Van krijtbord naar verbeterbord

mei 12, 2016

Leerkracht

We hadden het krijtbord. We hadden het whitebord. We hadden het digibord. Nu hebben we het verbeterbord.

Ik ben een groot fan van verbeteren, en dus van Stichting leerKRACHT. ‘Elke dag samen een beetje beter.’ Ik  ben een groot fan van (ook de organisatie van) leren in de handen van leerlingen leggen. Ik ben een groot fan van docenten die dingen net even anders doen.

Zelf probeer ik al zolang als ik in het onderwijs werk leerlingen te betrekken bij de manier waarop ik les ‘geef’ en de manier waarop zij les ‘ontvangen’. Dat gebeurt dus ook in steeds grotere mate in mijn lessen en dit heb ik bereikt via verschillende kleine initiatieven. Een VVV-uur ‘Wat en hoe wil jij leren?‘. Twee dagen GeenSchool. Een uur per week Genius Hour. Gisteren nog heb ik leerlingen gevraagd hoe zij het VVV-uur ‘Wat is dit nu weer?‘ zouden willen invullen en of zij een module voor volgend jaar zouden willen maken. Prachtige interacties en leerzame momenten volgden.

Ik heb veel nagedacht over hoe ik de werkwijze van Stichting leerKRACHT in mijn klas zou kunnen krijgen. Niet echt moeilijk dacht ik steeds, toch ben ik er nog niet toe gekomen. Een van die dingen die maar blijft hangen, of liggen.

Zojuist las ik op LinkedIn het onderstaande verhaal van Jaap Versfelt, de initiator van Stichting leerKRACHT, en onmiddellijk na het lezen ervan heb ik besloten dat dit voor mij de manier gaat zijn om komend schooljaar leerlingen invloed te gaan geven op HUN leren. En dat ik dit hier zou delen, mede omdat dit verhaal op LinkedIn alleen te lezen is als je zelf een account daar hebt.

Ik heb niet vooraf toestemming gevraagd aan Jaap in de volledige veronderstelling dat dit echt ‘elke dag samen een beetje beter’ is.

Elke dag samen een beetje beter leren delen


Binnen de aanpak van Stichting leerKRACHT werken leraren en schoolleiders gezamenlijk aan het verbeteren van het onderwijs. Dat doen ze door samen lessen te ontwerpen, elkaars lessen te bezoeken om van en met elkaar te leren én ze door wekelijkse bordsessies. Bordsessies zijn korte, effectieve, staande vergaderingen, waar teams samen successen vieren en doelen stellen om het onderwijs te verbeteren. Nadat we met leerKRACHT startten op scholen gebeurde er iets onverwachts. Leraren gingen het verbeterbord gebruiken met hun leerlingen in de klas. Dat hadden wij niet bedacht! Tot onze stomme verbazing zagen we dit niet op een paar geïsoleerde scholen, maar op bijna elke leerKRACHT school. Overal gingen leraren met leerlingen bordsessies houden: de ‘mood’ van de leerlingen peilen, successen vieren, met hun leerlingen doelen stellen, acties bedenken en samen uitvoeren. Ik heb dit zelf in actie gezien op basisscholen, middelbare scholen en MBOs. Waarom deden leraren dit? Wat voor effect bereiken ze hiermee met hun leerlingen? Hoe maken ze er een succes van? En hoe kun je dit zelf in je eigen klas uitproberen. Dat zijn de onderwerpen van deze blog.

Een voorbeeld van een basisschool

Laat me beginnen met een voorbeeld van een basisschool uit Zeeland, de Linge. Leraar Marleen de Ridder nam zich al bij de eerste kennismaking van leerKRACHT voor om het bord in haar klas met de leerlingen in te gaan zetten. De eerste lessen nam Marleen nog zelf de leiding, maar al snel namen de leerlingen het van haar over. Marleen zette een stapje naar achteren terwijl haar leerlingen zelf bedachten hoe het onderwijs te verbeteren en elkaar daarbij te helpen. Wat voor doelen stelden de leerlingen? Ze gingen aan de slag met allerlei doelen: “als de juf om stilte vraagt zijn we in 5 seconden stil”, “wij kunnen elkaar positief aanspreken over elkaars handelen en daar positief op reageren” en “we worden beter in spelling”.  Vervolgens bedachten ze acties om die doelen te realiseren en gingen daar mee aan de slag. Het effect: leerlingen die veel beter weten wat voor doelen ze proberen te halen, die zich meer bij die doelen betrokken voelen omdat ze zelf mee bedacht hebben en leerlingen die elkaar helpen om die doelen te halen.

Wil je zien hoe dat werkt, kijk dan naar deze drie korte video’s:

Een voorbeeld van een middelbare school: de mentorles

Je vraagt je dan af, dit kan waarschijnlijk alleen maar bij oudere kinderen in de bovenbouw van een basisschool? Nee dus. Op dezelfde school zijn ook kleuters aan de slag met de bordsessie, terwijl we bordsessies met leerlingen ook op middelbare scholen en MBOs zien werken.

Een voorbeeld daarvan is een middelbare school in Den Haag, de Populier. Daar bedachten de mentor leraren van Mavo 3 om met het bord aan de slag te gaan in hun mentorlessen. Ze vroegen de leerlingen ‘wat willen jullie dit jaar bereiken?’. Het zal niemand verbazen dat het antwoord was ‘Overgaan’ (oftewel, niet nóg een keer Mavo-3). ‘Ok’ zeiden de leraren, ‘en hoe gaan we meten hoe we ervoor staan?’ waarop de leerlingen bedachten ‘cijfers!’.  Daarna werden elke maand de ‘virtuele zittenblijvers’ bijgehouden. ‘Maar wat daar aan te doen?’ was de volgende vraag. Dat vonden de leerlingen niet erg ingewikkeld: elkaar helpen. Zij maakten een lijst van vakken waar elk kind óf bij kon helpen óf hulp nodig hadden. De mentorlessen werden daarna gebruikt om elkaar in groepjes te helpen. Het effect was dat leerlingen enorm gemotiveerd aan de slag gingen en leraren verbaasd waren over het effect.

En wat kun jij hiermee in jouw klas?

Wil je wel eens weten of het voor jou en je klas ook werkt? Probeer het gewoon uit. Daar hoef je geen leerKRACHT school voor te zijn, dat kan elke leraar. Hoe doe je dat:

  1. Ga eerst kijken: grasduin eens op Youtube naar video’s over hoe dit werkt. Die kun je vinden op Youtube als je zoekt op ‘leerkracht bordsessie’
  2. Begin klein: bijvoorbeeld alleen met de ‘smileys’, om te ervaren met de leerlingen hoe het is om met de ‘mood’ van de klas de dag te beginnen
  3. Zorg voor veiligheid: waardeer alle input van leerlingen en zorg dat ze op elkaar voortbouwen.
  4. Bouw het uit: voeg na de smileys het delen van successen toe. Loopt dat? Ga dan met je leerlingen nadenken over doelen die zij willen bereiken en welke acties daar bij horen
  5. Heb even geduld: de eerste doelen waar leerlingen mee komen zijn misschien niet de belangrijkste voor jou als leraar, maar er komen vanzelf steeds serieuzere doelen op het bord
  6. Geef leerlingen de leiding: draait het, wacht dan tot de leerlingen je vragen of zij het van je over mogen nemen. Geef ze dan de pen en geniet!
  7. Laat leerlingen samenwerken: één leidt de bordsessie, één schrijft, één houdt de tijd bij, één geeft feedback aan het einde
  8. Evalueer en verbeter: Vraag na een week of 4 aan je leerlingen hoe de bordsessie nog beter kan? Bijvoorbeeld door ze na te laten denken over 5 onderwerpen: wat meer, wat minder, wat anders, wat stoppen en waarmee doorgaan?

Bron:
https://www.linkedin.com/pulse/het-verbeterbord-de-klas-kan-dat-jaap-versfelt?trk=hb_ntf_MEGAPHONE_ARTICLE_POST

Advertenties

“Voor de leeuwen” #blimageNL

juli 31, 2015

Onderstaand verhaal kreeg ik toegestuurd van een oud-leerling, die nu zelf ook docent is. De oud-leerling blijft zelf liever anoniem. Ik vind het een prachtige beschrijving van de ervaringen en de zich ontwikkelende visie van een startende docent.

 

foto leeuw Cecil? cc wikipedia Lion-hwange

Deze foto geeft mij een dubbel gevoel. Het is een rustig plaatje, een ontspannen dier aan het relaxen in de zon maar dit dier kan ook ieder moment aanvallen, zeker als je zijn signalen niet herkent. Om zo dichtbij te komen als deze fotograaf moet er wederzijds vertrouwen zijn en de kennis van de fotograaf om te weten wanneer hij zijn tactiek moet veranderen. Deze leeuw leeft in ‘het wild’ hoewel dat waarschijnlijk een reservaat is. Toch gelden de regels voor het benaderen van dit dier zowel in de natuur als in gevangenschap, de leeuw heeft een bepaalde aard, een karakter, hij heeft dingen meegemaakt, ervaringen opgedaan en kennis verworven over zijn wereld al deze dingen leiden tot bepaald gedrag en dit zal leiden tot bepaalde reacties als hij in aanraking komt met het onbekende.

Nu zul je denken, wat heeft dit met het onderwijs te maken? Op het eerste gezicht misschien niets, mensen zijn geen dieren en wij leven niet in de natuur of een dierentuin. Toch gelden voor mens en dier veel dezelfde regels. Net als de leeuw heeft ieder mens zijn of haar eigen kennis, ervaringen, gewoontes en bovenal een eigen karakter en manier van leren. Hoe wij als mens om gaan met nieuwe situaties en kennis wordt ook door deze factoren bepaald en omdat die combinatie van factoren voor iedereen uniek is betekent dat dat in een klas van 30 leerlingen plus een docent er 31 verschillende reacties mogelijk zin.

De klas kan in deze vergelijking gezien worden als de leeuw, mits op de juiste manier benaderd is hij ontspannen en nieuwsgierig. De docent is de fotograaf. De fotograaf heeft een doel, de juiste benadering vinden voor deze groep en tot een gezamenlijk eindresultaat komen in het geval van de leeuw de foto en in het onderwijs het behalen van leerdoelen en het voorbereiden van de leerlingen op hun verdere loopbaan en de maatschappij.

Als beginnend docent voelt de eerste les vaak letterlijk als ‘voor de leeuwen gegooid worden.’ De spanning: wat voor leerlingen zijn het? Hoe reageren ze op mijn methode? Wat weten ze al en wat willen ze weten? En het belangrijkste: hoe willen ze dat leren? Deze vragen zullen niet tijdens die eerste les beantwoord worden en de docent leert de antwoorden met vallen en opstaan en kan dan deze ervaringen meenemen naar de volgende groep. Door het opdoen van ervaring en het uitproberen van verschillende methoden ontwikkelt de docent een visie op het onderwijs en leert hij zich aanpassen aan verschillende situaties en verschillende leerlingen. Ik als beginnend docent begin langzaam een visie te ontwikkelen.

In mijn ideale onderwijswereld zouden de leerlingen de klas niet zien als een ‘dierentuin’, niet als een ruimte waar ze verplicht moeten zijn en informatie ‘gevoerd’ krijgen maar als een omgeving waar zij zelf actief zijn en met de juiste hulp zelf kunnen leren en ontdekken. Om een dergelijk vrij leerklimaat te creëren is wederzijds vertrouwen essentieel. De leerlingen moeten weten wat ze aan de docent hebben, wat er verwacht wordt en wat zij van de docent kunnen en mogen verwachten. De docent zou hier in oog moeten hebben voor de verschillende behoeften van de leerlingen hier op inspelen, zijn tactiek veranderen waar nodig om waardoor hij uiteindelijk de kans heeft om net als de fotograaf dichtbij genoeg te komen om het beste eindresultaat te krijgen.

Misschien is dit beeld te idealistisch maar ik hoop dat ik het door kennis, ervaring en vallen en opstaan ieder jaar een stukje dichter kan naderen.


De coach en zijn pupil #blimageNL

juli 29, 2015

Terwijl ik bezig was met het schrijven van een blogpost klikte ik op een van de openstaande tabbladen om wat informatie te controleren. Ik moest even zoeken, er stonden tenslotte 42 tabbladen open.

Ik vond de informatie die ik zocht, selecteerde de tekst en drukte de toetsen cmd en c tegelijkertijd in, met mijn linkerringvinger en linkermiddelvinger, respectievelijk. Een routinematige actie, veel gedaan, veel getraind en daarmee in het geheugen gegrift. Wat er zou volgen wisten de daarvoor verantwoordelijke delen van mijn lichaam ook al.

Terug naar het oorspronkelijk tabblad middels een klik, vervolgens simultaan linkerringvinger op cmd en linkermiddelvinger op c, beide vingers simultaan loslaten en de tekst als een 21e eeuwse goochelaar magisch laten verschijnen op het dan toe stukje witte scherm.

Na het maken van de keuze wat er moest gebeuren kostte het weinig moeite om de uitvoering tot een goed einde te brengen. Er was vaak genoeg op getraind, de noodzakelijke verbindingen in de hersenen waren gelegd, versterkt en onderhouden; de spieren in de handen en vingers hadden de benodigde tonus voor de noodzakelijke standen van de vingers een ontelbaar maal eerder bereikt en herhaalden haar als ware het niets. Het doel was bereikt. Een stukje tekst was gekopieerd.

Het doel was bereikt. Een beloning was dus verdiend. Zo besloten de hersenen, en zij stuurden hun signalen uit. Zo snel als er zojuist gekopieerd was werd er nu opdracht gegeven op een ander tabblad te klikken en in een ogenblik was het scherm veranderd van een wit achtergrond met tekst naar een bonte verzameling kleuren en een foto. De hersenen waren zich zeer wel bewust dat multi-tasking een fabel is en dat het alleen mogelijk is verschillende taken heel snel achter elkaar te doen, nooit tegelijkertijd, en dat er eigenlijk aan de tekst op de witte achtergrond gewerkt moest worden, maar overtuigden zichzelf zeer snel door op te merken dat als je taken heel snel uitvoert dit allemaal niet zo heel veel uitmaakt. Het zal wel, dachten ze zelfs zachtjes op de achtergrond.

Die plotselinge foto in beeld deed mij het klikken en scrollen stoppen. Dit was de foto.

foto coach en pupil

De foto greep mij aan en maakte iets in mij los. Ik bleef er even naar kijken. Ik bleef er langer naar kijken.

Op de foto zien we een meisje. Een meisje met op haar sportbroekje een nummer geplakt, het nummer 5. We zien dat het meisje staat op een betegelde ondergrond en dat achter haar een gebouwtje staat met ramen. We kunnen niet zien waar het is of wat er hier aan de hand is. Het meisje kijkt wel heel erg blij. Niet alleen heel erg blij, ook heel erg tevreden. Niet alleen heel erg blij en heel erg tevreden, ze kijkt vooral ook erg gelukkig. Ze kijkt alsof ze iets heeft bereikt waar ze hard voor heeft gewerkt. Het gezicht van de man zien we niet. We zien alleen dat hij een oranje shirt aan heeft en een gordeltje draagt. De oranje kleur suggereert dat het hier om Nederlanders gaat. Waarschijnlijk is hij ook blij. Dat kunnen we niet direct zien. Misschien is hij de vader, misschien is hij de coach?

We zijn benieuwd en gaan dus andere tabbladen openen en informatie zoeken.

Uit de kleding van het meisje kunnen we opmaken dat het hier waarschijnlijk handelt om atletiek. Na wat klikken en zoeken blijkt dat het hier gaat om de European Youth Olympic Festival dat op dit moment wordt gehouden in Tblisi gehouden wordt. “Het Europees Jeugd Olympisch Festival (EJOF) of European Youth Olympic Festival (EYOF) is een sportevenement voor jonge Europese sporters in de leeftijd tot en met 18 jaar, dat om de twee jaar wordt gehouden. Op het programma staan alleen olympische sporten. Tijdens het EJOF maken de atleten kennis met alle tradities van de Olympische Spelen. Zo verblijven de deelnemers gezamenlijk in een olympisch dorp. Het EJOF is bedoeld als stimulans voor jonge talenten om door te gaan op de nog lange, vaak moeizame weg naar de volwassen top. Met als absoluut hoogtepunt natuurlijk deelname aan de échte Olympische Spelen. Heel belangrijk is dat EJOF-deelnemers internationale wedstrijdervaring opdoen en dat zij kennismaken met leeftijdgenoten uit andere takken van sport en uit alle mogelijke landen.”
Het meisje dat we zien op de foto blijkt zojuist de 3000 meter gewonnen te hebben. Proficiat!

Wat mij aangreep in deze foto was de verbinding tussen wat ik zag als de coach en de pupil. Er is hard gewerkt, er is hard getraind, hersenen en spieren hebben zich voorbereid op een ultieme prestatie en die prestatie is er gekomen. De coach heeft hard gewerkt en de pupil zo goed mogelijk begeleid en voorbereid. De coach heeft de schema’s gemaakt waarmee de pupil steeds een stapje verder kon zetten, steeds een stapje beter kon worden, steeds een stapje harder kon lopen, steeds een stapje slimmer kon lopen. De pupil heeft hard gewerkt, de schema’s gevolgd en de stapjes gezet. De pupil heeft in de trainingen het uiterste gevraagd van haar lichaam. Omdat zij dit kon en het zelf zo graag wilde. Maar ook omdat de coach dit graag wilde en haar het vertrouwen gaf dat zij het kon. Tijdens de wedstrijd heeft de pupil wat zij geleerd had in praktijk gebracht. Zij heeft met haar hoofd de juiste tactiek bepaald en heeft haar spieren het werk laten doen. Het beloonde vertrouwen straalt uit de foto.

Ik denk dat de coach behalve blij ook trots is. Ik zou maar wat graag zo’n coach willen zijn! Proficiat!

Ik zag in de foto van een coach met zijn pupil ook een docent met zijn leerlingen. Continu samen op weg om er uit te halen wat er in zit. Om het maximale te bereiken moeten de inspanningen van beide kanten komen, in wederzijds vertrouwen. Er wordt geleerd volgens schema’s die de docent maakt en die werken voor de leerling. Soms moet er wat minder gedaan worden, soms wat meer, soms wat anders. Niet hetzelfde schema voor elke leerling, maatwerk waar dit ook maar kan. Zodat elke leerling zijn of haar topprestatie kan leveren. Het gevoel dat dit geeft is te zien op de foto en dat gun ik elke leerling. Je hoeft niet te winnen om te weten dat je jouw topprestatie geleverd hebt.

Ik heb ook nog verder gezocht op het wereldwijde web naar informatie over die coach, hoewel dat niet echt nodig was. De coach op die foto die ken ik wel. Het is mijn broer.

 


Dag vier, zeven nieuwe verhalen #blimageNL

juli 28, 2015

Het is inmiddels de vierde dag na de start van de #blimageNL uitdaging en opnieuw zijn er zeven verhalen geschreven. De uitdaging is simpel: ontvang een foto en schrijf naar aanleiding hiervan jouw verhaal over onderwijs, daag vervolgens iemand die je kent uit met een nieuwe foto die je hem/haar stuurt. Het resultaat is verbijsterend, fantastische verhalen door bevlogen onderwijsmensen.

Hieronder een korte introductie van deze vierde set van zeven verhalen. Je kunt ze lezen voor wat zij zijn of wat zij met je doen. Je kunt ze misschien ook gebruiken om inspiratie op te doen om zelf aan deze #blimageNL uitdaging mee te gaan doen (of iemand uit te dagen!). Zie hier voor de achtergrond en de ‘regels’. Veel leesplezier! Veel inspiratie!

Patricia van Slobbe, ex-docent Engels, ex-teamleider, nu zelfstandige, schreef het verhaal ‘Let’s get back to the drawing board‘, over inspiratieloze schoolgebouwen, over warmte, originaliteit en humor, over aversie en heimwee, over hoe een eigen plek kan ontstaan ondanks de stenen om je heen, over leren niet langer vastzetten in een schools gebouw, over leren in de samenleving integreren door functies te combineren, sport, kinderopvang, bejaardenhuis, buurthuis, over omgeving gedreven contextrijk leren, over hoe een gebouw kan dicteren of inspireren.

Michel van Ast, senior trainer/adviseur op gebied onderwijs en ICT, schreef het verhaal ‘Vraatzuchtig‘, over de intrinsieke wens om te weten en weten te delen, over dat weten niet hetzelfde is als leren, over het belang van (parate) kennis, als basis van goed functioneren, bouwsteen van meer leren, en voeder van creativiteit, over de inspanningen die leerlingen dienen te leveren, over de intrigerende ‘Learn This’ button.

Erwin Meyers, leraar wiskunde aan de WICO Campus TIO in Overpelt, schreef het verhaal ‘#blimageBE‘, over het altijd aanwezige verlangen naar het gevoel van vrijheid, over aversie opwekkend voorgekauwd lesvoedsel, over reizen over grenzen, tegen grenzen aanlopen,  over pracht en praal en toch, over reizend leren wat in een klas niet kan, over de wens leren te relativeren, te leren relativeren, met een prachtige quote van Thoreau.

Tim Geers, leerkracht groep 5 Laakkwartier Den Haag, schreef het verhaal ‘Die ene..‘, over die ene blanke sprinter, over die ene leerling een briefje geeft aan de leerkracht, over die ene leerling die iets wil vertellen, maar het alleen kan als het samen kan met de meester, over dat het toch alleen kan, samen met de klas, over die ene die nooit alleen blijkt te hoeven zijn.

Han de Jonge, directeur obs De Globe in Rotterdam-Zuid, directeur Open Ruimte, schreef een ‘15/16 start ik anders‘, over starten met een nieuwe groep, elkaar leren kennen, over snaren die je raakt, jouw snaren die geraakt worden, over gesprekken en feestjes, over een Life Changing Event, over zomaar ineens de wereld van een andere kennen.

Liesbeth Mol, leerkracht groep 8 de Meent in Waalre, schreef het verhaal ‘Werkstukken-allergie‘, over het ding dat werkstuk heet, over het begeleiden van het proces, leuk, over het nakijken, volgens een model, zowel het klad als de finale versie, jeukveroorzakend vreselijk, over niet goed dus anders, over 3O leren, over tevredenheid maar toch nog beter, over zoeken naar beter zoeken.

Martin Bootsma, leerkracht op de A. Bekemaschool in Duiven, leraar van het jaar po 2012, schreef het verhaal ‘Lezen als kritische handeling‘, over het verbranden van boeken, soms vanwege één zin, soms vanwege taalgebruik, soms vanwege het gedachtengoed, over het averechtse effect dat dit kan hebben, over voorlezen uit ‘moeilijke’ boeken aan basisschool leerlingen, over het belang van context en de taak van de docent, over lezen om de werelden achter de verhalen te openen voor kinderen, over het belang van een belezen leerkracht voor het ontwikkelen van kritisch lezende leerlingen.

En natuurlijk weer een plaatje voor als je de uitdaging aan wilt gaan. Je kunt je ook laten uitdagen door een van de afbeeldingen op het Pinterest #blimageNL bord waar alle gebruikte afbeeldingen worden verzameld. Er is geen limiet aan hoe vaak de afbeelding mag worden gebruikt.

foto ijsberg cc wikipedia

 

 

 

 

 

 


Weer zeven nieuwe verhalen in weer één nieuwe dag #blimageNL

juli 27, 2015

Nee, dit is niet dezelfde blogpost als die van gisteren, of die van eergisteren. Hij lijkt er wel op.

Het is inmiddels drie dagen geleden dat ik hier een oproep deed. Een oproep om een persoonlijk verhaal te schrijven over onderwijs aan de hand van een aangeleverde foto. In de derde dag na de eerste oproep zijn er opnieuw zeven verhalen verschenen. Ongelofelijk! Ik word stil en warm.

Sommige bijdragers schrijven een ander verhaal dan zij gewend zijn te doen. Sommige bijdragers hadden al een tijdje niet geschreven, sommige bijdragers ontdekken blogs die zij niet kenden. Er gaan hopelijk bijdragers zijn die niet eerder hebben geblogd. De opzet van #blimageNL stimuleert creatief denken en er ontstaat een dialoog, er ontstaan verbindingen binnen zich uitbreidende persoonlijke leernetwerken. De #blimageNL uitdaging zorgt voor een blootstelling aan nieuwe ideeën, nieuwe bronnen, nieuwe mensen en misschien zo voor een nieuwe blik op jezelf. #blimageNL gaat over leren door het vertellen van verhalen.

Hieronder een korte introductie van de derde zeven verhalen. Je kunt ze lezen voor wat zij zijn of wat zij met je doen. Je kunt ze misschien ook gebruiken om inspiratie op te doen om zelf aan deze #blimageNL uitdaging mee te gaan doen (of iemand uit te dagen!). Zie hier voor de achtergrond en de ‘regels’. Veel leesplezier! Veel inspiratie!

Karin Donkers, schoolleider op een school voor Ontwikkelingsgericht Onderwijs , schreef het verhaal ‘Rood de kleur van…..‘, over de vele variaties van één kleur, over de vele variaties onderwijs die er nodig zijn voor de vele variaties aan leerlingen, over de bereidheid en noodzaak verder te kijken dan onze eigen kleur.

Jan Fasen, directievoorzitter Mundium College, schreef het doordacht relevante verhaal ‘Een stuur met teveel toeters en bellen‘, over de nooit gekozen en niet te kiezen weg naar de toekomst, over handen en hoofd, over mentoren en schijnbare valse starts, over dat het NOOIT aan kinderen ligt, over het stuur dat vooral in de handen van de leerlingen zou moeten liggen.

Judith van Hooijdonk, I-adviseur bij hogeschool Zuyd, schreef het verhaal ‘De bloemen van Zuyd‘, over hoe ragfijne draadjes bloemen kunnen bouwen, over de invloed van munten op de hoeveelheid, de kleur, de geur van bloemen, over de bereidheid en de grenzen van mensen.

Jannie van Maldegen, ex-juf, schreef het verhaal ‘Rups‘, over de liefde voor leerlingen én voor de natuur, over een kleuterjuf die langzaam maar zeker een schooltuinjuf wordt en dan als vanzelf een wijktuinjuf, over niet meer werken in een school en het niet missen omdat er nog iets mooiers is gevonden.

Tjeu Severeens, docent, schrijver en organisator, schreef het verhaal ‘#BlimageNL‘, over pijlers die zorgen dat het werkt, over een toevallig streng gezicht, een wens en durf tot provoceren, gewoon goed uitleggen, over balans creëren en blijven vervellen, elke vijf jaar iets anders, een nieuwe vlinder telkens weer, over naar het einde van de vakantie snakken omdat je weer iets nieuws wil, mag en kan gaan doen.

Ronald Heidanus, meester in onderwijs en opvoedingsoptimist, schreef het gevoelige gevoelvolle verhaal met de toch verrassend passende titel ‘Fuck die kruk‘, over het waarnemen van waarnemingen, over prikkels en ze leren negeren of uitschakelen, over tl-balken, rekenen en eten, over vragen stellen die ruimte voor antwoord laten, over zien en kansen bieden, over het geven van woorden zonder ze te gebieden, meesterlijk.

Marita Teunisse, juf in het speciaal onderwijs, schreef het verhaal ‘Verwondering in je klaslokaal‘, over steeds meer vast komen te zitten in wat er moet volgens de schema’s, over verwondering als het beste leermoment, over het belang van spelen, niet alleen voor kleuters, over spelen dat leren is, over proberen dat leren is.

En natuurlijk weer een plaatje voor als je de uitdaging aan wilt gaan. Je kunt je ook laten uitdagen door een van de afbeeldingen op het Pinterest bord waar alle #blimageNL afbeeldingen worden verzameld.

foto achtbaan cc wikimedia

 

 

 


Zeven nieuwe verhalen in één nieuwe dag #blimageNL

juli 26, 2015

Het is inmiddels twee dagen geleden dat ik hier een oproep deed. Een oproep om een persoonlijk verhaal te schrijven over onderwijs aan de hand van een aangeleverde foto. Het is een dag geleden dat ik de eerste zeven verhalen die zijn geschreven in één dag hier heb mogen delen. Het aantal edubloggers dat de uitdaging heeft geaccepteerd gaat langzaam richting de vijftig. In de tweede vierentwintig uur na de eerste oproep zijn opnieuw zeven verhalen verschenen.

Er gebeuren ook leuke onverwachte dingen. Mensen worden twee keer uitgedaagd! (Nederland toch kleiner dan we zelf wel eens denken? 😄). Mensen dagen niet specifiek iemand uit maar doen het algemeen. Het maakt allemaal niet uit. Daag iemand uit die nog niet of weinig blogt, iemand die twijfelt, daag iemand uit om eens met een gastblog op jouw blog te beginnen.

Hieronder een korte introductie van deze tweede zeven verhalen. Je kunt ze weer lezen voor wat zij zijn of wat zij met je doen Je kunt ze misschien ook gebruiken om inspiratie op te doen om zelf aan deze #blimageNL uitdaging mee te gaan doen (of iemand uit te dagen). Zie hier voor de achtergrond en de ‘regels’. Wat mij opnieuw opvalt is de verscheidenheid in achtergrond van schrijvers van deze tweede zeven verhalen. Dat doet mij weer veel goed. Veel leesplezier! Veel inspiratie!

Juf Margot, leerkracht groep 3, schreef het verhaal ‘Mijn route‘, over haar weg naar wat nu voor haar het geluk is dat onderwijs heet, over het eerst beter weten, het dal in en via schaamte en verdriet er weer uit, naar het nu, het T-shirt met de tekst die haar samenvat ‘Too blessed to be stressed’.

Een plaatsje apart, met een goede reden, voor…foto roze jasje

Erwin Klaasse, onderwijstourist, schreef, zeer bewust zonder deel te nemen aan de #blimageNL uitdaging!, het kleurrijke verhaal ‘#rozeistochmooier‘, over een meisjes voetbalteam dat met roze sokken wilde gaan spelen en dit ook deed, over de positieve aandacht die dat genereerde, over dat het toch niet meer mocht van de club, Zwart-Wit. De boodschap van de hashtag #rozeistochmooier is dat er altijd ruimte moet zijn om het anders te doen, dat je anders mag zijn, dat je jezelf mag onderscheiden, of dat nu op het voetbalveld is, of in het onderwijs, of in het leven.

Je kunt dus ook meedoen, zonder mee te doen. En zo hoort het!

De afbeelding toont het roze jasje waarmee ik Erwin heb geprobeerd uit te dagen. Een uitdaging die hij zowel wel als niet heeft opgepakt. Mooi!

Ilse Meelberghs, docente bij Zuyd Hogeschool, schreef het verrassende verhaal ‘Niet overlaten aan halfdronken docenten of toevallig luisterende barmannen‘, over barkrukken en bewust luisteren, over robots, over luisteren als gevende beweging, over de persoonlijke wens dit niet aan langer aan het toeval over te laten.

Juf Maike, leerkracht groep 1/2 en ICT coördinator op een school in Zuilen, schreef het verhaal ‘Waar mijn hart sneller van gaat kloppen in de klas‘, over blij worden van verzinnen, over tranen van geluk als jij het niet hebt verzonnen maar zij het zelf verzinnen en jij dit mag zien.

Florina Blokland, boerin en zelfstandig educatief auteur, schreef het aangrijpende verhaal ‘Wat te doen‘, over inwiersen, over veranderingen accepteren, over leren van momenten, over combineren, over liefde voor het boerenleven, over alsmaar willen delen wat je bezielt.

Sandra Verbruggen, onderwijs adviseur en kantelaar, schreef het verhaal ‘Rups wordt vlinder, het onderwijs‘, over hoe het onderwijs lange tijd de rups geweest is, perfect voor de omstandigheden en de mogelijkheden, over hoe onzichtbaar het is te zien wat er in die pop die de rups is gebeurt, over hoe de tijd er nu is voor het onderwijs vlinder te worden, zijn andere pracht te laten zien, over hoe de verandering nu voelbaar is en onvermijdelijk zichtbaar zal worden.

Sandra Jantjes, boerin en fotograaf, schreef het verhaal ‘Kuikentje‘, over dat leren het best werkt via uitdagingen, over het belang van luisteren als je een schijnbaar andere taal spreekt, over kinderen als eieren, over wat er nodig is om een ei te laten uitkomen, over kinderen de mogelijkheden geven te laten worden wat zij kunnen zijn, over luisteren naar het voedsel dat nodig is.

 

 

 

 


%d bloggers liken dit: