Eindexamen samen nakijken 2018

mei 13, 2018

 

Na een eindexamen voor een bepaald vak en een bepaald niveau vinden er op verschillende plaatsen in het land kringgesprekken plaats om het examen te bespreken. Verschillende vakverenigingen verzamelen deze kringgesprekken en publiceren ze op hun website. Ook zijn er verschillen fora waar over het beoordelen van de antwoorden op examenvragen gediscussieerd kan worden. Deze inzichten kunnen zeer nuttig zijn voor het nemen van beslissingen voor een eerste corrector en ook voor overleg tussen eerste en tweede corrector.

De data voor de NVON besprekingen biologie havo/vwo 2018 zijn hier te vinden. Voor het vmbo 2018 zijn ze hier te vinden. Op die plaatsen verschijnen ook de verslagen van de besprekingen.

Wanneer een examen wat later zit in het examenprogramma komen deze gegevens echter niet altijd op tijd beschikbaar. Ook is het voor de eerste corrector heel plezierig om al eerder contact te maken met vakgenoten. Door dit in een gedeeld online document te doen kan dit op een op zeer snelle manier, zo goed als live, plaatsvinden.

Om deze redenen maakt Hans Huigen nu al voor het 5e jaar gebruik van een gedeeld Google Drive document waarin collega’s gezamenlijk kunnen reageren op het examen biologie voor vmbo-tl. Voor het 3e jaar wordt dit ook voor biologie havo en vwo gedaan, dit jaar beide worden beide door mij beheerd. Via onderstaande links zijn de gezamenlijke documenten voor dit schooljaar te bereiken.

Opmerkingen bij vmbo-tl examen biologie 2018 1e tijdvak

Opmerkingen bij havo examen biologie 2018 1e tijdvak

Opmerkingen bij vwo examen biologie 2018 1e tijdvak

Wil je meedoen dan kun je via bovenstaande links het document invullen of je informatie achter laten. Ken je collega’s die niet actief zijn op sociale media breng deze dan ook op de hoogte. Je kunt het document natuurlijk desgewenst ook alleen raadplegen zonder iets toe te voegen. Er zijn geen verplichtingen. Het is wel fijn als je even je naam achter laat als je het document gebruikt hebt.

Een voorbeeld hoe dit in de praktijk werkt: Opmerkingen bij vwo examen biologie 2017 1e tijdvak

Ik weet dat ook bij NaSk1 dit al een aantal jaar gedaan wordt, mogelijk ook bij andere vakken inmiddels. De ervaringen leren dat het erg prettig werkt. Heb je opmerkingen of suggesties voor aanpassingen dan hoor ik die graag.

 

Advertenties

EduHackathonNL

mei 10, 2018

Gisteren hebben we met een aantal mensen achter de verschillende MeetUp’s samen onder de vlag van MeetUpNL gezellig gegeten. En gesproken over onderwijs natuurlijk. En over hoe mooi het onderwijs is. En hoe we dat onderwijs toch nog zouden kunnen verbeteren. En over hoe daar als MeetUppers een bijdrage aan kunnen en willen leveren. En over hoe we collega’s enthousiast kunnen krijgen. En over hoe het loopt binnen de verschillende MeetUp’s. De overeenkomsten en de verschillen. De kracht van de regionaliteit en de persoonlijke invullingen. De plannen die de verschillende MeetUp’s hebben voor de bijeenkomsten die zij komend schooljaar gaan organiseren. En of we een landelijke MeetUpNL zouden willen organiseren.

En toen vielen er een paar zinnen achter elkaar op hun plaats en ontvouwde Nicole van MeetUp024 haar plan:

EduHackathonNL

Op verschillende plaatsen in Nederland tegelijkertijd met teams aan de slag
om te werken aan innovatieve, concrete oplossingen
uitdagingen en vragen die er liggen in het onderwijs

EduHackathonNL is voor iedereen met een hart voor onderwijs die ervan overtuigd is dat er oplossingen zijn voor uitdagingen die het onderwijs kent en dat het altijd beter kan. EduHackathonNL is voor leraren, leraren in opleiding, lerarenopleiders, didactici, pedagogen, leerlingen, ouders, mensen in het bedrijfsleven met een affiniteit voor onderwijs.

Het doel van EduHackathonNL is om concrete producten ter verbetering van ons huidige onderwijs te ontwikkelen, met inbreng van zoveel mogelijk betrokken partijen en zoveel mogelijk experts uit verschillende gebieden. In een team een dag lang werken aan een onderwijsvernieuwing dat een antwoord kan zijn op één van de ingebrachte vraagstukken. Binnen een dag komen van een idee tot een feitelijk product waarmee direct aan de slag kan worden gegaan. En ervoor zorgen dat dit ook kan en gaat gebeuren door alle randvoorwaarden in de oplossingen mee te nemen.

Voorbeelden van uitdagingen die zouden kunnen worden aangepakt door ze in gerichte vragen om te zetten:

  • motivatie van leerlingen
  • kennis over effectief onderwijs en leren verbreden en toepassen
  • werkdruk
  • ouderbetrokkenheid
  • noodzaak en kwaliteit van toetsen en examens
  • thuiszitters
  • noodzaak en betaalbaarheid excursies
  • bijlessen, schaduwonderwijs en examentrainingen
  • lerarentekort
  • effectieve inzet ICT
  • relaties onderwijs met bedrijfsleven
  • opzetten nieuwe vormen van onderwijs
  • leraar als rolmodel
  • kansengelijkheid

Ja, dit zijn veel en grote onderwerpen. Die gaan vast en zeker niet met een EduhackthonNL allemaal in een keer opgelost worden. Wij gaan toch graag aan de slag met het zoeken naar oplossingen voor deze en andere uitdagingen omdat ons onderwijs dat het waard is, onze leerlingen dat het waard zijn en onze samenleving dat het waard is. Het alleen benoemen van problemen en er schande van spreken zal ze zeker niet oplossen.

We zijn erg enthousiast en willen ons EduHackathonNL idee daarom nu al graag delen, zodat iedereen die het wil er over mee kan gaan denken. Het zal de nodige organisatie vragen maar wij zien grote mogelijkheden om uitdagingen die er liggen in het onderwijs creatief en innovatief op te lossen door veel experts uit verschillende gebieden bij elkaar te brengen met een specifieke opdracht: een concrete oplossing die er aan het eind van de dag (twee dagen?) ligt voor een vooraf goed geformuleerde onderwijsvraag.

Onze volgende etentje met MeetUpNL zal op 20 september zijn. Dan zullen als groep verder praten. Ondertussen zullen we ‘individueel’ aan de slag gaan met onze ‘eigen’ MeetUp’s en onze eigen netwerk om interesse te peilen, ideeën te verzamelen en ‘draagvlak’ te creëren. Bijvoorbeeld via deze blogpost. Reacties zijn meer dan welkom!


Cijfers geven werkt niet – recensie

mei 7, 2018

Cijfers geven werkt niet, Ten Brink Uitgevers/Didactief 2013, geschreven door Dylan William (Embedded Formative Assessment, 2011) en vertaald en bewerkt voor Nederland door René Kneyberr, is een boek met een tamelijk provocerende titel. Het boek gaat in op de vraag van de leraar, hoé kan ik mijn leerlingen effectief kennis en vaardigheden aanleren?  Het werk van John Hattie, in zijn Visible Learning serie boeken, heeft laten zien dat formatieve evaluatie hiervoor een zeer krachtig gereedschap is. Maar hoe leer je leerlingen aan hun eigen werk te beoordelen? Het boek staat vol met tips waarmee je als leraar kunt controleren of je leerlingen het doel van een les begrepen hebben, of de les geland is en wat ze nog nodig hebben aan informatie om het einddoel te bereiken.

Het boek beschrijft dat evalueren op twee manieren kan gebeuren. Formatief, wanneer de leraar op basis van evaluatie het begrip of het leren van zijn uitleg wil verbeteren. Summatief, om tot een oordeel te komen of stof voldoende of onvoldoende wordt begrepen of beheerst. Een evaluatie kan nooit beide tegelijkertijd doen. Formatieve evaluatiestrategiën hebben tot doel de educatieve beslissingen leraren of leerlingen te verbeteren. Hiertoe wordt vastgelegd waar de leerling naar toe gaat, waar hij nu staat en hoe hij gaat komen waar hij naar toe gaat. Dit wordt elders ook wel aangegeven met de begrippen feed up, feedback, feed forward.

Het boek is op plaatsen best confronterend voor de leraar als lezer, terwijl het ook soms een feest der herkenning vormt. Lesgeven is ingewikkeld en het is vaak lastig voor leraren om hun eigen leerintenties en succescriteria te verwoorden.  Duidelijk gemaakt wordt in hoofdstuk twee van het boek hoe belangrijk het formuleren en begrijpen van leerintenties en succescriteria is en wat het verschil is tussen deze laatste twee. Er dient onderscheid gemaakt te worden tussen taakspecifieke en generieke criteria, tussen productgerichte en procesgerichte criteria en ook bij beschrijvingen is het van belang te letten op formeel versus leerling-vriendelijk taalgebruik. Hoofdstuk drie gaat in op het verkrijgen van bewijs van leerresultaten en geeft richtlijnen om gestelde vragen tot goede vragen te maken. Tijd komt langs als belangrijke factor voor het nemen van beslissingen van een leraar, nogmaals uitleggen of doorgaan, welke vooraf voorbereide vragen moet ik stellen? Kennis van de plaats in het leerproces waar de leerlingen zich op dat moment bevinden maakt dit makkelijker dit soort beslissingen waardevoller te nemen.

Hoofdstuk vier laat de waarde van feedback zien en verwijst naar het onderzoek dat laat zien dat cijfers niet werken. Leerlingen die alleen feedback ontvingen presteerden in vervolgopdracht beter dan leerlingen die alleen een cijfer kregen of een combinatie van feedback met een cijfer. Een cijfer stopt het leren. Tegelijkertijd laat dit hoofdstuk zien dat goede feedback zeer lastig is. De feedback dient taakgericht te zijn, op het juiste moment gegeven te worden en niet te vaak of te uitgebreid gegeven te worden. De feedback moet passen om zijn kracht te kunnen tonen.

Het boek bevat een pleidooi om zo min mogelijk cijfers te geven, bijvoorbeeld één per termijn op een middelbare school. Er zijn in plaats hiervan beoordelingssystemen nodig die bedoeld zijn om het leren te ondersteunen en waarin gegevens worden vastgelegd waarmee leraren, leerlingen en ouders kunnen bepalen waar leerlingen zich in het leerproces bevinden.

Het boek maakt zijn provocerende titel wat mij betreft zeker waar en laat overtuigend de waarde van formatief evalueren voor onderwijs en leren zien. Het originele boek is al uit 2011 en de Nederlandse vertaling uit 2013 maar ik heb het boek recent opnieuw gelezen, mede naar aanleiding van discussies met collega’s op school wat formatief evalueren nu precies is en hoe wij dat zelf inzetten in onze dagelijkse lespraktijk. Te weinig is mijn eigen duidelijke conclusie en ik raad iedereen die meer of minder bekend is met het begrip formatief evalueren van harte aan dit boek aan te schaffen. Er is de nodige discussie over wat formatieve evaluatie nu precies betekent en er wordt in dit kader vaak gesproken over formatief toetsen of formatieve assessment, wat tot de nodige (spraak)verwarring kan leiden. Dit boek helpt deze verwarring op te lossen. Voor geïnteresseerden die hiermee nog niet bekend zijn is de facebook groep ‘Actief leren zonder cijfers‘ zeker ook een aanrader om je bij aan te sluiten.

Het boek eindigt met een handig en bruikbaar overzicht van de ruim dertig praktische technieken die in de verschillende hoofdstukken aan de orde zijn gekomen en die een belangrijke essentie van het boek vormen. Zij maken het boek zo waardevol. De technieken geven aan hoe er concreet in de klas kan worden omgegaan met de besproken theorie. Natuurlijk sluit het boek met een lijst met referenties voor een ieder die zich meer wil verdiepen in een of meer van de besproken onderwerpen.

Bestellen
-bij de uitgever Ten Brink Uitgevers/Didactief

Inhoudsopgave
1: Wat is formatieve evaluatie
2: Verduidelijken, delen en begrijpen van leerintenties
3: Verkrijgen van bewijs van leerresultaten
4: Feedback die het leerproces stimuleert
5: Leerlingen activeren als bron voor elkaar
6: Leerlingen activeren als eigenaars van hun leerproces

Over de auteur(s)
Dylan William is voormalig docent en verbonden geweest aan het Institute of Education aan de Universiteit van Londen en aan de Educational Testing Service in Princeton. Hij werkt nu over de gehele wereld met docenten en heeft meer dan 10 boeken geschreven, vooral over formatieve evaluatie. René Kneyber is wiskundeleraar, lid van de Onderwijsraad, columnist van dagblad Trouw en schrijver van een aantal boeken over onderwijs, waaronder Orde houden in het voortgezet onderwijs, Het Alternatief en Neem gewoon ontslag. Hij is ook uitgever van andere boeken over onderwijs via Uitgeverij Phronese.


Klaskit, tools voor topleraren – recensie

mei 7, 2018

Een nieuwe serie blogsrecensies – boekbesprekingen

Klaskit – tools voor topleraren, LannooCampus | Anderz 2017, geschreven door Pedro de Bruykere is een relatief dun boekje, boordevol informatie. Er staat werkelijk geen woord teveel in (tenzij je de woorden sorry en euh overbodig vindt maar die maken het echt alsof je Pedro hoort spreken 😀 ).

Het is Pedro gelukt om in 125 vlot weglezende bladzijden verdeeld over 12 hoofdstukken een goed overzicht te geven van wat er op dit moment bekend is uit onderzoek naar onderwijs én hoe je dit als leraar in de klas kunt inzetten. Het boek gaat zeer praktisch in op de grote verscheidenheid aan verschillende ideeën over onderwijs. Er zitten voor mij twee hele duidelijke boodschappen in het boek. Ten eerste dat een goede leraar zijn zeer complex is en dat leraren het verdienen dat zij dit zelf zien maar vooral ook dat anderen dit zien. Ten tweede dat hét goede onderwijs niet bestaat, niet alles werkt voor iedere situatie, ieder doel, iedere leraar, iedere leerling. We weten van een aantal dingen dat ze vaak werken en dat het de moeite waard is deze toe te passen. Het is denk ik onze taak als leraren om deze dingen ook daadwerkelijk te weten, terwijl we tegelijkertijd ons beseffen dat onderwijs en lesgeven zeer complex is, en ons op de hoogte te blijven houden van nieuw onderzoek en nieuwe inzichten. Ik raad daarom iedere leraar, ervaren, beginnend, of nog in opleiding aan dit boek te lezen.  De combinatie van weten en twijfel die Pedro zo vloeiend naar voren laat komen in zijn woorden voelen tijdens het lezen als een verademing binnen de soms zeer uitgesproken en polariserende teksten gebezigd door andere schrijvers en sprekers over onderwijs.

De opbouw van het boek is strak. Elk hoofdstuk start met ‘welke vragen beantwoordt dit hoofdstuk?’ en eindigt met de belangrijkste conclusies ‘samengevat’. Tussen de hoofdteksten door staan in elke hoofdstuk korte paragrafen ‘meer leren’, waarin…. meer geleerd kan worden. In elk hoofdstuk komt een onderwerp (of lesmethode) aan bod waarbij wordt besproken waarom dat onderwerp of die methode van belang is, wanneer deze kan werken, maar ook zeker wanneer het dat (misschien) niet doet. Pedro laat duidelijk in zijn teksten naar voren komen wat écht werkt maar dat veel dit niet altijd hoeft te doen. Door de uitgebreide lijst referenties achterin het boek is het gemakkelijk om jezelf meer te verdiepen in een van de aangesneden onderwerpen.

Alle onderwerpen zijn goed gekozen en tezamen vormen zij een prachtig beeld van wat goed onderwijs inhoudt. De metafoor van het koken, waarvan ik vermoed dat dit zomaar een van de hobbies is van Pedro zou kunnen zijn, is goed gekozen; smaken verschillen en de beste ingrediënten vormen geen garantie voor succes. Het gaat zowel om de kennis van de ingrediënten als de vaardigheid om hier een heerlijke bij de klanten passende meergangen maaltijd mee te bereiden.

Ik heb het boek, dat verscheen in oktober 2017, met veel plezier gelezen en herlezen. Ik gun dit elke leraar, laat het je smaken.

Bestellen
-bij de uitgever LannooCampus of Anderz
-bij andere leveranciers zoals Bol.comManagementboek.nl, Van Stockum, Amazon

Inhoudsopgave
1 | Over koken, geneeskunde en evidentie
2 | Voorkennis, het leren begint
3 | De vakkennis van de docent
4 | Doe denken!
5 | Herhaal, pauze, herhaal, langere pauze, herhaal, enzovoort
6 | Het belang van oefenen
7 | Leer je leerlingen en studenten leren (ook wel metacognitie genoemd)
8 | Evalueer en geef feedback
9 | Werk multimediaal
10 | Heb een visie (maar het geeft niet welke visie)
11 | Zie je leerlingen graag
12 | Rode draden

Over de auteur
Pedro de Bruyckere is expert op het gebied van onderwijs en pedagogiek en bekend als bestrijder van onderwijsmythes. Hij werkt en doet onderzoek bij de lerarenopleiding secundair onderwijs van de Arteveldehogeschool in Gent. Hij behaalde zijn doctorstitel aan de Nederlandse Open Universiteit in Heerlen. Hij schrijft op zijn zeer veel gelezen blog X, Y of Einstein over onderwijs, cultuur, jongeren en media. Hij is internationaal spreker en één van de zeven onderwijsvernieuwers bij Vrij Nederland. Andere boeken die hij heeft geschreven zijn o.a. De jeugd is tegenwoordig, Jongens zijn slimmer dan meisjes en Ik was 10 in 2015.


Flip the system 3. Naar een nieuwe opzet van de eindexamens.

april 2, 2018

Hieronder een bijdrage van Dick van der Wateren, integraal overgenomen van de blog onderwijsonderzoek. Dick geeft aan dat dit verhaal een weerslag is van gesprekken die wij hebben gevoerd in onze werkgroep CE-SE, die de afgelopen twee jaar verschillende samenstellingen heeft gekend. Dat het thema eindexamens gevoelig ligt hebben wij herhaaldelijk ervaren in gesprekken met verschillende betrokkenen en blijkt ook uit de soms zeer sterke reacties in de media. Dit heeft Dick doen besluiten onderstaande op persoonlijke titel te schrijven. Ik kan mij in meer dan voldoende mate scharen achter zijn woorden om deze hier te herhalen, met als doel via een gedegen proces tot nog betere eindexamens te kunnen komen.

Aan de vooravond van de centraalexamens kunnen we vaststellen dat toetsing en examinering steeds meer in een kritisch licht komen te staan. Dinsdag 27 maart j.l. organiseerde de Onderwijsraad een ‘Dialoog Toetsing en Examinering’ waarvoor zo’n honderd leraren, leerlingen, schoolleiders, en andere deskundigen waren uitgenodigd om mee te denken. Het advies van de Onderwijsraad zal in de loop van dit jaar verschijnen. Donderdag 29 maart schreef de VO-raad: “Examinering voortgezet onderwijs toe aan herijking”, dat behoorlijk wat stof heeft doen opwaaien.

Toetsrevolutie-hrTwee jaar geleden schreven Dominique Sluijsmans en René Kneyber met een dertigtal onderwijsmensen ‘Toetsrevolutie. Naar een feedbackcultuur in het voortgezet onderwijs.’ In hetzelfde jaar schreven Jelmer Evers en ik twee stukken waarin wij een voorstel deden voor een nieuwe aanpak van het eindexamen vo (hier en hier). Sinds het verschijnen daarvan denkt een groep docenten en schoolleiders (op dit moment zo’n 20 scholen) na over een verdere uitwerking van onze ideeën.

De hier neergelegde gedachten zijn in onze werkgroep CE-SE (Frans Droog, Jasmijn Kester, Leendert-Jan Veldhuyzen en ikzelf) onderwerp van gesprek. Ik heb niettemin besloten, gezien de gevoeligheid van dit thema, dit stuk op persoonlijke titel te publiceren. Gelieve op mij en niet op mijn vrienden te schieten.

In de afgelopen twee jaar is veel gebeurd. We hebben met Kamerleden gesproken. Er zijn moties aangenomen, die het College voor Toetsen en Examens (CvTE) aanspoorden tot meer transparantie en grotere betrokkenheid van individuele vakdocenten bij de totstandkoming van de centraalexamens. We hebben een paar maal met het CvTE overlegd over mogelijkheden om de eindexamens anders op te zetten. Vervolgens zijn we daarover in gesprek gegaan met het Ministerie van OC&W. Al deze partijen zijn geïnteresseerd en willen graag meedenken.

Na de blogs die Jelmer Evers en ik in 2016 schreven en de daarop volgende moties in de Tweede Kamer heeft het CvTE een aantal zaken aan de examenprocedures verbeterd. Die zijn meer transparant geworden en leraren zijn meer dan voorheen betrokken bij het totstandkomen van de centraalexamens. Dat is mooi. We zijn benieuwd of aan andere bezwaren in de komende examenperiode duidelijk tegemoetgekomen is.

We noemden onder andere foute en onduidelijk geformuleerde vragen, lengte en moeilijkheidsgraad van de examens, de validiteit van de examens (‘Toetsen de examens wat ze moeten toetsen?’), lange tekstvragen bij de niet-taalvakken, het beperkte repertoire dat wordt getoetst. Het probleem van de tijdsdruk voor eerste en tweede correctie, met name voor de ‘grote nakijkvakken’ (geschiedenis, Nederlands, maatschappijwetenschap, biologie enz.), zal vermoedelijk nog wel even blijven bestaan. Ook blijven er nog vragen over de N-termen en de gemiddelde examencijfers. De realisering van onze andere voorstellen ligt nog ver weg.

Ons meest fundamentele bezwaar tegen de huidige examenopzet is dat dit leidt tot teaching to the test. Dat is de examenmakers minder aan te rekenen. Het is deels een gevolg van het systeem waarin het CE evenveel gewicht heeft als het SE, waardoor scholen geen risico durven nemen en schoolexamens maken die vrijwel identiek zijn aan de centraalexamens. We kunnen daar tegenin brengen dat die scholen wat meer lef moeten tonen. Ze zijn immers vrij om het schoolexamen naar eigen inzicht vorm te geven. Dat blijkt echter maar beperkt op te gaan. Met name de talenvakken hebben teveel te doen: schrijfvaardigheid, spreekvaardigheid, literatuur, luistervaardigheid en voorbereiden op het CE. Het gevolg is dat het PTA al in klas 4 begint.

Daarbij komt dat onder invloed van onder andere PISA het onderwijsklimaat ingrijpend is veranderd. Er is een enorme druk op scholen komen te staan om te hoog te scoren in allerlei ranglijsten, waaronder die in kranten en weekbladen. De discussie gaat hoe langer hoe minder over de kern van goed onderwijs, maar steeds meer over de opbrengsten en het rendement ervan: opbrengstgericht en efficiënt.

Docenten die de ambitie hebben hun leerlingen te leren denken en niet alleen maar trucs uitvoeren waarmee ze hoog scoren voor het CE wordt het daarmee moeilijk gemaakt. In ons tweede stuk schreven we:

[…] veel docenten zien als bezwaar dat de examenvragen geen betrekking hebben op wat door leraren wordt gezien als de essentie van hun vak. De voorbereiding op de Centraal Examens verwordt dan tot het aanleren van kunstjes en trucs, terwijl leerlingen niet worden ondergedompeld in de rijkdom, de manier van denken en problemen oplossen die de verschillende vakgebieden kenmerken. Ook is er volgens veel docenten die wij spraken te weinig aandacht voor vakoverstijgende kennis en vaardigheden.

We hebben het CvTE en OCW een mogelijk scenario voorgelegd, waarbij het CE minder zwaar weegt dan het SE, bijvoorbeeld een verdeling 1/3 – 2/3. Dat heeft het voordeel dat scholen meer ruimte krijgen om hun onderwijs vorm te geven op de manier die het beste past bij hun visie: meer ruimte voor de pedagogische aspecten naast de cognitieve. Meer ruimte om jonge mensen te helpen goed geïnformeerde en verantwoordelijke deelnemers aan de democratische samenleving en volwassen wereldburgers te worden. Ons voorstel houdt ook in dat de kwaliteit van de schoolexamens gewaarborgd wordt door een systeem van certificering en collegiale intervisie. Inmiddels is dit een van de mogelijke scenario’s die we de komende jaren zouden willen uitproberen.

alternatieve scenario’s

Tijdens een minisymposium op 22 februari met leraren en schoolleiders (de uitgebreide werkgroep CE-SE) hebben we een inventarisatie gemaakt van alle ideeën over de eindexamenproblematiek en mogelijke oplossingen. Daar werden onder andere de volgende problemen vastgesteld:

  • Het huidige examen toetst maar een klein deel van wat leerlingen kennen/kunnen;
  • CE (toetsen op kennisreproductie) sluit niet aan op vervolgopleidingen,
    of wat je leerlingen mee zou moeten geven;
  • CE is met name gericht op trucje/ (kennis) reproduceren en schriftelijke/talige vaardigheden (ipv specifieke vakvaardigheden) die je daarna niet meer nodig hebt;
  • er is een afrekencultuur ontstaan, terwijl bekend is: meten ≠ weten;
  • teaching to the test en daarmee gaat kostbare onderwijstijd verloren;
  • de scheve verhouding SE-CE in sommige vakken, waar de stof van het SE twee keer zoveel omvat, terwijl de gewichtsverdeling 50-50 is;
  • diploma op het laagste niveau leidt tot risicomijding;
  • de waardering in gewicht van de eindtermen is onevenredig,
    • wat knelt voor de docent omdat:
      • je meegaat in de onevenredigheid,
      • je vakinhoudelijke en pedagogische ruimte is ingeperkt,
      • het je programma uit balans trekt en
      • mogelijkheden tot maatwerk worden beperkt;
    • wat knelt voor de leerling omdat:
      • het programma wordt afgestemd op de gemiddelde leerling,
      • talenten niet worden aangesproken en dus geen gebruik gemaakt wordt van intrinsieke motivatie,
      • die wordt klein gehouden (teaching to the test i.p.v. volwassen worden).

Naast Jelmers en mijn voorstel van een verhouding CE : SE van 1/3 : 2/3 (40 : 60, of andere varianten), samen met gecertificeerde schoolexamens, werd tijdens het minisymposium nog een aantal scenario’s bedacht. Die zouden we kunnen combineren in een of meer proefprojecten, die op een aantal scholen een paar jaar kunnen worden uitgeprobeerd. Een paar voorbeelden van oplossingen:

  • Denk na over de vraag wat we onder goed onderwijs verstaan en ontwerp examens (SE en CE) die wat betreft inhoud en vorm recht doen aan dat doel.
  • Verander het afnamemoment: Waarom afsluiten met het CE? Zet dat in als startpunt/basiskennistoets, bijvoorbeeld in het voorlaatste jaar. Het CE krijgt dan de functie van toelating tot het schoolexamenjaar, waarin leerlingen kunnen laten zien wat ze kunnen op het gebied van kritisch en creatief denken, onderzoeken, maatschappelijke betrokkenheid en vakoverstijgende samenwerking. Het schoolexamenjaar is dan te vergelijken met de studie voor een masterscriptie.
  • Examinering naar het model van het rijexamen: eerst theorie en dan praktijk. Er valt ook te denken aan het model zwemdiploma of een gildemodel: je doet pas examen als je er klaar voor bent.
  • Bedenk andere vormen voor examinering buiten de ‘gymzaal’.
  • Onderzoek hoe de leerling meer eigenaar van het eindexamen kan worden. Zie de film Most likely to Succeed over High Tech High in San Diego. Het profielwerkstuk vervangt een deel van het CE en is multidisciplinair.

de vo-raad

Het position paper van de VO-raad Pleidooi voor herijking van de examinering in het vo vraagt om een reactie die ik, nogmaals, op persoonlijke titel geef.

Het is verheugend dat ook de VO-raad de problemen rond de eindexamens signaleert en die wil aanpakken. Een aantal ideeën in het voorstel van de VO-raad klinkt heel aantrekkelijk. Een einde maken aan teaching tot the test, een meer flexibel eindexamenregime, betere mogelijkheden om vakken op een hoger niveau af te sluiten, meer keuzeruimte voor leerlingen en minder versnippering in het examenprogramma. Daar is weinig op tegen.

VO-raad acties

Geintje van de VO-raad.

Ik ga niet mee in een wij-zij denken, zoals je dat op Twitter hier en daar hoort: de VO-raad vertegenwoordigt de werkgevers en alles wat die voorstellen moeten we wantrouwen. Dat neemt niet weg dat we er wel een paar kritische noten over kunnen kraken.

De ideeën van de VO-raad lijken nog te weinig doordacht. Bijvoorbeeld examens op meerdere momenten afnemen is zorgvuldig onderzocht. De toenmalige Staatssecretaris heeft in 2009 besloten het project ‘Meerdere examenmomenten VO’ te beëindigen. De conclusie was dat het onwerkbaar en heel kostbaar is en bovendien tot onaanvaardbaar hoge werkdruk zou leiden. Ook heeft de VO-raad de gevolgen van zo’n flexibele examenopzet voor het onderwijs in de jaren voorafgaand aan het eindexamen niet doordacht. Tegelijk met het position paper werden vragen en antwoorden gepubliceerd, die de standpunten van de VO-raad nog eens verduidelijken. Daarin worden veel van de fundamentele kwesties op de lange baan geschoven.

Een bestuurder, die ik sprak naar aanleiding van het stuk van de VO-raad, vroeg zich af of dit hem zou helpen of juist voor de voeten zou lopen in de zoektocht naar onderwijsvernieuwing op zijn scholen. Hij neigde naar het laatste, in de verwachting dat docenten en schoolleiders van zijn scholen dit als de zoveelste van bovenaf opgelegde proefballon zouden zien, met de nodige onrust vandien.

Dat is dan ook mijn belangrijkste bezwaar tegen het stuk van Rosenmöller c.s., nergens blijkt dat de mensen die deze plannen moeten uitvoeren – leraren – bij het opstellen ervan hebben meegedacht. Dan waren de onwerkbare voorstellen niet in het stuk terechtgekomen en waren ideeën zoals we die in onze werkgroep ontwikkelen er wel in gekomen.

Daarnaast blijft nog een vraag niet genoemd – laat staan beantwoord: Wat is het doel van goed onderwijs dat met een nieuwe examenopzet wordt getoetst? De VO-raad kiest vooral voor een instrumentele benadering van het probleem. Over de vraag wat goed onderwijs inhoudt is de laatste jaren al veel geschreven (zie bijvoorbeeld Biesta, 2015) en dat zou het uitgangspunt moeten zijn.

de onderwijsraad

Het is weinig verrassend dat die vraag door de Onderwijsraad wel expliciet wordt gesteld. Dat mogen we verwachten met leden als Gert Biesta en René Kneyber. Tijdens de ‘Dialoog Toetsing en Examinering’ van de Onderwijsraad op dinsdag 27 maart kwamen dezelfde problemen voorbij als tijdens ons minisymposium een maand eerder.

Liesbeth OnderwijsraadLiesbeth Breek (docent frans, PCC Alkmaar) hield in de deelsessie VO een hartstochtelijk pleidooi voor goed onderwijs en daarbij passende vormen van toetsing en examinering. Ze zei: “Ik hoop dat ons onderwijs onze leerlingen leert om perspectief te nemen, om zich te verplaatsen in de ander, dat het hen in aanraking brengt met dat wat buiten henzelf ligt, dat ons onderwijs hen helpt om verantwoordelijkheid te kunnen en willen dragen voor wat zij straks de wereld in gaan brengen.”Daarvoor is in de eerste plaats nodig dat we onze leerlingen leren denken (Ritchhart, 2015), zowel over het vak als over vakoverstijgende vragen en de wereld buiten school.

In diezelfde sessie werd ook gesuggereerd dat het al veel zou schelen wanneer scholen niet de druk voelden om met elkaar te concurreren met examenresultaten. Het is maar de vraag of slagingspercentages van 98 of zelfs 100% een goede indicatie zijn van de kwaliteit van het onderwijs op een school. In plaats van te vechten voor een groter marktaandeel zouden scholen kunnen afspreken dat een slagingspercentage van bijvoorbeeld 85% een acceptabel minimum is.

Veel van de oplossingen die op 27 maart werden aangedragen lijken op die van onze werkgroep CE-SE. Die zullen hun weg dan ook vinden in het advies dat de Onderwijsraad deze zomer uitbrengt.

Een belangrijk verschil met de aanpak van de VO-raad is dat de Onderwijsraad uitdrukkelijk leraren, leerlingen, schoolleiders en bestuurders uitnodigt om kritisch mee te denken met hun advies. Het is, als ik hen goed heb begrepen, niet de bedoeling dat het advies ontaardt in een bestuurlijke maatregel die over de scholen wordt uitgestort.

proeftuinen

Ik wil er bij alle betrokken partijen – politieke partijen, Ministerie, Onderwijsraad, VO-raad, besturen en schoolleiders – op aandringen om te wachten met de invoering van een nieuwe opzet van de eindexamens tot die in de praktijk grondig is uitgeprobeerd en uitontwikkeld. De titel van deze serie blogs is niet voor niets ‘Flip the System’, naar een idee dat René Kneyber en Jelmer Evers al in het eerste deel van ‘Het Alternatief’ (2013) hebben uitgewerkt. Essentieel aan hun voorstel is dat ingrijpende veranderingen in het onderwijs van onderaf moeten komen en niet door beleidsmakers opgelegd. De hierboven geschetste scenario’s horen tot de meest ingrijpende veranderingen, waarvan eerst maar eens moet worden bewezen dat ze tot een verbetering leiden ten opzichte van de huidige situatie.

alternatief boekenIk pleit er dan ook voor om met een overzichtelijk aantal scholen de verschillende scenario’s uit te proberen, onder regie van ervaren en goed opgeleide docenten en ondersteund door erkende deskundigen op het gebied van toetsing en examinering. Dat kan in de vorm van pilots, experimenten of onder welke naam dit soort projecten bij OC&W nog meer bekend staan. Proeftuinen, wat mij betreft.

Wil een vernieuwde examenopzet in het vo ook maar de geringste kans van slagen hebben, dan zullen leraren en hun scholen van het begin af aan het ontwerp en de uitvoering van deze proeftuinen in eigen hand moeten houden. Daarbij is iedere inhoudelijke en logistieke hulp van het Ministerie, de Onderwijsinspectie en onderwijsbestuurders meer dan welkom. Maar het belangrijkste dat we nodig hebben is vertrouwen in de deskundigheid en professionaliteit van leraren en een minimum aan controle.

Ieder andere opzet, in bestuursgremia bedachte en van bovenaf opgelegde maatregelen, leidt tot voorspelbare narigheid en lost de problemen met de eindexamens niet op.

bronnen

Gert Biesta (2012). Goed onderwijs en de cultuur van het meten. Amsterdam. Boom Lemma Uitgevers.

Gert Biesta (2015). Het prachtige risico van onderwijs. Culemborg. Uitgeverij Phronese.

Jelmer Evers en René Kneyber (2014). Flip the System. Changing education from the ground up. New York. Routledge.

René Kneyber en Jelmer Evers (2013). Het Alternatief: Weg met de afrekencultuur in het onderwijs!. Amsterdam. Uitgeverij Boom.

Ron Ritchhart (2015). Creating Cultures of Thinking. San Francisco. Jossey-Bass.

Dominique Sluijsmans en René Kneyber (2016). Toetsrevolutie. Naar een feedbackcultuur in het voortgezet onderwijs. Culemborg. Uitgeverij Phronese.

VO-raad: Pleidooi voor herijking van de examinering in het vo. https://www.vo-raad.nl/system/downloads/attachments/000/000/566/original/POSITION_PAPER__Pleidooi_herijking_examinering_VO-raad.pdf. Geraadpleegd 1-4-2018.


MeetUp010 onderzocht

oktober 22, 2017

MeetUp010 logoIn het kader van het leerlab professionalisering met docenten van Leerling2020 ben ik bezig met een onderzoek naar leernetwerken die door leraren zelf zijn opgezet en tot doel hebben expertises laagdrempelig met elkaar te delen.

Als een van de onderdelen hiervan heb ik MeetUp010 – Rotterdams onderwijs in verbinding in kaart gebracht door een aantal kerngegevens te verzamelen, die ik momenteel aan het verwerken ben.

Een aantal van deze gegevens wil ik hier alvast graag delen. Het onderzoek voer ik natuurlijk uit zonder emotie, maar ik ben wel degelijk onder de indruk geraakt van de gegevens en wil ze daarom graag delen ter inspiratie.

De eerste bijeenkomst van MeetUp010 was op 19 maart 2015 en had als titel: ‘De macht aan de onderwijzer’. De meeste recente bijeenkomst was op 11 oktober 2017, met als titel: ‘Reis door het Rotterdams onderwijs – Over overgangen’. MeetUp010 bestaat nu dus ruim tweeëneenhalf jaar.

Er zijn inmiddels 13 bijeenkomsten georganiseerd, dus gemiddeld 5 of 6 per jaar.

Deze bijeenkomsten zijn georganiseerd door ongeveer 15 mensen in verschillende samenstellingen per bijeenkomst. Mensen uit verschillende sectoren, die met elkaar in verbinding zijn gekomen en het onderwijs in al zijn facetten verder willen verbinden.

De 13 bijeenkomsten zijn gehouden op 13 verschillende scholen, afkomstig uit alle sectoren van het onderwijs, PO, VO, MBO en HBO.

De 13 bijeenkomsten hadden 13 verschillende thema’s, van de rol en de status van de leraar tot het leren bezien vanuit de leerling, van passend onderwijs tot de drukpers binnen onderwijs, van de rol van kunst in het onderwijs tot het leren door maken, van overgangen in onderwijs tot nieuwe recepten voor onderwijs.

Naast de 13 bijeenkomsten zijn er ook nog vier extra activiteiten georganiseerd, direct gekoppeld aan al bestaande activiteiten zoals het IFFR en Rotterdam Onderwijsstad.

Gemiddeld zijn er 150 aanmeldingen voor de bijeenkomsten en activiteiten. De mensen die komen zijn leraren, ouders, schoolleiders, bestuurders en mensen die niet direct in het onderwijs werkzaam zijn maar wel betrokken bij de ontwikkelingen van jonge mensen.

In totaal zijn er tot dusver bijna 1500 unieke aanmeldingen geweest. Velen komen vaker.

Op Facebook heeft MeetUp010 meer dan 750 volgers en op Twitter ruim 1000.

Een opmerkelijk resultaat uit het onderzoek is dat dit alles is georganiseerd zonder kosten voor de deelnemers, op vrijwillige basis, met veel medewerking van scholen, en wordt uitgevoerd in eigen tijd.

Uit de interviews die zijn gehouden en de gesprekken die zijn gevoerd blijkt dat wat MeetUp010 doet mogelijk gemaakt doordat allen die erbij zijn betrokken een warm kloppend 💖 voor onderwijs hebben.

Ik vermeld daarom graag dat de 14e bijeenkomst van MeetUp010 zal zijn op 23 november en als thema LBTGQI+ heeft. Aanmelden kan al hier.

LGBTQI+

In het vervolg van het onderzoek zal ik ingaan op het effect dat MeetUp010 heeft gehad op het ontstaan van inmiddels 14 andere MeetUp’s in het land en een overkoepelende samenwerking hiertussen via MeetUpNL. Ook zal ik een relatie leggen tussen de MeetUp’s en andere professionele leerwerken die eveneens door leraren zelf zijn opgezet zoals The Crowd en edcampNL. Het plan is hier regelmatig korte tussenresultaten en meer details te melden.

 


Dagmomentonderwijs juli

juli 28, 2017

Dit is hem dus. De zevende maandelijkse blogpost van dit kalenderjaar, met dagelijkse momenten uit mijn onderwijs. Een toelichting op #dagmomentonderwijs is hier te vinden. De zevende is de maand juli, een maand met een paar dagen nog ‘aan het werk’ en dan echt ‘vakantie’. Niet dagelijks meer een moment genoteerd, toch wel een paar.

Za 1 juli
Gisteren iets geleerd wat ik niet had willen leren.
Ontleren geen reële optie, dus gaat in bakje accepteren.

Zo 2 juli

Ma 3 juli
09.17 uur. Dat je met iemand een bel afspraak maakt om negen uur en dat je dan denkt dat dit 09.00 uur betekent. ☺

Di 4 juli
Afscheid van mijn mentorklas, vijf jaar voor meer dan de helft van henHet verrastte me volkomen hoeveel hun vertrek voor me betekent. Een achtbaan in een notendop. 😄 😢 🍀 💜

Wo 5 juli
Gisteravond diploma uitreiking 6-VWO. Kreeg dit van leerling die ik alleen in klas 2 en 3 les gaf. 🍀

Do 6 juli
Personeelsuitje: super gezellig met een stevig stortbuitje toe (meer informatie delen niet toegestaan 😄)

Vr 7 juli
Bureau leeggemaakt. Deur dichtgetrokken.

Za 8 juli / Zo 9 juli

Ma 10 juli
De auto in voor reisje naar overleg over iets met #onderwijs en #eindexamen, tijdens de vakantie.

Di 11 juli
Mooie powerbank gekregen. Blijkt helaas niet krachtig genoeg voor opladen telefoon. 😜

Wo 12 juli
Screenshot, gemaakt op 12 juli 2017 om 12.40 uur, van een niet nader te noemen site, die iets met toetsen doet:

Do 13 juli
Studeerkamer opruimend tekeningen van leerlingen tegenkomen die in mijn eerste jaar als docent zijn gemaakt. Eentje op de post gedaan.

Vr 14 juli
Lieve reactie terug op de post van gisteren.

Za 15 juli / Zo 16 juli
WK Schapendrijven, Opmeer. 

Ma 17 juli
Een mail van een collega, die even een dag terug is van vakantie, met een dankje en een vraag.

Di 18 juli
Herlezen van een boek en de geschreven woorden horen, omdat ik de liefdevolle schrijver ken. Aanrader: Verwondering.

Wo 19 juli
Genieten van een van de speciale biertjes die ik van mijn mentorklas mocht ontvangen. Een Zatte van Brouwerij ’t IJ vandaag.

Do 20 juli
Vier tools getest. Een gaat ons zeker meer leren. Peergrade, die gaan we dus doen, komend schooljaar.

Vr 21 juli

Za 22 juli / Zo 23 juli

Ma 24 juli
Een leerling die in de vakantie besluit dat het leven niet langer voor haar is. Keihard ondeelbaar #dagmomentonderwijs

Di 25 juli
Met vrouw en viervoeter een wandeling maken waarbij je samen de door jezelf gemaakte Seppo game/quiz test om te bepalen of je deze tool komend schooljaar gaat inzetten. Ja dus.

Wo 26 juli
De deur openen en drie boeken in ontvangst mogen nemen: ‘Start with why’, ‘Peak’, ‘Making good progress’.

Do 27 juli
Eindelijk #dagmomentonderwijs mei en juni blogs afmaken en plaatsen 😜.

Vr 28 juli
#dagmomentonderwijs juli afmaken en plaatsen 😜.

Fijne vakantie (#onderwijs) mensen!

 


%d bloggers liken dit: