Twitter voegt handige groepsfunctie toe

juli 30, 2015

Onlangs heeft Twitter een mooie nieuwe functionaliteit toegevoegd aan de Direct Message (DM) optie. Deze groep DM tool biedt vele handige mogelijkheden tot privé samenwerken, maar wordt toch nog maar weinig gebruikt. Als regelmatig twitter gebruiker zie ik duidelijk mogelijkheden.

Hoe het werkt

Twitter DM groepen 2015-07-30_1306

Je kunt iedereen die jou volgt uitnodigen voor een DM groep. De mensen die jij hebt uitgenodigd kunnen vervolgens mensen die hen volgen uitnodigen. Niet iedereen in de groep hoeft elkaar dus te volgen. Je kunt alleen worden uitgenodigd door iemand die al in de groep zit.
Het is mogelijk afbeeldingen, video’s en emoji’s te delen, net als in gewone DM’s. Wanneer je een link plaats naar een tweet uit je tijdlijn verschijnt er een aanklikbare tweet binnen de groep, voorzien van eventuele media en links.
Je kunt de groep een naam geven en dit maakt het samenwerken een stuk overzichtelijker, zeker als je in verschillende groepen gaat werken.
Het is een beetje als whatsapp, maar zonder de noodzaak telefoonnummers te delen.
Voorlopig werkt de groep DM optie alleen via de app van twitter of via Tweetdeck, dat eigendom is van twitter. (Is dit een reden voor het vooralsnog beperkte gebruik misschien?)

Toepassingen

Er zijn een aantal toepassingen te verzinnen, afhankelijk van je gebruik van twitter. Zelf vind ik de eerste twee in onderstaande lijst zeer bruikbaar.

Groepen maken van de tweeps waarmee je veel tweet over een bepaald onderwerp. Anders dan in twitterlijsten van mensen die je volgt kunnen de deelnemers in de groep allen actief deelnemen. Een verrassend voordeel zou kunnen zijn dat er nieuwe deelnemers aan de groep worden toegevoegd die jij nog niet kende. Een duidelijke naam is hier wel nuttig, vooral voor mensen die worden uitgenodigd. Ik denk aan “edubloggers 1op1″, “kookvrienden”, “filmclub”, “edcampNL organisatie”, “flippers”.

Mensen verbinden die jij kent, en die elkaar nog niet kennen, met elkaar in contact brengen. Dit kan dan op een vrij losse, voorzichtige basis waarbij ze elkaar’s profielen kunnen bekijken, maar gaat toch net iets verder en iets net iets persoonlijker dan een losse tweet om ze aan elkaar voor te stellen.

Samenwerken met een groep collega’s aan een bepaald project. Iedereen is snel up-to-date met de laatste ontwikkelingen.

Familie of vriendengroep, zodat anderen niet langer hoeven mee te genieten van mogelijk wel heel erg triviale zaken als “ik sta nu voor de kassa”, “hoe laat hadden we ook alweer afgesproken?”, “het wordt bij Wimpie”, “nee, toch bij Mark”, of foto’s van de vieze auto, het onopgemaakte bed. Ook handig voor een kortdurend eenmalig iets als een feest.

Onderwerpen scheiden waarover je met meerdere, meest dezelfde mensen regelmatig tweet. Dit maakt het gemakkelijker de conversatielijnen te volgen in het soms drukke twitterverkeer.

Bron: makeusof


9 manieren om te checken of je slim lesgeeft

juli 15, 2015

Hieronder volgt een lijstje met activiteiten die je als docent misschien doet. Een lijstje waarmee je zou kunnen nagaan of je slim lesgeeft. Het is niet direct een lijstje in de stijl van “10 effectieve strategieën van succesvolle docenten” of “10 stappen naar een betere docent”. Het is meer een checklist, waarmee je kunt zien of je op de goede weg bent. De lijst is niet volledig wetenschappelijk en analytisch, maar ook niet slechts retorisch en abstract. Het zit er ergens tussen in. Het is menselijk, het is efficiënt, het is haalbaar en vol te houden, het geeft plezier.

1. Je maakt veel kleine aanpassingen.

Aanpassingen aan de inhoud, de materialen, de snelheid, de manier van toetsen. Dit betekent niet dat je niet gepland hebt of dit slecht gedaan hebt, maar je doet dit als reactie op de dagelijkse praktijk. Je bent constant bezig met het formeel en informeel meten van voortgang en past aan waar nodig. Een parallel klas heeft door omstandigheden veel meer lesuitval. Alle lessen van een klas zijn geroosterd op de laatste uren van de dag. Zeven leerlingen van een klas zijn een week ziek. Een formatieve toets laat zien dat een onderdeel zeer slecht begrepen is. Eén klas scoort gemiddeld veel lager, of hoger. Het is een week lang extreem warm. Er is drie dagen lang geen internet verbinding. Er moet een toets in de toetsweek zijn.

2. Je geeft geen les, je ontwerpt.

Je kent de voor- en nadelen van projectgestuurd leren, ontwerpgestuurd leren, praktijkgestuurd leren en wat dies meer zij. Je weet dat vaardigheden aangeleerd en verloren kunnen worden, dat kennisoverdracht belangrijk is, dat de wijze van toetsen kan toevoegen of afbreken. Je bent vrijwel continu bezig met het schetsen van de manieren waarop je lessen eruit zouden kunnen gaan zien. Het ontwerpen van ervaringen die het begrip van de belangrijkste inhoud vergroten is voor een groot deel wat effectieve docenten doen.
Je weerstaat de verleiding om simpelweg uit te voeren wat er van bovenaf, door leiding, door het boek, door het curriculum is vastgelegd. Je bent in staat om te switchen tussen het macro- en het microniveau. Je herkent de fouten en inconsistenties en beslist vanuit pragmatische pedagogiek. Je ontwerpt en scherpt aan.

3. Je plant achterstevoren.

Je hebt een doel voor ogen. Een bepaald niveau dat je wilt halen, een bepaalde gewoonte of vaardigheid die je wilt inslijpen, een vorm van toetsen of meten. Dit doel kan objectief zijn, maar ook subjectief. Maar je ontwerp begint met het doel.

4. Je doet niet wat er gezegd wordt.

Op papier kunnen docenten die exact uitvoeren wat er van hen verlangd wordt prima docenten zijn. Maar doen dit beste docenten dit ook? Het lijkt er niet op. Dit wil niet zeggen dat je alles anders moet doen. Je hoeft niet opstandig te zijn. Je moet slim zijn. Je doet zoveel van wat er moet als kan, maar je doet vooral wat er nodig is.

5. Je bent een feedback machine.

Je weet wat nuttige feedback is en hoe deze te geven. Je weet hoe nuttige feedback aankomt bij leerlingen. De meeste van je toetsen zijn kort en verschaffen inzicht in wat de leerling begrijpt. Je geeft directe feedback, nog dezelfde les. Je maakt gebruikt van technologie om dit te vergemakkelijken. Je ontwerpt samenwerkende opdrachten zo dat leerlingen elkaar feedback geven. Je leert leerlingen feedback geven en ze de waarde hiervan appreciëren. Je geeft leerlingen continu en consistent feedback op een manier die zij begrijpen en kunnen toepassen. De feedback die je geeft verandert mee met de leerling.

6. Je prioriteert continu.

De belangrijkste doelen, de meest efficiënte manieren om gegevens te verzamelen, de meest efficiënte manier om toetsen te ontwerpen, de meest betrouwbare tools en apps, de meest flexibele manier om planningen te maken, enzovoorts. Het is natuurlijk onmogelijk om dit allemaal te doen. Instinctief doe je als eerste wat het meest belangrijke is.

7. Je verandert.

Niets wat je doet is perfect. Dit vraagt dus om verandering. Leerlingen veranderen door jouw activiteiten tijdens de lessen. Dit vraagt om aanpassingen. Je verandert en wordt beter in sommige dingen, je leert prioriteren, maar je vergeet ook een aantal goede dingen te blijven doen, omdat je een mens bent. Jouw vak is onderhevig aan nieuwe ontdekkingen, inzichten, trends en vooruitgang, die sneller gaan dan de aanpassingen in het curriculum of het boek kunnen bijhouden. De technologie verandert en maakt meer en anders mogelijk. De samenleving verandert, in zijn complexiteit en zijn wensen. Dit vraagt van jou een continue verandering.

8. Je ziet leerlingen individueel.

Beginnende docenten zien een lokaal, of rijen. Jij ziet leerlingen. Je hebt het overzicht en de rust en de ervaring.  Je ziet niet alleen leerlingen als leerlingen maar ook als mensen. Je ziet ze als individuen. Niet als groepjes ingedeeld naar niveau of interesse voor jouw vak. Je ziet wat elke leerling nodig heeft en welke materialen en leerweg hem het meeste kunnen helpen. Natuurlijk weet je dat je dit niet elke dag voor elke leerling kunt waarmaken. Maar je ziet het wel, omdat je leerlingen als individuen ziet.

9. Je leerlingen veranderen, allemaal.

Leerlingen nemen steeds meer verantwoording. Stellen steeds consequenter steeds betere vragen. Bekritiseren plannen. Tonen interesse buiten de gebruikelijke stof. Hebben schik in wat zij doen, zowel inhoudelijk als de wijze waarop. De veranderingen zijn verschillend van grootte en vorm, afhankelijk van de leeftijd, het onderwerp, de startsituatie. De veranderingen zijn niet te standaardiseren.

Slimmer lesgeven zorgt voor leerervaringen die bij alle leerlingen tot veranderingen leiden, niet alleen bij de leerlingen die zonder jou ook gegroeid zouden zijn. Slimmer lesgeven eindigt met de leerlingen en hun groei als mens.

De echte maat of je slim lesgeeft is dan ook of het tot slim leren leidt voor al jouw leerlingen.

 

Bron: Teachthought, Smarter Teaching: 10 Ways You’ll Know You’re Doing It Right


Ik zie R

juni 28, 2015

Ik ben mentor van een 4V klas. Ik ben al drie jaar mentor van deze zelfde klas. Ik ken ze een beetje en zij kennen mij een beetje.

In de drie jaar dat ik mentor ben heb ik twee keer de overgangsvergadering voorbereid. Van klas 2V naar klas 3V en van klas 3V naar klas 4V. De overgang is gebaseerd op cijfers en kent een procedure en normen.

Wij hebben zes normen. Wanneer een leerling aan alle normen voldoet wordt de leerling bevorderd naar het volgende leerjaar. Wanneer een leerling aan één norm niet voldoet dan wordt deze leerling hiermee ‘bespreekgeval’. Wanneer een leerling aan twee normen niet voldoet wordt de leerling niet bevorderd naar het volgende leerjaar. Er zijn bijzondere omstandigheden beschreven waarbij leerlingen door teamleider en mentor kunnen worden voorgesteld als ‘bespreekgeval’. Dit kunnen bijzondere omstandigheden zijn zoals ziekte en thuissituatie, of zoals een sterk stijgende lijn in de prestaties die net niet voldoende blijkt.

De groep leerlingen waar ik mentor van ben bestond in klas 2 uit 32 leerlingen. In klas 4 zijn dit er nog 29. Er zijn in die twee jaar een paar leerlingen afgestroomd, zoals dit heet, van vwo naar havo, en door de gekozen profielen in klas 4V zijn er ook leerlingen uit de klas gegaan of er bij gekomen.
Van de 32 leerlingen uit klas 2V zijn er nog 17 dezelfde, met dit verschil dat zij aanzienlijk gegroeid zijn, fysiek zeer zichtbaar.

Ik ben nu bezig met de voorbereiding van de overgangsvergadering die a.s. donderdag of vrijdag zal gaan plaatsvinden, het rooster hiervoor is op dit moment nog niet bekend. Dinsdag ga ik deze vergadering met mijn teamleider voorbespreken. Ik ben nu de cijfers aan het verwerken van de laatste toetsweek, die vrijdag is geëindigd en 8 dagen heeft geduurd. Nog niet alle cijfers zijn binnen, de meeste wel.

Zoals het er nu voor staat gaan 29 van de 29 leerlingen niet besproken worden. 24 niet omdat zij aan alle normen voldoen, 5 niet omdat zij aan twee normen niet voldoen.

Wat gaan wij dan bespreken? Een goede vraag.

Waarover gesproken zal gaan worden, tijdens de vergadering of daarvoor of daarna of alle drie is het aantal leerlingen dat niet bevorderd kan worden. Het zal gaan over B., L, M., N., S.. Maar niet echt. Het zal gaan over de aantallen leerlingen, de percentages, de redenen waarom zij niet eerder zijn ‘tegengehouden’.

Doubleren is niet goed voor de doorstroomcijfers van een school. Doubleren kost geld, 500 miljoen euro per jaar wordt er gezegd. Landelijk worden er in 4V zo’n 10% van de leerlingen niet bevorderd naar 5V. Daar liggen problemen.

Maar ik zie nu geen cijfers en geen percentages. Hoe gek ik ook op ze ben.

Ik zie R.

R. is van klas 2V naar klas 3V bevordert als ‘bespreekgeval’. R. is van klas 3V naar klas 4V bevordert als ‘bespreekgeval’. Bij de overgang van klas 2V naar 3V werd R. afgeraden om het vwo te blijven volgen, havo zou verstandiger zijn. R. legde het advies naast zich neer en ging naar 3V. R. wilde in de bovenbouw heel graag een N-profiel gaan proberen omdat zij daarmee de opleiding zou gaan kunnen doen die zij op dat moment voor zich zag. Bij de overgang van klas 3V naar klas 4V werd haar dit afgeraden. R. legde het advies, na lang twijfelen en een aantal intensieve gesprekken met haar en haar ouders, naast zich neer.

R. ontdekte dat het haar in 4V niet lukte om het gewenste N-profiel succesvol af te ronden. Halverwege het jaar besloot zij van profiel te wijzigen. Nu wist zij het echt zelf, zij had het geprobeerd en het was niet gelukt.

Ook in haar nieuwe pakket heeft R. wiskunde en dat leek een struikelblok te blijven. Met de cijfers van vóór de laatste toetsweek zou R. opnieuw ‘bespreekgeval’ zijn. Maar er is iets in R. gebeurd, iets dat zichtbaar is geworden sinds haar verandering van pakket. Iets dat tijd nodig had. Tijd die zij heeft gekregen door haar zelf te nemen. Ze is zich meer gaan inspannen door het veel duidelijkere doel voor haar ogen.

R. stond niet bekend om haar lach, niet om haar positiviteit, niet om haar bereikbaarheid voor docenten.

Haar interne twijfel werd gevoed door de reacties die zij kreeg.

Ik zag en zie geen cijfers, ik zag en zie geen percentages. Ik zag en zie R.

Zij lacht nog steeds niet uitbundig. R. kijkt wel veel minder vaak alsof er iets mis  is. Ze kijkt minder vaak alsof ze wordt aangevallen en ze zich moet verdedigen. Ze kijkt met veel minder twijfel. Ze kijkt met meer ervaring.

R. is blij met het traject dat zij heeft gevolgd. R is blij met de keuzes die ze heeft gemaakt.

Zij ziet er veel gelukkiger uit.

Wat je ook gaat doen. Het ga je goed R.!

 


 

PS:1 Ik had hier ook kunnen vertellen over I, die ook twee jaar ‘bespreekgeval’ was en nu zal worden gaan bevordert van klas 4V naar 5V zonder enig tekort. Ik zie I. ook.

PS2: Met de 5 leerlingen die aan twee normen niet voldoen heb ik regelmatig gesprekken gehad. Alle 5  hebben aangegeven dat, mocht het toch niet meer goed komen, zij graag zouden doubleren, dus klas 4V nogmaals doen, om zo de kans te behouden het vwo met een diploma af te sluiten. Ik ben groot voorstander van zomercursussen, extra opdrachten, voorwaardelijke overgang, zodat leerlingen die het ‘net’ niet halen niet een volledig jaar hoeven over te doen. Dit (b)lijkt helaas vooralsnog lastig uitvoerbaar.


Laat leerlingen tops en tips geven

juni 25, 2015

Gisteren heb ik hier geschreven over het belang van het motiveren van leerlingen: 10 tips om de leerling te motiveren. Dit was naar aanleiding van een onderzoek door het LAKS en gepubliceerd in Trouw. Eveneens gisteren heb ik op twitter een korte uitwisseling gehad met Arjan van der Meij van De Populier in Den Haag naar aanleiding van zijn tweet:

Blogpost leerlingen geven tops en tips 2015-06-25_0651

Het kan snel gaan.

Vandaag lees ik op Nu.nl (zie onderaan voor de volledige tekst) dat er in de Tweede kamer voldoende steun is voor een voorstel om scholieren op het voortgezet onderwijs mee te laten doen aan de beoordeling van hun docenten. Een voorstel van het LAKS.

Ik ben daar helemaal voorzichtig vóór!

Ik ben van mening dat leerlingen op een bepaalde manier experts zijn in leren. Het is iets dat zij de hele dag doen, of ondergaan. Zij kijken anders tegen bepaalde zaken aan dan docenten, die ook op een bepaalde manier experts zijn in leren, maar vooral doceren.

Van twee kanten bekeken wordt iets altijd beter.

Met de oprichting van het Education Design Lab op onze school hebben leerlingen zelf de eerste stappen gezetten om het gesprek met docenten en school aan te gaan om hun lessen nog beter te krijgen. Zij hebben inmiddels zitting gehad in de sollicitatie commissie voor de nieuwe teamleiders, een groene kaart systeem ontwikkeld om leerlingen meer zeggenschap over hun activiteiten tijdens de lessen te garanderen, en zijn nu bezig met de ontwikkeling van een TOPTIP systeem om docenten van feedback te voorzien.

En daarin schuilt mijn voorzichtigheid. Feedback geven is iets heel anders dan beoordelen.

Er is een verschil tussen scholen de ruimte geven leerlingen een stem te geven en dit van onderop te laten ontstaan en het verplichten van scholen hier iets mee te doen. Het kan heel eenvoudig.

Blogpost leerlingen geven tops en tips 2015-06-25_0713

Ik ben er van overtuigd dat het LAKS, de VVD en de PVDA het goed bedoelen. Ik hoop dat het plan geen beoordelingsinstrument gaat opleveren maar een deelinstrument. Ik hoop van harte dat het deze keer lukt in het onderwijs dit niet te laten verworden tot een papieren tijger en dat de ruimte en het belang van feedback waarover nu wordt gesproken niet gaat worden gevangen in een papieren kooi.

Bij United4Education is er binnen het transitiepad De Leerling Centraal aandacht voor het verzamelen van allerlei initiatieven waarbij de leerling een stem heeft gekregen of bezig is te krijgen in zijn eigen leren. Het delen van voorbeelden is een van de doelen van United4Education om zo positieve ontwikkelingen te verbinden, verbreden en versterken. Een mooie stem is natuurlijk die van de feedback gevende leerling, aan de docent, of aan de school. Ken je meer voorbeelden van leerlingen die docenten feedback dan wil je oproepen ze te delen. Bijvoorbeeld als reactie op dit blog. Of waar dan ook. Wat voor de een volkomen logisch, standaard en geaccepteerd is kan voor de ander een vergezicht zijn dat onbereikbaar lijkt.

De volledige tekst van het artikel op Nu.nl:

In de Tweede Kamer is er steun te vinden voor een voorstel om scholieren op het voortgezet onderwijs mee te laten doen aan de beoordeling van hun docenten.

Het voorstel komt van de belangenbehartiger voor scholieren LAKS.

VVD-Kamerlid Karin Straus wil nu dat de mening van leerlingen onderdeel gaat uitmaken van het personeelsbeleid van de school. Het voorstel kan op steun rekenen van de PvdA waarmee er een meerderheid is in de Tweede Kamer.

“Wij willen graag dat er op scholen professioneel personeelsbeleid wordt gevoerd en dat het oordeel van de leerlingen daar een serieuze rol in krijgt, zij ervaren immer dagelijks hoe er les gegeven wordt”, stelt ze.

LAKS-voorzitter Andrej Josic: “Anderen zien de docenten alleen in de wandelgangen. En als ze bij de lessen gaan kijken zijn die er op afgestemd”, stelt hij.

Uit onderzoek van de Inspectie voor het Onderwijs blijkt dat maar 42 procent van de scholieren zich momenteel gemotiveerd voelt door de docent.

Maatregelen

De invloed voor scholieren is voor LAKS een onderdeel van een pakket maatregelen om de motivatie op te krikken en de kwaliteit van de lessen te kunnen verbeteren.

Sommige scholen gebruiken de input van scholieren nu al. Volgens het LAKS worden op het Maartenscollege in Groningen zelfs al sollicitatiegesprekken gevoerd door de scholieren.

Hoe de scholen de betrokkenheid van de leerling versterken wil de VVD-politica niet precies invullen. Dit mogen scholen zelf bepalen.

Variant

“Je kan dit doen in een milde vorm, door bij de zoektocht naar een nieuwe docent leerlingen te laten meebeslissen bij het opstellen van een profiel, maar je kunt ook denken aan een variant dat je scholieren vraagt of iemand wel of niet een vaste aanstelling krijgt. Of je kunt via enquêtes scholieren vragen om docenten te beoordelen.”

Volgens Straus gaat het de scholieren echt niet alleen om de populariteit van de leraar, maar gaat het juist om de manier van lesgeven.

PvdA-Kamerlid Tanja Jadnanansing is er eveneens erg voorstander van dat jongeren kunnen meepraten over de kwaliteit van het onderwijs.

Feedback

“Daarom steunt de PvdA voorstellen die leerlingen helpen om positieve feedback te geven aan hun docenten. Zo helpen zij leraren om nog beter les te geven en daarmee komen scholieren weer een stapje dichterbij de beste editie van zichzelf te worden.”, aldus Jadnanansing.

Donderdag debatteert de Tweede Kamer over een wetsvoorstel om de inspectie op scholen te verbeteren. Straus zal daarbij haar voorstel om de positie van scholieren bij de beoordeling van docenten wettelijk te verankeren.

 


10 tips om de leerling te motiveren. Motiveren kun je leren.

juni 24, 2015

Motivatie is een krachtige motor voor leren.

Moeten is dat in wat mindere mate.

In zijn overtuigende boek Drive beschrijft Daniel Pink de drie krachten achter het ‘waarom’ mensen iets doen: zingeving, autonomie en meesterschap.

Om leerlingen te motiveren zou het dus goed kunnen zijn om te kijken naar wat hen zin geeft, wat hen autonomie geeft, wat hen een gevoel van meesterschap geeft. Je zou deze drie termen namelijk kunnen samenvatten in één woord: motivatie.

Motivatie is een probleem, of liever, in mijn terminologie, een uitdaging in het onderwijs. Motivatie manifesteert zichzelf in essentie op individueel niveau, maar na het bereiken van een zekere grenswaarde wordt het waargenomen op het niveau van een klas of een leerjaar. En hierbij bedoel ik helaas niet dat motivatie wordt waargenomen en besproken, maar dat vooral het afnemen ervan of het ontbreken ervan wordt besproken. Het schijnt dat er in leerjaar 3 en 4 een flinke dip optreedt.

Een mogelijke start om het gebrek aan motivatie op te lossen is deze vraag aan leerlingen te stellen.

Wat motiveert jou?

In een reeks provinciedebatten vroeg het Landelijk Aktie Komitee Scholieren (Laks) driehonderd leerlingen, komend van negentig middelbare scholen, van alle niveaus, uitgebreid naar hun ervaringen.

Hieronder de resultaten, zoals vandaag gepubliceerd in Trouw.

Ik heb de kop van het verhaal verwijderd. Helaas gaat dat slechts in op een detail. Ook heb ik de inleiding grotendeels weggelaten. Het woord tips is voor mij cruciaal. Je kunt ze lezen als: ‘ja, natuurlijk, dat doe ik al’. Je kunt ze lezen als: ‘ ja, hallo, wie gaat mij vertellen hoe ik het moet doen!’. Je kunt ze lezen als: ‘ja, dat zou ik best wel eens willen gaan doen…”. Het zijn tips.

Uit de inleiding heb ik wel twee zinnen overgenomen. Ter motivatie. 😄

De docent motiveert niet! 

Slechts 42 procent van de scholieren is tevreden over de manier waarop wordt lesgegeven.

 

Tien tips om de scholier te motiveren:

1. Vertel duidelijk waaróm
Heel demotiverend is het als je niet weet wat je met al die lesstof in het dagelijks leven kunt doen. Ook het verband met ‘later’ is belangrijk: wat doe je in hemelsnaam met dit vak na de middelbare school?

2. Koppel de lesstof aan de actualiteit
Scholieren hebben het graag over dagelijkse gebeurtenissen, ze willen die begrijpen en verklaren. Zij zouden graag met de klas naar het nieuws kijken en daarover discussiëren. Ook filosofie is veel genoemd als mogelijkheid om te reflecteren op de buitenwereld.

3. Breng lesstof in de praktijk
Opdrachten uitvoeren bij bedrijven, buurtonderzoek doen of een project buiten school opzetten en uitvoeren. Veel scholieren snakken naar lessen die zich richten op hun latere, professionele leven. Inclusief vaardigheden als solliciteren of presenteren. Vooral vwo’ers willen kennismaken met toekomstige werkplekken.

4. Wees positief, maar geen vriend
Humor en geduld scoren goed. Maar het helpt ook al als een docent zijn leerlingen positief benadert, oog heeft voor de persoon. Veel scholieren geven aan dat zij zich eerder inzetten voor een docent die laat meedenken over de lessen. Ze willen gehoord worden. Maar: een docent is geen vriend of ouder, maar leraar. Orde houden wordt consequent als kerncompetentie genoemd.

5. Varieer met werkvormen
Afwisseling is cruciaal. Altijd hetzelfde doen, zowel binnen een vak als gedurende een dag, gaat enorm vervelen. Zo werkt iPad-onderwijs niet als het alle andere methoden vervangt. Geen enkele scholier wil elk uur bezig zijn op een scherm. Schrijven of lezen uit een boek, een discussie voeren of een mooi verhaal aanhoren zijn ook erg prettige vormen van leren.

6. Gebruik alleen digitale leermiddelen als je weet hoe
Ruim één op de vijf scholieren is ontevreden over het gebruik van ICT op school. Prima als een docent instructiefilmpjes op internet zet, om thuis terug te kijken. Maar dan vooral als hij of zij in de les meer diepgang of individuele aandacht geeft. De grootste ergernis is dat veel docenten geen idee hebben waar ze mee bezig zijn, niet weten hoe zij ICT of apparaten moeten inzetten. Of ze vergeten digitale info te updaten. Liever ouderwetse leermiddelen dan dat de docent digitaal aanmoddert.

7. Beloon goede inzet
Complimenten werken, straf niet, ook al is die terecht. Straf heeft bijna altijd een negatieve invloed op de relatie tussen docent en scholier. Liever zien leerlingen dat zij een keer minder huiswerk krijgen als ze veel moeite hebben gedaan voor een opdracht.

8. Geef scholieren keuzes en daag ze uit
Scholieren bepalen graag zelf op welke manier zij vaardigheden ontwikkelen en kennis opdoen. Zelf leerdoelen stellen en een werkplan maken, motiveert meer dan dat leraren vertellen wat ze moeten doen.

9. Bied meer dan het boek
Vakkennis wordt gewaardeerd, maar nog mooier is het als docenten hun eigen lesstof overstijgen. Veel scholieren geven aan dat zij gemotiveerd raken als docenten meer vertellen dan in het boek staat en kennis aanreiken die verwondert.

10. Sta open voor kritiek
Meedenken met lessen is één ding, het Laks zou graag zien dat docenten ook open staan voor gesprekken over hun functioneren. LED noemen ze dat: Leerlingen Evalueren Docenten. Op het IJburgcollege in Amsterdam kunnen leerlingen al (anonieme) tips en tops geven. Op het Maartenscollege in Groningen voeren leerlingen gesprekken met sollicitanten en bespreken ze hun bevindingen met de schoolleiding voordat de leerkracht wordt aangenomen. Op de Breul in Zeist adviseren scholieren zelfs na een jaar of een docent een nieuw contract verdient.

 

 

 


De hand toelichting

juni 21, 2015

Donderdag heb ik hier een post geplaatst, getiteld De hand. Deze post heb ik ook aangeboden voor plaatsing op de site van HetKind. In reactie hierop werd mij gevraagd een toelichting te schrijven over de achtergronden en de redenen voor het schrijven van De hand. Deze toelichting  is hieronder te vinden.

Dit jaar ben ik voor het eerst actief als blogger voor HetKind. Voorafgaand aan de onderwijsavonden die regelmatig door NIVOZ / HetKind worden georganiseerd komen een aantal van de bloggers van HetKind bijeen om te praten over en actief te zijn met bloggen en onderwijs.

Afgelopen woensdag was dit in de vorm van een workshop over fenomenologie, naar aanleiding van een eerder hierover verzorgde masterclass door Max van Manen. Een onderdeel van de workshop was het met elkaar in groepjes bespreken van eerder geschreven, of speciaal geschreven, blogposts en deze dan met een fenomenologische bril bekijken. Ik was van plan geweest hiervoor speciaal een blogpost te maken en hij zat ook deels in mijn hoofd maar had geen tijd kunnen vrijmaken hem daadwerkelijk te schrijven.

Samen met Femke Cools en Rob Bekker heb ik de verhalen die zij hadden meegenomen besproken, om de essentie ervan te achterhalen en te zien wat nu het moment was dat zij probeerden te delen en hoe dit er fenomenologisch geschreven uit zou kunnen gaan zien. Hoe beschrijf je een moment achteraf op een wijze die recht doet aan het moment zonder vervuiling achteraf? Het verhaal dat ik in mijn hoofd had werd hierbij stapsgewijs duidelijker en in onze uitwisselingen werd de essentie van het moment dat ik probeerde te vangen steeds dichter bereikt. Zeker toen de vraag gesteld werd of ik iets aan de uitwisseling had gehad en dit moest verwoorden zag ik het moment zoals ik het moment had beleefd.

Toen ik thuiskwam heb ik meteen geschreven. En op publish gedrukt.

Het verhaal dat ik heb geschreven kwam naar boven omdat ik regelmatig na afloop van dit soort momenten bedenk dat ik niet in staat ben wat ik voel op dat moment zelf voldoende over te brengen. En dat bedenken is natuurlijk voelen.

De belangrijkste reden dat dit verhaal naar boven kwam is echter omdat het voor mij de zingeving van lesgeven illustreert. De parels die je voelt in onderwijs die niet zijn te meten. En nooit te vergeten. Daarmee waard om te delen.

Een ervaring als deze fenomenologisch beschrijven, en publiek maken, zie ik als een goede oefening voor mijzelf en als een verrijking door zijn verbreding.

De hand en De hand toelichting zijn inmiddels ook gepubliceerd als gecombineerd verhaal op de site van HetKind.


Grotere leerwinst door begeleiding leerkrachten bij gebruik formatieve toetsen

juni 19, 2015

In mijn ontwikkeling als docent ben ik een steeds grotere voorstander geworden van het gebruiken van formatieve toetsen en probeer ik deze dus ook zoveel mogelijk toe te passen in mijn eigen praktijk. Ook probeer ik de kennis hierover, en mijn ervaringen hiermee, zoveel mogelijk te delen met mijn directe collega’s op school, collega’s die ik waar dan ook tegenkom, en hier op mijn blog.

Vandaar dat ik de hieronder beschreven resultaten van een onderzoek naar gebruik van formatieve toetsen, zoals deze zijn gepubliceerd door het NRO op hun website integraal wil delen. Een linkje via een tweet volstaat hier niet.

Een extra reden is dat er een zin in voorkomt die volgens mij algemeen geldend is voor verbetering van onderwijs en professionalisering van docenten. Leren kan niet alleen.

“De toetstechnieken in een boekje beschrijven en dat uitdelen onder leraren, werkt niet”

De tekst van het artikel op de site van het NRO:

Als leerkrachten in het reken-wiskundeonderwijs op de basisschool worden ondersteund bij het gebruik van formatieve toetstechnieken presteren de leerlingen beter. Dit blijkt uit onderzoek van de Universiteit Utrecht. Formatieve toetsen laten zien wat leerlingen al kennen en kunnen, zodat leerkrachten hun onderwijs daarop kunnen aanpassen.

In het rekenen-wiskundeonderwijs is het al heel gebruikelijk om formatieve toetsvormen toe te passen. Uit een vragenlijst onder ruim 1000 leraren blijkt dat zij formatieve toetsen vaker gebruiken dan summatieve toetsen, die vooral bedoeld zijn om een cijfer te geven. Een formatieve toetsvorm is bijvoorbeeld werk van leerlingen nakijken om op basis daarvan nieuwe instructie te geven”, vertelt Michiel Veldhuis die op 24 juni op dit onderwerp promoveert aan de Universiteit Utrecht. “Leraren doen echter nog weinig met nieuwe inzichten over toetsen. Ze gebruiken bijvoorbeeld nauwelijks opgaven waarin leerlingen kunnen laten zien wat ze al weten.”

Leerwinst

Om de toetspraktijk te verbeteren, hebben de onderzoekers een set formatieve toetstechnieken ontwikkeld voor het reken-wiskundeonderwijs in groep 5. In een onderzoek is gekeken of deze toetstechnieken effectief zijn. Daartoe werden leerkrachten in drie workshops van een uur begeleid in het gebruik van de technieken. De leerlingen van deze leerkrachten bleken na een half jaar, tussen medio en eind groep 5, acht punten vooruit te zijn gegaan op het Cito-leerlingvolgsysteem. De leerlingen uit de controlegroepen gingen ruim vijf punten vooruit.

Begeleiding leraren

Leerkrachten daarbij ondersteuning bieden blijkt belangrijk. De leerkrachten die drie werkgroepen volgden, konden de technieken met collega’s bespreken en erop reflecteren. Alleen hún leerlingen boekten extra leerwinst. “De toetstechnieken in een boekje beschrijven en dat uitdelen onder leraren, werkt niet”, zegt promotor en mede-onderzoeker Marja van den Heuvel-Panhuizen. “Leraren moeten op weg worden geholpen en vervolgens moeten zij hun ervaringen met anderen kunnen delen. Dat geeft hun vertrouwen om de toetsvormen te gebruiken.”

Leuk! Rekenspelletjes doen

De onderzoekers hebben bewust korte, makkelijk te gebruiken toetstechnieken ontwikkeld, die dicht tegen de gangbare rekenen-wiskundemethodes aanzitten. “We hebben geen vast protocol gemaakt”, vertelt Veldhuis, “maar hun werkvormen gegeven die zij zelf konden aanpassen aan de praktijk. De leerkrachten bedachten variaties op wat wij hun aanreikten. Zowel leraren als leerlingen vonden het leuk om met deze technieken te werken. De kinderen vroegen regelmatig wanneer ze weer rekenspelletjes gingen doen.”

Enthousiaste toetsers

“Ten slotte hebben we onderzocht wat voor toetsgedrag leraren laten zien. Op basis van antwoorden uit de eerder genoemde vragenlijst, hebben we vier toetsprofielen van leraren gemaakt.” De grootste groep leerkrachten hoorde bij het profiel van de mainstream toetsers (ruim 35 procent). Dat zijn de leraren die rechttoe rechtaan gebruikmaken van zowel formatieve als summatieve toetsen. Dan is er de groep enthousiaste toetsers, die veel en bewust gebruikmaken van verschillende soorten toetsen. De derde groep zijn de minder enthousiasten, die toetsen niet zo nuttig vinden en ze dus ook niet zo vaak afnemen. De laatste groep zijn de alternatieve toetsers, die toetsen noch belangrijk noch nuttig vinden, maar wel zelf toetsen maken en aanpassen. “Deze profielen helpen om begeleiding op maat te kunnen bieden”, besluit Veldhuis.

Dit promotieonderzoek maakt deel uit van het project Improving Classroom Assessment uit het onderzoeksprogramma Rekenen in het primair onderwijs.

Veldhuis, Improving classroom assessment in primary mathematics education. Universiteit Utrecht, 2015.

 


Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 4.281 andere volgers

%d bloggers op de volgende wijze: