Toetsweken, een goed idee?

januari 12, 2016

Toetsen een goed idee piano-307653_960_720

Bij mij op school is het deze week tentamen/toetsweek. Dit is niet bijzonder. Veel middelbare scholen hebben toetsweken, vorige week, deze week of volgende week. Een week lang zijn er geen lessen en alleen maar toetsen.

In de Kerstlesvrijeperiode ontmoette ik toevallig een oude vriend, die recent ook als docent is gaan werken. Wij spraken over verleden en heden, en ook over onderwijs, natuurlijk.

Hij vertelde mij daarbij een aantal dingen die hem waren opgevallen zijn eerste jaar. Voordat hij in het onderwijs ging werkte hij in een commercieel bedrijf als afdelingsleider. Hij noemde een aantal zaken die bij navraag door zijn collega’s als normaal beschouwd worden, maar hem als nieuwkomer verbaasden.  Zo vertelde hij het volgende, en hij vroeg mij wat ik daar nu van vond.

Op zijn school zijn er 4 periodes en in de bovenbouw wordt elke periode afgesloten met een toetsweek. De toetsweken zijn, in verband met de organisatie van mondelingen en de indeling van de leerlingen in clusters, in de praktijk uitgedijd tot 7 of 8 dagen. Twee weken na elke toetsweek is er bovendien een dag waarop toetsen herkanst kunnen worden.

Totaal waren er, lesuitval voorbehouden, 152 lesdagen op zijn school zijn eerste jaar. Hiervan werden er 35 gebruikt voor toetsen of herkansen.

Dit betekent dat op zijn school minimaal 23% van de tijd wordt besteed aan toetsen.

We besloten dat wij toetsweken geen goed idee vinden en namen nog een drankje.

PS: Deze blog is deels geschreven tijdens het surveilleren 😜.

 


Docent 16.1.11

januari 11, 2016

Ik zag gisteren de volgende tweet langskomen:

Docent 16.1 2016-01-10_1820

Dit zette mij aan het denken. Vanwaar die nummers als ‘5.0’? Veel bedrijven en adviseurs geven hun producten of inzichten een nummer, om aan te geven dat het nieuwer en (dus) beter is. Een trend die sterk is de wereld van de ICT en de auto’s, en wordt gevolgd door hen die de (verkoop)kracht van nieuwe nummers zien. Windows is bij 10 (na 9 te hebben overgeslagen), OS-X is bij 10.11.2, Explorer is bij 11.0.26, Safari is bij 9.0.2, Chrome is bij 47.0.2526.106, het internet is bij Web 3.0. BMW is bij de 8-serie, Ferarri is bij de 599XX, Mazda is bij de 626.

In de wereld van de ICT suggereert het cijfer voor de punt een grote wijziging, die erachter een kleine. Bij auto’s is de naamgeving en nummering voor mij wat ondoorzichtig. Je kunt je laten imponeren en altijd de laatste versie willen hebben, je kunt er om lachen dat er zoveel versies zijn, je kunt het negeren, je kunt het je laten helpen om te weten wat de laatste versie is.

Als je een product maakt en dit continu verbetert dan wil je dit graag delen met je klanten.

Als je als docent continu wilt verbeteren en dit ook doet, blijf je dan hetzelfde of word je een nieuwe versie van jezelf?

Ik ben in januari 2000 begonnen als docent. Ik ben nu dus versie 16.1.11. Elke dag een beetje beter.

En jij? 😀

 


Charlie Hebdo, een jaar later

januari 7, 2016

Vandaag is het 7 januari, 1 jaar na de aanslag op Charlie Hebdo. Twee maanden na de aanslagen in Parijs, op onder andere muziektheater Bataclan.

Gisteravond, 6 januari, was de bijeenkomst MeetUp010#4, getiteld: ‘De klas is de wereld’. Hier spraken docenten, schoolleiders, docenten in opleiding, bestuurders en experts óf en hoe je met leerlingen in de klas spreekt over zulke ingrijpende gebeurtenissen.

MeetUp010#4 vond plaats op de Gereformeerde Scholengemeenschap Randstad, volgens rector Kees Klapwijk, tot zijn tevredenheid, door een van haar reguliere bezoeksters beschreven als een ‘hippe christelijke school’. En in die schijnbare tegenstrijdigheid zat een deel van de rode draad voor deze avond.

Charlie Hebdo een jaar later CYDycZgWsAAcRDa

foto: Erik Harinck

Henk ter Haar, docent Nederlands, deelde de resultaten van zijn niet representatieve onderzoek naar hoe docenten en scholen zijn omgegaan met Charlie Hebdo en Parijs. Ongeveer 85% van de leerkrachten gaf aan hier op een of andere wijze aandacht aan besteedt te hebben. Ongeveer 10% gaf aan dit binnen de bestaande schoolcultuur zeer ongebruikelijk zou zijn geweest. Angst voor het gesprek zit voor veel docenten in de onvoorspelbaarheid van de reacties. Aanbevelingen voor in de klas: Praten helpt. Emoties zijn goed, feiten zijn beter. Niet veroordelen, helpen oordelen. Ine Spee, crisisadviseur school en veiligheid, belichtte het verschil tussen een ramp op school, die leidt tot solidariteit, en rampen buiten school, die polariserend kunnen werken. Voor een goed gesprek in de klas zijn een samenhangende invulling van de verschillende taken van schoolleiders, mentoren en vakdocenten essentieel. Er is een noodzaak voor onderlinge steun en begrip. Afspraken voor een gesprek lijken zo vanzelfsprekend dat zij vaak worden vergeten, zijn toch echt nodig, respect, uitpraten, niet persoonlijk, niet generaliserend. Gerben ter Beek, docent economie, liet zien hoe op christelijk scholen die hun dagopening digitaal delen door docenten snel kan worden ingesprongen op actualiteiten door snel bronnen en suggesties aan te bieden. Een lichtend voorbeeld. Halil Karaaslan, docent Maatschappijleer, vertelde ons dingen ‘die hij normaal niet zo zou zeggen’, om ons aan het denken te zetten. Hij wilde dat wij ons aan hem irriteerden, wat niet zo moeilijk was, óf van hem hielden, wat niet zo moeilijk was. Toch wilde hij geen middenweg. Zijn focus was op het dilemma in elk gesprek in de klas. Hoor jij de ander werkelijk, ken jij zijn wereld? Ben je jezelf bewust van jou plaats in het gesprek, als professional? Op een schijnbaar luchtige maar rake toon, vatte de straatwijze cabaretier Ismail Aghzanay, inmiddels docent Engels in opleiding, zijn visie samen op het belang van oprechte betrokkenheid van de leerkracht, die ook ooit zelf leerling was. ‘Hoe gaat het met jou?’

De avond werd afgesloten met een gesprek tussen gasten en publiek, geleidt door Nourdin El Ouali. Wat is er geleerd? Wat wil je nog weten? Wat zijn jouw hoogtepunten? Wat ga jij morgen doen?
Er was een duidelijke rode draad. Praten is moeilijk. Leerkrachten dienen toch het gesprek te (bege)leiden. Voor een goed gesprek dienen leerkrachten leerlingen te zien, te kennen. Verschillen te onderkennen, in achtergrond en in taalgebruik. In hoeverre zijn wij als docenten moreel goed bezig wanneer wij leerlingen vertellen wat moreel belangrijk is? We doen, vrijwel onbewust, vrijwel ongemerkt, bijna alles vanuit een dominante cultuur en een eigen visie. Hoe groot of klein deze cultuur ook mag zijn. In de klas zijn dit de harde praters, of de docent, die onvoldoende afstand neemt. Wie bepaalt wat belangrijk is, waarover kan en dient te worden gesproken? Op school kan dit de identiteit zijn. Op ‘christelijke’ scholen vallen er keiharde woorden na Charlie Hebdo en Parijs. Op ‘zwarte’ scholen is er nauwelijks interesse voor. We proberen op te leggen wat wij belangrijk vinden met soms weinig oog voor wat anderen belangrijk vinden. Kun je een gesprek of discussie aangaan met leerlingen als je zelf onvoldoende op de hoogte bent van de feiten? Praten is moeilijk. Zowel voor de meerderheid als de minderheid.

Wil je meer lezen over de bijeenkomst? Arjan Moree schreef gisteren een live blog.

Wil je er een volgende keer bij zijn? Dat kan! Zet vast in je agenda. Op 2 maart zal MeetUp010-#5 zijn, met weer een andere vorm. Aan de hand van de documentaire ‘Valt er hier nog wat te leren?’, dat een inkijkje geeft in dagelijkse praktijk van een andere vorm van leren, zullen gastsprekers en publiek met elkaar in gesprek gaan over de vraag: Wat is goed onderwijs? Een trailer van de documentaire is hier te zien. Aanmelden kan via de website, het exacte programma zal volgen.

Wil je een MeetUp in jouw stad? Dat kan! Misschien is 050 de volgende:

Charlie Hebdo Meetup010 Meetup050 2016-01-07_1828

 


MeetUp010 logo cropped-SCN_0015-website

MeetUp010 is ontstaan als reactie op de zeer veel bekeken en zeer indrukwekkende VPRO Tegenlicht uitzending ‘De onderwijzer aan de macht’. Deze uitzending leverde zoveel positieve energie dat een aantal mensen in Rotterdam de koppen bij elkaar stak en op 19 maart 2015 organiseerden zij de eerste MeetUp010 bijeenkomst. De tweede bijeenkomst stond vooral in het teken van de leerling en werd gehouden in de vorm van edcampNL. Het onderwerp van de derde bijeenkomst was De Staat van de Leraar, aan de hand van het verslag van het onderzoek dat dit jaar voor het eerst was gedaan.

De mensen achter de organisatie van MeetUp010#4 zijn:
Monique van den Heuvel, onderzoeker en docent Hogeschool Rotterdam.
Ralf Hillebrand, docent economie op Wolfert Pro.
Arjan Moree, docent geschiedenis op het Penta college CSG Scala Rietvelden.
Claire Ohlenschlager, docent bij de Hogeschool Rotterdam.
Inge Spaander, docent Media en Entertainment bij Thorbecke Voortgezet Onderwijs Nieuwerkerk.
Woosje Stuart, docent beeldende vorming en cultuurcoördinator bij RVC De Hef.
Gijs Verbeek, redacteur en onderzoeker bij het NIVOZ-forum.
Frans Droog, docent Biologie en Mens en Natuur op het Wolfert Lyceum


Meldpunt HELP! Mijn docent is digibeet!

december 28, 2015

meldpunt

 

Vanochtend las ik op twitter over het vandaag live gaan van een meldpunt van het LAKS waar leerlingen iets kunnen melden over hoe zij de ICT-vaardigheden van hun docenten ervaren.

Dit is de letterlijke tekst van de site van het LAKS. (Landelijk Aktie Komitee Scholieren):

Iedereen kent ze wel; docenten die het verschil tussen Google en de zoekbalk niet kennen, 15 minuten bezig zijn met het openen van een Youtube-filmpje, of docenten die de ICT’er van school moeten roepen omdat ze het geluidsknopje niet kunnen vinden. Sterker nog, vaak weten scholieren beter dan de docent hoe de ICT werkt.
Dit roept bij scholieren veel ergernissen op. Immers, het onderwijs maakt steeds meer gebruik van digitale leermiddelen. Dit is een mooie ontwikkeling, mits er goed gebruik van wordt gemaakt. Wij horen echter vaak dat leerlingen ontevreden zijn over hoe de  docenten omgaan met ICT en sociale media. Zo geeft minder dan de helft van de ondervraagde scholieren in de LAKS-monitor van 2014 aan dat zij tevreden zijn over de mate waarin docenten omgaan met ICT. 

Om die reden heeft het LAKS vanaf maandag 28 december het meldpunt HELP! Mijn docent is digibeet in het leven geroepen. Bij dit meldpunt kan je een klacht indienen over gerommel met ICT. Zo krijgt het LAKS een beeld van de grootste ICT ergernissen, zodat wij docenten kunnen meegeven welke basis ICT-vaardigheden zij minimaal zouden moeten beheersen. Dit wil het LAKS overhandigen aan lerarenopleidingen en organisaties die nascholing verzorgen, zodat zij docenten goed kunnen opleiden in het omgaan met ICT.

Deze oproep leidde tot de nodige reacties, die in een aantal categorieën zijn onder te verdelen.

Herhalers. In een tijd van een uur of twee kwam in mijn tijdlijn het simpele feit dat dit  meldpunt is geopend een keer of tien langs. Met hierbij verschillende bronnen genoemd: de telegraaf, het ad, nu.nl, het LAKS. Deze groep herhalers geeft aan dat het bericht bij hen leeft en dat zij het de moeite waard vinden dit te delen op twitter. Zij delen geen eigen mening. De titels van de gebruikte bronnen zijn, net als hun inhoud enigszins verschillend, achtereenvolgens: “Scholieren in actie tegen digibete docenten”; “Help! Mijn docent is digibeet”; “Scholieren openen meldpunt voor digitaal onbenullige docenten”; “Meldpunt HELP! Mijn docent is digibeet!”

Neutrale reageerders. Deze tweeps maken melding van het bericht en geven aan dat zij benieuwd zijn naar de resultaten en het vervolg.

Verdedigende reageerders. Deze tweeps brengen bij het melden van het bericht redenen in waarom docenten niet zo ICT-vaardig zijn als zij misschien zouden kunnen zijn of zouden moeten zijn in de ogen van hun leerlingen. Praktische omstandigheden in een lokaal die zij niet kunnen beïnvloeden, technische ondersteuning die onvoldoende is.

Reageerders met een persoonlijk doel. Deze tweeps gebruiken de aandacht die er op twitter blijkt te zijn om, meer of minder subtiel, te wijzen op het feit dat scholing dus van belang is en dat zij toevallig de mogelijkheden bezitten om docenten meer ICT-vaardig te maken.

Ironische reageerders. Deze tweeps geven aan dat zij blij zijn dat de resultaten aan de lerarenopleidingen zullen worden aangeboden. Zij geven aan dat leerlingen zelf ook niet zo ICT-vaardig als ze zelf denken. Zij komen met voorbeelden van uitspraken van leerlingen over hun docenten, zonder directe bronvermelding.

Aanvallende reageerders. Deze tweeps richten zich op de ervaring aan dat het LAKS vooral een klachtenbureau is. Zij richten zich op het feit dat leerlingen zonder bekwaamheid docenten op hun bekwaamheid aanvallen.

Positieve reageerders. Zij geven aan dat initiële ergernis soms leerzaam kan zijn en dat het meldpunt op zijn minst opvallend is. Dat het goed is dat de ontvangers van onderwijs met ICT in ieder geval hun input kunnen geven.

Ik ben altijd positief vanuit neutraliteit. Zeker op sociale media. Een eens genomen en vooralsnog nooit betreurd besluit. Zoeken naar toegevoegde waarde is waardevoller dan zoeken naar bevestiging van bestaande oordelen. Rood is mooi in de zon en in rozen, niet in mensen.

Ik ken collega’s die inderdaad niet weten hoe zij het volume via de PC kunnen verlagen of het geluid uitzetten en die voor de voor hen pragmatische oplossing gaan van de stekker er dan maar uittrekken. Ik ken collega’s die inderdaad niet weten wat het verschil is tussen opslaan op een computer en opslaan in The Cloud. Ik ken collega’s die niet weten hoe een link naar een YouTube filmpje op te nemen in hun presentatie en elke les weer opnieuw weer op zoek gaan. Ik ken collega’s die regelmatig hun wachtwoord vergeten. Ik ken collega’s die hun zelfgemaakte video’s via YouTube delen met leerlingen. Ik ken collega’s die tien verschillende tools op internet effectief inzetten op het juiste moment. Ik ken collega’s die voor vrijwel elke les een presentatie voorbereiden met daarin minimaal een animatie of een interactieve activiteit.

Ik ken leerlingen die geen mobiel hebben. Ik ken leerlingen die met hun mobiel niet meer kunnen dan chatten. Ik ken leerlingen die alleen uit een boek willen leren, omdat zij dit nu eenmaal zo gewend zijn. Ik ken leerlingen die op internet niet kunnen zoeken. Ik ken leerlingen die regelmatig hun wachtwoord vergeten. Ik ken leerlingen die elk vrij moment gebruiken om digitaal woordjes te oefenen. Ik ken leerlingen die na een korte toelichting aan de slag gaan met hun computer, chromebook of mobiel en leveren wat er van hen wordt gevraagd. Ik ken leerlingen die in een mum-van-tijd presentaties in elkaar sleutelen die zowel inhoudelijk als visueel meer dan ruim voldoende zijn. Ik ken leerlingen die dingen kunnen die ik hier niet kan melden.

Ik weet niet hoe representatief het is wat ik weet. Ik weet wel dat ik zelf voor leerlingen meer betrekken bij hun eigen leren. Ik weet wel dat ik zelf ben voor docenten die het aandurven naar leerlingen te luisteren.

Ik ben benieuwd naar de resultaten van het meldpunt. Ik ben positief en hoop dat dit initiatief een bijdrage kan leveren aan de discussie over beter onderwijs. In dit geval een discussie waarbij ICT-vaardigheden van docenten én leerlingen een mooi, nieuw, beter bruikbaar gereedschap zijn in de gereedschapskist van doceren én leren. Ik hoop dat dit initiatief niet leidt tot een lijst van klachten maar een lijst van mogelijkheden. Een initiatief waarbij de gebezigde taal geen belemmering vormt voor de gewenste boodschap.

Met excuses aan alle tweeps die ik hier niet noem en oprechte dank aan alle tweeps die aan bovenstaande hebben bijgedragen: @jmvangoor @Nu+internet @SWCdeBruijn @Lakstweets @RedegeldE @ictcafe @karinwinters @AstridSchat @amberwalraven @ashwinbrouwer @MsLuss @AntoinetteEngbers @waterstof81 @klaasbellinga @marcoderksen @mellekramer @FerryHaan @donzuiderman @sannepit @Tichener @sienjaal @thebandb @wiswijzer @ReinBijlsma

 

Meldpunt Helmond

 

 

 


Groeiend leren

december 19, 2015

Tijdens het lezen van allerlei theoretische verhandelingen over hoe leren zou plaatsvinden en hoe je dit als docent zou kunnen beïnvloeden heb ik persoonlijk nog wel eens moeite met de gekozen termen en de gekozen indelingen in allerhande ‘hokjes’. Tegelijkertijd besef ik dat er woorden moeten worden gebruikt om kennis en ideeën uit te wisselen en ben ik mij bewust van de aanlokkelijke kracht van welluidende begrippen. Oneliners leiden tot adepten en rejectors. Ik begrijp ze beide en zie vaker en liever de overlappende cirkels in de argumenten voor en tegen dan de extremen die begrijpelijk eenvoudiger te positioneren zijn.

Recent is in het onderwijs het concept van een ‘Fixed Mindset’ tegenover een ‘Growth Mindset’, zoals door Carol Dweck geïntroduceerd een veelbesproken manier geworden om tegen leren en doceren aan te kijken. Ik kan het niet eens zijn met de extremen die deze twee begrippen suggereren. Leren is veel meer vloeibaar. Wel zie ik het belang van het onderliggende idee om op deze manier naar leerlingen te kijken. “Elke indeling heb zijn nadeel, elke indeling heb zijn voordeel.”

De animatie die door RSA is gemaakt van de visie van Carol Dweck zijn de 10 minuten van het bekijken voor iedere docent meer dan waard. Niet om het er mee eens of oneens te gaan zijn, maar om er voor jou uit te halen wat voor jou en jouw leerlingen waardevol is.


Stempeluur

december 13, 2015

stempelFDG 18mm

Op vrijdag staan er in het rooster voor klas 6Vbiol2 2 lesuren, het 2e uur (09:00-09:45) en het 9e uur (15:15-16:00). Klas 6Vbiol2 is een cluster, dat wil zeggen dat niet alle leerlingen dezelfde vakken volgen binnen hun verschillende profielen. Deze vrijdag blijken er voor 21 van de 28 leerlingen, deels standaard, deels door afwezigheid van docenten ivm ziekte of nascholing, twee tot vier tussenuren te zijn ontstaan. Zij vragen het 2e uur om een mogelijke oplossing en komen met suggesties. Eén hiervan blijkt realiseerbaar en acceptabel. Er is een lokaal beschikbaar het 5e uur en de leerlingen beloven dan aan het werk te gaan…

Omdat er twee uren staan gepland voor mijn vak op vrijdag deel ik de activiteiten voor de leerlingen vaak in als volgt: 2e uur uitleg en vragen, 9e uur opdrachten maken en vragen. Het werk dat de leerlingen geacht worden het 9e uur te doen kunnen zij dus prima het 5e uur doen. Hoe ga ik dat als docent faciliteren en ‘controleren’?

Belachelijk eenvoudig. Met een stempel!

Aan het begin van de les krijgen de leerlingen in hun schrift een stempel, de DUP stempel, en aan het eind van de les opnieuw, maar dan een ‘omgekeerde’ versie. Zo is het zichtbaar voor de docent, maar vooral voor de leerling, wat zij hebben gedaan. Mocht de docent vinden dat de activiteiten tijdens het 5e uur onvoldoende zijn geweest dan is de optie aanwezig de leerlingen alsnog het 9e uur ook aan het vak biologie te besteden. Dit bleek niet nodig.

De leerlingen die geen tussenuur hadden hebben het 9e uur hun opdrachten gemaakt.

stempelFDG 18mm omgekeerd

En dan tijdens het verlaten van het lokaal het 5e uur een leerling die nog even langskomt: “Meneer, bedankt dat U dit voor ons hebt geregeld.”


Gratis lessen voor het goede doel

november 1, 2015

Edukans logo

Zoals het wel eens vaker gaat, werd mij gisteren een vraag gesteld op twitter over iets dat ik had geschreven op deze blog. Het ging over het geven van feedback, een krachtig middel tot leren, dus mijn interesse was gewekt. Na het geven van mijn antwoord aan de vragensteller reageerden ook anderen met suggesties en alternatieven. Mooi, prachtig, delen van informatie en trots zijn op de oplossing die jij gekozen hebt voor het probleem! De vragensteller was geholpen. Gek genoeg bleef ik zitten met een vraag.

Een van de alternatieven kende ik nog niet en de inbrenger was hierover erg enthousiast. De informatie heb ik even geparkeerd. Dat wil zeggen dat ik de tweet in mijn lijstje met favorieten heb geplaatst en een korte notitie op mijn papieren blokje heb gemaakt.

Vanochtend zag ik de notitie op het papier, liggend naast mijn laptop. Ik zag de tweet bovenaan staan in mijn lijstje favorieten, toen ik Tweetdeck opende op mijn laptop. Ik klikte op de link naar de gesuggereerde video. Ik keek naar de speelduur, 15 minuten. Best lang. Voor de tweede keer besloot ik toch te klikken.

Er volgde een uitleg over het gebruik van de toepassing waarover de gebruiker zo enthousiast had getweet dat het mij had doen overreden de tweet te bewaren en het filmpje te bekijken.

Ik bekeek het filmpje, oortjes in. Het ging allemaal niet echt snel en terwijl ik bleef luisteren klikte ik naar mijn mail, las, schreef reacties en ruimde op. Tot ik bij 12:38 in de video was aanbeland. Toen schakelde ik terug naar de beelden.

Deze docent beschrijft vanaf dat moment hoe hij gratis voor iedere docent en iedere leerling zijn site en lessen beschikbaar stelt. Hij vraagt hiervoor niets terug. Wel geeft hij een optie. De optie om hem te bedanken voor zijn werk met een beloning  aan iemand anders. Een kleine donatie aan Edukans. Een kleine donatie om ook voor andere leerlingen, in andere landen, leren mogelijk te maken.

Ik ga hier verder niet schrijven over feedback of de tools waarmee je feedback kunt geven. Ik ga alleen maar vragen om even naar de video te kijken. Ik ga alleen maar vragen of anderen die hun lessen gratis delen ook zoiets zouden willen overwegen. Ik ga alleen maar vragen of iedereen die van gratis lessen gebruikt maakt bereid is een donatie te doen om ook voor anderen, hier heel ver vandaan, lessen mogelijk te maken.

De docent waar ik het over heb is Martin Ringenaldus en zijn site is bijlesduits.org. Martin verdient navolging en alle credits.

Beste (YouTube) docenten, willen jullie ook mee doen? Geen enkele verplichting, volledig vrij, alleen de vraag af en toe stellen? Voor een goed doel dat jou aanspreekt?

Jan Willem Eckhardt
De Biologie Leraar
NGbiologie
Srutenfrans
WiskundeAcademie
OsAcademie
AcNatuurkunde
JortGeschiedenis
Scheikundelessen
Meneer K. Saber
Mr. van Bakel
Hester Vogels
ArnoudKuijpers
Stefan van der Weide
MeesterGijs
CornédeBoer

Deze lijst gaat zeker uitgebreid worden! Meld je aan als je mee wilt doen. Meld iemand aan waarvan je denkt dat hij of zij op deze lijst zou moeten/kunnen/willen staan.


Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 4.656 andere volgers

%d bloggers op de volgende wijze: