Actief aan de slag met Retrieval Practice

september 8, 2018

Bij leren wordt vooral gedacht en gewerkt aan het zorgen dat informatie de hoofden van onze leerlingen inkomt. Minstens zo belangrijk natuurlijk is dat die informatie er ook weer uitkomt.

‘Retrieval practice’ is een leerstrategie die gericht is op het informatie ook uit de hoofden van onze leerlingen krijgen en zo het leren te versterken. Door zeer regelmatig actief informatie terug te roepen wordt het geheugen voor deze informatie versterkt en wordt vergeten verzwakt.

Retrieval practice is een veel onderzochte, aantoonbaar effectieve en eenvoudig uit te voeren manier van leren.

Hier is een voorbeeld van een zeer actieve retrieval strategie die gebruikt kan worden en die slechts een vijf- tot tiental minuten van de les in beslag neemt. Leerlingen reflecteren hier op hun metacognitie als klas, niet alleen individueel.

Actief aan.de slag met Retrieval practice via de Metacognitie Rij:

  1. Leerlingen verzamelen aan een kant van het klaslokaal. De leerkracht noemt een kernbegrip of concept en leerlingen proberen in stiltje de informatie die zij hierover bezitten terug te halen in hun hoofd.
  2. Leerlingen bepalen zelf hoe goed hun begrip is en verplaatsen zich naar een van de drie posities in het lokaal, waarbij zij tegelijkertijd een rij vormen. Zij baseren hun keuze op metacognitie en geven hun antwoord nog niet. De posities zijn gemarkeerd als ‘Zelfverzekerd teruggehaald’ aan een kant, ‘Soort van teruggehaald’ in het midden en ‘Kan het niet terughalen’ aan de andere kant. (De Engelse termen zijn: “Confidently Retrieve It”, “Kind of Retrieved It” en “Can’t Retrieve It”)
  3. Leerlingen bespreken met de leerling die het dichtst bij hen staat wat zij weten of denken te weten over het begrip of het concept, gedurende twee minuten.
  4. Leerlingen gaan vervolgens in contact met de leerling die zo ver mogelijk bij hem vandaan staat en delen, discussiëren, onderwijzen en leren, gedurende opnieuw twee minuten.
  5. De leraar vraagt vervolgens aan de leerlingen die de informatie in eerste instantie niet konden terughalen wat zij geleerd hebben en aan de leerlingen die de informatie zelfverzekerd terughaalden of hen overeenkomstige misvattingen zijn opgevallen.

De Metacognitie Rij werkt snel en zorgt ervoor dat leerlingen opstaan en bewegen. De Metacognitie Rij is bij alle niveau’s en alle onderwerpen te gebruiken en brengt Retrieval practice, Feedback en Metacognitie op een eenvoudige en plezierige manier de klas in.

Dus…, doe het gewoon ergens in de komende weken en betrek leerlingen actief bij Retrieval practice, in slechts een paar minuten van een les.

Ik ga het in elk geval doen deze komende week, bij een aantal van mijn klassen. We gaan actief aan de slag met leren.

Bron:
– Retrieval Practice – Try Metacognition Line Up for retrieval practice and peer feedback

PS: Een van de doelen voor dit schooljaar voor mijzelf is het hier delen van leerstrategieën waarvan aangetoond is dat zij een positief effect op leren hebben, met speciale aandacht hoe deze in de dagelijkse praktijk toe te passen. Weten wat werkt en hoe dit toe te passen in de klas. Deze post is de tweede in deze serie. De eerste was Hoe kun je leren versterken zelfs op de eerste dag van het schooljaar. Een uitgebreidere toelichting en een overzicht hoop ik later te schrijven.


Hoe kun je leren versterken, zelfs op de eerste dag van het schooljaar?

augustus 26, 2018

De scholen zijn alweer gestart of gaan weer starten en in de eerste uren, dagen en weken staat leraren weer een hoop te doen: relaties opbouwen, klassen vormen, materialen organiseren, programma’s afstemmen, zorgen dat de koffiepot gevuld blijft…

Ondanks dat is het mogelijk al vanaf het eerste dag een paar minuten retrieval practice in te voegen in de les. Geen planning en geen cijfers – gewoon alleen leren.

Bij leren wordt vooral gedacht en gewerkt aan het zorgen dat informatie de hoofden van onze leerlingen inkomt. Minstens zo belangrijk natuurlijk is dat die informatie er ook weer uitkomt.

‘Retrieval practice’ is een leerstrategie die gericht is op het informatie ook uit de hoofden van onze leerlingen krijgen en zo het leren te versterken. Door zeer regelmatig actief informatie terug te roepen wordt het geheugen voor deze informatie versterkt en wordt vergeten verzwakt.

Retrieval practice is een veel onderzochte, aantoonbaar effectieve en eenvoudig uit te voeren manier van leren.

Hier zijn drie voorbeelden van retrieval strategieën die al op de eerste dag van de lessen gebruikt kunnen worden en die slechts en paar minuten in beslag nemen.

  1. Twee Dingen. Vraag leerlingen zich twee dingen te herinneren van het afgelopen schooljaar, twee dingen die zij in de vakantie geleerd hebben, twee dingen die ze al weten over de stof van het komende schooljaar
  2. Geheugen Dumps. Laat leerlingen in een minuut alles opschrijven wat zij zich kunnen herinneren over een bepaald onderwerp of al weten van een onderwerp dat dit jaar nieuw gaat zijn. In een biologie klas kan dit bijvoorbeeld zijn alles over voortplanting of evolutie.
  3. Warm Ups. Om kennis te maken zijn ijsbrekers prima maar Warm Ups beter. Leerlingen halen hun eigen informatie en ervaringen terug via grappige vragen die leiden tot een korte discussie of een stemming in de klas. Wat is je minst favoriete ijsje? Waar in de wereld zou je het liefst naar toe reizen en waarom? Zou je liever een zeilboot of een luchtballon hebben en waarom? Welk dier zou een goede muzikant zijn en waarom?

De discussie die volgt na deze activiteiten zorgt voor feedback, die zo belangrijk is voor het leren. Het is aangetoond dat het terughalen van informatie leren verbetert, zelfs voor gerelateerde informatie die niet direct zelf is teruggehaald.

Dus, doe het gewoon en betrek leerlingen direct vanaf dag een bij retrieval practice, in slechts een paar minuten.

Ik ga het in elk geval doen deze komende eerste week, bij al mijn klassen. Ik zal de Twee Dingen en de Geheugen Dumps gebruiken, de Warm Ups dus niet.

Bronnen:
– Retrieval Practice – One Minute
Retrieval Practice – Two Things
Retrieval Practice – Brain Dumps
Retrieval Practice – Warm Ups

PS: Een van de doelen voor dit schooljaar voor mijzelf is het hier delen van leerstrategieën waarvan aangetoond is dat zij een positief effect op leren hebben, met speciale aandacht hoe deze in de dagelijkse praktijk toe te passen. Weten wat werkt en hoe dit toe te passen in de klas. Deze post is de eerste in deze serie. Een uitgebreidere toelichting en een overzicht hoop ik later te schrijven.


Meer leren MET mobieltjes

oktober 30, 2016

meer-leren-met-mobieltjes-unknown

Leerlingen nemen vrijwillig iets mee naar de klas, iets waarmee ze kunnen leren. Het staat niet op de boekenlijst of op de lijst van ‘verplicht-elke-dag-bij-je-te-hebben’ items, zoals een geodriehoek, een HB potlood, een rekenmachine. En toch, ze vergeten het bijna nooit! Hun ‘mobieltje’. Hun manier om te communiceren.

Prachtig toch!

Technologie in het onderwijs is onontkoombaar. Het is  de taak van de docent zich te bekwamen in het gebruiken van technologie, niet óm de technologie, maar om het te kunnen inzetten om te communiceren en informeren. Het is de taak van scholen om hiervoor tijd en ruimte beschikbaar te stellen, als een investering, niet als iets ‘ten koste van’.

Wat is er aan de kant van de docent voor technologische kennis nodig om het gebruik van mobieltjes in zijn klas toe te staan? NIETS!

Toestaan van mobieltjes is dus een prima start voor het gebruiken van technologie in de klas. Wanneer mobieltjes bewust worden ingezet kunnen leerlingen leren buiten de muren van de school. Het leren kan daarmee ook dieper worden, verder gaan dan feiten en het boek.

1. Accepteer en activeer direct onderzoek

Het creëren van een omgeving waarin vragen stellen en antwoorden zoeken de sleutels zijn tot leren vereist durf en vertrouwen en kost tijd. Aan de andere kant brengt het aanbieden van alle vragen en alle antwoorden via een methode het risico met zich mee dat de natuurlijke nieuwsgierigheid die leerlingen bezitten wordt verbannen tot een niet-schoolse activiteit. Wanneer een leerling in het bezit is van een apparaat dat hem in staat stelt het antwoord te vinden op een vraag die hem op dat moment te binnen schiet, waarom hem dit antwoord niet laten zoeken en vinden? Zeker als dit kan leiden tot meer en andere en betere vragen, ofwel dieper leren? Waarom dit proces niet versterken door geen antwoord te geven op vragen maar wel te sturen op het zoeken?

2. Help organiseren en samenwerken

Als leraren gebruiken wij, als volwassenen, mobieltjes om ons te verbinden met onze collega’s, binnen de school of daarbuiten, via mail, whatsapp (ik zit zelf in negen WhatsApp groepen over onderwijs) of anders. Deze vorm van samenwerken werkt en er is geen reden om dit onze leerlingen te onthouden. Sterker nog, WhatsApp groepen met leerlingen kunnen leren versterken, met name door de snelheid waarmee informatie kan worden gedeeld.

3. Laat directe feedback zorgen voor betrokkenheid

Kijk eens terug naar de laatste onderwijs conferentie waar je bent geweest, of de laatste studiemiddag op jouw school. Is het je opgevallen dat veel van de aanwezigen naar hun mobieltje kijken en niet naar de man of vrouw vooraan in de zaal of het lokaal? Doe je dit zelf ook? Wat zou er gebeuren wanneer je, als je aan de voorkant staat van die zaal of dat lokaal, vragen zou gaan stellen die via die mobieltjes te beantwoorden zijn? Zouden ogen gericht op mobieltjes, of verplicht starend in de ruimte, ogen kunnen worden die leren laten zien?

4. Documenteer leren en denken op het moment dat het gebeurt.

Het gebeurt mij vaak dat mijn beste, mooiste, waardevolste gedachten in mij opkomen terwijl ik bij de bakker mijn brood bestel, bij de groenteboer mijn groenten of op de weg daar naartoe of ervan terug. Of vaker nog, tijdens mijn wandelingen, met of zonder mijn viervoeters. Ik ben dan blij met mijn mobiel en typ of spreek daarin wat er op dat moment in mijn hoofd zit. Gedachten laten zich niet dwingen door vakken, uren, lokalen. Mobieltjes maken het mogelijk gedachten te vangen die niet direct op de plaats waar zij ontstaan hun vruchten gaan afwerpen. Foto’s kun je maken waar je bent, wanneer je daar bent. Zijn leerlingen op een excursie? Laat ze actief en bewust hun mobiel gebruiken. Laat ze hun data delen als bron voor discussie, digitaal of in het lokaal.

5. Samengevat.

Het is totaal onbekend wat de technologie gaat zijn die onze leerlingen in de toekomst gaan gebruiken. Het is onze verantwoording om hen te leren omgaan met wat nu beschikbaar is, als bouwblokken voor de uitdagingen die hen en ons te wachten staan.

Bron:

https://www.edsurge.com/news/2016-08-07-5-ways-teachers-can-encourage-deeper-learning-with-personal-devices


Project 0%

mei 31, 2016

 

N-termen gemiddelden percentages onvoldoende 2016-05-31_2007


Het is ook een sport

maart 28, 2016

Nakijken is ook een sport.

Trainen
Om (top)prestaties in de sport te kunnen leveren is jarenlang trainen een vereiste. Naast talent. Bij nakijken is het niet anders.
Voor er perfect kan worden nagekeken dient er jarenlang geïnvesteerd te worden in het opdoen van de benodigde algemene en specifieke kennis. De specifieke kennis wordt opgedaan voor en tijdens de verplichte opleiding, die voltooid dient te worden voor je überhaupt mag nakijken. Deze opleiding gaat vooral over de inhoud. Hoe werken dingen in en bij dat vak? De algemene kennis gaat over manieren om die inhoud te toetsen, tegen het licht te houden, hoe vast te stellen wat een leerling weet van die kennis en begrijpt van die kennis.
Voor er perfect kan worden nagekeken dient er een aantal jaren aan wedstrijden te worden meegedaan. Er dient te worden nagekeken om beter te kunnen gaan nakijken. Deze wedstrijden worden op de meeste scholen wekelijks georganiseerd voor de leerlingen en meedoen aan wedstrijden is dus geen groot probleem.
Van de wedstrijden dient te worden geleerd om de training daar waar nodig aan te passen. Geleerd van andere deelnemers aan de wedstrijd, je collega’s, en van de jury, je leerlingen. En van jezelf.

Doel
Om (top)prestaties in sport te kunnen leveren is het zetten van doelen een veel gebezigde en effectieve methode gebleken. Bij nakijken is het niet anders.
Waar focus je op deze trainingsperiode? Betere vragen stellen in de toets? Sneller nakijken? Betere feedback geven? Waar besteed je jouw kostbare tijd aan? Wanneer is rusten het beste devies?
Het zetten van een doel helpt bij het focussen, bij het slijpen van de nakijkdiamant. Het helpt als doelen uitdagend zijn gesteld, maar niet te uitdagend. De hulp van een collega, in de sport een coach, is hierbij van onschatbare waarde. Blessures zijn in zichzelf ook leerzaam bij het ontdekken van grenzen maar dienen toch liever te worden vermeden.
Doelen worden per jaar scherper en per wedstrijd aangepast. ‘Dit onderdeel van mijn vak leent zicht uitermate goed voor multiple choice vragen’, dan ga ik die maken. ‘Dit onderdeel van mijn vak leent zicht uitermate goed voor open vragen’, dan ga ik die stellen, maar niet teveel.
Na 15 jaar de sport van nakijken te hebben beoefend is mijn persoonlijke doel: dezelfde dag! Naast de limieten aan kwaliteit die er altijd zijn en blijven heb ik mijzelf een nieuwe uitdaging gesteld. Uitdagingen houden een sporter scherp en motiveren. Mijn uitdaging; de toets nog dezelfde dag dat hij is gemaakt nakijken!

Voorbereiden
Om (top)prestaties in de sport te leveren en al het geleerde tijdens de training om te zetten naar het behalen van het beoogde doel is een goede voorbereiding van de wedstrijd een van de sleutels. Bij nakijken is dit niet anders. Er dient zo min mogelijk ruimte te zijn voor afleiding en alles dat vooraf gedaan kan worden dient vooraf te worden gedaan. Tegelijkertijd is er de geestelijke ruimte en rust voor onverwachte noodzakelijke aanpassingen aan het programma.
Hoe groter de wedstrijd, hoe belangrijker de voorbereiding. Een toetsweek is als een NK, EK of WK. Je weet vooraf wanneer en wat er minstens van je verwacht wordt. Er zijn doelen vanuit de organisatie, er zijn ook de doelen van jezelf.
Het nakijkmodel is geprint. De rode pennen liggen klaar. De was en afwas zijn gedaan. Het afname moment van de toets staat in de agenda. Het moment van het ophalen van de toetsen staat in de agenda. De tijd voor het nakijken staat in de agenda. Deze tijd is gebaseerd op ervaringen uit het verleden. Een voorbeeld van een planning is hieronder te zien, voor toetsweek 3, schooljaar 2015-2016, maandag 21 maart en woensdag 23 maart.

Nakijken is een sport agenda 21 maart 2016-03-24_0751Nakijken is een sport agenda 23 maart 2016-03-24_0751

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Executie
Als alles is getraind en alles is voorbereid is wat rest voor een (top)prestatie in de sport de executie. Bij nakijken is het niet anders. Focussen en doen.
Op 21 maart lagen er 38 toetsen op de stapel. De planning was een totale tijd van 10 minuten per toets, van nakijken tot en met verwerken van de cijfers in het schoolprogramma. Dit betekent 380 minuten, ofwel 6 uur en 20 minuten. In de agenda was hiervoor origineel ruimte gemaakt van 12:00 uur tot 13:45 uur en van 15:15 uur tot 21: 15 uur. Op de dag zelf bleek er echter een extra taak te zijn, het overnemen van de surveillance van een zieke collega. De agenda werd dus, zonder stress, verwacht onverwacht, gefocussed op het doel, aangepast, de avondsessie zou tot 22:15 uur duren.
Op 23 maart lagen er 32 toetsen op de stapel. De planning per toets was hier 8 minuten, een totaal van 256 minuten, ofwel 4 uur en 16 minuten. In de agenda was hiervoor ruimte gemaakt van 16:00 uur tot 22:00 uur.
In beide planningen was ruimte gemaakt voor een kopje koffie, wat eten, een rondje met de viervoeters en een toiletbezoek of twee.

Op 21 maart klonk er rond 22:07 een kreet. YES!
Op 23 maart rond 21:23. YES!
Een kreet bij het behalen van de finish. Een kreet bij het behalen van een gesteld doel. Een stille kreet in dit geval. Er was geen stadion. Er was geen publiek. Hoe hard de kreet ook klonk, niemand hoorde hem. Mijn leerlingen zagen wel de resultaten. En ik voelde ze.

En hoe verder?
Deze NK, EK , WK, Olympische Spelen is nog niet over. Komende week komen er nog twee belangrijke wedstrijden. Die niet tegen maar met 5-havo op 29 maart en die niet tegen maar met 6-vwo op 30 maart. Echte grote wedstrijden, de laatste voor dat zij hun laatste wedstrijd aangaan op weg naar hun Champions League. Het CSE.
Ik ben benieuwd. Gaan zij het redden? Ga ik het redden? Ik ben er klaar voor. Zo klaar als ik kan zijn.
Of 30 maart gaat lukken?….

Nakijken is een sport 29 maart 2016-03-28_1529

Nakijken is een sport 30 maart 2016-03-28_1532

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ik heb er een beetje een sport van gemaakt. Dezelfde dag nog nakijken. Ik kijk meestal na in een trainingspak.


Rapportcijfers geven, werkt dat?

augustus 9, 2015

Blogpost Rapportcijfers good-grades-report-card-447423Op de blog van onderwijskunde in Utrecht staan de resultaten samengevat van een interessant Nederlands onderzoek dat is gedaan naar het effect dat cijfers hebben op leerlingen van de brugklas: Rapportcijfers geven, werkt dat? Er is in het onderzoek gekeken naar de emoties die cijfers opleveren en naar de betrokkenheid bij school als mogelijk gevolg hiervan.

Kort, een aantal resultaten, zoals door Jeroen Janssen samengevat in de blogpost:

  • Dalende betrokkenheid: Gedurende het brugklas jaar daalde de emotionele en gedragsmatige betrokkenheid bij school van de deelnemende leerlingen. Deze is voor emotionele betrokkenheid sterker voor jongens dan voor meisjes.
  • Rapportcijfers voorspellen betrokkenheid: Leerlingen die hogere rapportcijfers halen op meetmoment twee ervaren ook hogere emotionele en gedragsmatige betrokkenheid op meetmoment drie.
  • Emotionele reacties mediëren de relatie tussen rapportcijfers en betrokkenheid: Leerlingen die hogere rapportcijfers halen, ervaren meer positieve emoties naar aanleiding van hun rapport; deze positieve emoties voorspellen op hun beurt de emotionele en gedragsmatige betrokkenheid van leerlingen.
  • Perceptie van de prestaties van klasgenoten doet ertoe: Het indirecte effect van rapportcijfers, via negatieve emoties, op emotionele betrokkenheid bij school is sterker wanneer leerlingen inschatten dat hun klasgenoten hogere rapportcijfers halen.
  • Sekseverschillen: Meisjes haalden hogere rapportcijfers dan jongens. Meisjes ervoeren minder negatieve emotionele reacties naar aanleiding van hun rapportcijfers. Het indirecte effect van rapportcijfers, via negatieve emoties, op emotionele betrokkenheid is sterker voor jongens. Jongens reageren dus sterker op slechte cijfers dan meisjes.

De resultaten van het onderzoek sluiten aan bij het bestaande beeld dat cijfers een gevolg zijn van de betrokkenheid bij school en geven aan dat zij hier ook voorspellers van zouden kunnen zijn. Opvallend zijn de dalende betrokkenheid bij alle leerlingen in de brugklas en de verschillen tussen meisjes en jongens.

Op twee opmerkingen die de auteurs maken in hun artikel wil ik graag even wat dieper ingaan.

De vraag of scholen nu moeten stoppen met het geven van toets- en rapportcijfers wordt door de auteurs beantwoord met ‘nee’, met als reden: “Grades can provide vital information to teachers, students, and parents and can be used to enhance both teaching and learning”.

Hierover kun je van mening verschillen. Het testen van de kennis en vaardigheden van leerlingen geeft informatie aan leerling en docent en kan door beiden gebruikt worden om gerichter te werken. Dit wil echter niet zeggen dat hier direct cijfers aan gekoppeld moeten worden, op een manier zoals die nu gebruikelijk is in brugklassen. Het cijfer zelf is een relatieve maat en geeft geen inzicht in waar kennis of vaardigheden onvoldoende aanwezig zijn, hoe dit eventueel te verbeteren en zeker niet of en in hoeverre verbetering haalbaar is voor een individuele leerling. De ene zeven is de andere niet.

De auteurs willen docenten, terecht, opmerkzaam maken op de negatieve gevolgen van het krijgen van slechte cijfers en doen een aanbeveling om dit effect zoveel mogelijk te beperken: “negative effects of grades may be prevented when teachers convey the message to their low-performing students that their difficulties are likely to be temporary and that when they exert more effort and use the right strategies they will be able to perform better“.

Hierover verschil ik van mening, om verschillende pedagogische en didactische redenen.

Harder werken als oplossing suggereren, zonder enige nuance, beschouw ik als “lui lesgeven”. Bij mij komt dan toch heel snel weer het beeld naar boven van de talendocent die zegt: “Woordjes leren kan iedereen”. Maar dat is niet zo. (Diezelfde talendocent die tijdens een cursus voor het docententeam zegt: “Ik kan gewoon niks met computers.” 😄). Het gebeurt helaas in de praktijk wel nog steeds regelmatig. Zeggen dat een leerling harder moet werken zonder te weten of hij/zij dit kan, zonder te weten hoe de leerling heeft gewerkt, zonder aan te geven hoe de leerling dit zou moeten doen. Zeggen dat een leerling harder moet werken zonder een verder individueel gesprek is vrijwel zinloos en mogelijk zelfs contra-productief. Misschien heeft een leerling zijn uiterste best gedaan en kan hij/zij niet harder werken, dan zal zo’n opmerking zeker geen positieve bijdrage leveren. Harder werken heeft weinig zin als dit betekent dat hetzelfde vaker gedaan gaat worden. Na dit drie keer gedaan te hebben nog drie keer het hele hoofdstuk doorlezen leidt niet tot betere beklijven.

Aangeven dat resultaten mogelijk beter zullen worden wanneer leerlingen de juiste strategie gaan gebruiken is een stap in de goede richting. Ook hier zal een docent echter meer moeten doen dan dit alleen benoemen om een, blijvend, effect te bereiken. De docent zal moeten weten welke strategie de leerling gebruikt heeft en of de leerling bekend is met andere beschikbare strategieën voor het vak of het onderdeel. Een docent moet in staat zijn de leerling te overtuigen dat een andere strategie mogelijk beter werkt. De basis voor verbetering ligt dus ook hier in het gesprek dat de docent met de leerling aangaat over de oorzaken van de behaalde resultaten en de mogelijkheden tot verbetering.

 

Het volledig onderzoek is terug te vinden op: Do Grades Shape Students’ School Engagement? The Psychological Consequences of Report Card Grades at the Beginning of Secondary School. Poorthuis, Astrid M. G.; Juvonen, Jaana; Thomaes, Sander; Denissen, Jaap J. A.; Orobio de Castro, Bram; van Aken, Marcel A. G. Journal of Educational Psychology. Advance online publication.

 


Toetsen tijd tabelletje

oktober 21, 2014

 

edu

Afgelopen week was toetsen de activiteit waar ik, naast lesgeven, de meeste tijd aan heb mogen/moeten besteden.

Maandag heb ik twee toetsen afgenomen, beide digitaal. Eén via Edmodo en één via SMARTresponse.
Woensdag was er de tweede bijeenkomst van de cursus over RTTI toetsen, voorafgaand waaraan het nodige huiswerk mocht/moest worden gedaan.
Vrijdag heb ik drie toetsen afgenomen. Eén via Edmodo, één via SMARTresponse en één via papier.

Ik heb deze week veel geleerd. Over toetsen maken en toetsen afnemen.
Graag deel ik wat ik geleerd heb.

Ik heb naar de toetsen afgelopen week een klein onderzoekje gedaan.

De gegevens in een tabel:

Blogpost digitale toetsen tabel 2014-10-21_1242

Mijn tijdsbesparing  door digitaal te toetsen was deze week 12 uur, met analyse erbij 16 uur.

Ik kan ook zeggen:

door de tijdsbesparing door digitaal te toetsen heb ik tijd gecreëerd voor de analyse.

Ik geef aan 8 klassen les, dat zullen dit jaar dus ongeveer 48 toetsen gaan worden.

De tijdsbesparing door digitaal te toetsen zou hiermee……  per jaar 144 uur worden!

Dat is dus bijna…… vier weken!

Nu is de tijdsbesparing voor mij wel aardig :), maar het gaat natuurlijk om de leerlingen.
De leerlingen zien bij digitaal toetsen hun cijfer direct na de toets. Dat vinden zij plezierig.
De leerlingen zien direct wat zij goed hebben gedaan en wat zij nog niet goed hebben gedaan. Zij zijn in hun hoofd nog bezig met de toets, de stof, hun antwoorden. Ze staan open.
Ze staan open voor het goede antwoord. De docent kan dit direct laten zien en aangeven waarom dit het goede antwoord is.
De leerlingen krijgen direct feedback. De docent kan direct zien, zichtbaar maken en dus aangeven, waar algemene moeilijkheden zaten in de stof.
De leerling kan direct zien waar zijn specifieke problemen nog zitten. De docent kan deze benoemen, oorzaken aangeven en oplossingen bespreken.

Bij het een aantal dagen later retourneren en bespreken van een papieren toets is helaas alleen het cijfer zelf voor veel leerlingen nog van belang. Het hoofd staat niet meer open voor de informatie, het onderwerp of thema is ‘klaar’. Er wordt gezocht naar mogelijke fouten in het nakijken of er wordt een discussie gestart over de (on)juistheid van een gegeven antwoord. Niet om het antwoord te willen weten, maar om de punten die het misschien oplevert.

Digitaal toetsen kan niet altijd. Maar altijd als het kan dan doe ik het.

Students_taking_computerized_exam

 


Leren door te testen, niet afleren door te toetsen

augustus 3, 2014

Start test 2014-08-03_1317

Toetsen staan recent meer dan gemiddeld ter discussie in het onderwijs. Er is een stroming die meer wil toetsen of meer gestandaardiseerd wil toetsen. Er is een stroming die minder wil toetsen of in ieder geval minder gestandaardiseerd. Er is een stroming die zich niet laat horen en het ofwel goed vindt zoals het is ofwel er zich niet druk over maakt.

Ik zou hier graag een onderscheid willen aanbrengen tussen testen en toetsen.

En dan pleit ik voor vaker testen en minder vaak toetsen.

Bezwaren die worden gemaakt tegen het afnemen van toetsen zijn dat zij tijd kosten, dat zij leerlingen onder druk zetten, dat zij iets meten zonder dat precies wordt geweten wat, dat zij cijfers genereren die een (absolute) waarde suggereren die er niet is of kan zijn, dat zij veel zaken die belangrijk zijn bij leren niet of nauwelijks (kunnen) bevragen. Toetsen worden ervaren als instrumenten om af te rekenen. Van het toetsen zelf wordt meestal niets geleerd. Toetsen, vooral gestandaardiseerd toetsen, leidt tot leren voor de toets.

Op zijn best worden toetsen gebruikt om leren te meten.

Dat zou veel meer kunnen zijn. Als er anders mee zou worden omgegaan. Als toetsen testen zouden worden.

Testen kunnen ook leiden tot leren.

Veel onderzoek laat zien dat veel van wat geleerd is snel weer wordt vergeten. Testen kunnen er voor zorgen dat dit minder het geval is en dat de retentie van kennis en informatie wordt verhoogd.

In een studie werd leerlingen een stuk  tekst aangeboden om te lezen. Vervolgens werd over een aantal passages uit de tekst een test afgenomen. De leerlingen werd gevraagd op te schrijven wat zij nog wisten van deze passages, dit bleek ongeveer 70%. De andere passages werden niet getest maar deze werden wel herlezen. Op deze manier werd de volledige tekst dus twee maal aangeboden. In een vervolgtest, 2 dagen of een week later, bleek dat de passages die waren getest veel beter waren onthouden dan de passages die waren herlezen.

De verklaring voor de resultaten is dat leerlingen die getest worden worden gedwongen informatie uit het geheugen op te halen en te gebruiken. Verschillende manieren van testen, indien correct uitgevoerd, zetten leerlingen aan om deze vaardigheid  te oefenen. Dit wijkt af van veel activiteiten die leerlingen in de klas moeten uitvoeren, luisteren, lezen, opdrachten maken met het boek erbij, welke vooral gericht zijn op het verkrijgen en opslaan van informatie. De toegenomen retentie na het afnemen van een test, het zogenaamde ‘testing effect’ of ‘retrieval practice effect’, versterkt het leren in de klas en zorgt voor een beter vastleggen in het geheugen.

Dit klinkt nogal vanzelfsprekend en dat is het tot op zekere hoogte ook. Toch wordt deze techniek nog weinig toegepast. Een uitdaging hierbij wordt gevormd door de vraag hoe dit soort testen structureel en effectief kunnen worden ingebouwd in een lesprogramma.

Onderzoek laat zien dat het belangrijk is dat de testen een vast onderdeel gaan vormen van de lessen en de manier waarop er wordt geleerd. De inzet hoeft niet altijd hoog moet zijn. Het hoeft niet onvoldoende/voldoende te zijn of zelfs voorzien te worden van een cijfer. Leerlingen in klassen die deze techniek gebruiken raken er aan gewend en maken het, zelfs na aanvankelijk sceptisch te zijn geweest, tot een onderdeel van hun routine. Zij leren steeds een beetje meer gedurende het jaar of het semester, een beetje zoals samengestelde rente, en aan het eind is een beetje studeren voldoende en er is niet langer een noodzaak tot blokken voor de toets.

Het systeem van het op deze manier leren door informatie uit het geheugen op te halen blijkt positief beïnvloed door een juiste spreiding van de testen, zodat een klein beetje vergeten kan optreden. De toegenomen inspanning nodig om de informatie terug te halen maakt het leren nog sterker. Ditzelfde geldt voor het variëren van de manieren waarop testen worden afgenomen.

Bij het toepassen van het onderzoek in de praktijk, op een middelbare school in Columbia, Illinois, bleek dat het leerlingen een gemiddelde van A- haalden voor stof die in de klas behandeld was en waar vervolgens drie keer een test over was afgenomen, vergeleken met een C+ voor stof die op dezelfde manier was behandeld en daarna drie keer opnieuw bekeken zonder te testen. Het voordeel van het afnemen van de testen was acht maanden later nog steeds aanwezig.

Onderzoek toont de waarde van minder toetsen en meer testen. Testen als een vast onderdeel van het leren. Meer, en meer gestandaardiseerd, toetsen leidt tot meer leren voor de toets. Meer en gevarieerd testen leidt tot meer leren en langer onthouden. Testen kunnen voor leerlingen een leidraad vormen om een heel jaar lang te leren en te leren leren, te ontdekken waar kennis en vaardigheden ontbreken en hier op bij te sturen. Het is waardevol voor docenten om leerlingen de voordelen van testen te laten ervaren, zodat zij de hiermee gewoontes kunnen ontwikkelen die tot succesvol leren leiden, een leven lang.

 

Eindtoets kleur 2014-08-03_1311

Bronnen:
How Tests Make Us Smarter, NY Times, Sunday Review, 18 July 2014, Henry L. Roedinger III


Mobieltjes moeten mogen!

mei 9, 2014

dmeu_sr0121_1_std.lang.allLeerlingen nemen vrijwillig iets mee naar de klas, waarmee ze kunnen leren. Het staat niet op de boekenlijst of de lijst van “verplicht-elke-dag-bij-je-te-hebben” items. En toch, ze vergeten het nooit! Hun mobieltje. Hun manier om te communiceren.

Prachtig toch!

Technologie in het onderwijs is onontkoombaar. Het is  de taak van de docent zich te bekwamen in het gebruiken van technologie, niet óm de technologie, maar om het te kunnen inzetten om te communiceren en informeren. Het is de taak van scholen om hiervoor tijd en ruimte beschikbaar te stellen, als een investering, niet als iets “ten koste van”.

Wat is er aan de kant van de docent voor technologische kennis nodig om het gebruik van mobieltjes in zijn klas toe te staan? Geen!

Toestaan van mobieltjes is dus een prima start voor het gebruiken van technologie in de klas.
En er kan zoveel moois met mobieltjes: informatie zoeken, aantekeningen maken, woordjes oefenen, (voor)kennis testen. Direct en snel, daardoor effectief en soms zelfs leuk.

Ik wil graag mijn ervaringen delen aan de hand van een aantal voorbeelden uit de praktijk.

Het gebruik van mobieltjes.
Het gebruik van mobieltjes in mijn lokaal is verboden!
Het gebruik van hele kleine draagbare computertjes in mijn lokaal is wel toegestaan 🙂
Het lijkt een klein verschil, een woordenspel, maar het is meer.
Die apparaatjes, waar van alles mee kan, mogen gebruikt worden om het leren te bevorderen: informatie zoeken, woordjes oefenen, aantekeningen maken, samenwerken.
Ze mogen niet gebruikt worden om te bellen of te chatten.
Ze mogen wel gebruikt worden om muziek te luisteren, mits vooraf gevraagd.
Voordelen: zaken gaan sneller en directer, daarmee effectiever en daarmee vaak leuker.

Nogmaals. Wat is er aan de kant van de docent voor technologische kennis nodig om het gebruik van mobieltjes in zijn klas toe te staan? Geen.

Wat zijn er voor vaardigheden vereist van de docent om het gebruik van mobieltjes effectief te laten zijn?

  • Vertrouwen in de leerlingen en een goed contact.
  • Een goed doordachte, duidelijk kenbaar gemaakte en consequent uitgevoerde set van regels en afspraken. Bijvoorbeeld:
    • bij binnenkomst zitten ze in de tas
    • bij gebruik liggen ze op tafel
    • bij ongeoorloofd gebruik worden ze ingenomen

Wat is de kern?
Zolang het voor de leerlingen duidelijk is hoe mobieltjes wel en niet gebruikt mogen worden vormen zij een grote toegevoegde waarde binnen de les.

Wat is de praktijk?
De regel op onze school is dat mobieltjes in het lokaal verboden zijn, tenzij de docent het toestaat. Een ingenomen mobieltje kan om 16:30 worden opgehaald  bij de conciërge.
Bij de klassen die ik les geef heeft ongeveer 80% van de leerlingen zijn mobiel altijd bij zich. Van de overige docenten die aan deze klassen lesgeven staat ongeveer 15% het gebruik van mobieltjes toe.
Houden leerlingen zich bij mij altijd aan de regels? Nee. Net als met elke regel/afspraak worden ook deze wel eens overtreden.
Neem ik wel eens mobieltjes in? Ja. Dit is hoofdzakelijk aan het begin van het jaar, als de leerlingen de regels en afspraken nog even aan het ontdekken en aftasten zijn.

Testen (niet toetsen!, hoewel dat ook kan).
Voor zowel docenten als leerlingen is het heel zinvol om te weten hoeveel kennis en begrip er al aanwezig is of hoeveel kennis of begrip er is opgedaan. Om dit snel te testen zijn mobieltjes  werkelijk ideaal. Er zijn verschillende manieren om dit te doen en een van de momenteel veel gebruikte is het platform-onafhankelijke Socrative. Het mobieltje wordt ingezet als stemkastje en een docent hoeft slechts eenmalig een account aan te maken en kan vervolgens vragen stellen aan leerlingen. De vragen kunnen overigens ook via een tablet, laptop of computer worden beantwoord. Er zijn verschillende typen vragen en manieren van aanbieden mogelijk.Socrative question types computer-magnification
Socrative kan op verschillende manieren worden ingezet.
– aan het begin van een les of lessenserie om de aanwezig voorkennis te testen
– aan het eind van een les of lessenserie om te testen hoeveel kennis er is opgedaan
Het grote voordeel van het gebruik van een mobiel als stemkastje is dat er zeer snel een overzicht beschikbaar is, voor zowel leerlingen als docent. De resultaten kunnen zichtbaar gemaakt worden via een scherm en kunnen ook worden opgeslagen voor latere analyse. Er kan direct worden gereageerd op de resultaten van een test aan het begin van de les door de lesstof aan te passen en op problemen in te gaan. Een heel groot voordeel hierbij is dat alle leerlingen worden “gehoord” en niet alleen degene die een vraag stellen of een antwoord geven. Testen van de aanwezig kennis aan het eind van de les geeft kostbare informatie over de effectiviteit van de les en deze kan gebruikt worden om een volgende les mede inhoud te geven. Een voorbeeld hoe ik dit zelf  regelmatig gebruik is hier te vinden.
Socrative biedt ook een optie om leerlingen in groepjes te laten samenwerken en zo van elkaar te laten leren. Bijvoorbeeld door experts  Deze zogenaamde “Space Race” optie is opgezet als een game, waarbij raketjes bewegen als een juist antwoord is gegeven en spreekt zo leerlingen ontzettend aan en werkt hierdoor bijzonder motiverend.Socrative space race 2013-05-25_1012
Het is ook mogelijk om met Socrative een volledige test (of toets) af te nemen die automatisch wordt nagekeken. Herhaaldelijk testen (zonder te toetsen) is een zeer krachtig middel om leren te bevorderen en kan met behulp van technologie op deze manier eenvoudig worden ingezet zonder dat dit de grote hoeveelheid tijd kost die nakijken anders met zich meebrengt.
Om als docent Socrative te kunnen gebruiken is enige technologische kennis vereist. Afhankelijk van de basisvaardigheden met computers en internet van de docent zal een investering van naar schatting 30 minuten tot 2 uur nodig zijn om te leren werken met Socrative.

Samenwerken
Naast de genoemde individuele activiteiten die een leerling met een mobieltje in de klas kan doen, zoals opzoeken en aantekeningen maken, kunnen mobieltjes ook gebruikt worden om samenwerken te bevorderen.
Ik maak veel gebruik van Google Drive documenten om leerlingen, onafhankelijk van tijd en plaats, aan een gezamenlijk document te laten werken. Dit document is in de meeste gevallen ook met mij gedeeld, zodat ik het werk ook van feedback kan voorzien. Feedback is een zeer krachtig middel voor leren en is op deze wijze eenvoudig op elk moment te geven en ontvangen.
Via de Google Drive en Google Documenten apps is het nu ook met mobieltjes mogelijk om deze documenten te bekijken en te bewerken. Dit betekent dat leerlingen tijdens de les ingevingen en aanwijzingen kunnen verwerken en hiervoor geen laptop nodig hebben of naar het computerlokaal moeten. Dit zijn beide opties die in mijn lessen ook zijn toegestaan overigens.
Leerlingen die aantekeningen maken tijdens de lessen gebruiken hiervoor ook regelmatig Google Drive documenten. Op die manier hebben ze automatisch alle aantekeningen bij elkaar.
Om als docent met leerlingen samen te werken via Google Drive is enige technologische kennis vereist. Afhankelijk van de basisvaardigheden met computers en internet van de docent zal een investering van naar schatting 1 tot 3 uur nodig zijn om te leren werken met Google Drive.

Technologie maakt het mogelijk informatie te vinden en te communiceren “over alles met iedereen”. Het doet grenzen vervagen, de muren van de school worden doordringbaaar, afstand speelt nauwelijks nog een rol. Daarom:

Mobieltjes moeten mogen!

Ze zijn er. Het is zonde ze niet te gebruiken.

En dan hoop ik dat met deze post onderstaande percentages een beetje gaan veranderen 🙂

Blogpost poll.mobieltjes.uitslag.425

Deze post is mede geschreven op verzoek van “Like to share” om in het tweede nummer te verschijnen en een voorbeeld te geven van de impact van technologie op het onderwijs. Ik wil Like to share dan ook bedanken voor het mij uitnodigen en het opnemen van deze post in het magazine.


%d bloggers liken dit: