Charlie Hebdo, een jaar later

januari 7, 2016

Vandaag is het 7 januari, 1 jaar na de aanslag op Charlie Hebdo. Twee maanden na de aanslagen in Parijs, op onder andere muziektheater Bataclan.

Gisteravond, 6 januari, was de bijeenkomst MeetUp010#4, getiteld: ‘De klas is de wereld’. Hier spraken docenten, schoolleiders, docenten in opleiding, bestuurders en experts óf en hoe je met leerlingen in de klas spreekt over zulke ingrijpende gebeurtenissen.

MeetUp010#4 vond plaats op de Gereformeerde Scholengemeenschap Randstad, volgens rector Kees Klapwijk, tot zijn tevredenheid, door een van haar reguliere bezoeksters beschreven als een ‘hippe christelijke school’. En in die schijnbare tegenstrijdigheid zat een deel van de rode draad voor deze avond.

Charlie Hebdo een jaar later CYDycZgWsAAcRDa

foto: Erik Harinck

Henk ter Haar, docent Nederlands, deelde de resultaten van zijn niet representatieve onderzoek naar hoe docenten en scholen zijn omgegaan met Charlie Hebdo en Parijs. Ongeveer 85% van de leerkrachten gaf aan hier op een of andere wijze aandacht aan besteedt te hebben. Ongeveer 10% gaf aan dit binnen de bestaande schoolcultuur zeer ongebruikelijk zou zijn geweest. Angst voor het gesprek zit voor veel docenten in de onvoorspelbaarheid van de reacties. Aanbevelingen voor in de klas: Praten helpt. Emoties zijn goed, feiten zijn beter. Niet veroordelen, helpen oordelen. Ine Spee, crisisadviseur school en veiligheid, belichtte het verschil tussen een ramp op school, die leidt tot solidariteit, en rampen buiten school, die polariserend kunnen werken. Voor een goed gesprek in de klas zijn een samenhangende invulling van de verschillende taken van schoolleiders, mentoren en vakdocenten essentieel. Er is een noodzaak voor onderlinge steun en begrip. Afspraken voor een gesprek lijken zo vanzelfsprekend dat zij vaak worden vergeten, zijn toch echt nodig, respect, uitpraten, niet persoonlijk, niet generaliserend. Gerben ter Beek, docent economie, liet zien hoe op christelijk scholen die hun dagopening digitaal delen door docenten snel kan worden ingesprongen op actualiteiten door snel bronnen en suggesties aan te bieden. Een lichtend voorbeeld. Halil Karaaslan, docent Maatschappijleer, vertelde ons dingen ‘die hij normaal niet zo zou zeggen’, om ons aan het denken te zetten. Hij wilde dat wij ons aan hem irriteerden, wat niet zo moeilijk was, óf van hem hielden, wat niet zo moeilijk was. Toch wilde hij geen middenweg. Zijn focus was op het dilemma in elk gesprek in de klas. Hoor jij de ander werkelijk, ken jij zijn wereld? Ben je jezelf bewust van jou plaats in het gesprek, als professional? Op een schijnbaar luchtige maar rake toon, vatte de straatwijze cabaretier Ismail Aghzanay, inmiddels docent Engels in opleiding, zijn visie samen op het belang van oprechte betrokkenheid van de leerkracht, die ook ooit zelf leerling was. ‘Hoe gaat het met jou?’

De avond werd afgesloten met een gesprek tussen gasten en publiek, geleidt door Nourdin El Ouali. Wat is er geleerd? Wat wil je nog weten? Wat zijn jouw hoogtepunten? Wat ga jij morgen doen?
Er was een duidelijke rode draad. Praten is moeilijk. Leerkrachten dienen toch het gesprek te (bege)leiden. Voor een goed gesprek dienen leerkrachten leerlingen te zien, te kennen. Verschillen te onderkennen, in achtergrond en in taalgebruik. In hoeverre zijn wij als docenten moreel goed bezig wanneer wij leerlingen vertellen wat moreel belangrijk is? We doen, vrijwel onbewust, vrijwel ongemerkt, bijna alles vanuit een dominante cultuur en een eigen visie. Hoe groot of klein deze cultuur ook mag zijn. In de klas zijn dit de harde praters, of de docent, die onvoldoende afstand neemt. Wie bepaalt wat belangrijk is, waarover kan en dient te worden gesproken? Op school kan dit de identiteit zijn. Op ‘christelijke’ scholen vallen er keiharde woorden na Charlie Hebdo en Parijs. Op ‘zwarte’ scholen is er nauwelijks interesse voor. We proberen op te leggen wat wij belangrijk vinden met soms weinig oog voor wat anderen belangrijk vinden. Kun je een gesprek of discussie aangaan met leerlingen als je zelf onvoldoende op de hoogte bent van de feiten? Praten is moeilijk. Zowel voor de meerderheid als de minderheid.

Wil je meer lezen over de bijeenkomst? Arjan Moree schreef gisteren een live blog.

Wil je er een volgende keer bij zijn? Dat kan! Zet vast in je agenda. Op 2 maart zal MeetUp010-#5 zijn, met weer een andere vorm. Aan de hand van de documentaire ‘Valt er hier nog wat te leren?’, dat een inkijkje geeft in dagelijkse praktijk van een andere vorm van leren, zullen gastsprekers en publiek met elkaar in gesprek gaan over de vraag: Wat is goed onderwijs? Een trailer van de documentaire is hier te zien. Aanmelden kan via de website, het exacte programma zal volgen.

Wil je een MeetUp in jouw stad? Dat kan! Misschien is 050 de volgende:

Charlie Hebdo Meetup010 Meetup050 2016-01-07_1828

 


MeetUp010 logo cropped-SCN_0015-website

MeetUp010 is ontstaan als reactie op de zeer veel bekeken en zeer indrukwekkende VPRO Tegenlicht uitzending ‘De onderwijzer aan de macht’. Deze uitzending leverde zoveel positieve energie dat een aantal mensen in Rotterdam de koppen bij elkaar stak en op 19 maart 2015 organiseerden zij de eerste MeetUp010 bijeenkomst. De tweede bijeenkomst stond vooral in het teken van de leerling en werd gehouden in de vorm van edcampNL. Het onderwerp van de derde bijeenkomst was De Staat van de Leraar, aan de hand van het verslag van het onderzoek dat dit jaar voor het eerst was gedaan.

De mensen achter de organisatie van MeetUp010#4 zijn:
Monique van den Heuvel, onderzoeker en docent Hogeschool Rotterdam.
Ralf Hillebrand, docent economie op Wolfert Pro.
Arjan Moree, docent geschiedenis op het Penta college CSG Scala Rietvelden.
Claire Ohlenschlager, docent bij de Hogeschool Rotterdam.
Inge Spaander, docent Media en Entertainment bij Thorbecke Voortgezet Onderwijs Nieuwerkerk.
Woosje Stuart, docent beeldende vorming en cultuurcoördinator bij RVC De Hef.
Gijs Verbeek, redacteur en onderzoeker bij het NIVOZ-forum.
Frans Droog, docent Biologie en Mens en Natuur op het Wolfert Lyceum


Meldpunt HELP! Mijn docent is digibeet!

december 28, 2015

meldpunt

 

Vanochtend las ik op twitter over het vandaag live gaan van een meldpunt van het LAKS waar leerlingen iets kunnen melden over hoe zij de ICT-vaardigheden van hun docenten ervaren.

Dit is de letterlijke tekst van de site van het LAKS. (Landelijk Aktie Komitee Scholieren):

Iedereen kent ze wel; docenten die het verschil tussen Google en de zoekbalk niet kennen, 15 minuten bezig zijn met het openen van een Youtube-filmpje, of docenten die de ICT’er van school moeten roepen omdat ze het geluidsknopje niet kunnen vinden. Sterker nog, vaak weten scholieren beter dan de docent hoe de ICT werkt.
Dit roept bij scholieren veel ergernissen op. Immers, het onderwijs maakt steeds meer gebruik van digitale leermiddelen. Dit is een mooie ontwikkeling, mits er goed gebruik van wordt gemaakt. Wij horen echter vaak dat leerlingen ontevreden zijn over hoe de  docenten omgaan met ICT en sociale media. Zo geeft minder dan de helft van de ondervraagde scholieren in de LAKS-monitor van 2014 aan dat zij tevreden zijn over de mate waarin docenten omgaan met ICT. 

Om die reden heeft het LAKS vanaf maandag 28 december het meldpunt HELP! Mijn docent is digibeet in het leven geroepen. Bij dit meldpunt kan je een klacht indienen over gerommel met ICT. Zo krijgt het LAKS een beeld van de grootste ICT ergernissen, zodat wij docenten kunnen meegeven welke basis ICT-vaardigheden zij minimaal zouden moeten beheersen. Dit wil het LAKS overhandigen aan lerarenopleidingen en organisaties die nascholing verzorgen, zodat zij docenten goed kunnen opleiden in het omgaan met ICT.

Deze oproep leidde tot de nodige reacties, die in een aantal categorieën zijn onder te verdelen.

Herhalers. In een tijd van een uur of twee kwam in mijn tijdlijn het simpele feit dat dit  meldpunt is geopend een keer of tien langs. Met hierbij verschillende bronnen genoemd: de telegraaf, het ad, nu.nl, het LAKS. Deze groep herhalers geeft aan dat het bericht bij hen leeft en dat zij het de moeite waard vinden dit te delen op twitter. Zij delen geen eigen mening. De titels van de gebruikte bronnen zijn, net als hun inhoud enigszins verschillend, achtereenvolgens: “Scholieren in actie tegen digibete docenten”; “Help! Mijn docent is digibeet”; “Scholieren openen meldpunt voor digitaal onbenullige docenten”; “Meldpunt HELP! Mijn docent is digibeet!”

Neutrale reageerders. Deze tweeps maken melding van het bericht en geven aan dat zij benieuwd zijn naar de resultaten en het vervolg.

Verdedigende reageerders. Deze tweeps brengen bij het melden van het bericht redenen in waarom docenten niet zo ICT-vaardig zijn als zij misschien zouden kunnen zijn of zouden moeten zijn in de ogen van hun leerlingen. Praktische omstandigheden in een lokaal die zij niet kunnen beïnvloeden, technische ondersteuning die onvoldoende is.

Reageerders met een persoonlijk doel. Deze tweeps gebruiken de aandacht die er op twitter blijkt te zijn om, meer of minder subtiel, te wijzen op het feit dat scholing dus van belang is en dat zij toevallig de mogelijkheden bezitten om docenten meer ICT-vaardig te maken.

Ironische reageerders. Deze tweeps geven aan dat zij blij zijn dat de resultaten aan de lerarenopleidingen zullen worden aangeboden. Zij geven aan dat leerlingen zelf ook niet zo ICT-vaardig als ze zelf denken. Zij komen met voorbeelden van uitspraken van leerlingen over hun docenten, zonder directe bronvermelding.

Aanvallende reageerders. Deze tweeps richten zich op de ervaring aan dat het LAKS vooral een klachtenbureau is. Zij richten zich op het feit dat leerlingen zonder bekwaamheid docenten op hun bekwaamheid aanvallen.

Positieve reageerders. Zij geven aan dat initiële ergernis soms leerzaam kan zijn en dat het meldpunt op zijn minst opvallend is. Dat het goed is dat de ontvangers van onderwijs met ICT in ieder geval hun input kunnen geven.

Ik ben altijd positief vanuit neutraliteit. Zeker op sociale media. Een eens genomen en vooralsnog nooit betreurd besluit. Zoeken naar toegevoegde waarde is waardevoller dan zoeken naar bevestiging van bestaande oordelen. Rood is mooi in de zon en in rozen, niet in mensen.

Ik ken collega’s die inderdaad niet weten hoe zij het volume via de PC kunnen verlagen of het geluid uitzetten en die voor de voor hen pragmatische oplossing gaan van de stekker er dan maar uittrekken. Ik ken collega’s die inderdaad niet weten wat het verschil is tussen opslaan op een computer en opslaan in The Cloud. Ik ken collega’s die niet weten hoe een link naar een YouTube filmpje op te nemen in hun presentatie en elke les weer opnieuw weer op zoek gaan. Ik ken collega’s die regelmatig hun wachtwoord vergeten. Ik ken collega’s die hun zelfgemaakte video’s via YouTube delen met leerlingen. Ik ken collega’s die tien verschillende tools op internet effectief inzetten op het juiste moment. Ik ken collega’s die voor vrijwel elke les een presentatie voorbereiden met daarin minimaal een animatie of een interactieve activiteit.

Ik ken leerlingen die geen mobiel hebben. Ik ken leerlingen die met hun mobiel niet meer kunnen dan chatten. Ik ken leerlingen die alleen uit een boek willen leren, omdat zij dit nu eenmaal zo gewend zijn. Ik ken leerlingen die op internet niet kunnen zoeken. Ik ken leerlingen die regelmatig hun wachtwoord vergeten. Ik ken leerlingen die elk vrij moment gebruiken om digitaal woordjes te oefenen. Ik ken leerlingen die na een korte toelichting aan de slag gaan met hun computer, chromebook of mobiel en leveren wat er van hen wordt gevraagd. Ik ken leerlingen die in een mum-van-tijd presentaties in elkaar sleutelen die zowel inhoudelijk als visueel meer dan ruim voldoende zijn. Ik ken leerlingen die dingen kunnen die ik hier niet kan melden.

Ik weet niet hoe representatief het is wat ik weet. Ik weet wel dat ik zelf voor leerlingen meer betrekken bij hun eigen leren. Ik weet wel dat ik zelf ben voor docenten die het aandurven naar leerlingen te luisteren.

Ik ben benieuwd naar de resultaten van het meldpunt. Ik ben positief en hoop dat dit initiatief een bijdrage kan leveren aan de discussie over beter onderwijs. In dit geval een discussie waarbij ICT-vaardigheden van docenten én leerlingen een mooi, nieuw, beter bruikbaar gereedschap zijn in de gereedschapskist van doceren én leren. Ik hoop dat dit initiatief niet leidt tot een lijst van klachten maar een lijst van mogelijkheden. Een initiatief waarbij de gebezigde taal geen belemmering vormt voor de gewenste boodschap.

Met excuses aan alle tweeps die ik hier niet noem en oprechte dank aan alle tweeps die aan bovenstaande hebben bijgedragen: @jmvangoor @Nu+internet @SWCdeBruijn @Lakstweets @RedegeldE @ictcafe @karinwinters @AstridSchat @amberwalraven @ashwinbrouwer @MsLuss @AntoinetteEngbers @waterstof81 @klaasbellinga @marcoderksen @mellekramer @FerryHaan @donzuiderman @sannepit @Tichener @sienjaal @thebandb @wiswijzer @ReinBijlsma

 

Meldpunt Helmond

 

 

 


Groeiend leren

december 19, 2015

Tijdens het lezen van allerlei theoretische verhandelingen over hoe leren zou plaatsvinden en hoe je dit als docent zou kunnen beïnvloeden heb ik persoonlijk nog wel eens moeite met de gekozen termen en de gekozen indelingen in allerhande ‘hokjes’. Tegelijkertijd besef ik dat er woorden moeten worden gebruikt om kennis en ideeën uit te wisselen en ben ik mij bewust van de aanlokkelijke kracht van welluidende begrippen. Oneliners leiden tot adepten en rejectors. Ik begrijp ze beide en zie vaker en liever de overlappende cirkels in de argumenten voor en tegen dan de extremen die begrijpelijk eenvoudiger te positioneren zijn.

Recent is in het onderwijs het concept van een ‘Fixed Mindset’ tegenover een ‘Growth Mindset’, zoals door Carol Dweck geïntroduceerd een veelbesproken manier geworden om tegen leren en doceren aan te kijken. Ik kan het niet eens zijn met de extremen die deze twee begrippen suggereren. Leren is veel meer vloeibaar. Wel zie ik het belang van het onderliggende idee om op deze manier naar leerlingen te kijken. “Elke indeling heb zijn nadeel, elke indeling heb zijn voordeel.”

De animatie die door RSA is gemaakt van de visie van Carol Dweck zijn de 10 minuten van het bekijken voor iedere docent meer dan waard. Niet om het er mee eens of oneens te gaan zijn, maar om er voor jou uit te halen wat voor jou en jouw leerlingen waardevol is.


Stempeluur

december 13, 2015

stempelFDG 18mm

Op vrijdag staan er in het rooster voor klas 6Vbiol2 2 lesuren, het 2e uur (09:00-09:45) en het 9e uur (15:15-16:00). Klas 6Vbiol2 is een cluster, dat wil zeggen dat niet alle leerlingen dezelfde vakken volgen binnen hun verschillende profielen. Deze vrijdag blijken er voor 21 van de 28 leerlingen, deels standaard, deels door afwezigheid van docenten ivm ziekte of nascholing, twee tot vier tussenuren te zijn ontstaan. Zij vragen het 2e uur om een mogelijke oplossing en komen met suggesties. Eén hiervan blijkt realiseerbaar en acceptabel. Er is een lokaal beschikbaar het 5e uur en de leerlingen beloven dan aan het werk te gaan…

Omdat er twee uren staan gepland voor mijn vak op vrijdag deel ik de activiteiten voor de leerlingen vaak in als volgt: 2e uur uitleg en vragen, 9e uur opdrachten maken en vragen. Het werk dat de leerlingen geacht worden het 9e uur te doen kunnen zij dus prima het 5e uur doen. Hoe ga ik dat als docent faciliteren en ‘controleren’?

Belachelijk eenvoudig. Met een stempel!

Aan het begin van de les krijgen de leerlingen in hun schrift een stempel, de DUP stempel, en aan het eind van de les opnieuw, maar dan een ‘omgekeerde’ versie. Zo is het zichtbaar voor de docent, maar vooral voor de leerling, wat zij hebben gedaan. Mocht de docent vinden dat de activiteiten tijdens het 5e uur onvoldoende zijn geweest dan is de optie aanwezig de leerlingen alsnog het 9e uur ook aan het vak biologie te besteden. Dit bleek niet nodig.

De leerlingen die geen tussenuur hadden hebben het 9e uur hun opdrachten gemaakt.

stempelFDG 18mm omgekeerd

En dan tijdens het verlaten van het lokaal het 5e uur een leerling die nog even langskomt: “Meneer, bedankt dat U dit voor ons hebt geregeld.”


Leeruur

december 13, 2015

Leeruur Stilte Examen[1]

Donderdag, de leerlingen van klas 2-VWO komen binnen en horen de docent, die anders dan gewoonlijk, bij de deur staat, zeggen: “Goedemorgen, de tafels en stoelen niet verschuiven graag.”

De leerlingen gaan zitten en een flink aantal kan het niet laten om de vraag te stellen: “Hebben we een toets?”

De docent zegt nog niks. Hij begroet het laatste groepje dat binnenkomt. Hij gaat zitten achter zijn bureau en kijkt de klas rond. Er zijn geen tafeltjes en stoeltjes verschoven.

De leerlingen murmelen. “Gaan we nou een toets krijgen of niet?” “Ja, dat doet hij toch wel vaker, en dan noemt hij het een test of zo.” “Nee joh, het is gewoon een van zijn grapjes.”

Drie leerlingen stellen vrijwel gelijktijdig, dus door elkaar heen pratend, opnieuw de vraag aan de docent: “Meneer, krijgen we een toets?”

De docent antwoord kort maar duidelijk: “Nee.”

De reactie volgt onmiddellijk uit meerdere monden: “Waarom staan de stoelen en bankjes dan in de toetsopstelling?”

De docent antwoordt, alsof hij dit zo heeft bedacht: “Ik ben blij dat jullie dat vragen.”

De leerlingen vallen langzaam stil. Gesprekken stoppen. Tassen staan naast de tafels, boeken liggen er op, open.

De docent staat op en start het leeruur.

“Ik ga jullie een aantal vragen stellen waarop jullie stille antwoorden gaan geven.”

Een aantal leerlingen begint te praten maar als de docent hen negeert wordt hen snel door andere leerlingen duidelijk gemaakt dat het schijnbaar stil dient te zijn.

“Stille antwoorden zijn antwoorden die je alleen geeft in je eigen hoofd. Je hoeft er niet bij te praten. Anderen hoeven jouw antwoord niet te horen, ook later niet te weten. Voor jezelf moet je wel nadenken over jouw antwoord.

Staan de tafels tijdens een toets altijd in de toetsopstelling?

Wordt er tijdens een toets gepraat?

Werk je tijdens een toets 45 minuten geconcentreerd?

Wanneer de tafels aan elkaar staan werk je dan harder?

Wat is de reden dat je de tafels aan elkaar wilt zetten?

Vind je de toets die voor aanstaande maandag gepland staat moeilijk?

Vind je dat het veel stof is die je moet leren voor de toets van aanstaande maandag?

Zou je nu al de toets kunnen maken die voor aanstaande maandag gepland staat?

Vind je het leuk om in het weekend te leren voor school?

Zou je het fijn vinden om nu al te kunnen leren?

Zou je geconcentreerd kunnen leren als het niet stil is in de klas?

Zou je het fijn vinden nog vragen te kunnen stellen over de stof als je tijdens het leren ontdekt dat je iets toch niet helemaal begrijpt?

Ik hoef jullie antwoorden niet te horen. Wel wil ik graag vingers zien als antwoord op de laatste vraag;

Wie wil er nú leren voor de toets van maandag?”

Alle vingers worden opgestoken. Het leeruur wordt vervolgd met zijn actieve fase.

Bijna 40 minuten is het volledig stil. Soms wordt er een vinger opgestoken en fluisterend een vraag gesteld. Soms wordt er een fluisterend antwoord gegeven, soms wordt er gevraagd de vraag in de digitale vragenmap te plaatsen voor klassikale beantwoording tijdens de allerlaatste les voor de toets op vrijdag.

De les is voorbij en de leerlingen vertrekken naar hun volgende les.

Vier leerlingen lopen naar het bureau van de docent. Zij willen hun ervaringen delen.

“Meneer, het werkt echt! We waren allemaal stil, zelfs toen U het lokaal uit bent gegaan bleef iedereen stil!

“Maar dit kan natuurlijk niet elke les.”

“Maar we hebben hebben wel geleerd dat dit kan en dat het hartstikke handig is. Bedankt!”

De docent bedankt hen en vraagt: “Zullen we dit vaker doen?”

JA!

Leeruur stilte geleerd 2015-12-13_1107


Gratis lessen voor het goede doel

november 1, 2015

Edukans logo

Zoals het wel eens vaker gaat, werd mij gisteren een vraag gesteld op twitter over iets dat ik had geschreven op deze blog. Het ging over het geven van feedback, een krachtig middel tot leren, dus mijn interesse was gewekt. Na het geven van mijn antwoord aan de vragensteller reageerden ook anderen met suggesties en alternatieven. Mooi, prachtig, delen van informatie en trots zijn op de oplossing die jij gekozen hebt voor het probleem! De vragensteller was geholpen. Gek genoeg bleef ik zitten met een vraag.

Een van de alternatieven kende ik nog niet en de inbrenger was hierover erg enthousiast. De informatie heb ik even geparkeerd. Dat wil zeggen dat ik de tweet in mijn lijstje met favorieten heb geplaatst en een korte notitie op mijn papieren blokje heb gemaakt.

Vanochtend zag ik de notitie op het papier, liggend naast mijn laptop. Ik zag de tweet bovenaan staan in mijn lijstje favorieten, toen ik Tweetdeck opende op mijn laptop. Ik klikte op de link naar de gesuggereerde video. Ik keek naar de speelduur, 15 minuten. Best lang. Voor de tweede keer besloot ik toch te klikken.

Er volgde een uitleg over het gebruik van de toepassing waarover de gebruiker zo enthousiast had getweet dat het mij had doen overreden de tweet te bewaren en het filmpje te bekijken.

Ik bekeek het filmpje, oortjes in. Het ging allemaal niet echt snel en terwijl ik bleef luisteren klikte ik naar mijn mail, las, schreef reacties en ruimde op. Tot ik bij 12:38 in de video was aanbeland. Toen schakelde ik terug naar de beelden.

Deze docent beschrijft vanaf dat moment hoe hij gratis voor iedere docent en iedere leerling zijn site en lessen beschikbaar stelt. Hij vraagt hiervoor niets terug. Wel geeft hij een optie. De optie om hem te bedanken voor zijn werk met een beloning  aan iemand anders. Een kleine donatie aan Edukans. Een kleine donatie om ook voor andere leerlingen, in andere landen, leren mogelijk te maken.

Ik ga hier verder niet schrijven over feedback of de tools waarmee je feedback kunt geven. Ik ga alleen maar vragen om even naar de video te kijken. Ik ga alleen maar vragen of anderen die hun lessen gratis delen ook zoiets zouden willen overwegen. Ik ga alleen maar vragen of iedereen die van gratis lessen gebruikt maakt bereid is een donatie te doen om ook voor anderen, hier heel ver vandaan, lessen mogelijk te maken.

De docent waar ik het over heb is Martin Ringenaldus en zijn site is bijlesduits.org. Martin verdient navolging en alle credits.

Beste (YouTube) docenten, willen jullie ook mee doen? Geen enkele verplichting, volledig vrij, alleen de vraag af en toe stellen? Voor een goed doel dat jou aanspreekt?

Jan Willem Eckhardt
De Biologie Leraar
NGbiologie
Srutenfrans
WiskundeAcademie
OsAcademie
AcNatuurkunde
JortGeschiedenis
Scheikundelessen
Meneer K. Saber
Mr. van Bakel
Hester Vogels
ArnoudKuijpers
Stefan van der Weide
MeesterGijs
CornédeBoer

Deze lijst gaat zeker uitgebreid worden! Meld je aan als je mee wilt doen. Meld iemand aan waarvan je denkt dat hij of zij op deze lijst zou moeten/kunnen/willen staan.


Leren van lezen

oktober 25, 2015

Blogpost leren lezen 232724328_5cc813b23dVroeger las ik heel veel. Boeken. Van jongs af aan las ik zoveel boeken als ik kon. Ik vond het vervelend dat er een limiet was aan het aantal boeken dat je mocht meenemen uit de bibliotheek. Maximaal twee fictie en vier non-fictie was de regel. Ik ging wekelijks naar de bibliotheek. Ik las dagelijks een boek. Ik las de kranten die door de brievenbus kwamen bij mijn ouders, een via een abbonement en een paar gratis. Zodra ik geld begon te verdienen met mijn baantjes als krantenjongen en tuinmannetje kocht ik ook boeken. Ik las heel veel. Omdat ik wilde weten.

Tegenwoordig lees ik nog steeds heel veel. Maar veel minder boeken. Ik lees twitter en facebook en nieuwssites. Ik lees de bladen van de verenigingen waar ik lid van ben. Ik lees blogs. Via links voor een bepaald bericht of omdat ik ze bewust ben gaan volgen. Ik lees heel veel. Omdat ik wil weten.

Blogpost leren lezen blogs

Wat het maakt dat ik wil weten weet ik niet. Wat het doet dat ik wil weten weet ik wel. Het zorgt ervoor dat ik de werking van dingen die mij interesseren begrijp. Het maakt het makkelijker voor mij om een mening te hebben. Het maakt het makkelijker voor mij om een mening te delen. Een mening gebaseerd op feiten geeft (mij) houvast en rust. Ik kan niet zoveel met een meningen slechts gebaseerd op het recht er een te hebben.

Wat het maakt dat ik mijn kennis wil delen weet ik niet. Wat het doet dat weet ik wel. Het heeft ervoor gezorgd dat ik docent ben geworden, na onderzoeker te zijn geweest. Het heeft ervoor gezorgd dat ik zelf blogs schrijf.

Eén van de blogs die ik volg heet ‘Brainpickings’. Een blog waar naast feiten voor mij ook inspiratie valt te halen. Brainpickings bestaat nu 9 jaar en de schrijfster, Maria Papova, heeft naar aanleiding hiervan in een blog 9 dingen verzameld die zij heeft geleerd. Dingen die zij heeft geleerd door te lezen wat anderen hebben geschreven. Ik kan mij heel goed vinden in deze 9 dingen en zij beschrijven beter dan ik op dit moment dan ik zelf kan wat ik heb geleerd van al mijn lezen. Het past bijna allemaal. Ik heb de 9 dingen vertaald en de bijbehorende toelichtingen hier en daar naar mijn gevoel en smaak aangepast.

Wat het maakt dat ik dit blog schrijf gedaan weet ik niet. Wat ik hoop dat het doet weet ik wel.

Blogpost leren lezen brainpickings 222158_10150189612955745_55555550744_7095892_1866590_n_400x400

1. Sta jezelf de oncomfortabele luxe toe van mening te veranderen
In onze cultuur is het niet hebben van een mening weinig geaccepteerd. Meningen worden vaak gebaseerd op oppervlakkige indrukken of gekopieerd van anderen, zonder tijd te investeren deze te overdenken of feiten te verzamelen. Deze meningen worden langzaam en ongemerkt een bouwsteen van onze eigen realiteit. Het kan verwarrend voelen om eenvoudig weg te zeggen: ‘dat weet ik niet’. Het is echter veel dieper bevredigend om te begrijpen dan om gelijk te hebben. Zelfs als dit betekent dat je van mening verandert over een onderwerp, een ideologie of, bovenal, jezelf.

2. Doe niets alleen voor aanzien, status of geld of goedkeuring
Aanzien is als een magneet die in staat is zelfs je eigen geloof in wat je plezier geeft te vervormen. Het kan ervoor zorgen dat je niet langer werkt aan wat je leuk vind, maar aan wat je leuk zou vinden om leuk te vinden. Deze extrensieke motivatoren zijn prima en kunnen op korte termijn bevestigend voelen, maar op de lange duur zijn zij niet wat je verwachtingsvol doet opstaan in de ochtend en in slaap doet vallen met een tevreden gevoel en een glimlach in de avond

3. Wees genereus
Wees genereus met je tijd, je bezittingen en vooral met je woorden. Het is zoveel eenvoudiger om kritiek te leveren dan om succes te vieren. Onthou altijd dat er aan de andere kant van elke uitwisseling ook een mens zit. Begrijpen en begrepen worden zijn grote gaven en elke uitwisseling is een mogelijk om ze te delen

4. Creëer momenten van stilte in je leven
Zit stil en denk na. Ga wandelen. Ga fietsen zonder een bepaalde route. Er is een creatief doel voor dagdromen en vervelen. Maak hier ruimte voor. De beste ideëen komen wanneer we geen richting proberen te geven aan onze gedachten en de fragmenten van ervaringen laten rondzwemmen in ons onbewuste om zo nieuwe verbindingen te doen ontstaan. Onbewust verwerken voedt de creatieve stroom.
Slaap. Omarm slaap als motor voor creativiteit en als bron voor positieve gevoelens gedurende de dag. Ga met slaap om als met je werk, het is nog belangrijker. Het zorgt voor je gezondheid en je geestesgesteldheid. Trots zijn op het kunnen omgaan met weinig slaap is een verkeerde manier van het tonen van de juiste werk ethiek.

5. Geloof mensen niet als zij je vertellen wie jij bent
Als mensen je vertellen wie zij zijn, geloof ze dan. Als mensen je vertellen wie jij bent, geloof ze dan niet. Jijzelf bent de bewaker van je eigen integriteit en de veronderstellingen die worden gemaakt door mensen die jou en waar jij voor staat (nog) verkeerd begrijpen zeggen heel veel over hen en heel weinig over jou.

6. Aanwezigheid is veel lastiger en meer belonend dan productiviteit
In onze cultuur wordt veel waarde gehecht aan onze efficiëntie, onze verdiensten, ons vermogen of dit of dat te kunnen. Productiviteit heeft zeker een belangrijke plaats in onze samenleving, deze plaats te groot maken beroofd ons echter van ons vermogen tot eenvoudig geluk en plezier en verwondering dat het leven zoveel waarde geeft. Hoe wij onze dagen doorbrengen is tenslotte hoe wij ons leven doorbrengen.

7. Verwacht dat waardevolle dingen tijd kosten
De mythe van instantaan succes is niet meer dan dat, een mythe. Een herinnering aan het feit dat de huidige definitie van succes beperkt is en aanpassing behoeft. Het is moeilijk zoiets essentieels, iets dat in onze cultuur van onmiddelijkheid zo ongeduldig wordt overzien, te vangen. Een bloem gaat niet van knop tot haar volledige pracht tonend in één moment. Wij zijn nauwelijks geinteresseerd in haar ontwikkeling, het tot bloei komen. Toch is dat waar de ware magie optreedt, het tot stand komen van iemands karakter en zijn lot.

8. Zoek naar wat jou geest versterkt
Wat zijn de mensen, de ideeën, de boeken die jouw geest versterken? Zoek ze, vind ze, hou ze vast, bezoek ze vaak. Gebruik ze niet alleen als medicijn wanneer je jezelf zwak voelt maar gebruik ze als een vaccin terwijl je gezond en sterk bent en bescherm zo jouw uitstraling.

9. Wees niet bang om een idealist te zijn
Er is veel te zeggen over onze verantwoordelijkheid als makers en gebruikers van de constante dynamische interactie die we cultuur noemen. Aan welke kans van de grens tussen maken en voldoen aan een vraag gaan we staan? Is de weg naar succes het delen van honden en katten GIFs, alleen omdat dit is wat er gewenst wordt? Of is de rol van de schrijver mensen te verheffen en ze niet te verlagen? Aanbod creëert zijn eigen behoefte. Door het consistent aanbieden is het mogelijk de vraag naar inhoud te vergroten ten koste van die van oppervlakkigheid. In ons persoonlijke leven en in onze gedeelde droom.

Bronnen:
Brainpickings: 9 learnings from 9 years of brainpicking
Paul Graham: How to find your purpose and do what you love
Maya Angelou
Anny Dillard: How we spend our days is how we spend our live
Debbie Millman: Ten things I wish I knew sooner than later about failing
Patti Smith: On time, transformation and how the radiance of love redeems the rupture of loss


Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 4.656 andere volgers

%d bloggers op de volgende wijze: