Eerste indrukken eindexamen biologie 2015

mei 21, 2015

Gisteren was het eindexamen biologie voor het vwo. Na afloop werd ik gebeld om mijn eerste indrukken te delen met scholieren.com. Dit is wat er niet veel later op hun website te lezen was.


 

Eindexamen biologie 2015 sentimeter 2015-05-21_0414

 

Voor ruim 20.000 vwo’ers stond op woensdagmiddag biologie op het programma. En dat is altijd zo’n examen waarvan je niet weet wat je kunt verwachten. Maar het examen sloot prima aan op de geleerde stof.

Marieke Gelderblom is blij met hoe het ging. “Het was een vrij standaard examen met de verwachte onderwerpen zoals ecologie, afweer en dna”, vertelt Marieke. “Sommige vragen waren echt pittig, maar ik vond het niveau goed. Het was best een kort examen.”

Ook vwo’er Daniëlle Fluks stond snel weer buiten. “Al na anderhalf uur zelfs”, vertelt ze opgewekt. “Ik heb expres de moeilijke examens geoefend en daar zaten veel inzichtvragen in. Bij dit examen viel dat mee, ik kon echt veel opzoeken in mijn BINAS. Mijn klasgenootjes vonden het ook een prima examen, heel standaard eigenlijk en bijna elk onderwerp kwam aan bod.”

Minder ecologie

Het onderwerp dat veel scholieren meer hadden verwacht, was ecologie. “De afgelopen jaren werd er in de examens veel aandacht aan besteed”, vertelt scholier Yvano Aguiar. “Ik was blij dat dit examen gevarieerder was, bijna alles kwam aan bod. Het enige wat ik gek vond was een vraag over dna, dat was meer forensisch dan biologie.”

Dat het een examen met veel variatie was, vond ook Hilde van Burgeler. “Eigenlijk zat elk onderwerp wat ik had verwacht erin en mijn klasgenootjes vonden dat ook”, vertelt ze. “De lessen en oefenexamens hebben me goed voorbereid. Ik was ruim op tijd klaar en heb mijn resterende tijd gebruikt om alles rustig na te kijken. Ik ben tevreden.”

Een goede mix

Docent Frans Droog van het Wolfert Lyceum in Bergschenhoek vond het een degelijk biologie-examen. “Zoals hij hoort te zijn. Het was een goede mix van onderwerpen met hier en daar een lastige vraag, maar over het algemeen niet te moeilijk”, vertelt hij. “De afgelopen jaren kwam er enorm veel ecologie voor in de examens, maar dit jaar was dat een stuk minder. Dat is een goede zaak wat mij betreft. Ook de lengte was prima, ik denk niet dat er veel leerlingen in tijdnood zijn gekomen.”

Bij het LAKS zijn om 18:00 pas 600 klachten binnen.


 

Ik denk en hoop dat mijn leerlingen goed waren voorbereid en dat ze het examen als goed te doen hebben ervaren. We gaan het zien. Een aantal vragen heb ik reeds kunnen nakijken. Logischerwijs kan ik daarover nog niets vertellen. Dat zal ik zeker op een later moment op deze plaats wel doen. Ik ben benieuwd naar de landelijke ervaringen en ook wel een beetje naar die vermaledijde N-term. Laat die niet zo verrassend zijn als de jaarlijkse schommeling in de WOZ-waarde van mijn huis.


Wat is een edcamp?

mei 3, 2015

EdcampNL logo open 2013-08-10_1924Wat is een edcamp?
Een edcamp is: een ‘onconferentie’ (Engels: unconference), ofwel een door deelnemers gedreven bijeenkomst zonder specifiek programma en met een vrije structuur, waarbij de conferentie in meer of mindere mate wordt ingevuld of tot stand komt tijdens de conferentie zelf. Vooraf wordt mogelijk wel de bedoeling, de richtlijnen en de parameters bekendgemaakt. (bron; Wikipedia).
De Edcamp Foundation omschrijft het als volgt: ”Edcamp is free, democratic, participant-driven professional development for teachers.”

Wat zijn de kenmerken van edcampNL?
– het is gratis voor deelnemers
– deelname is open voor iedereen met een warm hart voor onderwijs
– er zijn géén uitgenodigde sprekers
– er zijn géén commerciële activiteiten
– het thema is onderwijs
– de organisatie wordt gedaan door de deelnemers
– de inhoud wordt bepaald door de deelnemers
– de inhoud van de sessies wordt op de dag zelf pas vastgelegd
– de kosten van de organisatie worden zo laag mogelijk gehouden
– deelnemers nemen hun eigen lunch mee
– deelnemers nemen zoveel mogelijk hun eigen materialen mee

Voor wie is edcampNL?
Voor iedereen die iets met onderwijs te maken heeft. Voor iedereen die zijn kennis over het onderwijs graag deelt of vergroot.
Dat betekent in de eerste plaats leerkrachten en docenten maar ook onderwijs ondersteunend personeel, teamleiders en directieleden. Hiernaast zijn ook mensen actief in jeugdwerk, kunst en cultuur of werkend in bedrijven die een interesse hebben in onderwijs van harte welkom om een bijdrage te leveren.
edcampNL is voor mensen die iets komen delen, brengen of halen, het is uitdrukkelijk niet voor mensen die iets komen verkopen.

Edcamp inschrijfbord img_2448Hoe werkt het op de dag zelf?
Er is een duidelijke tijdsplanning voor de dag, maar de inhoud van de geprogrammeerde sessies wordt bepaald door de deelnemers. Het thema van alle sessies is onderwijs.
Er zal een groot prikbord zijn waarop deelnemers die iets willen presenteren of delen of bediscussiëren dit aangeven in één van de aangegeven tijdsloten. Vervolgens geven alle deelnemers op dit zelfde bord aan bij welke sessie zij aanwezig willen zijn. Bij voldoende interesse gaat een sessie door en er geldt vol = vol.
De tijdsloten zijn 25 minuten met 5 minuten wisseltijd.
Het is heel goed denkbaar dat op de dag zelf de deelnemers naar aanleiding van de opgedane ervaringen of uitwisselingen zelf in groepsverband met elkaar aan de slag gaan.

Waaruit bestaat een sessie?
Een sessie of activiteit kan uit van alles bestaan.
– lezing of presentatie
– discussie
– vraag
– brainstormen
– een praktijkvoorbeeld delen
– kringgesprek
– iets met of door leerlingen
– iets maken
– ………..

Hoe kun je zelf bijdragen aan een edcamp?
– door mee te helpen bij de organisatie vooraf
– door mee te helpen bij de organisatie op de dag zelf
– door ideeën aan te leveren, wat zou jij wel/niet willen zien?
– door zelf een sessie te verzorgen
– door te sponsoren of sponsors te helpen zoeken
– door materialen aan te leveren
– door een geschikte locatie aan te leveren
– door catering te verzorgen 
of hierbij te helpen
– door te helpen informatie over het edcamp te verspreiden!


Foutje, bedankt!

mei 2, 2015

Blogpost Foutje bedankt 2015-05-02_1326

Ik word niet snel boos. En nu dus ook niet.

Ik ben soms wel teleurgesteld. En nu dus een beetje.

Er staat een nogal grote fout in de krant. Hoewel groot relatief is.

De achtergrond.

Ik ben docent biologie. Mijn favoriete onderwerpen zijn DNA, erfelijkheid, evolutie en gedrag.

Bij de uitleg over DNA vertel ik mijn leerlingen, vanaf klas drie tot en met klas zes, dat basen de bouwstenen voor DNA zijn en dat er vier verschillende basen zijn. Bij de uitleg over eiwitten vertel ik de leerlingen dat aminozuren de bouwstenen zijn voor eiwitten en dat er 20 verschillende aminozuren zijn.

Ik vertel de leerlingen dat het DNA de informatie in zich draagt voor het maken van de eiwitten. Ik vertel de leerlingen dat er een universele genetische code bestaat waarin is vastgelegd hoe drie opeenvolgende basen in het DNA coderen voor één aminozuur in een eiwit.

Ik vertel de leerlingen dat er ongeveer 50.000 verschillende eiwitten in een menselijk lichaam aanwezig zijn.

In elk leerjaar vertel ik de leerlingen ook het volgende verhaaltje over de diepe triestheid die komt over het bestaan van een docent als hij een eindexamen nakijkt en er achter komt dat een van zijn leerlingen het verschil niet weet tussen DNA en eiwit, tussen basen en aminozuren, tussen bouwwerk en bouwstenen. In elk leerjaar vertel ik dat ik hoop dat in deze groep dit niet zal gaan gebeuren. Een spel dat ik speel.

De aanleiding

Ik zat vandaag in mijn tuin, in de zon, genietend van mijn ontbijt, vers gehaald bij de bakker, de slager, de kaaswagen, de groenteboer, met een dubbele vers gezette espresso, de krant te lezen. Af en toe converserend over wat ik dacht naar aanleiding van iets dat ik las met mijn vrouw, die van hetzelfde ontbijt genietend, een ander deel van de krant aan het lezen was.

En toen las ik dit, in de Volkskrant bijlage Sir Edmund, in de bijdrage van Ionica Smeets, Ionica zag een getal, 172.917.293:

Blogpost DNA en eiwitten 2015-05-02_1245

 

En ik sprong op en dacht: NEE! NEE! NEE!

En ik dacht direct hierna: hier moet ik iets mee.

Dus bovenstaande geschreven.

En nu denk ik: ja, hoe erg is zo’n fout nu helemaal? Gaan mensen dit hierdoor verkeerd onthouden? Is een correctie noodzakelijk? Het is een grote fout, voor een docent biologie. Het is een begrijpelijke verwisseling van woorden voor de leek, en daarmee een klein foutje. Of het een gevolg is van een onbegrip voor het onderliggende proces is moeilijk te zeggen. Of het kan leiden tot een onbegrip van het onderliggende proces is moeilijk te zeggen. Het is voor een groenteboer als het verwisselen van appels met bomen. Het is voor een wiskundige als het verwisselen van x en y. Het is een klein foutje in het grote schema der dingen. En dat is in de echte wereld, die van de biologie, heel mooi. Kleine foutjes in het DNA leiden tot kleine foutjes in de eiwitten en die leiden tot een prachtige diversiteit van het leven.

Ik ben niet boos. Ik ben blij. Blij met dit mooie #dagmomentonderwijs

@ionicasmeets bedankt!

Update:
Binnen 10 minuten na het plaatsen van deze post kreeg ik een fijne reactie:

Blogpost Foutje bedankt, reactie Ionica 2015-05-02_1349

Waarop ik niet anders kon dan reageren: 

Blogpost Foutje bedankt, reactie op Ionica 2015-05-02_1354

 


Het gaat niet om ICT, het gaat om D

april 29, 2015

Keep calm and flip your class

Alweer een aantal jaar maak ik bij mijn lesgeven gebruikt van Flipping the Classroom, ofwel Flip de Klas. Leerlingen krijgen de informatie voorafgaand aan de les aangeboden via een video of een animatie of een te bestuderen bron. Vervolgens hebben we in de les meer tijd voor vragen, verdieping, interacties.

Regelmatig geef ik workshops over hoe dit voor mij in de praktijk werkt.

Regelmatig krijg ik tijdens deze workshops vragen. En sommige vragen komen regelmatig terug.

Lang daarvoor al maakte ik en nog steeds maak ik bij mijn lesgeven gebruik van de T die hoort achter IC. De vorm van die T is in die tijd veranderd. Van rekenmachine naar PC, van ‘op de computer’ naar online, van vast naar mobiel. Van krijtbord naar overheadprojector naar whitebord naar digibord.

Regelmatig geef ik workshops over hoe dit voor mij in de praktijk werkt.

Regelmatig krijg ik tijdens deze workshops vragen. En sommige vragen komen regelmatig terug.

De I is in die tijd langzaam veranderd voor mijn vak. En daar wil ik op kunnen inspelen. De C is ook veranderd, door die veranderde T heb ik meer mogelijkheden tot C. En hebben dus ook mijn leerlingen meer mogelijkheden. En dus gebruik ik de T, voor betere C, met als doel diepere en meer beklijvende I bij mijn leerlingen. En als doel mijn leerlingen de vaardigheid bij te brengen zelf T en C meer en meer te kunnen gaan gebruiken voor hun I. Op  de school waar ze nu zitten, op de school waar ze hierna naar toe gaan, maar vooral op de plaatsen waar ze vervolgens naar toe gaan.

Eén van de vragen die ik regelmatig krijg is:

hoe weet je dat leerlingen die video’s wel kijken?

En de oplossing hiervoor heeft niets met T te maken, maar is wel met T op te lossen.

De vraag zou in het pre-T tijdperk als volgt geformuleerd zijn: hoe weet je dat leerlingen opletten?

En de oplossing hiervoor heeft niets met pre-T te maken, maar is wel met pre-T op te lossen.

Het antwoord is gebruik maken van D.

Het antwoord is in beide gevallen hetzelfde:

door vragen te stellen!

Tegenwoordig kun je die vragen stellen met behulp van T. Zodat je de antwoorden zelf ook hebt vóór de les.

Dit kan bijvoorbeeld in onderstaande vorm, die een van mijn standaarden is, maar die natuurlijk vele varianten kent.

Lever op de dag vóór de les digitaal het antwoord in op de volgende vragen:

– Noem drie begrippen uit de video die je al kende, en geef de betekenis van deze begrippen

– Noem drie begrippen uit de video die je nieuw geleerd hebt, en geeft de betekenis van deze begrippen

– Noem drie begrippen uit de video waar je meer over zou willen leren

Een andere vorm die ik standaard gebruik bij het inleveren van digitale opdrachten is de volgende:

Geef bij het inleveren van deze opdracht aan of je:

A. Alles begrepen hebt

B. Nog vragen hebt. Zo ja, voeg deze toe.

En de antwoorden op deze vragen kan ik als docent gebruiken om de inhoud van mijn les (mede) te bepalen. En als ik wil kan ik zien wie wel en niet naar de video of animatie of bron gekeken heeft. Maar na een tijdje blijkt dit niet meer nodig.

Het gaat niet om de ICT. Het gaat niet om de T.

Het gaat om de D.

Het gaat niet om de video.

Het gaat om de didactiek.


GeenSchool op het St. Gregorius College

april 27, 2015

GeenSchool logo Startpagina2Het St-Gregorius College in Utrecht werkt sinds vier jaar samen met de GeenSchool-beweging. Deze beweging bestaat uit een groot netwerk van jonge mensen, die graag nadenken over hoe onderwijs ook en anders kan.

Van de website van GeenSchool:

GeenSchool is een beweging van mensen die geloven dat onderwijs slimmer, beter en leuker kan. Niet morgen, maar nu. Waar in het onderwijs de wens ontstaat om te ontwikkelen, zien we dat vaak wordt aangelopen tegen muren van gebrek aan geld, geen tijd of ingewikkelde beleidsaanpassingen. Toch geloven wij dat er heel veel mogelijk is. Want als school even geen school is, dan kan er ineens best veel. Wanneer er ruimte ontstaat binnen het onderwijssysteem, denkt GeenSchool graag mee over een waardevolle invulling. Dit gaat vaak gepaard met wilde, grootse en gekke ideeën. Juist omdat we daarmee even losweken van de alledaagse gang van zaken. En op die manier leren we “per ongeluk” ontzettend veel samen. 

De enige manier om erachter te komen hoe we onderwijs ontwikkelen, is door te doen. De mensen binnen de GeenSchool beweging geloven dat alles mogelijk is, als je het maar probeert.

GeenSchool is op het Gregorius begonnen met het organiseren van een projectweek. In deze week probeerden ze de leerlingen zoveel mogelijk te enthousiasmeren en aan te zetten tot actie en ondernemen. Ze laten de leerlingen ervaren wat er allemaal mogelijk is als je het maar probeert en je durft te vragen. Zo heeft een groep leerlingen afgelopen jaar de grauwe grijze fietsenkelder opgeknapt door bij alle bouwmarkten verf en verfspullen te vragen. Met een groot schilderteam was de fietsenkelder aan het einde van de week een kleurrijke plek en het had geen cent gekost.

Sinds twee jaar organiseert de school de GeenSchool-projectweek zelf. Hierbij maken we gebruik van het GeenSchool-netwerk. Een verslag, door twee leerlingen geschreven, van het afgelopen jaar is hier te lezen.

GeenSchoolGregorius 2015

‘Urban dreams’

Een groep van ongeveer 20 enthousiaste betrokken mensen heeft een avond gebrainstormd op school. Fantastische ideeën kwamen daar op tafel en er is een mooi thema uit voortgekomen: ‘Urban dreams’. De 42 leerlingen van vwo 5 gaan dit jaar aan de slag rond de vraag:

‘Wat zou jij willen doen om de stad Utrecht beter te maken?’

Op dag 1, dinsdag, ontvangen we de leerlingen om 9h00 met een lekker gezond ontbijt en om 9h30 gaan zij de stad in in groepjes. Zij lopen een parcours dat langs verschillende plekken leidt waar burgerinitiatieven zijn ontwikkeld, sociale projecten zijn of waar de openbare ruimte interessant is ontworpen of juist niet. Met selfiesticks maken zij foto’s van het groepje op deze plekken. Er zit ook een competitie-element in het parcours. Het groepje dat het beste samenwerkt en het snelste is, verdient prijzen die in de loop van de week van pas komen. (prijzen: een lunch met je groepje in het NH-hotel, tijdstip van pitchen voor de Nationale Jeugdraad en vijf minuten extra pitchtijd, de eerste keuze voor de coach, sowieso meedoen aan de yoga/massageworkshop, een afgedrukte parcoursgroepsfoto in een lijstje, een presentatieplek voor de wethouder, een persmoment op vrijdag). Om 12h00 zijn alle groepjes weer op school.

’s Middags na de lunch krijgen de leerlingen twee workshops aangeboden. De eerste workshop is ‘Ik ben geweldig’ en gaat over de vraag hoe je jouw kwaliteiten kan inzetten om iets voor een ander te doen. De workshop wordt gegeven door de Nationale Jeugdraad. Zij hebben voor ‘Urban dreams’ ook subsidiegeld te verdelen (tot €1000) om goede ideeën ook tot uitvoer te kunnen laten brengen. De leerlingen maken onder andere collages en een mindmap om hun talenten te ontdekken. Tijd 12h30 – 13h45.

De tweede workshop wordt verzorgd door studenten van de opleiding Bestuur- en Organisatiewetenschappen van de Universiteit Utrecht. Hun workshop is tweeledig. De ene workshop gaat over een meer procesmatig aspect waarbij de leerlingen tools krijgen aangereikt om het plan te maken. Waar moet je op letten? Ze gaan aan de slag met een soort Business Model. De andere workshop gaat over het inhoudelijke aspect, verschillende perspectieven (sociaal, economisch, duurzaamheid) zullen geïntroduceerd worden waarmee de studenten naar problemen kunnen kijken of waaruit ze ideeën kunnen putten voor hun projectplan. Tijd 14h00-15h30.

15h30 prijsuitreiking parcours

Op dag 2, woensdag, stellen we de leerlingen om 9h00 de 7 coaches voor: Thalitha, Maria, Lisanne, Brian, Robbert, Frans en Amber! Elk groepje leerlingen van 6 à 7 leerlingen kiest de coach die bij hen past. Met de coach gaan zij deze ochtend aan de slag om de opgedane ideeën van de vorige dag te vertalen naar een of meerdere plannen. Als het groepje aanspraak wil maken op subsidiegeld van de Nationale Jeugdraad, dan bereiden zij ook een pitch voor die zij ’s middags op het kantoor van de NJR (Kromme Nieuwegracht 58) mogen houden. De pitchtijden worden in de loop van de ochtend bekend gemaakt als duidelijk wordt hoeveel groepjes hiervoor willen gaan.

De voorwaarden voor het subsidiegeld van de NJR zijn:

  1. Je wilt iets doen voor een ander (bijvoorbeeld ouderen, gehandicapten, kinderen) in je eigen omgeving
  2. Die ‘ander’ is geen familie of vrienden
  3. Met je activiteit breng je mensen met elkaar in contact
  4. Je bent zelf (of met een groepje) verantwoordelijk voor het organiseren en uitvoeren ervan
  5. Je bent niet ouder dan 24 jaar
  6. Wat je gaat doen (of organiseren), doe je niet namens een organisatie of als schoolopdracht / maatschappelijke stage (dat betekent dat het niet ‘moet’ van school)
  7. Je activiteit is niet bedoeld om geld op te halen voor een goed doel

Voorbeelden en inspiratie zijn hier te vinden.

De leerlingen kunnen ook ideeën opdoen in lokaal 540 waar op de computerschermen verschillende bestaande projecten zichtbaar zijn. Bijvoorbeeld Studio Roosegaarde (Rainbow station), De Tuinfabriek (tuinen op de daken van Hoog Catherijne), cultuurhuis Kanaleneiland (workshops geven door en voor jongeren), Al-Amal (jongeren helpen anderen (ouderen, buurtbewoners, niet-Nederlandstaligen) met de digitale wereld.

De leerlingen kunnen een uitgebreid projectplan schrijven (dat zij bijvoorbeeld aan het einde van de week bij de gemeente kunnen indienen) of zij voeren hun plannen in de projectweek meteen uit al dan niet met subsidiegeld (bijvoorbeeld een etentje voor daklozen, een activiteit organiseren in een bejaardentehuis/buurtcentrum/sportclub, een feestje organiseren in een leegstaand gebouw voor jongeren, een tuin aanleggen op een braakliggend terrein, een park opruimen, zoveel mogelijk pers benaderen en aandacht genereren voor het project, in de stad aan iedereen een compliment uitdelen, een muurschildering maken, wildbreien, een sporttoernooi organiseren voor de kinderen in de wijk, etc.). Als zij geen subsidie krijgen, kunnen zij toch proberen zoveel mogelijk voor elkaar te krijgen door bijvoorbeeld sponsoring.

Belangrijk is daarom dat op woensdagochtend keuzes worden gemaakt. Ook moet ieder groepslid een rol vervullen binnen het projectplan. Het groepje werkt toe naar de eindpresentatie op vrijdag.

Vrijdag presenteert elk groepje aan de jury en voor het publiek van leerlingen, ouders, coaches, docenten en pers. De jury bepaalt welk groepje wint. Een origineel idee? Een fantastisch projectplan? Sublieme samenwerking? Ondernemers? Wat hebben jullie bereikt? Dit is waar de jury op let!

Woensdagmiddag: pitchen bij de NJR of doorwerken aan het plan

Ter ontspanning wordt er op deze dag een massageworkshop van een uur aangeboden om 13h30 (en eventueel een extra workshop om 14h30).

Dag 3, donderdag, is de ‘aan-de-slag-dag’. Zoveel mogelijk proberen voor elkaar te krijgen (al dan niet met subsidiegeld)! De coaches zijn niet allemaal meer aanwezig, maar misschien nog wel digitaal of telefonisch bereikbaar voor de groepjes. Op deze dag wordt er een tussentijdse presentatie gegeven, die bepaalt welke (drie) plannen er op vrijdag aan de wethouder worden voorgelegd! De overige plannen zijn ook zeker nog in de race voor de prijzen.

Op deze dag is er om 10h30 een yogaworkshop voor maximaal 14 leerlingen.

Dag 4, vrijdag, is de dag van de finale!

Maximaal 32 leerlingen spelen van 9h30 tot 11h00 een 21stcenturyskillsgame onder leiding van Marcel Derksen. De vraag waar we met de workshop van dinsdag mee zijn begonnen: ‘Wat zijn jouw kwaliteiten en hoe kan je deze inzetten voor een ander?’ komt terug in dit spel en de leerlingen reflecteren hiermee op hun kwaliteiten (en op wat ze deze week van zichzelf zijn tegengekomen).

In de ochtend bereiden de groepjes ook hun presentatie voor de finale voor. Ook hier is de rolverdeling weer heel belangrijk! Er zijn verschillende presentatievormen mogelijk, PowerPoint, Prezi, filmpje, maquette, poster. De presentatie is maximaal 5 minuten.

Om 14h00 starten we met de finale. Wethouder Margriet Jongerius komt luisteren naar de drie geselecteerde presentaties in de aula van de Van Asch van Wijckskade. Zij zal dan een golden ticket voor een groepje uitreiken aan de jury (sowieso prijs)! De jury van vandaag zal na alle zeven presentaties het eindoordeel vellen en de felbegeerde prijzen uitreiken. Ook ouders en de pers worden uitgenodigd om bij dit feestelijke moment aanwezig te zijn. Natuurlijk is iedereen die heeft bijgedragen aan deze week van harte uitgenodigd om de leerlingen aan te moedigen.

Bovenstaande tekst heb ik als een van de coaches toegestuurd gekregen om mijzelf te kunnen voorbereiden. Het zou kunnen gebeuren dat ik ergens deze week iemand die ik ken of niet ken via de sociale media om hulp vraag. Dan weet je alvast waar het om gaat :-)


I’m a Scientist, Get me out of here

april 26, 2015

imascientist-logo

I’m a Scientist, Get me out of here is een fantastische manier om leerlingen met wetenschap in aanraking te brengen en om wetenschappers met onderwijs in aanraking te brengen.

I’m a Scientist, Get me out of here is een gratis online event waar leerlingen de kans krijgen om wetenschappers te ontmoeten en te bevragen. Het is een wedstrijd tussen wetenschappers, waarbij de leerlingen de jury zijn. Leerlingen dagen de wetenschappers uit via intensieve, snelle, onlive live chats. Zij stellen de wetenschappers alle vragen die zij willen en stemmen op hun favoriete wetenschapper. Deze ontvangt een prijs van £500 om over zijn/haar werk met het gewone publiek te kunnen communiceren.

imascientist ASK-CHAT-VOTE-bigger

I’m a Scientist, Get me out of here is zeer populair in Engeland en is inmiddels ook opgepikt in Ierland en Australia en scholen uit de Verenigde Staten, Hongarije, Singapore, Oman en India hebben meegedaan aan het event in Engeland. Het heeft wel enkele jaren geduurd voordat dit succes werd bereikt, maar nu het is nu zover dat men deze opzet ook graag wil uitbreiden naar andere landen. Er is hiervoor een zeer informatieve pagina op de website geplaatst vol met achtergrondinformatie over de organisatie en tips.

Via een oproep door Jacqueline Boerefijn op twitter werd ik opmerkzaam gemaakt op deze site. Haar vraag was wie dit in Nederland zou kunnen oppakken.

I'm a scientist oproep 2015-04-26_0844

Ik sluit me graag bij die vraag aan! Alle tips en suggesties zijn welkom. Maar vooral acties zijn welkom!

De VPRO? DWDD? De Volkskrant? NRC? KNAW? Europees Platform? OCW? PO-raad? VO-raad? VSNU? NVON? NIBI? LML? U4E?

Vind je dit een goed initiatief en ken je daar iemand? Breng het onder zijn/haar aandacht!

Vind je dit een goed initiatief en ken je daar niemand? Stuur deze oproep door aan iedereen die je kent die dit ook een goed idee vindt!


Delen wat je raakt

april 22, 2015

Herken je dit?

Je ziet iets dat je raakt. Een prachtig vormgegeven gebouw in een stad, een schilderij in een museum dat je doet stilstaan, een kwetsbaar dier in zijn natuurlijke omgeving, een kleine, fijne interactie tussen mensen, een uitzonderlijk uitzicht op een reis, een bijzonder smakelijke maaltijd in een bijzonder sfeervol restaurant, een volle zin in een boek, een fantastische film vol realisme.

Je wilt dit dan delen. Vaak met je partner die er op dat moment even niet bij is. Met je vrienden, van je wie je weet dat zij hetzelfde zouden denken en voelen. Met je bekenden, van wie je hoopt dat zij het gevoel kunnen krijgen dat jij had toen jij geraakt werd.

Zo’n moment had ik vanmorgen en daarom schrijf ik dit nu. Op mijn blog dat als ondertitel heeft ‘leren delen’.

Het begon met een tweet:

Tweet karton 2015-04-22_0806

Ik heb op de link geklikt, het verhaal gelezen, de video bekeken, de tweet geretweet, en ben gaan wandelen met mijn honden. Tijdens de wandeling zag ik jonge, gras-etende zwanen, ik zag een kat die wegrende omdat hij mijn hond zag, ik zag speenkruid bloeien, ik zag een kronkelend riviertje met treurwilgen. Ik bedacht me dat ik dat ik meer wilde delen dan alleen de re-tweet via twitter.

Ik schrijf regelmatig over Genius Hour, Arjan schrijft vaak over Maker Education. Je kunt op zoveel verschillende manier leren. Je kunt op zoveel verschillende manieren maken vorm geven. Je kunt op zoveel manieren leerlingen laten leren. Je kunt op zoveel manieren leerlingen leren te laten zien wat zij geleerd hebben. Er is zoveel moois te maken. Er is zoveel moois te delen. Soms is alles wat je nodig hebt om een prachtig verhaal te delen karton.

Bronnen:
The Maker Mentality Takes On Many Forms
Makered.nl

 


Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 4.103 andere volgers

%d bloggers op de volgende wijze: