Onderzoek gebruik chromebooks

mei 5, 2017

Dit jaar hebben alle leerlingen van klas 1 op onze school voor het eerst de beschikking over een chromebook. Voorafgaand aan de invoering hiervan is er onderzoek gedaan naar de mogelijkheden en onmogelijkheden van het gebruik van een chromebook in vergelijking met een reguliere laptop en is een inventarisatie gehouden onder de secties met betrekking tot het verwachte gebruik. Het Dalton Ontwikkel Project ‘ICT&Onderwijs’ heeft, nu driekwart van het jaar voorbij is, een enquête gehouden onder alle leerlingen over het actuele gebruik van het chromebook. De enquête is ingevuld door 178 leerlingen uit 7 eerste klassen. De belangrijkste bevindingen hiervan volgen hieronder. Mogelijk zijn zij nuttig voor scholen die overwegen op chromebooks over te gaan of voor anderen betrokken bij het onderwijs die zich hier een beeld over willen vormen. Als Dalton Ontwikkel Project gaan wij, samen met de schoolleiding, de resultaten in eerste instantie gebruiken om te beslissen of we doorgaan met chromebooks in klas 2. Vervolgens gaan we kijken hoe we aan de hand van de resultaten docenten en leerlingen verder kunnen ondersteunen in het optimaal gebruiken van de chromebooks.

Gemiddeld gebruik

Voor 39% van de lessen blijkt dit elke les te zijn, voor 25% van de lessen 1-2x per week, voor 16 % van de lessen 1x per maand, en voor 24% van de lessen nooit. In het meerjarenplan voor inzet van ICT is uitgegaan van een gebruik van 30% en dit percentage wordt dus ruimschoots behaald in het eerste jaar.

Gebruik per vak

Het gebruik van de chromebooks verschilt aanzienlijk per vak, door de keuzes die door de secties, en de individuele docenten, hiervoor zijn gemaakt. De vakken aardrijkskunde, Latijn en geschiedenis maken in 70 – 90% van hun lessen gebruik van het chromebook. Voor het vak wiskunde geven leerlingen aangeven dat in 75% van de lessen het chromebook juist niet gebruikt wordt.
Bij de talen verschilt het gebruik van het chromebook aanzienlijk. Zowel Nederlands als Latijn maken veel gebruik van de chromebooks terwijl dit bij Engels en Frans een heel stuk minder is.
Een opvallend resultaat is te zien bij het vak Mens en Natuur waar 20% van de leerlingen aangeeft dat het chromebook nooit gebruikt wordt en 22% dat het chromebook elke les gebruikt wordt. Dit verschil wordt verklaard door een verschil in de individuele keuze’s die docenten hiervoor gemaakt hebben.
De vakken drama en beeldende vorming maken vooralsnog weinig gebruik van de chromebooks. Bij de mentorlessen worden zij veelvuldig ingezet.

Meest gebruikte toepassingen

 

De meeste gebruikte toepassingen van het chromebook zijn de chrome apps Documenten, Presentaties en Formulieren. In bijna een kwart van de lessen wordt gebruikt gemaakt van Google Classroom. Even zo vaak wordt gebruikt gemaakt van websites die bij de methode horen en websites die door de docent worden opgegeven. Er wordt (nog) relatief weinig gebruikt gemaakt van sites die zelf gezocht moeten worden en van apps die buiten het Google domein vallen.

Gebruikte toepassingen per vak

Wanneer gekeken wordt naar de toepassingen per vak valt te zien dat de vakken Nederlands en Aardrijkskunde veelvuldig gebruik maken van Google Classroom. Het vak Engels maakt veel gebruik van de website bij de methode terwijl het vak Geschiedenis veel gebruik maakt van Google Apps.

Bij de open vragen aan leerlingen wat zij handig en onhandig  vinden aan het gebruik van een chromebook en of zij nog tips hebben worden de volgende antwoorden het meest gegeven.

Wat vinden leerlingen handig?

  • alles
  • aantekeningen maken
  • dat je alles bij elkaar hebt
  • dat je dingen kunt opzoeken
  • makkelijker inleveren
  • je hoeft geen boeken of schriften mee te nemen
  • typen gaat sneller dan schrijven
  • je kunt naar muziek luisteren

Wat vinden leerlingen onhandig?

  • niets
  • loopt soms vast
  • is soms leeg
  • soms slechte wifi verbinding
  • zwaar in je tas
  • methode site werk niet altijd
  • je kunt er moeilijk op tekenen
  • sommige kinderen spelen er spelletjes op

Welke tips hebben leerlingen?

  • geen
  • meer met chromebook doen
  • sla alles op in mapjes
  • meer met Classroom doen
  • zorg dat hij is opgeladen
  • laat je niet afleiden
  • docent moet achter in het lokaal gaan zitten
  • meer filmpjes gebruiken tijdens lessen
Advertenties

Code uur

september 17, 2016

codeuur-logo-website-2016-09-17_1024

Op 14 oktober zal er in Nederland een wereldrecord gevestigd gaan worden in het onderwijs. Op die dag zullen namelijk 10.000 kinderen tegelijkertijd leren programmeren!

Om dit wereldrecord te vestigen zijn er gastdocenten nodig die de leerkrachten van het basisonderwijs willen ondersteunen. Om gastdocent te zijn is ICT ervaring niet nodig. Je krijgt een korte online training en er zijn duidelijke instructie filmpjes voor de klas. Na het aanmelden als gastdocent ontvang je de adressen van een aantal basisscholen in de buurt waar je aan de slag kunt en kan het contact verder worden gelegd. De basisscholen zorgen voor de benodigde technische materialen en ondersteuning en de leerkracht van de klas is natuurlijk ook bij de lessen aanwezig.
Heb je interesse? Meld je dan nu aan als gastdocent voor deze wereldrecordpoging. Je kunt je daar ook aanmelden als gastdocent om op een ander moment dan 14 oktober een of meer lessen te verzorgen.

De lessen programmeren in het basisonderwijs worden verzorgd door CodeUur en het is op verschillende manieren mogelijk om dit initiatief te ondersteunen of te gebruiken. Als gastdocent, maar ook door zelf het aangeboden materiaal in je eigen klas te gebruiken. CodeUur is de Nederlandse variant van de internationaal actieve Hour of Code organisatie. Wereldwijd hebben al meer dan 100 miljoen kinderen meegedaan aan de programmeerlessen, in Nederland ruim 40.000.

Ik heb mij opgegeven als coach van code uur en schrijf dit stukje onder andere om jou op te roepen dit ook te doen. Tot dusver zijn 300 coaches die dit jaar meedoen. Er zijn er echter nog meer nodig. Doe je mee?

 


ICT wat moet je er mee? Stoomcursus

april 9, 2016

De examens komen er aan.

De leerlingen willen slagen.

De school wil dat de leerlingen slagen / een hoog slagingspercentage.

De stoomcursussen komen er aan.

Twee weken lang een dag lang aan één vak werken. (Zouden we misschien vaker moeten doen?)

Ik vraag me af wat er na 5 jaar / 6 jaar lessen in één dag nog toe te voegen valt. En de vraag stellen is de vraag stellen.

Ik vraag het dus mijn leerlingen. Via een digitaal prikbord, linoit en realtimeboard in dit geval.

Blogpost stoomcursus linoit 2016-04-09_0324

Blogpost stoomcursus realtimeboard 2016-04-09_0326

Ik heb een begin en ben begonnen. Ik wacht verdere reacties af en pas aan.

Ik stuur de leerling en de leerling stuurt mij.

Wij gaan de goede kant op.

Wij gaan slagen.

 

 


Pio, een mooie opname tool voor interviews

juli 28, 2015

Pio-Smart-recorder-iconMet een smartphone kun je heel gemakkelijk geluidsopnames maken van interviews of lezingen. Ik doe dat regelmatig maar loop dan tegen het probleem aan dat het omzetten van zo’n lange opname naar bruikbare, verwerkbare informatie best lastig en tijdrovend is.

Pio Smart Recorder app is een app voor iOS die dit een stuk gemakkelijker maakt. Je kunt hiermee namelijk tijdens de opname belangrijke momenten ‘taggen’, zodat je ze later makkelijk kunt terugvinden. Het werkt heel eenvoudig, tap om de start van een belangrijk moment te markeren en tap nog een keer om te eindigen. Na afloop kunnen de gemarkeerde segmenten worden beluisterd en voorzien worden van een naam en notities. Een dubbel tap zorgt ervoor dat er vijf seconden worden gemarkeerd. Ook na afloop van een opname kunnen achteraf nog segmenten gemarkeerd worden of bestaande markeringen worden aangepast.

Pio Smart Recorded schermafbeeldingen 2015-07-28_1122

Pio is ontwikkeld voor journalisten, zo kun je aan het begin onderwerp en info aangeven maar dit kun je ook gewoon overslaan, maar is zeker zo bruikbaar voor opnames van lezingen of eigen gedachten tijdens bijvoorbeeld een wandeling, het lezen van een boek of het kijken naar een film of documentaire.

In het onderwijs is Pio natuurlijk voor leerlingen een hele mooie tool als zij lessen opnemen of  bijvoorbeeld interviews afnemen voor een praktische opdracht.

Pio is gratis. Voor het versturen van opnames, of de gemarkeerde segmenten inclusief notities, naar een cloud opslag als Google Drive of Dropbox is een in-app aankoop van €0,99 nodig.

Bron: The Next Web

 


6 mythes over Flipping the Classroom

juli 9, 2015

Wat is Flipping the Classroom? Of zo je wilt: wat is Flip de Klas?

Regelmatig geef ik workshops over Flipping the Classroom en nog veel regelmatiger spreek ik erover met allerlei collega’s. De hype die het misschien leek te zijn is mogelijk voorbij, maar tegelijkertijd wordt het steeds meer geassimileerd en opgenomen als onderdeel van het onderwijs zoals veel docenten dat geven. De aandacht is misschien minder, de impact zeker meer.

Het beeld dat bij velen nog bestaat is de Flipping the Classroom gaat over video’s om lessen aan leerlingen aan te bieden. Een technologische visie. Het gaat echter om het actief leren in de klas te vergroten, om zo inzicht en kritisch denken te vergroten. Het is een pedagogisch instrument.

Om dit beeld te verduidelijken hieronder een zestal mythes over Flipping the Classroom. Met een aantal toelichtingen en tips gebaseerd op tot dusver gedaan onderzoek, gesprekken met ‘flippers’ en eigen ervaringen.

Mythe 1: Flipping the Classroom betekent video’s.
Een van de meest gebruikte manieren van het toepassen van  Flipping the Classroom bestaat uit het aanbieden van video’s die leerlingen thuis kunnen (moeten?) bekijken zodat de tijd in de klas effectiever gebruikt kan worden voor actief leren. Met dit basis model is niets mis en het is zeker het model dat omarmd wordt door de mensen die hun brood verdienen met onderwijs technologie.

De reden om Flipping the Classroom toe te passen is niet de technologie die deze verandering van het aanbieden van inhoud mogelijk maakt. De werkelijk onderliggende reden om Flipping the Classroom toe te passen is dat het hiermee mogelijk wordt om aandacht te besteden aan belangrijke elementen van leren in de klas: toepassen, samenwerken, kritisch reflecteren. Video’s die er voor zorgen dat deze tijd in de klas vrijkomt maken dit mogelijk. Maar een goed tekstboek met goede instructies van een goede docent doet dit ook.

Mythe 2: Flipping the Classroom gaat over gepersonaliseerd leren.
Regelmatig wordt de mogelijkheid tot gepersonaliseerd leren genoemd als doel van Flipping the Classroom. En het is zeker mogelijk wanneer informatie op video wordt aangeboden dat leerlingen deze op hun eigen snelheid bekijken, herhalen waar nodig, of overslaan waar niet nodig. Kom daar maar eens om bij een docent die directe instructie geeft in de klas. “Kunt U dit nog een keer herhalen?” “Kunt U wat langzamer praten?” “Wilt U even stoppen, ik moet naar de WC?”
Wanneer leerlingen naar de klas komen kunnen zij hun ‘traditionele’ huiswerk maken, terwijl de docent aanwezig is en rondloopt. Elke leerling kan op elke moment aan iets anders werken en elke leerling kan verschillende soorten feedback krijgen van de docent. Dit op zichzelf is al een groot voordeel voor veel klassen en veel leerlingen.

Veel docenten die deze eenvoudige manier van Flipping the Classroom, ook wel Flip 1.0 genoemd, gebruiken ontdekken dat zij nog veel meer met de vrijgekomen tijd in de klas kunnen doen. Zij zien de deur die geopend is naar andere pedagogische strategieën, dit kunnen bijvoorbeeld zijn peer-instructie, probleem-gestuurd leren constructivistisch leren,  activiteiten gericht op samenwerken, die allen gericht zijn en behulpzaam zijn bij het ontwikkelen van hoger-niveau denken en redeneren en hiermee voedingsbodem voor dieper en meer beklijvend leren.  De technologie wordt van doel hulpmiddel. Pedagogiek wordt de bestuurder, technologie de versneller.

Mythe 3: Flipping the Classroom maakt leren efficiënter.
Gepersonaliseerd en adaptief leren klinken alsof zij leren efficiënter maken. Elke leerling kan op eigen tempo verder als hij een concept begrijpt. Alsof een machine wordt geprogrammeerd om steeds meer te kunnen.

Maar echt leren, ‘diep’ leren, is zelden zo rechtlijnig en evident. De echte wereld is dat eveneens zelden of nooit.

Onderwijs zou er niet alleen op gericht moeten zijn het onbekende bekend te maken, het zou er ook gericht op moeten zijn onbekendheid een gewoonte te laten worden. Onderwijs zou leerlingen er ook op moeten voorbereiden vragen te beantwoorden die niet eerder gesteld zijn. Op school dienen leerlingen hiervoor dus al blootgesteld te worden aan onduidelijkheden en geholpen te worden zich hier doorheen te werken.

De tijd in de klas die door Flipping the Classroom wordt vrijgemaakt kan gebruikt worden om te leren omgaan met de ruis in de wereld. Goed uitgevoerd kan Flipping the Classroom bijdragen aan het nadenken over en beantwoorden van vragen die niet in het curriculum staan, door aan de slag te gaan met de methode die hiervoor nodig zijn. Kan de wetenschap iets zeggen over de crisis in Griekenland? Wat is de werkelijke waarde van geld? Waarom is muziek wel zo gemakkelijk te onthouden?

Mythe 4: Flipping the Classroom is een verandering van technologie, niet van pedagogie.
Flipping the Classroom kan in zijn eenvoudigste vorm een simpele verandering in technologie zijn. Een verandering in de manier waarop de leerling informatie wordt aangeboden. Maar dat zou alleen het begin moeten zijn. Het gaat niet om de techniek en techniek zou het implementeren ook nooit mogen belemmeren. Het gaat om de pedagogiek. Inhoud en de manier waarop deze inhoud wordt aangeboden zijn niet langer centraal in de klas. Leerlingen en hoe zij werken komen centraal te staan. Dat is waar de werkelijke Flip plaatsvindt. Dit kan zonder enige vorm van technologie. Technologie maakt het slechts mogelijk makkelijker tijd vrij te maken in de klas om deze verandering daadwerkelijk vorm te geven.

Mythe 5: Flipping the Classroom vereist internet verbinding thuis.
Vaak kan worden volstaan met een boek of een zelfgeschreven hand-out om de benodigde informatie aan leerlingen aan te bieden, zoals bij mythe 1 al aangeduid. Maar zelfs wanneer een video voordelen heeft, zoals bij bewegende beelden, animaties, commentaar stem, zijn er andere mogelijkheden dan internet. De informatie kan ook op DVD of een USB-stick  worden gezet. Hiernaast kunnen scholen er voor zorgen dat er voldoende toegang is tot computers op school, tijdens of na de reguliere schooltijden.

Mythe 6: Flipping the Classroom kent één vorm.
Er zijn vele manieren om Flipping the Classroom toe te passen. Een centraal aspect is om zowel leerlingen als docenten meer vrijheid te geven. Laat je als docent daarom niet weerhouden door de techniek en hou het doel dat je hebt voor je leerlingen, en de doelen die zij zelf hebben, voor ogen. Gebruik de tijd in de klas om leerlingen te helpen jouw en hun doelen te bereiken op een manier die bij jullie past. Laat het boek zijn werk doen, of maak toch een video of gebruik er een die beschikbaar is op het internet.

Bron: 6 Myths About Flipping the Classroom, Kriss Schaffer, Edutopia 


Wat staat er op deze foto?

mei 14, 2015

“Waar is dit een plaatje van?” Mensen kunnen afbeeldingen snel herkennen, maar voor computers is dit vooralsnog zeer moeilijk gebleken. Nu lijkt het dan toch mogelijk geworden. Handig, als je het echt niet weet of je er even niet op kunt komen of bevestiging zoekt.

Het Wolfram Language Image Identification Project is gelanceerd. Je kunt een foto maken, of er een gebruiken van het internet of een plaatje vanaf je computer nemen en op de website vragen wat ImageIdentify denkt dat het is. Het programma kan dieren, voorwerpen en zelfs omgevingen herkennen.

Waar is dit een plaatje van imageidentify-cheetah

 

Het programma, dat kunstmatige intelligentie gebruikt, zal het niet altijd goed hebben maar doet het verbazingwekkend goed. Door het gebruik en de feedback die het genereert zal het steeds beter gaan worden. De maker ervan vindt het op dit moment vooral fascinerend dat het soort fouten dat wordt gemaakt veel lijken op die ook door mensen worden gemaakt.

Het programma is gemaakt door het bedrijf dat ook de zeer succesvolle wetenschappelijke zoekmachine Wolfram Alpha heeft gemaakt. Het programma wordt ook beschikbaar gesteld aan ontwikkelaars om het op allerlei wijzen in andere toepassingen te kunnen integreren.

Bron: http://blog.stephenwolfram.com/2015/05/wolfram-language-artificial-intelligence-the-image-identification-project/


Google Collecties

mei 5, 2015

Blogpost Google Collections CollectionsGoogle

Google+ is vandaag gestart met een nieuw onderdeel: Google+ Collecties. Google beschrijft het zelf als een nieuwe manier om posts te organiseren. Met Collecties kunnen borden worden gemaakt waarop afbeeldingen, video’s and andere content rondom een bepaald thema kunnen worden verzameld. Het lijkt erg op het inmiddels zeer populaire Pinterest. Gebruikers kunnen meerdere collecties aanmaken en openbare collecties volgen waarin zij geïnteresseerd zijn. Collecties zijn nu te gebruiken op het web en op Android en binnenkort zullen iOS versies volgen.

Een kort overzicht van de eigenschappen van  Collecties.
– Collecties zijn gelinkt aan het account van de maker. Ze zijn zichtbaar via een tab op je profiel.
– Mensen die jou volgen, volgen automatisch al jouw Collecties.
– Het is mogelijk individuele Collecties te volgen. Nieuwe bijdragen op Collecties die je volgt verschijnen in je eigen tijdlijn.
– Er is een (vooralsnog onbekende) limiet aan het aantal Collecties dat je kunt maken.
– De eigenaar van een Collectie kan zien wie deze Collecties volgt.
– Je kunt op je Google+ profiel aangeven of zichtbaar is welke Collecties jij volgt.
– Je kunt beperken wie jouw Collectie kan zien. Dit kan handig zijn als je iets alleen met familie of vrienden wil delen.

Voorbeelden en inspiratie zijn te vinden op de Featured Collections page.

Ik heb het even uitgeprobeerd en het is erg overzichtelijk en eenvoudig hoe items aan een Collectie kunnen worden toegevoegd.

Blogpost Google Collections 2015-05-05_1037

Mijn eigen eerste voorbeeld is hier te vinden.

Google+ blijft een van de sociale media die ik zelf het minst gebruik en ik betwijfel of mijn gebruik door Collecties zal gaan toenemen. Maar het zou zomaar kunnen. Voor mensen die Google+ wel veel gebruiken is het een welkome aanvulling, organisatie op interesse is altijd handig. Voor het onderwijs blijft de leeftijdslimiet die Google+ hanteert, 13+, mogelijk een horde.


%d bloggers liken dit: