Stukkie wandelen

juni 25, 2019

 

Zaterdag 22 juni 2019 heb ik de Marathon rond Sneek en meer gewandeld. Dit was de 5e keer dat deze Marathon werd georganiseerd en de 5e keer dat ik deelnam. Ze waren allemaal bijzonder, steeds om een verschillende reden, deze dus ook.

Om dat plezierig te kunnen doen hebben we, zoals ook in de voorafgaande vier jaren, een huisje in de buurt gehuurd voor het weekend (Huisje bij de Molen deze keer) en zijn we daar vrijdagmiddag naar toe vertrokken. Gelukkig had ik in de middag geen verplichtingen op school en konden we lekker op tijd daar aanwezig zijn.

Na ons te hebben geïnstalleerd, begroet door twee lieve viervoeters waarvan die ene van ons helaas niet zoveel moest hebben, besloten we te gaan eten op een mooie plek, Rufus aan het water, onderdeel van de route van de Marathon. We gingen daar niet heen voor het lekkere eten, wel voor de mooie plek, midden tussen de weilanden, buiten aan het water de boten voorbij zien komend.

Op de terugweg naar ons huisje kwamen we langs Scharnegoutum en moesten daar over een brug over het water, niet ongewoon in Friesland. Daar stonden een paar mensen en ik bedacht me ineens waarom: Maarten!

We besloten te stoppen en zochten een plekje langs het water. Uit alle informatie via dat magische internet en die soms toch wel handige mobieltjes begrepen we dat het nog ongeveer twee uren zou duren voor Maarten! langs zou komen. Langzamerhand werd het steeds drukker, gezelliger, we kletsten een beetje met mensen met viervoeters, met mensen met kinderen, met kinderen. Maar vooral luisterden en keken we. We waren getuige van en maakten deel uit van een saamhorigheid die niet over te dragen is en niet te vangen is in woorden zoals ‘je had erbij moeten zijn’.

En toen kwam Maarten! voorbij.

Heel dicht voorbij.

Een bedrieglijk schijnbaar trage slag, armen hoog boven het water, het gezicht naar ons toe, mond open voor adem. Arm in, arm uit, adem in, adem uit.

Ik zal dat beeld nooit vergeten (foto genomen door mijn vrouw).

Boten voor hem en boten echter hem. Enthousiaste mensen in de boten die de enthousiaste mensen langs de kant toezwaaiden en terug. Die mensen in die boten deden het voor Maarten! en Maarten! deed het voor hen. Die mensen aan de kant deden het voor Maarten! en Maarten! deed het voor hen.

Om half zes vrijdagavond was hij vertrokken, rond zeven uur maandagavond zou hij finishen. Dat was het plan. Zou het dit jaar lukken?

Wij vertrokken, nadat we ieder ander de tijd en ruimte hadden gegeven om te vertrekken, naar ons huisje. Ik had moeite de slaap te pakken, onvoldoende moe, teveel prikkels.

Op zaterdag startte ik om 08.00 uur, in de eerste startgroep. Ik was minder voorbereid dan in de voorafgaande vier edities omdat ik te vaak domme beslissingen had genomen wanneer het ging om te gaan wandelen of iets anders te gaan doen wat op dat moment ook belangrijk leek. Dat tweede was ook vaak verleidelijker omdat dat zittend kon worden gedaan en er kon worden beargumenteerd dat het een groter belang diende. Mijn lijf was er niet klaar voor zoals eerder en mijn hoofd wist dat.

Normaliter maak ik van wandelen toch een soort wedstrijd, een uitdaging, hoewel dat niet zo zou hoeven of moeten, vind ik zelf. Het is schijnbaar toch hoe ik ben. Doelen stellen en halen.

Het doel nu was te finishen. Opgeven is nooit een optie. Dat was het ook nu niet, maar voor het eerst kwam het wel een paar keer in mij op. Steeds moest ik dus iets verzinnen om dat niet te gaan doen. Vaak was dat Maarten! die niet ver bij mij vandaan aan het zwemmen was. Dat wist ik, ik had hem gezien. Even zo vaak was dat de vrouw die met mijn viervoeter langs de kant stond en mij voorzag van water en energie in de vorm van bananen en evergreens en een kus.

Ik haalde de finish, had er langer over gedaan dan de eerste vier deelnames, zou me daar misschien trots over mogen voelen maar dat valt me zwaar.

Maarten! haalde de finish ook, twee dagen! later, glansrijk. Hij stapte uit het water en gaf helder antwoord op de hem gestelde vragen. Hij zwom bijna 5 keer de afstand die ik liep.

Waarom dit stukkie over wandelen?

Wanneer je 8 uur wandelt heb je tijd om te denken. Al een aantal jaar denk ik na over het volgende en dit jaar ga ik het mogelijk doen:

  1. Ik loop van mijn woonplaats naar mijn werkplaats, de afstand is 35 km
  2. Ik geef les, hoeveel  uren en aan wie weet ik nog niet, ik zal proberen er die dag iets over effecten van sporten in te betrekken (in de eerste versie van mijn rooster voor komend jaar is dit van 08.15 tot 16.45 uur)
  3. Ik loop terug van mijn werkplaats naar mijn woonplaats
  4. Dit alles binnen 24 uur, totaal dus 70 km wandelen en een nu nog onbekend aantal uren les geven
  5. Stap 1: start om 00.00 uur en arriveer om 07.00 uur
  6. Stap 2: ik geef les
  7. Stap 3: ik vertrek om 17.00 uur en arriveer om 00.00 uur

De voorwaarden en afspraken:

  1. Ik wil geld ophalen voor EduKans, om kinderen over de hele wereld de kans te geven om te leren (zie de video hieronder)
  2. Ik ga lopen wanneer er door of via mijn mentorklas of andere kinderen die ik lesgeef of collega’s of vrienden minstens € 1000 is verzameld
  3. Ik zal het verzamelde bedrag zelf verdubbelen (met een maximum van één maandsalaris 😜)
  4. De datum is vrijdag 4 oktober, Werelddierendag, de verjaardag van mijn vrouw en de dag van Sint Franciscus

PS1: ik kan zelf niet zwemmen

PS2: ik kreeg direct al hartverwarmende verzoeken hoe er gedoneerd kan worden. Daar had ik nog niet over nagedacht. Het kan naar rekeningnummer:

NL71 INGB 0678 8410 20, onder vermelding van WANDELEN

Betalen kan inmiddels ook via een open tikkie:

 Stukkie Wandelen Tikkie

PS3: Op verzoek zal ik hier regelmatig het opgehaalde bedrag met datum vermelden.

09  oktober: € 1813,25.

Dank je! Dank jullie!

Streefbedrag: € 1000,00 -> € 2000,00

De eerste € 1000,00 is behaald dus ook -> € 2000,00

PS4: Mij is gevraagd wat mijn maandsalaris is 😜:

€ 3323,71


Leraar zijn is een prachtberoep

december 15, 2018

Ik heb afgelopen week weer genoten van mijn baan als leraar. Genoten van de interacties tijdens de lessen, de vragen, de verhalen van de kinderen zo even tussendoor. Ik heb genoten van de schitterende presentaties van de Profielwerkstukken aan de ouders. Genoten van de kwaliteit en diepgang die zij toonden en de trots in de blikken van de ouders. Ik heb gelachen met de kinderen, wij hebben elkaar weer een beetje meer gezien via flauwe grappen en kleine woordjes hier en daar.

Leraar zijn is een #prachtberoep. 

Ruim twee jaar geleden schreef ik hier over positief schrijven onder onderwijs.

Goed nieuws is geen nieuws.

Nuances leveren geen headlines.

Wanneer het onderwijs in het nieuws komt is dit ‘dus’ meestal negatief.

Twee weken geleden kreeg ik onder die post de vraag hoe het ermee stond, dat positief schrijven over onderwijs plan.

Beste Frans,

Mede na het zien van het item over bedreigde leraren / docenten in De wereld draait door van woensdag 28 november is bij mij het positieve vuur ontwaakt! Het moet een keer afgelopen zijn met de negatieve beeldvorming van (werken in) het onderwijs. Ik heb gisteren de redactie van De wereld draait door een uitnodiging gestuurd om bij hen aan tafel de komen zitten om een realistisch positief beeld van (werken in) het onderwijs neer te zetten. Tot op heden geen reactie. Wel heb ik van het plaatselijke Rotterdamse huis aan huis blad de toezegging dat ik op reguliere basis een positief verhaal over het Rotterdamse onderwijs mag schrijven.

Wat is de huidige status van dit item “positief schrijven over onderwijs” en kunnen wij daar samen misschien iets in betekenen?

Annemieke van Dillen

Die vraag kon ik niet direct beantwoorden.

Hoi Annemieke,

Ik weet niet wat de status is.
Ik kan slechts persoonlijk het positieve blijven benadrukken op een voor mij realistische manier.

Wat iedereen daarin kan betekenen is hetzelfde doen en blijven doen en opnieuw doen. Onverbiddelijke oprechte aardigheid.

Wat iedereen kan doen is even wachten met het reageren als de emotie hoog is en de formulering niet opbouwend.

Wat iedereen kan doen is wat er mooi is delen. Wat er fijn voelt delen. Wat doet glimlachen delen. Hoe ‘klein’ ook.

Ik zal deze post nogmaals delen. Ik hoop dat velen ons volgen door het delen van een like te voorzien, liefst met een eigen commentaar, van en retweet te voorzien van een eigen woordje, of veel liever nog een eigen verhaal.

Mocht er iemand iets willen schrijven en geen blog hebben: ik plaats het graag.

Met hartelijke groet,
Frans

Hieronder een stuk uit De Havenloods met de oproep van Annemieke. Ik deel het stuk graag.

Annemieke vraagt mensen mooie verhalen over het onderwijs te delen

Rotterdam – Annemieke van Dillen is docent op Hogeschool Rotterdam en actief in Broedplaats010. Ze heeft genoeg van de negatieve berichten over het onderwijs en stuurde deze oproep naar De Havenloods.

‘Woensdagavond 28 november ontwaakte het vuur in mij en nam ik het volgende besluit: Het imago van (werken in) het onderwijs moet echt verbeteren! In een item van DWDD werd (werken in) het onderwijs negatief neergezet. Het item was een reactie op de opening van het NOS-journaal ‘een kwart van de docenten is slachtoffer van geweld door leerlingen’. DWDD deed er nog een schepje bovenop. Twee MBO-leraren vertelde laconiek over hun eigen ervaringen met verbaal en fysiek geweld. Hun reactie vond ik volkomen misplaatst. Bovendien begrijp ik niet dat zij vergeten zijn om ook de mooie kanten van (werken in) het onderwijs te benoemen. Zelf werk ik al jarenlang als docent. Werken in het onderwijs (lees; medeverantwoordelijk zijn voor de ontwikkeling van jongeren) is een van de mooiste en meest zinvolle beroepen die je kan uitoefenen. Waarin iedere dag hele mooie en waardevolle dingen gebeuren. Deze worden naar mijn mening onvoldoende belicht in de media. Met dit artikel doe ik een oproep aan alle lezers van De Havenloods om positieve ervaringen te delen. Met elkaar kunnen wij ervoor zorgen dat het imago van het onderwijs realistisch positief wordt!’

Je kunt positieve verhalen delen via de Facebookpagina ‘Onderwijs010 positief zien’ en natuurlijk bij De Havenloods via redactie.hl@persgroep.nl of op onze facebookpagina.

 


Flash Forward: 5 minuten de toekomst in

november 30, 2018

Wat is het dat jij wilt dat jouw leerlingen zich nog herinneren, nog weten, nog kunnen?

Een vraag waar je misschien wel eens even aan denkt maar waarover je zelden of nooit de tijd neemt om werkelijk over na te denken.

Het is een essentiële vraag, een vraag die je ook aan je leerlingen kunt stellen.

Wat is het jij wilt dat jij je nog herinnert, nog weet, nog kan?

Hoe vaak je ook reflecteert over wat je wil dat leerlingen leren en onthouden je vraagt het nooit aan de leerlingen. Waarom hen ook niet de kans geven hierover na te denken en hierover een antwoord te formuleren?

Je kunt dit omzetten in een activiteit in de klas. Aan het eind van een periode stel je leerlingen eens deze vraag:

Flash Forward: Wat wil jij nog weten?

Nu je dit onderwerp hebt gevolgd wat is nu het belangrijkste dat je over 10 jaar nog wilt weten (en waarom)?

Je kunt je leerlingen vragen naar één ding of naar een paar (met een maximum van 5 bijvoorbeeld) en de tijdseenheid aanpassen naar elke hoeveelheid die jij passend vindt (één jaar, vijf jaar, twintig jaar?).

Flash Forward heeft een aantal voordelen voor jouw leerlingen.

  • Zij zijn bezig met Retrieval Practice. Door specifiek naar één ding te zoeken in hun geheugen zullen ze dit nog beter gaan onthouden.
  • Zij zijn bezig met Spacing. Ze moeten het gehele onderwerp terughalen uit hun geheugen en het langslopen.
  • Zij zijn bezig met Metacognitie. Ze reflecteren op wat ze nog weten en ook op wat ze zijn vergeten.

Flash Forward heeft een aantal voordelen voor jou als leraar.

  • Je bouwt (verder) aan een ondersteunde cultuur in de klas rondom het proces van leren
  • Je krijgt feedback over de onderdelen die voor de leerlingen het meest waardevol blijken
  • Je genereert tijd voor zelf-reflectie en inspiratie voor de volgende periode of het volgende jaar

Gebruik Flash Forward, al is het maar voor 5 minuten. Het kan in elke klas, op elke niveau worden gebruikt. Laat leerlingen je verrassen met hun inzichten. Tijdens de discussie zullen leerlingen elkaar herinneren aan andere onderdelen of aan verbanden met andere onderwerpen. Zij zullen actief bezig en mogelijk zelfs jou de vraag stellen. Wat is jouw Flash Forward? Heb jij je antwoord dan/al klaar?

Update: hoe kun je Flash Forward nog effectiever inzetten?

Door leerlingen te laten delen.

  1. Leerlingen denken na over of schrijven hun Flash Forward op
  2. Leerlingen gaan tegenover elkaar staan of zitten
  3. Leerlingen delen hun Flash Forward
  4. Leerlingen schuiven een plaats op en delen opnieuw hun Flash Forward
  5. Leerlingen nemen deel aan een gezamenlijke discussie in de klas over de genoemde thema’s en de reacties hierop

Een waardevolle toevoeging aan de originele vraag is de leerlingen nog twee vragen te stellen.

  1. Hoe ga jij je dat ene ding herinneren?
  2. Wat ga je doen om te zorgen dat je het niet vergeet?

Bron: Retrieval Practice: flash-forward-what-do-you-want-to-remember-10-years-from-now

 


Drie redenen om niet bang te zijn ‘desirable difficulties’ te gebruiken

november 4, 2018

Ja, retrieval practice, spacing en feedback kunnen mogelijk ‘intimiderend’ overkomen. Dat mag echter geen reden zijn ze niet te gebruiken.

Wanneer het over leren gaat leiden eenvoudige strategieën tot korte-termijn leren. Langzamere, meer-eisende strategieën leiden tot lange-termijn leren.

‘Desirable difficulties’ (gewenste moeilijkheden), zoals retrieval practice, spacing en feedback  dagen uit tot leren en dat is goed!

Wees dus niet bang om ze te gebruiken! Hier zijn drie redenen waarom niet.

1. We gebruiken ze al in ons klaslokaal.
Uit het geheugen terug laten halen wat leerlingen al weten, dit verspreidt over de tijd doen, feedback geven, het gaat als vanzelf, zonder nadenken. Het zijn intuïtieve strategieën en daarom zijn ze eenvoudig en flexibel. Deze strategieën zijn niet nieuw en stevig ingebed in onderzoek dat aantoont dat zij een significant positief effect op leren hebben. Maar toch… doen we het wel zo vaak als we zouden willen? Haal het stof van je boeken en de twijfels uit je hoofd en gebruik deze strategieën die bewezen werken

2. Het is niet nodig meer tijd aan nakijken te besteden.
Gatver! Nakijken! Een vaak gevoelde noodzaak die meer pijn dan plezier brengt. Leiden retrieval practice, verspreiden over de tijd of feedback tot het toenemen van de tijd besteed aan nakijken? Nee! Integendeel, gebruik maken van deze strategieën op een zo cijfer-loze manier als mogelijk verlaagt het belang van een test en vergroot het leren. Er is geen reden om papier te verzamelen, punten toe te kennen of iets in een cijferprogramma in te vullen.

3. Je bespaart tijd in de klas, je verspilt het niet.
Leerlingen betrekken in een activiteit die slechts een paar minuten duurt haalt een paar nootjes uit een zak vol tijdens de les. Op de langere termijn levert dit ineens, alsof het magie is, een heerlijke chocolade reep vol nootjes. Bam! Met andere woorden, wanneer leerlingen betrokken actief zijn in een retrieval practice activiteit gedurende een paar minuten onthouden zij meer en langer en hoef jij als docent minder later opnieuw te laten leren. Daarvan kun je verzekerd zijn!
Bron: https://www.retrievalpractice.org/strategies/2018/10/31/halloween

Actief aan de slag met Retrieval Practice

september 8, 2018

Bij leren wordt vooral gedacht en gewerkt aan het zorgen dat informatie de hoofden van onze leerlingen inkomt. Minstens zo belangrijk natuurlijk is dat die informatie er ook weer uitkomt.

‘Retrieval practice’ is een leerstrategie die gericht is op het informatie ook uit de hoofden van onze leerlingen krijgen en zo het leren te versterken. Door zeer regelmatig actief informatie terug te roepen wordt het geheugen voor deze informatie versterkt en wordt vergeten verzwakt.

Retrieval practice is een veel onderzochte, aantoonbaar effectieve en eenvoudig uit te voeren manier van leren.

Hier is een voorbeeld van een zeer actieve retrieval strategie die gebruikt kan worden en die slechts een vijf- tot tiental minuten van de les in beslag neemt. Leerlingen reflecteren hier op hun metacognitie als klas, niet alleen individueel.

Actief aan.de slag met Retrieval practice via de Metacognitie Rij:

  1. Leerlingen verzamelen aan een kant van het klaslokaal. De leerkracht noemt een kernbegrip of concept en leerlingen proberen in stiltje de informatie die zij hierover bezitten terug te halen in hun hoofd.
  2. Leerlingen bepalen zelf hoe goed hun begrip is en verplaatsen zich naar een van de drie posities in het lokaal, waarbij zij tegelijkertijd een rij vormen. Zij baseren hun keuze op metacognitie en geven hun antwoord nog niet. De posities zijn gemarkeerd als ‘Zelfverzekerd teruggehaald’ aan een kant, ‘Soort van teruggehaald’ in het midden en ‘Kan het niet terughalen’ aan de andere kant. (De Engelse termen zijn: “Confidently Retrieve It”, “Kind of Retrieved It” en “Can’t Retrieve It”)
  3. Leerlingen bespreken met de leerling die het dichtst bij hen staat wat zij weten of denken te weten over het begrip of het concept, gedurende twee minuten.
  4. Leerlingen gaan vervolgens in contact met de leerling die zo ver mogelijk bij hem vandaan staat en delen, discussiëren, onderwijzen en leren, gedurende opnieuw twee minuten.
  5. De leraar vraagt vervolgens aan de leerlingen die de informatie in eerste instantie niet konden terughalen wat zij geleerd hebben en aan de leerlingen die de informatie zelfverzekerd terughaalden of hen overeenkomstige misvattingen zijn opgevallen.

De Metacognitie Rij werkt snel en zorgt ervoor dat leerlingen opstaan en bewegen. De Metacognitie Rij is bij alle niveau’s en alle onderwerpen te gebruiken en brengt Retrieval practice, Feedback en Metacognitie op een eenvoudige en plezierige manier de klas in.

Dus…, doe het gewoon ergens in de komende weken en betrek leerlingen actief bij Retrieval practice, in slechts een paar minuten van een les.

Ik ga het in elk geval doen deze komende week, bij een aantal van mijn klassen. We gaan actief aan de slag met leren.

Bron:
– Retrieval Practice – Try Metacognition Line Up for retrieval practice and peer feedback

PS: Een van de doelen voor dit schooljaar voor mijzelf is het hier delen van leerstrategieën waarvan aangetoond is dat zij een positief effect op leren hebben, met speciale aandacht hoe deze in de dagelijkse praktijk toe te passen. Weten wat werkt en hoe dit toe te passen in de klas. Deze post is de tweede in deze serie. De eerste was Hoe kun je leren versterken zelfs op de eerste dag van het schooljaar. Een uitgebreidere toelichting en een overzicht hoop ik later te schrijven.


Hoe kun je leren versterken, zelfs op de eerste dag van het schooljaar?

augustus 26, 2018

De scholen zijn alweer gestart of gaan weer starten en in de eerste uren, dagen en weken staat leraren weer een hoop te doen: relaties opbouwen, klassen vormen, materialen organiseren, programma’s afstemmen, zorgen dat de koffiepot gevuld blijft…

Ondanks dat is het mogelijk al vanaf het eerste dag een paar minuten retrieval practice in te voegen in de les. Geen planning en geen cijfers – gewoon alleen leren.

Bij leren wordt vooral gedacht en gewerkt aan het zorgen dat informatie de hoofden van onze leerlingen inkomt. Minstens zo belangrijk natuurlijk is dat die informatie er ook weer uitkomt.

‘Retrieval practice’ is een leerstrategie die gericht is op het informatie ook uit de hoofden van onze leerlingen krijgen en zo het leren te versterken. Door zeer regelmatig actief informatie terug te roepen wordt het geheugen voor deze informatie versterkt en wordt vergeten verzwakt.

Retrieval practice is een veel onderzochte, aantoonbaar effectieve en eenvoudig uit te voeren manier van leren.

Hier zijn drie voorbeelden van retrieval strategieën die al op de eerste dag van de lessen gebruikt kunnen worden en die slechts en paar minuten in beslag nemen.

  1. Twee Dingen. Vraag leerlingen zich twee dingen te herinneren van het afgelopen schooljaar, twee dingen die zij in de vakantie geleerd hebben, twee dingen die ze al weten over de stof van het komende schooljaar
  2. Geheugen Dumps. Laat leerlingen in een minuut alles opschrijven wat zij zich kunnen herinneren over een bepaald onderwerp of al weten van een onderwerp dat dit jaar nieuw gaat zijn. In een biologie klas kan dit bijvoorbeeld zijn alles over voortplanting of evolutie.
  3. Warm Ups. Om kennis te maken zijn ijsbrekers prima maar Warm Ups beter. Leerlingen halen hun eigen informatie en ervaringen terug via grappige vragen die leiden tot een korte discussie of een stemming in de klas. Wat is je minst favoriete ijsje? Waar in de wereld zou je het liefst naar toe reizen en waarom? Zou je liever een zeilboot of een luchtballon hebben en waarom? Welk dier zou een goede muzikant zijn en waarom?

De discussie die volgt na deze activiteiten zorgt voor feedback, die zo belangrijk is voor het leren. Het is aangetoond dat het terughalen van informatie leren verbetert, zelfs voor gerelateerde informatie die niet direct zelf is teruggehaald.

Dus, doe het gewoon en betrek leerlingen direct vanaf dag een bij retrieval practice, in slechts een paar minuten.

Ik ga het in elk geval doen deze komende eerste week, bij al mijn klassen. Ik zal de Twee Dingen en de Geheugen Dumps gebruiken, de Warm Ups dus niet.

Bronnen:
– Retrieval Practice – One Minute
Retrieval Practice – Two Things
Retrieval Practice – Brain Dumps
Retrieval Practice – Warm Ups

PS: Een van de doelen voor dit schooljaar voor mijzelf is het hier delen van leerstrategieën waarvan aangetoond is dat zij een positief effect op leren hebben, met speciale aandacht hoe deze in de dagelijkse praktijk toe te passen. Weten wat werkt en hoe dit toe te passen in de klas. Deze post is de eerste in deze serie. Een uitgebreidere toelichting en een overzicht hoop ik later te schrijven.


Motiveren is te leren – recensie

juli 26, 2018

 

Motiveren is te leren, Uitgeverij SWP 2018, geschreven door Dirk van der Wulp, is een heel praktisch boek. De schrijver koppelt zijn eigen langjarige ervaringen als docent en mentor aan een grondige wetenschappelijke onderbouwing en beschrijft hoe je de motivatie van leerlingen bij hen kunt terugbrengen. Via concrete voorbeelden wordt getoond hoe de suggesties die de wetenschap biedt een plaats kunnen krijgen in de dagelijkse praktijk in de klas.

Het motiveren van leerlingen is een dagelijkse strijd voor veel mensen werkzaam in het onderwijs. Leerlingen willen wel leren maar niet altijd wat hen wordt aangeboden of op het moment dat het hen wordt aangeboden of hoe het hen wordt aangeboden. Er is voor veel leerlingen zoveel meer dat speelt in hun leven dat zij naar school gaan vooral als een verplichting ervaren die met zo min mogelijk inspanning ondergaan dient te worden.

In het boek wordt getoond dat het stellen van drie verhelderende vragen de motivatie van leerlingen kan aanwakkeren. Die vragen zijn terug te leiden op de wetenschap en komen in verschillende vormen aan bod in andere boeken over het geven van effectieve feedback. Wat wil je? Wat doe je al? Wat ga je doen om te komen waar je wilt komen? Deze vragen worden op drie niveau’s gesteld: taak, proces en zelfregulatie.

Het stellen van deze vragen alleen is nog niet genoeg wordt betoogd. Om ze werkelijk waardevol te kunnen maken is het nodig de leerlingen te laten voelen dat ze ook op school zeker een bepaalde mate van autonomie hebben en dat in verbondenheid haalbare doelen gesteld en bereikt kunnen worden. Om leerlingen werkelijk te motiveren is het nodig om in je didactiek hier zeer bewust mee om te gaan.

Het boek kent een hele duidelijke indeling, waarbij de eerste vier hoofdstukken gaan over de theorie en de onderzoeksresultaten die in meer of minder mate bruikbaar zijn om motivatie te vergroten: zelfdeterminatie, oplossingsgericht werken, feedback en groeimindset, In het vijfde hoofdstuk worden deze samengebracht. Elk hoofdstuk laat voorbeelden uit de praktijk zien en eindigt met een zeer bruikbare sectie ‘concreet in de klas’.

Bij het boek hoort ook de website motiveren is te leren met aanvullende materialen.

Bestellen
– bij de uitgever Uitgeverij SWP

Inhoudsopgave
1. De zelfdeterminatietheorie
2. Het oplossingsgericht werken
3. De kracht van feedback
4. Op weg naar een groeimindset
5. Eenheid in verscheidenheid, de integratie

Over de auteur
Dirk van der Wulp is 38 jaar biologiedocent geweest en 36 jaar klassenmentor. Hiernaast is hij 25 jaar actief geweest als schoolcounselor. Hij geeft trainingen Oplossingsgericht Werken en Excellent Gemotiveerd aan docenten, mentoren en leidinggevenden.


Agora Rotterdam vraagt jouw mening

juli 8, 2018

Nadat vier jaar geleden Agora Roermond is gestart en de eerste leerlingen daar inmiddels succesvol hun examen hebben afgelegd zijn er nu plannen om ook in Rotterdam met Agora onderwijs te starten. Uitgebreide informatie over Agora onderwijs is te vinden op de site van Agora Rotterdam, zoals de uitgangspunten, Agora onderwijs in Nederland en een lijst met vragen en antwoorden.

Om de behoefte aan en de ruimte voor Agora onderwijs in Rotterdam te peilen is een enquête samengesteld die ik hier graag deel om dit initiatief zo breed mogelijk onder de aandacht te brengen.

Het invullen en vooral ook breed delen binnen je netwerk en kennissenkring wordt zeer gewaardeerd. Dank je!


Wat gaat MeetUp010 volgend jaar doen?

juni 14, 2018

MeetUp010 dat Rotterdams onderwijs in verbinding brengt, gaat met zomer reces. Maar de plannen voor volgend jaar liggen al klaar, zoals blijkt uit de hieronder volgende blogpost op hun website, die ik hier graag deel. Met een tip om hun site volgend jaar in de gaten te houden en als het maar even kan deel te nemen aan een van hun activiteiten.

We hebben weer even bij elkaar gezeten als MeetUp010’ers. Hapje en drankje en onderwijspraat.

We hebben het o.a. gehad over hoe afgelopen jaar is bevallen, wat we anders zouden willen en dus ook onze plannen voor komend schooljaar.

Na wat heen-en-weer gepraat zijn er een aantal onderwerpen geselecteerd die ons interesseren en hopelijk jullie ook.

  • thuiszitters / passend onderwijs
  • beroepsbeeld
  • maker education
  • kansen(on)gelijkheid
  • gepersonaliseerd leren / onderwijs
  • besmetting / kruisbestuiving

Daar gaan we dus komend jaar MeetUp010’s over organiseren. Niet noodzakelijkerwijs in bovenstaande volgorde. Data hebben we nog niet.

Als gebruikelijk hebben zich per onderwerp een paar trekkers aangemeld die aan de slag gaan of inmiddels zelfs al zijn.

Op 30 augustus is de feestelijke opening van het Rotterdamse onderwijsjaar in het Hofpleintheater en daar zullen wij natuurlijk bij aanwezig zijn.

We zullen als MeetUp010 ook actief zijn bij de organisatie van en aanwezig zijn bij onderwijs festival Rotterdam, van 1 tot en met 5 oktober, daarover later zeker meer.

Als eerste eigen activiteit zal ‘gepersonaliseerd leren / onderwijs’ aan bod gaan komen. De app-groep hiervoor en dus ook de bijeenkomst heeft als titel gekregen: Personalileren.

De lokatie voor deze bijeenkomst zal het Melanchton Schiebroek (dank!) zijn en de datum dinsdag 30 oktober. En ja, je kunt je al aanmelden!

Wil je reageren op onze onderwerpen, heb je suggesties voor sprekers of lokaties, wil je een bijdrage leveren? Reageer onder deze blogpost.

We houden jullie op de hoogte.

Hoe dan ook, tot dan!


Flip the system 3. Naar een nieuwe opzet van de eindexamens.

april 2, 2018

Hieronder een bijdrage van Dick van der Wateren, integraal overgenomen van de blog onderwijsonderzoek. Dick geeft aan dat dit verhaal een weerslag is van gesprekken die wij hebben gevoerd in onze werkgroep CE-SE, die de afgelopen twee jaar verschillende samenstellingen heeft gekend. Dat het thema eindexamens gevoelig ligt hebben wij herhaaldelijk ervaren in gesprekken met verschillende betrokkenen en blijkt ook uit de soms zeer sterke reacties in de media. Dit heeft Dick doen besluiten onderstaande op persoonlijke titel te schrijven. Ik kan mij in meer dan voldoende mate scharen achter zijn woorden om deze hier te herhalen, met als doel via een gedegen proces tot nog betere eindexamens te kunnen komen.

Aan de vooravond van de centraalexamens kunnen we vaststellen dat toetsing en examinering steeds meer in een kritisch licht komen te staan. Dinsdag 27 maart j.l. organiseerde de Onderwijsraad een ‘Dialoog Toetsing en Examinering’ waarvoor zo’n honderd leraren, leerlingen, schoolleiders, en andere deskundigen waren uitgenodigd om mee te denken. Het advies van de Onderwijsraad zal in de loop van dit jaar verschijnen. Donderdag 29 maart schreef de VO-raad: “Examinering voortgezet onderwijs toe aan herijking”, dat behoorlijk wat stof heeft doen opwaaien.

Toetsrevolutie-hrTwee jaar geleden schreven Dominique Sluijsmans en René Kneyber met een dertigtal onderwijsmensen ‘Toetsrevolutie. Naar een feedbackcultuur in het voortgezet onderwijs.’ In hetzelfde jaar schreven Jelmer Evers en ik twee stukken waarin wij een voorstel deden voor een nieuwe aanpak van het eindexamen vo (hier en hier). Sinds het verschijnen daarvan denkt een groep docenten en schoolleiders (op dit moment zo’n 20 scholen) na over een verdere uitwerking van onze ideeën.

De hier neergelegde gedachten zijn in onze werkgroep CE-SE (Frans Droog, Jasmijn Kester, Leendert-Jan Veldhuyzen en ikzelf) onderwerp van gesprek. Ik heb niettemin besloten, gezien de gevoeligheid van dit thema, dit stuk op persoonlijke titel te publiceren. Gelieve op mij en niet op mijn vrienden te schieten.

In de afgelopen twee jaar is veel gebeurd. We hebben met Kamerleden gesproken. Er zijn moties aangenomen, die het College voor Toetsen en Examens (CvTE) aanspoorden tot meer transparantie en grotere betrokkenheid van individuele vakdocenten bij de totstandkoming van de centraalexamens. We hebben een paar maal met het CvTE overlegd over mogelijkheden om de eindexamens anders op te zetten. Vervolgens zijn we daarover in gesprek gegaan met het Ministerie van OC&W. Al deze partijen zijn geïnteresseerd en willen graag meedenken.

Na de blogs die Jelmer Evers en ik in 2016 schreven en de daarop volgende moties in de Tweede Kamer heeft het CvTE een aantal zaken aan de examenprocedures verbeterd. Die zijn meer transparant geworden en leraren zijn meer dan voorheen betrokken bij het totstandkomen van de centraalexamens. Dat is mooi. We zijn benieuwd of aan andere bezwaren in de komende examenperiode duidelijk tegemoetgekomen is.

We noemden onder andere foute en onduidelijk geformuleerde vragen, lengte en moeilijkheidsgraad van de examens, de validiteit van de examens (‘Toetsen de examens wat ze moeten toetsen?’), lange tekstvragen bij de niet-taalvakken, het beperkte repertoire dat wordt getoetst. Het probleem van de tijdsdruk voor eerste en tweede correctie, met name voor de ‘grote nakijkvakken’ (geschiedenis, Nederlands, maatschappijwetenschap, biologie enz.), zal vermoedelijk nog wel even blijven bestaan. Ook blijven er nog vragen over de N-termen en de gemiddelde examencijfers. De realisering van onze andere voorstellen ligt nog ver weg.

Ons meest fundamentele bezwaar tegen de huidige examenopzet is dat dit leidt tot teaching to the test. Dat is de examenmakers minder aan te rekenen. Het is deels een gevolg van het systeem waarin het CE evenveel gewicht heeft als het SE, waardoor scholen geen risico durven nemen en schoolexamens maken die vrijwel identiek zijn aan de centraalexamens. We kunnen daar tegenin brengen dat die scholen wat meer lef moeten tonen. Ze zijn immers vrij om het schoolexamen naar eigen inzicht vorm te geven. Dat blijkt echter maar beperkt op te gaan. Met name de talenvakken hebben teveel te doen: schrijfvaardigheid, spreekvaardigheid, literatuur, luistervaardigheid en voorbereiden op het CE. Het gevolg is dat het PTA al in klas 4 begint.

Daarbij komt dat onder invloed van onder andere PISA het onderwijsklimaat ingrijpend is veranderd. Er is een enorme druk op scholen komen te staan om te hoog te scoren in allerlei ranglijsten, waaronder die in kranten en weekbladen. De discussie gaat hoe langer hoe minder over de kern van goed onderwijs, maar steeds meer over de opbrengsten en het rendement ervan: opbrengstgericht en efficiënt.

Docenten die de ambitie hebben hun leerlingen te leren denken en niet alleen maar trucs uitvoeren waarmee ze hoog scoren voor het CE wordt het daarmee moeilijk gemaakt. In ons tweede stuk schreven we:

[…] veel docenten zien als bezwaar dat de examenvragen geen betrekking hebben op wat door leraren wordt gezien als de essentie van hun vak. De voorbereiding op de Centraal Examens verwordt dan tot het aanleren van kunstjes en trucs, terwijl leerlingen niet worden ondergedompeld in de rijkdom, de manier van denken en problemen oplossen die de verschillende vakgebieden kenmerken. Ook is er volgens veel docenten die wij spraken te weinig aandacht voor vakoverstijgende kennis en vaardigheden.

We hebben het CvTE en OCW een mogelijk scenario voorgelegd, waarbij het CE minder zwaar weegt dan het SE, bijvoorbeeld een verdeling 1/3 – 2/3. Dat heeft het voordeel dat scholen meer ruimte krijgen om hun onderwijs vorm te geven op de manier die het beste past bij hun visie: meer ruimte voor de pedagogische aspecten naast de cognitieve. Meer ruimte om jonge mensen te helpen goed geïnformeerde en verantwoordelijke deelnemers aan de democratische samenleving en volwassen wereldburgers te worden. Ons voorstel houdt ook in dat de kwaliteit van de schoolexamens gewaarborgd wordt door een systeem van certificering en collegiale intervisie. Inmiddels is dit een van de mogelijke scenario’s die we de komende jaren zouden willen uitproberen.

alternatieve scenario’s

Tijdens een minisymposium op 22 februari met leraren en schoolleiders (de uitgebreide werkgroep CE-SE) hebben we een inventarisatie gemaakt van alle ideeën over de eindexamenproblematiek en mogelijke oplossingen. Daar werden onder andere de volgende problemen vastgesteld:

  • Het huidige examen toetst maar een klein deel van wat leerlingen kennen/kunnen;
  • CE (toetsen op kennisreproductie) sluit niet aan op vervolgopleidingen,
    of wat je leerlingen mee zou moeten geven;
  • CE is met name gericht op trucje/ (kennis) reproduceren en schriftelijke/talige vaardigheden (ipv specifieke vakvaardigheden) die je daarna niet meer nodig hebt;
  • er is een afrekencultuur ontstaan, terwijl bekend is: meten ≠ weten;
  • teaching to the test en daarmee gaat kostbare onderwijstijd verloren;
  • de scheve verhouding SE-CE in sommige vakken, waar de stof van het SE twee keer zoveel omvat, terwijl de gewichtsverdeling 50-50 is;
  • diploma op het laagste niveau leidt tot risicomijding;
  • de waardering in gewicht van de eindtermen is onevenredig,
    • wat knelt voor de docent omdat:
      • je meegaat in de onevenredigheid,
      • je vakinhoudelijke en pedagogische ruimte is ingeperkt,
      • het je programma uit balans trekt en
      • mogelijkheden tot maatwerk worden beperkt;
    • wat knelt voor de leerling omdat:
      • het programma wordt afgestemd op de gemiddelde leerling,
      • talenten niet worden aangesproken en dus geen gebruik gemaakt wordt van intrinsieke motivatie,
      • die wordt klein gehouden (teaching to the test i.p.v. volwassen worden).

Naast Jelmers en mijn voorstel van een verhouding CE : SE van 1/3 : 2/3 (40 : 60, of andere varianten), samen met gecertificeerde schoolexamens, werd tijdens het minisymposium nog een aantal scenario’s bedacht. Die zouden we kunnen combineren in een of meer proefprojecten, die op een aantal scholen een paar jaar kunnen worden uitgeprobeerd. Een paar voorbeelden van oplossingen:

  • Denk na over de vraag wat we onder goed onderwijs verstaan en ontwerp examens (SE en CE) die wat betreft inhoud en vorm recht doen aan dat doel.
  • Verander het afnamemoment: Waarom afsluiten met het CE? Zet dat in als startpunt/basiskennistoets, bijvoorbeeld in het voorlaatste jaar. Het CE krijgt dan de functie van toelating tot het schoolexamenjaar, waarin leerlingen kunnen laten zien wat ze kunnen op het gebied van kritisch en creatief denken, onderzoeken, maatschappelijke betrokkenheid en vakoverstijgende samenwerking. Het schoolexamenjaar is dan te vergelijken met de studie voor een masterscriptie.
  • Examinering naar het model van het rijexamen: eerst theorie en dan praktijk. Er valt ook te denken aan het model zwemdiploma of een gildemodel: je doet pas examen als je er klaar voor bent.
  • Bedenk andere vormen voor examinering buiten de ‘gymzaal’.
  • Onderzoek hoe de leerling meer eigenaar van het eindexamen kan worden. Zie de film Most likely to Succeed over High Tech High in San Diego. Het profielwerkstuk vervangt een deel van het CE en is multidisciplinair.

de vo-raad

Het position paper van de VO-raad Pleidooi voor herijking van de examinering in het vo vraagt om een reactie die ik, nogmaals, op persoonlijke titel geef.

Het is verheugend dat ook de VO-raad de problemen rond de eindexamens signaleert en die wil aanpakken. Een aantal ideeën in het voorstel van de VO-raad klinkt heel aantrekkelijk. Een einde maken aan teaching tot the test, een meer flexibel eindexamenregime, betere mogelijkheden om vakken op een hoger niveau af te sluiten, meer keuzeruimte voor leerlingen en minder versnippering in het examenprogramma. Daar is weinig op tegen.

VO-raad acties

Geintje van de VO-raad.

Ik ga niet mee in een wij-zij denken, zoals je dat op Twitter hier en daar hoort: de VO-raad vertegenwoordigt de werkgevers en alles wat die voorstellen moeten we wantrouwen. Dat neemt niet weg dat we er wel een paar kritische noten over kunnen kraken.

De ideeën van de VO-raad lijken nog te weinig doordacht. Bijvoorbeeld examens op meerdere momenten afnemen is zorgvuldig onderzocht. De toenmalige Staatssecretaris heeft in 2009 besloten het project ‘Meerdere examenmomenten VO’ te beëindigen. De conclusie was dat het onwerkbaar en heel kostbaar is en bovendien tot onaanvaardbaar hoge werkdruk zou leiden. Ook heeft de VO-raad de gevolgen van zo’n flexibele examenopzet voor het onderwijs in de jaren voorafgaand aan het eindexamen niet doordacht. Tegelijk met het position paper werden vragen en antwoorden gepubliceerd, die de standpunten van de VO-raad nog eens verduidelijken. Daarin worden veel van de fundamentele kwesties op de lange baan geschoven.

Een bestuurder, die ik sprak naar aanleiding van het stuk van de VO-raad, vroeg zich af of dit hem zou helpen of juist voor de voeten zou lopen in de zoektocht naar onderwijsvernieuwing op zijn scholen. Hij neigde naar het laatste, in de verwachting dat docenten en schoolleiders van zijn scholen dit als de zoveelste van bovenaf opgelegde proefballon zouden zien, met de nodige onrust vandien.

Dat is dan ook mijn belangrijkste bezwaar tegen het stuk van Rosenmöller c.s., nergens blijkt dat de mensen die deze plannen moeten uitvoeren – leraren – bij het opstellen ervan hebben meegedacht. Dan waren de onwerkbare voorstellen niet in het stuk terechtgekomen en waren ideeën zoals we die in onze werkgroep ontwikkelen er wel in gekomen.

Daarnaast blijft nog een vraag niet genoemd – laat staan beantwoord: Wat is het doel van goed onderwijs dat met een nieuwe examenopzet wordt getoetst? De VO-raad kiest vooral voor een instrumentele benadering van het probleem. Over de vraag wat goed onderwijs inhoudt is de laatste jaren al veel geschreven (zie bijvoorbeeld Biesta, 2015) en dat zou het uitgangspunt moeten zijn.

de onderwijsraad

Het is weinig verrassend dat die vraag door de Onderwijsraad wel expliciet wordt gesteld. Dat mogen we verwachten met leden als Gert Biesta en René Kneyber. Tijdens de ‘Dialoog Toetsing en Examinering’ van de Onderwijsraad op dinsdag 27 maart kwamen dezelfde problemen voorbij als tijdens ons minisymposium een maand eerder.

Liesbeth OnderwijsraadLiesbeth Breek (docent frans, PCC Alkmaar) hield in de deelsessie VO een hartstochtelijk pleidooi voor goed onderwijs en daarbij passende vormen van toetsing en examinering. Ze zei: “Ik hoop dat ons onderwijs onze leerlingen leert om perspectief te nemen, om zich te verplaatsen in de ander, dat het hen in aanraking brengt met dat wat buiten henzelf ligt, dat ons onderwijs hen helpt om verantwoordelijkheid te kunnen en willen dragen voor wat zij straks de wereld in gaan brengen.”Daarvoor is in de eerste plaats nodig dat we onze leerlingen leren denken (Ritchhart, 2015), zowel over het vak als over vakoverstijgende vragen en de wereld buiten school.

In diezelfde sessie werd ook gesuggereerd dat het al veel zou schelen wanneer scholen niet de druk voelden om met elkaar te concurreren met examenresultaten. Het is maar de vraag of slagingspercentages van 98 of zelfs 100% een goede indicatie zijn van de kwaliteit van het onderwijs op een school. In plaats van te vechten voor een groter marktaandeel zouden scholen kunnen afspreken dat een slagingspercentage van bijvoorbeeld 85% een acceptabel minimum is.

Veel van de oplossingen die op 27 maart werden aangedragen lijken op die van onze werkgroep CE-SE. Die zullen hun weg dan ook vinden in het advies dat de Onderwijsraad deze zomer uitbrengt.

Een belangrijk verschil met de aanpak van de VO-raad is dat de Onderwijsraad uitdrukkelijk leraren, leerlingen, schoolleiders en bestuurders uitnodigt om kritisch mee te denken met hun advies. Het is, als ik hen goed heb begrepen, niet de bedoeling dat het advies ontaardt in een bestuurlijke maatregel die over de scholen wordt uitgestort.

proeftuinen

Ik wil er bij alle betrokken partijen – politieke partijen, Ministerie, Onderwijsraad, VO-raad, besturen en schoolleiders – op aandringen om te wachten met de invoering van een nieuwe opzet van de eindexamens tot die in de praktijk grondig is uitgeprobeerd en uitontwikkeld. De titel van deze serie blogs is niet voor niets ‘Flip the System’, naar een idee dat René Kneyber en Jelmer Evers al in het eerste deel van ‘Het Alternatief’ (2013) hebben uitgewerkt. Essentieel aan hun voorstel is dat ingrijpende veranderingen in het onderwijs van onderaf moeten komen en niet door beleidsmakers opgelegd. De hierboven geschetste scenario’s horen tot de meest ingrijpende veranderingen, waarvan eerst maar eens moet worden bewezen dat ze tot een verbetering leiden ten opzichte van de huidige situatie.

alternatief boekenIk pleit er dan ook voor om met een overzichtelijk aantal scholen de verschillende scenario’s uit te proberen, onder regie van ervaren en goed opgeleide docenten en ondersteund door erkende deskundigen op het gebied van toetsing en examinering. Dat kan in de vorm van pilots, experimenten of onder welke naam dit soort projecten bij OC&W nog meer bekend staan. Proeftuinen, wat mij betreft.

Wil een vernieuwde examenopzet in het vo ook maar de geringste kans van slagen hebben, dan zullen leraren en hun scholen van het begin af aan het ontwerp en de uitvoering van deze proeftuinen in eigen hand moeten houden. Daarbij is iedere inhoudelijke en logistieke hulp van het Ministerie, de Onderwijsinspectie en onderwijsbestuurders meer dan welkom. Maar het belangrijkste dat we nodig hebben is vertrouwen in de deskundigheid en professionaliteit van leraren en een minimum aan controle.

Ieder andere opzet, in bestuursgremia bedachte en van bovenaf opgelegde maatregelen, leidt tot voorspelbare narigheid en lost de problemen met de eindexamens niet op.

bronnen

Gert Biesta (2012). Goed onderwijs en de cultuur van het meten. Amsterdam. Boom Lemma Uitgevers.

Gert Biesta (2015). Het prachtige risico van onderwijs. Culemborg. Uitgeverij Phronese.

Jelmer Evers en René Kneyber (2014). Flip the System. Changing education from the ground up. New York. Routledge.

René Kneyber en Jelmer Evers (2013). Het Alternatief: Weg met de afrekencultuur in het onderwijs!. Amsterdam. Uitgeverij Boom.

Ron Ritchhart (2015). Creating Cultures of Thinking. San Francisco. Jossey-Bass.

Dominique Sluijsmans en René Kneyber (2016). Toetsrevolutie. Naar een feedbackcultuur in het voortgezet onderwijs. Culemborg. Uitgeverij Phronese.

VO-raad: Pleidooi voor herijking van de examinering in het vo. https://www.vo-raad.nl/system/downloads/attachments/000/000/566/original/POSITION_PAPER__Pleidooi_herijking_examinering_VO-raad.pdf. Geraadpleegd 1-4-2018.


%d bloggers liken dit: