Nakijkcommissie 1hv4: ‘best lastig, leraar zijn’

maart 8, 2017

Hieronder een gastblog van Natasja Pompen, docente Nederlands, over haar ervaringen met de nakijkcommissie.

“So mevrouw….leraar zijn is echt vet lastig!” Dat is de eerste reactie van de nakijkcommissie uit klas 1hv4. Gewapend met een rode pen gingen zij de so grammatica te lijf….en met goed gevolg. Wat hebben deze leerlingen hier veel van geleerd zeg!

Naar aanleiding van een oproep van Frans Droog, heb ik een nakijkcommissie ingesteld in de hv brugklas. Er zijn verschillende mogelijkheden bij de nakijkcommissie. Ik heb de volgende keuzes gemaakt:

– leerlingen uit de nakijkcommissie maken zelf eerst de toets
– leerlingen uit de nakijkcommissie krijgen zelf ook een cijfer voor de toets
– de nakijkcommissie maakt zelf het nakijkmodel
– ik heb het nakijkmodel nagekeken (en er 2 fouten uitgehaald – heel mooi resultaat, slechts 2 foutjes) en ik heb de normering van de toets bepaald
– de leerlingen hebben de toets nagekeken, de cijfers berekend en de toets nabesproken in de klas

Wat hebben ze hard gewerkt zeg! Ik heb de leerlingen pas na het maken van de toets verteld over de nakijkcommissie. Alle leerlingen mochten zich hier vrijwillig voor opgeven – ik had de keuze uit 18 leerlingen….aantrekkelijke commissie dus, vonden de leerlingen uit 1hv4. Ze wilden bijna allemaal weleens op de stoel van de docent zitten! Ik heb 4 leerlingen gekozen – twee goede leerlingen, een gemiddelde en een wat minder goede leerling.

De leerlingen zijn aan de slag gegaan en hebben eerst het nakijkmodel gemaakt. Daar deden ze een lesuur over. Ik heb dat nakijkmodel bekeken en er dus twee foutjes uitgehaald. Ik heb ook de puntenaantallen bepaald. Dat waren de leerlingen vergeten te doen (mijn instructie op dat punt was niet goed, bleek later).

Toen kon het nakijken beginnen. Wat een gezucht en gesteun! Ze vonden het super lastig om consequent na te kijken. Er werd wat overlegd en besproken. Echt heel nuttig deze werkvorm! Ze zijn hier 2 lesuren mee bezig geweest.

Daarna mochten de leerlingen de toets nabespreken met de klas. Ook die taak namen ze heel serieus. Dit duurde een halve les.

In totaal kost het dus 3,5 les + 1 lesuur om de toets te maken…best veel, maar deze tijdsinvestering weegt absoluut op tegen de opbrengst, denk ik. Ik weet bijna zeker dat deze leerlingen hun volgende so grammatica vele malen beter maken….want, zeg nou zelf, als je de lesstof kunt uitleggen aan een ander en zelfs een ander kunt beoordelen, dan snap je het zelf toch veel beter?

Ik ga zeker door met de nakijkcommissie. En de leerlingen in 1hv4 willen er allemaal in….genoeg vrijwilligers dus!

 

Toelichting

Leerlingen willen liever geen toetsen maken. Docenten willen liever geen toetsen nakijken. Docenten willen wel dat leerlingen iets leren. Leerlingen willen ook iets leren. Eerder schreef ik hier al over dat gedachten zoals deze hebben geleid tot het ontstaan van de Nakijkcommissie, over hoe ‘Nakijkwerk helpt leerlingen lesstof beheersen‘ en plaatste ik de gastblogs ‘Corriger les corrections‘ van Elise Bouman, docente Frans en ‘Nakijkcommissie ervaringen‘ van Pieter Vreugdenhil, docent wiskunde.

In een volgende blog zal ik ingaan op mijn eigen wijze van uitvoeren en ervaringen met de nakijkcommissie tot dusverre en deze vergelijken met die van de anderen. Hierbij zullen ook verschillen tussen vakken, docenten en leerlingen die een mogelijke rol spelen bij de toepassing van een nakijkcommissie aan bod komen.

 

 

Advertenties

Nakijkcommissie ervaringen

december 22, 2016

nakijkcommissie-grades

Leerlingen willen liever geen toetsen maken. Docenten willen liever geen toetsen nakijken. Docenten willen wel dat leerlingen iets leren. Leerlingen willen ook iets leren. Eerder schreef ik hier al over dat gedachten zoals deze hebben geleid tot het ontstaan van de nakijkcommissie, over hoe ‘Nakijkwerk helpt leerlingen lesstof beheersen‘ en plaatste ik het gastblog ‘Corriger les corrections‘ van docente Frans, Elise Bouwman.

Deze keer wil ik graag de ervaringen delen van een van mijn eigen collega’s, die ik hier vandaag over heb geïnterviewd.

Omstandigheden

Pieter is docent wiskunde. Hij heeft de nakijkcommissie ingevoerd bij klas 4-vwo voor het vak wiskunde A. Deze klas bestaat uit 21 leerlingen.

Samenstelling nakijkcommissie

Pieter heeft er de eerste keer voor gekozen de commissie niet volledig random samen te stellen maar te kijken naar het niveau van de leerlingen. Zijn overweging hierbij is het feit dat het bij wiskunde lastig is voor leerlingen die moeite met dit vak hebben om te kunnen beoordelen of berekeningen die niet volgens het model zijn uitgevoerd al of niet (gedeeltelijk) juist zijn. Pieter heeft hij in de les voorafgaand aan de toets verteld welke leerlingen in de nakijkcommissie zouden zitten. De nakijkcommissie bestond uit 5 leerlingen.

Uitvoering

Alle leerlingen hebben de toets gemaakt. In de volgende les hebben de leerlingen van de nakijkcommissie, gebruikmakend van hun eigen antwoorden op de toets, gezamenlijk het antwoordmodel opgesteld. In dit groepsoverleg fungeerde Pieter zelf als gespreksleider. Hij gaf de leerlingen geen nakijkmodel en de antwoordbladen van de leerlingen van de nakijkcommissie zelf, met hierop de aanvullingen/aanpassingen na het overleg fungeerden als het nakijkmodel bij het nakijken. In de daaropvolgende les heeft de nakijkcommissie de toetsen nagekeken, en waar nodig met elkaar overlegd of overlegd met de docent. Er werd per vraag nagekeken. In de derde les na de toets werd de toets besproken. Leerlingen zaten in groepjes aan tafel, de normale opstelling bij de lessen van Pieter, en per groepje was er één lid van de nakijkcommissie beschikbaar.

Ervaringen

Bij de bespreking van de toets door de nakijkcommissie met de andere leerlingen verliep alles soepel en waren er geen onduidelijkheden of grote meningsverschillen met betrekking tot de beoordeling. Er was ook weinig inhoudelijke discussie. Het was geen heel moeilijk en de resultaten waren voor de meeste leerlingen naar tevredenheid.

Een groot voordeel dat Pieter heeft ervaren tijdens de bespreking is dat er nu 5 leerlingen waren om vragen aan te stellen en hij anders zelf een stuk of tien 1-op-1 gesprekken zou hebben gevoerd. Dit zorgde voor een flinke versnelling van de bespreking. Wel heeft het maken van het nakijkmodel en het nakijken zelf (een deel) van de leerlingen natuurlijk tijd gekost.

Pieter vind het op dit moment nog moeilijk om in te schatten of de leerlingen uit de nakijkcommissie de stof uit deze toets nu uiteindelijk beter beheersen. Hij heeft ze hier zelf nog niet specifiek naar gevraagd en zal dit later zeker doen.

De leerlingen uit de nakijkcommissie hebben de toets zelf relatief slecht gemaakt. Een aantal geeft aan minder hard geleerd te hebben omdat zij vooraf wisten dat hun cijfer niet zou meetellen. Dit was enigszins teleurstellend.

Pieter heeft zelf de toetsen ook nagekeken, omdat hij vind dat de docent ten alle tijd verantwoordelijk is voor de cijfers. Gemiddeld kwam hij tot een score die 0,3 punt lager was dan wat de nakijkcommissie had gegeven. Hij ziet dit niet als een op enigerlei wijze bewuste actie van de leerlingen maar meer als gevolg van het feit dat hij een strenge docent is. Een absoluut cijfer bestaat tenslotte ook bij wiskunde toetsen niet.

Toekomst en aanpassingen

Pieter zal zeker doorgaan met de nakijkcommissie dit jaar. Hij heeft al eerder een planning gemaakt voor 5 toetsen, zodat uiteindelijk alle leerlingen aan bod komen en ziet geen reden van dit plan af te wijken.

Op grond van de ervaringen van de eerste ronde zal Pieter een aantal aanpassingen doorvoeren. Zo zal hij de namen van de leden van de nakijkcommissie pas bekend maken nadat alle leerlingen de toets hebben gemaakt. Bij het maken van het nakijkmodel zal hij de leerlingen uit de nakijkcommissie dit eerst zelf laten maken en uitschrijven en het vervolgens vergelijken met dat van hemzelf. Hij zal ook tussentijds gaan evalueren met leerlingen om onderdelen van de uitvoering waar nodig te kunnen bijstellen. Hij zal weer zelf bepalen wie er in de nakijkcommissie zit en dit niet random gaan doen.

Pieter schat in dat bij een moeilijker onderwerp het meer tijd zal gaan kosten voor de nakijkcommissie om tot een gezamenlijk antwoordmodel te komen.

Toevoegingen

In een volgende blog zal ik ingaan op mijn eigen wijze van uitvoeren en mijn ervaringen met de nakijkcommissie en deze vergelijken met die van Pieter. Hierbij zullen ook mogelijke verschillen tussen vakken, docenten en leerlingen die een rol spelen bij de toepassing van een nakijkcommissie en die deels in het interview met Pieter naar voren kwamen besproken worden. Het interviewen van een collega is overigens een leuke en leerzame ervaring, het is toch iets anders dan zomaar een gesprek.

In een volgende gastblog hoop ik ook de ervaringen te kunnen delen van een van mijn andere collega’s, een docente Nederlands, die hier zelf over zal schrijven.

 


Corriger les corrections

december 17, 2016

Eerder heb ik hier geschreven over het idee van een nakijkcommissie en de wijze waarop deze leerlingen kan helpen de lesstof te beheersen. Hieronder een gastblog van Elise Bouwman over haar inspirerende ervaringen met een nakijkcommissie bij het vak Frans.

corriger-les-corrections

Werken met een nakijkcommissie bij het vak Frans

Als deelnemer van de Nederlandse School volgde ik dit jaar al met veel interesse de ontwikkelingen rondom het activeren zonder cijfers, formatief toetsen en het cijferloos toetsen. Zelf werk ik in een vrij traditionele omgeving waarin leerlingen graag cijfers willen en waarin ook vanuit de organisatie het werken zonder cijfers nog een brug te ver is.

Toen ik echter hoorde dat Iris Driessen en een aantal anderen begonnen met het werken met een nakijkcommissie was mijn interesse direct gewekt, zeker na het lezen van de blog van Frans Droog hierover. Een nakijkcommissie waarbij een groep leerlingen een toets nakijkt, evalueert en feedback geeft aan de rest van de klas, dat past echt bij mijn overtuiging dat je meer leert van zelf lesgeven dan van het maken van een toets. Mijn interesse was gewekt! Ik volgde de blogs en tweets van Frans Droog, Iris Driessen en intussen ook al enkele anderen. Ik sprak over mijn plan met leerlingen en probeerde nakijkcommissie zo in te richten dat iedereen er beter van zou worden.

Het experiment

Voorafgaand aan mijn experiment heb ik een Franstalige instructie gemaakt voor de leerlingen in de commissie. Deze instructie vind je onderaan deze blog.

De nakijkcommissie instellen

Ik ben het experiment begonnen in mijn mentorklas, een 2VWO-klas. De leerlingen kwamen naar school om een toets te maken en werden door mij verrast met de opmerking dat vijf leerlingen de toets samen zouden gaan maken, dat wilde natuurlijk iedereen wel!. Ik had van tevoren de namen van de leerlingen in een Word-document gezet. Deze namen heb ik in de online fruitmachine geplakt en deze fruitmachine selecteerde in 5 rondes mijn eerste nakijkcommissie, iedereen vond het reuzespannend.

De voorbereiding

Wij hebben op school stilteruimtes en veel glas, dus ik zette mijn nakijkcommissie in een stilteruimte voor mijn lokaal. De nakijkcommissie ontving de toets en de Franstalige instructie en ging aan de slag met het maken van de toets zonder hulpmiddelen. Zij maakten samen de toets en dat zou uiteindelijk het correctiemodel worden en daar zouden zij een cijfer voor krijgen, het was dus in hun belang om dit model zo goed mogelijk te maken en goed met elkaar te overleggen. Nadat zij de toets gemaakt hadden leverden zij één exemplaar met hun antwoorden bij mij in. Ik onderstreepte de fouten en zij gingen die daarna met hulpmiddelen verbeteren. Het aantal fout had ik intussen in mijn agenda genoteerd.

De correctie

Met het gecorrigeerde antwoordmodel ging de nakijkcommissie aan de slag. Zij bepaalden hoe zwaar zij alles gingen rekenen en legden dat voorstel aan mij voor. Over het algemeen waren zij veel strenger dan ik! Daarna gingen zij zelf de toetsen nakijken. Zij vormden koppels van 2 personen, ieder koppel noteerde steeds zijn naam bovenaan de toets die zij nakeken. De vijfde persoon was de controleur en scheidsrechter. Deze persoon controleerde of beide koppels op de zelfde manier hadden nagekeken en of er geen vriendjespolitiek plaats vond, daarnaast telde deze persoon het aantal punten bij elkaar op.

Tot slot bepaalde de nakijkcommissie de norm, ik legde hen 3 verschillende manieren daarvoor uit en zij moesten mij uiteindelijk uitleggen welke zij gekozen hadden en waarom. Het werk was gedaan!

De feedback

De rest van de klas was bij deze eerste keer nog erg bezorgd of alles wel eerlijk zou verlopen dus ik had toegezegd dat ik steekproefsgewijs het werk van de nakijkcommissie zou controleren, dat heb ik gedaan. Zij hadden hun werk prima gedaan! De nakijkcommissie heeft het werk in groepjes terug gegeven, elke corrector had een groepje leerlingen voor zich waarvan hij het werk had nagekeken en de controleur liep rond om vragen te beantwoorden. Leerlingen met klachten konden bij mij “in hoger beroep”, geen enkele leerling heeft dat gedaan.

Het cijfer voor de nakijkcommissie

De nakijkcommissie kreeg uiteindelijk het cijfer dat hun aantal fouten bij de door henzelf vastgestelde normering op zou leveren, dus als zij 4 fouten hadden en een normering van 2 ft/pt hadden gekozen dan leverde hun correctiemodel een 8 op voor de hele groep. Daarnaast konden ze een halve bonuspunt verdienen met goed correctiewerk en een halve punt voor goede feedback.

De evaluatie

De leerlingen uit de nakijkcommissie en ikzelf waren erg enthousiast over het experiment, hoewel we ook tegen een aantal knelpunten aangelopen zijn.

De voordelen

De leerlingen in de nakijkcommissie hebben aangegeven dat ze ontzettend veel geleerd hebben van het nakijken. Ze hebben meer begrip van het Frans, maar ook van het soort fouten dat leerlingen vaak maken en van het werk dat een docent doet. Ze vonden het nakijken erg veel werk.

De leerlingen namen hun werk ontzettend serieus, doordat zij door een fruitmachine geselecteerd waren, werkten zij vaak samen met kinderen die ze zelf niet uitgekozen zouden hebben, dit ging toch ontzettend goed omdat zij allemaal voelden dat zij veel vertrouwen hadden gekregen en dat zij het werk uiterst serieus moesten nemen. Er ontstonden verrassende samenwerkingen.

De leerlingen die normaal wat zwakker zijn, konden nu een hoger cijfer halen omdat ze de toets samen met betere leerlingen maakten. De betere leerlingen moesten aan de zwakkere leerlingen uitleggen waarom hun antwoord het beste was, juist deze betere leerlingen zijn vaak wat verlegener, zij gaven aan dat ze geleerd hadden meer te vertrouwen op hun kennis en anderen te overtuigen.

De leerlingen hebben hun klasgenoten feedback gegeven, ook hier zeiden ze veel van te leren.

Ik heb het experiment nog herhaald in vier andere klassen, in twee klassen heb ik dat van tevoren aangekondigd. Opvallend was dat de leerlingen beter gingen leren, want ze wilden niet dat het resultaat van de nakijkcommissie door door hun fouten lager zou worden, dit was een voordeel dat ik vooraf niet voorzien had.

De knelpunten

Ondanks alle mooie voordelen liep ik ook tegen een aantal knelpunten op. Het nakijken duurde per klas 2 tot 3 lesuren, dit betekende dat de rest van de klas in die tijd doorging met het maken van opdrachten en leerwerk en dat de nakijkcommissie dat werk later thuis in moest halen. De rest van de klas moest door de nakijktijd ook vrij lang wachten op het resultaat, waardoor de feedback pas op een laat moment kwam, ik heb nog geen oplossing voor dit probleem.

De nakijkcommissie is zeer handig voor opgaven die eenduidig zijn. In mijn tweede klas toets zat ook een gedeelte creatief schrijven, dit gedeelte bleek te moeilijk te corrigeren te zijn voor de nakijkcommissie, ik had hen wel de opdracht kunnen geven om met alle mogelijke hulpmiddelen te proberen de opdracht toch na te kijken, maar dan waren ze waarschijnlijk drie keer zo lang bezig geweest. De nakijkcommissie kan dus eigenlijk alleen maar echt goed werken bij toetsen waarvan de antwoorden door de leerlingen echt controleerbaar zijn. Door deze creatieve schrijfopdracht heb ik zelf alle tweede klastoetsen nog opnieuw moeten controleren.

De leerlingen vonden het erg lastig om het cijfer geheim te houden naar hun klasgenoten toe. In de meeste klassen begrepen ze wel het belang daarvan, waardoor dat uiteindelijk wel goed ging.

Conclusie

Het is voor mij uiteindelijk niet helemaal zeker of de nakijkcommissie mij minder werk oplevert, het begeleiden van de commissie en het nakijken van de opdrachten die voor hen te moeilijk waren, kostte mij nog erg veel tijd. Deze tijd was echter zinvoller dan de tijd die ik normaal in de correctie steek. De leerlingen werkten in alle vijf mijn klassen ontzettend serieus aan de correctie en hebben erg veel geleerd. In een aantal klassen vroeg men mij waarom niet alle docenten dit zo deden, want zo leerde je toch veel meer.

Op mijn tafeltjesavond en op straat vertelden ouders mij dat ze het een fantastisch idee vonden en dat hun kind het ook echt leerzaam en interessant vond. De leerjaarcoördinatoren volgden het project met interesse en ondersteunden mij daar waar nodig. Ik kan iedereen aanraden om dit in ieder geval een keer te gaan uitproberen!

corriger-les-corrections-instructions-2016-12-17_1714


Nakijkwerk helpt leerlingen lesstof beheersen

november 27, 2016

Interview Bionieuws 19 door Steijn van Schie.

Leerlingen die het nakijkwerk van de docent overnemen? Biologiedocent Frans Droog doet het met een speciale nakijkcommissie. ‘Leerlingen komen boven de stof te staan.’

‘Cijfers geven werkt niet. Op het moment dat leerlingen hun cijfer krijgen, houdt het leren op en zijn ze de stof zowat direct vergeten. Zelfs wanneer ze hun toets terugkrijgen en de fouten nakijken, ligt de focus op het verhogen van het cijfer en niet op een beter begrip van de stof’, vertelt Frans Droog, biologiedocent aan het Wolfert Lyceum in Bergschenhoek. ‘Ik ben daarom altijd op zoek naar andere manieren van toetsen.’

Het idee van een nakijkcommissie voor leerlingen van collegadocent Iris Driessen paste daarom precies in Droogs straatje. ‘Toen ik afgelopen zomer een tweet hierover van Iris voorbij zag komen, was ik direct geïnspireerd. Aangezien niet iedereen op Twitter zit, heb ik het idee uitgewerkt in een blog op mijn website in de hoop meer leraren te bereiken en aan het denken te zetten. En ik ben het natuurlijk meteen gaan doen met mijn eigen 4-vwo-klas.’

Nakijkcommissie
Het concept is simpel: leerlingen kijken elkaars toetsen na en geven feedback. ‘Het begint allemaal wanneer leerlingen de klas inkomen voor een toets waar ze allemaal voor hebben geleerd. Op dat moment kies ik zo’n vijf of zes leerlingen die de toets niet hoeven te maken, maar de nakijkcommissie vormen. Terwijl de anderen aan de slag gaan, maakt de commissie een nakijkmodel. Met andere woorden: ze moeten met elkaar tot overeenstemming komen wat de juiste antwoorden zijn, beslissen wanneer ze wel of niet iets goed rekenen, en bedenken of er nog alternatieve antwoorden mogelijk zijn. Op die manier bereiden ze zich voor op het echte nakijkwerk en denken ze op meta-niveau na over de leerstof.’

In een volgende les kijkt de nakijkcommissie alle toetsen na om vervolgens in een slotles de toets te bespreken. ‘Bij elk fout antwoord staat een toelichting van de commissie en krijgen de leerlingen de kans om met het boek erbij na te gaan of ze het eens zijn met het oordeel. Vervolgens kunnen ze klassikaal in discussie met de nakijkcommissie, waarbij ik mij als gespreksleider zoveel mogelijk op de achtergrond houd. Gedurende het jaar neemt iedereen uiteindelijk een keer deel aan de nakijkcommissie.’

Toetsmoment
Volgens Droog is het een briljante manier om lesstof effectiever te internaliseren. ‘De nakijkcommissie neemt haar taak bijzonder serieus; de leden willen het werk van hun medeleerlingen graag zo goed mogelijk beoordelen. Die krijgen er immers wel gewoon een cijfer voor. Bovendien zijn de leerlingen over een langere periode met de lesstof bezig: minstens drie lessen verspreidt over meerdere weken. Normaal gesproken is dat wel anders. Dan is er één toetsmoment en daarmee is de kous af. En de leerlingen leren dan doorgaans alleen voor het eindresultaat: het cijfer. Die focus op cijfers en waardering zit jammer genoeg ingebakken in het schoolsysteem en in onze maatschappij.’

Aangezien de leerlingen nog steeds een cijfer krijgen voor de toets valt het idee strikt genomen niet onder formatieve evaluatie, een toetsingsmethode waar geen cijfer aan te pas komt. ‘Alhoewel ik volledig formatief lesgeven ambieer, blijft dat lastig voor de bovenbouw’, zegt Droog. ‘Je zit als school toch vast aan de landelijke eisen van toetsing. Maar in de onderbouw zijn er veel meer mogelijkheden en probeer ik verschillende dingen uit.’

‘Een paar jaar geleden heb ik alle schoolboeken in de derde klas verbannen en ben ik fundamenteel anders les gaan geven’

Leerlingen hebben in de derde klas bij Droog inmiddels nauwelijks meer met cijfers te maken. ‘Een paar jaar geleden heb ik alle schoolboeken in de derde klas verbannen en ben ik fundamenteel anders les gaan geven. Ik probeer mijn leerlingen elke les een casus voor te leggen die grenst aan hun belevingswereld. Ze maken opdrachten die aan het einde van de les af moeten zijn en waar ze informatie over moeten opzoeken op internet. Terugvallen op lesstof uit een boek kan niet. Ondertussen kan ik live via Google Docs meekijken hoe het ze vergaat en of ze vragen hebben. Zo ja, dan kan ik naar de desbetreffende leerling toe om hem of haar te helpen. Ik doe bijna niets meer klassikaal. Pratende docenten vinden leerlingen maar niks.’

Toetsen doet Droog door korte digitale vragen voor te leggen, waar leerlingen niet voor hebben kunnen leren. ‘Op die manier zie ik snel en zonder consequentie voor de leerling hoe de voortgang is en waar de kennishiaten van de klas zitten, zowel op individueel als op klassikaal niveau. Daar pas ik dan mijn lessen en individuele aandacht op aan. Slechts een paar keer per jaar krijgen de leerlingen een cijfer, helaas op basis van een toets. Maar die worden doorgaans prima gemaakt, mede doordat ik precies weet hoe het ervoor staat met hun kennis en daarop inspeel. Zowel ouders als leerlingen zijn doorgaans tevreden over deze ietwat ongebruikelijke methode.’

In de bovenbouw blijft het voorlopig bij de nakijkcommissie, een methode die niet alleen voor leerlingen voordelig is. Droog: ‘Docenten hoeven minder tijd te besteden aan nakijken en kunnen een deel van die gewonnen tijd besteden aan leerlingen leren nakijken en feedback geven. Er ontstaat zo meer interactie tussen leerling en docent. Alle andere overgebleven tijd kan de docent besteden aan het verbeteren van zijn lessen of toetsen. Win-win-win dus.’

frans-droog-nakijkcommissie

Frans Droog vlak voor zijn vertrek naar het jaarlijkse Edubloggersdiner in Utrecht, waar de ongeveer vijftig bloggende Nederlandse docenten bij elkaar komen om ideeën uit te wisselen over onderwijs.


Formatief toetsen is hot

november 15, 2016

hot-pepper-wallpaper-08853

Formatief toetsen is op het ogenblik in het onderwijs net zo hot als ‘differentiëren’ en ‘gepersonaliseerd leren’. Het wordt vaak genoemd als onderdeel van de weg daar naar toe. Formatief toetsen is daarmee ook een term die gekaapt dreigt te worden. Er is belangstelling voor, er is een behoefte aan, dus wordt de formatieve toets sticker steeds gemakkelijker geplakt. Formatieve toetsen zijn te waardevol voor echt leren om dit zomaar te laten gebeuren.

Daarom hier wat formatieve toetsen, of liever formatieve assessments, vooral wel doen en wat zij vooral niet doen.

formatieve-assessments-2016-11-15_2053

Bron: ncte.org (via Bas Trimbos)

 

 

 


Meer leren MET mobieltjes

oktober 30, 2016

meer-leren-met-mobieltjes-unknown

Leerlingen nemen vrijwillig iets mee naar de klas, iets waarmee ze kunnen leren. Het staat niet op de boekenlijst of op de lijst van ‘verplicht-elke-dag-bij-je-te-hebben’ items, zoals een geodriehoek, een HB potlood, een rekenmachine. En toch, ze vergeten het bijna nooit! Hun ‘mobieltje’. Hun manier om te communiceren.

Prachtig toch!

Technologie in het onderwijs is onontkoombaar. Het is  de taak van de docent zich te bekwamen in het gebruiken van technologie, niet óm de technologie, maar om het te kunnen inzetten om te communiceren en informeren. Het is de taak van scholen om hiervoor tijd en ruimte beschikbaar te stellen, als een investering, niet als iets ‘ten koste van’.

Wat is er aan de kant van de docent voor technologische kennis nodig om het gebruik van mobieltjes in zijn klas toe te staan? NIETS!

Toestaan van mobieltjes is dus een prima start voor het gebruiken van technologie in de klas. Wanneer mobieltjes bewust worden ingezet kunnen leerlingen leren buiten de muren van de school. Het leren kan daarmee ook dieper worden, verder gaan dan feiten en het boek.

1. Accepteer en activeer direct onderzoek

Het creëren van een omgeving waarin vragen stellen en antwoorden zoeken de sleutels zijn tot leren vereist durf en vertrouwen en kost tijd. Aan de andere kant brengt het aanbieden van alle vragen en alle antwoorden via een methode het risico met zich mee dat de natuurlijke nieuwsgierigheid die leerlingen bezitten wordt verbannen tot een niet-schoolse activiteit. Wanneer een leerling in het bezit is van een apparaat dat hem in staat stelt het antwoord te vinden op een vraag die hem op dat moment te binnen schiet, waarom hem dit antwoord niet laten zoeken en vinden? Zeker als dit kan leiden tot meer en andere en betere vragen, ofwel dieper leren? Waarom dit proces niet versterken door geen antwoord te geven op vragen maar wel te sturen op het zoeken?

2. Help organiseren en samenwerken

Als leraren gebruiken wij, als volwassenen, mobieltjes om ons te verbinden met onze collega’s, binnen de school of daarbuiten, via mail, whatsapp (ik zit zelf in negen WhatsApp groepen over onderwijs) of anders. Deze vorm van samenwerken werkt en er is geen reden om dit onze leerlingen te onthouden. Sterker nog, WhatsApp groepen met leerlingen kunnen leren versterken, met name door de snelheid waarmee informatie kan worden gedeeld.

3. Laat directe feedback zorgen voor betrokkenheid

Kijk eens terug naar de laatste onderwijs conferentie waar je bent geweest, of de laatste studiemiddag op jouw school. Is het je opgevallen dat veel van de aanwezigen naar hun mobieltje kijken en niet naar de man of vrouw vooraan in de zaal of het lokaal? Doe je dit zelf ook? Wat zou er gebeuren wanneer je, als je aan de voorkant staat van die zaal of dat lokaal, vragen zou gaan stellen die via die mobieltjes te beantwoorden zijn? Zouden ogen gericht op mobieltjes, of verplicht starend in de ruimte, ogen kunnen worden die leren laten zien?

4. Documenteer leren en denken op het moment dat het gebeurt.

Het gebeurt mij vaak dat mijn beste, mooiste, waardevolste gedachten in mij opkomen terwijl ik bij de bakker mijn brood bestel, bij de groenteboer mijn groenten of op de weg daar naartoe of ervan terug. Of vaker nog, tijdens mijn wandelingen, met of zonder mijn viervoeters. Ik ben dan blij met mijn mobiel en typ of spreek daarin wat er op dat moment in mijn hoofd zit. Gedachten laten zich niet dwingen door vakken, uren, lokalen. Mobieltjes maken het mogelijk gedachten te vangen die niet direct op de plaats waar zij ontstaan hun vruchten gaan afwerpen. Foto’s kun je maken waar je bent, wanneer je daar bent. Zijn leerlingen op een excursie? Laat ze actief en bewust hun mobiel gebruiken. Laat ze hun data delen als bron voor discussie, digitaal of in het lokaal.

5. Samengevat.

Het is totaal onbekend wat de technologie gaat zijn die onze leerlingen in de toekomst gaan gebruiken. Het is onze verantwoording om hen te leren omgaan met wat nu beschikbaar is, als bouwblokken voor de uitdagingen die hen en ons te wachten staan.

Bron:

https://www.edsurge.com/news/2016-08-07-5-ways-teachers-can-encourage-deeper-learning-with-personal-devices


Huiswerk alleen als het zinvol is

augustus 11, 2016

een-goede-leraar is het halve huiswerk

Op twitter kwam een aantal dagen geleden de vraag langs of er in Nederland VO scholen zijn die geen huiswerk geven. Er kwamen een aantal reacties, soms vergezeld van opmerkingen over wat nu precies huiswerk is. Het zette mij, opnieuw, aan het denken over nut en noodzaak van huiswerk.

Huiswerk geldt denk ik voor de meeste scholen, docenten en leerlingen tot een van die dingen die onlosmakelijk bij onderwijs en leren horen. Huiswerk is een van die dingen waar niet al teveel over wordt nagedacht. In het algemene beleven vinden leerlingen dat er te veel huiswerk wordt opgegeven en docenten dat er te weinig wordt gemaakt.

Hoe kijken leerlingen naar huiswerk?

De Vlaamse Scholieren Koepel heeft onderzoek gedaan naar hoe leerlingen tegen huiswerk aankijken, waarbij huiswerk alles is wat thuis gedaan moet worden voor school, en hier kwam onder andere het volgende uit:

  • De huistaken en lessen zijn vaak onevenwichtig gespreid, er is sprake van piekbelastingen.
  • Aan leren plannen en leren leren wordt weinig aandacht besteedt.
  • De invulling van huiswerk blijft ‘klassiek’.
  • De verwachtingen van leraren liggen onrealistisch hoog.
  • Er is behoefte aan gedeelde afspraken en een gedeelde visie.
  • Goede wil en de durf om bij te sturen worden zeer gewaardeerd.

Uit het onderzoek blijkt dat leerlingen niet tegen huiswerk zijn, maar dat het voor hen belangrijk is dat het ook als zinvol wordt ervaren. Ik heb geen vergelijkbaar onderzoek uit Nederland kunnen vinden maar ga er van uit dat de uitkomsten niet essentieel anders zullen zijn. Opvallende zaken die

Tips voor docenten

Het onderzoek is kort samengevat in de volgende vijf tips voor docenten. Ik heb er zelf een zesde aan toegevoegd, die ook volgt uit het volledige onderzoek.

1. Zorg voor een goede planning
Geef leerlingen inspraak in de timing van je deadline. Bekijk samen met hen of je huiswerk combineerbaar is met andere taken die ze hebben. Help hen ook bij het plannen en organiseren.

2. Geef nuttige en afwisselende taken
Huiswerk is geen bezigheidstherapie. Geef een taak die nuttig is. Een aanvulling op wat in je les aan bod kwam als extra oefening, bijvoorbeeld. Ga regelmatig op zoek naar uitdagende en originele opdrachten.

3. Wees duidelijk
Maak je leerlingen duidelijk hoe ze jouw taak moeten maken. Maar vertel ook waarom je voor die taak kiest. Zorg er voor dat leerlingen vragen kunnen stellen en feedback kunnen geven.

4. Differentieer je huiswerk
Niet elk kind kan evenveel aan. Zinvol huiswerk houdt rekening met de verschillen tussen leerlingen.

5. Respecteer het huiswerkbeleid
Maak samen met leerlingen afspraken over huiswerk. Pas je taken in binnen het beleid van de school. Maar vraag ook feedback aan je leerlingen over je aanpak.

6. Beloon inspanningen
Maak leerlingen duidelijk, in woord en beoordeling, dat jij je bewust van het verschil tussen het leren van een aantal woordjes en een groepsopdracht waarvoor zij regelmatig bijeen zijn moeten komen.

De zes tips lijken zeer voor de hand liggend. Toch denk ik dat het nuttig is ze te delen, zeker om aan het begin van het jaar eens kritisch te kijken naar onze omgang met huiswerk.

Bronnen:
Hoe maak je huiswerk zinvol in vijf stappen?
Het volledig onderzoek van de VSK is hier terug te vinden.

huiswerk en olympische spelen amsterdam-1003_2


%d bloggers liken dit: