Meer leren MET mobieltjes

oktober 30, 2016

meer-leren-met-mobieltjes-unknown

Leerlingen nemen vrijwillig iets mee naar de klas, iets waarmee ze kunnen leren. Het staat niet op de boekenlijst of op de lijst van ‘verplicht-elke-dag-bij-je-te-hebben’ items, zoals een geodriehoek, een HB potlood, een rekenmachine. En toch, ze vergeten het bijna nooit! Hun ‘mobieltje’. Hun manier om te communiceren.

Prachtig toch!

Technologie in het onderwijs is onontkoombaar. Het is  de taak van de docent zich te bekwamen in het gebruiken van technologie, niet óm de technologie, maar om het te kunnen inzetten om te communiceren en informeren. Het is de taak van scholen om hiervoor tijd en ruimte beschikbaar te stellen, als een investering, niet als iets ‘ten koste van’.

Wat is er aan de kant van de docent voor technologische kennis nodig om het gebruik van mobieltjes in zijn klas toe te staan? NIETS!

Toestaan van mobieltjes is dus een prima start voor het gebruiken van technologie in de klas. Wanneer mobieltjes bewust worden ingezet kunnen leerlingen leren buiten de muren van de school. Het leren kan daarmee ook dieper worden, verder gaan dan feiten en het boek.

1. Accepteer en activeer direct onderzoek

Het creëren van een omgeving waarin vragen stellen en antwoorden zoeken de sleutels zijn tot leren vereist durf en vertrouwen en kost tijd. Aan de andere kant brengt het aanbieden van alle vragen en alle antwoorden via een methode het risico met zich mee dat de natuurlijke nieuwsgierigheid die leerlingen bezitten wordt verbannen tot een niet-schoolse activiteit. Wanneer een leerling in het bezit is van een apparaat dat hem in staat stelt het antwoord te vinden op een vraag die hem op dat moment te binnen schiet, waarom hem dit antwoord niet laten zoeken en vinden? Zeker als dit kan leiden tot meer en andere en betere vragen, ofwel dieper leren? Waarom dit proces niet versterken door geen antwoord te geven op vragen maar wel te sturen op het zoeken?

2. Help organiseren en samenwerken

Als leraren gebruiken wij, als volwassenen, mobieltjes om ons te verbinden met onze collega’s, binnen de school of daarbuiten, via mail, whatsapp (ik zit zelf in negen WhatsApp groepen over onderwijs) of anders. Deze vorm van samenwerken werkt en er is geen reden om dit onze leerlingen te onthouden. Sterker nog, WhatsApp groepen met leerlingen kunnen leren versterken, met name door de snelheid waarmee informatie kan worden gedeeld.

3. Laat directe feedback zorgen voor betrokkenheid

Kijk eens terug naar de laatste onderwijs conferentie waar je bent geweest, of de laatste studiemiddag op jouw school. Is het je opgevallen dat veel van de aanwezigen naar hun mobieltje kijken en niet naar de man of vrouw vooraan in de zaal of het lokaal? Doe je dit zelf ook? Wat zou er gebeuren wanneer je, als je aan de voorkant staat van die zaal of dat lokaal, vragen zou gaan stellen die via die mobieltjes te beantwoorden zijn? Zouden ogen gericht op mobieltjes, of verplicht starend in de ruimte, ogen kunnen worden die leren laten zien?

4. Documenteer leren en denken op het moment dat het gebeurt.

Het gebeurt mij vaak dat mijn beste, mooiste, waardevolste gedachten in mij opkomen terwijl ik bij de bakker mijn brood bestel, bij de groenteboer mijn groenten of op de weg daar naartoe of ervan terug. Of vaker nog, tijdens mijn wandelingen, met of zonder mijn viervoeters. Ik ben dan blij met mijn mobiel en typ of spreek daarin wat er op dat moment in mijn hoofd zit. Gedachten laten zich niet dwingen door vakken, uren, lokalen. Mobieltjes maken het mogelijk gedachten te vangen die niet direct op de plaats waar zij ontstaan hun vruchten gaan afwerpen. Foto’s kun je maken waar je bent, wanneer je daar bent. Zijn leerlingen op een excursie? Laat ze actief en bewust hun mobiel gebruiken. Laat ze hun data delen als bron voor discussie, digitaal of in het lokaal.

5. Samengevat.

Het is totaal onbekend wat de technologie gaat zijn die onze leerlingen in de toekomst gaan gebruiken. Het is onze verantwoording om hen te leren omgaan met wat nu beschikbaar is, als bouwblokken voor de uitdagingen die hen en ons te wachten staan.

Bron:

https://www.edsurge.com/news/2016-08-07-5-ways-teachers-can-encourage-deeper-learning-with-personal-devices


ICT wat moet je er mee? Stoomcursus

april 9, 2016

De examens komen er aan.

De leerlingen willen slagen.

De school wil dat de leerlingen slagen / een hoog slagingspercentage.

De stoomcursussen komen er aan.

Twee weken lang een dag lang aan één vak werken. (Zouden we misschien vaker moeten doen?)

Ik vraag me af wat er na 5 jaar / 6 jaar lessen in één dag nog toe te voegen valt. En de vraag stellen is de vraag stellen.

Ik vraag het dus mijn leerlingen. Via een digitaal prikbord, linoit en realtimeboard in dit geval.

Blogpost stoomcursus linoit 2016-04-09_0324

Blogpost stoomcursus realtimeboard 2016-04-09_0326

Ik heb een begin en ben begonnen. Ik wacht verdere reacties af en pas aan.

Ik stuur de leerling en de leerling stuurt mij.

Wij gaan de goede kant op.

Wij gaan slagen.

 

 


Flip de leerling

maart 28, 2016

DSC01238

Het is momenteel toetsweek op mijn school. En dat zal op meerder scholen zo zijn.

Vanmorgen schreef ik de post 5 manieren om de leraar te flippen op dit blog. Hierin schreef ik onder andere het volgende:

Flipping the classroom is een techniek die langzamerhand zijn weg aan het vinden is in het onderwijs. Leraren maken steeds vaker gebruik van de technologische mogelijkheden die er zijn om het uitleg en instructie buiten het klaslokaal te laten plaatsvinden om zo de kostbare tijd in de klas effectiever te kunnen besteden. Er ontstaan steeds meer vormen van ‘flippen’ en de tijd om ook de leraar te gaan flippen lijkt aan te breken.

In het meeste onderwijs staat de leraar letterlijk centraal. De leraar staat vooraan in de klas en alle leerlingen kijken naar hem of haar. Daar is op momenten niets mis mee, als standaard misschien wel.

‘De leerling centraal’ is een uitdrukking die door menige school wordt gebruikt. Soms terecht, vaker niet in de beleving van die leerling.

Het gaat in het onderwijs niet zozeer om de kretologie, veel meer om de bijbehorende acties. Het gaat niet om de leraar of de leerling, het gaat om leren.

Vervolgens las ik een email die naadloos aansluit op deze post en die ik daarom graag direct even deel, met een korte toelichting.

Flip de leerling!

Veel leerlingen op mijn school vinden scheikunde een lastig vak. Dat zal op vele andere scholen ook zo zijn.

Tijdens mijn lessen, en vooral mijn mentorlessen, probeer ik leerlingen te overtuigen van het nut en verleiden tot het genot van leren van elkaar. Met wisselend succes.

Mijn hart maakte dan ook een sprongetje toen ik de volgende mail las:

“Ik heb een Google Document aangemaakt waarin jullie vragen over de komende scheikunde toets kunnen zetten. Dit kan tot uiterlijk maandag 28 maart om 15:00 uur. Daarna zal ik een video maken met de antwoorden op jullie vragen en deze met jullie delen.”

 

 

 

 


5 manieren om de leraar te flippen

maart 28, 2016

Flip de leraar maxresdefault

Flipping the classroom is een techniek die langzamerhand zijn weg aan het vinden is in het onderwijs. Leraren maken steeds vaker gebruik van de technologische mogelijkheden die er zijn om het uitleg en instructie buiten het klaslokaal te laten plaatsvinden om zo de kostbare tijd in de klas effectiever te kunnen besteden. Er ontstaan steeds meer vormen van ‘flippen’ en de tijd om ook de leraar te gaan flippen lijkt aan te breken.

In het meeste onderwijs staat de leraar letterlijk centraal. De leraar staat vooraan in de klas en alle leerlingen kijken naar hem of haar. Daar is op momenten niets mis mee, als standaard misschien wel.

‘De leerling centraal’ is een uitdrukking die door menige school wordt gebruikt. Soms terecht, vaker niet in de beleving van die leerling.

Het gaat in het onderwijs niet zozeer om de kretologie, veel meer om de bijbehorende acties. Het gaat niet om de leraar of de leerling, het gaat om leren.

Flip de leraar!

‘De leraar als leerling en de leerling als leraar’.

Dit betekent niet dat leraren zichzelf ontslaan van hun verantwoordelijkheden en zichzelf niet langer houden aan hun verplichtingen. Het betekent wel dat leraren aandacht besteden aan en handen en voeten geven aan ‘nieuwe’ vormen van pedagogie. Leren door onderwijzen. Leraren doen dit dagelijks zelf. Wanneer een leraar iets moet uitleggen of presenteren zorgt hij er vooraf voor dat hij snapt wat hij vertelt. Hij neemt zijn ervaringen van uitleg en presentaties met zich mee om het de volgende keer nog beter te doen. De leerling deze kans ook geven is het principe achter flip de leraar!

Vijf manieren om de leraar te flippen

1. Laat leerlingen lesgeven aan hun medeleerlingen. Dit zorgt ervoor dat zij zich vooraf de kennis tot zich dienen te nemen tot een niveau waarop zij het ook kunnen uitleggen en kritische vragen kunnen beantwoorden. Het onderwerp kan standaard lesstof zijn die anders via uitleg van de leraar en opdrachten zou worden verwerkt. Dit hoeft dus geen extra tijd te kosten. Een heel hoofdstuk kan op deze wijze over groepjes leerlingen wordt verdeeld.
2. Geef leerlingen een probleem om op te lossen. Laat ze hun oplossing presenteren aan de klas, met een toelichting waarom hun oplossing juist is. Wanneer verschillende groepjes met verschillende ‘juiste’ oplossingen komen die zij kunnen verdedigen ontstaat extra leren.
3. Laat leerlingen zelf kiezen. Laat hen op een door henzelf gekozen manier een project maken waarbij de principes van een onderwerp dat zij anders volgens de standaar manier zouden leren aan bod komen. De verwerking zou een video kunnen zijn, een presentatie, een voorstelling, een liedje, zo lang zij de verwerking maar delen met hun mede-leerlingen of voor een publiek.
4. Gedraag jezelf als leerling. Stel vragen aan leerlingen over wat zij geleerd hebben. Laat ze uitleggen, neem geen genoegen met gemompel. Dit zet aan tot meer kritisch denken over wat en hoe zij leren en stimuleert reflectie. Het maakt ze verantwoordelijk voor hun keuzes en de noodzaak deze te kunnen toelichten.
5. Organiseer een conferentie. Geef leerlingen voldoende tijd om zich voor te bereiden op een onderwerp, individueel of in groepjes. Laat leerlingen hun kennis presenteren via een poster. Het publiek op de conferentie zijn hun klasgenoten, of als het te organiseren valt ook leerlingen van andere klassen en docenten en ouders. Geef de leerlingen vooraf ook de opdracht zelf kritische vragen over hun eigen poster voor te bereiden.

Bron: http://www.steve-wheeler.co.uk/2014/03/flipping-teacher.html


63 dingen die iedere leerling in de digitale wereld zou moeten kunnen

februari 14, 2016

21st century skills 2016-02-14_1306

Er wordt in het onderwijs veel gesproken over ’21e eeuwse vaardigheden’ of ’21st century skills’. De term is beladen geworden. Het zou het curriculum ingrijpend moeten veranderen. Het zou niets nieuws onder de zon zijn.

Onderstaande is een vrije vertaling van een bijdrage van Terry Heick op TeachTought over wat er, hoe je het dan ook wilt of niet wilt noemen, voor leerlingen op dit moment aan het veranderen is. Een leuke lijst om over na te denken op een regenachtige zondag.

Je kunt beargumenteren (en waarschijnlijk vrij overtuigend) dat de fundamentele kennis en vaardigheden die een leerling dient te bezitten niet zoveel anders is dan wat Tom Sawyer, Jeanne d’Arc of Alexander de Grote dienden te weten en kennen.

Communicatie – Vindingrijkheid – Creativiteit – Volharding

Hoe waar dit is hangt er deels van af hoe gedetailleerd je wilt kijken. Wanneer je de menselijke behoeften wilt beschrijven in grote, algemene termen dan zijn water, voedsel, behuizing, verbinding, veiligheid en een zeker gevoel van eigenwaarde waarschijnlijk voldoende.

Toch veranderen de dingen die een leerling moet weten en kennen in de alsmaar meer verbonden en digitale wereld. Zoals zout ervoor zorgde dat vlees bewaard kon worden, de ontwikkeling van antibiotica ervoor zorgde dat dodelijke ziektes tot vervelende kwaaltjes transformeerden, de toepassing van elektriciteit compleet veranderde waar en wanneer we slapen, zorgt technologie er nu voor dat er een verandering plaatsvind in het “soort dingen” dat een leerling dient te weten en kunnen.

Onderstaande lijst is slechts een begin. De lijst is noch perfect, noch compleet.

De veranderende dingen die leerlingen dienen te weten: 13 categoriën en 63 ideeën 

Informatie bronnen

1. De beste manier om verschillende soorten informatie te vinden

2. Hoe informatie op te slaan zodat het eenvoudig terug gevonden kan worden om opnieuw te gebruiken

3. Onderscheid maken tussen feiten en meningen, en het belang van beide

4. Hoe kritisch – en voorzichtig – te denken over informatie

Leerpaden

5. Hoe zelf de richting van het leren te bepalen

6. Hoe leren te activeren

7. Hoe te bepalen wat het waard is om te begrijpen

8. Hoe de relatie te leggen tussen gewoontes en uitvoering

Menselijke ruimtes

9. De relatie tussen fysieke en digitale ruimtes

10. De voor- en nadelen van digitale middelen, de gulden middenweg in hun gebruik

11. De eisen aan mobiele technologie en de mogelijkheden die het biedt

12. De nuances van persoonlijke communicatie (oogcontact, lichaamshouding) en digitale communicatie (introductie, volgen, taalgebruik)

Socialiseren van ideeën 

13. De gevolgen van het delen van een idee

14. Het juiste moment in het creatieve proces om een idee te delen

15. De realisatie dat al het digitale versneld verloopt en hier in de planning rekening mee houden. De acceptatie dat dit in de fysieke wereld niet altijd zo kan.

16. De noodzaak voor ‘digitaal burgerschap’ en de bijbehorende afspraken en regels

Digitale participatie

17. Hoe digitale informatie te mengen, aan te passen, in te voegen, te hervormen op een geloofwaardige, overtuigende en legale manier

18. Hoe te herkennen welke informatie privé is en welke sociaal en hoe hiermee om te gaan

19. Welke expertise leerlingen de digitale wereld kunnen bieden

20. Hoe alleen tot je te nemen wat je nodig hebt, in de soms schijnbaar oneindige hoeveelheid van digitale bronnen

Publicatie nuances

21. Hoe gecombineerd zowel fysieke als digitale media te gebruiken voor authentieke doeleinden

22. Het soort informatie dat mensen zoeken op het internet

23. Wat te delen met één persoon, een groep, de wereld. Het verschil in permanentie en schaal tussen een email, een serie berichten, een mededeling op sociale media.

24. Hoe het voordeel te gebruiken dat geboden wordt doordat digitale text continu kan worden aangepast

Technologie toepassen 

25. Wat de relatie is tussen een smartphone, een tablet, een laptop, desktop, draagbare technologie

26. Hoe de cloud positief gebruiken, hoe bandbreedte te beperken wanneer dit nodig is

27. Hoe technologie effectief in te zetten op manieren die origineel niet in het ontwerp waren voorzien

28. Hoe technologie te gebruiken voor taken die traditioneel niet gezien worden als gebaseerd op technologie, bv woordenschat vergroten, een taal leren, gezonder eten, financiën plannen

Het altijd-aan publiek

29. Hoe de woorden, structuur, toon te kiezen gebaseerd op een specifiek doel of een specifiek publiek

30. Het verschil kennen tussen mensen die luisteren, reageren, lurken, interesse hebben, en zij die dit niet doen

31. Hoe met nieuwsgierigheid te luisteren wanneer er een miljoen andere dingen te doen zijn

32. Populariteit en kwaliteit vallen vaak niet samen, invloed zit zowel in ontwerp als timing

Sociale regels

33. Wanneer is het sociaal acceptabel om berichten te bekijken, statussen te updaten, resultaten te bekijken. Ook als iedereen aan de tafel het doet wil het nog niet zeggen dat het niet zonder gevolgen is.

34. De tijd voor een reactie verwacht mag worden hangt af van het sociale kanaal

35. Ook in de digitale wereld is geduld van belang

36. Mobiele apparaten zijn persoonlijk, de echte wereld is dat niet

Dictie

37. De toon is bepalend, woordkeuze is belangrijk, zelfs wanneer alle gedachten worden gedeeld

38. Vocabulair en jargon kunnen communicatie bemoeilijken, maar ook specifieker maken, ze zijn niet altijd te vermijden

39. De structuur van teksten hangt af van waar deze worden geopenbaard, op essay niveau, blog post niveau, paragraaf niveau, zinsniveau, woordniveau kunnen verschillen een rol spelen

40. De voordelen van meerdere talen spreken neemt toe, beeldspraak herkennen en juist gebruiken voegt waarde toe

Verbinden met experts

41. Weten wie de experts zijn

42. Hoe en wanneer experts te bereiken

43. Het verschil tussen iemand met kennis, iemand met ervaring en een echte expert

44. Weten wanneer je behoefte hebt aan een groep goede vrienden, een zaal vol mensen met enige kennis, of een professional of academisch expert

Zichzelf

45. Hoe belangrijke aspecten van burgerschap te herkennen en actief aan de gemeenschap deel te nemen

46. Hoe prioriteiten te stellen in situaties waar de mogelijkheden oneindig lijken

47. Hoe de eigen afleiding te herkennen en beperken

48. Hoe de juiste schaal te kiezen voor werk, denken of publiceren

49. Hoe niches en mogelijkheden te herkennen

Een leven rondom software

50. De gevolgen van het gebruik van slechts één operating systeem  (iOS, Android, Windows)

51. De voor- en nadelen van het gebruik van sociale log-ins (Facebook bv) voor apps

52. Hoe een app te evalueren op zijn privacy settings

53. Dat apps er zijn om geld te verdienen en jouw files, informatie en media tot zich nemen

54. Dat niets echt gratis is

Andere internet pro tips voor leerlingen

55. Passief-agressief gedrag, arrogantie, blocken voor effect, negeren, overdrijven en andere digitale gewoontes kunnen overslaan naar de echte wereld

56. Een reacties in 140 tekens is niet volledig in staat de mening van iemand te vangen, wees voorzichtig met aannames

57. Typefouten en grammaticale fouten maken mensen niet dom

58. Populariteit is gevaarlijk

59. Video games kunnen je slimmer maken, dit wil niet zeggen dat ze dit ook doen

60. Mensen veranderen van mening, een bericht uit 2012 is mogelijk voor hen net zo oud als voor jou

61. Als je merkt dat je vaak de tijd dood met spelletje zoals Candy Crush, zou je de keuze’s die je maakt eens kunnen heroverwegen

62. Dat je kunt zingen, hacken, rennen, schilderen, dansen, voorop lopen wil niet zeggen dat je meer waardevol dan een ander mens, wat het aantal volgers ook mag suggereren

63. Log-in informatie, wachtwoorden, oude emailadressen, niet meer gebruikte apps en sociale media zijn vervelend, maak verstandig gebruik van wachtwoord kluisjes

 

Bron: Terry Heick, http://www.teachthought.com/uncategorized/63-things-every-student-should-know-in-a-digital-world/


Twaalf fouten bij het gebruiken van flipping the classroom

februari 9, 2016

Een lijst van twaalf tweets van Jon Bergman, een van de pioniers van flipping the classroom, over waar het fout kan gaan. De lijst is gebaseerd op zijn reizen rond de wereld waarbij hij flipping the classroom onder de aandacht brengt en ervaart waar de succesfactoren en de valkuilen liggen.

Flip-Your-Classroom-Cover-300x463

 

Dit is zijn lijst van twaalf fouten in de uitvoering van het eenvoudige principe: meer effectieve tijd in het klaslokaal.

1. De video’s zijn te lang.

2. Docenten voegen video’s toe aan huiswerk in plaats van deze vervangend te laten zijn.

3. Docenten leggen uit wanneer leerlingen de video’s niet bekijken. Red geen leerlingen die weigeren te kijken.

4. Docenten zijn niet actief in het klaslokaal.

5. De toegang tot de video’s is te gecompliceerd voor de leerlingen.

6. Docenten bereiden zich onvoldoende voor op leerlingen die niet alles begrijpen uit de video’s. Niet alle leerlingen kunnen de informatie uit de video’s volledig tot zich nemen.

7. De video’s zijn niet interactief.

8. Docenten gebruiken de video’s van anderen. Goed lesgeven gaat over relaties. Leerlingen vinden jouw video’s leuker.

9. Docenten leggen niet uit HOE de leerlingen de video’s moeten bekijken of er op reageren.

10. Docenten communiceren te weinig met belangrijke andere partijen: ouders, schoolleiding, leerlingen.

11. Docenten geven te gemakkelijk op.

12. Docenten maken de tijd in het klaslokaal onvoldoende interactief, interessant, betekenisvol.


Dotstorming, online brainstorm en stem tool

oktober 21, 2015

Dotstorming logo 2015-10-21_1058Even getest en nuttig bevonden. Dotstorming, een online tool waarmee live een brainstorm kan worden georganiseerd. Nu zijn er meer tools van dit type, en Dotstorming doet dan ook snel denken aan Linoit of Padlet. Toch is er een duidelijke toegevoegde waarde, ook voor het onderwijs.

Na het aanmaken van een account bij Dotstorming kun je een ‘topic’, ofwel onderwerp aanmaken. Op het bord wat hiermee wordt aangemaakt kunnen post-it’s met tekst of via een afbeelding worden geplaatst. Als maker van dit onderwerp kun je vervolgens mensen uitnodigen om deel te nemen, dit kan via email of via het delen van de url. De deelnemers kunnen suggesties of ideeën toevoegen. Dit is het brainstorm gedeelte van Dotstorming.

De toegevoegde waarde van Dotstorming zit in het feit dat er gestemd kan worden op de aangeleverde suggesties of ideeën. Als maker kun je zelf instellen hoe vaak een deelnemer mag stemmen. De suggesties en ideeën kunnen vervolgens gerangschikt worden op het aantal stemmen dat zij hebben ontvangen. In dit aspect lijkt Dotstorming op Stormboard (voorheen Edistorm), maar heeft als voordeel dat er gestemd kan worden zonder dat er een account hoeft te worden aangemaakt.

Een andere toegevoegde waarde van Dotstorming zit in de mogelijkheid tot een chat tussen de deelnemers. Dit geeft een duidelijke extra interactie laag die het brainstorm en beslissingstraject kan versterken.

Hiernaast is er ook de mogelijkheid om op een suggestie te reageren door hier direct gekoppeld commentaar op te geven.

In het onderwijs zie ik de nodige mogelijkheden om Dotstorming te gebruiken. Met directe collega’s tijdens studiedagen of het delen van best practices. Met leerlingen tijdens een mentorles of door mogelijke antwoorden op complexere vragen te bediscussiëren. Met onderwijsmensen in het land door actuele vragen te stellen en zo een beeld te krijgen van de meningen en de discussie op gang te brengen.

Zoals aangegeven heb ik Dotstorming getest, dit heb ik gedaan door op twitter en Facebook onderwijsmensen in het land de vraag te stellen aan de test mee te doen via het onderwerp ‘Wat doen docenten in de herfstvakantie?’ Als je zelf ook even wil testen of meedoen dan kan dat via deze link.

Hieronder de (voorlopige) resultaten (na 30 minuten), met 12 reacties.

Dotstorming test 2015-10-21_1102

 

En de resultaten een halve dag later, met 40 reacties zien er als volgt uit. Docenten bereiden in hun vakantie dus vooral lessen voor. 😄

Dotstorming test 2 2015-10-21_2139

 

 

 

 


%d bloggers op de volgende wijze: