Een dagje nakijken

mei 22, 2016

Grading United States aid490434-728px-Calculate-a-Test-Grade-Step-6-Version-6

Grading UK en India Calculate-a-Test-Grade-Step-7-Version-6

Het is examentijd.

Leerlingen maken zich druk over het maken van examens. Docenten maken zich druk over het nakijken van examens.

Leerlingen zijn druk met het leren voor examens. Docenten zijn druk met het nakijken van examens.

Allerlei mensen die geen leerling of docent zijn maken zich druk over het nut en de vorm en de kwaliteit van examens.

Vrijdag 20 mei van 13:30 – 16:30 uur was het eindexamen biologie voor de havo.

Ik heb ervoor gekozen van zaterdag 21 mei dus een nakijkdag te maken. Ik heb dus voor die dag niets anders gepland. Ik heb het eten en drinken voor het weekend al in huis gehaald. Het avondeten laat ik brengen door Hello Fresh.

Ik begin de dag met een bord brinta, een glas water en een dubbele espresso. Daarvoor heb ik de viervoeters al hun lasten laten lichten, tegelijkertijd mijzelf voorziend van frisse lucht met lekker veel zuurstof. Ook de viervoeters voorzie ik van voer.

Om 07:15 uur begin ik.

In mijn klas zitten 32 leerlingen en het examen bestaat uit 42 vragen. De vragen zijn gegroepeerd via een onderwerp (ofwel context in het jargon), bij dit examen zijn dit er 8. Zij hebben titels als; ‘Lichtjes in zee’, ‘Sushi’, ‘Biertje? Of toch maar niet?’, ‘De ‘Biobag’ ‘. Het correctievoorschrift heb ik gisteren thuis al uitgeprint.

Per onderwerp maak ik eerst zelf de toetsvragen, zonder naar het correctievoorschrift te kijken.

Ik kijk de examens na per vraag en niet per leerling. Dit betekent veel verplaatsten van papier maar zorgt voor de meest objectieve vergelijking van de antwoorden. Ik schrijf de score per vraag met potlood op het examenwerk van de leerling. Ik doe dit per onderwerp. Ik las een andere activiteit of pauze in afhankelijk van de hiervoor benodigde tijd.

De eerste sessie duurt ruim anderhalf uur. Zij omvat de eerste twee onderwerpen. Ik markeer een van de vragen met het doel deze later opnieuw te bekijken. De formuleringen van de antwoorden door de leerlingen geven aanleiding hier nog even goed over na te denken.

Ik neem een glas water.

Ik leen de laptop van mijn vrouw en download en installeer daarop het programma WOLF. Dit is een programma van het CITO en hierin dienen de exacte scores van minimaal de eerste vijf leerlingen te worden ingetypt. Bij een open vraag het aantal gegeven punten, bij een gesloten vraag de gekozen letter. Deze gegevens worden door het CvTE gebruik om tijdens de normeringsvergadering gebruikt om de N-term te bepalen. Ik leen de laptop van mijn vrouw omdat het programma WOLF niet op een MacBook kan worden geïnstalleerd. Na installatie van het programma lees ik vanaf de site van het CITO de schoolgegevens in en vanaf de site van school de informatie over mijn klas.

Om 09:30 uur start ik de tweede sessie.

Deze duurt iets meer dan een uur en omvat één onderwerp. Ik markeer twee vragen voor herziening.

Ik neem een pauze van een half uur, waarin ik de krant lees en een glas water en een dubbele espresso drink. Ik loop even naar buiten, de tuin in.

Om 11:00 uur start ik de derde sessie.

Deze duurt ruim een uur en omvat twee onderwerpen. Ik markeer een vraag voor herziening.

Ik voer de scores voor de tot zover nagekeken vragen in in het programma WOLF. Dit zijn 512 cijfers en letters in evenzoveel vakjes. Ik vul de gegevens van al mijn leerlingen in, niet alleen van de verplichte eerste vijf. Als ik dit doe krijg ik later een analyse van de resultaten van mijn klas in vergelijking met andere leerlingen in Nederland, uitgesplitst naar de concepten die onder de contexten liggen. Dit is voor mij bruikbare informatie met betrekking tot de analyse van het niveau van mijn klas en kan ik gebruiken om mijn lessen eventueel aan te passen. Ik wissel bewust het nakijken af met het invoeren. Beide moeten gebeuren en beide vereisen een andere concentratie. Deze afwisseling maakt het voor mij efficiënt.

Ik neem een pauze van ruim een half uur. Ik eet een tosti en een boterham met pindakaas en drink een glas melk, ondertussen de krant verder lezend. Ik loop even een rondje in de tuin en kijk naar de eenden in de sloot.

Om 13:30 uur start ik de vierde sessie.

Deze duurt iets meer dan anderhalf uur en omvat twee onderwerpen. Ik markeer vier vragen voor herziening.

Ik neem een pauze van ongeveer een half uur, ik drink een glas water en eet twee beschuitjes met aardbei. Ik kijk de Giro op de Belgische T.V.

Om 15:30 uur start ik de vijfde en voorlopig laatste sessie.

Deze duurt een half uur en omvat één onderwerp. Ik markeer twee vragen voor herziening.

Ik voer de scores in in het programma WOLF. Het geluid achter mij van de Giro op de Belgische T.V. komt ook bij mij binnen. Af en toe kijk ik achterom. Waneer de renners bij de één-na-laatste berg zijn besluit ik even te stoppen met invoeren. Het zou zomaar kunnen dat de Nederlands wielrenner Kruiswijk iets moois gaat doen. En dat doet hij dus ook! Hij wint net niet de etappe maar behaalt wel de roze trui. Ik ga verder met het vullen van vakjes, uiteindelijk zijn er 1344 gevuld.

Ik vul de voorlopige resultaten van het CE (centraal examen), de cijfers  die ontstaan bij een N-term van 1,o, in in mijn Excel file met daarin alle cijfers van mijn leerlingen. Ik bereken het gemiddelde en maak een vergelijking tussen de SE (schoolexamen) cijfers en de CE cijfers. De grafiek toont mij voor mij interessante informatie. Bijvoorbeeld dat de correlatie tussen beide cijfers dit jaar een stuk kleiner is dan in eerdere jaren. Bijvoorbeeld dat de spreiding in de cijfers van het CE groter is dan die van het SE. Bijvoorbeeld dat bij een N-term van 1,0 het verschil tussen het gemiddelde van het SE en het CE dit jaar voor deze klas 0,02 is.

Ik ga nu even nadenken over de vragen die ik gemarkeerd hebt. Ik ga overleggen met een aantal collega’s hoe zij tegen bepaalde formuleringen van antwoorden aankijken. Ik ga wachten op het verslag van de kringgesprekken. Dan ga ik al deze informatie verwerken en de gemarkeerde vragen opnieuw bekijken en beoordelen. En dan zal ik de werken met mijn beoordeling opsturen naar de tweede corrector.


Eindexamen nakijken en Google Drive mooie combi

mei 19, 2016

Google-Drive-1huqpdd

Eindexamen zaal Matura2005_ILOSzczecin

Na een eindexamen voor een bepaald vak en een bepaald nivo vinden er op verschillende plaatsen in het land kringgesprekken plaats om het examen te bespreken. Verschillende vakverenigingen verzamelen deze kringgesprekken en publiceren ze op hun website. Deze resultaten kunnen zeer nuttig zijn voor het nemen van beslissingen voor een eerste corrector en ook voor overleg tussen eerste en tweede corrector.

Wanneer een examen wat later zit in het examenprogramma komen deze gegevens echter niet altijd op tijd beschikbaar. Ook is het voor de eerste corrector fijn om al eerder contact te maken met vakgenoten.

Om deze redenen maakt Hans Huigen nu al voor het 3e jaar gebruik van een gedeeld Google Drive document waarin collega’s gezamenlijk kunnen reageren op het examen biologie vmbo-tl. Op twitter deed hij een oproep dit initiatief te verspreiden en op de vraag van Carla Upperman of hij dit ook voor de havo ging doen was het antwoord dat zij dit natuurlijk prima zelf kon doen. En dat gaat zij dus ook doen.

Opmerkingen bij havo examen biologie 2015 1e tijdvak

Deze twitterdiscussie volgend heb ik aangemeld om het Google Drive document voor het examen biologie vwo aan te maken en te delen.

Hoewel het examen voor het vwo pas volgende week dinsdag is heb ik direct even het formulier aangemaakt:

Opmerkingen bij vwo examen biologie 2016 1e tijdvak.

Wil je meedoen dan kun je via bovenstaande link het document invullen. Breng ook je niet zo actief op sociaal media zijnde collega’s op de hoogte! Je kunt het natuurlijk desgewenst ook alleen raadplegen zonder iets toe te voegen. Er zijn geen verplichtingen.

Ik weet niet of andere vakken ook al op deze manier samenwerken maar ik vind het goed en nuttig idee. Heb je opmerkingen of suggesties voor aanpassingen dan hoor ik die graag.

PS: De gezamenlijke reacties en het overleg kunnen natuurlijk ook via andere cloudoplossingen dan Google Drive worden gerealiseerd.


En de tafels gaan direct weer in rijtjes van twee

mei 16, 2016

Maatschappijleer 2016-05-16_1652

2Doc: Maatschappijleer volgt het eerste half jaar van Daan als docent maatschappijleer op een middelbare school. Hij ontdekt door schade en schande hoe ver de theorie en praktijk van het lesgeven uit elkaar liggen. Daan volgt de eerstegraads opleiding Maatschappijleer aan de universiteit en begint in augustus 2015 vol goede moed aan zijn carrière als docent op een middelbare school in Tilburg. Zijn ideaal: een inspirerend docent zijn en de leerlingen afleveren als zelfstandige burgers met verantwoordelijkheidszin. Maar naarmate het eerste semester vordert, blijkt de realiteit weerbarstig. Lukt het Daan om zijn eigen stijl van lesgeven te vinden, en tegelijk ook om de leerlingen echt te bereiken? De uitzending is maandag 16 mei, NPO2, 20:55 uur.

Ik heb Daan gesproken. Afgelopen dinsdag. Daan sprak met een Brabantse toonval, waarvan hij zelf vond dat hij wel meeviel, en zat naast me in een klas op een school in Gouda, de Goudse Waarden. Op deze school was een voorvertoning van de documentaire ‘Maatschappijleer’, gevolgd door een discussie met docenten van deze school. Er gaan nog negen van deze bijeenkomsten op scholen volgen.

De tafels staan tijdens het bekijken van de film en de daaropvolgende discussie in een Open U. Ik had de film vooraf al mogen bekijken en zag hem nu dus voor de tweede keer. Beide waardevolle ervaringen. En verschillend.

Ik was ruim op tijd, maar stond bij het verkeerde gebouw. Bij het goede gebouw was de conciërge even niet aanwezig. Toen hij was gevonden bleek hij van niets te weten. Gelukkig brachten mobieltjes uitkomst. Er waren er meer te laat. Niemand mopperde. Zo gaat dat nou eenmaal wel eens in het onderwijs. We begonnen dus gewoon iets later.

De film start. Ik kijk rond.
Gekruiste armen, geconcentreerde blikken. Reacties vooralsnog intern.

‘Waar zijn je lesvoorbereidingen?’ Gelach, niet al te hard.
Opleiders en begeleider hameren vaak op structuur  Daan wil vrijer. Kan structuur vrijheid brengen? Moet je valkuilen (her)kennen om ze te vermijden? Kun je er op gevoel langs? Doodt structuur gevoel?

‘Door opschrijven wordt het duidelijker.’ Daan knikt, omdat hij hiervoor heeft gekozen.
Is dat zo?

‘Als jij het niet vervelend vindt.’ De begeleider is al opgestaan voor hij deze woorden heeft gesproken en neemt een stukje les over. Er wordt nu harder gelachen. Geroezemoes, onderlinge interacties, de docenten worden even leerlingen.
Is stilte nodig? Hoe lang kan in stilte luisteren effectief zijn? Hoeveel mis je als je niet stil bent?

‘Doelen operationaliseren’, zegt Daan. Ik schrik van zijn woorden.
De interactie is de essentie. Iemand moet het gesprek beginnen. Ook al gaat het nog zo traag. Zien doet begrijpen. Het kost moeite om te kijken om te zien.

Dan is Daan er een tijdje niet. Hij is er natuurlijk wel, maar niet op school. Hij twijfelt. Hij is aan het leren.

Daan komt terug en laat ze hun mobiel gebruiken en de leerlingen doen mee. Daan is hun wereld ingestapt en dwingt ze niet in die van hem.

Ze gaan voetballen. De leerlingen van Daan met zij die in de buurt wonen maar van ver komen. Daan heeft de eerste stap geregeld, zijn leerlingen zetten de volgende.

Er volgt een discussie over de film. Met vooraf bedachte vragen en betrokken docenten. Docenten die daar zitten in hun ‘vrije tijd’, omdat zij daarvoor hebben gekozen. Het gaat over burgerschap en vorming daarvan. Het gaat over kennis versus kunde. De docenten delen graag, zij praten graag. Soms teveel, maar wel vanuit drijvende kracht. Het gaat over #onderwijs2032 en burgerschapsvorming. ‘Dat doen we allemaal al!’ De ontzuiling heeft een groot effect gehad op het onderwijs. ‘Een docent moet het ook maar allemaal kunnen.’
Diversiteit van docenten sluit aan bij en levert diversiteit van leerlingen. 
De obstakels? ‘Tijd!’ ”Programma’. ‘Klasgrootte.’ ‘Rooster.’ Welke vraag je ook stelt, deze antwoorden komen altijd terug.

Er is ook iemand van de schoolleiding aanwezig en zij zegt iets dat zo overduidelijk is dat het vaak wordt vergeten. ‘Het gaat niet om geld, het gaat om keuze’s. Ruimte is er genoeg.’
En wie neemt hem of geeft hem? Wie laat toe dat hij wordt genomen?

Het zien van de film bracht mij terug naar mijn eigen tijd als stagiair. Ik had een begeleider van de ‘oude’ stempel, directief, overtuigd van haar eigen gelijk. Ik had collega’s met een verdorde blik, murw door wat telkens weer had gemoeten en wat zij zo toch goed mogelijk hadden proberen te doen. ‘NIET ZO WORDEN.’  Dat is wat ik mij toen voornam en gelukkig altijd heb onthouden. Ik zie dat het kan gebeuren, ik zie waardoor het gebeurt. Maar ik niet. Daan niet.

De film en de discussie stelden mij ook twee vragen. Wat is burgerschap en doe ik iets aan burgerschapsvorming? Voor mij is burgerschap bewust deelnemen aan de maatschappij. Ja, ik doe er iets mee in mijn lesgeven, door als docent mezelf en dus burger te zijn, daar waar het past, daar waar het kan. Eerlijk, zonder masker. Gewoon, gewoon.

Daan doet zijn best de wereld zijn lokaal in te halen. Maar hij doet meer. Hij gaat verder. Hij neemt zijn leerlingen de wereld in. Letterlijk. En hij laat ons zien dat het werkt. Hoe belangrijk ze ook zijn, Daan laat ons zien dat het niet gaat om lesvoorbereidingen op papier, met vakjes en vinkjes. Het gaat om leren. Dat Daan dat heeft geleerd is duidelijk.

In één les heeft Daan het jaar voor zijn leerlingen gemaakt.

Daan heeft op het moment van dit schrijven nog geen baan. Hij verdient er wel een. Ergens is er een school die Daan verdient. Ergens zijn er leerlingen die Daan verdienen. De maatschappij verdient Daans. Daans maakt meer dan vakkenvullers. Daans verbinden. Daans maken burgers.

Zodra de discussie is afgelopen staan de docenten op. Zij maken direct van de Open U weer rijtjes van twee.

Toch zijn er zaadjes gepland. Er zijn docenten van deze school die gaan nadenken over Daan en hoe hij zijn leerlingen de wereld in bracht. Zij gaan dit ook doen, dat zie ik.

Dank je, Daan.

Bron: http://www.vpro.nl/programmas/2doc/2016/Maatschappijleer

Daan en telefoontjes CiWE86JW0AA0nyO


26 letters die lesvrijeperiode spellen

april 27, 2016
26 letters life ello-optimized-c7d07c0f

By @maurogatti

Het is momenteel vakantie lesvrijeperiode. Wat doet een docent dan? Een schilderijtje in 26 letters.

1. Achterstallige administratie

Er blijft nog wel eens wat liggen, privé en voor school. Dingen die niet direct hoeven, die in steeds grotere mate zodra deze periode nadert ‘nog wel even kunnen wachten’ tot de lesvrije periode. Nu dus.

2. Auto APK

De auto is nodig om bij school te komen. Nu kan het even zonder. Al jaren zo. Voel alleen tijdens het rijden weer niet dat hij 1000 euro meer is waard geworden.

3. Agenda aanvullen

Wat gaat er in periode 4 allemaal aanvangen en eindigen? Wat ‘moet’ er en wat is optioneel? Wat wil ik gaan doen en waar heb ik ruimte voor, of kan ik die maken?

4. Blij bijkomen

Die eerste dag. Wat zal ik gaan doen? Er is van alles te doen en ik mag kiezen. Ik doe dan niks. Ik kom blij bij.

5. Bestellingen bevestigen

Er is toestemming binnen voor aangevraagde materialen om nieuwe practica mee te kunnen doen. Bestellen dus, wel even alles goed controleren, voor we op de knop gaan drukken.

6. Dunnere druk

Even geen 205 leerlingen die in groepen van 25 tot 30 langskomen en iets van jou verwachten. En dat terecht doen. Even geen deadlines voor toetsen of herkansingen. Even geen gesprekken.

7. Excursies effectueren

Gesproken met schoolleiding en sectie en afspraken gemaakt over mooie activiteiten voor onze leerlingen. Nog wel even de details regelen, de datum, de begeleiders, de bus, het museum, de lesuitval. Dat soort dingetjes.

8. Geen geluid

Even geen leerlingen die in groepen van 25 tot 30 bij elkaar komen in jouw lokaal en juist daar elkaar moeten vertellen wat zij elkaar moeten vertellen. Even geen 800 leerlingen in een aula die noodgedwongen boven elkaar moeten uitschreeuwen omdat er ergens een is die niet snapt dat zacht praten ook kan.

9. Heimelijk hopen

Dat de volgende periode iedereen rekent houdt met ieder ander. Dat de volgende periode iedereen echt zijn best doet. Dat de volgende periode iedereen ziet dat iedereen zijn best doet. Dat de volgende periode minder tijd verloren gaat aan repareren.

10. Inschrijvingen indienen

Er gebeurt zoveel moois op het gebied van onderwijs. Activiteiten van The Crowd, bijeenkomsten van MeetUp010, onderwijsavonden van HetKind, aanvragen van Kennisnet, Vodafone, het AOB. Ik schrijf er in voor een paar, allemaal is niet te doen, les geven blijft de essentie.

11. Kappertje knip

De haren worden zo eens in de 8-9 weken geknipt. Daarvoor is een lesvrijeperiode dus uitermate geknipt.

12. Lekker laden

Lezen en luisteren, zien en voelen, meer input dan output, de batterij andersom.

13. Lessen leven geven

Er is het boek. Er is het opdrachtenboek. Er is het antwoordenboek. Er is ook het leren, niet altijd te vangen in boeken. Lessen voorbereiden dus, lessen levend maken.

14. Nachtelijk Netflixxen

Als het zo uitkomt een film of serie gewoon even afkijken. Dat kan deze week. Vaak wint de slaap het. BAM! Er zit dan nu ook een barst in de iPad mini 😢

15. Onvermijdelijk opruimen

Van alles heeft zich op onopvallende wijze opgestapeld op het bureau, in de kamer, in de tuin, op de zolder (“even weggelegd”). Altijd te weinig 😜.

16. Prachtige plannen

Al het lezen en laden en wandelen en rust leiden tot prachtige plannen. Een deel belandt in de agenda, een deel in de studiewijzers, een deel in de map prachtige plannen.

17. Relatieve rust

Niet elke 45 minuten een bel. Geen agenda vol van 08.15 uur tot 20.15 uur.

18. Slapen slapen

Slapen. Iets meer dan gewoonlijk.

19. Tandje trager

Het hoeft even niet meer allemaal zo snel, dat is best lekker wel. Zelfs de trap op en neer duurt wat langer.

20. Toetsen testen

Toetsen worden gemaakt en besproken. Daarna vaak vergeten. Dat is jammer. Wat is er geleerd van de toetsen? Door mij en door mijn leerlingen? Waar kunnen zij anders zodat zij beter zijn? Tijdrovend en nuttig werk.

21. Vrolijke voorbereidingen

Verzinnen van lessen met fijne vormen en grappen en kwisjes met humor. Lachen tijdens het verzinnen, schrappen of toch niet? Waar liggen grenzen? Liggen die van mij toch iets verder?

22. Viervoeters verwennen

Na elke lesdag word ik door mijn viervoeters vrolijk verwelkomd. Ik geef ze veel terug. Deze periode nog wat meer. Wie geef jij wat meer terug als je wat meer tijd hebt?

23. Wekkerloos wakker

Meer nog dan anders, vaak ietsje later.

24. Weiniger wachten.

Op collega’s die te laat komen bij een vergadering, of in een rijtje bij de kopieermachine. Of in de file.

25. Zomerse zotheid

Die bewaren we tot de zomervakantie, de enige lesvrijeperiode die ook echt vakantie is 😄.

26. Zo! Zomaar.

Een lijstje. Wat vind jij?

 

PS: in de lesvrijeperiode mag de docent een beetje vals spelen met zijn 26 letters!


Waarom ik nog steeds voor zomerscholen ben

april 27, 2016

Zomerschool 2015-08-18_1454Dit jaar gaan 13.470 leerlingen gebruik gemaakt van een lente- of zomerschool. Is dat goed? Ja!

Eerder heb ik hier geschreven: ‘Waarom ik toch voor zomerscholen ben.‘ En dat ben ik nog steeds.

Wat is een zomerschool?

Tijdens een zomerschool worden leerlingen gedurende twee weken bijgespijkerd in een beperkt aantal vakken. Uitvoering van de zomerschool kan gebeuren door docenten van de school zelf maar kunnen hiervoor ook externe begeleiding inhuren. Het ministerie van OCW heeft hiervoor 9 miljoen euro beschikbaar gesteld. Scholen leggen zelf de afspraken vast en bepalen de inhoud en de toetsing en bepalen zelf de normen voor bevordering. Een belangrijk doel van de zomerschool is het terugdringen van het aantal zittenblijvers.

Niet iedereen in het onderwijs is even gelukkig met de zomerscholen, net als niet iedereen in het onderwijs even gelukkig is met de stoom- en bij-spijkercursussen voor de eindexamens. Ik ook niet.

De belangrijkste reden dat ik toch voor was en nog steeds ben is de leerling, die toch over kan gaan en niet een heel jaar opnieuw hoeft te doen.

En hier zit wat mij betreft de kern. Een duidelijk zichtbare harde kern, net alle mogelijkheden om hier achter te gaan staan, maar toch een met een kei-zachte inhoud. Cijfers zijn veelzeggend, maar niet alleszeggend. Cijfers zijn een samenvatting van het verleden en geen voorspelling met een garantie voor de toekomst. Geen mens is te vangen in een gemiddelde.

In een perfecte wereld en op een perfecte school zou een zomerschool niet nodig zijn. Dan is alles gedurende het jaar goed verlopen, zijn tijdig de nodige maatregelen genomen. Maar de praktijk is nooit perfect. Niet alle oorzaken voor het niet voldoen aan alle regels en normen voor overgang zijn altijd vermijdbaar. En zeker niet altijd worden deze veroorzaakt door de leerling of door de leerling alleen.

Op vele scholen is er geen mogelijkheid tot een voorwaardelijke overgang of een overgang met een taak. Veel scholen doen (nog) niet mee aan een zomerschool. Het eind van het jaar is het eind van het jaar. Na de laatste toetsweek liggen de cijfers vast. Na de vergadering ligt de toekomst vast.

Ik ben niet tegen doubleren. Ik ben wel voor het geven van kansen. Zeer bewust besproken door een team van betrokken professionals dat hiervoor voldoende tijd tot zijn beschikking heeft, zou de uitkomst moeten kunnen zijn overgang, doubleren of een extra kans. Of deze extra kans nu een zomerschool is of een taak of een voorwaardelijke overgang. Daar waar de twijfel zeer groot is, een stemming van 8 tegen 7 voor doubleren, verdient een leerling in mijn ogen een extra mogelijkheid.

Wat zeggen de cijfers over de zomerscholen?

Zomerschool percentages 2016-04-27_1211

In 2013 is er een pilot gedaan. Het resultaat hiervan was dat 85% van de leerlingen na de zomerschool alsnog kon worden bevorderd. In 2014 was dit 86% en in 2015 83%. Een jaar later konden van deze leerlingen respectievelijk 75% en 68% opnieuw worden bevorderd. Een ruime meerderheid van de bevorderingen bleek dus duurzaam. Van de leerlingen uit de pilot van 2013 kon 79% ook twee jaar later worden bevorderd. Ik vind deze percentages een goed argument om nog steeds voor zomerscholen te zijn.

Percentages op zich zeggen mogelijk niet zoveel. Absolute aantallen mogelijk wel. Wanneer de percentages worden omgerekend naar absolute aantallen ontstaat de volgende tabel.

Zomerschool aantallen 2016-04-27_1212

Dankzij de zomerscholen zijn er 5747 leerlingen niet blijven zitten in schooljaar 2015. Bij een voorzichtige schatting van 80% gaan er dankzij de zomerscholen in schooljaar 2016 mogelijk bijna 11.000 leerlingen niet blijven zitten!

Deze aantallen maken mij voor het zijn van zomerscholen. Toch en nog steeds. Het gaat mij om leerlingen. Laat hen niet het slachtoffer zijn van de dingen die in het onderwijs nog niet helemaal goed zijn geregeld. Het zal je zoon of dochter, je neefje of nichtje, je buurjongen of buurmeisje maar zijn.

Bronnen: 
– VO raad: Zomerscholen VO
VO raad: Zomerscholen hebben een blijvend duurzaam effect


Daan en het begin van de Maatschappijleer

april 27, 2016

Op 16 mei zal door de VPRO op NPO 2 – om 20.55 uur – de documentaire 2DOC: Maatschappijleer worden uitgezonden. In de film wordt de 26-jarige Daan Faasen gevolgd als student van de Academische opleiding Maatschappijwetenschappen, bij zijn eerste stappen in de lespraktijk op het Theresialyceum in Tilburg. Wat zijn zijn ervaringen? Kan hij in de klas waarmaken wat hij voor zich ziet in zijn hoofd? Hoe gaat hij om met eisen? Welke obstakels komt hij tegen? Hoe verwerkt hij de gebeurtenissen van vandaag in de les van morgen? Hoe begint Daan aan zijn leer van de Maatschappij?

Op 14 mei is er al de gelegenheid de film te zien tijdens een voorvertoning, gevolgd door een nagesprek, in de Balie in Amsterdam.

In de maanden mei en juni zal deze film langs tien verschillende middelbare scholen toeren, waar aansluitend een gesprek over burgerschapsvorming zal worden gehouden. Op 15 juni is er een groot slotdebat over burgerschapsvorming in de Balie in Amsterdam.

Een aantal edubloggers van HetKind heeft de film reeds mogen zien en zij gaan er ieder op hun eigen wijze een verhaal over schrijven. Deze verhalen zullen na het vertonen van de film op 16 mei verschijnen. Ook zullen de edubloggers aanwezig zijn op de scholen om wat zij ervaren tijdens de gesprekken met de leerlingen te spiegelen aan hun eigen beelden over burgerschapsvorming. De verhalen zullen mogelijk een bijdrage kunnen leveren aan het slotdebat op 15 juni.

Ik heb als een van de edubloggers inmiddels een verhaal geschreven over wat de film over Daan in mij los maakte, tijdens het zien en tijdens het overdenken daarna. Dit verhaal is nog even onder embargo. Ik zal ook aanwezig zijn bij het vertonen van de film op een van de scholen en mijn ervaringen met de reacties en interacties van de leerlingen proberen te vangen in woorden.

Een trailer van de film is hieronder te zien. Heb je na het zien hiervan interesse meld je dan aan voor de voorvertoning op 14 mei en/of het slotdebat op 15 juni.

Maatschappijleer – Officiële trailer from eenvandejongens on Vimeo.


Flip de leerling

maart 28, 2016

DSC01238

Het is momenteel toetsweek op mijn school. En dat zal op meerder scholen zo zijn.

Vanmorgen schreef ik de post 5 manieren om de leraar te flippen op dit blog. Hierin schreef ik onder andere het volgende:

Flipping the classroom is een techniek die langzamerhand zijn weg aan het vinden is in het onderwijs. Leraren maken steeds vaker gebruik van de technologische mogelijkheden die er zijn om het uitleg en instructie buiten het klaslokaal te laten plaatsvinden om zo de kostbare tijd in de klas effectiever te kunnen besteden. Er ontstaan steeds meer vormen van ‘flippen’ en de tijd om ook de leraar te gaan flippen lijkt aan te breken.

In het meeste onderwijs staat de leraar letterlijk centraal. De leraar staat vooraan in de klas en alle leerlingen kijken naar hem of haar. Daar is op momenten niets mis mee, als standaard misschien wel.

‘De leerling centraal’ is een uitdrukking die door menige school wordt gebruikt. Soms terecht, vaker niet in de beleving van die leerling.

Het gaat in het onderwijs niet zozeer om de kretologie, veel meer om de bijbehorende acties. Het gaat niet om de leraar of de leerling, het gaat om leren.

Vervolgens las ik een email die naadloos aansluit op deze post en die ik daarom graag direct even deel, met een korte toelichting.

Flip de leerling!

Veel leerlingen op mijn school vinden scheikunde een lastig vak. Dat zal op vele andere scholen ook zo zijn.

Tijdens mijn lessen, en vooral mijn mentorlessen, probeer ik leerlingen te overtuigen van het nut en verleiden tot het genot van leren van elkaar. Met wisselend succes.

Mijn hart maakte dan ook een sprongetje toen ik de volgende mail las:

“Ik heb een Google Document aangemaakt waarin jullie vragen over de komende scheikunde toets kunnen zetten. Dit kan tot uiterlijk maandag 28 maart om 15:00 uur. Daarna zal ik een video maken met de antwoorden op jullie vragen en deze met jullie delen.”

 

 

 

 


Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 4.955 andere volgers

%d bloggers op de volgende wijze: