Participatiecijfers als motoren voor motivatie

participatie nav_3_2241294__participation

Kun je leerlingen met cijfers motiveren?

De leerlingen in Nederland zijn minder gemotiveerd dan in andere landen, zo is gebleken uit een rapport van de Onderwijsinspectie. Dit is een grote bron van ergernis en vertwijfeling voor zowel docenten als beleidsmakers. Een oorzaak mogelijk ook voor de vele zittenblijvers, met name in bijvoorbeeld klas 3 en 4 van havo en vwo. Een oplossing hiervoor zou kunnen zijn een cijfer te geven voor actieve deelname aan de lessen. Een participatie cijfer. In Duitsland en Zwitserland is dit niet ongebruikelijk.

Ik werd op het participatiecijfer opmerkzaam gemaakt door een ex-collega Duits, die gewend was hiermee te werken en veel moeite had met de in haar ogen zeer ongemotiveerde en lakse houding van leerlingen in Nederland. Zij wees mij, verzuchtend en hoopvol, op deze optie tot orde en motivatie.

Het participatiecijfer is meer dan alleen het aantal keren dat een leerling zijn vinger opsteekt. (als dit al mag in de klas, zie Vingers opsteken verboden :-)). Het gaat ook over de kwaliteit van de bijdrage. De leerling moet laten zien dat hij kritisch meedenkt, verbanden legt en een eigen mening kan onderbouwen. Docenten houden dit bij, geven er feedback op en verbinden er een cijfer aan.

Kerstin Hämmerling van het Duitsland Instituut heeft vorig jaar een oproep gedaan om leerlingen naar Duits voorbeeld te motiveren en is dit jaar met 30 geïnteresseerde docenten in Duitsland gaan kijken. Er werd onderzocht wat een participatiecijfer concreet inhoudt en er werd gesproken met experts over de validiteit van de beoordeling en het effect op motivatie. Vier scholen werden bezocht om de praktijk te zien en met docenten te kunnen spreken.

De deelnemers bleken unaniem onder de indruk van de actieve deelname van de Duitse leerlingen aan de lessen en de verantwoordelijkheid voor het verloop van de lessen die zij toonden. Er was grote verbazing over de vanzelfsprekendheid waarmee zowel docenten als leerlingen het bestaan van een participatiecijfer accepteren. De redenering hierachter is bij nader inzien eenvoudig. Bij het voorbereiden voor de toekomst is het van belang dat er naast schriftelijke toetsmomenten ook aandacht en ruimte is voor meningsvorming en onderbouwing, kritisch denken, mondelinge presentatie- en argumentatievaardigheden, inzet, samenwerken, zich aan afspraken houden, materialen goed verzorgen en voorbereid zijn. Zowel docenten als leerlingen kunnen zich hier in vinden.

Zou dit in Nederland ook kunnen werken?

De meeste deelnemers aan de nascholing in Essen zijn van plan om de komende maanden pilotprojecten op te zetten op hun scholen en een aantal is hiermee al aan de slag gegaan. Wat zij onder andere tegenkomen is de vrees die in Nederland leeft dat gegeven participatie cijfers niet betrouwbaar, niet valide en arbitrair en subjectief zouden zijn. Ook zou gedrag niet beoordeeld mogen worden. Reacties hierop zijn dat het gaat om het leergedrag en dat je vooraf zeer bewust moet kiezen waarom en hoe je een participatiecijfer invoert. Zoals bij elke verandering die wordt doorgevoerd in het klaslokaal is de juiste didactische en pedagogische aanpak hier essentieel. Een participatiecijfer succesvol invoeren en uitvoeren doet een groot beroep op het meesterschap van de docent. En het vertrouwen dat door schoolleidingen in hem of haar wordt gesteld.

Docenten of scholen die willen deelnemen aan een pilot kunnen mogelijk profiteren van een goede begeleiding en ondersteuning en het Duitsland Instituut Amsterdam wil hier graag een rol in spelen. Wil jij deelnemen aan dit netwerk meld je dan.

Geef jij cijfers voor participatie? Denk jij dat ze motiverend kunnen zijn?

participatie Volunteering250_8_250

Bronnen:
– Inspectie van het Onderwijs, 2014. Motivatie leerlingen kan beter
– Kerstin Hämmerling, Opinie: Participatiecijfer werkt
– Kerstin Hämmerling, Opinie: Stimuleer leerlingen naar Duits voorbeeld
– Marja Verburg, Duitse scholieren krijgen cijfer voor meedoen in de les

7 reacties op Participatiecijfers als motoren voor motivatie

  1. Ik kreeg vroeger ook gewoon een cijfer voor ‘vlijt’. Dat is niets anders dan een ‘participatiecijfer. Oude wijn in nieuwe zakken.

    Maar… eerlijk is eerlijk, een afrekencultuur die gebaseerd is op toetscores, vaardigheidsscores en cijfers werkt de grondhouding van de calculerende leerling in de hand. Aan het eind van het schooljaar ga je óf heel hard werken om die vermaledijde 5,4 weg te werken óf je gaat achteroverleunen, want een 7 of een 8 heeft evenveel invloed op het eindgemiddelde als een 4 of een 5. Het wordt er respectievelijk amper beter of nauwelijks slechter van.
    Daarom zou ik het ouderwetsche ‘vlijt’ – onder wat voor naam dan ook – graag terug willen zien. Want goed gedrag moet beloond worden en lamlendigheid mag ook gesignaleerd worden. Sterker nog: een mooi cijfer (of andersoortige waardering) voor ‘vlijt’ zou een goede compensatie kunnen betekenen bij een ander vak. Want de leerling die enorm zijn best doet, altijd oplet, hard studeert, maar geen wiskundeknobbel heeft en dus een 5,4 haalt op dat ***vak, heeft ook een mooi cijfer verdiend. En dan bedoel ik niet een ‘pedagogisch cijfer’, nee gewoon een waardering voor de inzet: ‘vlijt’. Misschien nog wel meer dan de lapzwans die op zijn sloffen een 7,6 haalt en de concentratie van medeleerlingen verstoort.

    Een cijfer voor gedrag is subjectief. Per definitie. Ook de beste neuropsychologen lukt het niet om gedrag en gedragsveranderingen exact in bits en bytes uit te drukken, laat staan in een waarderend cijfer. De angst die je beschrijft (niet valide, niet betrouwbaar, arbitrair) is typerend voor de cijfercultuur die momenteel in Nederland heerst. Alles moet meetbaar zijn. Dat kan gewoon niet. Welk cijfer geef je je huwelijk? De relatie met je kind? De trouw van je hond? Dat is subjectief. Maar zo’n cijfer geeft wel houvast. Daarom mag je het best geven.
    Dus, beste Frans, geef ik je beschouwing een 9 (op een schaal van 10), want er moet nog wel iets te verbeteren overblijven.

    • fransdroog zegt:

      Dank je voor je motiverende cijfer!
      Ik denk dat een participatiecijfer net wat meer kan zijn dan een cijfer voor vlijt maar ben het verder met je eens. De schijnzekerheid die meetbaarheid brengt is onvoldoende voor een werkelijk nuttige beoordeling.

  2. MrvanBakel zegt:

    De ruimte en waardering voor al die extra vaardigheden is mooi. Maar een cijfer toe kennen blijft een extrinsieke motivator; de autonome motivatie wordt niet versterkt.

    Deci & Ryan stellen dat extrinsieke sancties, zoals cijfers, traditioneel in worden gezet in om leren aan te moedigen, maar dat extrinsieke sancties intrinsieke motivatie ondermijnen. Zoals Albert Lubberink ook zegt, de norm is die voldoende op de eindlijst, een participatiecijfer is een manier om dit te bewerkstelligen, maar aan het eind van het jaar wanneer de leerling zo zeker is van zijn cijfer dat het participatiecijfer er niet meer toe doet, wat gebeurt er dan?

    Er is een reden waarom motivatie bij bijvoorbeeld genius hour minder vaak een probleem is dan in het traditionele onderwijs; autonome motivatie.

    • fransdroog zegt:

      Ik denk dat veel er van af hangt hoe je met het participatiecijfer om gaat. Bij een bespreking met leerlingen bij invoer kun je heel goed aangeven waarom het belangrijk is dat onderdelen die niet direct te toetsen zijn middels klassieke middelen toch meetellen. De leerlingen zullen vervolgens ervaren dat niet alleen kennis gewaardeerd wordt. De leerlingen zullen dus overtuigd dienen te worden en dit lijkt mij geen groot probleem.
      Ik ben het eens met Deci & Ryan dat sancties intrinsieke motivatie ondermijnen. Anderzijds denk ik dat, wanneer bewust en in overleg toegepast, externe factoren wel degelijk intrinsieke motivatie kunnen aanwakkeren, versterken, zichtbaar durven laten worden. Natuurlijk moeten participatiecijfers nooit een afrekencultuur gaan bevorderen. Ik denk zal dat zij wel prima een bewustwordingscultuur kunnen versterken.

      • MrvanBakel zegt:

        Ik denk zeker dat dit een eerste prikkel kan zien die leerlingen laat zien wat voor meer waarde actieve participatie voor hen heeft. Maar dit zal eigen gemaakt moeten worden anders blijft het niet-autonome extrinsieke motivatie (nog steeds motivatie, dus goed). Op het moment dat het autonome extrinsieke motivatie wordt is het doel bereikt.

        (Intrinsieke motivatie, zoals Deci en Ryan dat definiëren, wordt altijd ondermijnd door externe prikkels, zelfs beloning.)

  3. […] Kun je leerlingen met cijfers motiveren? De leerlingen in Nederland zijn minder gemotiveerd dan in andere landen, zo is gebleken uit een rapport van de Onderwijsinspectie. Dit is een grote bron van…  […]

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: