Ik zie R

juni 28, 2015

Ik ben mentor van een 4V klas. Ik ben al drie jaar mentor van deze zelfde klas. Ik ken ze een beetje en zij kennen mij een beetje.

In de drie jaar dat ik mentor ben heb ik twee keer de overgangsvergadering voorbereid. Van klas 2V naar klas 3V en van klas 3V naar klas 4V. De overgang is gebaseerd op cijfers en kent een procedure en normen.

Wij hebben zes normen. Wanneer een leerling aan alle normen voldoet wordt de leerling bevorderd naar het volgende leerjaar. Wanneer een leerling aan één norm niet voldoet dan wordt deze leerling hiermee ‘bespreekgeval’. Wanneer een leerling aan twee normen niet voldoet wordt de leerling niet bevorderd naar het volgende leerjaar. Er zijn bijzondere omstandigheden beschreven waarbij leerlingen door teamleider en mentor kunnen worden voorgesteld als ‘bespreekgeval’. Dit kunnen bijzondere omstandigheden zijn zoals ziekte en thuissituatie, of zoals een sterk stijgende lijn in de prestaties die net niet voldoende blijkt.

De groep leerlingen waar ik mentor van ben bestond in klas 2 uit 32 leerlingen. In klas 4 zijn dit er nog 29. Er zijn in die twee jaar een paar leerlingen afgestroomd, zoals dit heet, van vwo naar havo, en door de gekozen profielen in klas 4V zijn er ook leerlingen uit de klas gegaan of er bij gekomen.
Van de 32 leerlingen uit klas 2V zijn er nog 17 dezelfde, met dit verschil dat zij aanzienlijk gegroeid zijn, fysiek zeer zichtbaar.

Ik ben nu bezig met de voorbereiding van de overgangsvergadering die a.s. donderdag of vrijdag zal gaan plaatsvinden, het rooster hiervoor is op dit moment nog niet bekend. Dinsdag ga ik deze vergadering met mijn teamleider voorbespreken. Ik ben nu de cijfers aan het verwerken van de laatste toetsweek, die vrijdag is geëindigd en 8 dagen heeft geduurd. Nog niet alle cijfers zijn binnen, de meeste wel.

Zoals het er nu voor staat gaan 29 van de 29 leerlingen niet besproken worden. 24 niet omdat zij aan alle normen voldoen, 5 niet omdat zij aan twee normen niet voldoen.

Wat gaan wij dan bespreken? Een goede vraag.

Waarover gesproken zal gaan worden, tijdens de vergadering of daarvoor of daarna of alle drie is het aantal leerlingen dat niet bevorderd kan worden. Het zal gaan over B., L, M., N., S.. Maar niet echt. Het zal gaan over de aantallen leerlingen, de percentages, de redenen waarom zij niet eerder zijn ‘tegengehouden’.

Doubleren is niet goed voor de doorstroomcijfers van een school. Doubleren kost geld, 500 miljoen euro per jaar wordt er gezegd. Landelijk worden er in 4V zo’n 10% van de leerlingen niet bevorderd naar 5V. Daar liggen problemen.

Maar ik zie nu geen cijfers en geen percentages. Hoe gek ik ook op ze ben.

Ik zie R.

R. is van klas 2V naar klas 3V bevordert als ‘bespreekgeval’. R. is van klas 3V naar klas 4V bevordert als ‘bespreekgeval’. Bij de overgang van klas 2V naar 3V werd R. afgeraden om het vwo te blijven volgen, havo zou verstandiger zijn. R. legde het advies naast zich neer en ging naar 3V. R. wilde in de bovenbouw heel graag een N-profiel gaan proberen omdat zij daarmee de opleiding zou gaan kunnen doen die zij op dat moment voor zich zag. Bij de overgang van klas 3V naar klas 4V werd haar dit afgeraden. R. legde het advies, na lang twijfelen en een aantal intensieve gesprekken met haar en haar ouders, naast zich neer.

R. ontdekte dat het haar in 4V niet lukte om het gewenste N-profiel succesvol af te ronden. Halverwege het jaar besloot zij van profiel te wijzigen. Nu wist zij het echt zelf, zij had het geprobeerd en het was niet gelukt.

Ook in haar nieuwe pakket heeft R. wiskunde en dat leek een struikelblok te blijven. Met de cijfers van vóór de laatste toetsweek zou R. opnieuw ‘bespreekgeval’ zijn. Maar er is iets in R. gebeurd, iets dat zichtbaar is geworden sinds haar verandering van pakket. Iets dat tijd nodig had. Tijd die zij heeft gekregen door haar zelf te nemen. Ze is zich meer gaan inspannen door het veel duidelijkere doel voor haar ogen.

R. stond niet bekend om haar lach, niet om haar positiviteit, niet om haar bereikbaarheid voor docenten.

Haar interne twijfel werd gevoed door de reacties die zij kreeg.

Ik zag en zie geen cijfers, ik zag en zie geen percentages. Ik zag en zie R.

Zij lacht nog steeds niet uitbundig. R. kijkt wel veel minder vaak alsof er iets mis  is. Ze kijkt minder vaak alsof ze wordt aangevallen en ze zich moet verdedigen. Ze kijkt met veel minder twijfel. Ze kijkt met meer ervaring.

R. is blij met het traject dat zij heeft gevolgd. R is blij met de keuzes die ze heeft gemaakt.

Zij ziet er veel gelukkiger uit.

Wat je ook gaat doen. Het ga je goed R.!

 


 

PS:1 Ik had hier ook kunnen vertellen over I, die ook twee jaar ‘bespreekgeval’ was en nu zal worden gaan bevordert van klas 4V naar 5V zonder enig tekort. Ik zie I. ook.

PS2: Met de 5 leerlingen die aan twee normen niet voldoen heb ik regelmatig gesprekken gehad. Alle 5  hebben aangegeven dat, mocht het toch niet meer goed komen, zij graag zouden doubleren, dus klas 4V nogmaals doen, om zo de kans te behouden het vwo met een diploma af te sluiten. Ik ben groot voorstander van zomercursussen, extra opdrachten, voorwaardelijke overgang, zodat leerlingen die het ‘net’ niet halen niet een volledig jaar hoeven over te doen. Dit (b)lijkt helaas vooralsnog lastig uitvoerbaar.


Laat leerlingen tops en tips geven

juni 25, 2015

Gisteren heb ik hier geschreven over het belang van het motiveren van leerlingen: 10 tips om de leerling te motiveren. Dit was naar aanleiding van een onderzoek door het LAKS en gepubliceerd in Trouw. Eveneens gisteren heb ik op twitter een korte uitwisseling gehad met Arjan van der Meij van De Populier in Den Haag naar aanleiding van zijn tweet:

Blogpost leerlingen geven tops en tips 2015-06-25_0651

Het kan snel gaan.

Vandaag lees ik op Nu.nl (zie onderaan voor de volledige tekst) dat er in de Tweede kamer voldoende steun is voor een voorstel om scholieren op het voortgezet onderwijs mee te laten doen aan de beoordeling van hun docenten. Een voorstel van het LAKS.

Ik ben daar helemaal voorzichtig vóór!

Ik ben van mening dat leerlingen op een bepaalde manier experts zijn in leren. Het is iets dat zij de hele dag doen, of ondergaan. Zij kijken anders tegen bepaalde zaken aan dan docenten, die ook op een bepaalde manier experts zijn in leren, maar vooral doceren.

Van twee kanten bekeken wordt iets altijd beter.

Met de oprichting van het Education Design Lab op onze school hebben leerlingen zelf de eerste stappen gezetten om het gesprek met docenten en school aan te gaan om hun lessen nog beter te krijgen. Zij hebben inmiddels zitting gehad in de sollicitatie commissie voor de nieuwe teamleiders, een groene kaart systeem ontwikkeld om leerlingen meer zeggenschap over hun activiteiten tijdens de lessen te garanderen, en zijn nu bezig met de ontwikkeling van een TOPTIP systeem om docenten van feedback te voorzien.

En daarin schuilt mijn voorzichtigheid. Feedback geven is iets heel anders dan beoordelen.

Er is een verschil tussen scholen de ruimte geven leerlingen een stem te geven en dit van onderop te laten ontstaan en het verplichten van scholen hier iets mee te doen. Het kan heel eenvoudig.

Blogpost leerlingen geven tops en tips 2015-06-25_0713

Ik ben er van overtuigd dat het LAKS, de VVD en de PVDA het goed bedoelen. Ik hoop dat het plan geen beoordelingsinstrument gaat opleveren maar een deelinstrument. Ik hoop van harte dat het deze keer lukt in het onderwijs dit niet te laten verworden tot een papieren tijger en dat de ruimte en het belang van feedback waarover nu wordt gesproken niet gaat worden gevangen in een papieren kooi.

Bij United4Education is er binnen het transitiepad De Leerling Centraal aandacht voor het verzamelen van allerlei initiatieven waarbij de leerling een stem heeft gekregen of bezig is te krijgen in zijn eigen leren. Het delen van voorbeelden is een van de doelen van United4Education om zo positieve ontwikkelingen te verbinden, verbreden en versterken. Een mooie stem is natuurlijk die van de feedback gevende leerling, aan de docent, of aan de school. Ken je meer voorbeelden van leerlingen die docenten feedback dan wil je oproepen ze te delen. Bijvoorbeeld als reactie op dit blog. Of waar dan ook. Wat voor de een volkomen logisch, standaard en geaccepteerd is kan voor de ander een vergezicht zijn dat onbereikbaar lijkt.

De volledige tekst van het artikel op Nu.nl:

In de Tweede Kamer is er steun te vinden voor een voorstel om scholieren op het voortgezet onderwijs mee te laten doen aan de beoordeling van hun docenten.

Het voorstel komt van de belangenbehartiger voor scholieren LAKS.

VVD-Kamerlid Karin Straus wil nu dat de mening van leerlingen onderdeel gaat uitmaken van het personeelsbeleid van de school. Het voorstel kan op steun rekenen van de PvdA waarmee er een meerderheid is in de Tweede Kamer.

“Wij willen graag dat er op scholen professioneel personeelsbeleid wordt gevoerd en dat het oordeel van de leerlingen daar een serieuze rol in krijgt, zij ervaren immer dagelijks hoe er les gegeven wordt”, stelt ze.

LAKS-voorzitter Andrej Josic: “Anderen zien de docenten alleen in de wandelgangen. En als ze bij de lessen gaan kijken zijn die er op afgestemd”, stelt hij.

Uit onderzoek van de Inspectie voor het Onderwijs blijkt dat maar 42 procent van de scholieren zich momenteel gemotiveerd voelt door de docent.

Maatregelen

De invloed voor scholieren is voor LAKS een onderdeel van een pakket maatregelen om de motivatie op te krikken en de kwaliteit van de lessen te kunnen verbeteren.

Sommige scholen gebruiken de input van scholieren nu al. Volgens het LAKS worden op het Maartenscollege in Groningen zelfs al sollicitatiegesprekken gevoerd door de scholieren.

Hoe de scholen de betrokkenheid van de leerling versterken wil de VVD-politica niet precies invullen. Dit mogen scholen zelf bepalen.

Variant

“Je kan dit doen in een milde vorm, door bij de zoektocht naar een nieuwe docent leerlingen te laten meebeslissen bij het opstellen van een profiel, maar je kunt ook denken aan een variant dat je scholieren vraagt of iemand wel of niet een vaste aanstelling krijgt. Of je kunt via enquêtes scholieren vragen om docenten te beoordelen.”

Volgens Straus gaat het de scholieren echt niet alleen om de populariteit van de leraar, maar gaat het juist om de manier van lesgeven.

PvdA-Kamerlid Tanja Jadnanansing is er eveneens erg voorstander van dat jongeren kunnen meepraten over de kwaliteit van het onderwijs.

Feedback

“Daarom steunt de PvdA voorstellen die leerlingen helpen om positieve feedback te geven aan hun docenten. Zo helpen zij leraren om nog beter les te geven en daarmee komen scholieren weer een stapje dichterbij de beste editie van zichzelf te worden.”, aldus Jadnanansing.

Donderdag debatteert de Tweede Kamer over een wetsvoorstel om de inspectie op scholen te verbeteren. Straus zal daarbij haar voorstel om de positie van scholieren bij de beoordeling van docenten wettelijk te verankeren.

 


10 tips om de leerling te motiveren. Motiveren kun je leren.

juni 24, 2015

Motivatie is een krachtige motor voor leren.

Moeten is dat in wat mindere mate.

In zijn overtuigende boek Drive beschrijft Daniel Pink de drie krachten achter het ‘waarom’ mensen iets doen: zingeving, autonomie en meesterschap.

Om leerlingen te motiveren zou het dus goed kunnen zijn om te kijken naar wat hen zin geeft, wat hen autonomie geeft, wat hen een gevoel van meesterschap geeft. Je zou deze drie termen namelijk kunnen samenvatten in één woord: motivatie.

Motivatie is een probleem, of liever, in mijn terminologie, een uitdaging in het onderwijs. Motivatie manifesteert zichzelf in essentie op individueel niveau, maar na het bereiken van een zekere grenswaarde wordt het waargenomen op het niveau van een klas of een leerjaar. En hierbij bedoel ik helaas niet dat motivatie wordt waargenomen en besproken, maar dat vooral het afnemen ervan of het ontbreken ervan wordt besproken. Het schijnt dat er in leerjaar 3 en 4 een flinke dip optreedt.

Een mogelijke start om het gebrek aan motivatie op te lossen is deze vraag aan leerlingen te stellen.

Wat motiveert jou?

In een reeks provinciedebatten vroeg het Landelijk Aktie Komitee Scholieren (Laks) driehonderd leerlingen, komend van negentig middelbare scholen, van alle niveaus, uitgebreid naar hun ervaringen.

Hieronder de resultaten, zoals vandaag gepubliceerd in Trouw.

Ik heb de kop van het verhaal verwijderd. Helaas gaat dat slechts in op een detail. Ook heb ik de inleiding grotendeels weggelaten. Het woord tips is voor mij cruciaal. Je kunt ze lezen als: ‘ja, natuurlijk, dat doe ik al’. Je kunt ze lezen als: ‘ ja, hallo, wie gaat mij vertellen hoe ik het moet doen!’. Je kunt ze lezen als: ‘ja, dat zou ik best wel eens willen gaan doen…”. Het zijn tips.

Uit de inleiding heb ik wel twee zinnen overgenomen. Ter motivatie. 😄

De docent motiveert niet! 

Slechts 42 procent van de scholieren is tevreden over de manier waarop wordt lesgegeven.

 

Tien tips om de scholier te motiveren:

1. Vertel duidelijk waaróm
Heel demotiverend is het als je niet weet wat je met al die lesstof in het dagelijks leven kunt doen. Ook het verband met ‘later’ is belangrijk: wat doe je in hemelsnaam met dit vak na de middelbare school?

2. Koppel de lesstof aan de actualiteit
Scholieren hebben het graag over dagelijkse gebeurtenissen, ze willen die begrijpen en verklaren. Zij zouden graag met de klas naar het nieuws kijken en daarover discussiëren. Ook filosofie is veel genoemd als mogelijkheid om te reflecteren op de buitenwereld.

3. Breng lesstof in de praktijk
Opdrachten uitvoeren bij bedrijven, buurtonderzoek doen of een project buiten school opzetten en uitvoeren. Veel scholieren snakken naar lessen die zich richten op hun latere, professionele leven. Inclusief vaardigheden als solliciteren of presenteren. Vooral vwo’ers willen kennismaken met toekomstige werkplekken.

4. Wees positief, maar geen vriend
Humor en geduld scoren goed. Maar het helpt ook al als een docent zijn leerlingen positief benadert, oog heeft voor de persoon. Veel scholieren geven aan dat zij zich eerder inzetten voor een docent die laat meedenken over de lessen. Ze willen gehoord worden. Maar: een docent is geen vriend of ouder, maar leraar. Orde houden wordt consequent als kerncompetentie genoemd.

5. Varieer met werkvormen
Afwisseling is cruciaal. Altijd hetzelfde doen, zowel binnen een vak als gedurende een dag, gaat enorm vervelen. Zo werkt iPad-onderwijs niet als het alle andere methoden vervangt. Geen enkele scholier wil elk uur bezig zijn op een scherm. Schrijven of lezen uit een boek, een discussie voeren of een mooi verhaal aanhoren zijn ook erg prettige vormen van leren.

6. Gebruik alleen digitale leermiddelen als je weet hoe
Ruim één op de vijf scholieren is ontevreden over het gebruik van ICT op school. Prima als een docent instructiefilmpjes op internet zet, om thuis terug te kijken. Maar dan vooral als hij of zij in de les meer diepgang of individuele aandacht geeft. De grootste ergernis is dat veel docenten geen idee hebben waar ze mee bezig zijn, niet weten hoe zij ICT of apparaten moeten inzetten. Of ze vergeten digitale info te updaten. Liever ouderwetse leermiddelen dan dat de docent digitaal aanmoddert.

7. Beloon goede inzet
Complimenten werken, straf niet, ook al is die terecht. Straf heeft bijna altijd een negatieve invloed op de relatie tussen docent en scholier. Liever zien leerlingen dat zij een keer minder huiswerk krijgen als ze veel moeite hebben gedaan voor een opdracht.

8. Geef scholieren keuzes en daag ze uit
Scholieren bepalen graag zelf op welke manier zij vaardigheden ontwikkelen en kennis opdoen. Zelf leerdoelen stellen en een werkplan maken, motiveert meer dan dat leraren vertellen wat ze moeten doen.

9. Bied meer dan het boek
Vakkennis wordt gewaardeerd, maar nog mooier is het als docenten hun eigen lesstof overstijgen. Veel scholieren geven aan dat zij gemotiveerd raken als docenten meer vertellen dan in het boek staat en kennis aanreiken die verwondert.

10. Sta open voor kritiek
Meedenken met lessen is één ding, het Laks zou graag zien dat docenten ook open staan voor gesprekken over hun functioneren. LED noemen ze dat: Leerlingen Evalueren Docenten. Op het IJburgcollege in Amsterdam kunnen leerlingen al (anonieme) tips en tops geven. Op het Maartenscollege in Groningen voeren leerlingen gesprekken met sollicitanten en bespreken ze hun bevindingen met de schoolleiding voordat de leerkracht wordt aangenomen. Op de Breul in Zeist adviseren scholieren zelfs na een jaar of een docent een nieuw contract verdient.

 

 

 


Kwaliteit van onderwijs en opslagfactor

juni 19, 2015

Blogpost opslagfactor small-Leeuwendaal-40-urige-werkweek-onderwijs-invulling

Vorige week woensdag begon de toetsweek voor klas 4H en 5V.
Deze week woensdag begon de toetsweek voor klas 4V.
Aanstaande maandag begint de toetsweek voor klas 1 t/m 3.

Met al mijn klassen werk ik gedurende het schooljaar in min of meerdere mate via de online ELO Edmodo. Ik geen hen bronnen, tips. Zij kunnen hierover vragen stellen. Ik geef hen diagnostische toetsen, waar zij de antwoorden op kunnen vragen nadat ze de toets gemaakt hebben. Waar zij vragen over kunnen stellen. Diagnostische toetsen die hen helpen bij het leren. Vragen en antwoorden die hen helpen bij het leren.

Gisteren heb ik via Edmodo zeven door leerlingen gestelde vragen binnen gekregen. Dit zijn vragen van leerlingen die aan het leren zijn voor hun toets of die hun diagnostische toets gemaakt hebben. Die vragen heb ik beantwoord. Het snelste antwoord was bij de leerling binnen 30 seconden, de leerling die het langst moest wachten had zijn antwoord binnen een uur. Sommige van die antwoorden gaven aanleiding tot een korte interactie, andere waren in hun eenvoud voldoende.

Ik vind dat dit de kwaliteit van mijn onderwijs zeer ten goede komt. Ik vind dit voor mijn leerlingen bij wie dit past een grote toegevoegde waarde hebben.

Ik zie het als een vorm van gepersonaliseerd leren. Een vorm ook van gepersonaliseerd lesgeven.

Kost mij dit tijd?
Ja.
Levert dit de leerlingen iets op?
Ja.
Kunnen leerlingen dit van mij verwachten?
Ja. (ik maak de afspraak met ze dat ze zeker binnen een dag, vaak binnen een uur en regelmatig direct antwoord krijgen, soms is er spreekuur waar direct antwoord verzekerd is)
Kunnen leerlingen dit van alle docenten verwachten?
Nee. 
Verwacht ik dat alle docenten dit zo gaan doen?
Nee. (ik doe toevallig veel digitaal binnen mijn onderwijs en zit vaak thuis ook achter mijn laptop)
Waar haal ik de tijd vandaan?
Uit mijn opslagfactor.

Ik ben dankbaar dat ik via mijn opslagfactor van 0,74 de mogelijkheid heb om op deze manier deze extra kwaliteit te leveren. Ik hoop dat iedere docent op zijn eigen manier, op de voor hem en zijn leerlingen beste manier, invulling kan geven aan zijn opslagfactor.

De praktijk kennende, waar de opslagfactor vaak wat lager is, gun ik iedere docent, maar vooral ook iedere leerling van iedere docent, een opslagfactor van 0,74. Of meer.

Blogpost opslagfactor DCE-bd0b4110-997b-11e3-977d-12313d026081-large

PS1: De opslagfactor is de hoeveelheid tijd die een docent krijgt toebedeeld in zijn jaartaak voor ‘les-gebonden’ activiteiten. In mijn geval is dit per lesuur van 45 minuten dus (0,74 * 45 =)  33 minuten. ‘Les-gebonden’ activiteiten zijn al het voor- en nawerk dat direct bij de lessen hoort. 

PS2: Het zou wel fijn zijn als de leerlingen wel bij alle docenten deze mogelijkheid zouden hebben 😄

 

 


De hand

juni 18, 2015

Bij ons op school gaan geen bellen of toeters aan het einde van een les. De klok toont de tijd en de leerlingen zien deze. Ze staan op, pakken hun tas in en verlaten het lokaal. Soms zeg ik iets om de leerlingen mee te delen dat deze les voorbij is. Best wel vaak zeg ik iets. De handen van de klok tonen onze voeten waar te gaan.

Een nieuwe groep leerlingen komt binnen. Ze zijn veertien of vijftien jaar en ze zijn met zijn eenendertigen. Ze praten, sommige met elkaar, sommige met hun mobieltje. Hun monden en de vingers van hun handen delen vliegensvlug wat hen bezighoudt op dat moment. Ze kijken naar elkaar of naar hun scherm. Ze luisteren naar elkaar of lezen de gedachten van een ander. Er is geanimeerd geluid. Er wordt gelachen.

De leerlingen verdelen zich over het lokaal, zoals zij altijd doen. Naar hun plaats, of de plaats die voor hen nog over was. Een jongen loopt direct op mij af. Ik zit achter mijn bureau. De computer van school rechts naast mij, mijn laptop recht voor mij. De boeken voor deze klas liggen, gesloten, links naast de computer, midden in een een stapel andere, gesloten, boeken.

De jongen steekt zijn hand uit. Ik de mijne. We schudden elkaars hand en kijken elkaar even in de ogen. We zeggen niets. Even zijn alleen wij in het lokaal. Elke les opnieuw. Hij is begonnen met de uitgestoken hand, ik heb hem nooit geweigerd. Soms zegt hij goedemorgen, soms goedemiddag, soms niets. De andere leerlingen praten, gaan zitten, praten, pakken hun boeken, praten. Zij zeggen niets over onze schuddende handen. Een enkele heeft er ooit naar gevraagd.

Het is het einde van de laatste les van het jaar. Er is geen bel gegaan maar de klok tikt zijn signaal. Ik sta op van achter de tafel waar ik zat, achter in het lokaal, en loop naar mijn bureau, aan de voorkant. Halverwege het lokaal is de deur en de meeste leerlingen van deze groep van negentwintig dertien- en veertienjarigen zijn inmiddels daar al door naar buiten.

Het meisje steekt haar hand uit. Ik de mijne. We schudden elkaar’s hand en kijken elkaar in de ogen. Het meisje begint te spreken. Ik luister. Ik hoor haar woorden maar voel ze vooral. Het is geen handdruk uit beleefdheid. De hand en de woorden zijn echt. Ze ballen al onze gesprekken van een heel jaar in een paar seconden samen. Onze serieuze discussies, onze onzinnige onnavolgbare grapjes, ons onderwijzen en leren. Ons samen zijn. Ze bedankt mij hiervoor. Ze bedankt mij hiervoor.

Ik maak me klaar om te zeggen dat ik het graag heb gedaan. En dat heb ik ook. Maar terwijl ik haar aankijk, en in mijn ooghoek naast haar zie hoe haar beste vriendin zich bij ons aansluit, zeg ik wat ik echt wil zeggen. Ik bedank haar. Ik bedank haar.

De hand van de jongen.

Ik vind het fijn. Maar ook moeilijk.

De hand van het meisje.

Heel fijn. Heel moeilijk.

Ik zou ze willen omarmen maar ik weet dat ik dat niet kan.


Een stap naar het onderwijs van en voor de toekomst

mei 21, 2015

Er wordt veel gepraat en hard gewerkt in onderwijsland. Zo ook over en aan het onderwijs van de toekomst. Moet het richting technologie en tablets? Gaat het richting technologie en tablets? Moet het richting filosofie en geschiedenis en cultuur? Gaat het richting filosofie en geschiedenis en cultuur? Moet het richting X? Gaat het richting X? Waarom dan? Hoe dan?

Hoe denken onze experts daarover? Onze leerlingen? Hoe zien onze leerlingen het leren van en voor de toekomst? Hoe zien de docenten van de toekomst het leren van de toekomst? Hoe kunnen de docenten van nu en die van de toekomst samen met de leerlingen van nu de leerlingen van de toekomst goed onderwijs bieden?

Eén mogelijkheid is het de leerlingen van nu te vragen. Eén manier is het ze nu te laten doen. Hoe willen zijn leren? Hoe willen zij les? Kan dat wel, wat zij willen? Hoe komen wij in onderwijsland van praten naar doen?

Hieronder een manier. Een uitdaging. Misschien spreekt het jou aan, als docent of als schoolleider, of als leerling die blogs leest. Laat leerlingen een dag, of een deel van een dag, of een paar lesuren, zelf organiseren en uitvoeren en laat hen hun ervaringen delen.
TEDx-logo


 

De uitdaging voor 1 december!

TEDx Nederland – Creating learning…. by doing! An idea worth spreading!

Leren zit in ieder kind, wekt verwondering, passie, nieuwsgierigheid en betrokkenheid op. We zien om ons heen hoe de wereld razendsnel aan het veranderen is en dan vragen we ons terecht af… leren we nog wel optimaal? Welke kennis en vaardigheden hebben de leerlingen van nu nodig voor een beter bestaan in een rechtvaardige(r) wereld? Hoe personaliseren we het leren zo dat ieder kind zich voluit kan ontwikkelen en zijn talenten volop kan inzetten? Daar wordt op heel veel plaatsen naar gezocht. Hieronder drie opvallende voorbeelden:

  1. Leerling VMBO3: Het verschil tussen les krijgen en expeditieonderwijs is dat wij als leerling team zelf mogen kiezen en dat is iets anders dan dat we zelf alles bepalen. We hebben een docent als teamcoach en als coach is hij zoveel leuker dan voor de klas. Hij luistert naar ons, overlegt met ons en stelt ons hele kritische vragen. ‘Wat draag jij aan het team bij’? Maar hij laat ons ook gewoon fouten maken en daar leren we misschien nog wel het meeste van.
  2. Leerling V4: Armoede was voor mij een rekenmodel over BNP bij economie en voorbij flitsende filmpjes op TV en YouTube. Met onze coach ontwierpen we als team een project rondom armoede en organiseerden in school een 24 uur ‘Zip your lip’ actie. Dat vergeet ik mijn leven lang niet meer. In het begin zei iedereen ‘dat wordt niks’, maar we hebben als team laten zien dat het wél kan. Als je echt in jezelf en je team gelooft leer je zoveel en zijn er genoeg mensen die je willen steunen.
  3. Docent H/A: Loslaten van het huidige lesgeven is moeilijk. Dat vraagt durf en vertrouwen in elkaar. Ik heb nieuwe vormen geprobeerd en merkte dat ik als ik de verwondering van mijn leerlingen wist te raken er zoveel energie loskwam. Tegen mijn leerlingen durven zeggen: ‘Da’s wel heel bijzonder, hoe zou dat komen? Kunnen we dat samen uitzoeken’? En dat uitproberen werkt.

Als samen uitproberen werkt, waarom onderzoeken we dat ‘anders leren’ dan niet samen met de leerlingen? We stellen ze de vraag: “Hoe zou jij op jouw school willen leren? Hoe ziet jouw ideale lesdag eruit? Hoe kun je voor iedere leerling maatwerk leveren en toch samen leren?”
En zo werd in het transitiepad ‘de leerling centraal’ van United4education het idee geboren: TEDx Nederland – Creating learning…. by doing! In samenwerking met minimaal 75 scholen in heel Nederland wordt op 1 december 2015 integraal een TEDx event georganiseerd

Doel is dat leerlingen ervaren dat je leren ook anders kunt ontwerpen dan 7 uur achter elkaar in de les zitten; dat je op een andere manier ook heel veel kunt leren en bereiken.

TEDx Nederland – Creating learning…. by doing! Dit zijn de ‘spelregels':

  • Op alle deelnemende scholen organiseren we tussen 1 juni en 1 december 2015 de TEDx Nederland dag en organiseert ieder TEDx-team hun ideale schooldag.
  • Van elke deelnemende school mag zich één groep aanmelden. Dat kunnen alle leerlingen van een klas zijn, maar ook een groep leerlingen die op een andere manier is samengesteld.
  • Elke groep leerlingen vraagt tenminste één docent als coach; de leerlingen en de coach(es) vormen het school TEDx-team dat de ideale schooldag voor een andere groep leerlingen ontwerpt.
  • Samen is het TEDx-team verantwoordelijk voor het ontwerpen, uitvoeren en het resultaat van hun ideale schooldag.
  • Samen ontwerpt ieder TEDx-team, de leerlingen en de coach(es), een leersituatie die in één dag (tussen 1 juni en 1 december 2015 kan worden uitgevoerd); de TEDx Nederland dag valt voor alle scholen op dezelfde dag, 1 december 2015!
  • Hoe je leert, waar je leert, met wie je leert en wat je leert…… het TEDx-team is volledig eigenaar van vorm en inhoud. Er is op vraag ondersteuning van een externe coach beschikbaar.

Aan het einde van de middag op 1 december 2015 organiseren we samen op verschillende locaties in Nederland tegelijkertijd, met een hapje en een drankje, het TEDx Nederland Event en krijgt ieder TEDx-team een tijdslot van 7 minuten om te laten zien wat er is geleerd en hoe er is geleerd. Ook geeft elk TEDx-team één aanbeveling aan hun docenten: ‘Zo zou het leren op onze school verrijkt kunnen worden’!


 

De basis voor bovenstaande oproep komt uit het initiatief TEDxQ. Op 13 november 2014 is door de Quadraam scholengroep een TEDxQ dag gehouden waar 11 groepen leerlingen van verschillende Quadraam scholen presentaties over de organisatie en uitvoering van hun ideale lesdag hebben gehouden. Video’s van alle presentaties zijn terug te zien en er wordt ook een klein kijkje achter de schermen geboden door een korte geschiedenis over de totstandkoming van de TEDxQ dag.

De organisatie en uitvoering van de TEDx Nederland dag is een werk in uitvoering. Aanmelden van je interesse kan voorlopig via het volgende formulier. Dit kan of je nu leerling, docent of schoolleider bent. We zullen vervolgens contact met je opnemen en je op de hoogte houden van alle verdere ontwikkelingen.


Eerste indrukken eindexamen biologie 2015

mei 21, 2015

Gisteren was het eindexamen biologie voor het vwo. Na afloop werd ik gebeld om mijn eerste indrukken te delen met scholieren.com. Dit is wat er niet veel later op hun website te lezen was.


 

Eindexamen biologie 2015 sentimeter 2015-05-21_0414

 

Voor ruim 20.000 vwo’ers stond op woensdagmiddag biologie op het programma. En dat is altijd zo’n examen waarvan je niet weet wat je kunt verwachten. Maar het examen sloot prima aan op de geleerde stof.

Marieke Gelderblom is blij met hoe het ging. “Het was een vrij standaard examen met de verwachte onderwerpen zoals ecologie, afweer en dna”, vertelt Marieke. “Sommige vragen waren echt pittig, maar ik vond het niveau goed. Het was best een kort examen.”

Ook vwo’er Daniëlle Fluks stond snel weer buiten. “Al na anderhalf uur zelfs”, vertelt ze opgewekt. “Ik heb expres de moeilijke examens geoefend en daar zaten veel inzichtvragen in. Bij dit examen viel dat mee, ik kon echt veel opzoeken in mijn BINAS. Mijn klasgenootjes vonden het ook een prima examen, heel standaard eigenlijk en bijna elk onderwerp kwam aan bod.”

Minder ecologie

Het onderwerp dat veel scholieren meer hadden verwacht, was ecologie. “De afgelopen jaren werd er in de examens veel aandacht aan besteed”, vertelt scholier Yvano Aguiar. “Ik was blij dat dit examen gevarieerder was, bijna alles kwam aan bod. Het enige wat ik gek vond was een vraag over dna, dat was meer forensisch dan biologie.”

Dat het een examen met veel variatie was, vond ook Hilde van Burgeler. “Eigenlijk zat elk onderwerp wat ik had verwacht erin en mijn klasgenootjes vonden dat ook”, vertelt ze. “De lessen en oefenexamens hebben me goed voorbereid. Ik was ruim op tijd klaar en heb mijn resterende tijd gebruikt om alles rustig na te kijken. Ik ben tevreden.”

Een goede mix

Docent Frans Droog van het Wolfert Lyceum in Bergschenhoek vond het een degelijk biologie-examen. “Zoals hij hoort te zijn. Het was een goede mix van onderwerpen met hier en daar een lastige vraag, maar over het algemeen niet te moeilijk”, vertelt hij. “De afgelopen jaren kwam er enorm veel ecologie voor in de examens, maar dit jaar was dat een stuk minder. Dat is een goede zaak wat mij betreft. Ook de lengte was prima, ik denk niet dat er veel leerlingen in tijdnood zijn gekomen.”

Bij het LAKS zijn om 18:00 pas 600 klachten binnen.


 

Ik denk en hoop dat mijn leerlingen goed waren voorbereid en dat ze het examen als goed te doen hebben ervaren. We gaan het zien. Een aantal vragen heb ik reeds kunnen nakijken. Logischerwijs kan ik daarover nog niets vertellen. Dat zal ik zeker op een later moment op deze plaats wel doen. Ik ben benieuwd naar de landelijke ervaringen en ook wel een beetje naar die vermaledijde N-term. Laat die niet zo verrassend zijn als de jaarlijkse schommeling in de WOZ-waarde van mijn huis.


Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 4.202 andere volgers

%d bloggers op de volgende wijze: