Personaliseren in de praktijk

januari 31, 2015

Er wordt binnen het onderwijs momenteel veel gesproken over ‘personaliseren’. Dit zou de richting moeten zijn die het onderwijs op zou moeten gaan. Maar dat valt nog niet mee om te organiseren.

Personaliseren kan op verschillende manieren worden opgevat.
1. Iedere leerling gaat op zijn eigen manier door dezelfde stof.
2. Niet iedere leerling krijgt dezelfde stof.

Een van de manieren om personaliseren op manier twee te organiseren is op hetzelfde moment in het rooster verschillende activiteiten aan te bieden, die niet langer klas- of vakgebonden zijn.

Kan dat? Ja, dat kan en het valt best wel mee om dit voor elkaar te krijgen.

Ik werk op het Wolfert Lyceum, een Daltonschool. Dit betekent o.a. dat er Daltonuren zijn, waarbij de leerling zelf kan kiezen bij welke vakdocent hij zich inschrijft. Deze uren staan in het rooster op het 4e of 5e lesuur en het aantal varieert per leerlaag van 4 tot 7 per week.
Op andere scholen bestaan soortgelijke constructies en die heten dan vaak iets in de trant van KWT (keuzewerktijd) of X-uren (waarbij X de naam van de school is).

Tijdens deze Daltonuren worden er op onze school sinds drie jaar naast de vaklessen ook een grote variatie aan verbredings- en verdiepingslessen aangeboden. En deze variatie wordt steeds groter. Steeds meer docenten bieden modules aan binnen het VVV-uren concept. VVV staat hierbij voor Verbreding – Verdieping- Verbetering. Wanneer het nodig is voor een leerling om zich voor een vak te verbeteren dan wordt hij hier door de mentor, de vakdocent of door zichzelf bij aangemeld. Is dit niet noodzakelijk dan mag hij kiezen uit het aangeboden pakket.

Voor deze periode, periode 3 in schooljaar 2014-2015, is er voor onze leerlingen een keuze uit 27 modules! Het totaal aantal ontwikkelde modules ligt inmiddels ruim boven de 50!
De leerlingen kunnen hun keuze maken via de beschrijvingen van de modules op de hiervoor speciaal aangemaakte website. Zij schrijven zich vervolgens in via de ELO binnen Magister.

Dit alles is mogelijk doordat collega’s op mijn school het eens zijn over het feit dat leren voor leerlingen niet altijd gevat kan worden in de standaardvakken. Het is mogelijk doordat zij bereid zijn al deze modules te ontwikkelen. Het is mogelijk doordat zij ervaren dat leerlingen iets leren dat niet aan een standaardvak is gebonden heel verrijkend is. Niet alleen voor de leerlingen, maar ook voor hen. Lesgeven wordt gewoon nog leuker!
Ik wil hen daarvoor ongelofelijk bedanken. En ik weet vrijwel zeker dat ik dat ook namens onze leerlingen mag doen. De weg naar wat we nu bereikt hebben was niet altijd even goed zichtbaar, en niet altijd voor iedereen even plezierig om af te leggen, maar dat het de goede weg is zijn we langzamerhand gaan voelen en zijn we inmiddels hartgrondig met elkaar eens.

 

 


Strak plannen goed gevoel blije gezichten

januari 26, 2015

61701_469683846432140_730217546_n

 

De afgelopen week was er bij ons op school toetsweek. Om helemaal accuraat te zijn, voor de bovenbouw begon de toetsweek al op de donderdag vóór de toetsweek. Zij hadden op dat moment al geen lessen meer, de onderbouw nog wel.

 

Voor mij als docent betekende dit het volgende:
De eerste donderdag: drie reguliere lesuren, een van mijn klassen een toets.
De eerste vrijdag: vijf reguliere lesuren, ik twee uur toets-surveillance, een van mijn klassen op dat moment een toets.
Maandag: zes lesuren toets-surveillance, geen toetsen
Dinsdag: geen surveillance, twee van mijn klassen ‘s middags een toets.
Woensdag: drie lesuren uur surveillance ‘s morgens, ‘s middags een van mijn klassen een toets.
Donderdag: twee lesuren surveillance, twee van mijn klassen een toets op dat moment een toets.
Vrijdag: twee lesuren surveillance ‘s morgens, ‘s middags een van mijn klassen een toets

Strak plannen

Wat ik dus vooraf had ingepland zodra bovenstaand schema bekend was:
De eerste donderdag: lesgeven, surveilleren, een toets nakijken.
De eerste vrijdag: lesgeven, surveilleren, een toets nakijken.
Maandag: surveilleren.
Dinsdag: naar school te rijden om toetsen op te halen, twee toetsen nakijken.
Woensdag: surveilleren, wachten op de gemaakte toets, een toets nakijken.
Donderdag: surveilleren, twee toetsen nakijken.
Vrijdag: surveilleren, wachten op de gemaakte toets, een toets nakijken.

Hoe het verliep:
Alle acht toetsen zijn nagekeken op de dag dat de toetsen werden gemaakt. Dit is zoals altijd horizontaal gedaan, waarbij regelmatig de volgorde van de toetsen is gewisseld.
Alle 185 cijfers zijn ingevoerd op de dag dat de toetsen waren gemaakt. Dit is allereerst gedaan in een excel file, om een analyse naar de kwaliteit van de vragen te kunnen maken, om de resultaten naar type vraag of onderwerp te kunnen onderverdelen en analyseren en om het effect van verschillende normeringen te kunnen zien. Na het bepalen of er aanpassingen nodig waren aan de vooraf vastgestelde normering zijn de cijfers vervolgens in het school administratieprogramma Magister ingevoerd.
In totaal heeft het nakijken en verwerken van de toetsen ongeveer 35 uur in beslag genomen.

Goed gevoel

Het heeft mij een goed gevoel gegeven dat het weer gelukt is de toetsen op de dag zelf te hebben nagekeken. Als docent vind ik dat je een voorbeeld moet vormen en dat dit een van de momenten is dat je dit kunt doen. Ik heb mij daarom al vroeg in mijn carriere als docent voorgenomen zoveel als maar enigszins mogelijk toetsen direct na te kijken en hiervoor dus vooraf al tijd voor in te plannen.

Het betekent wel dat de toetsweek een drukke week is en het lukt dan ook niet elke toetsweek om alle toetsen op de dag zelf na te kijken. Dit hangt natuurlijk ook mede af van de verdeling van de toetsen door de week en eventuele andere verplichtingen. Ik blijf daar wel naar streven en de volgende dag is voor mij echt de limiet.

Het goede gevoel dat ik krijg van de inspanningen om alle toetsen op dezelfde dag nog na te kijken lijkt wel op het goede gevoel dat ik vroeger kreeg van het trainen voor het rennen van een marathon (en nu van het trainen voor het wandelen van een marathon). Tijdens de inspanning is het niet altijd even plezierig maar de ervaring dat de beloning na afloop er zal zijn maakt het gemakkelijker de inspanning te blijven leveren.

Blije gezichten

De leerlingen die ik gedurende de week tegenkwam toonden blije gezichten, omdat zij het resultaat van hun inspanningen zo snel hadden gekregen. De cijfers terug krijgen op dezelfde dag ervaren zij als heel plezierig en als teken van een betrokken docent. Gelukkig konden verreweg de meesten ook blije gezichten tonen vanwege de behaalde resultaten. Deze blije gezichten zie ik voor mij als ik zit te zwoegen tijdens het nakijken en er even geen zin meer in heb.

Uitzondering

Normaal gesproken kijk ik toetsen horizontaal en wissel ik de volgorde regelmatig. Deze toetsweek heb ik één uitzondering gemaakt. Na afloop van de toets stond een leerling in de gang te huilen en zij werd getroost door haar vriendinnen. Ik vroeg of ik ergens mee kon helpen en het bleek dat zij ‘mijn’ toets ‘volledig verpest’ had, ze was ‘ineens alles vergeten’. Ik vertelde haar dat mijn ervaring mij vertelde dat dit wel zou blijken mee te vallen en vroeg haar naar een paar van haar antwoorden. Deze bleken goed, maar ze ‘had een hele hoop vragen niet gemaakt’.

Thuisgekomen heb ik haar toets als eerste volledig nagekeken en haar direct een mailtje gestuurd met het resultaat. Ik kreeg onmiddellijk een bedank mailtje terug. Dit gaf mij een goed gevoel en ik zag haar blije gezicht voor me. De volgende dag zag ik het blije gezicht echt voor me en kreeg ik een high-five. Zij straalde en ik werd verwarmd. Beide hadden we weer iets gedeeld en iets geleerd.

Wat er nu gaat gebeuren.

Het mooiste zou zijn als de toetsen DIRECT na afname besproken zouden kunnen worden. De leerlingen staan dan namelijk volledig OPEN. Dit is zeer duidelijk merkbaar in een toetsweek, waarbij na elke toets te horen is hoe de leerlingen op de gang intensief de al dan niet juiste antwoorden met elkaar uitwisselen. Wanneer je daar als docent toevallig zelf bij staat kun je daar een hoop feedback kwijt en zelf ook een hoop van leren. Helaas is dit directe bespreken in de opzet van een toetsweek niet mogelijk.

Komende week zullen alle toetsen met de leerlingen worden besproken. Dit gebeurt zowel inhoudelijk (wat zijn de goede antwoorden en waarom), als toets-technisch (waar zitten onduidelijkheden over formuleringen van vragen, hoe structureer je het best je antwoorden). Dit laatste is vooral bij de bovenbouw klassen in toenemende mate van belang. Zij hebben in toenemende mate richting het eindexamen te maken met voorgeschreven antwoordmodellen volgens welke zij beoordeeld dienen te worden (CITO). De toets-technische bespreking is voor de leerlingen ook belangrijk omdat het hen helpt bij het leren leren.

De leerlingen krijgen hun toetsen terug en gaan allereerst in twee-, drie- of viertallen op zoek naar de juiste antwoorden, de reden dat dit het goede antwoord is en de reden dat zij dit antwoord (nog) niet wisten. Indien zij vragen hebben over de vragen of antwoorden noteren zij deze. Tijdens deze eerste fase beantwoord ik (nog) geen inhoudelijke vragen.

Om dit proces te vergemakkelijken zijn de toetsen voorzien van een aantal korte feedback codes:
?  = wat bedoel je hiermee of weet je zeker dat het klopt wat daar staat
.  = docent heeft extra uitgebreid naar dit antwoord gekeken
~  = het antwoord zit in de goede richting maar de formulering is onvoldoende
S  = het stappenplan is niet of niet goed doorlopen
F  = gebruikte formules zijn niet vermeld
” ”  = dit antwoord is onvolledig of onduidelijk geformuleerd en zal een volgende keer niet meer goed gerekend worden
m1fymkpwhutl= bijzonder goed, zeer goed geformuleerd of zeer moeilijke vraag juist beantwoord

Vervolgens worden de juiste antwoorden op het bord geprojecteerd en kunnen de leerlingen deze vergelijken met wat zij zelf al dan niet gevonden hebben tijdens de eerste stap.

Hierna bespreek ik de antwoorden op een aantal vragen die mij tijdens het nakijken op een of andere wijze zijn opgevallen. Dit kan zijn doordat ze verrassend vaak foutief zijn beantwoord, waarbij ik de reden probeer te benoemen, of doordat zij uitermate geschikt zijn om het toets-technische onderdeel te belichten. Ik laat de leerlingen die deze vragen bijzonder goed hebben beantwoord hierbij hun antwoord oplezen.

Dan volgt het beantwoorden van de door leerlingen genoteerde vragen die nog zijn overgebleven. Dit volgt in essentie hetzelfde stramien, waarbij opnieuw de focus ligt op oorzaak en gevolg. Ik probeer de antwoorden op de vragen door andere leerlingen te laten geven, voor zover dit kan.

Als laatste kunnen leerlingen op de toets aangeven of zij denken dat een beoordeling van hun antwoord, na alle voorafgaande stappen, niet correct is of dat er mogelijk een fout in de puntentelling heeft plaatsgevonden. Afhankelijk van de hoeveelheid beschikbare tijd probeer ik dit nog tijdens de les te controleren. Dit lukt in de praktijk niet altijd.

Ik doe de bespreking van toetsen op deze manier om een aantal redenen.
Ik wil dat de leerlingen zoveel mogelijk leren van het bespreken.
Ik wil dat leerlingen (gaan) inzien dat je ook kunt leren na de toets. Het gaat er niet om wat je gisteren wist, het gaat er om wat je morgen weet.
Ik wil dat alle leerlingen aan bod komen en niet alleen de extroverten.
Ik wil dat leerlingen zich niet focussen op het cijfer alleen, hoewel dit natuurlijk wel ‘correct’ dient te zijn.

q10068img1

 


De Leerling Centraal

januari 24, 2015

Deze blogpost is geschreven voor de NOT 2015, als onderdeel van een serie blogposts waarin United4Education zichzelf voorstelt en laat zien hoe zij binnen duizend dagen de beweging naar werkelijk vernieuwend onderwijs onomkeerbaar in gang wil zetten door een gerichte en actieve aanpak gebaseerd op de transitiewetenschap.

Het transitiepad ‘De Leerling Centraal’ van United4Education richt zich op de invloed van de leerling op zijn eigen onderwijs. Wat en hoe willen leerlingen leren? Waar lopen zij tegenaan in de huidige organisatie van het onderwijs? Welke ideeën hebben zij om dit te veranderen? Hoe kan het proces om leerlingen meer invloed te geven vorm gegeven worden? Hoe kan er gebruik gemaakt worden van de expertise over leren die binnen de groep leerlingen aanwezig is?

Het transitiepad ‘De Leerling Centraal’ bestaat op dit moment uit 30 mensen uit alle niveau’s en geledingen van het onderwijs. Van PO tot HBO, van leerkracht tot directeur en ouder. De wens tot het werkelijk centraal stellen van de leerling wordt breed gedeeld.

Achtergrond

In veel schoolplannen staat het in een of andere vorm: ‘De leerling staat bij ons centraal’.

Maar hoe vaak is dit ook echt zo? De praktijk leert dat op dit moment vooral de organisatie centraal staat. Er zijn x vakken die een x aantal uren moeten worden gegeven. Er zijn x docenten die een x aantal uren lessen moeten verzorgen. Er is een rooster dat deze eisen samenbrengt om het x aantal lokalen zo efficiënt mogelijk te vullen. Op dit moment wordt lesgeven georganiseerd. Wij zouden graag leren organiseren.

Om de leerling werkelijk centraal te stellen is het nodig dat de leerling gehoord wordt. Leren gebeurt in de hoofden van leerlingen, dit maakt leerlingen hiermee ervaringsdeskundigen. Wat werkt? Wat werkt niet? Wat zou wel werken?

Werkwijze en stand van zaken

Het transitiepad is twee wegen ingeslagen. Als eerste zijn we begonnen met de initiatieven die er al bestaan om leerlingen inspraak te geven in hun eigen leren te verzamelen en zichtbaar te maken. Aanmelden van initiatieven kan door iedereen, via het volgende formulier, en wij roepen iedereen op dit vooral ook te doen. Deze initiatieven, alsmede alle activiteiten van het transitiepad ‘De Leerling Centraal’ zijn terug te vinden op de website die hiervoor is gestart.
Alle initiatieven zullen gegroepeerd worden en in subgroepen zullen we deze initiatieven gaan analyseren met als leidende vragen wat essentieel is voor succes en hoe wij wat werkt kunnen delen en versterken. Wij zullen hiervoor actief contact opnemen met deze initiatieven, waarbij we vooral direct contact zullen zoeken met de leerlingen zelf.

Het tweede pad dat we zijn ingeslagen is het een actief vervolg geven van een van de initiatieven die we zijn tegengekomen. De Quadraam scholengroep heeft leerlingen een kans gegeven een plan te maken om hun eigen lesdag samen te stellen en deze ook daadwerkelijk uit te voeren. De resultaten hiervan hebben zij gepresenteerd op de TEDxQ dag en zijn hier terug te zien. Wij zien dit als een fantastische manier om leerlingen een stem te geven en deze stem ook landelijk te delen. Wij streven er daarom naar voor 1 oktober een soortgelijke activiteit op 75 scholen te gaan laten uitvoeren. Dit zullen scholen zijn van alle niveaus, van PO tot HBO. De ervaringen van deze lesdagen zullen op 1 oktober worden gepresenteerd door de leerlingen zelf, tijdens een aantal regionale bijeenkomsten volgens het TEDx format. Tijdens de tweede grote jaarlijkse bijeenkomst van United4Education op 1 oktober zal hiervan live verslag worden gedaan.

Op 5 februari, tijdens de tweede introductiebijeenkomst van United4Education, op de HAS in Den Bosch, zullen er namens dit transitiepad natuurlijk leerlingen aanwezig zijn om onze plannen toe te lichten. Als je interesse hebt: aanmelden voor deze bijeenkomst kan via een mail aan aanmeldingen@united4education.org

United4Education op de NOT

United4Education zal op de NOT een aantal presentaties verzorgen en iedereen is van harte uitgenodigd om kennis te komen maken en van gedachten te wisselen.

Woensdag 28 januari.
10.15 – 11.00 uur. De Leerling Centraal. Harald Wiggers en Sandra Verbruggen.
12.15 – 13.00 uur. Agora, revolutionair nieuw leerconcept voor het VO. Omdat het anders moet en blijkt dat het anders kan. Sjef Drummen.

Donderdag 29 januari.
12.15 – 13.00 uur. De democratische school: ultieme leerlingparticipatie. Simone Haenen.

Zaterdag 31 januari.
10.15 – 11.00 uur. Faciliteren van onderwijstransitie – van iedereen langs dezelfde lat, naar iedereen tot volle bloei. Claire Boonstra.
12.15 – 13.00 uur. Onderwijsonderzoek: waardeloos? Hartger Wassink.


Verrassing!

januari 4, 2015

stickgirlWat is het belangrijkste dat leerlingen zouden moeten leren bij de ‘beta-vakken’?

Door Richard Feynman is dit ooit omschreven als een houding: ‘wetenschappelijke integriteit’. Het is de bereidheid om al het mogelijke te doen om te onderzoeken of jouw favoriete theorie, over wat dan ook, wel degelijk juist is. Wat dit precies betekent en hoe ver je precies moet gaan is niet te expliciteren, maar de hoop is dat leerlingen het oppakken door alle gegeven voorbeelden.

Deze houding aanleren is makkelijker gezegd dan gedaan.

Leerlingen, of wie dan ook, overtuigen dat zij het bij het verkeerde eind kunnen hebben is lastig, zwaar, vermoeiend. Het vereist activiteit om naar signalen te zoeken dat onze eigen veronderstellingen onjuist zijn. Een indruk is snel gevormd en beinvloedt de interpretatie van de feiten die pas daarna worden gepresenteerd.

Een signaal dat onze veronderstellingen wel eens onjuist zouden kunnen zijn is het gevoel van verrassing. Ons brein voorspelt continu wat we verwachten dat er gaat gebeuren. De meeste van ons zijn ons zijn zich hier de meest tijd niet van bewust. Totdat er iets onverwachts gebeurt! Verrassing!

Een afwijking van de standaard wordt graag ‘weg’ uitlegd, als uitzondering. Maar de uniekere kwaliteit om dit niet te doen leidt vaak tot goed onderzoek.

Leuk verhaal, maar wat moet je hiermee in het onderwijs, dacht ik.

Verrassing!

Laat leerlingen opschrijven:

  1. wanneer zij verrast zijn
  2. waarom zij verrast zijn
  3. wat dit vertelt over henzelf

Een docent, Charlie Toft , heeft dit een semester lang gedaan en zo meer dan 1000 momenten van verrassing verzameld. Dit leerde hem, en zijn leerlingen, o.a. het volgende over verrassingen en hun oorzaken:
– een fout die voorkomen had kunnen worden
– een verrassend goed of slecht resultaat

Verrassing: we waren te laat
Reden: we hadden op het schema gekeken maar naar de verkeerde tijd
Wat vertelt dit: zeker zijn van de informatie is noodzakelijk

Verrassing: ik dacht dat we het dansje dat we moesten instuderen erg moelijk was
Reden: omdat het nieuw was en ik er nog nooit van gehoord had
Wat vertelt dit: nieuwe dingen zijn niet per se moeilijk

Verrassing: ik was patat aan het bakken en niet naar mijn moeder geluisterd en ze werden helemaal zwart
Reden: ik dacht dat ik wel kon koken en frieten bakken leek me niet zo moeilijk
Wat vertelt dit: ik moet beter luisteren naar mijn moeder, als het over koken gaat

Na afloop van het semester vroeg Charlie Toft aan zijn leerlingen of het bijhouden van hun verrassingen hun gedrag in de toekomst zou beïnvloeden. Zeventig procent zei ja. Met als opvallendste opmerking voor mij: “ik heb het vaker mis dan ik denk, maar dat voel ik niet op dat moment, ik realiseer me het alleen later.”

Het lijkt mij een geweldig instrument.

Een lijst met verrassingen.
Ik ga dat dus doen.
Ik laat me graag verrassen.
Ik word graag tot nadenken aangezet.

En zo bedenk ik me dat het verhaal begon met ‘beta-vakken’ maar in elk vak, of beter gezegd in alles wat wij zo graag willen leren, is verrassing een welkome aanvulling en instrument.

Bronnen
– What a great idea: http://larryferlazzo.edublogs.org/2015/01/02/what-a-great-idea-surprise-journals-it-has-great-student-examples-too/
http://www.slate.com/articles/health_and_science/science/2015/01/surprise_journal_notice_the_unexpected_to_fight_confirmation_bias_for_science.1.html


Waarom en hoe ik kantel

november 25, 2014

Onze toekomst is onzeker.
De toekomst van ons onderwijs is onzeker.
Onzeker onderwijs kan ons helpen voorbereiden op een onzekere toekomst.

Momenteel wordt er, nog meer dan anders, gesproken over onderwijs en de ruimte die er aan het ontstaan is en al zou zijn om het anders in te richten. Die ruimte is in de praktijk vooralsnog erg beperkt. Ik zou die ruimte graag veel groter zien.

Ik omarm initiatieven die vanuit het onderwijs zelf worden ontplooid. Experts in het veld die zelf aan de slag gaan om het onderwijs te veranderen. Omdat zij zien dat het nodig is. Omdat zij voelen dat het goed is. Omdat zij durven te gaan geloven dat het kan.
De politiek heeft een verantwoordelijkheid jegens de samenleving om goed onderwijs mogelijk te maken. De politiek heeft ook een agenda die te kort is voor wat goed onderwijs behoeft. Elke vier jaar verandert er iets in de politiek. Dat is te vaak. Beloftes kunnen niet worden nagekomen. Ik zou graag meer vertrouwen zien in de experts. Niet die aan de zijkant, maar die in het midden. Leerkrachten en leerlingen.

LoesjeWaaromMoeilijkDoenAlsHetSamenKan-255x300

Het gaat niet om woorden., maar je moet ze wel gebruiken om iets te zeggen. Het gaat niet om kantelen, het gaat niet om excellentie, niet om 21e eeuwse vaardigheden, niet om tablets, niet om hypes, het gaat niet om mode-woorden. Ik heb een allergie voor mensen die een allergie hebben voor woorden en hierdoor de intenties en ideeën niet meer zien. Het gaat om onderwijs. Het gaat om onze toekomst. Het gaat om mensen. Ik zou graag meer ruimte zien voor onze experts.

Ik doe graag mee aan het helpen versnellen van de onvermijdelijke veranderingen in het onderwijs. Ik doe dit graag actief en niet alleen met woorden.

Ik ben bestuurslid van The Crowd, een vereniging van mensen in het onderwijs die de regie over hun eigen professionalisering in handen wil hebben. Zij leren van en met elkaar. Zij delen elkaar’s expertise. Leden van The Crowd organiseren zelf activiteiten, over iets waarin zij expert zijn en dat zij willen delen, of over iets dat zij wil leren en waarvoor zij een expert zoeken, binnen The Crowd of daarbuiten.logo_the-crowd.png

Ik ben een van de organisatoren van edcampNL. Een voorbeeld van een manier waarop binnen het onderwijs van en met elkaar geleerd kan worden zonder dat daar dure organisatoren, dure experts, dure lokaties, vooropgezette targets en fancy folders voor nodig zijn. Puur leren. Er wordt een dag geprikt en een locatie en wat er wordt geleerd door te delen wordt op die dag zelf pas duidelijk. En dat werkt!

EdcampNL logo open 2013-08-10_1924

Ik wil graag dit soort initiatieven onder het voetlicht brengen en ze zichtbaar maken. Ze verbinden en zo versterken. Eilanden van schoonheid samenbrengen zonder ze te vervuilen. Ondersteunen zonder te oordelen. Ik wil ruimte hebben en dus ruimte geven.

Daarom “kantel” ik. Doe je mee?

Bovenstaande is de voorlopige tekst van mijn bijdrage aan de site Nederland Kantelt die op 27 november het licht zal zien tijdens de presentatie van het boek “Verandering van Tijdperk: Nederland kantelt” van Jan Rotmans. Kantelen vindt plaats op verschillende gebieden in de samenleving en onderwijs is er daar één van. De vorm die het binnen onderwijs heeft genomen is United4Education. Dit is een groep mensen die alle prachtige initiatieven die er op dit moment leven binnen het onderwijs wil verzamelen, zichtbaar maken, verbinden en versterken met als doel de kritische massa te bereiken om de gewenste veranderingen ook verantwoordelijk te kunnen gaan uitvoeren. Binnen United4Education ben ik een van de verbinders van het transitiepad ‘De leerling centraal, altijd en overal’. Alle input is welkom!

t-kantelen


Geen School baart Education Design Lab

oktober 21, 2014

Er wordt veel geschreven over onderwijs. En ook over leerlingen, al is dat wel al heel wat minder.

Hier ook weer zo’n stukje. Over onderwijs en leerlingen.

Over leerlingen ruimte geven om mee te praten over hun onderwijs. En niet zomaar even in een klaslokaal of tijdens een mentor les of tijdens een verloren moment. Nee, gewoon een hele dag lang, of zelfs twee. Over wat er dan kan gebeuren. Over het moois dat dan kan gebeuren. Over het moois dat dan gebeurt.

Over mijn ervaringen, die van anderen kan ik niet delen. Over mijn beleving, die van anderen heb ik niet gevoeld. Wel geobserveerd. En dat was meer dan observeren met ogen en oren, dat was ook voelen.

Ik zal hier niet praten over het toeval en de oorzaken die deze ruimte deden ontstaan. Dat doet er niet meer toe. Later misschien weer wel, maar dan misschien elders, niet nu, niet hier.

Ik zal hier niet spreken over de tijd en moeite die het heeft gekost om het allemaal voor elkaar te krijgen. Dat doet er niet meer toe. En die tijd en moeite kun je ook gewoon een investering noemen. Dat doe ik dus gewoon.

Ik zal hier niet refereren aan de twijfels, die in het traject voorafgaand klonterend zand in de motor leken te gaan vormen. Die doen er niet meer toe. De motor liep, soms hortend en stotend, veel vaker als een tierelier.

Ik zal hier niet ingaan op de dingen die niet helemaal goed verliepen. Die doen er niet meer toe. Die doen er ECHT niet meer toe.

Wat ik wel HEEL GRAAG wil vertellen is het volgende. Het afgelopen schooljaar heb ik samen met een tiental leerlingen uit klas 3-VWO de laatste twee officiële  lesdagen mogen voorbereiden en vullen.

En dit betekende natuurlijk: GEEN SCHOOL!

Maar dan wel deze:

GeenSchool logo Startpagina2

GeenSchool motto 2014-09-28_1655

Zeven vrijwilligers van GeenSchool kwamen langs om het een en ander vorm te geven. Via een goed doordachte, mooie start in een kring in de aula werden de leerlingen opgeroepen na te denken over hoe zij hun eigen onderwijs zouden willen inrichten. Vervolgens, 90 leerlingen aan de slag in groepjes, begeleid door de mensen van GeenSchool en aantal van mijn collega’s van het Wolfert Lyceum.

Er kwam, natuurlijk, van alles naar voren en boven, sommige zaken wat vaker, andere uniek. Op grote vellen werden de ideeën en wensen verzameld en uiteindelijk via een centrale korte pitch aan elkaar toegelicht.

Leerlingen konden vervolgens kiezen aan welke idee zij meer tijd wilden gaan besteden. Of niet. Daarover later meer. Er zaten prachtige dingen tussen. Andere vakken, zelf docenten mogen kiezen, meer keuze, minder uitleg, minder opdrachten, meer praktijk, leren buiten het lokaal. Maar nu eerst over wat voor mij een hoogtepunt was. Een openbaring. Iets wat ook de mensen van GeenSchool niet eerder waren tegengekomen.

Eén groep had als centraal idee een opmerking die wij niet direct hadden verwacht:

wij willen het LEERRENDEMENT van de lessen VERHOGEN

Dus!

Amber was zeer opgetogen toen zij mij dit vertelde en ik werd er stil van. Wij voelden hetzelfde.

Na de pitches, en een welverdiende pauze, werd er door de leerlingen die hier affiniteit mee voelden vervolgens, onder de bezielende leiding van de mensen van GeenSchool, gewerkt aan het concreter vormgeven van dit idee. Wat werd hier precies mee bedoeld? Hoe krijg je dit in de praktijk voor elkaar?

Uit het overleg, door het mooie weer die dag, toevallig of niet, buiten de school, op het gras in de zon, ontstond er een lijst met wensen en een vorm.

En toen werd er iets geboren. Het:

Education Design Lab

Ik werd uitgenodigd, buiten op het gras, en mij werd verteld van deze geboorte. En mij werd gevraagd de ‘peetvader’ te zijn. De volwassen docent die het contact tussen leerlingen en schoolleiding zou kunnen vergemakkelijken. Ik zei natuurlijk ja.

Ik was trots op deze baby. En ik ben dat nog steeds. Ook al ben ik niet de vader of de moeder. Ook al is het dus niet mijn baby. Het is de baby van de leerlingen die ik mag lesgeven. Het is de baby van de leerlingen die de mensen gaan worden die ik graag zou willen zijn.

Er werden meteen spijkers met koppen geslagen en er werd een brief geschreven aan de schoolleiding. Een paar stukjes uit deze brief (arcering door mij):

Met het Education Design Lab (EDL) willen we graag opnieuw kijken naar de invulling en vorm van onderwijs op het Wolfert Lyceum met als doel het efficiënter, leuker en beter maken van ons onderwijs. Wij hebben vaak goede ideeën en merkten tijdens de projectdag dat we veel ideeën deelden. Omdat wij als leerlingen als geen ander weten waar de behoeften liggen, zouden we met het EDL de school en schoolleiding willen adviseren vanuit onze ervaring. Bijvoorbeeld wanneer er veranderingen worden doorgevoerd, maar ook gewoon om de docenten en schoolleiding up to date te houden. Zo willen we de schoolleiding en leerlingen samen brengen.

Ons team bestaat uit denkers en doeners, we vullen elkaar aan.  Naast ons eigen overleg zouden we maandelijks een overleg met schoolleiding willen, om ze op de hoogte stellen.

Omdat we vinden dat iedereen een stem moet hebben, maken we graag een e-mail adres aan voor input van andere leerlingen. We willen nu een pilot draaien voor het vierde leerjaar en dan kijken of het werkt. Dan zouden we het volgend jaar voor andere leerjaren kunnen invoeren.

De EDL is anders dan de leerlingenraad. Met de EDL houden we ons bezig met essentiële vraagstukken in onze school, gericht op de invulling en vormgeving van ons onderwijs. Wij kijken naar wat leerlingen boeit, bindt en bezig houdt, maar dan met het oog op leren.

Wij willen graag serieus kijken naar het onderwijs en actieplannen maken in overleg.

Ik werd zo blij en was zo trots toen ik dit las, het deed pijn. Maar dan wel een fijne pijn.

Hoe kun je zoiets nu niet aanmoedigen? Hoe kun je zoiets nu niet de ruimte geven die het verdient? Ik besloot direct alles te doen wat ik zou kunnen om deze leerlingen te ondersteunen. Dit verhaal plaatsen is een van die dingen.

wordt vervolgd…..

Hartstikke bedankt voor jullie onmisbare bijdrage! Mensen van GeenSchool:

Amber Passtoors: Alles kan. En als het niet kan, kan het anders.
James Smith: All Senses
Haaike Sachtler & Geert van ‘t Land
Pauline Nonnekes: New Shoes & Walter Nonnekes
Richard Pols

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Toetsen tijd tabelletje

oktober 21, 2014

 

edu

Afgelopen week was toetsen de activiteit waar ik, naast lesgeven, de meeste tijd aan heb mogen/moeten besteden.

Maandag heb ik twee toetsen afgenomen, beide digitaal. Eén via Edmodo en één via SMARTresponse.
Woensdag was er de tweede bijeenkomst van de cursus over RTTI toetsen, voorafgaand waaraan het nodige huiswerk mocht/moest worden gedaan.
Vrijdag heb ik drie toetsen afgenomen. Eén via Edmodo, één via SMARTresponse en één via papier.

Ik heb deze week veel geleerd. Over toetsen maken en toetsen afnemen.
Graag deel ik wat ik geleerd heb.

Ik heb naar de toetsen afgelopen week een klein onderzoekje gedaan.

De gegevens in een tabel:

Blogpost digitale toetsen tabel 2014-10-21_1242

Mijn tijdsbesparing  door digitaal te toetsen was deze week 12 uur, met analyse erbij 16 uur.

Ik kan ook zeggen:

door de tijdsbesparing door digitaal te toetsen heb ik tijd gecreëerd voor de analyse.

Ik geef aan 8 klassen les, dat zullen dit jaar dus ongeveer 48 toetsen gaan worden.

De tijdsbesparing door digitaal te toetsen zou hiermee……  per jaar 144 uur worden!

Dat is dus bijna…… vier weken!

Nu is de tijdsbesparing voor mij wel aardig :), maar het gaat natuurlijk om de leerlingen.
De leerlingen zien bij digitaal toetsen hun cijfer direct na de toets. Dat vinden zij plezierig.
De leerlingen zien direct wat zij goed hebben gedaan en wat zij nog niet goed hebben gedaan. Zij zijn in hun hoofd nog bezig met de toets, de stof, hun antwoorden. Ze staan open.
Ze staan open voor het goede antwoord. De docent kan dit direct laten zien en aangeven waarom dit het goede antwoord is.
De leerlingen krijgen direct feedback. De docent kan direct zien, zichtbaar maken en dus aangeven, waar algemene moeilijkheden zaten in de stof.
De leerling kan direct zien waar zijn specifieke problemen nog zitten. De docent kan deze benoemen, oorzaken aangeven en oplossingen bespreken.

Bij het een aantal dagen later retourneren en bespreken van een papieren toets is helaas alleen het cijfer zelf voor veel leerlingen nog van belang. Het hoofd staat niet meer open voor de informatie, het onderwerp of thema is ‘klaar’. Er wordt gezocht naar mogelijke fouten in het nakijken of er wordt een discussie gestart over de (on)juistheid van een gegeven antwoord. Niet om het antwoord te willen weten, maar om de punten die het misschien oplevert.

Digitaal toetsen kan niet altijd. Maar altijd als het kan dan doe ik het.

Students_taking_computerized_exam

 


Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 3.882 andere volgers

%d bloggers op de volgende wijze: