Wat zeggen cijfers?

januari 14, 2016

Bij mij op school is het deze week toetsweek. Niets bijzonders. Toetsen genereren cijfers. Niets bijzonders. Zo gaat dat. Als je cijfers hebt kun je er over praten, wordt er over gepraat. Cijfers ‘betekenen’ namelijk iets. Tijdens een toetsweek in het bijzonder wordt er veel over cijfers gesproken. Er wordt op cijfers gerekend. Wat cijfers betekenen is echter nog niet zo eenvoudig te ontdekken als de eenvoud van de getallen tussen 1 en 10 suggereert. Te vaak dienen cijfers als de kapstok waaraan in het voorbijgaan wat meningen worden opgehangen.

Een voorbeeld.

Deze toetsweek is de afsluitende biologie toets voor klas 3. Biologie is in klas 3 éénuursvak, dat geperiodiseerd wordt gegeven. Dit betekent een half jaar lang twee uur per week. Deze toetsweek is de afsluitende toets. Ik geef les aan twee parallel klassen, dezelfde lessen, de klassen zijn even groot (beide 30 leerlingen), dezelfde uitleg, dezelfde opdrachten, dezelfde toetsen.

De resultaten zijn verschillend, dus dit zegt ‘iets’.

Na de eerste twee toetsen zijn de resultaten:

Wat zeggen cijfers 1 2016-01-14_0818

Klas 3V1 behaalt gemiddeld hogere cijfers. In de wandelgangen en aan de koffietafel wordt er gesproken over klassen en leerlingen. In dit geval is het beeld diffuus. Bij andere vakken behaalt 3V2 juist gemiddeld hogere cijfers.

We gaan verder en na vier toetsen zijn de resultaten:

Wat zeggen cijfers 2 2016-01-14_0819

Klas 3V1 blijft gemiddeld hogere cijfers halen. Zij scoren bij elke toets gemiddeld hoger. Het beeld lijkt duidelijker te worden. In de wandelgangen en aan de koffietafel klinken de geluiden iets strakker.  Misschien is 3V1 beter in exact en 3V2 beter in talen?  3V1 werkt ook veel beter in de klas! Bij mij niet. In 3V1 zitten een paar hele goede leerlingen en geen slechte. In 3V2 zitten een paar niet zo goede leerlingen en geen echte hele goede. O, bij mij wel.

Dan de eindtoets, over de stof van het gehele halve jaar. Deze toets telt net zo zwaar als de vier eerdere toetsen bij elkaar. Deze toets is eergisteren gemaakt en heb ik diezelfde dag nagekeken. Enerzijds als service naar mijn leerlingen, die graag hun cijfer willen weten, anderzijds omdat ik graag wil weten hoe zij het gedaan hebben, niet omdat ik wil weten wat hun cijfer is.

Als eerste kijk ik klas 3V1 na. De resultaten vallen mij wat tegen. Ik zie foutjes waar ik ze niet verwacht had. Ik zie onnauwkeurige formuleringen die ik niet goed kan rekenen. Ik word wat bedrukt. Er ontstaan tijdens het nakijken in mijn hoofd vele vragen over oorzaken, individuele omstandigheden en keuze’s. Vragen over gegeven uitleg en instructies en al dan niet gestelde vragen. In cijfers uitgedrukt is het gemiddelde resultaat:

Wat zeggen cijfers 3 2016-01-14_0820

Vervolgens kijk ik klas 3V2 na. Al in de eerste serie vragen ben ik verbaasd. Zij kennen de feiten goed. Aan het eind van het nakijken ben ik onder de indruk. Er zij maar liefst zeven leerlingen die de laatste, compleet nieuwe en zeer complexe vraag, goed hebben beantwoord! Zij snappen het volledig! Ik word er vrolijk van. Nieuwe vragen ontstaan in mijn hoofd. Is er een verschil geweest tussen beide klassen in de laatste weken? In de vorm of inhoud van mijn uitleg, in de werkhouding van de leerlingen, in het aantal daadwerkelijk gegeven lessen, in het gebruik van de extra uitgereikte oefeningen? In gemiddelde cijfers uitgedrukt is het plaatje uiteindelijk als volgt:

Wat zeggen cijfers 4 2016-01-14_0822

Wat zeggen cijfers?

Een vraag die mij danig bezighoudt.

 


Toetsweken, een goed idee?

januari 12, 2016

Toetsen een goed idee piano-307653_960_720

Bij mij op school is het deze week tentamen/toetsweek. Dit is niet bijzonder. Veel middelbare scholen hebben toetsweken, vorige week, deze week of volgende week. Een week lang zijn er geen lessen en alleen maar toetsen.

In de Kerstlesvrijeperiode ontmoette ik toevallig een oude vriend, die recent ook als docent is gaan werken. Wij spraken over verleden en heden, en ook over onderwijs, natuurlijk.

Hij vertelde mij daarbij een aantal dingen die hem waren opgevallen zijn eerste jaar. Voordat hij in het onderwijs ging werkte hij in een commercieel bedrijf als afdelingsleider. Hij noemde een aantal zaken die bij navraag door zijn collega’s als normaal beschouwd worden, maar hem als nieuwkomer verbaasden.  Zo vertelde hij het volgende, en hij vroeg mij wat ik daar nu van vond.

Op zijn school zijn er 4 periodes en in de bovenbouw wordt elke periode afgesloten met een toetsweek. De toetsweken zijn, in verband met de organisatie van mondelingen en de indeling van de leerlingen in clusters, in de praktijk uitgedijd tot 7 of 8 dagen. Twee weken na elke toetsweek is er bovendien een dag waarop toetsen herkanst kunnen worden.

Totaal waren er, lesuitval voorbehouden, 152 lesdagen op zijn school zijn eerste jaar. Hiervan werden er 35 gebruikt voor toetsen of herkansen.

Dit betekent dat op zijn school minimaal 23% van de tijd wordt besteed aan toetsen.

We besloten dat wij toetsweken geen goed idee vinden en namen nog een drankje.

PS: Deze blog is deels geschreven tijdens het surveilleren 😜.

 


Docent 16.1.11

januari 11, 2016

Ik zag gisteren de volgende tweet langskomen:

Docent 16.1 2016-01-10_1820

Dit zette mij aan het denken. Vanwaar die nummers als ‘5.0’? Veel bedrijven en adviseurs geven hun producten of inzichten een nummer, om aan te geven dat het nieuwer en (dus) beter is. Een trend die sterk is de wereld van de ICT en de auto’s, en wordt gevolgd door hen die de (verkoop)kracht van nieuwe nummers zien. Windows is bij 10 (na 9 te hebben overgeslagen), OS-X is bij 10.11.2, Explorer is bij 11.0.26, Safari is bij 9.0.2, Chrome is bij 47.0.2526.106, het internet is bij Web 3.0. BMW is bij de 8-serie, Ferarri is bij de 599XX, Mazda is bij de 626.

In de wereld van de ICT suggereert het cijfer voor de punt een grote wijziging, die erachter een kleine. Bij auto’s is de naamgeving en nummering voor mij wat ondoorzichtig. Je kunt je laten imponeren en altijd de laatste versie willen hebben, je kunt er om lachen dat er zoveel versies zijn, je kunt het negeren, je kunt het je laten helpen om te weten wat de laatste versie is.

Als je een product maakt en dit continu verbetert dan wil je dit graag delen met je klanten.

Als je als docent continu wilt verbeteren en dit ook doet, blijf je dan hetzelfde of word je een nieuwe versie van jezelf?

Ik ben in januari 2000 begonnen als docent. Ik ben nu dus versie 16.1.11. Elke dag een beetje beter.

En jij? 😀

 


Vlotte feedback

januari 11, 2016

Wat als we een van deze in ons lokaal zouden zetten?

Hoe was jouw laatste ervaring CYX4Yq_U0AEV2G4

Of in de vergaderruimte?


Charlie Hebdo, een jaar later

januari 7, 2016

Vandaag is het 7 januari, 1 jaar na de aanslag op Charlie Hebdo. Twee maanden na de aanslagen in Parijs, op onder andere muziektheater Bataclan.

Gisteravond, 6 januari, was de bijeenkomst MeetUp010#4, getiteld: ‘De klas is de wereld’. Hier spraken docenten, schoolleiders, docenten in opleiding, bestuurders en experts óf en hoe je met leerlingen in de klas spreekt over zulke ingrijpende gebeurtenissen.

MeetUp010#4 vond plaats op de Gereformeerde Scholengemeenschap Randstad, volgens rector Kees Klapwijk, tot zijn tevredenheid, door een van haar reguliere bezoeksters beschreven als een ‘hippe christelijke school’. En in die schijnbare tegenstrijdigheid zat een deel van de rode draad voor deze avond.

Charlie Hebdo een jaar later CYDycZgWsAAcRDa

foto: Erik Harinck

Henk ter Haar, docent Nederlands, deelde de resultaten van zijn niet representatieve onderzoek naar hoe docenten en scholen zijn omgegaan met Charlie Hebdo en Parijs. Ongeveer 85% van de leerkrachten gaf aan hier op een of andere wijze aandacht aan besteedt te hebben. Ongeveer 10% gaf aan dit binnen de bestaande schoolcultuur zeer ongebruikelijk zou zijn geweest. Angst voor het gesprek zit voor veel docenten in de onvoorspelbaarheid van de reacties. Aanbevelingen voor in de klas: Praten helpt. Emoties zijn goed, feiten zijn beter. Niet veroordelen, helpen oordelen. Ine Spee, crisisadviseur school en veiligheid, belichtte het verschil tussen een ramp op school, die leidt tot solidariteit, en rampen buiten school, die polariserend kunnen werken. Voor een goed gesprek in de klas zijn een samenhangende invulling van de verschillende taken van schoolleiders, mentoren en vakdocenten essentieel. Er is een noodzaak voor onderlinge steun en begrip. Afspraken voor een gesprek lijken zo vanzelfsprekend dat zij vaak worden vergeten, zijn toch echt nodig, respect, uitpraten, niet persoonlijk, niet generaliserend. Gerben ter Beek, docent economie, liet zien hoe op christelijk scholen die hun dagopening digitaal delen door docenten snel kan worden ingesprongen op actualiteiten door snel bronnen en suggesties aan te bieden. Een lichtend voorbeeld. Halil Karaaslan, docent Maatschappijleer, vertelde ons dingen ‘die hij normaal niet zo zou zeggen’, om ons aan het denken te zetten. Hij wilde dat wij ons aan hem irriteerden, wat niet zo moeilijk was, óf van hem hielden, wat niet zo moeilijk was. Toch wilde hij geen middenweg. Zijn focus was op het dilemma in elk gesprek in de klas. Hoor jij de ander werkelijk, ken jij zijn wereld? Ben je jezelf bewust van jou plaats in het gesprek, als professional? Op een schijnbaar luchtige maar rake toon, vatte de straatwijze cabaretier Ismail Aghzanay, inmiddels docent Engels in opleiding, zijn visie samen op het belang van oprechte betrokkenheid van de leerkracht, die ook ooit zelf leerling was. ‘Hoe gaat het met jou?’

De avond werd afgesloten met een gesprek tussen gasten en publiek, geleidt door Nourdin El Ouali. Wat is er geleerd? Wat wil je nog weten? Wat zijn jouw hoogtepunten? Wat ga jij morgen doen?
Er was een duidelijke rode draad. Praten is moeilijk. Leerkrachten dienen toch het gesprek te (bege)leiden. Voor een goed gesprek dienen leerkrachten leerlingen te zien, te kennen. Verschillen te onderkennen, in achtergrond en in taalgebruik. In hoeverre zijn wij als docenten moreel goed bezig wanneer wij leerlingen vertellen wat moreel belangrijk is? We doen, vrijwel onbewust, vrijwel ongemerkt, bijna alles vanuit een dominante cultuur en een eigen visie. Hoe groot of klein deze cultuur ook mag zijn. In de klas zijn dit de harde praters, of de docent, die onvoldoende afstand neemt. Wie bepaalt wat belangrijk is, waarover kan en dient te worden gesproken? Op school kan dit de identiteit zijn. Op ‘christelijke’ scholen vallen er keiharde woorden na Charlie Hebdo en Parijs. Op ‘zwarte’ scholen is er nauwelijks interesse voor. We proberen op te leggen wat wij belangrijk vinden met soms weinig oog voor wat anderen belangrijk vinden. Kun je een gesprek of discussie aangaan met leerlingen als je zelf onvoldoende op de hoogte bent van de feiten? Praten is moeilijk. Zowel voor de meerderheid als de minderheid.

Wil je meer lezen over de bijeenkomst? Arjan Moree schreef gisteren een live blog.

Wil je er een volgende keer bij zijn? Dat kan! Zet vast in je agenda. Op 2 maart zal MeetUp010-#5 zijn, met weer een andere vorm. Aan de hand van de documentaire ‘Valt er hier nog wat te leren?’, dat een inkijkje geeft in dagelijkse praktijk van een andere vorm van leren, zullen gastsprekers en publiek met elkaar in gesprek gaan over de vraag: Wat is goed onderwijs? Een trailer van de documentaire is hier te zien. Aanmelden kan via de website, het exacte programma zal volgen.

Wil je een MeetUp in jouw stad? Dat kan! Misschien is 050 de volgende:

Charlie Hebdo Meetup010 Meetup050 2016-01-07_1828

 


MeetUp010 logo cropped-SCN_0015-website

MeetUp010 is ontstaan als reactie op de zeer veel bekeken en zeer indrukwekkende VPRO Tegenlicht uitzending ‘De onderwijzer aan de macht’. Deze uitzending leverde zoveel positieve energie dat een aantal mensen in Rotterdam de koppen bij elkaar stak en op 19 maart 2015 organiseerden zij de eerste MeetUp010 bijeenkomst. De tweede bijeenkomst stond vooral in het teken van de leerling en werd gehouden in de vorm van edcampNL. Het onderwerp van de derde bijeenkomst was De Staat van de Leraar, aan de hand van het verslag van het onderzoek dat dit jaar voor het eerst was gedaan.

De mensen achter de organisatie van MeetUp010#4 zijn:
Monique van den Heuvel, onderzoeker en docent Hogeschool Rotterdam.
Ralf Hillebrand, docent economie op Wolfert Pro.
Arjan Moree, docent geschiedenis op het Penta college CSG Scala Rietvelden.
Claire Ohlenschlager, docent bij de Hogeschool Rotterdam.
Inge Spaander, docent Media en Entertainment bij Thorbecke Voortgezet Onderwijs Nieuwerkerk.
Woosje Stuart, docent beeldende vorming en cultuurcoördinator bij RVC De Hef.
Gijs Verbeek, redacteur en onderzoeker bij het NIVOZ-forum.
Frans Droog, docent Biologie en Mens en Natuur op het Wolfert Lyceum


Literatuur en een tuin #blimageNL

januari 2, 2016

Literatuur en leren

 

Een verhaal van Margreet van Heeringen

Een nieuw schooljaar. Ik bedenk en probeer van alles om een band met mijn havo-3 te krijgen maar zie van de kant van mijn leerlingen nog weinig respons. Een kleine 30 pubers, leerlingen uit 2-havo maar ook doublanten en zij-instromers uit 2-vwo en 2-mavo. We moeten een heel jaar samen.

Ik heb mijn literatuurles met verve voorbereid, vól met activerende didactiek en coole filmpjes in de Google Classroom, maar zie bij binnenkomst dat dit ‘t niet gaat worden. Ze stuiteren. Velen hebben hun spullen nog beneden in hun kluis en ze mopperen over collega’s. Ik zucht zichtbaar.

Dan ga ik op een tafel zitten, haal diep adem en kijk rond totdat het stil wordt. Ik vertel. Over mijn jeugd. Over mijn puberteit. En hoe het lezen van boeken mijn leven veranderde. En dat ik hen dat ook toewens. Die ervaring. Ik vertel over boeken die mij hebben geraakt en citeer zinnen met voor mij prachtige zinswendingen en woordvariatie. Ik leg uit en verklaar en word oprecht blij.

Ik spreek uit dat ik hoge verwachtingen van hen heb. Dat het lezen van literatuur ook voor hen is weggelegd en dat we het dit jaar gewoon sámen gaan doen. Ik laat de trailer zien van Maarten ‘t Hart waarin hij een fragment voorleest uit “Magdalena” en bespreek hun wrevel en vragen: “Wat praat die man langzaam, zeg! Waarom mag hij niet met zijn verjaarscadeau spelen?” en “Wat is Mecano eigenlijk?”

Langzaam verdwijnt de weerstand en kan ik hun inzichten koppelen aan de theorie over motieven en het stellen van hamvragen. Op de vraag of ik nog zo’n raar filmpje heb, laat ik Adriaan van Dis’ “Ik kom terug” zien. Aan één keer kijken heeft een aantal niet genoeg. “Ik snap er nog echt geen bal van hoor..”

Na de derde keer blijft het doodstil. Dan zegt de stoutste van het stel: “Is dat eigenlijk beeldspraak? Die tuin, die wordt vergeleken met het leven van zijn moeder?” Een klasgenoot vult aan: “Stijlfiguur, metafoor ofzo”. De klas zoekt elkaars blik en knikt instemmend. Dan draait een leerling zich naar mij om en zegt verbaasd: “Dus daarom heeft mijn vader een foto van onze tuin gezet op de rouwkaart van mijn moeder..”

En ik?

Ik krijg een brok in mijn keel en maak een diepe buiging. Het wordt een topjaar met deze klas!


Het kan altijd anders

januari 2, 2016

Het is iets dat ik al heel mijn leven op menig moment denk, en steeds vaker ook hardop ben gaan zeggen. Het is open. Het moet niet anders, het hoeft niet anders, het kan anders.

Het opent je gedachten voor nieuwe mogelijkheden. Wanneer een probleem onoplosbaar lijkt en je blijft hangen in een viceuze cirkel kan het je helpen anders te kijken. Anders te kijken naar je collega’s, naar je leerlingen, naar jezelf, naar ‘het probleem.’ Wanneer je er van uit gaat dat er een oplossing is komen de contouren ervan sneller in beeld. Niet startend vanuit wat er is, maar vanuit wat je zou willen dat er zou zijn, beginnend met een lege lei, kun je het andere gaan zien.

Het is tegelijkertijd een automatische reactie op iets dat te vaak gezegd wordt en veel te makkelijk geaccepteerd wordt. ‘Het kan niet anders.’ Te vaak wordt dit gebruikt om iets door te drukken, zonder anderen de kans te geven met een alternatief te komen, zonder er nadrukkelijk samen over na te denken.

Het heeft mij vaak geholpen en soms doen lachen. Bijvoorbeeld, toen een collega tijdens een vergadering vertwijfeld maar overtuigd uitriep: “Het kan altijd anders!”

Het kan altijd anders bildungskalender 9789491693601

Bovenstaande is mijn bijdrage aan de Bildungskalender 2016, een door Internationale School voor Wijsbegeerte uitgegeven scheurkalender met 366 inspirerende quote’s van mensen uit het onderwijs, van docenten tot bestuurders tot politici. De Bildungskalender is hier te bestellen (de tweede druk is inmiddels verschenen). 


Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 4.656 andere volgers

%d bloggers op de volgende wijze: