waarom hen ook niet de kans geven hierover na te denken en hierover een antwoord te formuleren?

Je kunt dit omzetten in een activiteit in de klas. Aan het eind van een periode stel je leerlingen eens deze vraag:

Flash Forward: Wat wil jij nog weten?

Nu je dit onderwerp hebt gevolgd wat is nu het belangrijkste dat je over 10 jaar nog wilt weten (en waarom)?

Je kunt je leerlingen vragen naar één ding of naar een paar (met een maximum van 5 bijvoorbeeld) en de tijdseenheid aanpassen naar elke hoeveelheid die jij passend vindt (één jaar, vijf jaar, twintig jaar?).

Flash Forward heeft een aantal voordelen voor jouw leerlingen.

  • Zij zijn bezig met Retrieval Practice. Door specifiek naar één ding te zoeken in hun geheugen zullen ze dit nog beter gaan onthouden.
  • Zij zijn bezig met Spacing. Ze moeten het gehele onderwerp terughalen uit hun geheugen en het langslopen.
  • Zij zijn bezig met Metacognitie. Ze reflecteren op wat ze nog weten en ook op wat ze zijn vergeten.

Flash Forward heeft een aantal voordelen voor jou als leraar.

  • Je bouwt (verder) aan een ondersteunde cultuur in de klas rondom het proces van leren
  • Je krijgt feedback over de onderdelen die voor de leerlingen het meest waardevol blijken
  • Je genereert tijd voor zelf-reflectie en inspiratie voor de volgende periode of het volgende jaar

Gebruik Flash Forward, al is het maar voor 5 minuten. Het kan in elke klas, op elke niveau worden gebruikt. Laat leerlingen je verrassen met hun inzichten. Tijdens de discussie zullen leerlingen elkaar herinneren aan andere onderdelen of aan verbanden met andere onderwerpen. Zij zullen actief bezig en mogelijk zelfs jou de vraag stellen. Wat is jouw Flash Forward? Heb jij je antwoord dan/al klaar?

Update: hoe kun je Flash Forward nog effectiever inzetten?

Door leerlingen te laten delen.

  1. Leerlingen denken na over of schrijven hun Flash Forward op
  2. Leerlingen gaan tegenover elkaar staan of zitten
  3. Leerlingen delen hun Flash Forward
  4. Leerlingen schuiven een plaats op en delen opnieuw hun Flash Forward
  5. Leerlingen nemen deel aan een gezamenlijke discussie in de klas over de genoemde thema’s en de reacties hierop

Een waardevolle toevoeging aan de originele vraag is de leerlingen nog twee vragen te stellen.

  1. Hoe ga jij je dat ene ding herinneren?
  2. Wat ga je doen om te zorgen dat je het niet vergeet?

Bron: Retrieval Practice: flash-forward-what-do-you-want-to-remember-10-years-from-now

 


Oproep EduHackathonNL challenges

augustus 2, 2018

 

 

Twee maanden geleden schreef ik hier een blogpost over de plannen van MeetUpNL om een EduHackathonNL te gaan organiseren, en zojuist plaatste ik een oproep om actief deel te nemen aan de organisatie hiervan:

EduHackathonNL

Op verschillende plaatsen in Nederland tegelijkertijd met teams aan de slag
om te werken aan innovatieve, concrete oplossingen
voor uitdagingen en vragen die er liggen in het onderwijs

20 september, 18.00 -21.00 uur. S2M 030, Moreelse Park 65, Utrecht.

Nu een oproep om challenges aan te leveren voor EduHackathonNL.

Tijdens een hackathon werken teams aan creatieve en innovatieve oplossingen voor problemen of vragen die spelen in een bepaalde organisatie of een bepaald veld. Voor EduHackathonNL is dit natuurlijk het onderwijs. De teams gaan aan de slag met een challenge en komen in een periode van 12-24 uur met een oplossing, een prototype. Dit wordt gepresenteerd aan een jury en de winnaar ontvangt een prijs. Het is natuurlijk niet de bedoeling dat het daar dan stopt! Het is de bedoeling dat met de oplossingen ook na EduHackathonNL concreet aan de slag gegaan wordt, met alle betrokken stakeholders.

Een belangrijke factor voor het succes van EduHackathonNL zullen de vooraf vastgestelde challenges zijn en wij zijn dus op zoek naar de juiste. Welke vraag is belangrijk genoeg, niet te algemeen, niet te specifiek, uitdagend genoeg, passend?

Op 20 september zal door de organisatoren uit alle ingebrachte challenges een keuze worden gemaakt voor de eerste EduHackathonNL. Er zullen vier challenges geselecteerd worden, waarbij regio-specifieke verschillen zeker mogelijk zijn.

Heb jij een challenge binnen het onderwijs waarmee je EduHackathonNL graag aan de slag ziet gaan vul dan onderstaand formulier in en geef aan of je in staat ben jouw challenge op de bijeenkomst 20 september ook te pitchen. Mogelijk nemen we nog voor die datum contact met je op om meer informatie of een toelichting te vragen.

Je kunt het formulier hieronder invullen, of in het geval dit niet mocht lukken via deze link bereiken.

 


Oproep deelname EduHackathonNL organisatie

augustus 2, 2018

 

Twee maanden geleden schreef ik hier een blogpost over de plannen van MeetUpNL om een EduHackathonNL te gaan organiseren:

EduHackathonNL

Op verschillende plaatsen in Nederland tegelijkertijd met teams aan de slag
om te werken aan innovatieve, concrete oplossingen
voor uitdagingen en vragen die er liggen in het onderwijs

Deze blogpost eindigde met de mededeling dat ons volgende samenkomen op 20 september zal zijn, om als groep verder praten over onze plannen en deze concrete invulling te gaan geven. Deze bijeenkomst zal plaatsvinden van 18.00 -21.00 uur bij S2M 030, Moreelse Park 65, Utrecht.

Als voorbereiding hierop hebben wij gisteren gesproken met Nick van Breda, die al een aantal EduHacks heeft georganiseerd en heeft aangeboden ons te ondersteunen bij de organisatie. We hebben gezamenlijk gekeken naar de verschillende onderdelen die essentieel zijn om EduHackathonNL tot het succes te laten worden wat wij het willen laten zijn en wat ons onderwijs en onze leerlingen verdienen. Dit maakte ons alleen nog maar enthousiaster, samen kunnen we zoveel!

Het programma voor 20 september zal in ieder geval de volgende onderdelen bevatten:

  1. Vaststellen van een datum (ergens begin 2019)
  2. Vaststellen van de locaties (3-5)
  3. Het selecteren en formuleren van de vragen/challenges (ongeveer 4, kunnen regionaal deels verschillen)
  4. Het opdoen van ervaring via een mini-EduHackathonNL die Nick voor ons zal verzorgen
  5. De vraag om commitment voor de benodigde vervolgstappen

Inmiddels hebben zich al een flink aantal mensen aangemeld die mee willen helpen in de organisatie en de uitvoering maar we kunnen er zeker nog meer gebruiken om EduHackathonNL echt op de kaart te zetten en de werkelijke impact te laten hebben die wij voor ogen zien.

Wil jij actief meedoen aan de organisatie van EduHackathonNL vul dan onderstaand formulier en zet de datum in je agenda. Mogelijk nemen we nog voor die datum contact met je op om de laatste details te regelen.

Je kunt het formulier hieronder invullen, of in het geval dit niet mocht lukken via deze link bereiken.

 

 

 


Hoeveel vakantie hebben leraren nu eigenlijk?

juli 24, 2018

 

Het is vakantie.

Maar hoeveel vakantie hebben leraren nu eigenlijk?

Een blogpost die ik al langer wilde schrijven omdat daarover nogal wat misverstanden bestaan.

Daarom hier heel kort de feiten voor het VO.

 

De afspraken

– Volledige baan volgens CAO = 1659 uur

– Aantal uur per week volgens CAO = 36,86

– Aantal schoolweken = 40

– Aantal lesweken = 38

 

De conclusies

– 1659 uur / 36,86 uur per week = 45 weken

– 52 – 45 = 7 weken vakantie (inmiddels 6 door ‘werkdrukverlaging’, daarover later meer)

– 1659 uur / 40 lesweken = 41,5 uur per week

– 1659 uur / 38 lesweken = 43,7 uur per week

 

Lesvrijeperiode

Al jaren gebruik ik zelf de term ‘lesvrijeperiode‘ voor al die weken waar er geen contact is met leerlingen en er geen les gegeven wordt. Dit zijn de herfstlesvrijeperiode, de kerstlesvrijeperiode en de voorjaarslesvrijeperiode. Dit zijn dus geen vakanties.

 

De discussie

Het staat een leraar vrij om een langere werkweek dan de in de CAO afgesproken 36,86 uur te draaien. Daarmee spaart hij deze uren op om ze elders in te kunnen zetten, als ‘vakantie’. Dat klopt. Maar daarvoor moet hij dan dus wel 41,5 uur per week werken. Dat is een keuze, geen recht, geen verplichting. Daarover kun je discussiëren.

 

PS 1: Ik voelde de noodzaak om deze post nu, hoe kort en onvolledig ook, te schrijven naar aanleiding van het verhaal op nos.nl over werkdruk, waar zelfs stichting Leerkracht, die ik hoog heb zitten met hun fantastische werk om elke-dag-samen-een-beetje-beter ons onderwijs te verbeteren aangeeft dat leraren 10 weken vakantie hebben en dat daar ‘winst’ te behalen zou zijn.

PS 2: Zodra er meer tijd is zal ik deze post uitbreiden met de gegevens voor PO en MBO en het verhaal invullen met meer details en inkaderen in de gemiddelde werktijd en vakantie voor andere beroepen.

PS 3: Mocht je vinden dat leraren wel veel vakantie hebben en dat als een groot voordeel zien of graag gebruik willen maken van de mogelijkheid om je uren in te delen kom dan vooral helpen om het lerarentekort op te lossen 😜. Het is ook nog eens echt leuk werk!

 

Bron:
CAO VO 2016-2017

 


Deltaplan basisonderwijs

juli 20, 2018

Bij het verzamelen van de suggesties om het lerarentekort op te lossen wees Rienkje van der Eijnden, directeur van basisschool De Zuiderzee bij ABSA, mij op haar Deltaplan basisonderwijs. Zij schreef dit op 1 december 2017 op LinkedIn en ik neem het hier graag integraal over om er extra de aandacht op te vestigen. Rienkje schrijft als toelichting:

“Ik geloof in duurzame oplossingen. Voor de korte termijn zullen we noodmaatregelen in moeten zetten. Stap 1 is dat we onderwijs weer echt belangrijk gaan vinden.”

Help mee het Nederlandse basisonderwijs te redden

De nood in het basisonderwijs is hoog. Het toenemende tekort aan leerkrachten heeft grote impact op de kwaliteit. Nog even en dit is onomkeerbaar…

Minister Slob laat weten dat hij ‘de werkvloer’ nodig heeft om te weten wat echt nodig is in het basisonderwijs en om met goede plannen te kunnen komen. Laten we daarom met elkaar dit Deltaplan maken. Ik geef hier de voorzet. Laat weten wat goede ideeën zijn en welke voor verbetering vatbaar zijn (graag met verbetersuggestie). Aanvullingen zijn uiteraard ook welkom.

I – Ideeën die geld kosten, maar die absolute noodzaak zijn

1.   We zien goed onderwijs als investering en niet als kostenpost
·        Uitgangspunt in onderwijsbeleid en politieke keuzes wordt het inzicht dat goed onderwijs de basis is van ons maatschappelijk succes (bruto nationaal geluk) en onze kennismaatschappij (bruto nationaal product).

2.   We maken werken in het basisonderwijs aantrekkelijk
·        Met een eerlijk salaris (tenminste gelijk aan VO, liefst marktconform)
·        Met voldoende tijd om het werk dat gedaan moet worden ook echt te kunnen doen

3.   We zorgen dat de randvoorwaarden in orde zijn
·        De financiering van gebouwen, verwarming, water, licht enz. wordt kostendekkend.
·        Binnen een schoolgebouw geldt ARBO wetgeving (oppervlakte, temperatuur etc.) ook voor de kinderen en de uitvoering daarvan wordt financieel mogelijk gemaakt.
·        Elke school heeft basale ondersteuning in de vorm van een conciërge en een administratieve kracht.
·        Een klas heeft een menselijke maat – maximaal 24 kinderen op één leerkracht.
·        Elke klas heeft een onderwijsassistent om extra ondersteuning te kunnen bieden.
·        Elke school heeft een ‘extra’ leerkracht die kortdurend verzuim kan vervangen.

4.   Bij ‘beleid’ komen ook de middelen mee om het beleid mogelijk te maken
Bijvoorbeeld:
·        Als de groepsleerkracht niet meer bevoegd is om bewegingsonderwijs te geven, wordt er een vakleerkracht bekostigd.
·        Als er drie uur gym gegeven moet worden, komt er ook een gymzaal om dat te doen.
·        Als er een anti-pestcoördinator moet komen, komen er ook uren voor deze taak.
·        Enz. enz.

II – Ideeën die geen (onderwijs)geld kosten en noodzakelijk zijn

5.   Het ministerie wordt  beleidsarm
·        Geen ‘detailbeleid’ uit Den Haag (Volkslied, museumbezoek, gymuren, …)
·        De grote lijn blijft in tact voor langer dan de ‘politieke vier jaar’
·        Sturende subsidies (met alle overhead en ineffectiviteit van dien) verdwijnen en worden vervangen door structureel geld voor ontwikkeling en verbetering op schoolniveau.

6.   De overheid ziet de leerkracht als deskundige professional
·        Er wordt gepraat met leerkrachten in plaats van over leerkrachten; we stoppen met het financieren van het oerwoud aan ‘deskundige clubjes en organen’ en zorgen dat er één advies- en gesprekspartner voor het ministerie komt dat bestaat uit leerkrachten zelf.
·        We laten leerkrachten / scholen zelf bepalen waar zij extra deskundigheid nodig hebben en bij wie zij dat willen halen.

7.   De school vormt de basis
·        Financiën komen rechtstreeks bij de school terecht. De school kan zich aansluiten bij een scholengroep als dat winst oplevert en een afdracht doen aan de scholengroep. Het is mogelijk om van scholengroep te veranderen wanneer dat beter past bij de behoeften van de school.

8.   Niet ieder maatschappelijk probleem wordt op het bordje van de school gelegd
·        We laten de verantwoordelijkheid die bij ouders hoort bij ouders (verkeersopvoeding, gezond eetgedrag, …).
·        We maken heldere keuzes over wat bij de kerntaak van de school hoort en laten de school vervolgens de verantwoordelijkheid nemen om die kerntaak ook uit te voeren.
·        We zorgen dat er naast de school ook ‘anderen’ zijn (jeugdwerk, opvang, verenigingen) die bijdragen aan de opvoeding van de volgende generatie.

9.   We vieren onze successen
·        Zowel intern als extern communiceren we vooral over wat er goed gaat in het Nederlandse basisonderwijs en over wat ons vak zo mooi maakt
·        We nemen daarin een voorbeeld aan andere landen
·        We beïnvloeden zo media en overheid om hetzelfde te gaan doe
·        We maken onszelf daarmee een aantrekkelijke sector

III – ideeën die nodig zijn of die geld opleveren, maar waarvoor heilige huisjes omver moeten

10. We zorgen voor wetgeving die het mogelijk maakt dat er alleen goede leerkrachten voor de klas staan
·        Er komt een proeftijd van een half jaar. Binnen de proeftijd kan er ‘probleemloos’ afscheid genomen worden. (Dus zonder verplichting tot het betalen van de eventuele uitkering.)
·        Het wordt eenvoudiger om bij disfunctioneren of mindere geschiktheid afscheid te nemen of over te gaan tot een demotie naar onderwijsassistent.
·        We maken werken in het onderwijs weer aantrekkelijk.

11. We heffen het verschil (in financiering en wetgeving) tussen openbaar en bijzonder onderwijs op
·        Verschillen tussen scholen en vrije schoolkeuze blijft, maar kan ook gebaseerd zijn op visie en methode (concept) in plaats van op godsdienst
·        Scholen kunnen van ‘kleur’ veranderen als dat beter aansluit bij de huidige populatie en de wensen van de ouders
·        In nieuwe wijken komt niet langer één openbare, één christelijke en één katholieke school, maar een diversiteit aan scholen die past bij de populatie en de wensen van de ouders.

12. We brengen het aantal lesuren terug naar 800 per jaar
·        Schooldagen van 5x 4 uur worden dan mogelijk. Dit lost het ‘pauze probleem’ op en zorgt ervoor dat een 8-urige werkdag voor de leerkracht reëel is.
[NB – voor de VO-ers –  in het basisonderwijs is een lesuur gelijk aan een klokuur.]
·        We maken helder keuzes ten aanzien van de kerntaak en laten andere zaken over aan anderen (ouders, jeugdwerk, verenigingen)

13. We heffen te kleine scholen op of laten deze fuseren
·        Een kleine school is duur.

14. We maken het geven van thuisonderwijs mogelijk

15. Andere vakanties
·        Flexibel (voor zowel kinderen als leerkrachten) of beter verdeeld over het jaar
·        Met een kortere zomervakantie

16. We nemen afscheid van het lopende band model
·        Het is mogelijk om korter of langer dan 8 jaar over de basisschool te doen, afhankelijk van de tijd die een kind nodig heeft om doelen te halen
·        We laten het leerstofjaarklassenmodel los en gaan uit van doelen en onderwijsbehoeften
·        We toetsen formatief in plaats van normatief

 


%d bloggers liken dit: