Leer me dan!

mei 13, 2015
Blogpost Leer me dan drukdruk
In Belgie wordt gewerkt aan een grote hervorming van het vervolgonderwijs. Hieronder de bijdrage van een leerling, Alice Elliot, aan het debat hierover. Het is een beschrijving van een gedreven persoon met een oproep aan het onderwijs. Het is niet de standaard maar het geeft zeker te denken. Het betreft de situatie in Belgie maar is misschien niet zo heel veel anders in Nederland. Zien docenten hun leerlingen wel vaak genoeg zoals zij thuis doen? Zijn docenten zich bewust van de druk die leerlingen voelen? Durven docenten na te denken over het doel van onderwijs als leerlingen dit soort meningen delen en dit soort vragen stellen?

Het is donderdagavond, half twaalf. Met mijn cursus wiskunde voor me zit ik aan één stuk door te geeuwen. Een verdieping lager liggen mijn ouders al in hun bed. Slaperig werk ik een vraagstuk over goniometrische functies af om zodadelijk nog een laatste keer de leerstof Romeins Recht door te nemen. De afgelopen week heb ik elke avond tot na elf uur voor school gewerkt. Morgen heb ik drie herhalingstesten. En dit weekend wordt al even druk want er moeten twee presentaties en een groepswerk worden afgewerkt.

Ik zit in het vijfde jaar ASO Latijn-Moderne talen, en natuurlijk heb ik niet altijd zoveel werk als hierboven beschreven. Maar de avonden waarop ik meer dan een uur vrije tijd over heb, zijn schaars geworden. Veel van mijn vrienden hebben hobby’s moeten opgeven omdat ze die niet langer konden combineren met school.

In vergelijking met de energie die ik in studeren stop, hou ik er enorm weinig aan over. En dat is jammer.

Het Algemeen Secundair Onderwijs heeft als functie een zo breed mogelijke basis mee te geven. Hoewel ik vrijwel continu bezig ben met school, heb ik niet het gevoel dat ik de afgelopen jaren zoveel heb geleerd. Vraag me iets over de aardrijkskundeleerstof van het derde jaar en ik sta met mijn mond vol tanden. In vergelijking met de energie die ik in studeren stop, hou ik er enorm weinig aan over.

Wanneer een examen gedaan is, telt alleen nog de leerstof van het volgende vak. De leerstof die we er een paar dagen eerder wanhopig in gepropt hebben, is volledig naar de achtergrond verdwenen. Vrijwel alle details ben ik direct na het examen alweer vergeten. En wanneer mijn jongere zusje me twee jaar later komt vragen of ik haar kan helpen met chemie, of haar wil ondervragen over geschiedenis, merk ik dat ik er bijna niets meer over weet.

En dat is jammer. Is onze manier van onderwijs wel zo efficiënt en rendabel wanneer meer dan drie kwart van de leerstof uiteindelijk in ons kortetermijngeheugen belandt? We worden gedurende het schooljaar wel aangespoord om te herhalen, maar iedereen weet dat slechts een enkeling dat ook daadwerkelijk doet. Moeten we niet dringend eens op zoek gaan naar een andere manier van onderwijs? Een manier van onderwijs die wél efficiënt en rendabel is, die ervoor zorgt dat we er op lange termijn veel meer aan hebben?

Neem nu de taalvakken. Zou talen leren niet veel meer praktijkgericht moeten zijn? Want in vergelijking met het aantal uren dat we erin stoppen, hebben slechts weinigen het gevoel dat ze na afloop van hun humaniora écht goed Frans kunnen. We hebben het vak nochtans wel zo’n drie tot vijf uur per week. Met de moderne technologieën zouden we daarvan toch minstens een uurtje al Skypend moeten kunnen doorbrengen? Met Franstalige scholen bijvoorbeeld. Een taal leren door te spreken met Franstaligen lijkt me veel zinvoller dan zinnetjes vertalen en woordjes leren in je werkschrift.

School krijgt mijn honger naar kennis niet gestild.

Ik ben altijd leergierig geweest, maar heb het gevoel dat school me niet meer echt kan boeien, kan motiveren. Mijn motivatie om voor school te werken is om mijn ouders tevreden te stellen, om mijn jaar niet over te moeten doen, om zo veel mogelijk toekomstmogelijkheden open te houden. Mijn motivatie is géén honger naar kennis, terwijl dàt het juist zou moeten zijn. Of laat ik het anders zeggen: school krijgt mijn honger naar kennis niet gestild. De dingen die ik op school leer zijn ongetwijfeld belangrijk, maar vaak slaag ik er niet in om het nut er van in te zien. Geschiedenis, talen, godsdienst, esthetica… Ik vind het allemaal enorm interessant, en toch zit ik een groot deel van de leerstof gewoon zonder nadenken van buiten te blokken.

Waarom die acht op tien me dan toch blij maakt weet ik niet. Het is een teken dat ik goed geleerd heb, een bevestiging dat er niets mis is met mijn geheugen, dat ik in staat ben om na te denken. We leren dat een acht op tien goed is, een zes middelmatig en een vier ondermaats. Punten lijken wel het enige wat van belang is, niemand die zich afvraagt of we van al dat studeren ook daadwerkelijk iets geleerd hebben.

Die cijfergerichte motivatie is volgens mij volledig fout. Het is juist zo belangrijk dat jongeren gemotiveerd worden om écht te willen leren, en niet om hun ouders tevreden te stellen, of gewoon om de beste van de klas te zijn. Leren zou geen verplichting, last of straf moeten zijn, maar iets wat we graag doen. We zitten tenslotte twaalf jaar lang op de schoolbanken, dan kunnen we toch proberen om van die periode iets leukers te maken?

Onze samenleving verandert enorm snel, maar het onderwijs lijkt niet mee te veranderen.

Leraren moeten zich aan hun leerplannen houden en dat lijkt het allerbelangrijkste. Dat de leerlingen in staat zijn om een zelfstandig, gezond en maatschappijkritisch leven te leiden wanneer ze de middelbare school verlaten, lijkt bijzaak.

Dat die eindtermen niet werken, verbaast me eerlijk gezegd niet.

Leren leren, sociale vaardigheden, opvoeden tot burgerzin, milieu- en gezondheidseducatie. Het zijn allemaal mooie eindtermen – en ook erg belangrijk – maar blijkbaar moeilijk haalbaar. Na vijf jaar middelbare school worstelen velen nog steeds met onze studiemethode, weten we nog veel te weinig over actuele politiek en moet ik vaststellen dat leeftijdsgenoten vaak liever het papiertje van hun koek op de grond achterlaten, dan dat ze twintig meter naar de vuilnisbak lopen.

Dat die eindtermen niet werken, verbaast me eerlijk gezegd niet. Leerkrachten weten niet hoe die vaardigheden en attitudes aan te pakken, want ze gaan over meer dan hun afgebakend vakgebied. En je kan er geen cijfer op plakken.

Ik denk dus dat ons onderwijssysteem dringend toe is aan verandering. Meer permanente evaluatie en herhaling, minder marathonblokken om snel weer te vergeten. Dat is veel zinvoller. En als je leerlingen wil motiveren om te leren, dan moet je ze ook tonen waaròm leren zo belangrijk is, en hoe geweldig het is om veel te weten. Je moet hen aan projecten laten werken waar ze achteraf ook fier op kunnen zijn, in plaats van ze hapklare brokken leerstof te presenteren die ze totaal niet kunnen plaatsen in de wereld.

Leerstof moet ons nieuwsgierig maken en een nieuwe wereld doen opengaan, in plaats van ons alleen te doen zuchten.

Je moet niet verwachten dat leerlingen vanzelf het nut inzien van de leerstof. Leerkrachten moeten net veel meer energie steken in het doen inzien van dat nut en wat je ermee kan bereiken. Door leren leuker te maken. Leerstof moet ons nieuwsgierig maken en een nieuwe wereld doen opengaan, in plaats van ons alleen te doen zuchten over het aantal pagina’s dat tegen morgen weer geblokt moet worden.

Het einde van mijn middelbare schoolcarrière komt stilaan in zicht. Grote veranderingen zal ik dus niet meer meemaken. Maar voor mensen zoals mijn jongere zus, hoop ik dat ze ooit even hard naar school zullen uitkijken, als naar vakantie.

Update: Na het verschijnen van deze post kreeg ik een reactie uit Belgie in de vorm van een tweet van @AnnDejaegher. Het blijkt dat Alice Elliot gisteren op de Belgische T.V. was in het programma Reyers Laat en hier sprak met de Vlaamse minister van onderwijs Hilde Crevits, die ver kan meegaan in de mening van Alice over het huidige onderwijs. De minister sluit zich aan bij Alice en wil docenten meer vrijheid geven. De uitzending is hier terug te zien.

Bron:
http://charliemag.be/wereld/leren/


Eindexamen

mei 12, 2015

Eindexamen definitie 2015-05-12_1649


Wat is een edcamp?

mei 3, 2015

EdcampNL logo open 2013-08-10_1924Wat is een edcamp?
Een edcamp is: een ‘onconferentie’ (Engels: unconference), ofwel een door deelnemers gedreven bijeenkomst zonder specifiek programma en met een vrije structuur, waarbij de conferentie in meer of mindere mate wordt ingevuld of tot stand komt tijdens de conferentie zelf. Vooraf wordt mogelijk wel de bedoeling, de richtlijnen en de parameters bekendgemaakt. (bron; Wikipedia).
De Edcamp Foundation omschrijft het als volgt: ”Edcamp is free, democratic, participant-driven professional development for teachers.”

Wat zijn de kenmerken van edcampNL?
– het is gratis voor deelnemers
– deelname is open voor iedereen met een warm hart voor onderwijs
– er zijn géén uitgenodigde sprekers
– er zijn géén commerciële activiteiten
– het thema is onderwijs
– de organisatie wordt gedaan door de deelnemers
– de inhoud wordt bepaald door de deelnemers
– de inhoud van de sessies wordt op de dag zelf pas vastgelegd
– de kosten van de organisatie worden zo laag mogelijk gehouden
– deelnemers nemen hun eigen lunch mee
– deelnemers nemen zoveel mogelijk hun eigen materialen mee

Voor wie is edcampNL?
Voor iedereen die iets met onderwijs te maken heeft. Voor iedereen die zijn kennis over het onderwijs graag deelt of vergroot.
Dat betekent in de eerste plaats leerkrachten en docenten maar ook onderwijs ondersteunend personeel, teamleiders en directieleden. Hiernaast zijn ook mensen actief in jeugdwerk, kunst en cultuur of werkend in bedrijven die een interesse hebben in onderwijs van harte welkom om een bijdrage te leveren.
edcampNL is voor mensen die iets komen delen, brengen of halen, het is uitdrukkelijk niet voor mensen die iets komen verkopen.

Edcamp inschrijfbord img_2448Hoe werkt het op de dag zelf?
Er is een duidelijke tijdsplanning voor de dag, maar de inhoud van de geprogrammeerde sessies wordt bepaald door de deelnemers. Het thema van alle sessies is onderwijs.
Er zal een groot prikbord zijn waarop deelnemers die iets willen presenteren of delen of bediscussiëren dit aangeven in één van de aangegeven tijdsloten. Vervolgens geven alle deelnemers op dit zelfde bord aan bij welke sessie zij aanwezig willen zijn. Bij voldoende interesse gaat een sessie door en er geldt vol = vol.
De tijdsloten zijn 25 minuten met 5 minuten wisseltijd.
Het is heel goed denkbaar dat op de dag zelf de deelnemers naar aanleiding van de opgedane ervaringen of uitwisselingen zelf in groepsverband met elkaar aan de slag gaan.

Waaruit bestaat een sessie?
Een sessie of activiteit kan uit van alles bestaan.
– lezing of presentatie
– discussie
– vraag
– brainstormen
– een praktijkvoorbeeld delen
– kringgesprek
– iets met of door leerlingen
– iets maken
– ………..

Hoe kun je zelf bijdragen aan een edcamp?
– door mee te helpen bij de organisatie vooraf
– door mee te helpen bij de organisatie op de dag zelf
– door ideeën aan te leveren, wat zou jij wel/niet willen zien?
– door zelf een sessie te verzorgen
– door te sponsoren of sponsors te helpen zoeken
– door materialen aan te leveren
– door een geschikte locatie aan te leveren
– door catering te verzorgen 
of hierbij te helpen
– door te helpen informatie over het edcamp te verspreiden!


Participatiecijfers als motoren voor motivatie

april 30, 2015

participatie nav_3_2241294__participation

Kun je leerlingen met cijfers motiveren?

De leerlingen in Nederland zijn minder gemotiveerd dan in andere landen, zo is gebleken uit een rapport van de Onderwijsinspectie. Dit is een grote bron van ergernis en vertwijfeling voor zowel docenten als beleidsmakers. Een oorzaak mogelijk ook voor de vele zittenblijvers, met name in bijvoorbeeld klas 3 en 4 van havo en vwo. Een oplossing hiervoor zou kunnen zijn een cijfer te geven voor actieve deelname aan de lessen. Een participatie cijfer. In Duitsland en Zwitserland is dit niet ongebruikelijk.

Ik werd op het participatiecijfer opmerkzaam gemaakt door een ex-collega Duits, die gewend was hiermee te werken en veel moeite had met de in haar ogen zeer ongemotiveerde en lakse houding van leerlingen in Nederland. Zij wees mij, verzuchtend en hoopvol, op deze optie tot orde en motivatie.

Het participatiecijfer is meer dan alleen het aantal keren dat een leerling zijn vinger opsteekt. (als dit al mag in de klas, zie Vingers opsteken verboden :-)). Het gaat ook over de kwaliteit van de bijdrage. De leerling moet laten zien dat hij kritisch meedenkt, verbanden legt en een eigen mening kan onderbouwen. Docenten houden dit bij, geven er feedback op en verbinden er een cijfer aan.

Kerstin Hämmerling van het Duitsland Instituut heeft vorig jaar een oproep gedaan om leerlingen naar Duits voorbeeld te motiveren en is dit jaar met 30 geïnteresseerde docenten in Duitsland gaan kijken. Er werd onderzocht wat een participatiecijfer concreet inhoudt en er werd gesproken met experts over de validiteit van de beoordeling en het effect op motivatie. Vier scholen werden bezocht om de praktijk te zien en met docenten te kunnen spreken.

De deelnemers bleken unaniem onder de indruk van de actieve deelname van de Duitse leerlingen aan de lessen en de verantwoordelijkheid voor het verloop van de lessen die zij toonden. Er was grote verbazing over de vanzelfsprekendheid waarmee zowel docenten als leerlingen het bestaan van een participatiecijfer accepteren. De redenering hierachter is bij nader inzien eenvoudig. Bij het voorbereiden voor de toekomst is het van belang dat er naast schriftelijke toetsmomenten ook aandacht en ruimte is voor meningsvorming en onderbouwing, kritisch denken, mondelinge presentatie- en argumentatievaardigheden, inzet, samenwerken, zich aan afspraken houden, materialen goed verzorgen en voorbereid zijn. Zowel docenten als leerlingen kunnen zich hier in vinden.

Zou dit in Nederland ook kunnen werken?

De meeste deelnemers aan de nascholing in Essen zijn van plan om de komende maanden pilotprojecten op te zetten op hun scholen en een aantal is hiermee al aan de slag gegaan. Wat zij onder andere tegenkomen is de vrees die in Nederland leeft dat gegeven participatie cijfers niet betrouwbaar, niet valide en arbitrair en subjectief zouden zijn. Ook zou gedrag niet beoordeeld mogen worden. Reacties hierop zijn dat het gaat om het leergedrag en dat je vooraf zeer bewust moet kiezen waarom en hoe je een participatiecijfer invoert. Zoals bij elke verandering die wordt doorgevoerd in het klaslokaal is de juiste didactische en pedagogische aanpak hier essentieel. Een participatiecijfer succesvol invoeren en uitvoeren doet een groot beroep op het meesterschap van de docent. En het vertrouwen dat door schoolleidingen in hem of haar wordt gesteld.

Docenten of scholen die willen deelnemen aan een pilot kunnen mogelijk profiteren van een goede begeleiding en ondersteuning en het Duitsland Instituut Amsterdam wil hier graag een rol in spelen. Wil jij deelnemen aan dit netwerk meld je dan.

Geef jij cijfers voor participatie? Denk jij dat ze motiverend kunnen zijn?

participatie Volunteering250_8_250

Bronnen:
– Inspectie van het Onderwijs, 2014. Motivatie leerlingen kan beter
– Kerstin Hämmerling, Opinie: Participatiecijfer werkt
– Kerstin Hämmerling, Opinie: Stimuleer leerlingen naar Duits voorbeeld
– Marja Verburg, Duitse scholieren krijgen cijfer voor meedoen in de les


GeenSchool op het St. Gregorius College

april 27, 2015

GeenSchool logo Startpagina2Het St-Gregorius College in Utrecht werkt sinds vier jaar samen met de GeenSchool-beweging. Deze beweging bestaat uit een groot netwerk van jonge mensen, die graag nadenken over hoe onderwijs ook en anders kan.

Van de website van GeenSchool:

GeenSchool is een beweging van mensen die geloven dat onderwijs slimmer, beter en leuker kan. Niet morgen, maar nu. Waar in het onderwijs de wens ontstaat om te ontwikkelen, zien we dat vaak wordt aangelopen tegen muren van gebrek aan geld, geen tijd of ingewikkelde beleidsaanpassingen. Toch geloven wij dat er heel veel mogelijk is. Want als school even geen school is, dan kan er ineens best veel. Wanneer er ruimte ontstaat binnen het onderwijssysteem, denkt GeenSchool graag mee over een waardevolle invulling. Dit gaat vaak gepaard met wilde, grootse en gekke ideeën. Juist omdat we daarmee even losweken van de alledaagse gang van zaken. En op die manier leren we “per ongeluk” ontzettend veel samen. 

De enige manier om erachter te komen hoe we onderwijs ontwikkelen, is door te doen. De mensen binnen de GeenSchool beweging geloven dat alles mogelijk is, als je het maar probeert.

GeenSchool is op het Gregorius begonnen met het organiseren van een projectweek. In deze week probeerden ze de leerlingen zoveel mogelijk te enthousiasmeren en aan te zetten tot actie en ondernemen. Ze laten de leerlingen ervaren wat er allemaal mogelijk is als je het maar probeert en je durft te vragen. Zo heeft een groep leerlingen afgelopen jaar de grauwe grijze fietsenkelder opgeknapt door bij alle bouwmarkten verf en verfspullen te vragen. Met een groot schilderteam was de fietsenkelder aan het einde van de week een kleurrijke plek en het had geen cent gekost.

Sinds twee jaar organiseert de school de GeenSchool-projectweek zelf. Hierbij maken we gebruik van het GeenSchool-netwerk. Een verslag, door twee leerlingen geschreven, van het afgelopen jaar is hier te lezen.

GeenSchoolGregorius 2015

‘Urban dreams’

Een groep van ongeveer 20 enthousiaste betrokken mensen heeft een avond gebrainstormd op school. Fantastische ideeën kwamen daar op tafel en er is een mooi thema uit voortgekomen: ‘Urban dreams’. De 42 leerlingen van vwo 5 gaan dit jaar aan de slag rond de vraag:

‘Wat zou jij willen doen om de stad Utrecht beter te maken?’

Op dag 1, dinsdag, ontvangen we de leerlingen om 9h00 met een lekker gezond ontbijt en om 9h30 gaan zij de stad in in groepjes. Zij lopen een parcours dat langs verschillende plekken leidt waar burgerinitiatieven zijn ontwikkeld, sociale projecten zijn of waar de openbare ruimte interessant is ontworpen of juist niet. Met selfiesticks maken zij foto’s van het groepje op deze plekken. Er zit ook een competitie-element in het parcours. Het groepje dat het beste samenwerkt en het snelste is, verdient prijzen die in de loop van de week van pas komen. (prijzen: een lunch met je groepje in het NH-hotel, tijdstip van pitchen voor de Nationale Jeugdraad en vijf minuten extra pitchtijd, de eerste keuze voor de coach, sowieso meedoen aan de yoga/massageworkshop, een afgedrukte parcoursgroepsfoto in een lijstje, een presentatieplek voor de wethouder, een persmoment op vrijdag). Om 12h00 zijn alle groepjes weer op school.

’s Middags na de lunch krijgen de leerlingen twee workshops aangeboden. De eerste workshop is ‘Ik ben geweldig’ en gaat over de vraag hoe je jouw kwaliteiten kan inzetten om iets voor een ander te doen. De workshop wordt gegeven door de Nationale Jeugdraad. Zij hebben voor ‘Urban dreams’ ook subsidiegeld te verdelen (tot €1000) om goede ideeën ook tot uitvoer te kunnen laten brengen. De leerlingen maken onder andere collages en een mindmap om hun talenten te ontdekken. Tijd 12h30 – 13h45.

De tweede workshop wordt verzorgd door studenten van de opleiding Bestuur- en Organisatiewetenschappen van de Universiteit Utrecht. Hun workshop is tweeledig. De ene workshop gaat over een meer procesmatig aspect waarbij de leerlingen tools krijgen aangereikt om het plan te maken. Waar moet je op letten? Ze gaan aan de slag met een soort Business Model. De andere workshop gaat over het inhoudelijke aspect, verschillende perspectieven (sociaal, economisch, duurzaamheid) zullen geïntroduceerd worden waarmee de studenten naar problemen kunnen kijken of waaruit ze ideeën kunnen putten voor hun projectplan. Tijd 14h00-15h30.

15h30 prijsuitreiking parcours

Op dag 2, woensdag, stellen we de leerlingen om 9h00 de 7 coaches voor: Thalitha, Maria, Lisanne, Brian, Robbert, Frans en Amber! Elk groepje leerlingen van 6 à 7 leerlingen kiest de coach die bij hen past. Met de coach gaan zij deze ochtend aan de slag om de opgedane ideeën van de vorige dag te vertalen naar een of meerdere plannen. Als het groepje aanspraak wil maken op subsidiegeld van de Nationale Jeugdraad, dan bereiden zij ook een pitch voor die zij ’s middags op het kantoor van de NJR (Kromme Nieuwegracht 58) mogen houden. De pitchtijden worden in de loop van de ochtend bekend gemaakt als duidelijk wordt hoeveel groepjes hiervoor willen gaan.

De voorwaarden voor het subsidiegeld van de NJR zijn:

  1. Je wilt iets doen voor een ander (bijvoorbeeld ouderen, gehandicapten, kinderen) in je eigen omgeving
  2. Die ‘ander’ is geen familie of vrienden
  3. Met je activiteit breng je mensen met elkaar in contact
  4. Je bent zelf (of met een groepje) verantwoordelijk voor het organiseren en uitvoeren ervan
  5. Je bent niet ouder dan 24 jaar
  6. Wat je gaat doen (of organiseren), doe je niet namens een organisatie of als schoolopdracht / maatschappelijke stage (dat betekent dat het niet ‘moet’ van school)
  7. Je activiteit is niet bedoeld om geld op te halen voor een goed doel

Voorbeelden en inspiratie zijn hier te vinden.

De leerlingen kunnen ook ideeën opdoen in lokaal 540 waar op de computerschermen verschillende bestaande projecten zichtbaar zijn. Bijvoorbeeld Studio Roosegaarde (Rainbow station), De Tuinfabriek (tuinen op de daken van Hoog Catherijne), cultuurhuis Kanaleneiland (workshops geven door en voor jongeren), Al-Amal (jongeren helpen anderen (ouderen, buurtbewoners, niet-Nederlandstaligen) met de digitale wereld.

De leerlingen kunnen een uitgebreid projectplan schrijven (dat zij bijvoorbeeld aan het einde van de week bij de gemeente kunnen indienen) of zij voeren hun plannen in de projectweek meteen uit al dan niet met subsidiegeld (bijvoorbeeld een etentje voor daklozen, een activiteit organiseren in een bejaardentehuis/buurtcentrum/sportclub, een feestje organiseren in een leegstaand gebouw voor jongeren, een tuin aanleggen op een braakliggend terrein, een park opruimen, zoveel mogelijk pers benaderen en aandacht genereren voor het project, in de stad aan iedereen een compliment uitdelen, een muurschildering maken, wildbreien, een sporttoernooi organiseren voor de kinderen in de wijk, etc.). Als zij geen subsidie krijgen, kunnen zij toch proberen zoveel mogelijk voor elkaar te krijgen door bijvoorbeeld sponsoring.

Belangrijk is daarom dat op woensdagochtend keuzes worden gemaakt. Ook moet ieder groepslid een rol vervullen binnen het projectplan. Het groepje werkt toe naar de eindpresentatie op vrijdag.

Vrijdag presenteert elk groepje aan de jury en voor het publiek van leerlingen, ouders, coaches, docenten en pers. De jury bepaalt welk groepje wint. Een origineel idee? Een fantastisch projectplan? Sublieme samenwerking? Ondernemers? Wat hebben jullie bereikt? Dit is waar de jury op let!

Woensdagmiddag: pitchen bij de NJR of doorwerken aan het plan

Ter ontspanning wordt er op deze dag een massageworkshop van een uur aangeboden om 13h30 (en eventueel een extra workshop om 14h30).

Dag 3, donderdag, is de ‘aan-de-slag-dag’. Zoveel mogelijk proberen voor elkaar te krijgen (al dan niet met subsidiegeld)! De coaches zijn niet allemaal meer aanwezig, maar misschien nog wel digitaal of telefonisch bereikbaar voor de groepjes. Op deze dag wordt er een tussentijdse presentatie gegeven, die bepaalt welke (drie) plannen er op vrijdag aan de wethouder worden voorgelegd! De overige plannen zijn ook zeker nog in de race voor de prijzen.

Op deze dag is er om 10h30 een yogaworkshop voor maximaal 14 leerlingen.

Dag 4, vrijdag, is de dag van de finale!

Maximaal 32 leerlingen spelen van 9h30 tot 11h00 een 21stcenturyskillsgame onder leiding van Marcel Derksen. De vraag waar we met de workshop van dinsdag mee zijn begonnen: ‘Wat zijn jouw kwaliteiten en hoe kan je deze inzetten voor een ander?’ komt terug in dit spel en de leerlingen reflecteren hiermee op hun kwaliteiten (en op wat ze deze week van zichzelf zijn tegengekomen).

In de ochtend bereiden de groepjes ook hun presentatie voor de finale voor. Ook hier is de rolverdeling weer heel belangrijk! Er zijn verschillende presentatievormen mogelijk, PowerPoint, Prezi, filmpje, maquette, poster. De presentatie is maximaal 5 minuten.

Om 14h00 starten we met de finale. Wethouder Margriet Jongerius komt luisteren naar de drie geselecteerde presentaties in de aula van de Van Asch van Wijckskade. Zij zal dan een golden ticket voor een groepje uitreiken aan de jury (sowieso prijs)! De jury van vandaag zal na alle zeven presentaties het eindoordeel vellen en de felbegeerde prijzen uitreiken. Ook ouders en de pers worden uitgenodigd om bij dit feestelijke moment aanwezig te zijn. Natuurlijk is iedereen die heeft bijgedragen aan deze week van harte uitgenodigd om de leerlingen aan te moedigen.

Bovenstaande tekst heb ik als een van de coaches toegestuurd gekregen om mijzelf te kunnen voorbereiden. Het zou kunnen gebeuren dat ik ergens deze week iemand die ik ken of niet ken via de sociale media om hulp vraag. Dan weet je alvast waar het om gaat :-)


Persbericht MeetUp010 meets edcampNL

april 26, 2015

Acht enthousiaste onderwijsmensen uit primair, voortgezet en middelbaar en hoger beroepsonderwijs in Rotterdam hebben het initiatief genomen om op 29 mei een vervolg op de Tegenlicht @MeetUp010 Onderwijs te organiseren. Het doel van deze ‘@MeetUp010 meets @edcampNL’ is om gericht en actief kennis te delen over innovatief onderwijs in Rotterdam. De avond wordt ingeleid door leerlingen en een inspirerende gastspreker. De MeetUp staat verder in het teken van uitwisseling van kennis en ervaringen met sprekers, waaronder ook leerlingen, uit verschillende hoeken van het onderwijs. 

Op zondag 1 februari 2015 zond VPRO de Tegenlicht aflevering: “De onderwijzer aan de macht. Onderwijsvernieuwing op drie vooruitstrevende scholen” uit. Hierin zoomt Tegenlicht in op drie scholen waar bevlogen bestuurders, schoolleiders, leraren en betrokken ouders de ‘vaste waarden’ van het onderwijs ter discussie stellen: de indeling in verschillende klassen en leerniveaus gebaseerd op gestandaardiseerde toetsen, de traditionele afbakening van de verschillende vakken terwijl de natuur en onze hersens dat onderscheid helemaal niet maken en schooltijden die meer verband lijken te houden met de CAO van de leraren dan de ontwikkeling van leerlingen. Kan dat niet anders? Hoe kun je elke leerling het onderwijs aanbieden dat het beste bij ze past?

Ook in Rotterdam zijn mooie voorbeelden van onderwijs dat zich ontwikkelt. Aanleiding voor acht enthousiaste onderwijsmensen uit Rotterdam om het initiatief te nemen om ‘@MeetUp010 meets @edcampNL’ te organiseren. Het doel van ‘@MeetUp010 meets @edcampNL’ is om interactief kennis te delen over innovatief onderwijs in Rotterdam door de hele doorlopende leerlijn heen: po-vo-mbo-hbo. Er is gekozen voor de edcampNL opzet, waarbij de deelnemers zelf de inhoud van de workshops bepalen. Naast de gastspreker die de inleiding verzorgt zijn er geen uitgenodigde sprekers. Er is speciale aandacht voor initiatieven waarbij leerlingen direct zijn betrokken. Na afloop van de twee rondes met workshops is er volop ruimte voor informeel overleg. De MeetUp vindt plaats op 29 mei van 16.00 tot 20.00 uur op RVC De Hef.

De initiatiefnemers en organisatoren van @MeetUp010 meets @edcampNL zijn:

  • Monique van den Heuvel, programmaleider Expertisecentrum Maatschappelijke Innovatie, onderzoeker en docent bij de Hogeschool Rotterdam
  • Arjan Moree, docent geschiedenis op het Penta college CSG Scala Rietvelden
  • Claire Ohlenschlager, docent bij de Hogeschool Rotterdam
  • Inge Spaander, docent en kernteamleider HAVO bij de Lentiz onderwijsgroep
  • Woosje Stuart, docent op rvc De Hef
  • Gijs Verbeek, onderzoeker bij het NIVOZ
  • Else-Marike Visser, leerkracht en onderbouwcoördinator op de Bergse Zonnebloem
  • Frans Droog, docent op het Wolfert Lyceum

 

Noot voor de redactie:

De uitzending van VPRO Tegenlicht is hier terug te kijken.

Recente informatie over de bijeenkomst en het programma staat op:
https://fdroog.wordpress.com

Via twitter wisselen organisatoren en deelnemers informatie uit: https://twitter.com/Meetup010?lang=nl

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met:

Frans Droog: edcampNL@gmail.com


Programma MeetUp010 meets edcampNL

april 26, 2015

Het programma van MeetUp010 meets edcampNL staat ‘vast’.

Datum: 29 mei, 16.00 – 20.00 uur.
Lokatie: RVC De Hef,  Slaghekstraat 221, 3074 LJ Rotterdam (tip: parkeren aan de overkant van het Hillevliet is gratis)

–  Inloop: 16.00 – 16.15

–  Verrassende start, door leerlingen: 16.15 – 16.30

–  Inleidende en verbindende spreker, Marco Snoek, Lector Leren & Innoveren | Kenniscentrum Onderwijs en Opvoeding HvA: 16.30 – 17.00

–  Aanmelden en keuze activiteiten: 17.00 – 17.15

–  1e ronde activiteiten: 17.30 – 18.00

–  2e ronde activiteiten: 18.00 – 18.30

–  Eten: 18.30 – 19.00. Catering verzorgd door leerlingen van RVC De Hef.

–  Informele gesprekken, ook met leerlingen: 19.00 – 19.45

–  Korte afsluiting, door leerlingen en deelnemers: 19.45 – 20.00

Aanmelden voor de bijeenkomst kan hier.

Toelichting activiteiten:
Het actieve deel van de bijeenkomst verloopt volgens het edcampNL model. Deelnemers die een activiteit willen verzorgen geven dit middels een korte beschrijving op een grote post-it aan en plakken dit op het verzamelbord waar de lokalen en tijden staan aangegeven.

Edcamp inschrijfbord img_2448

Deelnemers die een activiteit willen volgen geven dit via een kleine sticker aan. Activiteiten kunnen elke gewenste vorm hebben: presentatie, interactie, discussie, etc. Het aantal parallelle activiteiten zal afhangen van het uiteindelijk aantal deelnemers, de verwachting is tussen de vijf en tien per ronde.

De inhoud van de activiteiten wordt op deze manier volledig bepaald door de deelnemers! 

MeetUp010 meets edcampNL richt zich op innovaties en deze keer vooral ook op het betrekken van leerlingen bij vernieuwingen in het onderwijs. Wat we nu al kunnen melden is dat zeker vijf presentaties volledig of deels door leerlingen verzorgd gaan worden!

Om een beeld te krijgen hoe een edcamp werkt kunt U deze video bekijken die door Leraar24 van het eerste edcampNL is gemaakt.

Meer informatie over de mensen achter MeetUp010 meets edcampNL kan hier gevonden worden. De presentaties van de eerste MeetUp010 op 19 maart kunnen hier worden teruggekeken.

 

 

 


Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 4.103 andere volgers

%d bloggers op de volgende wijze: