Pio, een mooie opname tool voor interviews

juli 28, 2015

Pio-Smart-recorder-iconMet een smartphone kun je heel gemakkelijk geluidsopnames maken van interviews of lezingen. Ik doe dat regelmatig maar loop dan tegen het probleem aan dat het omzetten van zo’n lange opname naar bruikbare, verwerkbare informatie best lastig en tijdrovend is.

Pio Smart Recorder app is een app voor iOS die dit een stuk gemakkelijker maakt. Je kunt hiermee namelijk tijdens de opname belangrijke momenten ‘taggen’, zodat je ze later makkelijk kunt terugvinden. Het werkt heel eenvoudig, tap om de start van een belangrijk moment te markeren en tap nog een keer om te eindigen. Na afloop kunnen de gemarkeerde segmenten worden beluisterd en voorzien worden van een naam en notities. Een dubbel tap zorgt ervoor dat er vijf seconden worden gemarkeerd. Ook na afloop van een opname kunnen achteraf nog segmenten gemarkeerd worden of bestaande markeringen worden aangepast.

Pio Smart Recorded schermafbeeldingen 2015-07-28_1122

Pio is ontwikkeld voor journalisten, zo kun je aan het begin onderwerp en info aangeven maar dit kun je ook gewoon overslaan, maar is zeker zo bruikbaar voor opnames van lezingen of eigen gedachten tijdens bijvoorbeeld een wandeling, het lezen van een boek of het kijken naar een film of documentaire.

In het onderwijs is Pio natuurlijk voor leerlingen een hele mooie tool als zij lessen opnemen of  bijvoorbeeld interviews afnemen voor een praktische opdracht.

Pio is gratis. Voor het versturen van opnames, of de gemarkeerde segmenten inclusief notities, naar een cloud opslag als Google Drive of Dropbox is een in-app aankoop van €0,99 nodig.

Bron: The Next Web

 


Een chatroom die verdwijnt als je klaar bent

juli 11, 2015

Er bestaan al heel wat verschillende manieren om online te chatten, al of niet anoniem, indien gewenst. Maar er was er nog geen waar de inhoud van de chatroom verdwijnt zodra je er klaar mee bent. Nu dus wel.

Bij hack.chat kun je zelf een eigen wegwerp chatroom aanmaken door heel eenvoudig gewoon ? en de naam van je chatroom aan de URL toe te voegen. Bijvoorbeeld hack.chat/?lerendelen

De chat ziet er zeer direct en zonder opsmuk uit en lijkt uitermate geschikt voor snel en informeel overleg of als backchannel bij een bijeenkomst waar input van de deelnemers gewenst is.

Ik heb het even snel uitgeprobeerd, met hulp van een paar van mijn vrienden:

hack chat lerendelen 2015-07-11_1525

Is hack.chat iets voor in het onderwijs? Ik denk het wel.

Bron: TNW


6 mythes over Flipping the Classroom

juli 9, 2015

Wat is Flipping the Classroom? Of zo je wilt: wat is Flip de Klas?

Regelmatig geef ik workshops over Flipping the Classroom en nog veel regelmatiger spreek ik erover met allerlei collega’s. De hype die het misschien leek te zijn is mogelijk voorbij, maar tegelijkertijd wordt het steeds meer geassimileerd en opgenomen als onderdeel van het onderwijs zoals veel docenten dat geven. De aandacht is misschien minder, de impact zeker meer.

Het beeld dat bij velen nog bestaat is de Flipping the Classroom gaat over video’s om lessen aan leerlingen aan te bieden. Een technologische visie. Het gaat echter om het actief leren in de klas te vergroten, om zo inzicht en kritisch denken te vergroten. Het is een pedagogisch instrument.

Om dit beeld te verduidelijken hieronder een zestal mythes over Flipping the Classroom. Met een aantal toelichtingen en tips gebaseerd op tot dusver gedaan onderzoek, gesprekken met ‘flippers’ en eigen ervaringen.

Mythe 1: Flipping the Classroom betekent video’s.
Een van de meest gebruikte manieren van het toepassen van  Flipping the Classroom bestaat uit het aanbieden van video’s die leerlingen thuis kunnen (moeten?) bekijken zodat de tijd in de klas effectiever gebruikt kan worden voor actief leren. Met dit basis model is niets mis en het is zeker het model dat omarmd wordt door de mensen die hun brood verdienen met onderwijs technologie.

De reden om Flipping the Classroom toe te passen is niet de technologie die deze verandering van het aanbieden van inhoud mogelijk maakt. De werkelijk onderliggende reden om Flipping the Classroom toe te passen is dat het hiermee mogelijk wordt om aandacht te besteden aan belangrijke elementen van leren in de klas: toepassen, samenwerken, kritisch reflecteren. Video’s die er voor zorgen dat deze tijd in de klas vrijkomt maken dit mogelijk. Maar een goed tekstboek met goede instructies van een goede docent doet dit ook.

Mythe 2: Flipping the Classroom gaat over gepersonaliseerd leren.
Regelmatig wordt de mogelijkheid tot gepersonaliseerd leren genoemd als doel van Flipping the Classroom. En het is zeker mogelijk wanneer informatie op video wordt aangeboden dat leerlingen deze op hun eigen snelheid bekijken, herhalen waar nodig, of overslaan waar niet nodig. Kom daar maar eens om bij een docent die directe instructie geeft in de klas. “Kunt U dit nog een keer herhalen?” “Kunt U wat langzamer praten?” “Wilt U even stoppen, ik moet naar de WC?”
Wanneer leerlingen naar de klas komen kunnen zij hun ‘traditionele’ huiswerk maken, terwijl de docent aanwezig is en rondloopt. Elke leerling kan op elke moment aan iets anders werken en elke leerling kan verschillende soorten feedback krijgen van de docent. Dit op zichzelf is al een groot voordeel voor veel klassen en veel leerlingen.

Veel docenten die deze eenvoudige manier van Flipping the Classroom, ook wel Flip 1.0 genoemd, gebruiken ontdekken dat zij nog veel meer met de vrijgekomen tijd in de klas kunnen doen. Zij zien de deur die geopend is naar andere pedagogische strategieën, dit kunnen bijvoorbeeld zijn peer-instructie, probleem-gestuurd leren constructivistisch leren,  activiteiten gericht op samenwerken, die allen gericht zijn en behulpzaam zijn bij het ontwikkelen van hoger-niveau denken en redeneren en hiermee voedingsbodem voor dieper en meer beklijvend leren.  De technologie wordt van doel hulpmiddel. Pedagogiek wordt de bestuurder, technologie de versneller.

Mythe 3: Flipping the Classroom maakt leren efficiënter.
Gepersonaliseerd en adaptief leren klinken alsof zij leren efficiënter maken. Elke leerling kan op eigen tempo verder als hij een concept begrijpt. Alsof een machine wordt geprogrammeerd om steeds meer te kunnen.

Maar echt leren, ‘diep’ leren, is zelden zo rechtlijnig en evident. De echte wereld is dat eveneens zelden of nooit.

Onderwijs zou er niet alleen op gericht moeten zijn het onbekende bekend te maken, het zou er ook gericht op moeten zijn onbekendheid een gewoonte te laten worden. Onderwijs zou leerlingen er ook op moeten voorbereiden vragen te beantwoorden die niet eerder gesteld zijn. Op school dienen leerlingen hiervoor dus al blootgesteld te worden aan onduidelijkheden en geholpen te worden zich hier doorheen te werken.

De tijd in de klas die door Flipping the Classroom wordt vrijgemaakt kan gebruikt worden om te leren omgaan met de ruis in de wereld. Goed uitgevoerd kan Flipping the Classroom bijdragen aan het nadenken over en beantwoorden van vragen die niet in het curriculum staan, door aan de slag te gaan met de methode die hiervoor nodig zijn. Kan de wetenschap iets zeggen over de crisis in Griekenland? Wat is de werkelijke waarde van geld? Waarom is muziek wel zo gemakkelijk te onthouden?

Mythe 4: Flipping the Classroom is een verandering van technologie, niet van pedagogie.
Flipping the Classroom kan in zijn eenvoudigste vorm een simpele verandering in technologie zijn. Een verandering in de manier waarop de leerling informatie wordt aangeboden. Maar dat zou alleen het begin moeten zijn. Het gaat niet om de techniek en techniek zou het implementeren ook nooit mogen belemmeren. Het gaat om de pedagogiek. Inhoud en de manier waarop deze inhoud wordt aangeboden zijn niet langer centraal in de klas. Leerlingen en hoe zij werken komen centraal te staan. Dat is waar de werkelijke Flip plaatsvindt. Dit kan zonder enige vorm van technologie. Technologie maakt het slechts mogelijk makkelijker tijd vrij te maken in de klas om deze verandering daadwerkelijk vorm te geven.

Mythe 5: Flipping the Classroom vereist internet verbinding thuis.
Vaak kan worden volstaan met een boek of een zelfgeschreven hand-out om de benodigde informatie aan leerlingen aan te bieden, zoals bij mythe 1 al aangeduid. Maar zelfs wanneer een video voordelen heeft, zoals bij bewegende beelden, animaties, commentaar stem, zijn er andere mogelijkheden dan internet. De informatie kan ook op DVD of een USB-stick  worden gezet. Hiernaast kunnen scholen er voor zorgen dat er voldoende toegang is tot computers op school, tijdens of na de reguliere schooltijden.

Mythe 6: Flipping the Classroom kent één vorm.
Er zijn vele manieren om Flipping the Classroom toe te passen. Een centraal aspect is om zowel leerlingen als docenten meer vrijheid te geven. Laat je als docent daarom niet weerhouden door de techniek en hou het doel dat je hebt voor je leerlingen, en de doelen die zij zelf hebben, voor ogen. Gebruik de tijd in de klas om leerlingen te helpen jouw en hun doelen te bereiken op een manier die bij jullie past. Laat het boek zijn werk doen, of maak toch een video of gebruik er een die beschikbaar is op het internet.

Bron: 6 Myths About Flipping the Classroom, Kriss Schaffer, Edutopia 


Leerlingen zelf een elektronisch portfolio laten maken met Seesaw

juli 7, 2015

seesaw

Leerlingen maken heel wat producten gedurende een jaar; tekeningen, verslagen, presentaties, werkstukken. Vaak is het enige wat hiervan uiteindelijk zichtbaar blijft het verkregen cijfer. Via een elektronisch portfolio zouden de producten en vorderingen van leerlingen veel beter zichtbaar gemaakt kunnen worden. Het kan voor leerlingen ook een stimulans zijn om via het zelf aanleggen van hun eigen portfolio de eigen ontwikkelingen te kunnen terugzien en delen met docenten en ouders.

Misschien is dit een van de veranderingen om komend schooljaar te gaan doorvoeren?

Een van de tools die gebruikt kan worden om dit gratis online te doen is SeeSaw.

SeeSaw is beschikbaar als app voor de iPad, als Android app, en als Chrome web app. Leerlingen kunnen via deze apps zelf materiaal in hun portfolio plaatsen. Dit kan door het te schrijven, door foto’s te maken van schriftelijk of ander materiaal dat ze gemaakt hebben of door video’s te plaatsen. Leerlingen kunnen ook hun stem opnemen om de toegevoegde materialen van commentaar te voorzien. Het materiaal kan geordend worden middels het aanmaken van verschillende mappen voor bijvoorbeeld verschillende vakken of verschillende termijnen. Naast de leerling zelf kan de docent desgewenst ook materialen plaatsen.

De docent maakt een gratis account voor een klas en leerlingen melden zich hier bij aan via een code of door het scannen van een QR-code. Als docent is op deze manier al het werk van de leerlingen te zien. Het is ook mogelijk om accounts voor ouders te maken, zodat ook zij het werk van hun kinderen kunnen volgen. Desgewenst kan de docent ouders een bericht sturen wanneer er nieuw materiaal geplaatst is. Voor het ouderaccount geldt helaas wel dat alleen de laatste 30 dagen kunnen worden ingezien, voor een heel jaar dienen ouders een parentsplus account van $9,99 aan te schaffen.

Het leren omgaan met SeeSaw is erg eenvoudig en wijst zichzelf. Kinderen vanaf 5 jaar kunnen er vrijwel direct zelfstandig mee aan de slag. Op de site van SeeSaw staan bovendien een aantal handige tips en materialen om er mee te leren werken en het bij leerlingen en ouders te introduceren.


Even feedback vragen

mei 30, 2015

Blogpost Even tijd voor feedback employee-feedback

Al jaren beoordelen leerlingen bij mij leerlingen. Bijvoorbeeld bij presentaties die zij geven. Hierbij bevat de opdracht altijd de onderdelen:
– laat zien wat je hebt gedaan en wat je hebt geleerd
– doe dit op een manier waarbij het publiek ook iets leert

Via een tip van mijn neefje, die toen nog op de basisschool zat, gaat de beoordeling onder andere via twee schijnbaar simpele vragen.
1. Wat was er goed?
2. Wat kan er beter?

Je kunt dit ook TOP en TIP noemen.

In de uitvoering zijn er mijn ogen twee zaken van wezenlijk belang om deze ogenschijnlijk voor de hand liggende en veel gebruikte techniek pedagogisch en didactisch verantwoord en effectief in te zetten. Een toelichting bij het gebruik is daarmee een van de sleutels tot zijn succesvol gebruik.
1. De antwoorden op de vragen zijn altijd positief geformuleerd.
2. Er wordt niet aangegeven HOE het anders zou kunnen, alleen WAT er anders zou kunnen.

Gisteren kwam ik een tool tegen die dit onderdeel van mijn lesgeven voor mij en mijn leerlingen minder tijdrovend en daarmee nog effectiever maakt.

Het heet poli.sh en werkt als volgt:
– Je maakt een event aan. Als voorbeeld heb ik dat gedaan.
– Je vertelt de leerlingen naar welke site zij moeten gaan: http://poli.sh/fransdroog/.
– Er worden twee vragen gesteld aan de leerlingen. Invullen wordt zeer gewaardeerd!

Blogpost even feedback vragen 2015-05-30_0917

De opzet van poli.sh is in al zijn eenvoud natuurlijk breder inzetbaar dan alleen voor het vragen van feedback aan leerlingen voor leerlingen. Denk aan het vragen van feedback aan jouw leerlingen over jouw les. Denk aan het vragen van feedback aan deelnemers aan een workshop die jij hebt verzorgd. Denk aan vragen van feedback aan de deelnemers van een vergadering die jij hebt geleidt. Denk aan iets wat jij hebt gedaan en waarvan je wilt leren. Denk aan. Denk.

Misschien heb jij er iets aan. Ik ga het zeker gebruiken. Alleen al omdat het mij veel tijd gaat schelen. De antwoorden ga ik natuurlijk delen met de leerlingen.

PS: Er zijn natuurlijk ook andere tools waarmee om feedback gevraagd kan worden. Naar aanleiding van deze post en een aantal reacties er op heeft Wilfred Rubens op zijn blog een post geschreven met een vergelijking tussen een aantal van deze tools, te weten poli.sh, mentimeter en Google Forms. De voordelen van poli.sh zijn ook volgens Wilfred de grote gebruikersvriendelijkheid en de zeer sterke relatie tussen middel en doel.

 


Google Collecties

mei 5, 2015

Blogpost Google Collections CollectionsGoogle

Google+ is vandaag gestart met een nieuw onderdeel: Google+ Collecties. Google beschrijft het zelf als een nieuwe manier om posts te organiseren. Met Collecties kunnen borden worden gemaakt waarop afbeeldingen, video’s and andere content rondom een bepaald thema kunnen worden verzameld. Het lijkt erg op het inmiddels zeer populaire Pinterest. Gebruikers kunnen meerdere collecties aanmaken en openbare collecties volgen waarin zij geïnteresseerd zijn. Collecties zijn nu te gebruiken op het web en op Android en binnenkort zullen iOS versies volgen.

Een kort overzicht van de eigenschappen van  Collecties.
– Collecties zijn gelinkt aan het account van de maker. Ze zijn zichtbaar via een tab op je profiel.
– Mensen die jou volgen, volgen automatisch al jouw Collecties.
– Het is mogelijk individuele Collecties te volgen. Nieuwe bijdragen op Collecties die je volgt verschijnen in je eigen tijdlijn.
– Er is een (vooralsnog onbekende) limiet aan het aantal Collecties dat je kunt maken.
– De eigenaar van een Collectie kan zien wie deze Collecties volgt.
– Je kunt op je Google+ profiel aangeven of zichtbaar is welke Collecties jij volgt.
– Je kunt beperken wie jouw Collectie kan zien. Dit kan handig zijn als je iets alleen met familie of vrienden wil delen.

Voorbeelden en inspiratie zijn te vinden op de Featured Collections page.

Ik heb het even uitgeprobeerd en het is erg overzichtelijk en eenvoudig hoe items aan een Collectie kunnen worden toegevoegd.

Blogpost Google Collections 2015-05-05_1037

Mijn eigen eerste voorbeeld is hier te vinden.

Google+ blijft een van de sociale media die ik zelf het minst gebruik en ik betwijfel of mijn gebruik door Collecties zal gaan toenemen. Maar het zou zomaar kunnen. Voor mensen die Google+ wel veel gebruiken is het een welkome aanvulling, organisatie op interesse is altijd handig. Voor het onderwijs blijft de leeftijdslimiet die Google+ hanteert, 13+, mogelijk een horde.


Het gaat niet om ICT, het gaat om D

april 29, 2015

Keep calm and flip your class

Alweer een aantal jaar maak ik bij mijn lesgeven gebruikt van Flipping the Classroom, ofwel Flip de Klas. Leerlingen krijgen de informatie voorafgaand aan de les aangeboden via een video of een animatie of een te bestuderen bron. Vervolgens hebben we in de les meer tijd voor vragen, verdieping, interacties.

Regelmatig geef ik workshops over hoe dit voor mij in de praktijk werkt.

Regelmatig krijg ik tijdens deze workshops vragen. En sommige vragen komen regelmatig terug.

Lang daarvoor al maakte ik en nog steeds maak ik bij mijn lesgeven gebruik van de T die hoort achter IC. De vorm van die T is in die tijd veranderd. Van rekenmachine naar PC, van ‘op de computer’ naar online, van vast naar mobiel. Van krijtbord naar overheadprojector naar whitebord naar digibord.

Regelmatig geef ik workshops over hoe dit voor mij in de praktijk werkt.

Regelmatig krijg ik tijdens deze workshops vragen. En sommige vragen komen regelmatig terug.

De I is in die tijd langzaam veranderd voor mijn vak. En daar wil ik op kunnen inspelen. De C is ook veranderd, door die veranderde T heb ik meer mogelijkheden tot C. En hebben dus ook mijn leerlingen meer mogelijkheden. En dus gebruik ik de T, voor betere C, met als doel diepere en meer beklijvende I bij mijn leerlingen. En als doel mijn leerlingen de vaardigheid bij te brengen zelf T en C meer en meer te kunnen gaan gebruiken voor hun I. Op  de school waar ze nu zitten, op de school waar ze hierna naar toe gaan, maar vooral op de plaatsen waar ze vervolgens naar toe gaan.

Eén van de vragen die ik regelmatig krijg is:

hoe weet je dat leerlingen die video’s wel kijken?

En de oplossing hiervoor heeft niets met T te maken, maar is wel met T op te lossen.

De vraag zou in het pre-T tijdperk als volgt geformuleerd zijn: hoe weet je dat leerlingen opletten?

En de oplossing hiervoor heeft niets met pre-T te maken, maar is wel met pre-T op te lossen.

Het antwoord is gebruik maken van D.

Het antwoord is in beide gevallen hetzelfde:

door vragen te stellen!

Tegenwoordig kun je die vragen stellen met behulp van T. Zodat je de antwoorden zelf ook hebt vóór de les.

Dit kan bijvoorbeeld in onderstaande vorm, die een van mijn standaarden is, maar die natuurlijk vele varianten kent.

Lever op de dag vóór de les digitaal het antwoord in op de volgende vragen:

– Noem drie begrippen uit de video die je al kende, en geef de betekenis van deze begrippen

– Noem drie begrippen uit de video die je nieuw geleerd hebt, en geeft de betekenis van deze begrippen

– Noem drie begrippen uit de video waar je meer over zou willen leren

Een andere vorm die ik standaard gebruik bij het inleveren van digitale opdrachten is de volgende:

Geef bij het inleveren van deze opdracht aan of je:

A. Alles begrepen hebt

B. Nog vragen hebt. Zo ja, voeg deze toe.

En de antwoorden op deze vragen kan ik als docent gebruiken om de inhoud van mijn les (mede) te bepalen. En als ik wil kan ik zien wie wel en niet naar de video of animatie of bron gekeken heeft. Maar na een tijdje blijkt dit niet meer nodig.

Het gaat niet om de ICT. Het gaat niet om de T.

Het gaat om de D.

Het gaat niet om de video.

Het gaat om de didactiek.


Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 4.280 andere volgers

%d bloggers op de volgende wijze: