Maatwerk of standaard?

april 28, 2016

Standaard of maatwerk klompen One-Size-Does-Not-Fit-All

Het verhaal van een vader die voor het eerst in zijn leven opgeroepen wordt om op school te verschijnen. Het verhaal van een Amerikaanse vader, die opstaat voor zijn dochter. Een verhaal over voldoen aan de standaard of maatwerk zien. Een verhaal dat als overdreven kan worden afgedaan of als extrapolatie van dagelijkse praktijken. Ik vond het de moeite van het vertalen waard.

“Uw dochter verstoorde de les”.

Het was als een pijl door mijn hart. Ik keek naar haar. Er waren sporen van tranen in haar gezicht. Ze keek naar haar schoenen. Ze begon zachtjes te huilen. De directeur ging verder met zijn monotone veroordeling, terwijl ik naar mijn dochter liep, naast haar knielde en haar omhelsde.

“Meneer T, dat is echt niet gepast…”

Ik negeerde hem. “Is alles goed?”, vroeg ik haar. Ze keek naar me, knikte, probeerde haar huilen te smoren.

“Wat is er gebeurd?”, was de simpele vraag die ik stelde aan de directeur, met moeite mijn superkracht om in zijn hoofd te kijken onderdrukkend.

“Uw dochter probeerde haar wiskunde leraar te verbeteren. De leraar legde uit dat zij het verkeerd zag, maar zij bleef volhouden dat ze gelijk had”.

Ik lachte.

Ik wist dat zij gelijk had en de leraar niet. Ik kon niet wachten om het te horen.

“Wat was de vraag?”, vroeg ik de directeur, die op het punt stond mijn gelach te pareren.

De leraar was ook aanwezig en sprak. “De vraag was, wat is het grootste getal dat met 3 cijfers weergegeven kan worden. Ik zei dat dit 999 was, uw dochter was het hier niet mee eens”.

Op dat moment dacht ik, ‘Oh-oh, WTF was zij aan het denken?’

Toen sprak mijn dochter, boosheid doorklinkend in haar stem, “O ja? Vertel mij dan wat 9 tot de 9e tot de 9e is dan?”

Tring! Ze had gelijk! Goed gelezen wordt er niet gevraagd naar het grootste 3-cijferige getal, wat door mijn hoofd ging toen ik de vraag hoorde. De vraag was een getal te verzinnen bestaande uit 3 cijfers, dus exponenten waren niet uitgesloten.

Ik keek naar haar en glimlachte en zei, “Top! Je hebt 100% gelijk!.” Ik gaf haar een high-five. Ze glimlachte. Toen kwamen er wat tranen van vreugde terwijl ze lachte. Ze wist dat ik haar steunde.

“En? Wat zeggen jullie nu?,” vroeg ik, terwijl ik opstond.

“Dat is niet het juiste antwoord,” hield de directeur vol.

“Echt wel!,” was mijn reactie.

“We hebben exponenten nog niet behandeld,” voegde de leraar toe.

En zo ging het door. Een half uur lang toonde ik hen de hel. Ik vroeg om een compromis. Het antwoord van mijn dochter zou niet fout gerekend worden, door de onduidelijkheid in de vraag. Ik zou niet aandringen op het fout rekenen van de antwoorden van alle andere kinderen, omdat exponenten nog niet behandeld waren.

“U begrijpt het niet,” zei de directeur. “Dit is een gestandaardiseerde, nationale toets. Wij kunnen haar cijfer niet aanpassen.”

Toen vroeg ik hen om haar ‘echte cijfer’ op haar uiteindelijke rapport te vermelden. Zij weigerden. Dat maakte mij boos.

Het is namelijk zo dat mijn dochter, al vijf jaar achter elkaar, hetzelfde cijfer heeft voor wiskunde: een 10. Ze haalde een 10 op elke toets die ze maakte. Ze heeft een unieke geest.

Vier jaar later werd ik opnieuw bij een wiskunde leraar opgeroepen. Deze keer was het voor geometrie. De leraar had uitgelegd dat driehoeken altijd gezamenlijk 180 graden zijn, altijd. Mijn dochter dacht daar een paar minuten over na, stak haar hand op en zei, “ik weet hoe je de drie hoeken van een driehoek tot 270 graden kunt laten optellen.”

En dat deed ze. Alles wat ze hiervoor nodig had was naar de globe in de hoek van het klaslokaal kijken. Toen de leraar zei dat het ‘onmogelijk’ was om een driehoek te maken die tot 270 graden optelde, corrigeerde ze hem met een een ongelofelijk voorbeeld. Wanneer je een driehoek tekent op een globe, met elke hoek 90 graden, kun je de Noordpool verbinden met de evenaar, de lijn van de evenaar kan dan 90 graden om de globe gaan, de Noordpool kan dan via een lijn met een hoek van 90 graden deze lijn ontmoeten. Driehoeken op gebogen oppervlakken kunnen opgeteld meer, of minder, dan 180 graden zijn, afhankelijk van de convexiteit of concaviteit van het oppervlakte.

In dit tweede voorbeeld belde de leraar mij om mij te feliciteren met het opvoeden van een zo briljant dochter. Terug naar het eerst voorbeeld…

Het echte gevecht begon toen ik thuiskwam. Ik zocht de formele procedure op hoe een onafhankelijke derde partij in te schakelen bij een verschil van mening over een nationale examenvraag. Dit was veel werk. Ik ontmoette de rector van de scholen, die de directeur belde, die de wiskunde docent meebracht naar een volgende bijeenkomst. Deze in de provinciale hoofdstad.

Hun gezichten waren niet langer zelfverzekerd en arrogant toen ik de kamer binnenliep. Integendeel, ik voelde angst. Echte angst. Zij zagen wit als geesten.

De toon was geciviliseerd. De leraar begon met ingestudeerd verhaal over hoe briljant mijn dochter is, en kwam vervolgens met het onvermijdbare: “…maar…”

De rector knikte.

“Meneer T, de enige manier waarop ik Uw dochter punten kan geven voor dat ene antwoord,” (en hij benadrukte heel duidelijk dat woordje ene) “is naar de nationale organisatie voor onderwijs gaan en voor iedereen die de test heeft gemaakt hun antwoord fout laten rekenen.”

Verbazingwekkend voor mij, dacht hij dat mij dit zou doen terugtrekken.

“Ok. Doe dat.”

De drie aanwezigen. al half opstaand van hun stoelen bevroren voor een moment.

“Excuseer?,” zei de rector.

“Ik zei, doe het. Zoals in, zorg dat het gebeurt. Zoals in, onderneem de benodigde actie.”

Zij gingen weer zitten. Een uur lang probeerden zij mij te overtuigen. Uiteindelijk, kwamen er compromissen. Mijn dochter zou een score van 10 ontvangen, de anderen zouden geen puntenvermindering krijgen. Tenslotte, het was nu twee maanden later, enz. enz. enz.

“Nee. Ik gaf jullie deze mogelijkheid en jullie wezen hem af. Ik wil dat in elk examen in het land dat 999 als antwoord heeft dit wordt fout gerekend.”

Er was een advocaat nodig en drie maand, maar het resultaat kwam er. Mijn dochter scoorde als enige een 10 op dat examen, niet alleen in haar klas, maar in het hele land.

Het maakte mij niet uit wat het kostte. Het maakte mij niet hoeveelheid moeite het nam. Het maakte mij niet dat een volledig ministerie duizenden uren extra werk kreeg om tot uitvoering over te gaan.

Ik gaf om een individu die de de mogelijkheid had de geest van mijn dochter te vormen en haar had laten huilen toen zij gelijk had en hij wist dat zij gelijk had. Dit had zo veel beter afgehandeld kunnen worden door de bazen die beschikken.

Vergeet voor een moment dat het mijn dochter was. Het echte trieste is, zien hoe een unieke geest mishandeld wordt om het briljant zijn. Hoe vaak gebeurt een vergelijkbaar iets in ons land, in de wereld. Hoeveel leraren smoren de zachte roep van briljante leerlingen die verlegen achter in de klas zitten?

Mijn dochter is nu eerstejaars op de universiteit. Ik vocht hard voor hard en zal dit blijven doen. Ik herinner haar vaak aan een quote van Samuel Clemens, beter bekend als Mark Twain.

“I never let schooling interfere with my education.”

Laat de standaard nooit in de weg staan bij het onderwijs van (jouw) kinderen.

Large Group of Multiethnic People with Speech Bubbles

Bron: http://architectureandengineering.ws/2016/03/19/number-you-can-represent-with-3-digits/

 


26 letters die lesvrijeperiode spellen

april 27, 2016
26 letters life ello-optimized-c7d07c0f

By @maurogatti

Het is momenteel vakantie lesvrijeperiode. Wat doet een docent dan? Een schilderijtje in 26 letters.

1. Achterstallige administratie

Er blijft nog wel eens wat liggen, privé en voor school. Dingen die niet direct hoeven, die in steeds grotere mate zodra deze periode nadert ‘nog wel even kunnen wachten’ tot de lesvrije periode. Nu dus.

2. Auto APK

De auto is nodig om bij school te komen. Nu kan het even zonder. Al jaren zo. Voel alleen tijdens het rijden weer niet dat hij 1000 euro meer is waard geworden.

3. Agenda aanvullen

Wat gaat er in periode 4 allemaal aanvangen en eindigen? Wat ‘moet’ er en wat is optioneel? Wat wil ik gaan doen en waar heb ik ruimte voor, of kan ik die maken?

4. Blij bijkomen

Die eerste dag. Wat zal ik gaan doen? Er is van alles te doen en ik mag kiezen. Ik doe dan niks. Ik kom blij bij.

5. Bestellingen bevestigen

Er is toestemming binnen voor aangevraagde materialen om nieuwe practica mee te kunnen doen. Bestellen dus, wel even alles goed controleren, voor we op de knop gaan drukken.

6. Dunnere druk

Even geen 205 leerlingen die in groepen van 25 tot 30 langskomen en iets van jou verwachten. En dat terecht doen. Even geen deadlines voor toetsen of herkansingen. Even geen gesprekken.

7. Excursies effectueren

Gesproken met schoolleiding en sectie en afspraken gemaakt over mooie activiteiten voor onze leerlingen. Nog wel even de details regelen, de datum, de begeleiders, de bus, het museum, de lesuitval. Dat soort dingetjes.

8. Geen geluid

Even geen leerlingen die in groepen van 25 tot 30 bij elkaar komen in jouw lokaal en juist daar elkaar moeten vertellen wat zij elkaar moeten vertellen. Even geen 800 leerlingen in een aula die noodgedwongen boven elkaar moeten uitschreeuwen omdat er ergens een is die niet snapt dat zacht praten ook kan.

9. Heimelijk hopen

Dat de volgende periode iedereen rekent houdt met ieder ander. Dat de volgende periode iedereen echt zijn best doet. Dat de volgende periode iedereen ziet dat iedereen zijn best doet. Dat de volgende periode minder tijd verloren gaat aan repareren.

10. Inschrijvingen indienen

Er gebeurt zoveel moois op het gebied van onderwijs. Activiteiten van The Crowd, bijeenkomsten van MeetUp010, onderwijsavonden van HetKind, aanvragen van Kennisnet, Vodafone, het AOB. Ik schrijf er in voor een paar, allemaal is niet te doen, les geven blijft de essentie.

11. Kappertje knip

De haren worden zo eens in de 8-9 weken geknipt. Daarvoor is een lesvrijeperiode dus uitermate geknipt.

12. Lekker laden

Lezen en luisteren, zien en voelen, meer input dan output, de batterij andersom.

13. Lessen leven geven

Er is het boek. Er is het opdrachtenboek. Er is het antwoordenboek. Er is ook het leren, niet altijd te vangen in boeken. Lessen voorbereiden dus, lessen levend maken.

14. Nachtelijk Netflixxen

Als het zo uitkomt een film of serie gewoon even afkijken. Dat kan deze week. Vaak wint de slaap het. BAM! Er zit dan nu ook een barst in de iPad mini 😢

15. Onvermijdelijk opruimen

Van alles heeft zich op onopvallende wijze opgestapeld op het bureau, in de kamer, in de tuin, op de zolder (“even weggelegd”). Altijd te weinig 😜.

16. Prachtige plannen

Al het lezen en laden en wandelen en rust leiden tot prachtige plannen. Een deel belandt in de agenda, een deel in de studiewijzers, een deel in de map prachtige plannen.

17. Relatieve rust

Niet elke 45 minuten een bel. Geen agenda vol van 08.15 uur tot 20.15 uur.

18. Slapen slapen

Slapen. Iets meer dan gewoonlijk.

19. Tandje trager

Het hoeft even niet meer allemaal zo snel, dat is best lekker wel. Zelfs de trap op en neer duurt wat langer.

20. Toetsen testen

Toetsen worden gemaakt en besproken. Daarna vaak vergeten. Dat is jammer. Wat is er geleerd van de toetsen? Door mij en door mijn leerlingen? Waar kunnen zij anders zodat zij beter zijn? Tijdrovend en nuttig werk.

21. Vrolijke voorbereidingen

Verzinnen van lessen met fijne vormen en grappen en kwisjes met humor. Lachen tijdens het verzinnen, schrappen of toch niet? Waar liggen grenzen? Liggen die van mij toch iets verder?

22. Viervoeters verwennen

Na elke lesdag word ik door mijn viervoeters vrolijk verwelkomd. Ik geef ze veel terug. Deze periode nog wat meer. Wie geef jij wat meer terug als je wat meer tijd hebt?

23. Wekkerloos wakker

Meer nog dan anders, vaak ietsje later.

24. Weiniger wachten.

Op collega’s die te laat komen bij een vergadering, of in een rijtje bij de kopieermachine. Of in de file.

25. Zomerse zotheid

Die bewaren we tot de zomervakantie, de enige lesvrijeperiode die ook echt vakantie is 😄.

26. Zo! Zomaar.

Een lijstje. Wat vind jij?

 

PS: in de lesvrijeperiode mag de docent een beetje vals spelen met zijn 26 letters!


Waarom ik nog steeds voor zomerscholen ben

april 27, 2016

Zomerschool 2015-08-18_1454Dit jaar gaan 13.470 leerlingen gebruik gemaakt van een lente- of zomerschool. Is dat goed? Ja!

Eerder heb ik hier geschreven: ‘Waarom ik toch voor zomerscholen ben.‘ En dat ben ik nog steeds.

Wat is een zomerschool?

Tijdens een zomerschool worden leerlingen gedurende twee weken bijgespijkerd in een beperkt aantal vakken. Uitvoering van de zomerschool kan gebeuren door docenten van de school zelf maar kunnen hiervoor ook externe begeleiding inhuren. Het ministerie van OCW heeft hiervoor 9 miljoen euro beschikbaar gesteld. Scholen leggen zelf de afspraken vast en bepalen de inhoud en de toetsing en bepalen zelf de normen voor bevordering. Een belangrijk doel van de zomerschool is het terugdringen van het aantal zittenblijvers.

Niet iedereen in het onderwijs is even gelukkig met de zomerscholen, net als niet iedereen in het onderwijs even gelukkig is met de stoom- en bij-spijkercursussen voor de eindexamens. Ik ook niet.

De belangrijkste reden dat ik toch voor was en nog steeds ben is de leerling, die toch over kan gaan en niet een heel jaar opnieuw hoeft te doen.

En hier zit wat mij betreft de kern. Een duidelijk zichtbare harde kern, net alle mogelijkheden om hier achter te gaan staan, maar toch een met een kei-zachte inhoud. Cijfers zijn veelzeggend, maar niet alleszeggend. Cijfers zijn een samenvatting van het verleden en geen voorspelling met een garantie voor de toekomst. Geen mens is te vangen in een gemiddelde.

In een perfecte wereld en op een perfecte school zou een zomerschool niet nodig zijn. Dan is alles gedurende het jaar goed verlopen, zijn tijdig de nodige maatregelen genomen. Maar de praktijk is nooit perfect. Niet alle oorzaken voor het niet voldoen aan alle regels en normen voor overgang zijn altijd vermijdbaar. En zeker niet altijd worden deze veroorzaakt door de leerling of door de leerling alleen.

Op vele scholen is er geen mogelijkheid tot een voorwaardelijke overgang of een overgang met een taak. Veel scholen doen (nog) niet mee aan een zomerschool. Het eind van het jaar is het eind van het jaar. Na de laatste toetsweek liggen de cijfers vast. Na de vergadering ligt de toekomst vast.

Ik ben niet tegen doubleren. Ik ben wel voor het geven van kansen. Zeer bewust besproken door een team van betrokken professionals dat hiervoor voldoende tijd tot zijn beschikking heeft, zou de uitkomst moeten kunnen zijn overgang, doubleren of een extra kans. Of deze extra kans nu een zomerschool is of een taak of een voorwaardelijke overgang. Daar waar de twijfel zeer groot is, een stemming van 8 tegen 7 voor doubleren, verdient een leerling in mijn ogen een extra mogelijkheid.

Wat zeggen de cijfers over de zomerscholen?

Zomerschool percentages 2016-04-27_1211

In 2013 is er een pilot gedaan. Het resultaat hiervan was dat 85% van de leerlingen na de zomerschool alsnog kon worden bevorderd. In 2014 was dit 86% en in 2015 83%. Een jaar later konden van deze leerlingen respectievelijk 75% en 68% opnieuw worden bevorderd. Een ruime meerderheid van de bevorderingen bleek dus duurzaam. Van de leerlingen uit de pilot van 2013 kon 79% ook twee jaar later worden bevorderd. Ik vind deze percentages een goed argument om nog steeds voor zomerscholen te zijn.

Percentages op zich zeggen mogelijk niet zoveel. Absolute aantallen mogelijk wel. Wanneer de percentages worden omgerekend naar absolute aantallen ontstaat de volgende tabel.

Zomerschool aantallen 2016-04-27_1212

Dankzij de zomerscholen zijn er 5747 leerlingen niet blijven zitten in schooljaar 2015. Bij een voorzichtige schatting van 80% gaan er dankzij de zomerscholen in schooljaar 2016 mogelijk bijna 11.000 leerlingen niet blijven zitten!

Deze aantallen maken mij voor het zijn van zomerscholen. Toch en nog steeds. Het gaat mij om leerlingen. Laat hen niet het slachtoffer zijn van de dingen die in het onderwijs nog niet helemaal goed zijn geregeld. Het zal je zoon of dochter, je neefje of nichtje, je buurjongen of buurmeisje maar zijn.

Bronnen: 
– VO raad: Zomerscholen VO
VO raad: Zomerscholen hebben een blijvend duurzaam effect


ICT wat moet je er mee? Stoomcursus

april 9, 2016

De examens komen er aan.

De leerlingen willen slagen.

De school wil dat de leerlingen slagen / een hoog slagingspercentage.

De stoomcursussen komen er aan.

Twee weken lang een dag lang aan één vak werken. (Zouden we misschien vaker moeten doen?)

Ik vraag me af wat er na 5 jaar / 6 jaar lessen in één dag nog toe te voegen valt. En de vraag stellen is de vraag stellen.

Ik vraag het dus mijn leerlingen. Via een digitaal prikbord, linoit en realtimeboard in dit geval.

Blogpost stoomcursus linoit 2016-04-09_0324

Blogpost stoomcursus realtimeboard 2016-04-09_0326

Ik heb een begin en ben begonnen. Ik wacht verdere reacties af en pas aan.

Ik stuur de leerling en de leerling stuurt mij.

Wij gaan de goede kant op.

Wij gaan slagen.

 

 


Flip de leerling

maart 28, 2016

DSC01238

Het is momenteel toetsweek op mijn school. En dat zal op meerder scholen zo zijn.

Vanmorgen schreef ik de post 5 manieren om de leraar te flippen op dit blog. Hierin schreef ik onder andere het volgende:

Flipping the classroom is een techniek die langzamerhand zijn weg aan het vinden is in het onderwijs. Leraren maken steeds vaker gebruik van de technologische mogelijkheden die er zijn om het uitleg en instructie buiten het klaslokaal te laten plaatsvinden om zo de kostbare tijd in de klas effectiever te kunnen besteden. Er ontstaan steeds meer vormen van ‘flippen’ en de tijd om ook de leraar te gaan flippen lijkt aan te breken.

In het meeste onderwijs staat de leraar letterlijk centraal. De leraar staat vooraan in de klas en alle leerlingen kijken naar hem of haar. Daar is op momenten niets mis mee, als standaard misschien wel.

‘De leerling centraal’ is een uitdrukking die door menige school wordt gebruikt. Soms terecht, vaker niet in de beleving van die leerling.

Het gaat in het onderwijs niet zozeer om de kretologie, veel meer om de bijbehorende acties. Het gaat niet om de leraar of de leerling, het gaat om leren.

Vervolgens las ik een email die naadloos aansluit op deze post en die ik daarom graag direct even deel, met een korte toelichting.

Flip de leerling!

Veel leerlingen op mijn school vinden scheikunde een lastig vak. Dat zal op vele andere scholen ook zo zijn.

Tijdens mijn lessen, en vooral mijn mentorlessen, probeer ik leerlingen te overtuigen van het nut en verleiden tot het genot van leren van elkaar. Met wisselend succes.

Mijn hart maakte dan ook een sprongetje toen ik de volgende mail las:

“Ik heb een Google Document aangemaakt waarin jullie vragen over de komende scheikunde toets kunnen zetten. Dit kan tot uiterlijk maandag 28 maart om 15:00 uur. Daarna zal ik een video maken met de antwoorden op jullie vragen en deze met jullie delen.”

 

 

 

 


Leren lesgeven

maart 28, 2016

Ik weet niet of de titel van deze post past. De video waarop ik de aandacht wil vestigen gaat over een docent die vertelt over de reden dat hij zijn wiskunde lessen anders is gaan geven. Hij is Amerikaan en praat vanuit zijn ervaringen voor zijn vak. Ik geef soms ook wiskunde en herken een deel van zijn ervaringen.

Ik zie in zijn verhaal ook een algemenere lijn en dat maakt dat het voor mij helpt bij het kiezen van wegen en bestemmingen op mijn leren lesgeven reis.

Ik vind zijn verhaal inspirerend, door zijn details en algemeenheid, maar vooral door zijn betrokkenheid. Hij observeert en analyseert een probleem, hij komt met een concrete oplossing, hij deelt deze oplossing. Ik zie het als een goede les van een goede docent.

Zijn naam is Dan Meyer.

‘Ik verkoop een product dat de markt niet wil hebben maar bij wet verplicht is te kopen’ (hij geeft wiskunde)

‘Er is een ongeduld met twijfel over de juiste oplossing’ (leerlingen worden gevoed door snelle media)

‘Ik zal met pensioen gaan in een wereld die door mijn leerlingen wordt gerund’ (voor wie doe je het?)

‘Welk probleem in de echte wereld heb jij ooit opgelost waarbij de informatie precies passend was, er was geen informatie die ontbrak en die je moest zoeken, er was geen onnodige informatie die je moest negeren’ (wat wordt er aangeleerd?)

‘De wiskunde dient het gesprek, het gesprek dient niet de wiskunde’ (voor elk vak in te vullen, nut en noodzaak)

En dan komt de watertank…


5 manieren om de leraar te flippen

maart 28, 2016

Flip de leraar maxresdefault

Flipping the classroom is een techniek die langzamerhand zijn weg aan het vinden is in het onderwijs. Leraren maken steeds vaker gebruik van de technologische mogelijkheden die er zijn om het uitleg en instructie buiten het klaslokaal te laten plaatsvinden om zo de kostbare tijd in de klas effectiever te kunnen besteden. Er ontstaan steeds meer vormen van ‘flippen’ en de tijd om ook de leraar te gaan flippen lijkt aan te breken.

In het meeste onderwijs staat de leraar letterlijk centraal. De leraar staat vooraan in de klas en alle leerlingen kijken naar hem of haar. Daar is op momenten niets mis mee, als standaard misschien wel.

‘De leerling centraal’ is een uitdrukking die door menige school wordt gebruikt. Soms terecht, vaker niet in de beleving van die leerling.

Het gaat in het onderwijs niet zozeer om de kretologie, veel meer om de bijbehorende acties. Het gaat niet om de leraar of de leerling, het gaat om leren.

Flip de leraar!

‘De leraar als leerling en de leerling als leraar’.

Dit betekent niet dat leraren zichzelf ontslaan van hun verantwoordelijkheden en zichzelf niet langer houden aan hun verplichtingen. Het betekent wel dat leraren aandacht besteden aan en handen en voeten geven aan ‘nieuwe’ vormen van pedagogie. Leren door onderwijzen. Leraren doen dit dagelijks zelf. Wanneer een leraar iets moet uitleggen of presenteren zorgt hij er vooraf voor dat hij snapt wat hij vertelt. Hij neemt zijn ervaringen van uitleg en presentaties met zich mee om het de volgende keer nog beter te doen. De leerling deze kans ook geven is het principe achter flip de leraar!

Vijf manieren om de leraar te flippen

1. Laat leerlingen lesgeven aan hun medeleerlingen. Dit zorgt ervoor dat zij zich vooraf de kennis tot zich dienen te nemen tot een niveau waarop zij het ook kunnen uitleggen en kritische vragen kunnen beantwoorden. Het onderwerp kan standaard lesstof zijn die anders via uitleg van de leraar en opdrachten zou worden verwerkt. Dit hoeft dus geen extra tijd te kosten. Een heel hoofdstuk kan op deze wijze over groepjes leerlingen wordt verdeeld.
2. Geef leerlingen een probleem om op te lossen. Laat ze hun oplossing presenteren aan de klas, met een toelichting waarom hun oplossing juist is. Wanneer verschillende groepjes met verschillende ‘juiste’ oplossingen komen die zij kunnen verdedigen ontstaat extra leren.
3. Laat leerlingen zelf kiezen. Laat hen op een door henzelf gekozen manier een project maken waarbij de principes van een onderwerp dat zij anders volgens de standaar manier zouden leren aan bod komen. De verwerking zou een video kunnen zijn, een presentatie, een voorstelling, een liedje, zo lang zij de verwerking maar delen met hun mede-leerlingen of voor een publiek.
4. Gedraag jezelf als leerling. Stel vragen aan leerlingen over wat zij geleerd hebben. Laat ze uitleggen, neem geen genoegen met gemompel. Dit zet aan tot meer kritisch denken over wat en hoe zij leren en stimuleert reflectie. Het maakt ze verantwoordelijk voor hun keuzes en de noodzaak deze te kunnen toelichten.
5. Organiseer een conferentie. Geef leerlingen voldoende tijd om zich voor te bereiden op een onderwerp, individueel of in groepjes. Laat leerlingen hun kennis presenteren via een poster. Het publiek op de conferentie zijn hun klasgenoten, of als het te organiseren valt ook leerlingen van andere klassen en docenten en ouders. Geef de leerlingen vooraf ook de opdracht zelf kritische vragen over hun eigen poster voor te bereiden.

Bron: http://www.steve-wheeler.co.uk/2014/03/flipping-teacher.html


Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 4.884 andere volgers

%d bloggers op de volgende wijze: