Foutje, bedankt!

mei 2, 2015

Blogpost Foutje bedankt 2015-05-02_1326

Ik word niet snel boos. En nu dus ook niet.

Ik ben soms wel teleurgesteld. En nu dus een beetje.

Er staat een nogal grote fout in de krant. Hoewel groot relatief is.

De achtergrond.

Ik ben docent biologie. Mijn favoriete onderwerpen zijn DNA, erfelijkheid, evolutie en gedrag.

Bij de uitleg over DNA vertel ik mijn leerlingen, vanaf klas drie tot en met klas zes, dat basen de bouwstenen voor DNA zijn en dat er vier verschillende basen zijn. Bij de uitleg over eiwitten vertel ik de leerlingen dat aminozuren de bouwstenen zijn voor eiwitten en dat er 20 verschillende aminozuren zijn.

Ik vertel de leerlingen dat het DNA de informatie in zich draagt voor het maken van de eiwitten. Ik vertel de leerlingen dat er een universele genetische code bestaat waarin is vastgelegd hoe drie opeenvolgende basen in het DNA coderen voor één aminozuur in een eiwit.

Ik vertel de leerlingen dat er ongeveer 50.000 verschillende eiwitten in een menselijk lichaam aanwezig zijn.

In elk leerjaar vertel ik de leerlingen ook het volgende verhaaltje over de diepe triestheid die komt over het bestaan van een docent als hij een eindexamen nakijkt en er achter komt dat een van zijn leerlingen het verschil niet weet tussen DNA en eiwit, tussen basen en aminozuren, tussen bouwwerk en bouwstenen. In elk leerjaar vertel ik dat ik hoop dat in deze groep dit niet zal gaan gebeuren. Een spel dat ik speel.

De aanleiding

Ik zat vandaag in mijn tuin, in de zon, genietend van mijn ontbijt, vers gehaald bij de bakker, de slager, de kaaswagen, de groenteboer, met een dubbele vers gezette espresso, de krant te lezen. Af en toe converserend over wat ik dacht naar aanleiding van iets dat ik las met mijn vrouw, die van hetzelfde ontbijt genietend, een ander deel van de krant aan het lezen was.

En toen las ik dit, in de Volkskrant bijlage Sir Edmund, in de bijdrage van Ionica Smeets, Ionica zag een getal, 172.917.293:

Blogpost DNA en eiwitten 2015-05-02_1245

 

En ik sprong op en dacht: NEE! NEE! NEE!

En ik dacht direct hierna: hier moet ik iets mee.

Dus bovenstaande geschreven.

En nu denk ik: ja, hoe erg is zo’n fout nu helemaal? Gaan mensen dit hierdoor verkeerd onthouden? Is een correctie noodzakelijk? Het is een grote fout, voor een docent biologie. Het is een begrijpelijke verwisseling van woorden voor de leek, en daarmee een klein foutje. Of het een gevolg is van een onbegrip voor het onderliggende proces is moeilijk te zeggen. Of het kan leiden tot een onbegrip van het onderliggende proces is moeilijk te zeggen. Het is voor een groenteboer als het verwisselen van appels met bomen. Het is voor een wiskundige als het verwisselen van x en y. Het is een klein foutje in het grote schema der dingen. En dat is in de echte wereld, die van de biologie, heel mooi. Kleine foutjes in het DNA leiden tot kleine foutjes in de eiwitten en die leiden tot een prachtige diversiteit van het leven.

Ik ben niet boos. Ik ben blij. Blij met dit mooie #dagmomentonderwijs

@ionicasmeets bedankt!

Update:
Binnen 10 minuten na het plaatsen van deze post kreeg ik een fijne reactie:

Blogpost Foutje bedankt, reactie Ionica 2015-05-02_1349

Waarop ik niet anders kon dan reageren: 

Blogpost Foutje bedankt, reactie op Ionica 2015-05-02_1354

 


Welke vragen geven welke antwoorden?

mei 2, 2015

Vragen stellen is een essentieel onderdeel van onderwijs. Leerlingen stellen docenten vragen, docenten stellen leerlingen vragen.

Goede vragen stellen is een belangrijk deel van goed onderwijs. Er zijn allerlei soorten vragen en de vraag die gesteld wordt stuurt het antwoord dat verkregen wordt.

Op twitter kwam ik een tweet tegen van  met een afbeelding. Dit leek mij een handige afbeelding voor zowel docenten als leerlingen en ik hem daarom zo goed als mij mogelijk vertaald.

Blogpost vragen stellen vakken 2 2015-05-03_0929

 

Suggesties ter aanpassing / verbetering zijn altijd welkom!

Hieronder de originele tweet:

Blogpost Vragen stellen vakken origineel 2015-05-02_1211


Leerlingen aan het woord bij MeetUp010 meets edcampNL

mei 1, 2015

MeetUp010 op 19 maart werd gekenmerkt door presentaties. Er waren er in totaal acht en bij drie ervan waren leerlingen betrokken. MeetUp010 werd als zeer inspirerend ervaren, met als duidelijke wens voor een vervolg de mogelijkheid tot meer interacties.

De bijdragen van de leerlingen zijn terug te zien in de onderstaande video’s.

Leerlingen van het Wolfert Lyceum leggen uit hoe zij het Education Design Lab hebben opgezet en wat ze hiermee willen bereiken:

Leerlingen van PCBS De Driemaster delen hoe zij werken met bordsessies.

In het panelgesprek legt leraar in opleiding Arjan Spruit uit hoe het prijswinnende programma Mentoren op Zuid werkt.

 

Bij het vervolg ‘MeetUp010 meets edcampNL‘ op 29 mei zal er meer ruimte zijn voor interactie in kleinere groepen en nog meer ruimte voor leerlingen. Er zullen leerlingen aanwezig zijn van PO tot HBO om de initiatieven op hun scholen toe te lichten en open te stellen voor discussie.

Leerlingen van het Education Design Lab zullen hun ideeën over verbeteren van onderwijs delen in een workshop waarin zij graag vragen van het publiek zullen beantwoorden. Ditzelfde geldt voor leerlingen van het ECL in Haarlem, die zullen ingaan op de mogelijkheden van een toekomstig curriculum waarin Grote Vragen leidend zijn en niet langer vakken centraal staan. Leerlingen zullen, vergezeld door een ouder, vertellen over hun Big Picture Havo. Vanuit het Albeda College zullen leerlingen vertellen over een waarde(n)vol beroep. Hogeschool Inholland laat studenten aan het woord over hun simulatieschool ter bevordering van teamwerk. En dit is nog niet de volledig lijst. Naast leerlingen zullen overigens ook docenten een aantal initiatieven tonen. Er zal volop keuze zijn.

Het programma van ‘MeetUp010 meets edcampNL‘ is hier te vinden. Inschrijven kan hier.


Participatiecijfers als motoren voor motivatie

april 30, 2015

participatie nav_3_2241294__participation

Kun je leerlingen met cijfers motiveren?

De leerlingen in Nederland zijn minder gemotiveerd dan in andere landen, zo is gebleken uit een rapport van de Onderwijsinspectie. Dit is een grote bron van ergernis en vertwijfeling voor zowel docenten als beleidsmakers. Een oorzaak mogelijk ook voor de vele zittenblijvers, met name in bijvoorbeeld klas 3 en 4 van havo en vwo. Een oplossing hiervoor zou kunnen zijn een cijfer te geven voor actieve deelname aan de lessen. Een participatie cijfer. In Duitsland en Zwitserland is dit niet ongebruikelijk.

Ik werd op het participatiecijfer opmerkzaam gemaakt door een ex-collega Duits, die gewend was hiermee te werken en veel moeite had met de in haar ogen zeer ongemotiveerde en lakse houding van leerlingen in Nederland. Zij wees mij, verzuchtend en hoopvol, op deze optie tot orde en motivatie.

Het participatiecijfer is meer dan alleen het aantal keren dat een leerling zijn vinger opsteekt. (als dit al mag in de klas, zie Vingers opsteken verboden :-)). Het gaat ook over de kwaliteit van de bijdrage. De leerling moet laten zien dat hij kritisch meedenkt, verbanden legt en een eigen mening kan onderbouwen. Docenten houden dit bij, geven er feedback op en verbinden er een cijfer aan.

Kerstin Hämmerling van het Duitsland Instituut heeft vorig jaar een oproep gedaan om leerlingen naar Duits voorbeeld te motiveren en is dit jaar met 30 geïnteresseerde docenten in Duitsland gaan kijken. Er werd onderzocht wat een participatiecijfer concreet inhoudt en er werd gesproken met experts over de validiteit van de beoordeling en het effect op motivatie. Vier scholen werden bezocht om de praktijk te zien en met docenten te kunnen spreken.

De deelnemers bleken unaniem onder de indruk van de actieve deelname van de Duitse leerlingen aan de lessen en de verantwoordelijkheid voor het verloop van de lessen die zij toonden. Er was grote verbazing over de vanzelfsprekendheid waarmee zowel docenten als leerlingen het bestaan van een participatiecijfer accepteren. De redenering hierachter is bij nader inzien eenvoudig. Bij het voorbereiden voor de toekomst is het van belang dat er naast schriftelijke toetsmomenten ook aandacht en ruimte is voor meningsvorming en onderbouwing, kritisch denken, mondelinge presentatie- en argumentatievaardigheden, inzet, samenwerken, zich aan afspraken houden, materialen goed verzorgen en voorbereid zijn. Zowel docenten als leerlingen kunnen zich hier in vinden.

Zou dit in Nederland ook kunnen werken?

De meeste deelnemers aan de nascholing in Essen zijn van plan om de komende maanden pilotprojecten op te zetten op hun scholen en een aantal is hiermee al aan de slag gegaan. Wat zij onder andere tegenkomen is de vrees die in Nederland leeft dat gegeven participatie cijfers niet betrouwbaar, niet valide en arbitrair en subjectief zouden zijn. Ook zou gedrag niet beoordeeld mogen worden. Reacties hierop zijn dat het gaat om het leergedrag en dat je vooraf zeer bewust moet kiezen waarom en hoe je een participatiecijfer invoert. Zoals bij elke verandering die wordt doorgevoerd in het klaslokaal is de juiste didactische en pedagogische aanpak hier essentieel. Een participatiecijfer succesvol invoeren en uitvoeren doet een groot beroep op het meesterschap van de docent. En het vertrouwen dat door schoolleidingen in hem of haar wordt gesteld.

Docenten of scholen die willen deelnemen aan een pilot kunnen mogelijk profiteren van een goede begeleiding en ondersteuning en het Duitsland Instituut Amsterdam wil hier graag een rol in spelen. Wil jij deelnemen aan dit netwerk meld je dan.

Geef jij cijfers voor participatie? Denk jij dat ze motiverend kunnen zijn?

participatie Volunteering250_8_250

Bronnen:
– Inspectie van het Onderwijs, 2014. Motivatie leerlingen kan beter
– Kerstin Hämmerling, Opinie: Participatiecijfer werkt
– Kerstin Hämmerling, Opinie: Stimuleer leerlingen naar Duits voorbeeld
– Marja Verburg, Duitse scholieren krijgen cijfer voor meedoen in de les


Het gaat niet om ICT, het gaat om D

april 29, 2015

Keep calm and flip your class

Alweer een aantal jaar maak ik bij mijn lesgeven gebruikt van Flipping the Classroom, ofwel Flip de Klas. Leerlingen krijgen de informatie voorafgaand aan de les aangeboden via een video of een animatie of een te bestuderen bron. Vervolgens hebben we in de les meer tijd voor vragen, verdieping, interacties.

Regelmatig geef ik workshops over hoe dit voor mij in de praktijk werkt.

Regelmatig krijg ik tijdens deze workshops vragen. En sommige vragen komen regelmatig terug.

Lang daarvoor al maakte ik en nog steeds maak ik bij mijn lesgeven gebruik van de T die hoort achter IC. De vorm van die T is in die tijd veranderd. Van rekenmachine naar PC, van ‘op de computer’ naar online, van vast naar mobiel. Van krijtbord naar overheadprojector naar whitebord naar digibord.

Regelmatig geef ik workshops over hoe dit voor mij in de praktijk werkt.

Regelmatig krijg ik tijdens deze workshops vragen. En sommige vragen komen regelmatig terug.

De I is in die tijd langzaam veranderd voor mijn vak. En daar wil ik op kunnen inspelen. De C is ook veranderd, door die veranderde T heb ik meer mogelijkheden tot C. En hebben dus ook mijn leerlingen meer mogelijkheden. En dus gebruik ik de T, voor betere C, met als doel diepere en meer beklijvende I bij mijn leerlingen. En als doel mijn leerlingen de vaardigheid bij te brengen zelf T en C meer en meer te kunnen gaan gebruiken voor hun I. Op  de school waar ze nu zitten, op de school waar ze hierna naar toe gaan, maar vooral op de plaatsen waar ze vervolgens naar toe gaan.

Eén van de vragen die ik regelmatig krijg is:

hoe weet je dat leerlingen die video’s wel kijken?

En de oplossing hiervoor heeft niets met T te maken, maar is wel met T op te lossen.

De vraag zou in het pre-T tijdperk als volgt geformuleerd zijn: hoe weet je dat leerlingen opletten?

En de oplossing hiervoor heeft niets met pre-T te maken, maar is wel met pre-T op te lossen.

Het antwoord is gebruik maken van D.

Het antwoord is in beide gevallen hetzelfde:

door vragen te stellen!

Tegenwoordig kun je die vragen stellen met behulp van T. Zodat je de antwoorden zelf ook hebt vóór de les.

Dit kan bijvoorbeeld in onderstaande vorm, die een van mijn standaarden is, maar die natuurlijk vele varianten kent.

Lever op de dag vóór de les digitaal het antwoord in op de volgende vragen:

– Noem drie begrippen uit de video die je al kende, en geef de betekenis van deze begrippen

– Noem drie begrippen uit de video die je nieuw geleerd hebt, en geeft de betekenis van deze begrippen

– Noem drie begrippen uit de video waar je meer over zou willen leren

Een andere vorm die ik standaard gebruik bij het inleveren van digitale opdrachten is de volgende:

Geef bij het inleveren van deze opdracht aan of je:

A. Alles begrepen hebt

B. Nog vragen hebt. Zo ja, voeg deze toe.

En de antwoorden op deze vragen kan ik als docent gebruiken om de inhoud van mijn les (mede) te bepalen. En als ik wil kan ik zien wie wel en niet naar de video of animatie of bron gekeken heeft. Maar na een tijdje blijkt dit niet meer nodig.

Het gaat niet om de ICT. Het gaat niet om de T.

Het gaat om de D.

Het gaat niet om de video.

Het gaat om de didactiek.


GeenSchool op het St. Gregorius College

april 27, 2015

GeenSchool logo Startpagina2Het St-Gregorius College in Utrecht werkt sinds vier jaar samen met de GeenSchool-beweging. Deze beweging bestaat uit een groot netwerk van jonge mensen, die graag nadenken over hoe onderwijs ook en anders kan.

Van de website van GeenSchool:

GeenSchool is een beweging van mensen die geloven dat onderwijs slimmer, beter en leuker kan. Niet morgen, maar nu. Waar in het onderwijs de wens ontstaat om te ontwikkelen, zien we dat vaak wordt aangelopen tegen muren van gebrek aan geld, geen tijd of ingewikkelde beleidsaanpassingen. Toch geloven wij dat er heel veel mogelijk is. Want als school even geen school is, dan kan er ineens best veel. Wanneer er ruimte ontstaat binnen het onderwijssysteem, denkt GeenSchool graag mee over een waardevolle invulling. Dit gaat vaak gepaard met wilde, grootse en gekke ideeën. Juist omdat we daarmee even losweken van de alledaagse gang van zaken. En op die manier leren we “per ongeluk” ontzettend veel samen. 

De enige manier om erachter te komen hoe we onderwijs ontwikkelen, is door te doen. De mensen binnen de GeenSchool beweging geloven dat alles mogelijk is, als je het maar probeert.

GeenSchool is op het Gregorius begonnen met het organiseren van een projectweek. In deze week probeerden ze de leerlingen zoveel mogelijk te enthousiasmeren en aan te zetten tot actie en ondernemen. Ze laten de leerlingen ervaren wat er allemaal mogelijk is als je het maar probeert en je durft te vragen. Zo heeft een groep leerlingen afgelopen jaar de grauwe grijze fietsenkelder opgeknapt door bij alle bouwmarkten verf en verfspullen te vragen. Met een groot schilderteam was de fietsenkelder aan het einde van de week een kleurrijke plek en het had geen cent gekost.

Sinds twee jaar organiseert de school de GeenSchool-projectweek zelf. Hierbij maken we gebruik van het GeenSchool-netwerk. Een verslag, door twee leerlingen geschreven, van het afgelopen jaar is hier te lezen.

GeenSchoolGregorius 2015

‘Urban dreams’

Een groep van ongeveer 20 enthousiaste betrokken mensen heeft een avond gebrainstormd op school. Fantastische ideeën kwamen daar op tafel en er is een mooi thema uit voortgekomen: ‘Urban dreams’. De 42 leerlingen van vwo 5 gaan dit jaar aan de slag rond de vraag:

‘Wat zou jij willen doen om de stad Utrecht beter te maken?’

Op dag 1, dinsdag, ontvangen we de leerlingen om 9h00 met een lekker gezond ontbijt en om 9h30 gaan zij de stad in in groepjes. Zij lopen een parcours dat langs verschillende plekken leidt waar burgerinitiatieven zijn ontwikkeld, sociale projecten zijn of waar de openbare ruimte interessant is ontworpen of juist niet. Met selfiesticks maken zij foto’s van het groepje op deze plekken. Er zit ook een competitie-element in het parcours. Het groepje dat het beste samenwerkt en het snelste is, verdient prijzen die in de loop van de week van pas komen. (prijzen: een lunch met je groepje in het NH-hotel, tijdstip van pitchen voor de Nationale Jeugdraad en vijf minuten extra pitchtijd, de eerste keuze voor de coach, sowieso meedoen aan de yoga/massageworkshop, een afgedrukte parcoursgroepsfoto in een lijstje, een presentatieplek voor de wethouder, een persmoment op vrijdag). Om 12h00 zijn alle groepjes weer op school.

’s Middags na de lunch krijgen de leerlingen twee workshops aangeboden. De eerste workshop is ‘Ik ben geweldig’ en gaat over de vraag hoe je jouw kwaliteiten kan inzetten om iets voor een ander te doen. De workshop wordt gegeven door de Nationale Jeugdraad. Zij hebben voor ‘Urban dreams’ ook subsidiegeld te verdelen (tot €1000) om goede ideeën ook tot uitvoer te kunnen laten brengen. De leerlingen maken onder andere collages en een mindmap om hun talenten te ontdekken. Tijd 12h30 – 13h45.

De tweede workshop wordt verzorgd door studenten van de opleiding Bestuur- en Organisatiewetenschappen van de Universiteit Utrecht. Hun workshop is tweeledig. De ene workshop gaat over een meer procesmatig aspect waarbij de leerlingen tools krijgen aangereikt om het plan te maken. Waar moet je op letten? Ze gaan aan de slag met een soort Business Model. De andere workshop gaat over het inhoudelijke aspect, verschillende perspectieven (sociaal, economisch, duurzaamheid) zullen geïntroduceerd worden waarmee de studenten naar problemen kunnen kijken of waaruit ze ideeën kunnen putten voor hun projectplan. Tijd 14h00-15h30.

15h30 prijsuitreiking parcours

Op dag 2, woensdag, stellen we de leerlingen om 9h00 de 7 coaches voor: Thalitha, Maria, Lisanne, Brian, Robbert, Frans en Amber! Elk groepje leerlingen van 6 à 7 leerlingen kiest de coach die bij hen past. Met de coach gaan zij deze ochtend aan de slag om de opgedane ideeën van de vorige dag te vertalen naar een of meerdere plannen. Als het groepje aanspraak wil maken op subsidiegeld van de Nationale Jeugdraad, dan bereiden zij ook een pitch voor die zij ’s middags op het kantoor van de NJR (Kromme Nieuwegracht 58) mogen houden. De pitchtijden worden in de loop van de ochtend bekend gemaakt als duidelijk wordt hoeveel groepjes hiervoor willen gaan.

De voorwaarden voor het subsidiegeld van de NJR zijn:

  1. Je wilt iets doen voor een ander (bijvoorbeeld ouderen, gehandicapten, kinderen) in je eigen omgeving
  2. Die ‘ander’ is geen familie of vrienden
  3. Met je activiteit breng je mensen met elkaar in contact
  4. Je bent zelf (of met een groepje) verantwoordelijk voor het organiseren en uitvoeren ervan
  5. Je bent niet ouder dan 24 jaar
  6. Wat je gaat doen (of organiseren), doe je niet namens een organisatie of als schoolopdracht / maatschappelijke stage (dat betekent dat het niet ‘moet’ van school)
  7. Je activiteit is niet bedoeld om geld op te halen voor een goed doel

Voorbeelden en inspiratie zijn hier te vinden.

De leerlingen kunnen ook ideeën opdoen in lokaal 540 waar op de computerschermen verschillende bestaande projecten zichtbaar zijn. Bijvoorbeeld Studio Roosegaarde (Rainbow station), De Tuinfabriek (tuinen op de daken van Hoog Catherijne), cultuurhuis Kanaleneiland (workshops geven door en voor jongeren), Al-Amal (jongeren helpen anderen (ouderen, buurtbewoners, niet-Nederlandstaligen) met de digitale wereld.

De leerlingen kunnen een uitgebreid projectplan schrijven (dat zij bijvoorbeeld aan het einde van de week bij de gemeente kunnen indienen) of zij voeren hun plannen in de projectweek meteen uit al dan niet met subsidiegeld (bijvoorbeeld een etentje voor daklozen, een activiteit organiseren in een bejaardentehuis/buurtcentrum/sportclub, een feestje organiseren in een leegstaand gebouw voor jongeren, een tuin aanleggen op een braakliggend terrein, een park opruimen, zoveel mogelijk pers benaderen en aandacht genereren voor het project, in de stad aan iedereen een compliment uitdelen, een muurschildering maken, wildbreien, een sporttoernooi organiseren voor de kinderen in de wijk, etc.). Als zij geen subsidie krijgen, kunnen zij toch proberen zoveel mogelijk voor elkaar te krijgen door bijvoorbeeld sponsoring.

Belangrijk is daarom dat op woensdagochtend keuzes worden gemaakt. Ook moet ieder groepslid een rol vervullen binnen het projectplan. Het groepje werkt toe naar de eindpresentatie op vrijdag.

Vrijdag presenteert elk groepje aan de jury en voor het publiek van leerlingen, ouders, coaches, docenten en pers. De jury bepaalt welk groepje wint. Een origineel idee? Een fantastisch projectplan? Sublieme samenwerking? Ondernemers? Wat hebben jullie bereikt? Dit is waar de jury op let!

Woensdagmiddag: pitchen bij de NJR of doorwerken aan het plan

Ter ontspanning wordt er op deze dag een massageworkshop van een uur aangeboden om 13h30 (en eventueel een extra workshop om 14h30).

Dag 3, donderdag, is de ‘aan-de-slag-dag’. Zoveel mogelijk proberen voor elkaar te krijgen (al dan niet met subsidiegeld)! De coaches zijn niet allemaal meer aanwezig, maar misschien nog wel digitaal of telefonisch bereikbaar voor de groepjes. Op deze dag wordt er een tussentijdse presentatie gegeven, die bepaalt welke (drie) plannen er op vrijdag aan de wethouder worden voorgelegd! De overige plannen zijn ook zeker nog in de race voor de prijzen.

Op deze dag is er om 10h30 een yogaworkshop voor maximaal 14 leerlingen.

Dag 4, vrijdag, is de dag van de finale!

Maximaal 32 leerlingen spelen van 9h30 tot 11h00 een 21stcenturyskillsgame onder leiding van Marcel Derksen. De vraag waar we met de workshop van dinsdag mee zijn begonnen: ‘Wat zijn jouw kwaliteiten en hoe kan je deze inzetten voor een ander?’ komt terug in dit spel en de leerlingen reflecteren hiermee op hun kwaliteiten (en op wat ze deze week van zichzelf zijn tegengekomen).

In de ochtend bereiden de groepjes ook hun presentatie voor de finale voor. Ook hier is de rolverdeling weer heel belangrijk! Er zijn verschillende presentatievormen mogelijk, PowerPoint, Prezi, filmpje, maquette, poster. De presentatie is maximaal 5 minuten.

Om 14h00 starten we met de finale. Wethouder Margriet Jongerius komt luisteren naar de drie geselecteerde presentaties in de aula van de Van Asch van Wijckskade. Zij zal dan een golden ticket voor een groepje uitreiken aan de jury (sowieso prijs)! De jury van vandaag zal na alle zeven presentaties het eindoordeel vellen en de felbegeerde prijzen uitreiken. Ook ouders en de pers worden uitgenodigd om bij dit feestelijke moment aanwezig te zijn. Natuurlijk is iedereen die heeft bijgedragen aan deze week van harte uitgenodigd om de leerlingen aan te moedigen.

Bovenstaande tekst heb ik als een van de coaches toegestuurd gekregen om mijzelf te kunnen voorbereiden. Het zou kunnen gebeuren dat ik ergens deze week iemand die ik ken of niet ken via de sociale media om hulp vraag. Dan weet je alvast waar het om gaat :-)


Persbericht MeetUp010 meets edcampNL

april 26, 2015

Acht enthousiaste onderwijsmensen uit primair, voortgezet en middelbaar en hoger beroepsonderwijs in Rotterdam hebben het initiatief genomen om op 29 mei een vervolg op de Tegenlicht @MeetUp010 Onderwijs te organiseren. Het doel van deze ‘@MeetUp010 meets @edcampNL’ is om gericht en actief kennis te delen over innovatief onderwijs in Rotterdam. De avond wordt ingeleid door leerlingen en een inspirerende gastspreker. De MeetUp staat verder in het teken van uitwisseling van kennis en ervaringen met sprekers, waaronder ook leerlingen, uit verschillende hoeken van het onderwijs. 

Op zondag 1 februari 2015 zond VPRO de Tegenlicht aflevering: “De onderwijzer aan de macht. Onderwijsvernieuwing op drie vooruitstrevende scholen” uit. Hierin zoomt Tegenlicht in op drie scholen waar bevlogen bestuurders, schoolleiders, leraren en betrokken ouders de ‘vaste waarden’ van het onderwijs ter discussie stellen: de indeling in verschillende klassen en leerniveaus gebaseerd op gestandaardiseerde toetsen, de traditionele afbakening van de verschillende vakken terwijl de natuur en onze hersens dat onderscheid helemaal niet maken en schooltijden die meer verband lijken te houden met de CAO van de leraren dan de ontwikkeling van leerlingen. Kan dat niet anders? Hoe kun je elke leerling het onderwijs aanbieden dat het beste bij ze past?

Ook in Rotterdam zijn mooie voorbeelden van onderwijs dat zich ontwikkelt. Aanleiding voor acht enthousiaste onderwijsmensen uit Rotterdam om het initiatief te nemen om ‘@MeetUp010 meets @edcampNL’ te organiseren. Het doel van ‘@MeetUp010 meets @edcampNL’ is om interactief kennis te delen over innovatief onderwijs in Rotterdam door de hele doorlopende leerlijn heen: po-vo-mbo-hbo. Er is gekozen voor de edcampNL opzet, waarbij de deelnemers zelf de inhoud van de workshops bepalen. Naast de gastspreker die de inleiding verzorgt zijn er geen uitgenodigde sprekers. Er is speciale aandacht voor initiatieven waarbij leerlingen direct zijn betrokken. Na afloop van de twee rondes met workshops is er volop ruimte voor informeel overleg. De MeetUp vindt plaats op 29 mei van 16.00 tot 20.00 uur op RVC De Hef.

De initiatiefnemers en organisatoren van @MeetUp010 meets @edcampNL zijn:

  • Monique van den Heuvel, programmaleider Expertisecentrum Maatschappelijke Innovatie, onderzoeker en docent bij de Hogeschool Rotterdam
  • Arjan Moree, docent geschiedenis op het Penta college CSG Scala Rietvelden
  • Claire Ohlenschlager, docent bij de Hogeschool Rotterdam
  • Inge Spaander, docent en kernteamleider HAVO bij de Lentiz onderwijsgroep
  • Woosje Stuart, docent op rvc De Hef
  • Gijs Verbeek, onderzoeker bij het NIVOZ
  • Else-Marike Visser, leerkracht en onderbouwcoördinator op de Bergse Zonnebloem
  • Frans Droog, docent op het Wolfert Lyceum

 

Noot voor de redactie:

De uitzending van VPRO Tegenlicht is hier terug te kijken.

Recente informatie over de bijeenkomst en het programma staat op:
https://fdroog.wordpress.com

Via twitter wisselen organisatoren en deelnemers informatie uit: https://twitter.com/Meetup010?lang=nl

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met:

Frans Droog: edcampNL@gmail.com


Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 4.024 andere volgers

%d bloggers op de volgende wijze: