Daan en het begin van de Maatschappijleer

april 27, 2016

Op 16 mei zal door de VPRO op NPO 2 – om 20.55 uur – de documentaire 2DOC: Maatschappijleer worden uitgezonden. In de film wordt de 26-jarige Daan Faasen gevolgd als student van de Academische opleiding Maatschappijwetenschappen, bij zijn eerste stappen in de lespraktijk op het Theresialyceum in Tilburg. Wat zijn zijn ervaringen? Kan hij in de klas waarmaken wat hij voor zich ziet in zijn hoofd? Hoe gaat hij om met eisen? Welke obstakels komt hij tegen? Hoe verwerkt hij de gebeurtenissen van vandaag in de les van morgen? Hoe begint Daan aan zijn leer van de Maatschappij?

Op 14 mei is er al de gelegenheid de film te zien tijdens een voorvertoning, gevolgd door een nagesprek, in de Balie in Amsterdam.

In de maanden mei en juni zal deze film langs tien verschillende middelbare scholen toeren, waar aansluitend een gesprek over burgerschapsvorming zal worden gehouden. Op 15 juni is er een groot slotdebat over burgerschapsvorming in de Balie in Amsterdam.

Een aantal edubloggers van HetKind heeft de film reeds mogen zien en zij gaan er ieder op hun eigen wijze een verhaal over schrijven. Deze verhalen zullen na het vertonen van de film op 16 mei verschijnen. Ook zullen de edubloggers aanwezig zijn op de scholen om wat zij ervaren tijdens de gesprekken met de leerlingen te spiegelen aan hun eigen beelden over burgerschapsvorming. De verhalen zullen mogelijk een bijdrage kunnen leveren aan het slotdebat op 15 juni.

Ik heb als een van de edubloggers inmiddels een verhaal geschreven over wat de film over Daan in mij los maakte, tijdens het zien en tijdens het overdenken daarna. Dit verhaal is nog even onder embargo. Ik zal ook aanwezig zijn bij het vertonen van de film op een van de scholen en mijn ervaringen met de reacties en interacties van de leerlingen proberen te vangen in woorden.

Een trailer van de film is hieronder te zien. Heb je na het zien hiervan interesse meld je dan aan voor de voorvertoning op 14 mei en/of het slotdebat op 15 juni.

Maatschappijleer – Officiële trailer from eenvandejongens on Vimeo.


TOP-TIP

maart 20, 2016

Brilliant in zijn eenvoud en een TOPTIP:
– voor alle leerlingen, leerkrachten en docenten
– een TOP-TIP formulier, twee simpele vragen, een schat aan informatie.

Twee jaar geleden is bij ons op school het Education Design Lab geboren, een groep leerlingen die zich wil inzetten om de effectiviteit van lessen te verhogen. Ik mag hen hierbij begeleiden.

Een van hun ideeën is een TOP-TIP formulier, waarin een klas aangeeft waar een docent erg goed in is, een TOP, en waarin deze zelfde klas aangeeft waar een docent zich mogelijkerwijs in kan verbeteren, een TIP. Er is gedelibereerd over de volgorde, eerst een TIP en dan een TOP, of toch andersom. Er is zeer bewust besloten tot een TOP-TIP volgorde.

Het ontwikkelen van zo’n formulier klinkt heel simpel, en dat blijkt het achteraf ook te lijken te zijn. Toch was het een waardevolle weg die is afgelegd om tot dit formulier te komen. Er is nagedacht over de vorm en de formulering van de vragen. Er is nagedacht en gesproken over de mogelijke voordelen en nadelen, de opbrengst en de gevaren. Er is nagedacht en gesproken over de toelichting voor de docenten en de leerlingen. Er is door de leerlingen gesproken met de DOP-groep die op onze school verantwoordelijk is voor de jaarlijkse leerling enquête, die als basis dient voor het ontwikkelgesprek dat een een docent jaarlijks voert met zijn leidinggevende. Kunnen deze vragenlijsten samengevoegd of dienen zij verschillende doelen? Er is besloten dat het laatste het geval is.

Deze week hebben de leerlingen hun formulier uitgezet als pilot bij een drietal docenten. Eén daarvan was ik. En ik kan er iets mee, met de resultaten. En dat ga ik dan ook doen. Volgende week al. En ik denk dat daar de waarde ligt voor leerlingen, leerkrachten en docenten. Een eenvoudig formulier, concreet, twee simpele vragen, een lijst met antwoorden die een beeld schetsen van hoe leerlingen mijn lessen ervaren. Waar doe ik het goed? Heerlijk om te horen, ego-strelend, onderwijsvisie-bevestigend, rustgevend. Waar kan ik beter? Heerlijk om te horen, een zachte spiegel, aanzettend tot actie.

De antwoorden van twee van mijn klassen heb ik verzameld in woordwolken:

TOP:TOP-TIP 2V3 TOP wordleTIP:TOP-TIP 3V3 TIP wordleTOP:TOP-TIP 3V3 TOP wordle

TIP:TOP-TIP TOP 2V3 wordle

 

Wat heb ik geleerd van de TOPs en de TIPs?
Klassen verschillen en leerlingen zijn individuen, interacties in onderwijzen en leren zijn op klasniveau en op leerlingniveau. Die interacties zijn een essentie van leren. Ik heb een bevestiging gekregen van mijn ideeën en veronderstellingen, ik ben gerustgesteld en tegelijkertijd voorzien van warme incentives to change.

Wat ga ik nu (anders) doen komende week?
Ik ga leerlingen BEDANKEN voor hun TOP en TIP. Ik ga opnieuw uitleggen wat de reden is dat ik lesgeef zoals ik lesgeef. Ik ga uitleggen wat de reden is dat ik zo weinig uitleg en wat zij hieraan kunnen doen, wat de reden is dat ik geen studiewijzer gebruik (en wat de reden is dat ik er toch een zal maken), wat de reden is dat ik vraag wat zij weten zonder vooraf te hebben aangekondigd dat er een toets is, wat de reden is dat ze vooralsnog geen papieren samenvattingen van mij krijgen (maar niet dat zij die alsnog gaan krijgen). Ik ga deze twee klassen hetzelfde antwoord geven, maar met hele andere woorden.

Durf jij het aan?
Je leerlingen te vragen om een TOP en een TIP? Geef jij je leerlingen wel eens een TOP en een TIP? Of vertel jij ze alleen wat ze anders moeten doen? Hoe zou jij het vinden als leerlingen jou vertellen wat je anders moet doen? Of heb je liever een TOP en een TIP? Neem jij de tijd voor het beantwoorden van deze vragen?


Zeven eigenschappen van effectieve teams

februari 28, 2016

Effective teams team-1

 

Een week geleden schreef ik hier over zeven eigenschappen van effectieve leraren.

Hans van de Langenberg reageerde onder mijn blog met een lijst van zeven eigenschappen van effectieve teams. Zijn pleidooi voor het belang van teams in onderwijs verdient meer aandacht dan alleen in de reacties staan en heb ik daarom hieronder integraal overgenomen.

Er zijn ook zeven eigenschappen van effectieve teams! Wat maakt een team effectief?

1. Passie.
Een gepassioneerd team straalt de hartstocht die zij voelt voor het lesgeven naar elkaar, maar zeker ook naar de leerlingen en ouders uit. Leerlingen en ouders zien dat, voelen dat en zullen dat ook overnemen. Het plezier van samen-opvoeden zorgt ervoor dat gevoeld wordt waar stresspunten mogelijk kunnen ontstaan en vangen dit voor en met elkaar op. Zo’n effectief team is uiterst inspirerend om in te werken en zal elke nieuwkomer snel in die passie meetrekken. Het thuisgevoel zal door iedere leerling kunnen worden beaamd.

2. Samenwerken.
Een effectieve team heeft het vermogen om positieve energie te laten stromen rond alles wat in hun werkgebied opduikt.
Nieuwe onderwijs ideeën worden omarmd en waar mogelijk ingezet. De leerkrachten zullen continue gezamenlijk blijven zoeken naar verbeteringen. Een effectief team maakt gebruik van elkanders talenten en schrikt er geenszins van terug om expertise die ze missen via creatieve wegen binnen te halen. De samenwerking is ook voelbaar in de energie die zo’n team kan opbrengen voor buitenschoolse activiteiten en voor individuele prestaties van leerlingen buiten de school.

3. Gepland en georganiseerd.
Een effectief team is altijd georganiseerd. In zo’n hoge mate dat zij vaak de agenda’s van elkaar kennen en zo problemen voorkomen. Studiewijzers zijn gericht op de behoefte van de leerling en het schoolgebouw is ingericht op leren. Materialen zijn gestructureerd opgeborgen en eenvoudig te vinden. De leerlingen en ouders nemen het belang van de door het team goed doordachte organisatie over.

4. Reflectief en met een open geest.
Het effectieve team blijft evalueren en staat open voor alle feedback die zij krijgen van elkaar, van leerlingen en van ouders waardoor hun manier van werken verbeterd kan worden. Er is geloof in constante verbetering.

5. Risico nemen en verandering omarmen.
Het onderwijs verloopt niet altijd volgens plan, er is een grote behoefte aan flexibiliteit en het herkennen van het moment. Een effectief team weet wanneer zij zich moet aanpassen aan het moment om aan de behoeften van de leerling en de vereisten van het curriculum te voldoen. Wat 3 jaar geleden werkte doet dat dit jaar misschien niet meer. Een effectief team zorgt ervoor dat zij kennis neemt van de laatste ontwikkelingen binnen hun vakgebied, vaardigheden en pedagogiek.

6. Obstakels verwijderen.
Dit team overwint dagelijks obstakels. Een eigenschap van de effectiviteit van zo’n team is dat zij zich rekenschap geeft van het feit dat belezenheid, sociale achtergrond, taal, geen hindernis voor leren hoeft te zijn. Niet bij leerlingen en niet bij ouders. Zij accepteert geen excuses. Zij is zich bewust van het belang van de kwaliteit van het onderwijs en biedt mogelijkheden tot verbetering van achterstanden aan, maar accepteert dit nooit als een reden voor verlaging van het niveau en de vereisten tijdens de dagelijkse lessen.

7. Consistent zijn.
Boven alles deelt een effectief team een gezamenlijke eigenschap. Ze is consistent in alles wat ze doet. Het effectieve team mag overkomen als hecht en moeilijk om erin binnen te dringen, maar zij geven altijd doordacht en binnen de grenzen van het onderwijs les op hun eigen manier. Er zijn geen verrassingen, hoewel zij hun collega scholen kunnen verrassen met ongewone en buitengewone ideeën. Hun reputatie en bewezen kwaliteit staat bijten kijf. Zij geven altijd 100% in alles wat zij doen. Zij is betrouwbaar en doet wat zij doet omdat zij een passie heeft voor onderwijs.


Zeven eigenschappen van effectieve leraren

februari 21, 2016

marketing et publicité atteindre sa cible

Wat maakt een leraar effectief? Een vraag waarop waarschijnlijk geen eenduidig antwoord mogelijk is. De variatie in onderwijs is daarvoor te groot. Desalniettemin een belangrijke vraag voor elke leraar om zichzelf te stellen. Waar kan ik mijzelf verbeteren?

Hieronder een vrije vertaling van een blog op TeacherToolkit over de zeven belangrijkste eigenschappen van effectieve leraren. De lijst is gebaseerd op de ervaringen van de schrijver, na meer dan 20 jaar gewerkt te hebben met meer dan 1000 leraren.

1. Passie.
In het algemeen houden leraren van lesgeven, van leerlingen en van hun vak. Een effectieve leraar heeft een passie voor onderwijs maar herkent de beperkingen. Effectief leraren voelen hun klas aan en geven les binnen de grenzen en binnen de druk waar zij mee geconfronteerd worden. Soms met het hart door de mond. Een effectieve leraar kan zijn passie niet verbergen. Een effectieve leraar weet dat lesgeven moeilijk en vermoeiend is. Wie anders heeft de verantwoordelijkheid om de gedachten van honderden en duizenden leerlingen vorm te geven? Effectieve leraren weten dat leerlingen soms behoefte hebben aan een lach en plezier en dat als zij als leraar geen plezier hebben leerlingen dit herkennen.

2. Gepland en georganiseerd.
Effectieve leraren zijn altijd georganiseerd. In zo’n hoge mate dat zij vaak de agenda’s van anderen kennen en zo problemen voorkomen. Studiewijzers zijn gericht op de behoefte van de leerling en het klaslokaal is ingericht op leren. Materialen zijn gestructureerd opgeborgen en eenvoudig te vinden. De leerlingen nemen het belang van de door de leraar goed doordachte organisatie over.

3. Reflectief en met een open geest.
De meest effectieve leraren zijn zich bewust dat zij continu geëvalueerd worden door hun teamleiders, collega’s, ouders en leerlingen. Zij voelen hierdoor niet dat zij worden aangevallen of dat zij verantwoording moeten afleggen maar verwelkomen de uitdaging en staan open voor feedback die hun lesgeven nog beter kan maken. Effectieve leraren weten dat niemand perfect is en dat er altijd ruimte voor verbetering is. Zij weten dat het een noodzaak is om kritisch naar hun eigen lesgeven te kijken. Zij denken altijd na over wat goed ging en wat volgende keer beter kan.

4. Risico nemen en verandering omarmen.
Lessen verlopen niet altijd volgens het plan, er is een grote behoefte aan flexibiliteit en het herkennen van het moment. Een effectieve leraar weet wanneer hij zich moet aanpassen aan het moment om aan de behoeften van de leerling en de vereisten van het curriculum te voldoen. Wat 3 jaar geleden werkte doet dat dit jaar misschien niet meer. Een effectieve leraar weet dat hij een expert op zijn terrein en zorgt ervoor dat hij kennis heeft van de laatste ontwikkelingen binnen zijn vak, vereiste vaardigheden en pedagogiek.

5. Samenwerken.
Effectieve leraren hebben een vermogen om positieve energie het klaslokaal binnen te brengen, elke dag opnieuw. Zij kunnen dit ook met de meeste collega’s waarmee zij werken. Zij zijn zicht bewust van de persoonlijke uitdagingen die iedereen heeft binnen en buiten de school, maar laten deze achter op het moment dat zij het klaslokaal binnen stappen. Zij delen wereldwijde ervaringen, daar waar toepasselijk. Effectieve leraren onderschatten nooit de waarde van de expertise die binnen de school aanwezig is. Zij vergeten nooit het belang van het delen van ideeën door discussie, of via praktische voorbeelden. Zij gaan actief op zoek naar praktische voorbeelden.

6. Obstakels verwijderen.
De meeste leraren verwijderen dagelijks obstakels. Een eigenschap van effectieve leraren is dat zij zich rekenschap geven van het feit dat belezenheid, sociale achtergrond, taal, geen hindernis voor leren hoeft te zijn. Zij accepteren geen excuses. Zij zijn zich bewust van het belang van de kwaliteit van het onderwijs en bieden mogelijkheden tot verbetering van achterstanden aan, maar accepteren dit nooit als een reden voor verlaging van het niveau en de vereisten tijdens de lessen.

7. Consistent zijn.
Boven alles delen effectieve leraren een gezamenlijke eigenschap. Ze zijn consistent in alles wat ze doen. Effectieve leraren mogen overkomen als een buitenbeentje binnen een school, maar zij geven altijd les op hun manier les binnen de grenzen van de school. Er zijn geen verrassingen, hoewel zij hun collega’s kunnen verrassen met ongewone en buitengewone ideeën. Hun gedrag zorgt nooit voor een probleem, omdat hun reputatie en bewezen kwaliteit voor zichzelf spreekt. Zij geven altijd 100% in alles wat zij doen. Zij zijn betrouwbaar en doen wat zij doen omdat zij een passie hebben voor onderwijs. Zij doen het niet omdat zij het gevoel hebben het te moeten doen.

Effectieve leraren creëren hun eigen standaarden – vaak te hoog om te kunnen bereiken – maar zij stellen nooit teleur.

Is deze lijst met ervaringen uit het Verenigd Koninkrijk te vertalen naar de situatie in Nederland? Wat ontbreekt er? Welke eigenschappen zie jij in de effectieve leraren die jij kent? Commentaren zijn welkom.

Bron: 7 traits of effective teachers, Teacher Toolkit

 


Charlie Hebdo, een jaar later

januari 7, 2016

Vandaag is het 7 januari, 1 jaar na de aanslag op Charlie Hebdo. Twee maanden na de aanslagen in Parijs, op onder andere muziektheater Bataclan.

Gisteravond, 6 januari, was de bijeenkomst MeetUp010#4, getiteld: ‘De klas is de wereld’. Hier spraken docenten, schoolleiders, docenten in opleiding, bestuurders en experts óf en hoe je met leerlingen in de klas spreekt over zulke ingrijpende gebeurtenissen.

MeetUp010#4 vond plaats op de Gereformeerde Scholengemeenschap Randstad, volgens rector Kees Klapwijk, tot zijn tevredenheid, door een van haar reguliere bezoeksters beschreven als een ‘hippe christelijke school’. En in die schijnbare tegenstrijdigheid zat een deel van de rode draad voor deze avond.

Charlie Hebdo een jaar later CYDycZgWsAAcRDa

foto: Erik Harinck

Henk ter Haar, docent Nederlands, deelde de resultaten van zijn niet representatieve onderzoek naar hoe docenten en scholen zijn omgegaan met Charlie Hebdo en Parijs. Ongeveer 85% van de leerkrachten gaf aan hier op een of andere wijze aandacht aan besteedt te hebben. Ongeveer 10% gaf aan dit binnen de bestaande schoolcultuur zeer ongebruikelijk zou zijn geweest. Angst voor het gesprek zit voor veel docenten in de onvoorspelbaarheid van de reacties. Aanbevelingen voor in de klas: Praten helpt. Emoties zijn goed, feiten zijn beter. Niet veroordelen, helpen oordelen. Ine Spee, crisisadviseur school en veiligheid, belichtte het verschil tussen een ramp op school, die leidt tot solidariteit, en rampen buiten school, die polariserend kunnen werken. Voor een goed gesprek in de klas zijn een samenhangende invulling van de verschillende taken van schoolleiders, mentoren en vakdocenten essentieel. Er is een noodzaak voor onderlinge steun en begrip. Afspraken voor een gesprek lijken zo vanzelfsprekend dat zij vaak worden vergeten, zijn toch echt nodig, respect, uitpraten, niet persoonlijk, niet generaliserend. Gerben ter Beek, docent economie, liet zien hoe op christelijk scholen die hun dagopening digitaal delen door docenten snel kan worden ingesprongen op actualiteiten door snel bronnen en suggesties aan te bieden. Een lichtend voorbeeld. Halil Karaaslan, docent Maatschappijleer, vertelde ons dingen ‘die hij normaal niet zo zou zeggen’, om ons aan het denken te zetten. Hij wilde dat wij ons aan hem irriteerden, wat niet zo moeilijk was, óf van hem hielden, wat niet zo moeilijk was. Toch wilde hij geen middenweg. Zijn focus was op het dilemma in elk gesprek in de klas. Hoor jij de ander werkelijk, ken jij zijn wereld? Ben je jezelf bewust van jou plaats in het gesprek, als professional? Op een schijnbaar luchtige maar rake toon, vatte de straatwijze cabaretier Ismail Aghzanay, inmiddels docent Engels in opleiding, zijn visie samen op het belang van oprechte betrokkenheid van de leerkracht, die ook ooit zelf leerling was. ‘Hoe gaat het met jou?’

De avond werd afgesloten met een gesprek tussen gasten en publiek, geleidt door Nourdin El Ouali. Wat is er geleerd? Wat wil je nog weten? Wat zijn jouw hoogtepunten? Wat ga jij morgen doen?
Er was een duidelijke rode draad. Praten is moeilijk. Leerkrachten dienen toch het gesprek te (bege)leiden. Voor een goed gesprek dienen leerkrachten leerlingen te zien, te kennen. Verschillen te onderkennen, in achtergrond en in taalgebruik. In hoeverre zijn wij als docenten moreel goed bezig wanneer wij leerlingen vertellen wat moreel belangrijk is? We doen, vrijwel onbewust, vrijwel ongemerkt, bijna alles vanuit een dominante cultuur en een eigen visie. Hoe groot of klein deze cultuur ook mag zijn. In de klas zijn dit de harde praters, of de docent, die onvoldoende afstand neemt. Wie bepaalt wat belangrijk is, waarover kan en dient te worden gesproken? Op school kan dit de identiteit zijn. Op ‘christelijke’ scholen vallen er keiharde woorden na Charlie Hebdo en Parijs. Op ‘zwarte’ scholen is er nauwelijks interesse voor. We proberen op te leggen wat wij belangrijk vinden met soms weinig oog voor wat anderen belangrijk vinden. Kun je een gesprek of discussie aangaan met leerlingen als je zelf onvoldoende op de hoogte bent van de feiten? Praten is moeilijk. Zowel voor de meerderheid als de minderheid.

Wil je meer lezen over de bijeenkomst? Arjan Moree schreef gisteren een live blog.

Wil je er een volgende keer bij zijn? Dat kan! Zet vast in je agenda. Op 2 maart zal MeetUp010-#5 zijn, met weer een andere vorm. Aan de hand van de documentaire ‘Valt er hier nog wat te leren?’, dat een inkijkje geeft in dagelijkse praktijk van een andere vorm van leren, zullen gastsprekers en publiek met elkaar in gesprek gaan over de vraag: Wat is goed onderwijs? Een trailer van de documentaire is hier te zien. Aanmelden kan via de website, het exacte programma zal volgen.

Wil je een MeetUp in jouw stad? Dat kan! Misschien is 050 de volgende:

Charlie Hebdo Meetup010 Meetup050 2016-01-07_1828

 


MeetUp010 logo cropped-SCN_0015-website

MeetUp010 is ontstaan als reactie op de zeer veel bekeken en zeer indrukwekkende VPRO Tegenlicht uitzending ‘De onderwijzer aan de macht’. Deze uitzending leverde zoveel positieve energie dat een aantal mensen in Rotterdam de koppen bij elkaar stak en op 19 maart 2015 organiseerden zij de eerste MeetUp010 bijeenkomst. De tweede bijeenkomst stond vooral in het teken van de leerling en werd gehouden in de vorm van edcampNL. Het onderwerp van de derde bijeenkomst was De Staat van de Leraar, aan de hand van het verslag van het onderzoek dat dit jaar voor het eerst was gedaan.

De mensen achter de organisatie van MeetUp010#4 zijn:
Monique van den Heuvel, onderzoeker en docent Hogeschool Rotterdam.
Ralf Hillebrand, docent economie op Wolfert Pro.
Arjan Moree, docent geschiedenis op het Penta college CSG Scala Rietvelden.
Claire Ohlenschlager, docent bij de Hogeschool Rotterdam.
Inge Spaander, docent Media en Entertainment bij Thorbecke Voortgezet Onderwijs Nieuwerkerk.
Woosje Stuart, docent beeldende vorming en cultuurcoördinator bij RVC De Hef.
Gijs Verbeek, redacteur en onderzoeker bij het NIVOZ-forum.
Frans Droog, docent Biologie en Mens en Natuur op het Wolfert Lyceum


Meldpunt HELP! Mijn docent is digibeet!

december 28, 2015

meldpunt

 

Vanochtend las ik op twitter over het vandaag live gaan van een meldpunt van het LAKS waar leerlingen iets kunnen melden over hoe zij de ICT-vaardigheden van hun docenten ervaren.

Dit is de letterlijke tekst van de site van het LAKS. (Landelijk Aktie Komitee Scholieren):

Iedereen kent ze wel; docenten die het verschil tussen Google en de zoekbalk niet kennen, 15 minuten bezig zijn met het openen van een Youtube-filmpje, of docenten die de ICT’er van school moeten roepen omdat ze het geluidsknopje niet kunnen vinden. Sterker nog, vaak weten scholieren beter dan de docent hoe de ICT werkt.
Dit roept bij scholieren veel ergernissen op. Immers, het onderwijs maakt steeds meer gebruik van digitale leermiddelen. Dit is een mooie ontwikkeling, mits er goed gebruik van wordt gemaakt. Wij horen echter vaak dat leerlingen ontevreden zijn over hoe de  docenten omgaan met ICT en sociale media. Zo geeft minder dan de helft van de ondervraagde scholieren in de LAKS-monitor van 2014 aan dat zij tevreden zijn over de mate waarin docenten omgaan met ICT. 

Om die reden heeft het LAKS vanaf maandag 28 december het meldpunt HELP! Mijn docent is digibeet in het leven geroepen. Bij dit meldpunt kan je een klacht indienen over gerommel met ICT. Zo krijgt het LAKS een beeld van de grootste ICT ergernissen, zodat wij docenten kunnen meegeven welke basis ICT-vaardigheden zij minimaal zouden moeten beheersen. Dit wil het LAKS overhandigen aan lerarenopleidingen en organisaties die nascholing verzorgen, zodat zij docenten goed kunnen opleiden in het omgaan met ICT.

Deze oproep leidde tot de nodige reacties, die in een aantal categorieën zijn onder te verdelen.

Herhalers. In een tijd van een uur of twee kwam in mijn tijdlijn het simpele feit dat dit  meldpunt is geopend een keer of tien langs. Met hierbij verschillende bronnen genoemd: de telegraaf, het ad, nu.nl, het LAKS. Deze groep herhalers geeft aan dat het bericht bij hen leeft en dat zij het de moeite waard vinden dit te delen op twitter. Zij delen geen eigen mening. De titels van de gebruikte bronnen zijn, net als hun inhoud enigszins verschillend, achtereenvolgens: “Scholieren in actie tegen digibete docenten”; “Help! Mijn docent is digibeet”; “Scholieren openen meldpunt voor digitaal onbenullige docenten”; “Meldpunt HELP! Mijn docent is digibeet!”

Neutrale reageerders. Deze tweeps maken melding van het bericht en geven aan dat zij benieuwd zijn naar de resultaten en het vervolg.

Verdedigende reageerders. Deze tweeps brengen bij het melden van het bericht redenen in waarom docenten niet zo ICT-vaardig zijn als zij misschien zouden kunnen zijn of zouden moeten zijn in de ogen van hun leerlingen. Praktische omstandigheden in een lokaal die zij niet kunnen beïnvloeden, technische ondersteuning die onvoldoende is.

Reageerders met een persoonlijk doel. Deze tweeps gebruiken de aandacht die er op twitter blijkt te zijn om, meer of minder subtiel, te wijzen op het feit dat scholing dus van belang is en dat zij toevallig de mogelijkheden bezitten om docenten meer ICT-vaardig te maken.

Ironische reageerders. Deze tweeps geven aan dat zij blij zijn dat de resultaten aan de lerarenopleidingen zullen worden aangeboden. Zij geven aan dat leerlingen zelf ook niet zo ICT-vaardig als ze zelf denken. Zij komen met voorbeelden van uitspraken van leerlingen over hun docenten, zonder directe bronvermelding.

Aanvallende reageerders. Deze tweeps richten zich op de ervaring aan dat het LAKS vooral een klachtenbureau is. Zij richten zich op het feit dat leerlingen zonder bekwaamheid docenten op hun bekwaamheid aanvallen.

Positieve reageerders. Zij geven aan dat initiële ergernis soms leerzaam kan zijn en dat het meldpunt op zijn minst opvallend is. Dat het goed is dat de ontvangers van onderwijs met ICT in ieder geval hun input kunnen geven.

Ik ben altijd positief vanuit neutraliteit. Zeker op sociale media. Een eens genomen en vooralsnog nooit betreurd besluit. Zoeken naar toegevoegde waarde is waardevoller dan zoeken naar bevestiging van bestaande oordelen. Rood is mooi in de zon en in rozen, niet in mensen.

Ik ken collega’s die inderdaad niet weten hoe zij het volume via de PC kunnen verlagen of het geluid uitzetten en die voor de voor hen pragmatische oplossing gaan van de stekker er dan maar uittrekken. Ik ken collega’s die inderdaad niet weten wat het verschil is tussen opslaan op een computer en opslaan in The Cloud. Ik ken collega’s die niet weten hoe een link naar een YouTube filmpje op te nemen in hun presentatie en elke les weer opnieuw weer op zoek gaan. Ik ken collega’s die regelmatig hun wachtwoord vergeten. Ik ken collega’s die hun zelfgemaakte video’s via YouTube delen met leerlingen. Ik ken collega’s die tien verschillende tools op internet effectief inzetten op het juiste moment. Ik ken collega’s die voor vrijwel elke les een presentatie voorbereiden met daarin minimaal een animatie of een interactieve activiteit.

Ik ken leerlingen die geen mobiel hebben. Ik ken leerlingen die met hun mobiel niet meer kunnen dan chatten. Ik ken leerlingen die alleen uit een boek willen leren, omdat zij dit nu eenmaal zo gewend zijn. Ik ken leerlingen die op internet niet kunnen zoeken. Ik ken leerlingen die regelmatig hun wachtwoord vergeten. Ik ken leerlingen die elk vrij moment gebruiken om digitaal woordjes te oefenen. Ik ken leerlingen die na een korte toelichting aan de slag gaan met hun computer, chromebook of mobiel en leveren wat er van hen wordt gevraagd. Ik ken leerlingen die in een mum-van-tijd presentaties in elkaar sleutelen die zowel inhoudelijk als visueel meer dan ruim voldoende zijn. Ik ken leerlingen die dingen kunnen die ik hier niet kan melden.

Ik weet niet hoe representatief het is wat ik weet. Ik weet wel dat ik zelf voor leerlingen meer betrekken bij hun eigen leren. Ik weet wel dat ik zelf ben voor docenten die het aandurven naar leerlingen te luisteren.

Ik ben benieuwd naar de resultaten van het meldpunt. Ik ben positief en hoop dat dit initiatief een bijdrage kan leveren aan de discussie over beter onderwijs. In dit geval een discussie waarbij ICT-vaardigheden van docenten én leerlingen een mooi, nieuw, beter bruikbaar gereedschap zijn in de gereedschapskist van doceren én leren. Ik hoop dat dit initiatief niet leidt tot een lijst van klachten maar een lijst van mogelijkheden. Een initiatief waarbij de gebezigde taal geen belemmering vormt voor de gewenste boodschap.

Met excuses aan alle tweeps die ik hier niet noem en oprechte dank aan alle tweeps die aan bovenstaande hebben bijgedragen: @jmvangoor @Nu+internet @SWCdeBruijn @Lakstweets @RedegeldE @ictcafe @karinwinters @AstridSchat @amberwalraven @ashwinbrouwer @MsLuss @AntoinetteEngbers @waterstof81 @klaasbellinga @marcoderksen @mellekramer @FerryHaan @donzuiderman @sannepit @Tichener @sienjaal @thebandb @wiswijzer @ReinBijlsma

 

Meldpunt Helmond

 

 

 


Groeiend leren

december 19, 2015

Tijdens het lezen van allerlei theoretische verhandelingen over hoe leren zou plaatsvinden en hoe je dit als docent zou kunnen beïnvloeden heb ik persoonlijk nog wel eens moeite met de gekozen termen en de gekozen indelingen in allerhande ‘hokjes’. Tegelijkertijd besef ik dat er woorden moeten worden gebruikt om kennis en ideeën uit te wisselen en ben ik mij bewust van de aanlokkelijke kracht van welluidende begrippen. Oneliners leiden tot adepten en rejectors. Ik begrijp ze beide en zie vaker en liever de overlappende cirkels in de argumenten voor en tegen dan de extremen die begrijpelijk eenvoudiger te positioneren zijn.

Recent is in het onderwijs het concept van een ‘Fixed Mindset’ tegenover een ‘Growth Mindset’, zoals door Carol Dweck geïntroduceerd een veelbesproken manier geworden om tegen leren en doceren aan te kijken. Ik kan het niet eens zijn met de extremen die deze twee begrippen suggereren. Leren is veel meer vloeibaar. Wel zie ik het belang van het onderliggende idee om op deze manier naar leerlingen te kijken. “Elke indeling heb zijn nadeel, elke indeling heb zijn voordeel.”

De animatie die door RSA is gemaakt van de visie van Carol Dweck zijn de 10 minuten van het bekijken voor iedere docent meer dan waard. Niet om het er mee eens of oneens te gaan zijn, maar om er voor jou uit te halen wat voor jou en jouw leerlingen waardevol is.


Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 4.902 andere volgers

%d bloggers op de volgende wijze: