Flip the system 3. Naar een nieuwe opzet van de eindexamens.

april 2, 2018

Hieronder een bijdrage van Dick van der Wateren, integraal overgenomen van de blog onderwijsonderzoek. Dick geeft aan dat dit verhaal een weerslag is van gesprekken die wij hebben gevoerd in onze werkgroep CE-SE, die de afgelopen twee jaar verschillende samenstellingen heeft gekend. Dat het thema eindexamens gevoelig ligt hebben wij herhaaldelijk ervaren in gesprekken met verschillende betrokkenen en blijkt ook uit de soms zeer sterke reacties in de media. Dit heeft Dick doen besluiten onderstaande op persoonlijke titel te schrijven. Ik kan mij in meer dan voldoende mate scharen achter zijn woorden om deze hier te herhalen, met als doel via een gedegen proces tot nog betere eindexamens te kunnen komen.

Aan de vooravond van de centraalexamens kunnen we vaststellen dat toetsing en examinering steeds meer in een kritisch licht komen te staan. Dinsdag 27 maart j.l. organiseerde de Onderwijsraad een ‘Dialoog Toetsing en Examinering’ waarvoor zo’n honderd leraren, leerlingen, schoolleiders, en andere deskundigen waren uitgenodigd om mee te denken. Het advies van de Onderwijsraad zal in de loop van dit jaar verschijnen. Donderdag 29 maart schreef de VO-raad: “Examinering voortgezet onderwijs toe aan herijking”, dat behoorlijk wat stof heeft doen opwaaien.

Toetsrevolutie-hrTwee jaar geleden schreven Dominique Sluijsmans en René Kneyber met een dertigtal onderwijsmensen ‘Toetsrevolutie. Naar een feedbackcultuur in het voortgezet onderwijs.’ In hetzelfde jaar schreven Jelmer Evers en ik twee stukken waarin wij een voorstel deden voor een nieuwe aanpak van het eindexamen vo (hier en hier). Sinds het verschijnen daarvan denkt een groep docenten en schoolleiders (op dit moment zo’n 20 scholen) na over een verdere uitwerking van onze ideeën.

De hier neergelegde gedachten zijn in onze werkgroep CE-SE (Frans Droog, Jasmijn Kester, Leendert-Jan Veldhuyzen en ikzelf) onderwerp van gesprek. Ik heb niettemin besloten, gezien de gevoeligheid van dit thema, dit stuk op persoonlijke titel te publiceren. Gelieve op mij en niet op mijn vrienden te schieten.

In de afgelopen twee jaar is veel gebeurd. We hebben met Kamerleden gesproken. Er zijn moties aangenomen, die het College voor Toetsen en Examens (CvTE) aanspoorden tot meer transparantie en grotere betrokkenheid van individuele vakdocenten bij de totstandkoming van de centraalexamens. We hebben een paar maal met het CvTE overlegd over mogelijkheden om de eindexamens anders op te zetten. Vervolgens zijn we daarover in gesprek gegaan met het Ministerie van OC&W. Al deze partijen zijn geïnteresseerd en willen graag meedenken.

Na de blogs die Jelmer Evers en ik in 2016 schreven en de daarop volgende moties in de Tweede Kamer heeft het CvTE een aantal zaken aan de examenprocedures verbeterd. Die zijn meer transparant geworden en leraren zijn meer dan voorheen betrokken bij het totstandkomen van de centraalexamens. Dat is mooi. We zijn benieuwd of aan andere bezwaren in de komende examenperiode duidelijk tegemoetgekomen is.

We noemden onder andere foute en onduidelijk geformuleerde vragen, lengte en moeilijkheidsgraad van de examens, de validiteit van de examens (‘Toetsen de examens wat ze moeten toetsen?’), lange tekstvragen bij de niet-taalvakken, het beperkte repertoire dat wordt getoetst. Het probleem van de tijdsdruk voor eerste en tweede correctie, met name voor de ‘grote nakijkvakken’ (geschiedenis, Nederlands, maatschappijwetenschap, biologie enz.), zal vermoedelijk nog wel even blijven bestaan. Ook blijven er nog vragen over de N-termen en de gemiddelde examencijfers. De realisering van onze andere voorstellen ligt nog ver weg.

Ons meest fundamentele bezwaar tegen de huidige examenopzet is dat dit leidt tot teaching to the test. Dat is de examenmakers minder aan te rekenen. Het is deels een gevolg van het systeem waarin het CE evenveel gewicht heeft als het SE, waardoor scholen geen risico durven nemen en schoolexamens maken die vrijwel identiek zijn aan de centraalexamens. We kunnen daar tegenin brengen dat die scholen wat meer lef moeten tonen. Ze zijn immers vrij om het schoolexamen naar eigen inzicht vorm te geven. Dat blijkt echter maar beperkt op te gaan. Met name de talenvakken hebben teveel te doen: schrijfvaardigheid, spreekvaardigheid, literatuur, luistervaardigheid en voorbereiden op het CE. Het gevolg is dat het PTA al in klas 4 begint.

Daarbij komt dat onder invloed van onder andere PISA het onderwijsklimaat ingrijpend is veranderd. Er is een enorme druk op scholen komen te staan om te hoog te scoren in allerlei ranglijsten, waaronder die in kranten en weekbladen. De discussie gaat hoe langer hoe minder over de kern van goed onderwijs, maar steeds meer over de opbrengsten en het rendement ervan: opbrengstgericht en efficiënt.

Docenten die de ambitie hebben hun leerlingen te leren denken en niet alleen maar trucs uitvoeren waarmee ze hoog scoren voor het CE wordt het daarmee moeilijk gemaakt. In ons tweede stuk schreven we:

[…] veel docenten zien als bezwaar dat de examenvragen geen betrekking hebben op wat door leraren wordt gezien als de essentie van hun vak. De voorbereiding op de Centraal Examens verwordt dan tot het aanleren van kunstjes en trucs, terwijl leerlingen niet worden ondergedompeld in de rijkdom, de manier van denken en problemen oplossen die de verschillende vakgebieden kenmerken. Ook is er volgens veel docenten die wij spraken te weinig aandacht voor vakoverstijgende kennis en vaardigheden.

We hebben het CvTE en OCW een mogelijk scenario voorgelegd, waarbij het CE minder zwaar weegt dan het SE, bijvoorbeeld een verdeling 1/3 – 2/3. Dat heeft het voordeel dat scholen meer ruimte krijgen om hun onderwijs vorm te geven op de manier die het beste past bij hun visie: meer ruimte voor de pedagogische aspecten naast de cognitieve. Meer ruimte om jonge mensen te helpen goed geïnformeerde en verantwoordelijke deelnemers aan de democratische samenleving en volwassen wereldburgers te worden. Ons voorstel houdt ook in dat de kwaliteit van de schoolexamens gewaarborgd wordt door een systeem van certificering en collegiale intervisie. Inmiddels is dit een van de mogelijke scenario’s die we de komende jaren zouden willen uitproberen.

alternatieve scenario’s

Tijdens een minisymposium op 22 februari met leraren en schoolleiders (de uitgebreide werkgroep CE-SE) hebben we een inventarisatie gemaakt van alle ideeën over de eindexamenproblematiek en mogelijke oplossingen. Daar werden onder andere de volgende problemen vastgesteld:

  • Het huidige examen toetst maar een klein deel van wat leerlingen kennen/kunnen;
  • CE (toetsen op kennisreproductie) sluit niet aan op vervolgopleidingen,
    of wat je leerlingen mee zou moeten geven;
  • CE is met name gericht op trucje/ (kennis) reproduceren en schriftelijke/talige vaardigheden (ipv specifieke vakvaardigheden) die je daarna niet meer nodig hebt;
  • er is een afrekencultuur ontstaan, terwijl bekend is: meten ≠ weten;
  • teaching to the test en daarmee gaat kostbare onderwijstijd verloren;
  • de scheve verhouding SE-CE in sommige vakken, waar de stof van het SE twee keer zoveel omvat, terwijl de gewichtsverdeling 50-50 is;
  • diploma op het laagste niveau leidt tot risicomijding;
  • de waardering in gewicht van de eindtermen is onevenredig,
    • wat knelt voor de docent omdat:
      • je meegaat in de onevenredigheid,
      • je vakinhoudelijke en pedagogische ruimte is ingeperkt,
      • het je programma uit balans trekt en
      • mogelijkheden tot maatwerk worden beperkt;
    • wat knelt voor de leerling omdat:
      • het programma wordt afgestemd op de gemiddelde leerling,
      • talenten niet worden aangesproken en dus geen gebruik gemaakt wordt van intrinsieke motivatie,
      • die wordt klein gehouden (teaching to the test i.p.v. volwassen worden).

Naast Jelmers en mijn voorstel van een verhouding CE : SE van 1/3 : 2/3 (40 : 60, of andere varianten), samen met gecertificeerde schoolexamens, werd tijdens het minisymposium nog een aantal scenario’s bedacht. Die zouden we kunnen combineren in een of meer proefprojecten, die op een aantal scholen een paar jaar kunnen worden uitgeprobeerd. Een paar voorbeelden van oplossingen:

  • Denk na over de vraag wat we onder goed onderwijs verstaan en ontwerp examens (SE en CE) die wat betreft inhoud en vorm recht doen aan dat doel.
  • Verander het afnamemoment: Waarom afsluiten met het CE? Zet dat in als startpunt/basiskennistoets, bijvoorbeeld in het voorlaatste jaar. Het CE krijgt dan de functie van toelating tot het schoolexamenjaar, waarin leerlingen kunnen laten zien wat ze kunnen op het gebied van kritisch en creatief denken, onderzoeken, maatschappelijke betrokkenheid en vakoverstijgende samenwerking. Het schoolexamenjaar is dan te vergelijken met de studie voor een masterscriptie.
  • Examinering naar het model van het rijexamen: eerst theorie en dan praktijk. Er valt ook te denken aan het model zwemdiploma of een gildemodel: je doet pas examen als je er klaar voor bent.
  • Bedenk andere vormen voor examinering buiten de ‘gymzaal’.
  • Onderzoek hoe de leerling meer eigenaar van het eindexamen kan worden. Zie de film Most likely to Succeed over High Tech High in San Diego. Het profielwerkstuk vervangt een deel van het CE en is multidisciplinair.

de vo-raad

Het position paper van de VO-raad Pleidooi voor herijking van de examinering in het vo vraagt om een reactie die ik, nogmaals, op persoonlijke titel geef.

Het is verheugend dat ook de VO-raad de problemen rond de eindexamens signaleert en die wil aanpakken. Een aantal ideeën in het voorstel van de VO-raad klinkt heel aantrekkelijk. Een einde maken aan teaching tot the test, een meer flexibel eindexamenregime, betere mogelijkheden om vakken op een hoger niveau af te sluiten, meer keuzeruimte voor leerlingen en minder versnippering in het examenprogramma. Daar is weinig op tegen.

VO-raad acties

Geintje van de VO-raad.

Ik ga niet mee in een wij-zij denken, zoals je dat op Twitter hier en daar hoort: de VO-raad vertegenwoordigt de werkgevers en alles wat die voorstellen moeten we wantrouwen. Dat neemt niet weg dat we er wel een paar kritische noten over kunnen kraken.

De ideeën van de VO-raad lijken nog te weinig doordacht. Bijvoorbeeld examens op meerdere momenten afnemen is zorgvuldig onderzocht. De toenmalige Staatssecretaris heeft in 2009 besloten het project ‘Meerdere examenmomenten VO’ te beëindigen. De conclusie was dat het onwerkbaar en heel kostbaar is en bovendien tot onaanvaardbaar hoge werkdruk zou leiden. Ook heeft de VO-raad de gevolgen van zo’n flexibele examenopzet voor het onderwijs in de jaren voorafgaand aan het eindexamen niet doordacht. Tegelijk met het position paper werden vragen en antwoorden gepubliceerd, die de standpunten van de VO-raad nog eens verduidelijken. Daarin worden veel van de fundamentele kwesties op de lange baan geschoven.

Een bestuurder, die ik sprak naar aanleiding van het stuk van de VO-raad, vroeg zich af of dit hem zou helpen of juist voor de voeten zou lopen in de zoektocht naar onderwijsvernieuwing op zijn scholen. Hij neigde naar het laatste, in de verwachting dat docenten en schoolleiders van zijn scholen dit als de zoveelste van bovenaf opgelegde proefballon zouden zien, met de nodige onrust vandien.

Dat is dan ook mijn belangrijkste bezwaar tegen het stuk van Rosenmöller c.s., nergens blijkt dat de mensen die deze plannen moeten uitvoeren – leraren – bij het opstellen ervan hebben meegedacht. Dan waren de onwerkbare voorstellen niet in het stuk terechtgekomen en waren ideeën zoals we die in onze werkgroep ontwikkelen er wel in gekomen.

Daarnaast blijft nog een vraag niet genoemd – laat staan beantwoord: Wat is het doel van goed onderwijs dat met een nieuwe examenopzet wordt getoetst? De VO-raad kiest vooral voor een instrumentele benadering van het probleem. Over de vraag wat goed onderwijs inhoudt is de laatste jaren al veel geschreven (zie bijvoorbeeld Biesta, 2015) en dat zou het uitgangspunt moeten zijn.

de onderwijsraad

Het is weinig verrassend dat die vraag door de Onderwijsraad wel expliciet wordt gesteld. Dat mogen we verwachten met leden als Gert Biesta en René Kneyber. Tijdens de ‘Dialoog Toetsing en Examinering’ van de Onderwijsraad op dinsdag 27 maart kwamen dezelfde problemen voorbij als tijdens ons minisymposium een maand eerder.

Liesbeth OnderwijsraadLiesbeth Breek (docent frans, PCC Alkmaar) hield in de deelsessie VO een hartstochtelijk pleidooi voor goed onderwijs en daarbij passende vormen van toetsing en examinering. Ze zei: “Ik hoop dat ons onderwijs onze leerlingen leert om perspectief te nemen, om zich te verplaatsen in de ander, dat het hen in aanraking brengt met dat wat buiten henzelf ligt, dat ons onderwijs hen helpt om verantwoordelijkheid te kunnen en willen dragen voor wat zij straks de wereld in gaan brengen.”Daarvoor is in de eerste plaats nodig dat we onze leerlingen leren denken (Ritchhart, 2015), zowel over het vak als over vakoverstijgende vragen en de wereld buiten school.

In diezelfde sessie werd ook gesuggereerd dat het al veel zou schelen wanneer scholen niet de druk voelden om met elkaar te concurreren met examenresultaten. Het is maar de vraag of slagingspercentages van 98 of zelfs 100% een goede indicatie zijn van de kwaliteit van het onderwijs op een school. In plaats van te vechten voor een groter marktaandeel zouden scholen kunnen afspreken dat een slagingspercentage van bijvoorbeeld 85% een acceptabel minimum is.

Veel van de oplossingen die op 27 maart werden aangedragen lijken op die van onze werkgroep CE-SE. Die zullen hun weg dan ook vinden in het advies dat de Onderwijsraad deze zomer uitbrengt.

Een belangrijk verschil met de aanpak van de VO-raad is dat de Onderwijsraad uitdrukkelijk leraren, leerlingen, schoolleiders en bestuurders uitnodigt om kritisch mee te denken met hun advies. Het is, als ik hen goed heb begrepen, niet de bedoeling dat het advies ontaardt in een bestuurlijke maatregel die over de scholen wordt uitgestort.

proeftuinen

Ik wil er bij alle betrokken partijen – politieke partijen, Ministerie, Onderwijsraad, VO-raad, besturen en schoolleiders – op aandringen om te wachten met de invoering van een nieuwe opzet van de eindexamens tot die in de praktijk grondig is uitgeprobeerd en uitontwikkeld. De titel van deze serie blogs is niet voor niets ‘Flip the System’, naar een idee dat René Kneyber en Jelmer Evers al in het eerste deel van ‘Het Alternatief’ (2013) hebben uitgewerkt. Essentieel aan hun voorstel is dat ingrijpende veranderingen in het onderwijs van onderaf moeten komen en niet door beleidsmakers opgelegd. De hierboven geschetste scenario’s horen tot de meest ingrijpende veranderingen, waarvan eerst maar eens moet worden bewezen dat ze tot een verbetering leiden ten opzichte van de huidige situatie.

alternatief boekenIk pleit er dan ook voor om met een overzichtelijk aantal scholen de verschillende scenario’s uit te proberen, onder regie van ervaren en goed opgeleide docenten en ondersteund door erkende deskundigen op het gebied van toetsing en examinering. Dat kan in de vorm van pilots, experimenten of onder welke naam dit soort projecten bij OC&W nog meer bekend staan. Proeftuinen, wat mij betreft.

Wil een vernieuwde examenopzet in het vo ook maar de geringste kans van slagen hebben, dan zullen leraren en hun scholen van het begin af aan het ontwerp en de uitvoering van deze proeftuinen in eigen hand moeten houden. Daarbij is iedere inhoudelijke en logistieke hulp van het Ministerie, de Onderwijsinspectie en onderwijsbestuurders meer dan welkom. Maar het belangrijkste dat we nodig hebben is vertrouwen in de deskundigheid en professionaliteit van leraren en een minimum aan controle.

Ieder andere opzet, in bestuursgremia bedachte en van bovenaf opgelegde maatregelen, leidt tot voorspelbare narigheid en lost de problemen met de eindexamens niet op.

bronnen

Gert Biesta (2012). Goed onderwijs en de cultuur van het meten. Amsterdam. Boom Lemma Uitgevers.

Gert Biesta (2015). Het prachtige risico van onderwijs. Culemborg. Uitgeverij Phronese.

Jelmer Evers en René Kneyber (2014). Flip the System. Changing education from the ground up. New York. Routledge.

René Kneyber en Jelmer Evers (2013). Het Alternatief: Weg met de afrekencultuur in het onderwijs!. Amsterdam. Uitgeverij Boom.

Ron Ritchhart (2015). Creating Cultures of Thinking. San Francisco. Jossey-Bass.

Dominique Sluijsmans en René Kneyber (2016). Toetsrevolutie. Naar een feedbackcultuur in het voortgezet onderwijs. Culemborg. Uitgeverij Phronese.

VO-raad: Pleidooi voor herijking van de examinering in het vo. https://www.vo-raad.nl/system/downloads/attachments/000/000/566/original/POSITION_PAPER__Pleidooi_herijking_examinering_VO-raad.pdf. Geraadpleegd 1-4-2018.

Advertenties

Eindexamen nakijken verschilt per vak

mei 20, 2017

Een eindexamen maken is voor leerlingen een belangrijk onderdeel van hun onderwijs. Een eindexamen nakijken is daarmee voor docenten een belangrijk onderdeel van hun werk. Hoe een eindexamen wordt gemaakt door de leerlingen en nagekeken door de docent verschilt per vak. Zo variëren bijvoorbeeld de aantallen open en gesloten vragen.

Voor de talen zien de antwoordbladen er dit jaar als volgt uit.

Engels

Frans

Duits

Nederlands

 

 


Eindexamen samen nakijken

mei 20, 2017

Eindexamen zaal Matura2005_ILOSzczecin

 

Na een eindexamen voor een bepaald vak en een bepaald nivo vinden er op verschillende plaatsen in het land kringgesprekken plaats om het examen te bespreken. Verschillende vakverenigingen verzamelen deze kringgesprekken en publiceren ze op hun website. Ook zijn er verschillen fora waar over het beoordelen van de antwoorden op examenvragen gediscussieerd kan worden. Deze inzichten kunnen zeer nuttig zijn voor het nemen van beslissingen voor een eerste corrector en ook voor overleg tussen eerste en tweede corrector.

Wanneer een examen wat later zit in het examenprogramma komen deze gegevens echter niet altijd op tijd beschikbaar. Ook is het voor de eerste corrector heel plezierig om al eerder contact te maken met vakgenoten. Door dit in een gedeeld online document te doen kan dit op een op zeer snelle manier, zo goed als live, plaatsvinden.

Om deze redenen maakt Hans Huigen nu al voor het 4e jaar gebruik van een gedeeld Google Drive document waarin collega’s gezamenlijk kunnen reageren op het examen biologie voor vmbo-tl. Zijn initiatief is gevolgd door Saskia Tuenter voor het examen biologie voor de havo dit jaar en door mij voor het examen biologie voor het vwo. Via onderstaande links zijn de gezamenlijke documenten te bereiken.

Opmerkingen bij vmbo-tl examen biologie 2017 1e tijdvak

Opmerkingen bij havo examen biologie 2017 1e tijdvak

Opmerkingen bij vwo examen biologie 2017 1e tijdvak

Wil je meedoen dan kun je via bovenstaande links het document invullen of je informatie achter laten. Ken je collega’s die niet actief zijn op sociale media breng deze dan ook op de hoogte. Je kunt het document natuurlijk desgewenst ook alleen raadplegen zonder iets toe te voegen. Er zijn geen verplichtingen. Het is wel fijn als je even je naam achter laat als je het document gebruikt hebt.

Een voorbeeld hoe dit in de praktijk werkt: Opmerkingen bij vwo examen biologie 2016 1e tijdvak

Ik weet dat ook bij NaSk1 dit al een aantal jaar gedaan wordt, mogelijk ook andere vakken inmiddels. De ervaringen leren dat het erg prettig werkt. Heb je opmerkingen of suggesties voor aanpassingen dan hoor ik die graag.

 


Project 0%

mei 31, 2016

 

N-termen gemiddelden percentages onvoldoende 2016-05-31_2007


Project 7.0

mei 28, 2016

 

Project 7.0 2016-05-28_0943

 


Een dagje nakijken

mei 22, 2016

Grading United States aid490434-728px-Calculate-a-Test-Grade-Step-6-Version-6

Grading UK en India Calculate-a-Test-Grade-Step-7-Version-6

Het is examentijd.

Leerlingen maken zich druk over het maken van examens. Docenten maken zich druk over het nakijken van examens.

Leerlingen zijn druk met het leren voor examens. Docenten zijn druk met het nakijken van examens.

Allerlei mensen die geen leerling of docent zijn maken zich druk over het nut en de vorm en de kwaliteit van examens.

Vrijdag 20 mei van 13:30 – 16:30 uur was het eindexamen biologie voor de havo.

Ik heb ervoor gekozen van zaterdag 21 mei dus een nakijkdag te maken. Ik heb dus voor die dag niets anders gepland. Ik heb het eten en drinken voor het weekend al in huis gehaald. Het avondeten laat ik brengen door Hello Fresh.

Ik begin de dag met een bord brinta, een glas water en een dubbele espresso. Daarvoor heb ik de viervoeters al hun lasten laten lichten, tegelijkertijd mijzelf voorziend van frisse lucht met lekker veel zuurstof. Ook de viervoeters voorzie ik van voer.

Om 07:15 uur begin ik.

In mijn klas zitten 32 leerlingen en het examen bestaat uit 42 vragen. De vragen zijn gegroepeerd via een onderwerp (ofwel context in het jargon), bij dit examen zijn dit er 8. Zij hebben titels als; ‘Lichtjes in zee’, ‘Sushi’, ‘Biertje? Of toch maar niet?’, ‘De ‘Biobag’ ‘. Het correctievoorschrift heb ik gisteren thuis al uitgeprint.

Per onderwerp maak ik eerst zelf de toetsvragen, zonder naar het correctievoorschrift te kijken.

Ik kijk de examens na per vraag en niet per leerling. Dit betekent veel verplaatsten van papier maar zorgt voor de meest objectieve vergelijking van de antwoorden. Ik schrijf de score per vraag met potlood op het examenwerk van de leerling. Ik doe dit per onderwerp. Ik las een andere activiteit of pauze in afhankelijk van de hiervoor benodigde tijd.

De eerste sessie duurt ruim anderhalf uur. Zij omvat de eerste twee onderwerpen. Ik markeer een van de vragen met het doel deze later opnieuw te bekijken. De formuleringen van de antwoorden door de leerlingen geven aanleiding hier nog even goed over na te denken.

Ik neem een glas water.

Ik leen de laptop van mijn vrouw en download en installeer daarop het programma WOLF. Dit is een programma van het CITO en hierin dienen de exacte scores van minimaal de eerste vijf leerlingen te worden ingetypt. Bij een open vraag het aantal gegeven punten, bij een gesloten vraag de gekozen letter. Deze gegevens worden door het CvTE gebruik om tijdens de normeringsvergadering gebruikt om de N-term te bepalen. Ik leen de laptop van mijn vrouw omdat het programma WOLF niet op een MacBook kan worden geïnstalleerd. Na installatie van het programma lees ik vanaf de site van het CITO de schoolgegevens in en vanaf de site van school de informatie over mijn klas.

Om 09:30 uur start ik de tweede sessie.

Deze duurt iets meer dan een uur en omvat één onderwerp. Ik markeer twee vragen voor herziening.

Ik neem een pauze van een half uur, waarin ik de krant lees en een glas water en een dubbele espresso drink. Ik loop even naar buiten, de tuin in.

Om 11:00 uur start ik de derde sessie.

Deze duurt ruim een uur en omvat twee onderwerpen. Ik markeer een vraag voor herziening.

Ik voer de scores voor de tot zover nagekeken vragen in in het programma WOLF. Dit zijn 512 cijfers en letters in evenzoveel vakjes. Ik vul de gegevens van al mijn leerlingen in, niet alleen van de verplichte eerste vijf. Als ik dit doe krijg ik later een analyse van de resultaten van mijn klas in vergelijking met andere leerlingen in Nederland, uitgesplitst naar de concepten die onder de contexten liggen. Dit is voor mij bruikbare informatie met betrekking tot de analyse van het niveau van mijn klas en kan ik gebruiken om mijn lessen eventueel aan te passen. Ik wissel bewust het nakijken af met het invoeren. Beide moeten gebeuren en beide vereisen een andere concentratie. Deze afwisseling maakt het voor mij efficiënt.

Ik neem een pauze van ruim een half uur. Ik eet een tosti en een boterham met pindakaas en drink een glas melk, ondertussen de krant verder lezend. Ik loop even een rondje in de tuin en kijk naar de eenden in de sloot.

Om 13:30 uur start ik de vierde sessie.

Deze duurt iets meer dan anderhalf uur en omvat twee onderwerpen. Ik markeer vier vragen voor herziening.

Ik neem een pauze van ongeveer een half uur, ik drink een glas water en eet twee beschuitjes met aardbei. Ik kijk de Giro op de Belgische T.V.

Om 15:30 uur start ik de vijfde en voorlopig laatste sessie.

Deze duurt een half uur en omvat één onderwerp. Ik markeer twee vragen voor herziening.

Ik voer de scores in in het programma WOLF. Het geluid achter mij van de Giro op de Belgische T.V. komt ook bij mij binnen. Af en toe kijk ik achterom. Waneer de renners bij de één-na-laatste berg zijn besluit ik even te stoppen met invoeren. Het zou zomaar kunnen dat de Nederlands wielrenner Kruiswijk iets moois gaat doen. En dat doet hij dus ook! Hij wint net niet de etappe maar behaalt wel de roze trui. Ik ga verder met het vullen van vakjes, uiteindelijk zijn er 1344 gevuld.

Ik vul de voorlopige resultaten van het CE (centraal examen), de cijfers  die ontstaan bij een N-term van 1,o, in in mijn Excel file met daarin alle cijfers van mijn leerlingen. Ik bereken het gemiddelde en maak een vergelijking tussen de SE (schoolexamen) cijfers en de CE cijfers. De grafiek toont mij voor mij interessante informatie. Bijvoorbeeld dat de correlatie tussen beide cijfers dit jaar een stuk kleiner is dan in eerdere jaren. Bijvoorbeeld dat de spreiding in de cijfers van het CE groter is dan die van het SE. Bijvoorbeeld dat bij een N-term van 1,0 het verschil tussen het gemiddelde van het SE en het CE dit jaar voor deze klas 0,02 is.

Ik ga nu even nadenken over de vragen die ik gemarkeerd hebt. Ik ga overleggen met een aantal collega’s hoe zij tegen bepaalde formuleringen van antwoorden aankijken. Ik ga wachten op het verslag van de kringgesprekken. Dan ga ik al deze informatie verwerken en de gemarkeerde vragen opnieuw bekijken en beoordelen. En dan zal ik de werken met mijn beoordeling opsturen naar de tweede corrector.


Eindexamen nakijken en Google Drive mooie combi

mei 19, 2016

Google-Drive-1huqpdd

Eindexamen zaal Matura2005_ILOSzczecin

Na een eindexamen voor een bepaald vak en een bepaald nivo vinden er op verschillende plaatsen in het land kringgesprekken plaats om het examen te bespreken. Verschillende vakverenigingen verzamelen deze kringgesprekken en publiceren ze op hun website. Deze resultaten kunnen zeer nuttig zijn voor het nemen van beslissingen voor een eerste corrector en ook voor overleg tussen eerste en tweede corrector.

Wanneer een examen wat later zit in het examenprogramma komen deze gegevens echter niet altijd op tijd beschikbaar. Ook is het voor de eerste corrector fijn om al eerder contact te maken met vakgenoten.

Om deze redenen maakt Hans Huigen nu al voor het 3e jaar gebruik van een gedeeld Google Drive document waarin collega’s gezamenlijk kunnen reageren op het examen biologie vmbo-tl. Op twitter deed hij een oproep dit initiatief te verspreiden en op de vraag van Carla Upperman of hij dit ook voor de havo ging doen was het antwoord dat zij dit natuurlijk prima zelf kon doen. En dat gaat zij dus ook doen.

Opmerkingen bij havo examen biologie 2015 1e tijdvak

Deze twitterdiscussie volgend heb ik aangemeld om het Google Drive document voor het examen biologie vwo aan te maken en te delen.

Hoewel het examen voor het vwo pas volgende week dinsdag is heb ik direct even het formulier aangemaakt:

Opmerkingen bij vwo examen biologie 2016 1e tijdvak.

Wil je meedoen dan kun je via bovenstaande link het document invullen. Breng ook je niet zo actief op sociaal media zijnde collega’s op de hoogte! Je kunt het natuurlijk desgewenst ook alleen raadplegen zonder iets toe te voegen. Er zijn geen verplichtingen.

Ik weet niet of andere vakken ook al op deze manier samenwerken maar ik vind het goed en nuttig idee. Heb je opmerkingen of suggesties voor aanpassingen dan hoor ik die graag.

PS: De gezamenlijke reacties en het overleg kunnen natuurlijk ook via andere cloudoplossingen dan Google Drive worden gerealiseerd.


%d bloggers liken dit: