Tess at Sea met School at Sea

juli 7, 2015

Tess at Sea 2015-07-07_1238

Afgelopen vrijdag was de jaarlijkse barbecue van The Crowd. Zoals altijd, gewoon gezellig, met een klein beetje leren erbij. Dank jullie, Rhea en Patricia!

Een van de deelnemers had zijn dochter meegenomen. Haar naam is Tess en zij zit in klas 3-VWO van het Willibrord Gymnasium in Deurne. Zij kwam ons iets vertellen over School at Sea, waar zij volgend jaar aan wil gaan deelnemen. Zij vertelde ons op indrukwekkende wijze wat het is en vooral waarom zij er graag aan mee zou willen doen.

Ik wist zelf wel van het bestaan van School at Sea, maar kende niet de details. Een aantal daarvan waren voor mij best wel verrassend en daarom deel ik ze hier graag.

De leerlingen zeilen in zes maanden naar de Caraïben en terug. Gedurende deze periode doen ze hun normale schoolwerk, dat door school wordt opgestuurd, en worden ze begeleidt door vijf op het schip aanwezige docenten. Halverwege de reis wordt er voor twee weken ook nog een docent Grieks en Latijn ingevlogen. Nu wil het toeval overigens dat komend jaar een van mijn wiskunde collega’s gaat lesgeven bij School at Sea. Mocht een school niet kunnen of willen meewerken aan het opsturen van de materialen dan kan een vergelijkbaar curriculum van School at Sea zelf gevolgd worden. Leerlingen missen dus niets van hun reguliere schoolwerk, maar doen er wel iets boven op. De indeling is dat er steeds een lesdag is die wordt gevolgd door een dag werken op het schip. Dit betekent dat de leerlingen rouleren alle taken een keer op zich nemen en halverwege de reis solliciteren op een van de ‘banen’, bijvoorbeeld kok. De kok vertrekt dan ook na drie maanden!

Omdat volgens de Nederlandse regels het schip niet voldoet aan de eisen van een lokaal worden de leerlingen tijdelijk uitgeschreven en ingeschreven op een school in Zuid-Afrika. Heel apart vind ik zelf. Dit zou eenvoudig anders geregeld moeten kunnen worden.

De kosten bedragen €21.000. Dat is veel geld en dat komt omdat er op geen enkele manier subsidie wordt verleend. Scholen zouden een deel van het geld dat zij krijgen voor de leerlingen die meegaan kunnen afstaan, maar dit gebeurt als ik het goed begrepen heb maar zeer mondjesmaat. Het is zeker niet zo dat door dit bedrag het alleen bereikbaar is voor kinderen van rijke ouders. Het is juist de bedoeling dat de leerlingen zelf actief fondsen verwerven en zij krijgen hier dan ook een aantal trainingen voor.

Tess gaf aan dat het hele voortraject haar al heel veel geleerd heeft. Bijvoorbeeld de genoemde trainingen maar ook de bijbehorende ervaringen tijdens de uitvoering. Tien keer langs gaan bij bedrijven om negen keer nee te horen is tijdrovend en soms teleurstellend maar wordt telkens weer goed gemaakt door die tiende keer, wanneer er wel ja gezegd wordt. Zij wordt zich dan heel bewust van haar motivatie en leert van en omgaan met de tegenslagen onderweg. Die zullen haar niet weerhouden. Anderen wel, die ergens in het traject zijn gestopt omdat het toch te zwaar bleek om alle inspanningen te blijven leveren.

Tess heeft een eigen website Tess at Sea en zij heeft inmiddels €12.000 bijeen gehaald. Zij blijft doorgaan en is er van overtuigd dat het gaat lukken. Ik ook.

Leerlingen die meegaan verbreden letterlijk en figuurlijk hun horizon. Door het werken op een schip en tijdens de expedities die aan land worden ondernomen leren zij hun talenten en leiderschapskwaliteiten te ontwikkelen. Het leidt tot leerlingen die inspirerend zijn, vanuit verantwoordelijkheid en samenwerkende creativiteit. Gevraagd naar wat Tess vooral dacht te leren op het schip gaf zij zeer spontaan antwoord.

“Samenwerken. Op school ben ik het type dat in een groepje als het niet allemaal goed loopt alles zelf op me neem omdat ik graag iets goeds wil afleveren.”

Wat vooral veel indrukte maakte op mij was de rustige overtuiging waarmee Tess haar verhaal vertelde. Hier stond een meisje van 14 jaar aan docenten te vertellen wat haar droom was, en dat zij die gaat waarmaken. Een kind dat de wereld mooier gaat maken.

Op de vraag wat haar het meest was tegengevallen kwam weer een heel direct antwoord.

“De hoeveelheid tijd die het allemaal kost en dat ik daardoor mijn vriendinnen veel minder kan zien. Bijvoorbeeld deze vrijdagavond ben ik nu hier om te vertellen over School at Sea en niet bij mijn vriendinnen. Maar het is allemaal de moeite waard.”

Ik vind nu ik meer details ken School at Sea een prachtige opzet. Ik denk dat de kinderen, zoals Tess, die meegaan dit zeer bewust doen en hun eigen leren ontzettend verrijken. Ik vind het ook een mooi voorbeeld van hoe leren anders kan en zie voldoende mogelijkheden voor vergelijkbare initiatieven. Ik nodig Tess ook van harte uit om over haar ervaringen te komen vertellen op onze school. En als dat zou nog zou passen zelfs al voor zij vertrekt. Ik ben er van overtuigd dat er leerlingen op mijn school zitten die dit leeravontuur ook zouden willen meemaken.

Meer informatie is natuurlijk te vinden op de sites van Tess at Sea en School at Sea.

Sponsoren van Tess kan via de sponsorpagina. 😄

Succes! Tess!


Leerlingen zelf een elektronisch portfolio laten maken met Seesaw

juli 7, 2015

seesaw

Leerlingen maken heel wat producten gedurende een jaar; tekeningen, verslagen, presentaties, werkstukken. Vaak is het enige wat hiervan uiteindelijk zichtbaar blijft het verkregen cijfer. Via een elektronisch portfolio zouden de producten en vorderingen van leerlingen veel beter zichtbaar gemaakt kunnen worden. Het kan voor leerlingen ook een stimulans zijn om via het zelf aanleggen van hun eigen portfolio de eigen ontwikkelingen te kunnen terugzien en delen met docenten en ouders.

Misschien is dit een van de veranderingen om komend schooljaar te gaan doorvoeren?

Een van de tools die gebruikt kan worden om dit gratis online te doen is SeeSaw.

SeeSaw is beschikbaar als app voor de iPad, als Android app, en als Chrome web app. Leerlingen kunnen via deze apps zelf materiaal in hun portfolio plaatsen. Dit kan door het te schrijven, door foto’s te maken van schriftelijk of ander materiaal dat ze gemaakt hebben of door video’s te plaatsen. Leerlingen kunnen ook hun stem opnemen om de toegevoegde materialen van commentaar te voorzien. Het materiaal kan geordend worden middels het aanmaken van verschillende mappen voor bijvoorbeeld verschillende vakken of verschillende termijnen. Naast de leerling zelf kan de docent desgewenst ook materialen plaatsen.

De docent maakt een gratis account voor een klas en leerlingen melden zich hier bij aan via een code of door het scannen van een QR-code. Als docent is op deze manier al het werk van de leerlingen te zien. Het is ook mogelijk om accounts voor ouders te maken, zodat ook zij het werk van hun kinderen kunnen volgen. Desgewenst kan de docent ouders een bericht sturen wanneer er nieuw materiaal geplaatst is. Voor het ouderaccount geldt helaas wel dat alleen de laatste 30 dagen kunnen worden ingezien, voor een heel jaar dienen ouders een parentsplus account van $9,99 aan te schaffen.

Het leren omgaan met SeeSaw is erg eenvoudig en wijst zichzelf. Kinderen vanaf 5 jaar kunnen er vrijwel direct zelfstandig mee aan de slag. Op de site van SeeSaw staan bovendien een aantal handige tips en materialen om er mee te leren werken en het bij leerlingen en ouders te introduceren.


Ik zie R

juni 28, 2015

Ik ben mentor van een 4V klas. Ik ben al drie jaar mentor van deze zelfde klas. Ik ken ze een beetje en zij kennen mij een beetje.

In de drie jaar dat ik mentor ben heb ik twee keer de overgangsvergadering voorbereid. Van klas 2V naar klas 3V en van klas 3V naar klas 4V. De overgang is gebaseerd op cijfers en kent een procedure en normen.

Wij hebben zes normen. Wanneer een leerling aan alle normen voldoet wordt de leerling bevorderd naar het volgende leerjaar. Wanneer een leerling aan één norm niet voldoet dan wordt deze leerling hiermee ‘bespreekgeval’. Wanneer een leerling aan twee normen niet voldoet wordt de leerling niet bevorderd naar het volgende leerjaar. Er zijn bijzondere omstandigheden beschreven waarbij leerlingen door teamleider en mentor kunnen worden voorgesteld als ‘bespreekgeval’. Dit kunnen bijzondere omstandigheden zijn zoals ziekte en thuissituatie, of zoals een sterk stijgende lijn in de prestaties die net niet voldoende blijkt.

De groep leerlingen waar ik mentor van ben bestond in klas 2 uit 32 leerlingen. In klas 4 zijn dit er nog 29. Er zijn in die twee jaar een paar leerlingen afgestroomd, zoals dit heet, van vwo naar havo, en door de gekozen profielen in klas 4V zijn er ook leerlingen uit de klas gegaan of er bij gekomen.
Van de 32 leerlingen uit klas 2V zijn er nog 17 dezelfde, met dit verschil dat zij aanzienlijk gegroeid zijn, fysiek zeer zichtbaar.

Ik ben nu bezig met de voorbereiding van de overgangsvergadering die a.s. donderdag of vrijdag zal gaan plaatsvinden, het rooster hiervoor is op dit moment nog niet bekend. Dinsdag ga ik deze vergadering met mijn teamleider voorbespreken. Ik ben nu de cijfers aan het verwerken van de laatste toetsweek, die vrijdag is geëindigd en 8 dagen heeft geduurd. Nog niet alle cijfers zijn binnen, de meeste wel.

Zoals het er nu voor staat gaan 29 van de 29 leerlingen niet besproken worden. 24 niet omdat zij aan alle normen voldoen, 5 niet omdat zij aan twee normen niet voldoen.

Wat gaan wij dan bespreken? Een goede vraag.

Waarover gesproken zal gaan worden, tijdens de vergadering of daarvoor of daarna of alle drie is het aantal leerlingen dat niet bevorderd kan worden. Het zal gaan over B., L, M., N., S.. Maar niet echt. Het zal gaan over de aantallen leerlingen, de percentages, de redenen waarom zij niet eerder zijn ‘tegengehouden’.

Doubleren is niet goed voor de doorstroomcijfers van een school. Doubleren kost geld, 500 miljoen euro per jaar wordt er gezegd. Landelijk worden er in 4V zo’n 10% van de leerlingen niet bevorderd naar 5V. Daar liggen problemen.

Maar ik zie nu geen cijfers en geen percentages. Hoe gek ik ook op ze ben.

Ik zie R.

R. is van klas 2V naar klas 3V bevordert als ‘bespreekgeval’. R. is van klas 3V naar klas 4V bevordert als ‘bespreekgeval’. Bij de overgang van klas 2V naar 3V werd R. afgeraden om het vwo te blijven volgen, havo zou verstandiger zijn. R. legde het advies naast zich neer en ging naar 3V. R. wilde in de bovenbouw heel graag een N-profiel gaan proberen omdat zij daarmee de opleiding zou gaan kunnen doen die zij op dat moment voor zich zag. Bij de overgang van klas 3V naar klas 4V werd haar dit afgeraden. R. legde het advies, na lang twijfelen en een aantal intensieve gesprekken met haar en haar ouders, naast zich neer.

R. ontdekte dat het haar in 4V niet lukte om het gewenste N-profiel succesvol af te ronden. Halverwege het jaar besloot zij van profiel te wijzigen. Nu wist zij het echt zelf, zij had het geprobeerd en het was niet gelukt.

Ook in haar nieuwe pakket heeft R. wiskunde en dat leek een struikelblok te blijven. Met de cijfers van vóór de laatste toetsweek zou R. opnieuw ‘bespreekgeval’ zijn. Maar er is iets in R. gebeurd, iets dat zichtbaar is geworden sinds haar verandering van pakket. Iets dat tijd nodig had. Tijd die zij heeft gekregen door haar zelf te nemen. Ze is zich meer gaan inspannen door het veel duidelijkere doel voor haar ogen.

R. stond niet bekend om haar lach, niet om haar positiviteit, niet om haar bereikbaarheid voor docenten.

Haar interne twijfel werd gevoed door de reacties die zij kreeg.

Ik zag en zie geen cijfers, ik zag en zie geen percentages. Ik zag en zie R.

Zij lacht nog steeds niet uitbundig. R. kijkt wel veel minder vaak alsof er iets mis  is. Ze kijkt minder vaak alsof ze wordt aangevallen en ze zich moet verdedigen. Ze kijkt met veel minder twijfel. Ze kijkt met meer ervaring.

R. is blij met het traject dat zij heeft gevolgd. R is blij met de keuzes die ze heeft gemaakt.

Zij ziet er veel gelukkiger uit.

Wat je ook gaat doen. Het ga je goed R.!

 


 

PS:1 Ik had hier ook kunnen vertellen over I, die ook twee jaar ‘bespreekgeval’ was en nu zal worden gaan bevordert van klas 4V naar 5V zonder enig tekort. Ik zie I. ook.

PS2: Met de 5 leerlingen die aan twee normen niet voldoen heb ik regelmatig gesprekken gehad. Alle 5  hebben aangegeven dat, mocht het toch niet meer goed komen, zij graag zouden doubleren, dus klas 4V nogmaals doen, om zo de kans te behouden het vwo met een diploma af te sluiten. Ik ben groot voorstander van zomercursussen, extra opdrachten, voorwaardelijke overgang, zodat leerlingen die het ‘net’ niet halen niet een volledig jaar hoeven over te doen. Dit (b)lijkt helaas vooralsnog lastig uitvoerbaar.


Laat leerlingen tops en tips geven

juni 25, 2015

Gisteren heb ik hier geschreven over het belang van het motiveren van leerlingen: 10 tips om de leerling te motiveren. Dit was naar aanleiding van een onderzoek door het LAKS en gepubliceerd in Trouw. Eveneens gisteren heb ik op twitter een korte uitwisseling gehad met Arjan van der Meij van De Populier in Den Haag naar aanleiding van zijn tweet:

Blogpost leerlingen geven tops en tips 2015-06-25_0651

Het kan snel gaan.

Vandaag lees ik op Nu.nl (zie onderaan voor de volledige tekst) dat er in de Tweede kamer voldoende steun is voor een voorstel om scholieren op het voortgezet onderwijs mee te laten doen aan de beoordeling van hun docenten. Een voorstel van het LAKS.

Ik ben daar helemaal voorzichtig vóór!

Ik ben van mening dat leerlingen op een bepaalde manier experts zijn in leren. Het is iets dat zij de hele dag doen, of ondergaan. Zij kijken anders tegen bepaalde zaken aan dan docenten, die ook op een bepaalde manier experts zijn in leren, maar vooral doceren.

Van twee kanten bekeken wordt iets altijd beter.

Met de oprichting van het Education Design Lab op onze school hebben leerlingen zelf de eerste stappen gezetten om het gesprek met docenten en school aan te gaan om hun lessen nog beter te krijgen. Zij hebben inmiddels zitting gehad in de sollicitatie commissie voor de nieuwe teamleiders, een groene kaart systeem ontwikkeld om leerlingen meer zeggenschap over hun activiteiten tijdens de lessen te garanderen, en zijn nu bezig met de ontwikkeling van een TOPTIP systeem om docenten van feedback te voorzien.

En daarin schuilt mijn voorzichtigheid. Feedback geven is iets heel anders dan beoordelen.

Er is een verschil tussen scholen de ruimte geven leerlingen een stem te geven en dit van onderop te laten ontstaan en het verplichten van scholen hier iets mee te doen. Het kan heel eenvoudig.

Blogpost leerlingen geven tops en tips 2015-06-25_0713

Ik ben er van overtuigd dat het LAKS, de VVD en de PVDA het goed bedoelen. Ik hoop dat het plan geen beoordelingsinstrument gaat opleveren maar een deelinstrument. Ik hoop van harte dat het deze keer lukt in het onderwijs dit niet te laten verworden tot een papieren tijger en dat de ruimte en het belang van feedback waarover nu wordt gesproken niet gaat worden gevangen in een papieren kooi.

Bij United4Education is er binnen het transitiepad De Leerling Centraal aandacht voor het verzamelen van allerlei initiatieven waarbij de leerling een stem heeft gekregen of bezig is te krijgen in zijn eigen leren. Het delen van voorbeelden is een van de doelen van United4Education om zo positieve ontwikkelingen te verbinden, verbreden en versterken. Een mooie stem is natuurlijk die van de feedback gevende leerling, aan de docent, of aan de school. Ken je meer voorbeelden van leerlingen die docenten feedback dan wil je oproepen ze te delen. Bijvoorbeeld als reactie op dit blog. Of waar dan ook. Wat voor de een volkomen logisch, standaard en geaccepteerd is kan voor de ander een vergezicht zijn dat onbereikbaar lijkt.

De volledige tekst van het artikel op Nu.nl:

In de Tweede Kamer is er steun te vinden voor een voorstel om scholieren op het voortgezet onderwijs mee te laten doen aan de beoordeling van hun docenten.

Het voorstel komt van de belangenbehartiger voor scholieren LAKS.

VVD-Kamerlid Karin Straus wil nu dat de mening van leerlingen onderdeel gaat uitmaken van het personeelsbeleid van de school. Het voorstel kan op steun rekenen van de PvdA waarmee er een meerderheid is in de Tweede Kamer.

“Wij willen graag dat er op scholen professioneel personeelsbeleid wordt gevoerd en dat het oordeel van de leerlingen daar een serieuze rol in krijgt, zij ervaren immer dagelijks hoe er les gegeven wordt”, stelt ze.

LAKS-voorzitter Andrej Josic: “Anderen zien de docenten alleen in de wandelgangen. En als ze bij de lessen gaan kijken zijn die er op afgestemd”, stelt hij.

Uit onderzoek van de Inspectie voor het Onderwijs blijkt dat maar 42 procent van de scholieren zich momenteel gemotiveerd voelt door de docent.

Maatregelen

De invloed voor scholieren is voor LAKS een onderdeel van een pakket maatregelen om de motivatie op te krikken en de kwaliteit van de lessen te kunnen verbeteren.

Sommige scholen gebruiken de input van scholieren nu al. Volgens het LAKS worden op het Maartenscollege in Groningen zelfs al sollicitatiegesprekken gevoerd door de scholieren.

Hoe de scholen de betrokkenheid van de leerling versterken wil de VVD-politica niet precies invullen. Dit mogen scholen zelf bepalen.

Variant

“Je kan dit doen in een milde vorm, door bij de zoektocht naar een nieuwe docent leerlingen te laten meebeslissen bij het opstellen van een profiel, maar je kunt ook denken aan een variant dat je scholieren vraagt of iemand wel of niet een vaste aanstelling krijgt. Of je kunt via enquêtes scholieren vragen om docenten te beoordelen.”

Volgens Straus gaat het de scholieren echt niet alleen om de populariteit van de leraar, maar gaat het juist om de manier van lesgeven.

PvdA-Kamerlid Tanja Jadnanansing is er eveneens erg voorstander van dat jongeren kunnen meepraten over de kwaliteit van het onderwijs.

Feedback

“Daarom steunt de PvdA voorstellen die leerlingen helpen om positieve feedback te geven aan hun docenten. Zo helpen zij leraren om nog beter les te geven en daarmee komen scholieren weer een stapje dichterbij de beste editie van zichzelf te worden.”, aldus Jadnanansing.

Donderdag debatteert de Tweede Kamer over een wetsvoorstel om de inspectie op scholen te verbeteren. Straus zal daarbij haar voorstel om de positie van scholieren bij de beoordeling van docenten wettelijk te verankeren.

 


10 tips om de leerling te motiveren. Motiveren kun je leren.

juni 24, 2015

Motivatie is een krachtige motor voor leren.

Moeten is dat in wat mindere mate.

In zijn overtuigende boek Drive beschrijft Daniel Pink de drie krachten achter het ‘waarom’ mensen iets doen: zingeving, autonomie en meesterschap.

Om leerlingen te motiveren zou het dus goed kunnen zijn om te kijken naar wat hen zin geeft, wat hen autonomie geeft, wat hen een gevoel van meesterschap geeft. Je zou deze drie termen namelijk kunnen samenvatten in één woord: motivatie.

Motivatie is een probleem, of liever, in mijn terminologie, een uitdaging in het onderwijs. Motivatie manifesteert zichzelf in essentie op individueel niveau, maar na het bereiken van een zekere grenswaarde wordt het waargenomen op het niveau van een klas of een leerjaar. En hierbij bedoel ik helaas niet dat motivatie wordt waargenomen en besproken, maar dat vooral het afnemen ervan of het ontbreken ervan wordt besproken. Het schijnt dat er in leerjaar 3 en 4 een flinke dip optreedt.

Een mogelijke start om het gebrek aan motivatie op te lossen is deze vraag aan leerlingen te stellen.

Wat motiveert jou?

In een reeks provinciedebatten vroeg het Landelijk Aktie Komitee Scholieren (Laks) driehonderd leerlingen, komend van negentig middelbare scholen, van alle niveaus, uitgebreid naar hun ervaringen.

Hieronder de resultaten, zoals vandaag gepubliceerd in Trouw.

Ik heb de kop van het verhaal verwijderd. Helaas gaat dat slechts in op een detail. Ook heb ik de inleiding grotendeels weggelaten. Het woord tips is voor mij cruciaal. Je kunt ze lezen als: ‘ja, natuurlijk, dat doe ik al’. Je kunt ze lezen als: ‘ ja, hallo, wie gaat mij vertellen hoe ik het moet doen!’. Je kunt ze lezen als: ‘ja, dat zou ik best wel eens willen gaan doen…”. Het zijn tips.

Uit de inleiding heb ik wel twee zinnen overgenomen. Ter motivatie. 😄

De docent motiveert niet! 

Slechts 42 procent van de scholieren is tevreden over de manier waarop wordt lesgegeven.

 

Tien tips om de scholier te motiveren:

1. Vertel duidelijk waaróm
Heel demotiverend is het als je niet weet wat je met al die lesstof in het dagelijks leven kunt doen. Ook het verband met ‘later’ is belangrijk: wat doe je in hemelsnaam met dit vak na de middelbare school?

2. Koppel de lesstof aan de actualiteit
Scholieren hebben het graag over dagelijkse gebeurtenissen, ze willen die begrijpen en verklaren. Zij zouden graag met de klas naar het nieuws kijken en daarover discussiëren. Ook filosofie is veel genoemd als mogelijkheid om te reflecteren op de buitenwereld.

3. Breng lesstof in de praktijk
Opdrachten uitvoeren bij bedrijven, buurtonderzoek doen of een project buiten school opzetten en uitvoeren. Veel scholieren snakken naar lessen die zich richten op hun latere, professionele leven. Inclusief vaardigheden als solliciteren of presenteren. Vooral vwo’ers willen kennismaken met toekomstige werkplekken.

4. Wees positief, maar geen vriend
Humor en geduld scoren goed. Maar het helpt ook al als een docent zijn leerlingen positief benadert, oog heeft voor de persoon. Veel scholieren geven aan dat zij zich eerder inzetten voor een docent die laat meedenken over de lessen. Ze willen gehoord worden. Maar: een docent is geen vriend of ouder, maar leraar. Orde houden wordt consequent als kerncompetentie genoemd.

5. Varieer met werkvormen
Afwisseling is cruciaal. Altijd hetzelfde doen, zowel binnen een vak als gedurende een dag, gaat enorm vervelen. Zo werkt iPad-onderwijs niet als het alle andere methoden vervangt. Geen enkele scholier wil elk uur bezig zijn op een scherm. Schrijven of lezen uit een boek, een discussie voeren of een mooi verhaal aanhoren zijn ook erg prettige vormen van leren.

6. Gebruik alleen digitale leermiddelen als je weet hoe
Ruim één op de vijf scholieren is ontevreden over het gebruik van ICT op school. Prima als een docent instructiefilmpjes op internet zet, om thuis terug te kijken. Maar dan vooral als hij of zij in de les meer diepgang of individuele aandacht geeft. De grootste ergernis is dat veel docenten geen idee hebben waar ze mee bezig zijn, niet weten hoe zij ICT of apparaten moeten inzetten. Of ze vergeten digitale info te updaten. Liever ouderwetse leermiddelen dan dat de docent digitaal aanmoddert.

7. Beloon goede inzet
Complimenten werken, straf niet, ook al is die terecht. Straf heeft bijna altijd een negatieve invloed op de relatie tussen docent en scholier. Liever zien leerlingen dat zij een keer minder huiswerk krijgen als ze veel moeite hebben gedaan voor een opdracht.

8. Geef scholieren keuzes en daag ze uit
Scholieren bepalen graag zelf op welke manier zij vaardigheden ontwikkelen en kennis opdoen. Zelf leerdoelen stellen en een werkplan maken, motiveert meer dan dat leraren vertellen wat ze moeten doen.

9. Bied meer dan het boek
Vakkennis wordt gewaardeerd, maar nog mooier is het als docenten hun eigen lesstof overstijgen. Veel scholieren geven aan dat zij gemotiveerd raken als docenten meer vertellen dan in het boek staat en kennis aanreiken die verwondert.

10. Sta open voor kritiek
Meedenken met lessen is één ding, het Laks zou graag zien dat docenten ook open staan voor gesprekken over hun functioneren. LED noemen ze dat: Leerlingen Evalueren Docenten. Op het IJburgcollege in Amsterdam kunnen leerlingen al (anonieme) tips en tops geven. Op het Maartenscollege in Groningen voeren leerlingen gesprekken met sollicitanten en bespreken ze hun bevindingen met de schoolleiding voordat de leerkracht wordt aangenomen. Op de Breul in Zeist adviseren scholieren zelfs na een jaar of een docent een nieuw contract verdient.

 

 

 


De hand toelichting

juni 21, 2015

Donderdag heb ik hier een post geplaatst, getiteld De hand. Deze post heb ik ook aangeboden voor plaatsing op de site van HetKind. In reactie hierop werd mij gevraagd een toelichting te schrijven over de achtergronden en de redenen voor het schrijven van De hand. Deze toelichting  is hieronder te vinden.

Dit jaar ben ik voor het eerst actief als blogger voor HetKind. Voorafgaand aan de onderwijsavonden die regelmatig door NIVOZ / HetKind worden georganiseerd komen een aantal van de bloggers van HetKind bijeen om te praten over en actief te zijn met bloggen en onderwijs.

Afgelopen woensdag was dit in de vorm van een workshop over fenomenologie, naar aanleiding van een eerder hierover verzorgde masterclass door Max van Manen. Een onderdeel van de workshop was het met elkaar in groepjes bespreken van eerder geschreven, of speciaal geschreven, blogposts en deze dan met een fenomenologische bril bekijken. Ik was van plan geweest hiervoor speciaal een blogpost te maken en hij zat ook deels in mijn hoofd maar had geen tijd kunnen vrijmaken hem daadwerkelijk te schrijven.

Samen met Femke Cools en Rob Bekker heb ik de verhalen die zij hadden meegenomen besproken, om de essentie ervan te achterhalen en te zien wat nu het moment was dat zij probeerden te delen en hoe dit er fenomenologisch geschreven uit zou kunnen gaan zien. Hoe beschrijf je een moment achteraf op een wijze die recht doet aan het moment zonder vervuiling achteraf? Het verhaal dat ik in mijn hoofd had werd hierbij stapsgewijs duidelijker en in onze uitwisselingen werd de essentie van het moment dat ik probeerde te vangen steeds dichter bereikt. Zeker toen de vraag gesteld werd of ik iets aan de uitwisseling had gehad en dit moest verwoorden zag ik het moment zoals ik het moment had beleefd.

Toen ik thuiskwam heb ik meteen geschreven. En op publish gedrukt.

Het verhaal dat ik heb geschreven kwam naar boven omdat ik regelmatig na afloop van dit soort momenten bedenk dat ik niet in staat ben wat ik voel op dat moment zelf voldoende over te brengen. En dat bedenken is natuurlijk voelen.

De belangrijkste reden dat dit verhaal naar boven kwam is echter omdat het voor mij de zingeving van lesgeven illustreert. De parels die je voelt in onderwijs die niet zijn te meten. En nooit te vergeten. Daarmee waard om te delen.

Een ervaring als deze fenomenologisch beschrijven, en publiek maken, zie ik als een goede oefening voor mijzelf en als een verrijking door zijn verbreding.

De hand en De hand toelichting zijn inmiddels ook gepubliceerd als gecombineerd verhaal op de site van HetKind.


Grotere leerwinst door begeleiding leerkrachten bij gebruik formatieve toetsen

juni 19, 2015

In mijn ontwikkeling als docent ben ik een steeds grotere voorstander geworden van het gebruiken van formatieve toetsen en probeer ik deze dus ook zoveel mogelijk toe te passen in mijn eigen praktijk. Ook probeer ik de kennis hierover, en mijn ervaringen hiermee, zoveel mogelijk te delen met mijn directe collega’s op school, collega’s die ik waar dan ook tegenkom, en hier op mijn blog.

Vandaar dat ik de hieronder beschreven resultaten van een onderzoek naar gebruik van formatieve toetsen, zoals deze zijn gepubliceerd door het NRO op hun website integraal wil delen. Een linkje via een tweet volstaat hier niet.

Een extra reden is dat er een zin in voorkomt die volgens mij algemeen geldend is voor verbetering van onderwijs en professionalisering van docenten. Leren kan niet alleen.

“De toetstechnieken in een boekje beschrijven en dat uitdelen onder leraren, werkt niet”

De tekst van het artikel op de site van het NRO:

Als leerkrachten in het reken-wiskundeonderwijs op de basisschool worden ondersteund bij het gebruik van formatieve toetstechnieken presteren de leerlingen beter. Dit blijkt uit onderzoek van de Universiteit Utrecht. Formatieve toetsen laten zien wat leerlingen al kennen en kunnen, zodat leerkrachten hun onderwijs daarop kunnen aanpassen.

In het rekenen-wiskundeonderwijs is het al heel gebruikelijk om formatieve toetsvormen toe te passen. Uit een vragenlijst onder ruim 1000 leraren blijkt dat zij formatieve toetsen vaker gebruiken dan summatieve toetsen, die vooral bedoeld zijn om een cijfer te geven. Een formatieve toetsvorm is bijvoorbeeld werk van leerlingen nakijken om op basis daarvan nieuwe instructie te geven”, vertelt Michiel Veldhuis die op 24 juni op dit onderwerp promoveert aan de Universiteit Utrecht. “Leraren doen echter nog weinig met nieuwe inzichten over toetsen. Ze gebruiken bijvoorbeeld nauwelijks opgaven waarin leerlingen kunnen laten zien wat ze al weten.”

Leerwinst

Om de toetspraktijk te verbeteren, hebben de onderzoekers een set formatieve toetstechnieken ontwikkeld voor het reken-wiskundeonderwijs in groep 5. In een onderzoek is gekeken of deze toetstechnieken effectief zijn. Daartoe werden leerkrachten in drie workshops van een uur begeleid in het gebruik van de technieken. De leerlingen van deze leerkrachten bleken na een half jaar, tussen medio en eind groep 5, acht punten vooruit te zijn gegaan op het Cito-leerlingvolgsysteem. De leerlingen uit de controlegroepen gingen ruim vijf punten vooruit.

Begeleiding leraren

Leerkrachten daarbij ondersteuning bieden blijkt belangrijk. De leerkrachten die drie werkgroepen volgden, konden de technieken met collega’s bespreken en erop reflecteren. Alleen hún leerlingen boekten extra leerwinst. “De toetstechnieken in een boekje beschrijven en dat uitdelen onder leraren, werkt niet”, zegt promotor en mede-onderzoeker Marja van den Heuvel-Panhuizen. “Leraren moeten op weg worden geholpen en vervolgens moeten zij hun ervaringen met anderen kunnen delen. Dat geeft hun vertrouwen om de toetsvormen te gebruiken.”

Leuk! Rekenspelletjes doen

De onderzoekers hebben bewust korte, makkelijk te gebruiken toetstechnieken ontwikkeld, die dicht tegen de gangbare rekenen-wiskundemethodes aanzitten. “We hebben geen vast protocol gemaakt”, vertelt Veldhuis, “maar hun werkvormen gegeven die zij zelf konden aanpassen aan de praktijk. De leerkrachten bedachten variaties op wat wij hun aanreikten. Zowel leraren als leerlingen vonden het leuk om met deze technieken te werken. De kinderen vroegen regelmatig wanneer ze weer rekenspelletjes gingen doen.”

Enthousiaste toetsers

“Ten slotte hebben we onderzocht wat voor toetsgedrag leraren laten zien. Op basis van antwoorden uit de eerder genoemde vragenlijst, hebben we vier toetsprofielen van leraren gemaakt.” De grootste groep leerkrachten hoorde bij het profiel van de mainstream toetsers (ruim 35 procent). Dat zijn de leraren die rechttoe rechtaan gebruikmaken van zowel formatieve als summatieve toetsen. Dan is er de groep enthousiaste toetsers, die veel en bewust gebruikmaken van verschillende soorten toetsen. De derde groep zijn de minder enthousiasten, die toetsen niet zo nuttig vinden en ze dus ook niet zo vaak afnemen. De laatste groep zijn de alternatieve toetsers, die toetsen noch belangrijk noch nuttig vinden, maar wel zelf toetsen maken en aanpassen. “Deze profielen helpen om begeleiding op maat te kunnen bieden”, besluit Veldhuis.

Dit promotieonderzoek maakt deel uit van het project Improving Classroom Assessment uit het onderzoeksprogramma Rekenen in het primair onderwijs.

Veldhuis, Improving classroom assessment in primary mathematics education. Universiteit Utrecht, 2015.

 


Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 4.218 andere volgers

%d bloggers op de volgende wijze: