Waarom ik toch voor zomerscholen ben

augustus 18, 2015

Zomerschool 2015-08-18_1454Dit jaar hebben zo’n 7000 leerlingen gebruik gemaakt van een zomerschool. Is dat goed?

Het gaat om 126 zomerscholen waarin een totaal van 267 scholen leerlingen de kans boden alsnog bevorderd te worden. Uitgesplitst naar niveau gaat om 2035 vmbo’ers, 3030 havisten en 1859 vwo’ers. Het grootste deel van deze leerlingen zit in het jaar voor het eindexamen, respectievelijk 58%, 53% en 31%.

Wat is een zomerschool?

Tijdens een zomerschool worden leerlingen gedurende twee weken bijgespijkerd in een beperkt aantal vakken. Uitvoering van de zomerschool kan gebeuren door docenten van de school zelf maar kunnen hiervoor ook externe begeleiding inhuren. Het ministerie van OCW heeft hiervoor 9 miljoen euro beschikbaar gesteld. Scholen leggen zelf de afspraken vast en bepalen de inhoud en de toetsing en bepalen zelf de normen voor bevordering. Een belangrijk doel van de zomerschool is het terugdringen van het aantal zittenblijvers.

Niet iedereen in het onderwijs is even gelukkig met de zomerscholen, net als niet iedereen in het onderwijs even gelukkig is met de stoomcursussen voor de eindexamens. Er zijn een aantal zeer valide argumenten aan te voeren om tegen zomerscholen te zijn en David Dijkman heeft deze in zijn blogpost “Waarom ik tegen de zomerschool ben” uitgebreid beschreven. En hoewel ik me in een aantal van deze argumenten goed of deels kan vinden ben ik toch voor zomerscholen.

De belangrijkste reden is de leerling, die toch over kan gaan en niet een heel jaar opnieuw hoeft te doen.

En hier zit wat mij betreft de kern. Een harde kern met een zachte inhoud. Cijfers zijn veelzeggend, maar niet alleszeggend. Cijfers zijn een samenvatting van het verleden en geen voorspelling met een garantie voor de toekomst. Geen mens is te vangen in een gemiddelde.

In een perfecte wereld en op een perfecte school zou een zomerschool niet nodig zijn. Dan is alles gedurende het jaar goed verlopen, zijn tijdig de nodige maatregelen genomen. Maar de praktijk is nooit perfect. Niet alle oorzaken voor het niet voldoen aan alle regels en normen voor overgang zijn altijd vermijdbaar. En zeker niet altijd worden deze veroorzaakt door de leerling of door de leerling alleen.

Op vele scholen is er geen mogelijkheid tot een voorwaardelijke overgang of een overgang met een taak. Veel scholen doen (nog) niet mee aan een zomerschool. Het eind van het jaar is het eind van het jaar. Na de laatste toetsweek liggen de cijfers vast. Na de vergadering ligt de toekomst vast.

Ik ben niet tegen doubleren. Ik ben voor het geven van kansen. Zeer bewust besproken door een team van betrokken professionals dat hiervoor voldoende tijd tot zijn beschikking heeft, zou de uitkomst moeten kunnen zijn overgang, doubleren of een extra kans. Of deze extra kans nu een zomerschool is of een taak of een voorwaardelijke overgang. Daar waar de twijfel zeer groot is, een stemming van 8 tegen 7 voor doubleren, verdient een leerling in mijn ogen een extra mogelijkheid.

Wat zeggen de cijfers over de zomerscholen?

Uit een pilot in 2013, waarbij 241 leerlingen waren betrokken, bleek dat 85% van de leerlingen die deelnam aan een zomerschool alsnog werd bevorderd.
En, belangrijker, dat 75% van de leerlingen die werd bevorderd ook het jaar daarop werd bevorderd of slaagde.

In 2014 bleek 86% van de leerlingen alsnog bevorderd. De aansluitende cijfers uit 2015 over deze groep zijn nog niet bekend.

Met de nodige voorzichtigheid zou aan de hand van deze cijfers gezegd kunnen worden dat nu er dit 7000 leerlingen deelnemen er bijna 6000 leerlingen alsnog bevorderd gaan worden. Met de nodige voorzichtigheid zou gezegd kunnen worden dat hierdoor ruim 4400 leerlingen alsnog zonder doubleren hun school afmaken.

Ik vind deze getallen een goed argument om toch voor zomerscholen te zijn.

 

PS: De eerste cijfers van dit jaar laten zien dat opnieuw 80-85% van de leerlingen alsnog is bevorderd.

Bronnen: 
VO-raad:Bijna 7000 leerlingen spijkeren bij op zomerschool
– VO raad: Zomerscholen VO
– David Dijkman: Waarom ik tegen de zomerschool ben.
Zomerscholen: commerciële aanbieders
Revius Lyceum: Zomerschool
Zwijssen College: Zomerschool
Isendoorn College: Zomerschool
– Emmen.nu


Snel groepjes maken

augustus 13, 2015

We gaan bijna weer beginnen!

Het nieuwe schooljaar staat voor de deur en dat betekent onder andere nieuwe klassen en nieuwe leerlingen.
En in die klassen gaat er natuurlijk weer regelmatig in groepjes gewerkt worden.

Dat groepjes maken doet iedere docent elke keer weer anders. Wel zelf laten kiezen, niet zelf laten kiezen, gewoon hoe leerlingen toevallig bij elkaar zitten, via nummertjes geven en die bij elkaar zetten, via de leerlinglijst alfabetisch, verdeling jongens en meisjes evenredig maken, enzovoorts. Er zijn ook een aantal handige online tools beschikbaar om gemakkelijk snel groepjes te vormen. Zelf gebruik ik verschillende van bovenstaande methoden, afhankelijk van klas, opdracht en doel.

Flippity.net logo 2015-08-13_0740Een hele handige manier om groepjes te maken voor leerkrachten of docenten die met Google Apps for Education werken is dit te doen via de random name picker van flippity.net. Dat is wat ik dit jaar veel zal gaan gebruiken, omdat ik er een flink aantal voordelen in zie. Deze zitten vooral in het aantal mogelijkheden, het gemak waarmee aanpassingen kunnen worden gedaan en de mogelijkheid tot samenwerken met collega’s.

De voordelen op een rijtje:

  • je kunt groepen maken van 1 tot 12 leerlingen (bij één leerling is dit om hem/haar de beurt te geven)
  • je kunt, als de groepsindeling je niet bevalt, met één klik nieuwe groepen maken
  • je kunt 2 tot 12 teams maken van een klas
  • je kunt een line-up maken, dus leerlingen op willekeurige volgorde onder elkaar zetten
  • je kunt heel eenvoudig leerlingen verwijderen of toevoegen aan een klas (handig aan het begin van het jaar)
  • je kunt live aanpassingen maken aan de klas, handig bij absenties
  • de klassen kunnen gedeeld worden met collega’s die dezelfde klas lesgeven, handig bijvoorbeeld voor het samenwerken met collega’s die iets minder gemakkelijk met ICT omgaan
  • er kan een plattegrond van een klas gemaakt worden

Hoe het werkt

  1. Je gaat naar de site van flippity.net en download de template voor de random name picker (rechtsboven)
  2. Dit downloaden doe je als een kopie naar je Google Drive, waarbij je de naam aanpast. Handig is om de file direct de naam van de betreffende klas te geven. Ik voeg hier ook direct een jaartal aan toe.
  3. Je vervangt de namen die in het template staan met de namen van de leerlingen van de betreffende klassen, dit is eenvoudig via kopiëren en plakken te doen of door de namen eenmalig in te typen.
  4. Om de aangepaste lijst online te kunnen gaan gebruiken moet je hem publiceren naar het internet, deze optie is te vinden onder de functie bestand in de Google sheet.
  5. Er wordt een unieke url aangemaakt voor deze sheet en deze url kopieer je naar het tweede blad van de Google sheet. Er is op dit tweede blad een specifiek vakje zichtbaar waarin je dit kunt doen.
  6. Er wordt een nieuwe link gecreëerd en deze link leidt naar flippity.net waar je nu dus online jouw klas kunt gaan indelen in groepjes.
  7. Je kunt dit eenmalig doen voor al je klassen en hebt er de rest van het jaar plezier van!

Een hele duidelijke Nederlanstalige video met stap voor stap uitleg hoe je de random name picker van flippity.net kunt gebruiken is gemaakt door Trendmatcher Willem Karssenberg en is hier terug te vinden.

Flippity net random name picker voorbeeldklas 2015-08-13_0929

Ik ga komend schooljaar aan negen klassen lesgeven en, zodra ik de namenlijst heb, ga ik dus negen keer bovenstaande uitvoeren. Dit gaat mij negen links opleveren naar flippity.net, die ik bij elkaar ga bewaren in een apart Google Formulier om ze snel te kunnen terugvinden. (Mijn eigen links zal ik overigens ook plaatsen op een Symbaloo pagina, mijn favoriete manier om links overzichtelijk bijeen te houden.) Ik zal de links gaan delen met collega’s die deze zelfde klassen ook lesgeven en die hierin interesse hebben. Ik zal mijn collega’s ook voorstellen een Google Formulier te maken met de links voor alle klassen van onze school. Ik ga proberen om in de eerste weken van het nieuwe schooljaar een moment te vinden om een en ander kort te introduceren bij geïnteresseerde collega’s middels een korte demonstratie.

Ik denk dat random name picker van flippity.net heel handig gaat zijn voor mijzelf, voor mijn collega’s en voor iedereen in het onderwijs die de mogelijkheid heeft om met Google Apps te werken. Snel en eenvoudig groepjes maken die live zijn aan te passen en makkelijk te delen, wie wil dat niet?

Update:
Inmiddels hebben een aantal collega’s aangesloten en hebben we bijna alle onderbouw klassen met zijn allen ingevoerd. Ongetwijfeld volgen de paar ontbrekende klassen snel:
De Symbaloo webmix pagina is hier te vinden.

Groepjesmaker symbaloo 2015-08-25_1836


Wat zie jij? #blimageNL

augustus 11, 2015

foto regenboog CMEcTVAWEAA9-Rt

Wat zie jij?

De regen of de boog?

De afzonderlijke kleuren of de vorm?

De lucht of de bomen?

Of zie jij ze allebei?

Voel je wat je ziet?

foto ondergaande zon CMEtnzoWEAEJXV2

Wat zie jij?

De ondergaande zon of de komende nacht?

Het licht of de huizen?

De kleuren of het zwart?

Of zie jij ze allebei?

Voel je wat je ziet?

 

Wat zie jij?

Het lesjaar dat verschijnt of de vakantie die verdwijnt?

Het werk dat gaat moeten of het werk dat gaat mogen?

De collega’s die alsmaar zeuren of de collega’s die elkaar opbeuren?

Of zie je ze allebei?

Voel je wat je ziet?

 

Wat zie jij?

Een lokaal vol herriemakers of een lokaal vol vrolijkheid?

De leerling die zich laat horen of die ene stille?

Leerlingen die stil zijn als jij praat of leerlingen die luisteren?

Of zie je ze allebei?

Voel je wat je ziet?

 

De foto’s zijn van Jasper Bloemsma. De uitdaging was van Petra Holstein.

 


Rapportcijfers geven, werkt dat?

augustus 9, 2015

Blogpost Rapportcijfers good-grades-report-card-447423Op de blog van onderwijskunde in Utrecht staan de resultaten samengevat van een interessant Nederlands onderzoek dat is gedaan naar het effect dat cijfers hebben op leerlingen van de brugklas: Rapportcijfers geven, werkt dat? Er is in het onderzoek gekeken naar de emoties die cijfers opleveren en naar de betrokkenheid bij school als mogelijk gevolg hiervan.

Kort, een aantal resultaten, zoals door Jeroen Janssen samengevat in de blogpost:

  • Dalende betrokkenheid: Gedurende het brugklas jaar daalde de emotionele en gedragsmatige betrokkenheid bij school van de deelnemende leerlingen. Deze is voor emotionele betrokkenheid sterker voor jongens dan voor meisjes.
  • Rapportcijfers voorspellen betrokkenheid: Leerlingen die hogere rapportcijfers halen op meetmoment twee ervaren ook hogere emotionele en gedragsmatige betrokkenheid op meetmoment drie.
  • Emotionele reacties mediëren de relatie tussen rapportcijfers en betrokkenheid: Leerlingen die hogere rapportcijfers halen, ervaren meer positieve emoties naar aanleiding van hun rapport; deze positieve emoties voorspellen op hun beurt de emotionele en gedragsmatige betrokkenheid van leerlingen.
  • Perceptie van de prestaties van klasgenoten doet ertoe: Het indirecte effect van rapportcijfers, via negatieve emoties, op emotionele betrokkenheid bij school is sterker wanneer leerlingen inschatten dat hun klasgenoten hogere rapportcijfers halen.
  • Sekseverschillen: Meisjes haalden hogere rapportcijfers dan jongens. Meisjes ervoeren minder negatieve emotionele reacties naar aanleiding van hun rapportcijfers. Het indirecte effect van rapportcijfers, via negatieve emoties, op emotionele betrokkenheid is sterker voor jongens. Jongens reageren dus sterker op slechte cijfers dan meisjes.

De resultaten van het onderzoek sluiten aan bij het bestaande beeld dat cijfers een gevolg zijn van de betrokkenheid bij school en geven aan dat zij hier ook voorspellers van zouden kunnen zijn. Opvallend zijn de dalende betrokkenheid bij alle leerlingen in de brugklas en de verschillen tussen meisjes en jongens.

Op twee opmerkingen die de auteurs maken in hun artikel wil ik graag even wat dieper ingaan.

De vraag of scholen nu moeten stoppen met het geven van toets- en rapportcijfers wordt door de auteurs beantwoord met ‘nee’, met als reden: “Grades can provide vital information to teachers, students, and parents and can be used to enhance both teaching and learning”.

Hierover kun je van mening verschillen. Het testen van de kennis en vaardigheden van leerlingen geeft informatie aan leerling en docent en kan door beiden gebruikt worden om gerichter te werken. Dit wil echter niet zeggen dat hier direct cijfers aan gekoppeld moeten worden, op een manier zoals die nu gebruikelijk is in brugklassen. Het cijfer zelf is een relatieve maat en geeft geen inzicht in waar kennis of vaardigheden onvoldoende aanwezig zijn, hoe dit eventueel te verbeteren en zeker niet of en in hoeverre verbetering haalbaar is voor een individuele leerling. De ene zeven is de andere niet.

De auteurs willen docenten, terecht, opmerkzaam maken op de negatieve gevolgen van het krijgen van slechte cijfers en doen een aanbeveling om dit effect zoveel mogelijk te beperken: “negative effects of grades may be prevented when teachers convey the message to their low-performing students that their difficulties are likely to be temporary and that when they exert more effort and use the right strategies they will be able to perform better“.

Hierover verschil ik van mening, om verschillende pedagogische en didactische redenen.

Harder werken als oplossing suggereren, zonder enige nuance, beschouw ik als “lui lesgeven”. Bij mij komt dan toch heel snel weer het beeld naar boven van de talendocent die zegt: “Woordjes leren kan iedereen”. Maar dat is niet zo. (Diezelfde talendocent die tijdens een cursus voor het docententeam zegt: “Ik kan gewoon niks met computers.” 😄). Het gebeurt helaas in de praktijk wel nog steeds regelmatig. Zeggen dat een leerling harder moet werken zonder te weten of hij/zij dit kan, zonder te weten hoe de leerling heeft gewerkt, zonder aan te geven hoe de leerling dit zou moeten doen. Zeggen dat een leerling harder moet werken zonder een verder individueel gesprek is vrijwel zinloos en mogelijk zelfs contra-productief. Misschien heeft een leerling zijn uiterste best gedaan en kan hij/zij niet harder werken, dan zal zo’n opmerking zeker geen positieve bijdrage leveren. Harder werken heeft weinig zin als dit betekent dat hetzelfde vaker gedaan gaat worden. Na dit drie keer gedaan te hebben nog drie keer het hele hoofdstuk doorlezen leidt niet tot betere beklijven.

Aangeven dat resultaten mogelijk beter zullen worden wanneer leerlingen de juiste strategie gaan gebruiken is een stap in de goede richting. Ook hier zal een docent echter meer moeten doen dan dit alleen benoemen om een, blijvend, effect te bereiken. De docent zal moeten weten welke strategie de leerling gebruikt heeft en of de leerling bekend is met andere beschikbare strategieën voor het vak of het onderdeel. Een docent moet in staat zijn de leerling te overtuigen dat een andere strategie mogelijk beter werkt. De basis voor verbetering ligt dus ook hier in het gesprek dat de docent met de leerling aangaat over de oorzaken van de behaalde resultaten en de mogelijkheden tot verbetering.

 

Het volledig onderzoek is terug te vinden op: Do Grades Shape Students’ School Engagement? The Psychological Consequences of Report Card Grades at the Beginning of Secondary School. Poorthuis, Astrid M. G.; Juvonen, Jaana; Thomaes, Sander; Denissen, Jaap J. A.; Orobio de Castro, Bram; van Aken, Marcel A. G. Journal of Educational Psychology. Advance online publication.

 


Pio, een mooie opname tool voor interviews

juli 28, 2015

Pio-Smart-recorder-iconMet een smartphone kun je heel gemakkelijk geluidsopnames maken van interviews of lezingen. Ik doe dat regelmatig maar loop dan tegen het probleem aan dat het omzetten van zo’n lange opname naar bruikbare, verwerkbare informatie best lastig en tijdrovend is.

Pio Smart Recorder app is een app voor iOS die dit een stuk gemakkelijker maakt. Je kunt hiermee namelijk tijdens de opname belangrijke momenten ‘taggen’, zodat je ze later makkelijk kunt terugvinden. Het werkt heel eenvoudig, tap om de start van een belangrijk moment te markeren en tap nog een keer om te eindigen. Na afloop kunnen de gemarkeerde segmenten worden beluisterd en voorzien worden van een naam en notities. Een dubbel tap zorgt ervoor dat er vijf seconden worden gemarkeerd. Ook na afloop van een opname kunnen achteraf nog segmenten gemarkeerd worden of bestaande markeringen worden aangepast.

Pio Smart Recorded schermafbeeldingen 2015-07-28_1122

Pio is ontwikkeld voor journalisten, zo kun je aan het begin onderwerp en info aangeven maar dit kun je ook gewoon overslaan, maar is zeker zo bruikbaar voor opnames van lezingen of eigen gedachten tijdens bijvoorbeeld een wandeling, het lezen van een boek of het kijken naar een film of documentaire.

In het onderwijs is Pio natuurlijk voor leerlingen een hele mooie tool als zij lessen opnemen of  bijvoorbeeld interviews afnemen voor een praktische opdracht.

Pio is gratis. Voor het versturen van opnames, of de gemarkeerde segmenten inclusief notities, naar een cloud opslag als Google Drive of Dropbox is een in-app aankoop van €0,99 nodig.

Bron: The Next Web

 


Dagmomentonderwijs 18 blaadjes

juli 21, 2015

IMG_1418

Aan het begin van dit kalenderjaar had ik een idee. Ik werd blij van mijn idee. Het idee was simpel. Elke dag zou ik een moment kiezen dat mij was opgevallen, dat mij het meest geraakt had, dat het best kon illustreren hoe onderwijs door een docent dagelijks ervaren wordt. Elke dag zou ik een tweet plaatsen met de hashtag #dagmomentonderwijs. Maandelijks zou ik deze tweets dan verzamelen op dit blog. Gewoon, om een beeld te schetsen. Dat was het plan. Een goed plan, vind ik nog steeds.

De #tweedestap is dan de uitvoering.

En daar gaan helaas zoveel mooie intenties…..

Het lukte mij niet om maandelijks de ‘dagelijks’ getweette #dagmomentonderwijs tweets te verzamelen in een blogpost. Het lukte mij niet om dagelijks een moment te kiezen om te plaatsen. Soms een paar dagen geen, soms meer op één dag. In het begin gaf mij dat het gevoel van valsspelen, maar ik wist mijzelf te overtuigen van het grotere belang en bleef mijn best doen.

Inmiddels is het vakantie. Ik heb tot vandaag geen blogpost geplaatst over #dagmomentonderwijs. Ik vind dat jammer. Dus ga ik daar wat aan doen.

“Wat ga jij doen in de vakantie?”

Waarschijnlijk de meest gestelde vraag tijdens de traditionele afsluitende bijeenkomsten op de meeste scholen.

Mijn antwoord omvat al jaren, naast het beschrijven van het land waar ik naar toe ga en de omstandigheden die ik daar hoop aan te treffen en de redenen hiervoor, het woord ‘opruimen’.

Dat is iets dat in mijn geval ‘moet’. Iets dat niet altijd lukt 😜. Gedurende het jaar máák ik liever dan dat ik opruim.

Nú ben ik wel bezig met ‘opruimen’, omdat het echt ‘moet’. Er is geen plaats meer voor nieuw, dus oud moet weg.

Bij het opruimen kwam ik dit #dagmomentonderwijs tegen. Het komt uit een tijd lang voor ik zo bewust als nu een blog schreef.  Het komt van twee leerlingen die ik heb lesgegeven op een school waar ik nu niet meer werk.

Het raakte mij toen ik het las. Voor de eerste keer. Voor de tweede keer. En nu weer.

Het is geschreven op 18 blaadjes.

“Hallo, Top (secret message)”

“Mnr Droog”

“Hoe gaat het”

“Met Uw honden?”

“Ik vind ze ranzig”

“maar ja”

“life sucks”

“I 💚 Science”

“you 💜 Annouk”

“dit was het”

“voor vandaag”

“TTYN (talk to you never)”

“J”

“U”

“L”

“I’

“A”

“!”

IMG_1419

 

 


9 manieren om te checken of je slim lesgeeft

juli 15, 2015

Hieronder volgt een lijstje met activiteiten die je als docent misschien doet. Een lijstje waarmee je zou kunnen nagaan of je slim lesgeeft. Het is niet direct een lijstje in de stijl van “10 effectieve strategieën van succesvolle docenten” of “10 stappen naar een betere docent”. Het is meer een checklist, waarmee je kunt zien of je op de goede weg bent. De lijst is niet volledig wetenschappelijk en analytisch, maar ook niet slechts retorisch en abstract. Het zit er ergens tussen in. Het is menselijk, het is efficiënt, het is haalbaar en vol te houden, het geeft plezier.

1. Je maakt veel kleine aanpassingen.

Aanpassingen aan de inhoud, de materialen, de snelheid, de manier van toetsen. Dit betekent niet dat je niet gepland hebt of dit slecht gedaan hebt, maar je doet dit als reactie op de dagelijkse praktijk. Je bent constant bezig met het formeel en informeel meten van voortgang en past aan waar nodig. Een parallel klas heeft door omstandigheden veel meer lesuitval. Alle lessen van een klas zijn geroosterd op de laatste uren van de dag. Zeven leerlingen van een klas zijn een week ziek. Een formatieve toets laat zien dat een onderdeel zeer slecht begrepen is. Eén klas scoort gemiddeld veel lager, of hoger. Het is een week lang extreem warm. Er is drie dagen lang geen internet verbinding. Er moet een toets in de toetsweek zijn.

2. Je geeft geen les, je ontwerpt.

Je kent de voor- en nadelen van projectgestuurd leren, ontwerpgestuurd leren, praktijkgestuurd leren en wat dies meer zij. Je weet dat vaardigheden aangeleerd en verloren kunnen worden, dat kennisoverdracht belangrijk is, dat de wijze van toetsen kan toevoegen of afbreken. Je bent vrijwel continu bezig met het schetsen van de manieren waarop je lessen eruit zouden kunnen gaan zien. Het ontwerpen van ervaringen die het begrip van de belangrijkste inhoud vergroten is voor een groot deel wat effectieve docenten doen.
Je weerstaat de verleiding om simpelweg uit te voeren wat er van bovenaf, door leiding, door het boek, door het curriculum is vastgelegd. Je bent in staat om te switchen tussen het macro- en het microniveau. Je herkent de fouten en inconsistenties en beslist vanuit pragmatische pedagogiek. Je ontwerpt en scherpt aan.

3. Je plant achterstevoren.

Je hebt een doel voor ogen. Een bepaald niveau dat je wilt halen, een bepaalde gewoonte of vaardigheid die je wilt inslijpen, een vorm van toetsen of meten. Dit doel kan objectief zijn, maar ook subjectief. Maar je ontwerp begint met het doel.

4. Je doet niet wat er gezegd wordt.

Op papier kunnen docenten die exact uitvoeren wat er van hen verlangd wordt prima docenten zijn. Maar doen dit beste docenten dit ook? Het lijkt er niet op. Dit wil niet zeggen dat je alles anders moet doen. Je hoeft niet opstandig te zijn. Je moet slim zijn. Je doet zoveel van wat er moet als kan, maar je doet vooral wat er nodig is.

5. Je bent een feedback machine.

Je weet wat nuttige feedback is en hoe deze te geven. Je weet hoe nuttige feedback aankomt bij leerlingen. De meeste van je toetsen zijn kort en verschaffen inzicht in wat de leerling begrijpt. Je geeft directe feedback, nog dezelfde les. Je maakt gebruikt van technologie om dit te vergemakkelijken. Je ontwerpt samenwerkende opdrachten zo dat leerlingen elkaar feedback geven. Je leert leerlingen feedback geven en ze de waarde hiervan appreciëren. Je geeft leerlingen continu en consistent feedback op een manier die zij begrijpen en kunnen toepassen. De feedback die je geeft verandert mee met de leerling.

6. Je prioriteert continu.

De belangrijkste doelen, de meest efficiënte manieren om gegevens te verzamelen, de meest efficiënte manier om toetsen te ontwerpen, de meest betrouwbare tools en apps, de meest flexibele manier om planningen te maken, enzovoorts. Het is natuurlijk onmogelijk om dit allemaal te doen. Instinctief doe je als eerste wat het meest belangrijke is.

7. Je verandert.

Niets wat je doet is perfect. Dit vraagt dus om verandering. Leerlingen veranderen door jouw activiteiten tijdens de lessen. Dit vraagt om aanpassingen. Je verandert en wordt beter in sommige dingen, je leert prioriteren, maar je vergeet ook een aantal goede dingen te blijven doen, omdat je een mens bent. Jouw vak is onderhevig aan nieuwe ontdekkingen, inzichten, trends en vooruitgang, die sneller gaan dan de aanpassingen in het curriculum of het boek kunnen bijhouden. De technologie verandert en maakt meer en anders mogelijk. De samenleving verandert, in zijn complexiteit en zijn wensen. Dit vraagt van jou een continue verandering.

8. Je ziet leerlingen individueel.

Beginnende docenten zien een lokaal, of rijen. Jij ziet leerlingen. Je hebt het overzicht en de rust en de ervaring.  Je ziet niet alleen leerlingen als leerlingen maar ook als mensen. Je ziet ze als individuen. Niet als groepjes ingedeeld naar niveau of interesse voor jouw vak. Je ziet wat elke leerling nodig heeft en welke materialen en leerweg hem het meeste kunnen helpen. Natuurlijk weet je dat je dit niet elke dag voor elke leerling kunt waarmaken. Maar je ziet het wel, omdat je leerlingen als individuen ziet.

9. Je leerlingen veranderen, allemaal.

Leerlingen nemen steeds meer verantwoording. Stellen steeds consequenter steeds betere vragen. Bekritiseren plannen. Tonen interesse buiten de gebruikelijke stof. Hebben schik in wat zij doen, zowel inhoudelijk als de wijze waarop. De veranderingen zijn verschillend van grootte en vorm, afhankelijk van de leeftijd, het onderwerp, de startsituatie. De veranderingen zijn niet te standaardiseren.

Slimmer lesgeven zorgt voor leerervaringen die bij alle leerlingen tot veranderingen leiden, niet alleen bij de leerlingen die zonder jou ook gegroeid zouden zijn. Slimmer lesgeven eindigt met de leerlingen en hun groei als mens.

De echte maat of je slim lesgeeft is dan ook of het tot slim leren leidt voor al jouw leerlingen.

 

Bron: Teachthought, Smarter Teaching: 10 Ways You’ll Know You’re Doing It Right


Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 4.381 andere volgers

%d bloggers op de volgende wijze: