Om stil van te worden en om het uit te schreeuwen

december 4, 2016

MeetUp010 logo cropped-SCN_0015-websiteIk ben bezig met de agenda van MeetUp010 en kijk even terug en vooruit. En ik word er stil van. En ik wil het uitschreeuwen.

Kijken jullie even mee?

MeetUp010 #11. 12-apr. Startende leraren.
InHolland.

MeetUp010 #10. 19-jan. Het prachtige risico van kunst, over creativiteit in het onderwijs. Inschrijven.
Grafisch Lyceum.

meetup010-10-logo-cy436wrxaaal2gf

MeetUp010 #9. 30-nov. Leren en lesgeven in de grote stad. Liveblog.
STC.

Intermezzo. 23-nov. The Afterparty. Op de zeepkist video’s.
Ver van Hier.

MeetUp010 #8. 21-sept. Maker Education.
RDM.

Intermezzo. 8-okt. FEEST, voor elk Rotterdams onderwijsbeest.

MeetUp010 #7. 23-jun. De drukpers van het onderwijs.
Pabo Thomas More.

MeetUp010 #6. 21-apr. Past het onderwijs?
Basisschool De Piloot.

MeetUp010 #5. 2-mrt. Laat mij leren.
Leeszaal West.

MeetUp010 #4. 6-jan. De klas is de wereld.
Gereformeerde Scholengemeenschap Randstad.

MeetUp010 #3. 19-nov. De staat van de leraar.
Basisschool De Globe.

MeetUp010 #2. 29-mei. MeetUp010 meets edcampNL.
RVC De Hef.

MeetUp010 #1. 19-mrt. De onderwijzer aan de macht.
Albeda College.

MeetUp010 is bezig met de organisatie van #10 en #11. In anderhalf jaar tijd heeft MeetUp010 #1 t/m #9 (mee)gemaakt. Elf zeer diverse onderwerpen, zo divers als het onderwijs en het leven van een leraar en een leerling. MeetUp010 zijn Rotterdamse leraren, uit PO, VO, MBO en HBO, die bijeenkomsten organiseren over onderwerpen die hen bezighouden. Onderwerpen waarvan zij denken dat anderen er ook mee bezig zijn en samenkomen waarde heeft. De bijeenkomsten zijn geweest op basisscholen, middelbare scholen, mbo’s, hbo’s, bibliotheken.

MeetUp010 heeft geen budget. We hebben wel dromen en lol.
We genieten van iedereen die ons helpt, met een lokatie, een hapje en een drankje.

MeetUp010 zijn ook alle mensen met een hart voor onderwijs die mee komen doen om te delen. Gratis en voor niks.  Maar het is niet voor niks. Het is voor onze leerlingen. Het is voor ons onderwijs. Het is voor onze toekomst.

MeetUp010 zijn ook alle mensen die komen luisteren en komen praten. MeetUp010 is niet van de polarisatie maar van het gesprek. Niet van het voor of het tegen, maar van het vooruit. MeetUp010 wil een voorbeeld zijn. MeetUp010 is blij al het moois dat gaat komen. Het kan.

MeetUp010 heeft geen plan van boven maar een hart van onderen.MeetUp010 logo cropped-SCN_0015-website

Ik word er stil van. En ik wil het uitschreeuwen.

 


Nakijkwerk helpt leerlingen lesstof beheersen

november 27, 2016

Interview Bionieuws 19 door Steijn van Schie.

Leerlingen die het nakijkwerk van de docent overnemen? Biologiedocent Frans Droog doet het met een speciale nakijkcommissie. ‘Leerlingen komen boven de stof te staan.’

‘Cijfers geven werkt niet. Op het moment dat leerlingen hun cijfer krijgen, houdt het leren op en zijn ze de stof zowat direct vergeten. Zelfs wanneer ze hun toets terugkrijgen en de fouten nakijken, ligt de focus op het verhogen van het cijfer en niet op een beter begrip van de stof’, vertelt Frans Droog, biologiedocent aan het Wolfert Lyceum in Bergschenhoek. ‘Ik ben daarom altijd op zoek naar andere manieren van toetsen.’

Het idee van een nakijkcommissie voor leerlingen van collegadocent Iris Driessen paste daarom precies in Droogs straatje. ‘Toen ik afgelopen zomer een tweet hierover van Iris voorbij zag komen, was ik direct geïnspireerd. Aangezien niet iedereen op Twitter zit, heb ik het idee uitgewerkt in een blog op mijn website in de hoop meer leraren te bereiken en aan het denken te zetten. En ik ben het natuurlijk meteen gaan doen met mijn eigen 4-vwo-klas.’

Nakijkcommissie
Het concept is simpel: leerlingen kijken elkaars toetsen na en geven feedback. ‘Het begint allemaal wanneer leerlingen de klas inkomen voor een toets waar ze allemaal voor hebben geleerd. Op dat moment kies ik zo’n vijf of zes leerlingen die de toets niet hoeven te maken, maar de nakijkcommissie vormen. Terwijl de anderen aan de slag gaan, maakt de commissie een nakijkmodel. Met andere woorden: ze moeten met elkaar tot overeenstemming komen wat de juiste antwoorden zijn, beslissen wanneer ze wel of niet iets goed rekenen, en bedenken of er nog alternatieve antwoorden mogelijk zijn. Op die manier bereiden ze zich voor op het echte nakijkwerk en denken ze op meta-niveau na over de leerstof.’

In een volgende les kijkt de nakijkcommissie alle toetsen na om vervolgens in een slotles de toets te bespreken. ‘Bij elk fout antwoord staat een toelichting van de commissie en krijgen de leerlingen de kans om met het boek erbij na te gaan of ze het eens zijn met het oordeel. Vervolgens kunnen ze klassikaal in discussie met de nakijkcommissie, waarbij ik mij als gespreksleider zoveel mogelijk op de achtergrond houd. Gedurende het jaar neemt iedereen uiteindelijk een keer deel aan de nakijkcommissie.’

Toetsmoment
Volgens Droog is het een briljante manier om lesstof effectiever te internaliseren. ‘De nakijkcommissie neemt haar taak bijzonder serieus; de leden willen het werk van hun medeleerlingen graag zo goed mogelijk beoordelen. Die krijgen er immers wel gewoon een cijfer voor. Bovendien zijn de leerlingen over een langere periode met de lesstof bezig: minstens drie lessen verspreidt over meerdere weken. Normaal gesproken is dat wel anders. Dan is er één toetsmoment en daarmee is de kous af. En de leerlingen leren dan doorgaans alleen voor het eindresultaat: het cijfer. Die focus op cijfers en waardering zit jammer genoeg ingebakken in het schoolsysteem en in onze maatschappij.’

Aangezien de leerlingen nog steeds een cijfer krijgen voor de toets valt het idee strikt genomen niet onder formatieve evaluatie, een toetsingsmethode waar geen cijfer aan te pas komt. ‘Alhoewel ik volledig formatief lesgeven ambieer, blijft dat lastig voor de bovenbouw’, zegt Droog. ‘Je zit als school toch vast aan de landelijke eisen van toetsing. Maar in de onderbouw zijn er veel meer mogelijkheden en probeer ik verschillende dingen uit.’

‘Een paar jaar geleden heb ik alle schoolboeken in de derde klas verbannen en ben ik fundamenteel anders les gaan geven’

Leerlingen hebben in de derde klas bij Droog inmiddels nauwelijks meer met cijfers te maken. ‘Een paar jaar geleden heb ik alle schoolboeken in de derde klas verbannen en ben ik fundamenteel anders les gaan geven. Ik probeer mijn leerlingen elke les een casus voor te leggen die grenst aan hun belevingswereld. Ze maken opdrachten die aan het einde van de les af moeten zijn en waar ze informatie over moeten opzoeken op internet. Terugvallen op lesstof uit een boek kan niet. Ondertussen kan ik live via Google Docs meekijken hoe het ze vergaat en of ze vragen hebben. Zo ja, dan kan ik naar de desbetreffende leerling toe om hem of haar te helpen. Ik doe bijna niets meer klassikaal. Pratende docenten vinden leerlingen maar niks.’

Toetsen doet Droog door korte digitale vragen voor te leggen, waar leerlingen niet voor hebben kunnen leren. ‘Op die manier zie ik snel en zonder consequentie voor de leerling hoe de voortgang is en waar de kennishiaten van de klas zitten, zowel op individueel als op klassikaal niveau. Daar pas ik dan mijn lessen en individuele aandacht op aan. Slechts een paar keer per jaar krijgen de leerlingen een cijfer, helaas op basis van een toets. Maar die worden doorgaans prima gemaakt, mede doordat ik precies weet hoe het ervoor staat met hun kennis en daarop inspeel. Zowel ouders als leerlingen zijn doorgaans tevreden over deze ietwat ongebruikelijke methode.’

In de bovenbouw blijft het voorlopig bij de nakijkcommissie, een methode die niet alleen voor leerlingen voordelig is. Droog: ‘Docenten hoeven minder tijd te besteden aan nakijken en kunnen een deel van die gewonnen tijd besteden aan leerlingen leren nakijken en feedback geven. Er ontstaat zo meer interactie tussen leerling en docent. Alle andere overgebleven tijd kan de docent besteden aan het verbeteren van zijn lessen of toetsen. Win-win-win dus.’

frans-droog-nakijkcommissie

Frans Droog vlak voor zijn vertrek naar het jaarlijkse Edubloggersdiner in Utrecht, waar de ongeveer vijftig bloggende Nederlandse docenten bij elkaar komen om ideeën uit te wisselen over onderwijs.


Tutorleren

november 20, 2016

Dalton uren VVV logo 2013-01-26_1045

Ik heb hier eerder over  geschreven: VVV-uren, Over verrassende VVV-uren, Leerlingen ruimte geven voor moois. Nu dus weer. Omdat ik dit alle leerlingen en leraren gun.

VVV-uren zijn: Verbetering of Verbreding of Verdieping.

VVV-uren zijn: niet standaard, niet elke leerling doet hetzelfde, geen gevulde vakken in een rooster of een lokaal.

VVV-uren zijn: leerzaam én leuk

VVV-uren zijn: vriendelijk, verrassend, vrolijk.

Vrijdag 4 november om 17.00 uur werd de inschrijving voor de VVV-uren van deze periode open gezet. Een vrijdagmiddag dus, het eind van een lesweek dus, het begin van een vrij weekend dus.

Van de 42 modules waar deze leerlingen uit konden kiezen zijn er 1o nieuw. Modules gemaakt door collega’s die meer kunnen dan vakken vullen en bereid zijn hun idee ook handen en voeten te geven.

Vrijdag 4 november om 17.01 uur waren er van de 42 beschikbare modules 17 vol.

Ik zat thuis en ik pinkte een traantje weg. (Jaja, overdreven en het zal wel maar het is gewoon waar.)

Een module waar ik in deze blog extra aandacht aan wil besteden is tutorleren. Leerlingen melden zich aan om andere leerlingen te helpen. Andere leerlingen melden zich aan omdat zij hulp zoeken. Zes weken lang gaan deze leerlingen elkaar een uur per week ontmoeten. En zij gaan leren.

Ik word er stil van.


Formatief toetsen is hot

november 15, 2016

hot-pepper-wallpaper-08853

Formatief toetsen is op het ogenblik in het onderwijs net zo hot als ‘differentiëren’ en ‘gepersonaliseerd leren’. Het wordt vaak genoemd als onderdeel van de weg daar naar toe. Formatief toetsen is daarmee ook een term die gekaapt dreigt te worden. Er is belangstelling voor, er is een behoefte aan, dus wordt de formatieve toets sticker steeds gemakkelijker geplakt. Formatieve toetsen zijn te waardevol voor echt leren om dit zomaar te laten gebeuren.

Daarom hier wat formatieve toetsen, of liever formatieve assessments, vooral wel doen en wat zij vooral niet doen.

formatieve-assessments-2016-11-15_2053

Bron: ncte.org (via Bas Trimbos)

 

 

 


De dronken docent

oktober 29, 2016

rode-rugzak-jack-wolfskin-moab-jam-30-rugzak-rood-8982

Janneke is een oud-leerling die afgelopen voorjaar geslaagd is voor haar vwo. Zij heeft besloten, “uiteraard” zoals ze dit zelf zegt, te gaan studeren, Technische Bedrijfskunde aan de TU in Eindhoven. Ze heeft dat studeren echter een jaartje uitgesteld om acht maanden naar Australie te gaan, onder andere om haar Engels te verbeteren. Janneke heeft dyslexie en heeft altijd hard moeten werken op het vwo om voldoendes voor haar talen te halen. Menige traan en zweetdruppel is er gevallen, maar gelukkig allen goed terecht gekomen. Voor de andere vakken werkte ze overigens ook hard, omdat ze graag wil leren. Janneke gaat 5 maanden werken aan haar Engelse taalvaardigheden via de organisatie Education First, waarvoor ze in Sydney zal zijn en wat ze zal afsluiten met een Cambridge Examen. Daarna zal zij, zoals ze dit zelf zegt, “her en der in Australie aan te treffen zijn, al backpackend met mijn rode rugzak’je’ “.

Janneke schrijft een blog over haar ervaringen. Ik lees haar blog, met heel veel plezier. In haar meest recente verhaal word ik met name genoemd. En de context waarin Janneke dit doet deed mij blozend glimlachen.

Zoals verteld in mijn vorige blog ben ik een level omhoog gegaan naar C1.1. Hier heb ik één dag intens van mogen genieten. Nieuw werkboek, geen andere klasgenoten, maar wel een nieuwe docente, of toch niet want ze moest een lecture moest geven. Nou ja, eigenlijk ook weer wel want de invaldocent had ik ook nog nooit gehad, maar goed, doet er niet zo zeer toe. Die avond kreeg ik een mailtje dat mijn vorige docent, Ankit, had aanbevolen om mij nog een level omhoog te plaatsen waardoor ik wat extra uitdaging zou hebben. Zo kon ik de volgende dag beginnen op level C1.3, nieuw werkboek, nieuwe klasgenoten, én een nieuwe leraar dit keer. Mijn leraar heet Onur, hij slaapt nagenoeg niet en is, zoals die zelf toegeeft, bijna altijd dronken. Zo vertelde hij nonchalant om half negen ’s ochtend dat hij aan een Irish koffie zat. Nu denk je natuurlijk, jeetje wat een rare bedoeling allemaal maar ik kan je vertellen, ik heb tot nu toe nog nooit zulke goede en leuke lessen gehad hier op school als nu! Hij begrijpt hoe hij ons bij de les houdt en hoe wij dingen leren, zonder dat wij door hebben dat we leren. Erg boeiend en de tijd vliegt voorbij! Hij moet me qua lesstijl een beetje aan meneer Droog, mijn biologie docent van de middelbare school, denken. Om enige boze reacties van mijn ex-biologiedocent te vermijden wil ik het woord ‘lesstijl’ even extra benadrukken. Ik probeer hier dus niet te zeggen dat u, meneer Droog, onder invloed van wat alcohol voor de klas staat.

 


Versterk de positie van de leraar vanuit het team

september 28, 2016

wat-heeft-het-onderwijs-nu-nodig-vinken-via-arjan-via-johan-oostermaj-crsf_3oxeaa_fdu

afbeelding van Hector Giacomelli, gevonden via Ilja Klink

Op zaterdag 17 september verscheen als opiniebijdrage in Trouw een oproep om meer ruimte en autonomie voor docenten. Maandag 26 september deed de Onderwijsraad een vergelijkbare oproep in haar advies Een ander perspectief op professionele ruimte in het onderwijs dat aan de Tweede Kamer gepresenteerd werd. Hieronder de tekst van het begeleidende persbericht van de Onderwijsraad. De oproep steunen kan via deze adhesiebetuiging.

Versterk de positie van de leraar vanuit het team

Het beleid dat de positie van de leraar moet versterken, richt zich te veel op de individuele leraar en er is een neiging om te veel van bovenaf op te leggen. Om de leraar meer zeggenschap te geven over het onderwijs dat hij geeft, moet de samenwerking in en met lerarenteams verbeteren. Dit stelt de raad in het advies Een ander perspectief op professionele ruimte in het onderwijs, dat vanmiddag gepresenteerd wordt aan de Tweede Kamer.  

Leraren vinden nog steeds dat de werkdruk in hun beroep te hoog is en dat ze te weinig zeggenschap hebben over hun werk. Het huidige overheidsbeleid gericht op het verbeteren van ‘professionele ruimte’ is te eenzijdig en helpt onvoldoende. De professionele kwaliteit en expertise van leraren scheppen én vereisen een ruimte die vrij is van invloed van de overheid en ook tot op zekere hoogte, van de hiërarchische (arbeids)relatie met het bevoegd gezag en de schoolleiding. Tegelijkertijd hebben leraren zélf ook een verantwoordelijkheid in het actief creëren en benutten van hun professionele ruimte. Deze ruimte is niet vrijblijvend, maar moet altijd bijdragen aan de onderwijskwaliteit.

Kijk breder naar professionele ruimte

De raad pleit voor een bredere kijk op professionele ruimte: het gaat niet alleen om het versterken van individuele kennis en vaardigheden van de leraar, maar ook om het verbeteren van de conditieswaaronder leraren werken. De raad spreekt daarom liever van ‘handelingsvermogen’. Het vermogen om te handelen wordt groter als drie zaken goed op elkaar zijn afgestemd: competenties (van leraren), structuur en cultuur (van/in de organisatie en daarbuiten).
Om het handelingsvermogen te vergroten, adviseert de raad meer en betere samenwerking in de lerarenteams. Dit vraagt vooral een bijdrage van de school. Scholen kunnen (materiële en immateriële) instrumenten voor teamontwikkeling inzetten om teamprestaties te bevorderen. De overheid kan op dit punt niets voorschrijven en heeft een faciliterende en stimulerende rol. Tot slot vraagt beter samenwerken in teams om specifieke kennis en vaardigheden waaraan de lerarenopleidingen meer aandacht kunnen besteden.

Zet de professional en het team centraal  

Vergroten van het handelingsvermogen vraagt een actievere rol van directeuren, teamleiders en leraren zelf. De raad adviseert om meer gebruik te maken van principes uit de sturingsfilosofie ‘professional governance’. Drijfveren en werkprocessen van leraren(teams) komen zo meer centraal te staan. Vanuit deze filosofie worden bijvoorbeeld de visie en doelen van de school bepaald mét en dóór het team. Een ander voorbeeld is dat de school meer gebruikmaakt van gedeeld leiderschap: in overleg met leraren taken en verantwoordelijkheden beleggen bij teams.


Geef docenten tijd en ruimte

september 19, 2016

wat-heeft-het-onderwijs-nu-nodig-vinken-via-arjan-via-johan-oostermaj-crsf_3oxeaa_fdu

afbeelding van Hector Giacomelli, gevonden via Ilja Klink

Zaterdag schreef ik hier over ‘Wat heeft het onderwijs NU nodig?,’ met een korte toelichting over het ontstaan van de betreffende oproep. Hieronder de bijbehorende volledige tekst zoals zij verscheen als opiniebijdrage in Trouw. Met opnieuw de vraag deze oproep te steunen door de volgende adhesiebetuiging in te vullen. Deel deze oproep met je collega’s en vraag ook hen te tekenen. Er zijn al zeer veel positieve reacties gekomen (de teller staat nu op ruim 1000), ook vanuit de politiek, maar met nog veel meer staan we nog veel sterker.

Trouw zaterdag 17 september 2016

Dinsdag presenteert het kabinet-Rutte II zijn laatste Miljoenennota. De algemene beschouwingen zullen een voorbode vormen van de aankomende verkiezingsdebatten. Zowel de coalitie als de oppositiepartijen hebben onderwijs hoog in het vaandel staan. In de verkiezingsprogramma’s herkennen we de utopische taal van het ministerie van OC&W. Vergezichten in beleidsstukken als ‘Onderwijs2032’ spreken over onderwijs dat ‘aardige, vaardige en waardige burgers’ moet opleveren. Wij leraren roepen de politiek op om nu eerst de randvoorwaarden op orde te maken.

Het ontbreekt ons in de eerste plaats nu al aan genoeg tijd om onze huidige taak goed te doen. In het basisonderwijs worden wij geacht om alles voor te bereiden en te verwerken in amper één uur voor en één uur na schooltijd. In het voortgezet onderwijs krijgen we per les van 50 minuten ongeveer 15 minuten voorbereidingstijd en 15 minuten om op te sparen voor het nakijken. In Nederland geven we per voltijdbaan simpelweg 20 procent meer les dan het Europees gemiddelde.

De Tweede Kamer nam in juni 2016 een motie aan om het aantal lesuren per week met 20 procent terug te brengen tot het Europees gemiddelde. Het is dus niet zo dat we dan in de voorhoede van Europa komen. Toch heeft de regering al ruim voor Prinsjesdag laten weten dat hier geen geld voor is. Beleidsmakers willen graag de onderwijsresultaten spiegelen aan voorbeeldlanden als Finland en Singapore. Maar daar is het aantal lessen per voltijdsbaan fors minder dan het Europees gemiddelde. De politiek gaat er vanuit dat het onderwijs beter wordt van vernieuwing. Geef ons de tijd die we nodig hebben om het onderwijs te verbeteren.

In Nederland is er een grote bestuurslaag in het onderwijs: het ministerie, de inspectie, sectorraden, besturen en een woud aan adviserende en beleidsbepalende stichtingen. Deze bestuurslaag overstelpt ons in het dagelijks werk met opgelegde bestuurlijke ‘onderwijsvisies’. Visies, geschreven door mensen die ver af staan van de werkvloer en menen het onderwijs te
verbeteren door ons die visies op te leggen. Behalve dat het niet productief is, kost het handenvol geld. Er is de afgelopen jaren een enorm gat ontstaan tussen hoeveel geld we per leerling per jaar aan onderwijs uitgeven en hoeveel daarvan op de werkvloer terechtkomt.

Het gebrek aan autonomie is daarmee het tweede verschil met de landen waaraan onze beleidsmakers zich zo graag spiegelen. Het is een onjuiste gedachte dat een grote bestuurlijke ‘kleilaag’ nodig is als controlemechanisme om het onderwijsniveau te bewaken. In de thuiszorg heeft Buurtzorg bewezen dat autonomie op de werkvloer werkt. Ook in het onderwijs is die omslag naar collectieve autonomie nodig: zeggenschap en vertrouwen voor de leraar, zodat we kunnen samenwerken, binnen en buiten school, aan beter onderwijs. Autonomie maakt het onderwijs beter en het beroep van leraar weer aantrekkelijk. Als leraren centraal staan en de professionele ruimte en het vertrouwen krijgen, kunnen we ons werk doen volgens de maatstaven van de beroepsgroep.
Ook de jaarlijkse perikelen rond de Centrale Eindexamens laten zien tot welke problemen het leidt als de politiek kiest voor bureaucratie in plaats van autonomie. Bij de rekentoets en bij de eindtoets in het basisonderwijs zien we vergelijkbare problemen. Daarbij staat de basisschooldocent onder druk door de toetsbatterij van het leerlingvolgsysteem.

Na de algemene beschouwingen begint de verkiezingstijd. Wij als docenten worden opgeroepen om gestalte te geven aan een betere toekomst voor onze kinderen. Ons antwoord is helder: ook wij willen meebouwen aan deze toekomst.We missen echter de oplossingen van de werkelijke problemen van nu. Geef ons ruimte en zeggenschap.

Frans van Haandel, docent wiskunde
Marjolein Zwik, leerkracht basisonderwijs

Steun bovenstaande oproep door de volgende adhesiebetuiging in te vullen. Deel deze oproep met je collega’s en vraag ook hen te tekenen.

De opiniebijdrage is van de volgende 22 leerkrachten en docenten:

Peter Althuizen, docent Klassieke Talen VO
Inge Braam, leerkracht PO
Liesbeth Breek, docent Frans VO
Martin Bootsma, leerkracht PO
Frans Droog, docent Biologie VO
Michelle van Dijk, docent Nederlands VO
Jelmer Evers, docent Geschiedenis VO
Steven Geurts, docent Biologie VO
Frans van Haandel, docent Wiskunde VO
Henk ter Haar, docent Nederlands VO
Ton van Haperen, docent Economie VO
Karin den Heijer, docent Wiskunde VO
Per-Ivar Kloen, docent biologie VO
Arnoud Kuipers, docent Nederlands VO
Wera de Lange, docent Duits, Maatschappij VO
Arjan van der Meij, docent Natuurkunde VO
Bart Ongering, docent Engels VO
Thijs Roovers, leerkracht PO
Jasper Rijpma, docent Geschiedenis VO
Mark van der Veen, docent PO
Dick van der Wateren, docent Natuurkunde VO
Marjolein Zwik, leerkracht PO


%d bloggers op de volgende wijze: