26 letters die lesvrijeperiode spellen

april 27, 2016
26 letters life ello-optimized-c7d07c0f

By @maurogatti

Het is momenteel vakantie lesvrijeperiode. Wat doet een docent dan? Een schilderijtje in 26 letters.

1. Achterstallige administratie

Er blijft nog wel eens wat liggen, privé en voor school. Dingen die niet direct hoeven, die in steeds grotere mate zodra deze periode nadert ‘nog wel even kunnen wachten’ tot de lesvrije periode. Nu dus.

2. Auto APK

De auto is nodig om bij school te komen. Nu kan het even zonder. Al jaren zo. Voel alleen tijdens het rijden weer niet dat hij 1000 euro meer is waard geworden.

3. Agenda aanvullen

Wat gaat er in periode 4 allemaal aanvangen en eindigen? Wat ‘moet’ er en wat is optioneel? Wat wil ik gaan doen en waar heb ik ruimte voor, of kan ik die maken?

4. Blij bijkomen

Die eerste dag. Wat zal ik gaan doen? Er is van alles te doen en ik mag kiezen. Ik doe dan niks. Ik kom blij bij.

5. Bestellingen bevestigen

Er is toestemming binnen voor aangevraagde materialen om nieuwe practica mee te kunnen doen. Bestellen dus, wel even alles goed controleren, voor we op de knop gaan drukken.

6. Dunnere druk

Even geen 205 leerlingen die in groepen van 25 tot 30 langskomen en iets van jou verwachten. En dat terecht doen. Even geen deadlines voor toetsen of herkansingen. Even geen gesprekken.

7. Excursies effectueren

Gesproken met schoolleiding en sectie en afspraken gemaakt over mooie activiteiten voor onze leerlingen. Nog wel even de details regelen, de datum, de begeleiders, de bus, het museum, de lesuitval. Dat soort dingetjes.

8. Geen geluid

Even geen leerlingen die in groepen van 25 tot 30 bij elkaar komen in jouw lokaal en juist daar elkaar moeten vertellen wat zij elkaar moeten vertellen. Even geen 800 leerlingen in een aula die noodgedwongen boven elkaar moeten uitschreeuwen omdat er ergens een is die niet snapt dat zacht praten ook kan.

9. Heimelijk hopen

Dat de volgende periode iedereen rekent houdt met ieder ander. Dat de volgende periode iedereen echt zijn best doet. Dat de volgende periode iedereen ziet dat iedereen zijn best doet. Dat de volgende periode minder tijd verloren gaat aan repareren.

10. Inschrijvingen indienen

Er gebeurt zoveel moois op het gebied van onderwijs. Activiteiten van The Crowd, bijeenkomsten van MeetUp010, onderwijsavonden van HetKind, aanvragen van Kennisnet, Vodafone, het AOB. Ik schrijf er in voor een paar, allemaal is niet te doen, les geven blijft de essentie.

11. Kappertje knip

De haren worden zo eens in de 8-9 weken geknipt. Daarvoor is een lesvrijeperiode dus uitermate geknipt.

12. Lekker laden

Lezen en luisteren, zien en voelen, meer input dan output, de batterij andersom.

13. Lessen leven geven

Er is het boek. Er is het opdrachtenboek. Er is het antwoordenboek. Er is ook het leren, niet altijd te vangen in boeken. Lessen voorbereiden dus, lessen levend maken.

14. Nachtelijk Netflixxen

Als het zo uitkomt een film of serie gewoon even afkijken. Dat kan deze week. Vaak wint de slaap het. BAM! Er zit dan nu ook een barst in de iPad mini 😢

15. Onvermijdelijk opruimen

Van alles heeft zich op onopvallende wijze opgestapeld op het bureau, in de kamer, in de tuin, op de zolder (“even weggelegd”). Altijd te weinig 😜.

16. Prachtige plannen

Al het lezen en laden en wandelen en rust leiden tot prachtige plannen. Een deel belandt in de agenda, een deel in de studiewijzers, een deel in de map prachtige plannen.

17. Relatieve rust

Niet elke 45 minuten een bel. Geen agenda vol van 08.15 uur tot 20.15 uur.

18. Slapen slapen

Slapen. Iets meer dan gewoonlijk.

19. Tandje trager

Het hoeft even niet meer allemaal zo snel, dat is best lekker wel. Zelfs de trap op en neer duurt wat langer.

20. Toetsen testen

Toetsen worden gemaakt en besproken. Daarna vaak vergeten. Dat is jammer. Wat is er geleerd van de toetsen? Door mij en door mijn leerlingen? Waar kunnen zij anders zodat zij beter zijn? Tijdrovend en nuttig werk.

21. Vrolijke voorbereidingen

Verzinnen van lessen met fijne vormen en grappen en kwisjes met humor. Lachen tijdens het verzinnen, schrappen of toch niet? Waar liggen grenzen? Liggen die van mij toch iets verder?

22. Viervoeters verwennen

Na elke lesdag word ik door mijn viervoeters vrolijk verwelkomd. Ik geef ze veel terug. Deze periode nog wat meer. Wie geef jij wat meer terug als je wat meer tijd hebt?

23. Wekkerloos wakker

Meer nog dan anders, vaak ietsje later.

24. Weiniger wachten.

Op collega’s die te laat komen bij een vergadering, of in een rijtje bij de kopieermachine. Of in de file.

25. Zomerse zotheid

Die bewaren we tot de zomervakantie, de enige lesvrijeperiode die ook echt vakantie is 😄.

26. Zo! Zomaar.

Een lijstje. Wat vind jij?

 

PS: in de lesvrijeperiode mag de docent een beetje vals spelen met zijn 26 letters!


Waarom ik nog steeds voor zomerscholen ben

april 27, 2016

Zomerschool 2015-08-18_1454Dit jaar gaan 13.470 leerlingen gebruik gemaakt van een lente- of zomerschool. Is dat goed? Ja!

Eerder heb ik hier geschreven: ‘Waarom ik toch voor zomerscholen ben.‘ En dat ben ik nog steeds.

Wat is een zomerschool?

Tijdens een zomerschool worden leerlingen gedurende twee weken bijgespijkerd in een beperkt aantal vakken. Uitvoering van de zomerschool kan gebeuren door docenten van de school zelf maar kunnen hiervoor ook externe begeleiding inhuren. Het ministerie van OCW heeft hiervoor 9 miljoen euro beschikbaar gesteld. Scholen leggen zelf de afspraken vast en bepalen de inhoud en de toetsing en bepalen zelf de normen voor bevordering. Een belangrijk doel van de zomerschool is het terugdringen van het aantal zittenblijvers.

Niet iedereen in het onderwijs is even gelukkig met de zomerscholen, net als niet iedereen in het onderwijs even gelukkig is met de stoom- en bij-spijkercursussen voor de eindexamens. Ik ook niet.

De belangrijkste reden dat ik toch voor was en nog steeds ben is de leerling, die toch over kan gaan en niet een heel jaar opnieuw hoeft te doen.

En hier zit wat mij betreft de kern. Een duidelijk zichtbare harde kern, net alle mogelijkheden om hier achter te gaan staan, maar toch een met een kei-zachte inhoud. Cijfers zijn veelzeggend, maar niet alleszeggend. Cijfers zijn een samenvatting van het verleden en geen voorspelling met een garantie voor de toekomst. Geen mens is te vangen in een gemiddelde.

In een perfecte wereld en op een perfecte school zou een zomerschool niet nodig zijn. Dan is alles gedurende het jaar goed verlopen, zijn tijdig de nodige maatregelen genomen. Maar de praktijk is nooit perfect. Niet alle oorzaken voor het niet voldoen aan alle regels en normen voor overgang zijn altijd vermijdbaar. En zeker niet altijd worden deze veroorzaakt door de leerling of door de leerling alleen.

Op vele scholen is er geen mogelijkheid tot een voorwaardelijke overgang of een overgang met een taak. Veel scholen doen (nog) niet mee aan een zomerschool. Het eind van het jaar is het eind van het jaar. Na de laatste toetsweek liggen de cijfers vast. Na de vergadering ligt de toekomst vast.

Ik ben niet tegen doubleren. Ik ben wel voor het geven van kansen. Zeer bewust besproken door een team van betrokken professionals dat hiervoor voldoende tijd tot zijn beschikking heeft, zou de uitkomst moeten kunnen zijn overgang, doubleren of een extra kans. Of deze extra kans nu een zomerschool is of een taak of een voorwaardelijke overgang. Daar waar de twijfel zeer groot is, een stemming van 8 tegen 7 voor doubleren, verdient een leerling in mijn ogen een extra mogelijkheid.

Wat zeggen de cijfers over de zomerscholen?

Zomerschool percentages 2016-04-27_1211

In 2013 is er een pilot gedaan. Het resultaat hiervan was dat 85% van de leerlingen na de zomerschool alsnog kon worden bevorderd. In 2014 was dit 86% en in 2015 83%. Een jaar later konden van deze leerlingen respectievelijk 75% en 68% opnieuw worden bevorderd. Een ruime meerderheid van de bevorderingen bleek dus duurzaam. Van de leerlingen uit de pilot van 2013 kon 79% ook twee jaar later worden bevorderd. Ik vind deze percentages een goed argument om nog steeds voor zomerscholen te zijn.

Percentages op zich zeggen mogelijk niet zoveel. Absolute aantallen mogelijk wel. Wanneer de percentages worden omgerekend naar absolute aantallen ontstaat de volgende tabel.

Zomerschool aantallen 2016-04-27_1212

Dankzij de zomerscholen zijn er 5747 leerlingen niet blijven zitten in schooljaar 2015. Bij een voorzichtige schatting van 80% gaan er dankzij de zomerscholen in schooljaar 2016 mogelijk bijna 11.000 leerlingen niet blijven zitten!

Deze aantallen maken mij voor het zijn van zomerscholen. Toch en nog steeds. Het gaat mij om leerlingen. Laat hen niet het slachtoffer zijn van de dingen die in het onderwijs nog niet helemaal goed zijn geregeld. Het zal je zoon of dochter, je neefje of nichtje, je buurjongen of buurmeisje maar zijn.

Bronnen: 
– VO raad: Zomerscholen VO
VO raad: Zomerscholen hebben een blijvend duurzaam effect


Daan en het begin van de Maatschappijleer

april 27, 2016

Op 16 mei zal door de VPRO op NPO 2 – om 20.55 uur – de documentaire 2DOC: Maatschappijleer worden uitgezonden. In de film wordt de 26-jarige Daan Faasen gevolgd als student van de Academische opleiding Maatschappijwetenschappen, bij zijn eerste stappen in de lespraktijk op het Theresialyceum in Tilburg.

In de maanden mei en juni zal de film langs tien verschillende middelbare scholen toeren, waar aansluitend aan de film een gesprek over burgerschapsvorming zal worden gehouden. Op 15 juni is er een groot slotdebat over burgerschapsvorming in de Balie in Amsterdam.

Een aantal edubloggers van HetKind heeft de film reeds mogen zien en zij gaan er ieder op hun eigen wijze een verhaal over schrijven. Deze verhalen zullen na het vertonen van de film op 16 mei verschijnen. Ook zullen de edubloggers aanwezig zijn op de scholen om wat zij ervaren tijdens de gesprekken met de leerlingen te spiegelen aan hun eigen beelden over burgerschapsvorming. De verhalen zullen mogelijk een bijdrage kunnen leveren aan het slotdebat op 15 juni.

Een trailer van de film is hieronder te zien.

Maatschappijleer – Officiële trailer from eenvandejongens on Vimeo.


Flip de leerling

maart 28, 2016

DSC01238

Het is momenteel toetsweek op mijn school. En dat zal op meerder scholen zo zijn.

Vanmorgen schreef ik de post 5 manieren om de leraar te flippen op dit blog. Hierin schreef ik onder andere het volgende:

Flipping the classroom is een techniek die langzamerhand zijn weg aan het vinden is in het onderwijs. Leraren maken steeds vaker gebruik van de technologische mogelijkheden die er zijn om het uitleg en instructie buiten het klaslokaal te laten plaatsvinden om zo de kostbare tijd in de klas effectiever te kunnen besteden. Er ontstaan steeds meer vormen van ‘flippen’ en de tijd om ook de leraar te gaan flippen lijkt aan te breken.

In het meeste onderwijs staat de leraar letterlijk centraal. De leraar staat vooraan in de klas en alle leerlingen kijken naar hem of haar. Daar is op momenten niets mis mee, als standaard misschien wel.

‘De leerling centraal’ is een uitdrukking die door menige school wordt gebruikt. Soms terecht, vaker niet in de beleving van die leerling.

Het gaat in het onderwijs niet zozeer om de kretologie, veel meer om de bijbehorende acties. Het gaat niet om de leraar of de leerling, het gaat om leren.

Vervolgens las ik een email die naadloos aansluit op deze post en die ik daarom graag direct even deel, met een korte toelichting.

Flip de leerling!

Veel leerlingen op mijn school vinden scheikunde een lastig vak. Dat zal op vele andere scholen ook zo zijn.

Tijdens mijn lessen, en vooral mijn mentorlessen, probeer ik leerlingen te overtuigen van het nut en verleiden tot het genot van leren van elkaar. Met wisselend succes.

Mijn hart maakte dan ook een sprongetje toen ik de volgende mail las:

“Ik heb een Google Document aangemaakt waarin jullie vragen over de komende scheikunde toets kunnen zetten. Dit kan tot uiterlijk maandag 28 maart om 15:00 uur. Daarna zal ik een video maken met de antwoorden op jullie vragen en deze met jullie delen.”

 

 

 

 


5 manieren om de leraar te flippen

maart 28, 2016

Flip de leraar maxresdefault

Flipping the classroom is een techniek die langzamerhand zijn weg aan het vinden is in het onderwijs. Leraren maken steeds vaker gebruik van de technologische mogelijkheden die er zijn om het uitleg en instructie buiten het klaslokaal te laten plaatsvinden om zo de kostbare tijd in de klas effectiever te kunnen besteden. Er ontstaan steeds meer vormen van ‘flippen’ en de tijd om ook de leraar te gaan flippen lijkt aan te breken.

In het meeste onderwijs staat de leraar letterlijk centraal. De leraar staat vooraan in de klas en alle leerlingen kijken naar hem of haar. Daar is op momenten niets mis mee, als standaard misschien wel.

‘De leerling centraal’ is een uitdrukking die door menige school wordt gebruikt. Soms terecht, vaker niet in de beleving van die leerling.

Het gaat in het onderwijs niet zozeer om de kretologie, veel meer om de bijbehorende acties. Het gaat niet om de leraar of de leerling, het gaat om leren.

Flip de leraar!

‘De leraar als leerling en de leerling als leraar’.

Dit betekent niet dat leraren zichzelf ontslaan van hun verantwoordelijkheden en zichzelf niet langer houden aan hun verplichtingen. Het betekent wel dat leraren aandacht besteden aan en handen en voeten geven aan ‘nieuwe’ vormen van pedagogie. Leren door onderwijzen. Leraren doen dit dagelijks zelf. Wanneer een leraar iets moet uitleggen of presenteren zorgt hij er vooraf voor dat hij snapt wat hij vertelt. Hij neemt zijn ervaringen van uitleg en presentaties met zich mee om het de volgende keer nog beter te doen. De leerling deze kans ook geven is het principe achter flip de leraar!

Vijf manieren om de leraar te flippen

1. Laat leerlingen lesgeven aan hun medeleerlingen. Dit zorgt ervoor dat zij zich vooraf de kennis tot zich dienen te nemen tot een niveau waarop zij het ook kunnen uitleggen en kritische vragen kunnen beantwoorden. Het onderwerp kan standaard lesstof zijn die anders via uitleg van de leraar en opdrachten zou worden verwerkt. Dit hoeft dus geen extra tijd te kosten. Een heel hoofdstuk kan op deze wijze over groepjes leerlingen wordt verdeeld.
2. Geef leerlingen een probleem om op te lossen. Laat ze hun oplossing presenteren aan de klas, met een toelichting waarom hun oplossing juist is. Wanneer verschillende groepjes met verschillende ‘juiste’ oplossingen komen die zij kunnen verdedigen ontstaat extra leren.
3. Laat leerlingen zelf kiezen. Laat hen op een door henzelf gekozen manier een project maken waarbij de principes van een onderwerp dat zij anders volgens de standaar manier zouden leren aan bod komen. De verwerking zou een video kunnen zijn, een presentatie, een voorstelling, een liedje, zo lang zij de verwerking maar delen met hun mede-leerlingen of voor een publiek.
4. Gedraag jezelf als leerling. Stel vragen aan leerlingen over wat zij geleerd hebben. Laat ze uitleggen, neem geen genoegen met gemompel. Dit zet aan tot meer kritisch denken over wat en hoe zij leren en stimuleert reflectie. Het maakt ze verantwoordelijk voor hun keuzes en de noodzaak deze te kunnen toelichten.
5. Organiseer een conferentie. Geef leerlingen voldoende tijd om zich voor te bereiden op een onderwerp, individueel of in groepjes. Laat leerlingen hun kennis presenteren via een poster. Het publiek op de conferentie zijn hun klasgenoten, of als het te organiseren valt ook leerlingen van andere klassen en docenten en ouders. Geef de leerlingen vooraf ook de opdracht zelf kritische vragen over hun eigen poster voor te bereiden.

Bron: http://www.steve-wheeler.co.uk/2014/03/flipping-teacher.html


TOP-TIP

maart 20, 2016

Brilliant in zijn eenvoud en een TOPTIP:
– voor alle leerlingen, leerkrachten en docenten
– een TOP-TIP formulier, twee simpele vragen, een schat aan informatie.

Twee jaar geleden is bij ons op school het Education Design Lab geboren, een groep leerlingen die zich wil inzetten om de effectiviteit van lessen te verhogen. Ik mag hen hierbij begeleiden.

Een van hun ideeën is een TOP-TIP formulier, waarin een klas aangeeft waar een docent erg goed in is, een TOP, en waarin deze zelfde klas aangeeft waar een docent zich mogelijkerwijs in kan verbeteren, een TIP. Er is gedelibereerd over de volgorde, eerst een TIP en dan een TOP, of toch andersom. Er is zeer bewust besloten tot een TOP-TIP volgorde.

Het ontwikkelen van zo’n formulier klinkt heel simpel, en dat blijkt het achteraf ook te lijken te zijn. Toch was het een waardevolle weg die is afgelegd om tot dit formulier te komen. Er is nagedacht over de vorm en de formulering van de vragen. Er is nagedacht en gesproken over de mogelijke voordelen en nadelen, de opbrengst en de gevaren. Er is nagedacht en gesproken over de toelichting voor de docenten en de leerlingen. Er is door de leerlingen gesproken met de DOP-groep die op onze school verantwoordelijk is voor de jaarlijkse leerling enquête, die als basis dient voor het ontwikkelgesprek dat een een docent jaarlijks voert met zijn leidinggevende. Kunnen deze vragenlijsten samengevoegd of dienen zij verschillende doelen? Er is besloten dat het laatste het geval is.

Deze week hebben de leerlingen hun formulier uitgezet als pilot bij een drietal docenten. Eén daarvan was ik. En ik kan er iets mee, met de resultaten. En dat ga ik dan ook doen. Volgende week al. En ik denk dat daar de waarde ligt voor leerlingen, leerkrachten en docenten. Een eenvoudig formulier, concreet, twee simpele vragen, een lijst met antwoorden die een beeld schetsen van hoe leerlingen mijn lessen ervaren. Waar doe ik het goed? Heerlijk om te horen, ego-strelend, onderwijsvisie-bevestigend, rustgevend. Waar kan ik beter? Heerlijk om te horen, een zachte spiegel, aanzettend tot actie.

De antwoorden van twee van mijn klassen heb ik verzameld in woordwolken:

TOP:TOP-TIP 2V3 TOP wordleTIP:TOP-TIP 3V3 TIP wordleTOP:TOP-TIP 3V3 TOP wordle

TIP:TOP-TIP TOP 2V3 wordle

 

Wat heb ik geleerd van de TOPs en de TIPs?
Klassen verschillen en leerlingen zijn individuen, interacties in onderwijzen en leren zijn op klasniveau en op leerlingniveau. Die interacties zijn een essentie van leren. Ik heb een bevestiging gekregen van mijn ideeën en veronderstellingen, ik ben gerustgesteld en tegelijkertijd voorzien van warme incentives to change.

Wat ga ik nu (anders) doen komende week?
Ik ga leerlingen BEDANKEN voor hun TOP en TIP. Ik ga opnieuw uitleggen wat de reden is dat ik lesgeef zoals ik lesgeef. Ik ga uitleggen wat de reden is dat ik zo weinig uitleg en wat zij hieraan kunnen doen, wat de reden is dat ik geen studiewijzer gebruik (en wat de reden is dat ik er toch een zal maken), wat de reden is dat ik vraag wat zij weten zonder vooraf te hebben aangekondigd dat er een toets is, wat de reden is dat ze vooralsnog geen papieren samenvattingen van mij krijgen (maar niet dat zij die alsnog gaan krijgen). Ik ga deze twee klassen hetzelfde antwoord geven, maar met hele andere woorden.

Durf jij het aan?
Je leerlingen te vragen om een TOP en een TIP? Geef jij je leerlingen wel eens een TOP en een TIP? Of vertel jij ze alleen wat ze anders moeten doen? Hoe zou jij het vinden als leerlingen jou vertellen wat je anders moet doen? Of heb je liever een TOP en een TIP? Neem jij de tijd voor het beantwoorden van deze vragen?


Zeven eigenschappen van effectieve teams

februari 28, 2016

Effective teams team-1

 

Een week geleden schreef ik hier over zeven eigenschappen van effectieve leraren.

Hans van de Langenberg reageerde onder mijn blog met een lijst van zeven eigenschappen van effectieve teams. Zijn pleidooi voor het belang van teams in onderwijs verdient meer aandacht dan alleen in de reacties staan en heb ik daarom hieronder integraal overgenomen.

Er zijn ook zeven eigenschappen van effectieve teams! Wat maakt een team effectief?

1. Passie.
Een gepassioneerd team straalt de hartstocht die zij voelt voor het lesgeven naar elkaar, maar zeker ook naar de leerlingen en ouders uit. Leerlingen en ouders zien dat, voelen dat en zullen dat ook overnemen. Het plezier van samen-opvoeden zorgt ervoor dat gevoeld wordt waar stresspunten mogelijk kunnen ontstaan en vangen dit voor en met elkaar op. Zo’n effectief team is uiterst inspirerend om in te werken en zal elke nieuwkomer snel in die passie meetrekken. Het thuisgevoel zal door iedere leerling kunnen worden beaamd.

2. Samenwerken.
Een effectieve team heeft het vermogen om positieve energie te laten stromen rond alles wat in hun werkgebied opduikt.
Nieuwe onderwijs ideeën worden omarmd en waar mogelijk ingezet. De leerkrachten zullen continue gezamenlijk blijven zoeken naar verbeteringen. Een effectief team maakt gebruik van elkanders talenten en schrikt er geenszins van terug om expertise die ze missen via creatieve wegen binnen te halen. De samenwerking is ook voelbaar in de energie die zo’n team kan opbrengen voor buitenschoolse activiteiten en voor individuele prestaties van leerlingen buiten de school.

3. Gepland en georganiseerd.
Een effectief team is altijd georganiseerd. In zo’n hoge mate dat zij vaak de agenda’s van elkaar kennen en zo problemen voorkomen. Studiewijzers zijn gericht op de behoefte van de leerling en het schoolgebouw is ingericht op leren. Materialen zijn gestructureerd opgeborgen en eenvoudig te vinden. De leerlingen en ouders nemen het belang van de door het team goed doordachte organisatie over.

4. Reflectief en met een open geest.
Het effectieve team blijft evalueren en staat open voor alle feedback die zij krijgen van elkaar, van leerlingen en van ouders waardoor hun manier van werken verbeterd kan worden. Er is geloof in constante verbetering.

5. Risico nemen en verandering omarmen.
Het onderwijs verloopt niet altijd volgens plan, er is een grote behoefte aan flexibiliteit en het herkennen van het moment. Een effectief team weet wanneer zij zich moet aanpassen aan het moment om aan de behoeften van de leerling en de vereisten van het curriculum te voldoen. Wat 3 jaar geleden werkte doet dat dit jaar misschien niet meer. Een effectief team zorgt ervoor dat zij kennis neemt van de laatste ontwikkelingen binnen hun vakgebied, vaardigheden en pedagogiek.

6. Obstakels verwijderen.
Dit team overwint dagelijks obstakels. Een eigenschap van de effectiviteit van zo’n team is dat zij zich rekenschap geeft van het feit dat belezenheid, sociale achtergrond, taal, geen hindernis voor leren hoeft te zijn. Niet bij leerlingen en niet bij ouders. Zij accepteert geen excuses. Zij is zich bewust van het belang van de kwaliteit van het onderwijs en biedt mogelijkheden tot verbetering van achterstanden aan, maar accepteert dit nooit als een reden voor verlaging van het niveau en de vereisten tijdens de dagelijkse lessen.

7. Consistent zijn.
Boven alles deelt een effectief team een gezamenlijke eigenschap. Ze is consistent in alles wat ze doet. Het effectieve team mag overkomen als hecht en moeilijk om erin binnen te dringen, maar zij geven altijd doordacht en binnen de grenzen van het onderwijs les op hun eigen manier. Er zijn geen verrassingen, hoewel zij hun collega scholen kunnen verrassen met ongewone en buitengewone ideeën. Hun reputatie en bewezen kwaliteit staat bijten kijf. Zij geven altijd 100% in alles wat zij doen. Zij is betrouwbaar en doet wat zij doet omdat zij een passie heeft voor onderwijs.


Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 4.884 andere volgers

%d bloggers op de volgende wijze: