Zoek het moois in kleine dingen

maart 30, 2016

Vanochtend stuurde ik een tweet, een goedemorgen tweet.

Zoek het moois in kleine dingen tweet 1 2016-03-30_2236

Ik besloot voor mijzelf vandaag al die kleine momenten vast te leggen, in een paar woorden of een foto. Kleine mooie dingen. #mooisinkleinedingen

Na mijn eerste tweet maakte ik een ochtendwandeling met mijn viervoeters en zag dit. Het maakte mij blijer.

IMG_1916

Ook zag ik dit, twee zwanen die mijn viervoeters als indringers zagen, terwijl wij slechts passanten waren:

IMG_1917

Terug thuis, tijd voor een espressootje.

IMG_1918

De huiskamer inlopend rook ik liefde en het zag er zo uit:

IMG_1919

Naar het werk, dat dat gewoon zomaar kan met zo’n ding voor de deur. Vanzelfsprekend?

IMG_1920

Liggen er gewoon overal op de tafels chocolade eitjes….

IMG_1922

Een DM krijgen als reactie op mijn goedemorgen groet, met een fijne vraag en smiley’s 😊😊

‘Meneer, komt U naar de Ghana markt morgen?’
‘Nee, lukt niet.’ ‘U kunt ook reserveren hoor!’
Twee orchideeën besteld.

Gesprek met lln in ‘voorbijgaan’ tijdens rondje klas.
‘Ik zal even Googlen wat mijn vader doet, vergeet het altijd.’

In de pauze een wandeling in de zon, met wat frisse wind en lucht gevuld met verhelderende zuurstof.

Dat ik er voor kan kiezen mijn broer te bezoeken in het ziekenhuis.

Hoor je de vogels?

IMG_1926

Ligt dat nou binnen of buiten? Wil het naar buiten of naar buiten?

IMG_1923

Een lekkere verse sinaasappelsap, vitamientjes voor bij het nakijken.

IMG_1924

Baas, ik wil spelen…


IMG_1927

Baas, ik wil spelen…

IMG_1928

Ik heb een mooie dag gehad. Met veel #mooisinkleinedingen.

 


63 dingen die iedere leerling in de digitale wereld zou moeten kunnen

februari 14, 2016

21st century skills 2016-02-14_1306

Er wordt in het onderwijs veel gesproken over ’21e eeuwse vaardigheden’ of ’21st century skills’. De term is beladen geworden. Het zou het curriculum ingrijpend moeten veranderen. Het zou niets nieuws onder de zon zijn.

Onderstaande is een vrije vertaling van een bijdrage van Terry Heick op TeachTought over wat er, hoe je het dan ook wilt of niet wilt noemen, voor leerlingen op dit moment aan het veranderen is. Een leuke lijst om over na te denken op een regenachtige zondag.

Je kunt beargumenteren (en waarschijnlijk vrij overtuigend) dat de fundamentele kennis en vaardigheden die een leerling dient te bezitten niet zoveel anders is dan wat Tom Sawyer, Jeanne d’Arc of Alexander de Grote dienden te weten en kennen.

Communicatie – Vindingrijkheid – Creativiteit – Volharding

Hoe waar dit is hangt er deels van af hoe gedetailleerd je wilt kijken. Wanneer je de menselijke behoeften wilt beschrijven in grote, algemene termen dan zijn water, voedsel, behuizing, verbinding, veiligheid en een zeker gevoel van eigenwaarde waarschijnlijk voldoende.

Toch veranderen de dingen die een leerling moet weten en kennen in de alsmaar meer verbonden en digitale wereld. Zoals zout ervoor zorgde dat vlees bewaard kon worden, de ontwikkeling van antibiotica ervoor zorgde dat dodelijke ziektes tot vervelende kwaaltjes transformeerden, de toepassing van elektriciteit compleet veranderde waar en wanneer we slapen, zorgt technologie er nu voor dat er een verandering plaatsvind in het “soort dingen” dat een leerling dient te weten en kunnen.

Onderstaande lijst is slechts een begin. De lijst is noch perfect, noch compleet.

De veranderende dingen die leerlingen dienen te weten: 13 categoriën en 63 ideeën 

Informatie bronnen

1. De beste manier om verschillende soorten informatie te vinden

2. Hoe informatie op te slaan zodat het eenvoudig terug gevonden kan worden om opnieuw te gebruiken

3. Onderscheid maken tussen feiten en meningen, en het belang van beide

4. Hoe kritisch – en voorzichtig – te denken over informatie

Leerpaden

5. Hoe zelf de richting van het leren te bepalen

6. Hoe leren te activeren

7. Hoe te bepalen wat het waard is om te begrijpen

8. Hoe de relatie te leggen tussen gewoontes en uitvoering

Menselijke ruimtes

9. De relatie tussen fysieke en digitale ruimtes

10. De voor- en nadelen van digitale middelen, de gulden middenweg in hun gebruik

11. De eisen aan mobiele technologie en de mogelijkheden die het biedt

12. De nuances van persoonlijke communicatie (oogcontact, lichaamshouding) en digitale communicatie (introductie, volgen, taalgebruik)

Socialiseren van ideeën 

13. De gevolgen van het delen van een idee

14. Het juiste moment in het creatieve proces om een idee te delen

15. De realisatie dat al het digitale versneld verloopt en hier in de planning rekening mee houden. De acceptatie dat dit in de fysieke wereld niet altijd zo kan.

16. De noodzaak voor ‘digitaal burgerschap’ en de bijbehorende afspraken en regels

Digitale participatie

17. Hoe digitale informatie te mengen, aan te passen, in te voegen, te hervormen op een geloofwaardige, overtuigende en legale manier

18. Hoe te herkennen welke informatie privé is en welke sociaal en hoe hiermee om te gaan

19. Welke expertise leerlingen de digitale wereld kunnen bieden

20. Hoe alleen tot je te nemen wat je nodig hebt, in de soms schijnbaar oneindige hoeveelheid van digitale bronnen

Publicatie nuances

21. Hoe gecombineerd zowel fysieke als digitale media te gebruiken voor authentieke doeleinden

22. Het soort informatie dat mensen zoeken op het internet

23. Wat te delen met één persoon, een groep, de wereld. Het verschil in permanentie en schaal tussen een email, een serie berichten, een mededeling op sociale media.

24. Hoe het voordeel te gebruiken dat geboden wordt doordat digitale text continu kan worden aangepast

Technologie toepassen 

25. Wat de relatie is tussen een smartphone, een tablet, een laptop, desktop, draagbare technologie

26. Hoe de cloud positief gebruiken, hoe bandbreedte te beperken wanneer dit nodig is

27. Hoe technologie effectief in te zetten op manieren die origineel niet in het ontwerp waren voorzien

28. Hoe technologie te gebruiken voor taken die traditioneel niet gezien worden als gebaseerd op technologie, bv woordenschat vergroten, een taal leren, gezonder eten, financiën plannen

Het altijd-aan publiek

29. Hoe de woorden, structuur, toon te kiezen gebaseerd op een specifiek doel of een specifiek publiek

30. Het verschil kennen tussen mensen die luisteren, reageren, lurken, interesse hebben, en zij die dit niet doen

31. Hoe met nieuwsgierigheid te luisteren wanneer er een miljoen andere dingen te doen zijn

32. Populariteit en kwaliteit vallen vaak niet samen, invloed zit zowel in ontwerp als timing

Sociale regels

33. Wanneer is het sociaal acceptabel om berichten te bekijken, statussen te updaten, resultaten te bekijken. Ook als iedereen aan de tafel het doet wil het nog niet zeggen dat het niet zonder gevolgen is.

34. De tijd voor een reactie verwacht mag worden hangt af van het sociale kanaal

35. Ook in de digitale wereld is geduld van belang

36. Mobiele apparaten zijn persoonlijk, de echte wereld is dat niet

Dictie

37. De toon is bepalend, woordkeuze is belangrijk, zelfs wanneer alle gedachten worden gedeeld

38. Vocabulair en jargon kunnen communicatie bemoeilijken, maar ook specifieker maken, ze zijn niet altijd te vermijden

39. De structuur van teksten hangt af van waar deze worden geopenbaard, op essay niveau, blog post niveau, paragraaf niveau, zinsniveau, woordniveau kunnen verschillen een rol spelen

40. De voordelen van meerdere talen spreken neemt toe, beeldspraak herkennen en juist gebruiken voegt waarde toe

Verbinden met experts

41. Weten wie de experts zijn

42. Hoe en wanneer experts te bereiken

43. Het verschil tussen iemand met kennis, iemand met ervaring en een echte expert

44. Weten wanneer je behoefte hebt aan een groep goede vrienden, een zaal vol mensen met enige kennis, of een professional of academisch expert

Zichzelf

45. Hoe belangrijke aspecten van burgerschap te herkennen en actief aan de gemeenschap deel te nemen

46. Hoe prioriteiten te stellen in situaties waar de mogelijkheden oneindig lijken

47. Hoe de eigen afleiding te herkennen en beperken

48. Hoe de juiste schaal te kiezen voor werk, denken of publiceren

49. Hoe niches en mogelijkheden te herkennen

Een leven rondom software

50. De gevolgen van het gebruik van slechts één operating systeem  (iOS, Android, Windows)

51. De voor- en nadelen van het gebruik van sociale log-ins (Facebook bv) voor apps

52. Hoe een app te evalueren op zijn privacy settings

53. Dat apps er zijn om geld te verdienen en jouw files, informatie en media tot zich nemen

54. Dat niets echt gratis is

Andere internet pro tips voor leerlingen

55. Passief-agressief gedrag, arrogantie, blocken voor effect, negeren, overdrijven en andere digitale gewoontes kunnen overslaan naar de echte wereld

56. Een reacties in 140 tekens is niet volledig in staat de mening van iemand te vangen, wees voorzichtig met aannames

57. Typefouten en grammaticale fouten maken mensen niet dom

58. Populariteit is gevaarlijk

59. Video games kunnen je slimmer maken, dit wil niet zeggen dat ze dit ook doen

60. Mensen veranderen van mening, een bericht uit 2012 is mogelijk voor hen net zo oud als voor jou

61. Als je merkt dat je vaak de tijd dood met spelletje zoals Candy Crush, zou je de keuze’s die je maakt eens kunnen heroverwegen

62. Dat je kunt zingen, hacken, rennen, schilderen, dansen, voorop lopen wil niet zeggen dat je meer waardevol dan een ander mens, wat het aantal volgers ook mag suggereren

63. Log-in informatie, wachtwoorden, oude emailadressen, niet meer gebruikte apps en sociale media zijn vervelend, maak verstandig gebruik van wachtwoord kluisjes

 

Bron: Terry Heick, http://www.teachthought.com/uncategorized/63-things-every-student-should-know-in-a-digital-world/


Twaalf fouten bij het gebruiken van flipping the classroom

februari 9, 2016

Een lijst van twaalf tweets van Jon Bergman, een van de pioniers van flipping the classroom, over waar het fout kan gaan. De lijst is gebaseerd op zijn reizen rond de wereld waarbij hij flipping the classroom onder de aandacht brengt en ervaart waar de succesfactoren en de valkuilen liggen.

Flip-Your-Classroom-Cover-300x463

 

Dit is zijn lijst van twaalf fouten in de uitvoering van het eenvoudige principe: meer effectieve tijd in het klaslokaal.

1. De video’s zijn te lang.

2. Docenten voegen video’s toe aan huiswerk in plaats van deze vervangend te laten zijn.

3. Docenten leggen uit wanneer leerlingen de video’s niet bekijken. Red geen leerlingen die weigeren te kijken.

4. Docenten zijn niet actief in het klaslokaal.

5. De toegang tot de video’s is te gecompliceerd voor de leerlingen.

6. Docenten bereiden zich onvoldoende voor op leerlingen die niet alles begrijpen uit de video’s. Niet alle leerlingen kunnen de informatie uit de video’s volledig tot zich nemen.

7. De video’s zijn niet interactief.

8. Docenten gebruiken de video’s van anderen. Goed lesgeven gaat over relaties. Leerlingen vinden jouw video’s leuker.

9. Docenten leggen niet uit HOE de leerlingen de video’s moeten bekijken of er op reageren.

10. Docenten communiceren te weinig met belangrijke andere partijen: ouders, schoolleiding, leerlingen.

11. Docenten geven te gemakkelijk op.

12. Docenten maken de tijd in het klaslokaal onvoldoende interactief, interessant, betekenisvol.


Zonbelichte bedauwde spinnenwebben #blimageNL

november 1, 2015

Een korte wandeling op de zondagochtend. Een ronde voor de honden.

Een plaatje zien in het voorbijgaan. De zon attendeert, accentueert door toegevoegde schittering. Het lichaam gaat langzamer dan de geest. Een paar stappen terug. Nogmaals kijken. Bijna zo mooi als de eerste keer. Kan daar iets mee?

Dan verder.

De honden zien, ruiken en doen hun dingetjes.

De mens denkt over wat hij zag. De mens ziet en ruikt. De mens projecteert.

Honden en mens stoppen, lopen verder. Herhalen dit een aantal maal. De honden ruiken vooral, de mens ziet en denkt vooral.

Net als de de bewegingen van de honden zijn de gedachten van de mens niet rechtlijnig. Een nieuwe reuk, een nieuwe richting. Een nieuw verband, een andere kant.

De honden gaan naar binnen, hun riemen gaan af. De mens pakt zijn elektronische apparaat en gaat terug naar buiten. De mens weet dat hij niet alles dat hij ziet kan fotograferen, hij wikt en weegt, kiest positie en drukt af.

Blogpost Zonbelichte bedauwde spinnenwebben foto 29

Zonbelichte bedauwde spinnenwebben.

-Zijn al die webben van één spin?
-Heeft één spin meer dan één web?
-Heeft iedere spin zijn eigen web?
-Zijn er altijd zoveel spinnenwebben?
-Hoe maakt een spin een web?
-Hoe komt die dauw er op?
-Wat is dauw?
-Hoe maakt het licht van de zon de dauw zo zichtbaar?
-Wat is zonlicht precies?
-Is er meer zonlicht op zondag?
-Zien insecten de spinnenwebben nu ook beter?
-Heeft een spin minder te eten als er dauw is?
-Zijn de spinnenwebben er allemaal nog als de dauw weg is?
-Zou je het ontstaan en verdwijnen van de dauw kunnen filmen?
-Zijn spinnenwebben ook makkelijker zichtbaar als het regent?
-Is er een wiskundige regel waarmee je de vorm van een spinnenweb kunt beschrijven?
-Van welk materiaal is een spinnenweb gemaakt?
-Wat bepaald de vorm van een spinnenweb?
-Hoe sterk is een spinnenweb?
-Hoe kun je sterkte van een spinnenweb meten?
-Hoe mooi is een spinnenweb?
-Zie je de vormen van een spinnenweb terug in designs of schilderijen?
-Zijn er kunstenaars die iets bijzonders hebben met spinnen?
-Hoe worden spinnen in filmen gebruikt?
-Waardoor vinden veel mensen spinnen eng?
-Waarom zie je bijna nooit de spinnen in al die spinnenwebben?

Allemaal vragen, en er zijn nog zoveel meer. Vragen die bij biologie horen, of bij scheikunde, of bij natuurkunde, of bij kunst. Vragen die nergens bij zouden moeten horen maar gewoon vragen zouden moeten zijn. Vragen om te leren.

Een beeld als start van leren.

Je kunt een beeld voor jezelf gebruiken en er een set vragen aan toevoegen. Je kunt een beeld zonder toevoegingen aanbieden aan leerlingen en er hen zelf vragen over laten stellen. Je kunt een beeld met collega’s delen en er per vak verschillende sets vragen aan toevoegen. Je kunt een beeld met collega’s delen en leerlingen er zelf per vak verschillende soorten vragen over laten stellen. Je kunt met vijf collega’s vijf beelden aan leerlingen aanbieden en ze per vak er zelf vragen over laten stellen.

Ik zie het beeld voor me. Leerlingen die leren omdat een plaatje ze dat laat doen.


Live blog nakijken vervolg

oktober 4, 2015

Gisteren ben ik een live blog nakijken begonnen. Vandaag het vervolg.

Zondag 15-10-04. Dierendag. Verjaardag van mijn vrouw.

06:33
Start na een espressootje, van Illy (dit is helaas geen sponsor van dit blog 😉)

07:13
Vraag 12 nagekeken. Informatie leerboek en opdrachtenboek bekeken. Eigen kennis geverifieerd via internet. 5 leerlingen die volledige goede antwoord hadden grote krul gegeven. Vanwege onduidelijkheid in vraagstelling (eigenlijk drie vragen in één) en fout in bijhorende afbeelding notitie gemaakt voor aanpassing normering.
Vraag aangepast in toets voor schooljaar16-17.

07:48
Vraag 17 en 18 nagekeken. Bij vraag 17 grote krul gezet bij 7 leerlingen.
Vraag 18 na beoordelen alle leerlingen opnieuw alle leerlingen beoordeeld omdat een aanzienlijk deel de vraag verkeerd bleek te hebben gelezen. Beoordeling hierdoor aangepast.
Vraagstelling aangepast voor komend schooljaar.

08:12
Vraag 19 nagekeken. Feedback vragen bij 26 leerlingen op leerlingwerk genoteerd. Krul bij 5.
Vraagstelling aangepast voor komend schooljaar.

08:42
Vraag 20-22 nagekeken. 6, 7 en 9 fouten. Feedback tips voor formuleren antwoord op leerlingwerk gezet bij vraag 20 en 22.

09:11
Vraag 26 en 27 nagekeken. 8 leerlingen hebben vraag 27 niet kunnen maken door gebrek aan tijd, 6 leerlingen vraag 26 niet, 2 leerlingen hebben aangegeven wel alles gemaakt te hebben maar op het eind onvoldoende tijd gehad te hebben voor langslopen antwoorden. Lengte toets wordt meegenomen in normering. Feedback vragen op leerlingwerk gezet bij vraag 26.

09:43
Punten opgeteld per leerling. Alle twijfelscores verwerkt. Incidenteeel op leerlingwerk extra feedback vragen en opmerkingen toegevoegd.

09:57
Punten ingevoerd in excel en voor drie normeringen cijfers doorgerekend.

10:29
Toetslengte aangepast voor komend schooljaar door aantal vragen te verwijderen. Alle vragen hernummerd en antwoordmodel aangepast.
Document gemaakt met aangepaste normering en notities gemaakt bij beoordeling en via Google Drive gedeeld met collega die parallelklas les geeft.

10:35
Cijfers ingevoerd in Magister.
Resultaten: Gemiddelde cijfer 7,9, geen onvoldoendes, spreiding 0,8.

Toelichting: toetsvragen voor deze toets komen uit methode, die nieuw is dit jaar


Live blog nakijken

oktober 3, 2015

Zaterdag 15-10-03

07: 45
Gemaakte toetsen uit tas gehaald (31 stuks), toets en antwoordmodel uit betreffende map gehaald deze laatste rechts gelegd, rode pen gepakt uit bakje op bureau.

08:14
Onderdeel A, 10 MC-vragen nagekeken.
Vragen met veel fouten genoteerd voor bespreking. Vraag 5, 9 en 10.
Opvallend veel fouten bij vraag 10. Blijkt in het antwoordmodel van uitgever van onjuiste antwoord te zijn voorzien.
Alle nagekeken toetsen hiervoor gecorrigeerd.

08:23
Computer opgestart en digitale versies van toets en antwoordmodel geopend.
Correctie in antwoordmodel bij vraag 10 aangebracht.
Digitale versies toets en antwoordmodel opnieuw opgeslagen met verbeteringen voor volgend schooljaar: TO-V2-MN01-1516 wordt TO-V2-MN01-1617.
Punten toekenning voor aantal MC-vragen aangepast.

08:56
Eerste vier open vragen nagekeken. Aantal fouten per vraag genoteerd., respectievelijk 1, 2, 6, en 12. Meest gemaakte fouten genoteerd voor bespreking. Feedback vragen genoteerd op toetsen van leerlingen.
Correcties in formuleringen antwoordmodel aangebracht.

09:28
Vraag 5 t/m 7 nagekeken. Aantal fouten per vraag genoteerd, respectievelijk 7, 3 en 1. Feedback vragen genoteerd op toetsen van leerlingen.

09:44
Vraag 8 nagekeken. Eén onderdeel 26x fout benoemd. Boek, opdrachtenboek en nakijkboek bekeken op gegeven informatie. Notitie gemaakt voor bespreking. Werk van vijf leerlingen die het goed hadden van extra krul voorzien.

09:56
Vraag 9 nageken. Vier fouten.

10:11
Vraag 10 nagekeken. Fout in antwoordmodel gecorrigeerd. 24 fouten. Notitie gemaakt over onduidelijke vraagstelling die tot mogelijk foutief antwoord leidt. Extra krul gezet bij leerlingen die de deze vraag goed hadden beantwoord.

10:26
Vraag 11 nagekeken. Feedback geschreven op werk leerlingen. Notitie gemaakt voor bespreking over fout die veel gemaakt wordt en terugkoppeling hierover naar algemeen principie noteren. 19 fouten. Werk van leerlingen die het goed hadden voorzien van extra krul.

10:26
Koffiepauze. 15 minuten, espresso en wandeling door de tuin, gespeeld met honden.

11:01
Vraag 12 even geparkeerd. Veel mogelijkheden voor juiste en onjuiste antwoorden door onduidelijke vraagstelling en daarmee complexiteit mogelijke antwoorden. Laten bezinken.
Vraag 13 en 14 nagekeken. 13 en 4 fouten. Korte notititie algemene opmerking vraag 13 bij bespreking.

11:18
Vraag 15 en 16 nagekeken. 15 en 3 fouten.
Vraag 15 op leerlingwerk voorzien van feedback vragen en opmerkingen. Bijbehorende notitie voor bespreking gemaakt. In toets voor komend jaar herformulering opgenomen.

11:32
Vraag 17-22 even geparkeerd. Vereisen leestijd en denktijd over door leerlingen gebruikte formuleringen. Grenzen even laten sudderen.
Vraag 23, 24, 25 nagekeken. 3, 3 en 9 fouten. Notitie op bespreekformulier toets gemaakt over vraag 25.

….tot zover voorlopig, wordt morgen vervolgd, nu naar Leiden voor het 3-oktober feest met oud-student.


Het gebeurt in het moment

oktober 1, 2015

Tussenuur, na de pauze. Ik blijf zitten met een collega, ook zij heeft een tussenuur. We praten. Zij stelt vragen. Ik geef antwoorden. Het is een boeiend gesprek. Over de redenen dat we dingen doen, of niet. Over de redenen dat collega’s dingen doen, of niet. Over het niet weten en hoe moeilijk het is de goede vragen te stellen. Over vooronderstellingen die nooit de kans krijgen naonderstellingen te worden.

Het brandalarm gaat af. Wij gaan naar buiten.

Alle docenten gaan naar buiten. Alle leerlingen ook. Er wordt gesproken over de reden van het brandalarm. Is het een oefening of heeft een scheikunde docent misschien het alarm per ongeluk af doen gaan? Beide zijn ervaringen uit het verleden.

Het ontruimingsplan wordt gevolgd en in de tijd waarin iedereen geacht wordt buiten te staan is dat ook gerealiseerd. Punten ter verbetering worden genoteerd. Buiten de rekken geplaatste fietsen belemmeren de doorstroming naar het verzamelpunt.

Het sein veilig wordt gegeven en docenten en leerlingen wandelen naar binnen. De school in. Op naar de volgende les.

Mijn volgende les is een Daltonuur. Leerlingen schrijven zich hiervoor in. Omdat zij specifiek de expertise van mijn vak nodig hebben of vanwege de sfeer in mijn lokaal.

Er hebben zich 32 leerlingen ingeschreven. Dit is het maximum, het lokaal is dus vol. Ik start de computer op en ga de aanwezigheid van de leerlingen registreren. Er zijn er 31 aanwezig.

Dan komt er nog een leerling binnen. Er zijn dus toch geen absenten. Ik voer dit in.

De leerling die als laatste binnenkomt loopt direct naar mijn bureau. Zij begint te vertellen. Ze staat naast me. Ze merkt niet dat iedereen is stilgevallen. Ze merkt niet dat iedereen meeluistert.

Het blijkt dat zij in de lift zat toen het alarm afging. Zij zat daar samen met haar beste vriendin. Die beste vriendin raakte in paniek. Daardoor bleef zij zelf rustig. Dat was zij op het moment van vertellen niet. En toch ook weer wel.

Ze vertelde over oranje lichtjes die gingen branden en maakte gebaren om haar verhaal te ondersteunen. Ze vertelde over een rood berichtje dat ze rustig de lift moest verlaten zodra deze de begane grond had bereikt. Haar armen en benen speelden de lichtjes.

De leerlingen in het lokaal luisterden naar haar verhaal. Sommige aandachtig kijkend, sommige alsof ze met hun eigen werk bezig waren.

Ze vertelde het verhaal nog een keer. Hoe zij in de pauze nog met haar vriendin grapjes gemaakt had over hoe het zou zijn om vast te zitten in een lift. Hoe het was in de lift. De oranje lampjes. Het rode bericht. De vriendin die meer en meer in paniek raakte en harder en harder gilde. De rust die zij probeerde over te brengen.

Zij vertelde het verhaal nog een keer en nog een keer. Staand en bewegend.

Signalen uit het lokaal vonden hun weg. Leerlingen gingen door met hun werk. Leerlingen maakten grapjes over haar herhalingen. Over haar benen en haar armen. Het deerde haar niet.

Toch veranderde er iets.

Ze pakte een stoel en kwam naast mij zitten.

Ze vertelde over hoe blij ze was dat ze vanavond niet hoefde te werken. En ze bedoelde niet voor school. Ze vertelde dat ze werkt in een restaurant. Vijf dagen per week. Ze noemde de aanbiedingen per dag met de prijzen. Ze vertelde over dat het niet altijd druk was maar dat er wel een tekort aan personeel en dus voor haar wel. Ze vertelde dat daar twee keer per week een meisje komt eten met haar ouders. Ze vertelde dat dat meisje zodra ze binnenkomt op haar afrent en haar knuffelt. Ze vertelde over alle spelletjes die er zijn in het restaurant en die zij speelt met dit meisje. Zij danst met dit meisje in het restaurant, omdat dit meisje dit leuk vindt. Dit meisje, dat twee keer per week eet in een restaurant.


Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 4.893 andere volgers

%d bloggers op de volgende wijze: