ICT wat moet je er mee? Stoomcursus

april 9, 2016

De examens komen er aan.

De leerlingen willen slagen.

De school wil dat de leerlingen slagen / een hoog slagingspercentage.

De stoomcursussen komen er aan.

Twee weken lang een dag lang aan één vak werken. (Zouden we misschien vaker moeten doen?)

Ik vraag me af wat er na 5 jaar / 6 jaar lessen in één dag nog toe te voegen valt. En de vraag stellen is de vraag stellen.

Ik vraag het dus mijn leerlingen. Via een digitaal prikbord, linoit en realtimeboard in dit geval.

Blogpost stoomcursus linoit 2016-04-09_0324

Blogpost stoomcursus realtimeboard 2016-04-09_0326

Ik heb een begin en ben begonnen. Ik wacht verdere reacties af en pas aan.

Ik stuur de leerling en de leerling stuurt mij.

Wij gaan de goede kant op.

Wij gaan slagen.

 

 


Flip de leerling

maart 28, 2016

DSC01238

Het is momenteel toetsweek op mijn school. En dat zal op meerder scholen zo zijn.

Vanmorgen schreef ik de post 5 manieren om de leraar te flippen op dit blog. Hierin schreef ik onder andere het volgende:

Flipping the classroom is een techniek die langzamerhand zijn weg aan het vinden is in het onderwijs. Leraren maken steeds vaker gebruik van de technologische mogelijkheden die er zijn om het uitleg en instructie buiten het klaslokaal te laten plaatsvinden om zo de kostbare tijd in de klas effectiever te kunnen besteden. Er ontstaan steeds meer vormen van ‘flippen’ en de tijd om ook de leraar te gaan flippen lijkt aan te breken.

In het meeste onderwijs staat de leraar letterlijk centraal. De leraar staat vooraan in de klas en alle leerlingen kijken naar hem of haar. Daar is op momenten niets mis mee, als standaard misschien wel.

‘De leerling centraal’ is een uitdrukking die door menige school wordt gebruikt. Soms terecht, vaker niet in de beleving van die leerling.

Het gaat in het onderwijs niet zozeer om de kretologie, veel meer om de bijbehorende acties. Het gaat niet om de leraar of de leerling, het gaat om leren.

Vervolgens las ik een email die naadloos aansluit op deze post en die ik daarom graag direct even deel, met een korte toelichting.

Flip de leerling!

Veel leerlingen op mijn school vinden scheikunde een lastig vak. Dat zal op vele andere scholen ook zo zijn.

Tijdens mijn lessen, en vooral mijn mentorlessen, probeer ik leerlingen te overtuigen van het nut en verleiden tot het genot van leren van elkaar. Met wisselend succes.

Mijn hart maakte dan ook een sprongetje toen ik de volgende mail las:

“Ik heb een Google Document aangemaakt waarin jullie vragen over de komende scheikunde toets kunnen zetten. Dit kan tot uiterlijk maandag 28 maart om 15:00 uur. Daarna zal ik een video maken met de antwoorden op jullie vragen en deze met jullie delen.”

 

 

 

 


5 manieren om de leraar te flippen

maart 28, 2016

Flip de leraar maxresdefault

Flipping the classroom is een techniek die langzamerhand zijn weg aan het vinden is in het onderwijs. Leraren maken steeds vaker gebruik van de technologische mogelijkheden die er zijn om het uitleg en instructie buiten het klaslokaal te laten plaatsvinden om zo de kostbare tijd in de klas effectiever te kunnen besteden. Er ontstaan steeds meer vormen van ‘flippen’ en de tijd om ook de leraar te gaan flippen lijkt aan te breken.

In het meeste onderwijs staat de leraar letterlijk centraal. De leraar staat vooraan in de klas en alle leerlingen kijken naar hem of haar. Daar is op momenten niets mis mee, als standaard misschien wel.

‘De leerling centraal’ is een uitdrukking die door menige school wordt gebruikt. Soms terecht, vaker niet in de beleving van die leerling.

Het gaat in het onderwijs niet zozeer om de kretologie, veel meer om de bijbehorende acties. Het gaat niet om de leraar of de leerling, het gaat om leren.

Flip de leraar!

‘De leraar als leerling en de leerling als leraar’.

Dit betekent niet dat leraren zichzelf ontslaan van hun verantwoordelijkheden en zichzelf niet langer houden aan hun verplichtingen. Het betekent wel dat leraren aandacht besteden aan en handen en voeten geven aan ‘nieuwe’ vormen van pedagogie. Leren door onderwijzen. Leraren doen dit dagelijks zelf. Wanneer een leraar iets moet uitleggen of presenteren zorgt hij er vooraf voor dat hij snapt wat hij vertelt. Hij neemt zijn ervaringen van uitleg en presentaties met zich mee om het de volgende keer nog beter te doen. De leerling deze kans ook geven is het principe achter flip de leraar!

Vijf manieren om de leraar te flippen

1. Laat leerlingen lesgeven aan hun medeleerlingen. Dit zorgt ervoor dat zij zich vooraf de kennis tot zich dienen te nemen tot een niveau waarop zij het ook kunnen uitleggen en kritische vragen kunnen beantwoorden. Het onderwerp kan standaard lesstof zijn die anders via uitleg van de leraar en opdrachten zou worden verwerkt. Dit hoeft dus geen extra tijd te kosten. Een heel hoofdstuk kan op deze wijze over groepjes leerlingen wordt verdeeld.
2. Geef leerlingen een probleem om op te lossen. Laat ze hun oplossing presenteren aan de klas, met een toelichting waarom hun oplossing juist is. Wanneer verschillende groepjes met verschillende ‘juiste’ oplossingen komen die zij kunnen verdedigen ontstaat extra leren.
3. Laat leerlingen zelf kiezen. Laat hen op een door henzelf gekozen manier een project maken waarbij de principes van een onderwerp dat zij anders volgens de standaar manier zouden leren aan bod komen. De verwerking zou een video kunnen zijn, een presentatie, een voorstelling, een liedje, zo lang zij de verwerking maar delen met hun mede-leerlingen of voor een publiek.
4. Gedraag jezelf als leerling. Stel vragen aan leerlingen over wat zij geleerd hebben. Laat ze uitleggen, neem geen genoegen met gemompel. Dit zet aan tot meer kritisch denken over wat en hoe zij leren en stimuleert reflectie. Het maakt ze verantwoordelijk voor hun keuzes en de noodzaak deze te kunnen toelichten.
5. Organiseer een conferentie. Geef leerlingen voldoende tijd om zich voor te bereiden op een onderwerp, individueel of in groepjes. Laat leerlingen hun kennis presenteren via een poster. Het publiek op de conferentie zijn hun klasgenoten, of als het te organiseren valt ook leerlingen van andere klassen en docenten en ouders. Geef de leerlingen vooraf ook de opdracht zelf kritische vragen over hun eigen poster voor te bereiden.

Bron: http://www.steve-wheeler.co.uk/2014/03/flipping-teacher.html


63 dingen die iedere leerling in de digitale wereld zou moeten kunnen

februari 14, 2016

21st century skills 2016-02-14_1306

Er wordt in het onderwijs veel gesproken over ’21e eeuwse vaardigheden’ of ’21st century skills’. De term is beladen geworden. Het zou het curriculum ingrijpend moeten veranderen. Het zou niets nieuws onder de zon zijn.

Onderstaande is een vrije vertaling van een bijdrage van Terry Heick op TeachTought over wat er, hoe je het dan ook wilt of niet wilt noemen, voor leerlingen op dit moment aan het veranderen is. Een leuke lijst om over na te denken op een regenachtige zondag.

Je kunt beargumenteren (en waarschijnlijk vrij overtuigend) dat de fundamentele kennis en vaardigheden die een leerling dient te bezitten niet zoveel anders is dan wat Tom Sawyer, Jeanne d’Arc of Alexander de Grote dienden te weten en kennen.

Communicatie – Vindingrijkheid – Creativiteit – Volharding

Hoe waar dit is hangt er deels van af hoe gedetailleerd je wilt kijken. Wanneer je de menselijke behoeften wilt beschrijven in grote, algemene termen dan zijn water, voedsel, behuizing, verbinding, veiligheid en een zeker gevoel van eigenwaarde waarschijnlijk voldoende.

Toch veranderen de dingen die een leerling moet weten en kennen in de alsmaar meer verbonden en digitale wereld. Zoals zout ervoor zorgde dat vlees bewaard kon worden, de ontwikkeling van antibiotica ervoor zorgde dat dodelijke ziektes tot vervelende kwaaltjes transformeerden, de toepassing van elektriciteit compleet veranderde waar en wanneer we slapen, zorgt technologie er nu voor dat er een verandering plaatsvind in het “soort dingen” dat een leerling dient te weten en kunnen.

Onderstaande lijst is slechts een begin. De lijst is noch perfect, noch compleet.

De veranderende dingen die leerlingen dienen te weten: 13 categoriën en 63 ideeën 

Informatie bronnen

1. De beste manier om verschillende soorten informatie te vinden

2. Hoe informatie op te slaan zodat het eenvoudig terug gevonden kan worden om opnieuw te gebruiken

3. Onderscheid maken tussen feiten en meningen, en het belang van beide

4. Hoe kritisch – en voorzichtig – te denken over informatie

Leerpaden

5. Hoe zelf de richting van het leren te bepalen

6. Hoe leren te activeren

7. Hoe te bepalen wat het waard is om te begrijpen

8. Hoe de relatie te leggen tussen gewoontes en uitvoering

Menselijke ruimtes

9. De relatie tussen fysieke en digitale ruimtes

10. De voor- en nadelen van digitale middelen, de gulden middenweg in hun gebruik

11. De eisen aan mobiele technologie en de mogelijkheden die het biedt

12. De nuances van persoonlijke communicatie (oogcontact, lichaamshouding) en digitale communicatie (introductie, volgen, taalgebruik)

Socialiseren van ideeën 

13. De gevolgen van het delen van een idee

14. Het juiste moment in het creatieve proces om een idee te delen

15. De realisatie dat al het digitale versneld verloopt en hier in de planning rekening mee houden. De acceptatie dat dit in de fysieke wereld niet altijd zo kan.

16. De noodzaak voor ‘digitaal burgerschap’ en de bijbehorende afspraken en regels

Digitale participatie

17. Hoe digitale informatie te mengen, aan te passen, in te voegen, te hervormen op een geloofwaardige, overtuigende en legale manier

18. Hoe te herkennen welke informatie privé is en welke sociaal en hoe hiermee om te gaan

19. Welke expertise leerlingen de digitale wereld kunnen bieden

20. Hoe alleen tot je te nemen wat je nodig hebt, in de soms schijnbaar oneindige hoeveelheid van digitale bronnen

Publicatie nuances

21. Hoe gecombineerd zowel fysieke als digitale media te gebruiken voor authentieke doeleinden

22. Het soort informatie dat mensen zoeken op het internet

23. Wat te delen met één persoon, een groep, de wereld. Het verschil in permanentie en schaal tussen een email, een serie berichten, een mededeling op sociale media.

24. Hoe het voordeel te gebruiken dat geboden wordt doordat digitale text continu kan worden aangepast

Technologie toepassen 

25. Wat de relatie is tussen een smartphone, een tablet, een laptop, desktop, draagbare technologie

26. Hoe de cloud positief gebruiken, hoe bandbreedte te beperken wanneer dit nodig is

27. Hoe technologie effectief in te zetten op manieren die origineel niet in het ontwerp waren voorzien

28. Hoe technologie te gebruiken voor taken die traditioneel niet gezien worden als gebaseerd op technologie, bv woordenschat vergroten, een taal leren, gezonder eten, financiën plannen

Het altijd-aan publiek

29. Hoe de woorden, structuur, toon te kiezen gebaseerd op een specifiek doel of een specifiek publiek

30. Het verschil kennen tussen mensen die luisteren, reageren, lurken, interesse hebben, en zij die dit niet doen

31. Hoe met nieuwsgierigheid te luisteren wanneer er een miljoen andere dingen te doen zijn

32. Populariteit en kwaliteit vallen vaak niet samen, invloed zit zowel in ontwerp als timing

Sociale regels

33. Wanneer is het sociaal acceptabel om berichten te bekijken, statussen te updaten, resultaten te bekijken. Ook als iedereen aan de tafel het doet wil het nog niet zeggen dat het niet zonder gevolgen is.

34. De tijd voor een reactie verwacht mag worden hangt af van het sociale kanaal

35. Ook in de digitale wereld is geduld van belang

36. Mobiele apparaten zijn persoonlijk, de echte wereld is dat niet

Dictie

37. De toon is bepalend, woordkeuze is belangrijk, zelfs wanneer alle gedachten worden gedeeld

38. Vocabulair en jargon kunnen communicatie bemoeilijken, maar ook specifieker maken, ze zijn niet altijd te vermijden

39. De structuur van teksten hangt af van waar deze worden geopenbaard, op essay niveau, blog post niveau, paragraaf niveau, zinsniveau, woordniveau kunnen verschillen een rol spelen

40. De voordelen van meerdere talen spreken neemt toe, beeldspraak herkennen en juist gebruiken voegt waarde toe

Verbinden met experts

41. Weten wie de experts zijn

42. Hoe en wanneer experts te bereiken

43. Het verschil tussen iemand met kennis, iemand met ervaring en een echte expert

44. Weten wanneer je behoefte hebt aan een groep goede vrienden, een zaal vol mensen met enige kennis, of een professional of academisch expert

Zichzelf

45. Hoe belangrijke aspecten van burgerschap te herkennen en actief aan de gemeenschap deel te nemen

46. Hoe prioriteiten te stellen in situaties waar de mogelijkheden oneindig lijken

47. Hoe de eigen afleiding te herkennen en beperken

48. Hoe de juiste schaal te kiezen voor werk, denken of publiceren

49. Hoe niches en mogelijkheden te herkennen

Een leven rondom software

50. De gevolgen van het gebruik van slechts één operating systeem  (iOS, Android, Windows)

51. De voor- en nadelen van het gebruik van sociale log-ins (Facebook bv) voor apps

52. Hoe een app te evalueren op zijn privacy settings

53. Dat apps er zijn om geld te verdienen en jouw files, informatie en media tot zich nemen

54. Dat niets echt gratis is

Andere internet pro tips voor leerlingen

55. Passief-agressief gedrag, arrogantie, blocken voor effect, negeren, overdrijven en andere digitale gewoontes kunnen overslaan naar de echte wereld

56. Een reacties in 140 tekens is niet volledig in staat de mening van iemand te vangen, wees voorzichtig met aannames

57. Typefouten en grammaticale fouten maken mensen niet dom

58. Populariteit is gevaarlijk

59. Video games kunnen je slimmer maken, dit wil niet zeggen dat ze dit ook doen

60. Mensen veranderen van mening, een bericht uit 2012 is mogelijk voor hen net zo oud als voor jou

61. Als je merkt dat je vaak de tijd dood met spelletje zoals Candy Crush, zou je de keuze’s die je maakt eens kunnen heroverwegen

62. Dat je kunt zingen, hacken, rennen, schilderen, dansen, voorop lopen wil niet zeggen dat je meer waardevol dan een ander mens, wat het aantal volgers ook mag suggereren

63. Log-in informatie, wachtwoorden, oude emailadressen, niet meer gebruikte apps en sociale media zijn vervelend, maak verstandig gebruik van wachtwoord kluisjes

 

Bron: Terry Heick, http://www.teachthought.com/uncategorized/63-things-every-student-should-know-in-a-digital-world/


Twaalf fouten bij het gebruiken van flipping the classroom

februari 9, 2016

Een lijst van twaalf tweets van Jon Bergman, een van de pioniers van flipping the classroom, over waar het fout kan gaan. De lijst is gebaseerd op zijn reizen rond de wereld waarbij hij flipping the classroom onder de aandacht brengt en ervaart waar de succesfactoren en de valkuilen liggen.

Flip-Your-Classroom-Cover-300x463

 

Dit is zijn lijst van twaalf fouten in de uitvoering van het eenvoudige principe: meer effectieve tijd in het klaslokaal.

1. De video’s zijn te lang.

2. Docenten voegen video’s toe aan huiswerk in plaats van deze vervangend te laten zijn.

3. Docenten leggen uit wanneer leerlingen de video’s niet bekijken. Red geen leerlingen die weigeren te kijken.

4. Docenten zijn niet actief in het klaslokaal.

5. De toegang tot de video’s is te gecompliceerd voor de leerlingen.

6. Docenten bereiden zich onvoldoende voor op leerlingen die niet alles begrijpen uit de video’s. Niet alle leerlingen kunnen de informatie uit de video’s volledig tot zich nemen.

7. De video’s zijn niet interactief.

8. Docenten gebruiken de video’s van anderen. Goed lesgeven gaat over relaties. Leerlingen vinden jouw video’s leuker.

9. Docenten leggen niet uit HOE de leerlingen de video’s moeten bekijken of er op reageren.

10. Docenten communiceren te weinig met belangrijke andere partijen: ouders, schoolleiding, leerlingen.

11. Docenten geven te gemakkelijk op.

12. Docenten maken de tijd in het klaslokaal onvoldoende interactief, interessant, betekenisvol.


Dotstorming, online brainstorm en stem tool

oktober 21, 2015

Dotstorming logo 2015-10-21_1058Even getest en nuttig bevonden. Dotstorming, een online tool waarmee live een brainstorm kan worden georganiseerd. Nu zijn er meer tools van dit type, en Dotstorming doet dan ook snel denken aan Linoit of Padlet. Toch is er een duidelijke toegevoegde waarde, ook voor het onderwijs.

Na het aanmaken van een account bij Dotstorming kun je een ‘topic’, ofwel onderwerp aanmaken. Op het bord wat hiermee wordt aangemaakt kunnen post-it’s met tekst of via een afbeelding worden geplaatst. Als maker van dit onderwerp kun je vervolgens mensen uitnodigen om deel te nemen, dit kan via email of via het delen van de url. De deelnemers kunnen suggesties of ideeën toevoegen. Dit is het brainstorm gedeelte van Dotstorming.

De toegevoegde waarde van Dotstorming zit in het feit dat er gestemd kan worden op de aangeleverde suggesties of ideeën. Als maker kun je zelf instellen hoe vaak een deelnemer mag stemmen. De suggesties en ideeën kunnen vervolgens gerangschikt worden op het aantal stemmen dat zij hebben ontvangen. In dit aspect lijkt Dotstorming op Stormboard (voorheen Edistorm), maar heeft als voordeel dat er gestemd kan worden zonder dat er een account hoeft te worden aangemaakt.

Een andere toegevoegde waarde van Dotstorming zit in de mogelijkheid tot een chat tussen de deelnemers. Dit geeft een duidelijke extra interactie laag die het brainstorm en beslissingstraject kan versterken.

Hiernaast is er ook de mogelijkheid om op een suggestie te reageren door hier direct gekoppeld commentaar op te geven.

In het onderwijs zie ik de nodige mogelijkheden om Dotstorming te gebruiken. Met directe collega’s tijdens studiedagen of het delen van best practices. Met leerlingen tijdens een mentorles of door mogelijke antwoorden op complexere vragen te bediscussiëren. Met onderwijsmensen in het land door actuele vragen te stellen en zo een beeld te krijgen van de meningen en de discussie op gang te brengen.

Zoals aangegeven heb ik Dotstorming getest, dit heb ik gedaan door op twitter en Facebook onderwijsmensen in het land de vraag te stellen aan de test mee te doen via het onderwerp ‘Wat doen docenten in de herfstvakantie?’ Als je zelf ook even wil testen of meedoen dan kan dat via deze link.

Hieronder de (voorlopige) resultaten (na 30 minuten), met 12 reacties.

Dotstorming test 2015-10-21_1102

 

En de resultaten een halve dag later, met 40 reacties zien er als volgt uit. Docenten bereiden in hun vakantie dus vooral lessen voor. 😄

Dotstorming test 2 2015-10-21_2139

 

 

 

 


Snel groepjes maken

augustus 13, 2015

We gaan bijna weer beginnen!

Het nieuwe schooljaar staat voor de deur en dat betekent onder andere nieuwe klassen en nieuwe leerlingen.
En in die klassen gaat er natuurlijk weer regelmatig in groepjes gewerkt worden.

Dat groepjes maken doet iedere docent elke keer weer anders. Wel zelf laten kiezen, niet zelf laten kiezen, gewoon hoe leerlingen toevallig bij elkaar zitten, via nummertjes geven en die bij elkaar zetten, via de leerlinglijst alfabetisch, verdeling jongens en meisjes evenredig maken, enzovoorts. Er zijn ook een aantal handige online tools beschikbaar om gemakkelijk snel groepjes te vormen. Zelf gebruik ik verschillende van bovenstaande methoden, afhankelijk van klas, opdracht en doel.

Flippity.net logo 2015-08-13_0740Een hele handige manier om groepjes te maken voor leerkrachten of docenten die met Google Apps for Education werken is dit te doen via de random name picker van flippity.net. Dat is wat ik dit jaar veel zal gaan gebruiken, omdat ik er een flink aantal voordelen in zie. Deze zitten vooral in het aantal mogelijkheden, het gemak waarmee aanpassingen kunnen worden gedaan en de mogelijkheid tot samenwerken met collega’s.

De voordelen op een rijtje:

  • je kunt groepen maken van 1 tot 12 leerlingen (bij één leerling is dit om hem/haar de beurt te geven)
  • je kunt, als de groepsindeling je niet bevalt, met één klik nieuwe groepen maken
  • je kunt 2 tot 12 teams maken van een klas
  • je kunt een line-up maken, dus leerlingen op willekeurige volgorde onder elkaar zetten
  • je kunt heel eenvoudig leerlingen verwijderen of toevoegen aan een klas (handig aan het begin van het jaar)
  • je kunt live aanpassingen maken aan de klas, handig bij absenties
  • de klassen kunnen gedeeld worden met collega’s die dezelfde klas lesgeven, handig bijvoorbeeld voor het samenwerken met collega’s die iets minder gemakkelijk met ICT omgaan
  • er kan een plattegrond van een klas gemaakt worden

Hoe het werkt

  1. Je gaat naar de site van flippity.net en download de template voor de random name picker (rechtsboven)
  2. Dit downloaden doe je als een kopie naar je Google Drive, waarbij je de naam aanpast. Handig is om de file direct de naam van de betreffende klas te geven. Ik voeg hier ook direct een jaartal aan toe.
  3. Je vervangt de namen die in het template staan met de namen van de leerlingen van de betreffende klassen, dit is eenvoudig via kopiëren en plakken te doen of door de namen eenmalig in te typen.
  4. Om de aangepaste lijst online te kunnen gaan gebruiken moet je hem publiceren naar het internet, deze optie is te vinden onder de functie bestand in de Google sheet.
  5. Er wordt een unieke url aangemaakt voor deze sheet en deze url kopieer je naar het tweede blad van de Google sheet. Er is op dit tweede blad een specifiek vakje zichtbaar waarin je dit kunt doen.
  6. Er wordt een nieuwe link gecreëerd en deze link leidt naar flippity.net waar je nu dus online jouw klas kunt gaan indelen in groepjes.
  7. Je kunt dit eenmalig doen voor al je klassen en hebt er de rest van het jaar plezier van!

Een hele duidelijke Nederlanstalige video met stap voor stap uitleg hoe je de random name picker van flippity.net kunt gebruiken is gemaakt door Trendmatcher Willem Karssenberg en is hier terug te vinden.

Flippity net random name picker voorbeeldklas 2015-08-13_0929

Ik ga komend schooljaar aan negen klassen lesgeven en, zodra ik de namenlijst heb, ga ik dus negen keer bovenstaande uitvoeren. Dit gaat mij negen links opleveren naar flippity.net, die ik bij elkaar ga bewaren in een apart Google Formulier om ze snel te kunnen terugvinden. (Mijn eigen links zal ik overigens ook plaatsen op een Symbaloo pagina, mijn favoriete manier om links overzichtelijk bijeen te houden.) Ik zal de links gaan delen met collega’s die deze zelfde klassen ook lesgeven en die hierin interesse hebben. Ik zal mijn collega’s ook voorstellen een Google Formulier te maken met de links voor alle klassen van onze school. Ik ga proberen om in de eerste weken van het nieuwe schooljaar een moment te vinden om een en ander kort te introduceren bij geïnteresseerde collega’s middels een korte demonstratie.

Ik denk dat random name picker van flippity.net heel handig gaat zijn voor mijzelf, voor mijn collega’s en voor iedereen in het onderwijs die de mogelijkheid heeft om met Google Apps te werken. Snel en eenvoudig groepjes maken die live zijn aan te passen en makkelijk te delen, wie wil dat niet?

Update:
Inmiddels hebben een aantal collega’s aangesloten en hebben we bijna alle onderbouw klassen met zijn allen ingevoerd. Ongetwijfeld volgen de paar ontbrekende klassen snel:
De Symbaloo webmix pagina is hier te vinden.

Groepjesmaker symbaloo 2015-08-25_1836


Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 5.106 andere volgers

%d bloggers op de volgende wijze: